woensdag 10 juni 2020

Recensie: Je zult moeten geven en nemen


Yahtzee is het oudste en bekendste roll & write (R&W) spel dat er is. Het is eigenlijk grappig hoe lang het heeft geduurd voor spellenauteurs bedachten dat er een wereld aan mogelijkheden is om met het R&W-principe nieuwe spellen te ontwikkelen. Het oudste voorbeeld (na Yahtzee) in mijn kast is High Score uit 2007 (recent opnieuw uitgegeven onder de naam Knister). Daarna bleef het lang rustig op het R&W vlak, maar de laatste vijf jaar wordt het ene naar het andere R&W-spel uitgebracht, waaronder toppers als Keer op Keer, Clever en Railroad Ink. Je zult moeten Geven en Nemen is de enorm lange naam van het nieuwste spel voor de R&W-liefhebber.

Het eerste wat opvalt aan Geven en Nemen is dat er geen scoreblokje in de doos zit. In plaats daarvan tref je een stapel vierkante kaartjes aan waarmee je tijdens het spelen zelf je scorebriefje gaat samen stellen. De kaartjes zijn geplastificeerd zodat je ze keer op keer kan gebruiken. Elk kaartje bestaat uit twee delen. Bovenaan het kaartje staat welke dobbelstenen je nodig hebt om het kaartje te activeren en onderop het kaartje staat dan welk voordeel het kaartje oplevert. Er zijn twee verschillende soorten kaartjes die (als je ze geactiveerd hebt) een aantal keer een bonus-actie opleveren (zoals bijvoorbeeld het mogen manipuleren van een dobbelsteen) en kaarten die punten opleveren. Aan het begin van het spel krijg je twee kaarten van iedere soort, waarvan je er één aflegt en met de andere drie een begin maakt van je scorebriefje dat uiteindelijk drie bij drie vakjes groot kan worden.

Als je aan de beurt bent gooi je met de vijf gekleurde dobbelstenen. Als je daarmee in één keer een kaart kan activeren (en dat ook wil), dan ben je klaar.  Maar als je geen kaart in een keer kan activeren, dan moet je één of meerdere dobbelstenen opnieuw gooien. Vervolgens mogen de andere spelers van de opnieuw gegooide dobbelstenen er één kiezen en die gebruiken op hun kaarten. Als je na de tweede worp nog geen kaart kan volmaken, dan moet je nog een derde (en laatste) keer gooien. Ook na deze worp mogen de andere spelers één van de opnieuw gegooide dobbelstenen gebruiken voor hun eigen kaarten.

Als je na de derde worp nog steeds niet een hele opdracht kan afmaken, dan mag je in plaats daarvan twee dobbelstenen gebruiken. Op deze manier maak je vast een beginnetje van een kaart en kan je later de kaart makkelijker afmaken. In plaats van getallen afstrepen kan je ook nieuwe kaarten pakken (door dobbelstenen met dezelfde waardes af te leggen of een gesloten kaart van de stapel pakken). Bij het kiezen van deze kaarten kan je proberen een gunstige combinatie te krijgen van kaarten die je punten op gaan leveren en kaarten die je handige bonus-acties opleveren.

Zodra een speler zijn negende kaart pakt, wordt het eindspel ingeluid. De ronde wordt daarna nog uitgespeeld en daarna zijn alle spelers nog één keer aan de beurt. Daarna worden de geactiveerde puntenkaarten gewaardeerd. Wie de meeste punten heeft wint het spel.

…en de waardering

Ik vind het een origineel idee dat je zelf je scorebriefje samenstelt. Dit geeft je flexibiliteit om je eigen spel vorm te geven: ga je voor de kaarten met voordeeltjes omdat je daarmee de dobbelstenen kan manipuleren om eerder je doel te bereiken of ga je voor puntenkaarten en neem je voor lief dat het je wat meer tijd kost voor je die vol hebt.

Het minpunt van dit spel vind ik dat de vaart uit het spel gaat dat doordat de andere spelers elke keer dat er overgegooid wordt een dobbelsteen mogen kiezen. Als actieve speler weet je meestal in een tel al welke dobbelstenen je wil overgooien, maar dan moet je eerst wachten tot de anderen gekozen hebben. Dat je moet wachten tussen beurten door ben ik wel gewend in een spel, maar dat je in je eigen beurt ook nog moet gaan wachten vind ik irritant (ik ben nogal ongeduldig). Ik vind daardoor het idee van dit spel leuker dan de uiteindelijke uitvoering. Het is best leuk voor een keertje, maar ik speel liever een echte R&W-topper.








Auteur: Ulrich Blum en Jens Merkl
Uitgever: 999 games, 2020
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 15 euro

maandag 1 juni 2020

Maandoverzicht: mei 2020 (Dagmar)



De wereld staat nog steeds een beetje op zijn kop. We zetten kleine, voorzichtige stapjes op zoek naar wat kan in de anderhalve-meter-samenleving (ik ben naar de kapper geweest!). Vroeger waren dingen als zingen in een koor en spellen doen op een spellendag onschuldige, ongevaarlijke hobby’s. Nu vallen ze nog volledig onder de Corona-verboden. Het is veel te riskant om binnen (onvoldoende ventilatie) aan tafels (want onvoldoende mogelijkheid om afstand te houden) spellen te doen (want iedereen raakt het spelmateriaal aan). Het is dan ook niet verbazingwekkend dat dit jaar alle spel-evenementen in het water vallen. Een jaar zonder Spiel op de agenda was wat mij betreft onvoorstelbaar, maar de afzegging is inmiddels een feit.

Ik probeer me ondertussen zo goed mogelijk aan de regels te houden. Dat betekent dat Niek en ik vooral heel veel thuis zijn en dus ook veel spellen doen. De teller eindigde op 76 spellen, waarvan 5 nieuwe. Het betekent ook dat ik nog tot en met augustus thuis moet werken (net als alle andere rijksambtenaren). Ik kan op zich redelijk goed thuis werken, maar ik mis het normale contact met collega’s wel enorm. Ik zie er dan ook een beetje tegen op dat ik zeker nog drie hele maanden zo door moet. Tegelijkertijd heb ik er alle begrip voor dat het niet anders is. In mijn omgeving ken ik twee mensen met  (vermoedelijk) Corona. Deze beide dames vallen beide op geen enkele wijze in een risico-groep (beide jong, slank, vrouw en fit) en zijn desondanks beide al weer weken ziek thuis en herstellen maar langzaam.

Over Similo heb ik al een recensie geschreven (zie hier), dus dat spel sla ik verder over in het rijtje spellen dat ik voor het eerst deed. Het maakt vervolgens niet uit of ik ze in alfabetische volgorde of van meest naar minst gespeeld bespreek. Ik begin dus met het alfabetisch meest gespeelde spel.

De Crew is een coöperatief slagenspel dat dit deze maand genomineerd werd voor de Kennerspiel des Jahres en waarvan deze maand een Nederlandse editie verscheen.  Tot 1 augustus is dit populaire spelletje exclusief verkrijgbaar bij spellenwinkels die zich 999-specialist mogen noemen. Op deze manier hoopt 999 deze winkels een handje te helpen om de corona-crisis door te komen (ik vind dat sympathiek van ze). De Crew is een redelijk standaard slagenspel, waarin je als team bepaalde opdrachten moet zien te vervullen (zoals zorgen dat die speler de slag met de roze drie haalt en die speler de slag met de groen acht). Het spel is eigenlijk bedoelt voor drie tot en met vijf spelers, maar gelukkig is er ook een tweepersoons variant die Niek en ik samen konden spelen. In die variant worden aan het begin van het spel zeven stapeltjes van twee kaarten apart gelegd (als een soort derde speler). Alleen de bovenste kaart van ieder stapeltje is zichtbaar. Iedere ronde wordt ook één van deze kaarten gespeeld door de  speler die in een ronde de startspeler is. Je speelt dit spel als een soort campagne door vijftig genummerde scenario’s door te spelen. De scenario’s worden steeds moelijker. Ieder scenario wordt ingeleid met een verhaaltje over een crew die eerst samen in training gaat en die daarna een ruimtereis gaat maken (lekker toepasselijk deze week waarin de SpaceX is gelanceerd). De eerste scenario’s zijn voor mensen die vaker slagenspellen hebben gedaan kinderlijk eenvoudig. De eerste zeven scenario’s wonnen Niek en ik dan ook bij de eerste poging, maar daarna moesten we soms een scenario herkansen. Inmiddels hebben we twaalf scenario’s gespeeld. Met twee spelers is dit een leuk spelletje. Ik kijk er dan ook naar uit om verder te spelen. Maar ik denk dat dit met meer dan twee spelers nog veel leuker zal zijn omdat het uitdagender wordt doordat je nog minder informatie hebt en dus meer moet proberen af te leiden uit wat de andere spelers doen. Het helpt daarbij dat iedere speler één keer tijdens een potje een hint mag geven over welke kaart(en) hij in handen heeft. Dit doe je door één kaart voor je neer te leggen en daar een fiche op te leggen dat aangeeft of dit je hoogste kaart in deze kleur, je laagste kaart in deze kleur of de enige kaart in die kleur is. Hierdoor ontstaat een soort puzzel waar je moet bedenken hoe je de andere spelers hun opdracht kan helpen uitvoeren op basis van jouw hand in combinatie met wat je weet over hun hand. En dan moet je hopen dat de anderen je plannetje snappen en er aan mee (kunnen) werken.

Peter Hein schreef een tijdje terug een recensie over Circlet he Wagons. Ik had nog nooit van dit spel gehoord en zou het geen tweede blik waardig hebben gegund als ik het in een spellenwinkel had zien liggen omdat het een cowboy-thema heeft. Maar toen ik de recensie van Peter Hein las, raakte ik geïnteresseerd en heb ik het spel snel aangeschaft. En ik blij dat ik dat gedaan heb! Het is een heerlijk snel tweepersoonsspelletje vol met interessante keuzes. Ieder spel worden drie opdrachtkaarten opengedraaid en daarna pakken de spelers om de beurt kaarten uit een rij. Je hoeft daarbij niet de eerste kaart te pakken, maar alle kaarten die je niet pakt, gaan naar de ander. Dit maakt het regelmatig heel lastig om te kiezen of je de eerste kaart pakt die matig is waardoor de ander de tweede kaart kan pakken die eigenlijk beter is. Maar als jij de tweede kaart pakt dan krijgt de ander die eerste kaart cadeau en dat is ook weer vervelend. Ik denk dat dit een spel wordt wat regelmatig mee op vakantie zal gaan (als we weer mogen/kunnen/willen) omdat dit kleine stapeltje kaarten een heleboel speelplezier oplevert. Als dat niet de definitie is van een reisspelletje, dan weet ik het niet meer.

Deze maand verscheen ook het nieuwe roll & write spelletje Je zult moeten Geven en Nemen. Ik ben een fan van dit genre en was dan ook heel benieuwd welke nieuwe twist er gevonden was. Die twist is dat er in dit spel geen vast scorebriefje is, maar dat je je “briefje” zelf moet opbouwen met vierkante kaarten waarmee je een 3 bij 3 veld vormt. Er zijn twee soorten kaarten: kaarten die je voordeeltjes op leveren tijdens het spel (bijvoorbeeld de waarde van een dobbelsteen met één verhogen of verlagen) en kaarten die punten opleveren (bijvoorbeeld punten voor alle roze kaarten in je raster. Je begint het spel met drie kaarten. Om een kaartje te mogen activeren moet je eerst een bepaalde combinatie van dobbelstenen afstrepen. In je beurt gooi je met de dobbelstenen en als je met de uitkomst van een worp één kaart vol kan maken (en je daarvoor kiest), dan ben je klaar. Maar als je dat niet kan (of wil) dan mag je zo veel dobbelstenen overgooien als je wil. De andere spelers mogen vervolgens één van de dobbelstenen gebruiken. Als je na je tweede worp weer niet in staat bent om een opdracht af te maken (of dat niet wilt) dan mag je nog een derde en laatste keer zo veel dobbelstenen overgooien als je wil (inclusief de dobbelstenen die je in eerste instantie apart had gelegd). Ook nu mogen de andere spelers weer één van de overgegooide dobbelstenen gebruiken. Als je na de derde worp nog steeds geen opdracht vol kan maken, dan mag je in plaats daarvan twee dobbelstenen gebruiken. Je kan daarnaast nog dobbelstenen inzetten om nieuwe kaarten te krijgen (dan moet je drie of vier dezelfde getallen gegooid hebben) of blind de bovenste kaart van een stapel pakken. Ik vind het idee om zelf je “scorebriefje” te maken leuk gevonden, maar het spel zelf is me net te traag om me echt te kunnen bekoren. Vooral doordat de andere spelers telkens een dobbelsteen krijgen als je over gooit, ontstaat veel wachttijd (de actieve speler wil lekker door gooien maar moet wachten tot de andere spelers hun keus gemaakt hebben).

Het laatste nieuwe spel dat ik gepeeld heb is een uitbreiding, namelijk Ticket to Ride Frankrijk en het Wilde Westen. Tijdens onze Ticket to Ride Challenge heb ik met veel plezier al die verschillende varianten die we in de kast hebben staan gespeeld. En daardoor werd ik toch nieuwsgierig naar de uitbreidingen die we nog niet hebben. Ik heb daarom Ticket to Ride Frankrijk en het Wilde Westen aangeschaft en heb daar geen spijt van gekregen. De Frankrijk kaart heeft als twist dat er wel op aangegeven staat waar spoor kan komen, maar nog niet welke kleuren er gebruikt moeten worden. Op het moment dat je kaarten trekt moet je ook op één van de sporen een kartonnen strookje leggen waarop staat welke kleur dat spoor krijgt. Ik vond dit echt zenuwslopend. Normaal probeer je de kaarten te verzamelen van de routes waar je langs wilt. Maar nu moet je dan ook nog eerst die routes creëren met zo’n strookje waardoor de andere spelers inzicht krijgen in je plannen. Omdat je niet in dezelfde beurt een strookje kan leggen én hem kan bebouwen, moet je altijd een ronde met samengeknepen billen hopen dat niemand anders deze route snel claimt. De Wilde Westen kant van het bord kan zelfs met 6 spelers gespeeld worden (de meeste Ticket to Ride spellen gaan tot en met 5 spelers). In deze variant bouwen alle spelers een beginstad van waaruit ze hun netwerk uitrollen. Je mag dus niet zo maar ergens een los stukje spoor neerleggen, maar moet echte verder vanuit je stad of vanuit eerder gebouwd spoor. Twee maal in het spel kan je aan je spoor een nieuwe stad bouwen. Als een andere spelers een stuk spoor gebruikt dat van of naar jouw stad gaat, krijg jij de punten van deze spelers voor de routes die hij net bouwde. Met twee spelers was er op een bord dat zelfs zes spelers kan hebben, natuurlijk erg veel ruimte en dus konden we makkelijk om elkaar heen bouwen om zo de stations van de andere speler te ontwijken. Dit deel van de uitbreiding kwam daardoor niet goed tot zijn recht. Maar toch was het wel weer een leuk bord om te doen en heb ik het verder met plezier gespeeld. Het lijkt me erg leuk om deze variant met meer mensen te spelen zodra dat weer mag.

Deze maand speelden Niek en ik verder vooral veel spellen van Knizia vanwege onze Knizia-challenge (lees hier deel 1, deel 2 en deel 3). Het is echt leuk om een challenge voor jezelf te bedenken als je veel tijd hebt om spellen te doen omdat je daardoor spellen doet die anders niet uit de kast zouden zijn gekomen. We hebben nog geen nieuwe challenge bedacht, maar dat zal vast nog wel gebeuren.

Deze maand kwam ook eindelijk het pakketje van Meeplesource aan. Het had er op een dag na twee maanden over gedaan door alle vertragingen in het internationale postverkeer als gevolg van Corona. Doordat er bijvoorbeeld minder vliegtuigen vliegen, gaat sommige post met de boot mee omdat er niet genoeg ruimte is in de vliegtuigen die wel gaan en dat kost natuurlijk veel extra tijd. In dit pakketje zat de upgrade voor het doelenbord dat je als vervanger kan gebruiken voor het simpele bordje dat standaard in de doos zit. Wij hebben het spel meteen weer een paar keer gedaan met dit prachtige bord op tafel en hebben inmiddels ons 50 potje van dit jaar achter de rug (en daardoor het spel in totaal meer dan 150 keer gespeeld).

Niek en ik hebben verder onze reiseditie van Scrabble weer voor het eerst gebruikt. Normaal spelen we in de zomer regelmatig scrabble op terrasjes, maar dat zat er natuurlijk niet in (vanaf vandaag mag het weer). In plaats van op een terras zijn we lekker op een bankje aan de boulevard  van Katwijk gaan zitten. Dat gaf meteen een echt zomers gevoel en gaan we deze zomer vast vaker doen.

En ten slotte heb ik ook deze maand weer af en toe online spellen gedaan als vervanger van echte spellendates. Tijdens het spelen (beeld)bel ik dan met de mensen waar  ik mee speel zodat we tijdens het spelen nog een beetje kunnen kletsen en trashtalken. Het blijft een slap aftreksel van het in het echt met elkaar om tafel zitten, maar ik beleef er toch veel plezier aan op die manier te spelen met mensen waar ik net mee samenwoon.