woensdag 22 januari 2020

Recensie: Porto


Als je het speelbord van Porto ziet, dan kan het bijna niet anders of je krijgt zin om een stedentrip te boeken naar deze stad. Het speelbord toont namelijk een havenstad waar het lekkere eten en het glaasje port al op je staan te wachten en waar je kan dwalen in straten met vrolijk gekleurde huizen waartussen de was hangt te wapperen en waar draken en  vliegtuigen over je hoofd scheren onder begeleiding van prachtige muziek. Het spelbord is één van de mooiste borden die ik in tijden heb gezien. Hoe langer je er naar kijkt, hoe meer kleine, grappige details je ziet.

In Porto gaan de spelers aan de slag als aannemers om de prachtig gekleurde huizen die direct aan het water staan te bouwen. Het bouwen gaat echter wel met Zuid-Europese nonchalance: je kan rustig aan een gebouw beginnen om het vervolgens te laten versloffen omdat je eerst even ergens anders aan de slag gaat. Het kan zo maar zijn dat ondertussen iemand anders verder bouwt aan het gebouw waar jij mee gestart bent. Of niet waardoor het gebouw nooit af komt.

Het spelverloop doet een beetje aan Ticket to Ride denken. In je beurt mag je namelijk óf kaarten trekken óf kaarten spelen om te bouwen. Er zijn kaarten in 5 kleuren en de kaarten bevatten een nummer (1, 2 of 3). Als je kaarten speelt, dan speel je altijd twee kaarten tegelijkertijd: de ene kaart geeft dan aan in welke kleur je wilt bouwen en de andere kaart geeft aan hoeveel verdiepingen je gaat bouwen. Als je dus een blauwe 2 met een gele 1 speelt dan kan je kiezen of je je 1 blauwe verdieping wil bouwen of twee gele.

Het bouwen levert op verschillende manieren punten op. Allereerst krijg je punten voor het bouwen zelf: je krijgt altijd net zo veel punten als de hoogste verdieping die je hebt gebouwd (dus als je 2 verdiepingen bouwt op een huis dat al 3 verdiepingen hoog was, dan krijg je 5 punten) en je krijgt punten voor iedere buurverdieping waar je naast bouwt (dus voor het gebruik maken van reeds bestaande muren). Verder krijg je punten voor het starten en voor het afbouwen van een huis (een fiche met een waarde van 1 tot en 4 geeft aan hoeveel punten je krijgt). Op deze manier kan je al flink wat punten scoren.

Maar daarnaast kan je ook nog punten scoren door opdrachtkaarten te vervullen. Aan het begin van het spel krijgen alle spelers een aantal opdrachtkaarten waar ze er een paar uit kiezen. Deze kaarten leveren bijvoorbeeld punten op als je een blok huizen in bepaalde kleuren weet af te bouwen of voor het volbouwen van een bepaald deel van het bord. Verder liggen er tijdens het spel altijd nog vier openbare opdrachtkaarten op het bord. Deze leveren punten op als je bijvoorbeeld een bepaalde combinatie van kaarten speelt (een blauwe en een gele), of een bepaald aantal verdiepingen bouwt of een huis in een bepaalde kleur afbouwt.

Het spel is afgelopen als een bepaald aantal huizen is afgebouwd (afhankelijk van het aantal spelers). De ronde wordt dan nog uitgespeeld en de speler die de meeste punten heeft gescoord, wint het spel.

…en de waardering

Porto speelt bedrieglijk simpel weg: kaartjes pakken, verdiepingen bouwen. De uitdaging zit in dit spel in het bouwen van de juiste verdiepingen van de juiste huizen op het juiste moment. Natuurlijk wil je proberen je eigen opdrachten te vervullen en daarvoor moet je vaak zorgen dat je als eerste aan een huis begint om er op die manier voor te zorgen dat huizen bijvoorbeeld de juiste kleur krijgen. Ondertussen moet je de openbare opdrachtkaarten goed in de gaten houden en kan het heel lonend zijn om even te bouwen aan een huis waar je verder niet zo veel interesse in hebt, maar waarmee je even snel wat punten kan scoren doordat je één of zelfs meerdere opdrachtkaarten in één keer vervuld. En dan zit er ook nog een ruimtelijk element in doordat hogere verdiepingen meer opleveren dan lagere en je ook meer punten scoort door naast een ander gebouw te bouwen. Soms wil je daarom liever even een rondje wachten met bouwen in de hoop dat een andere speler een huis al wat hoger heeft gemaakt of aan de buurhuizen heeft gebouwd zodat je met dezelfde moeite meer punten scoort.  

Doordat Porto makkelijk speelt, maar voldoende mogelijkheden biedt om door slim te spelen meer punten te scoren is het een leuk, vlot spel dat geschikt is voor een breed publiek.







Auteur: Orlando Sá
Uitgever: Mebo, 2019
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: 8 jaar
Speelduur: 45-60 minuten
Prijs: circa 35 euro

zondag 19 januari 2020

Recensie: Cartographers

Al een paar jaar worden we bedolven onder een ware tsunami aan afvinkspellen. De meeste daarvan zijn dobbelspelletjes, met Qwixx en Clever als twee van de meest populaire titels. Maar alles wat dobbelstenen kunnen als toevalsgenerator, kunnen kaarten natuurlijk beter. Bovendien kun je met kaarten ook meer doen met vormgeving en thema. Zo kregen we in 2018 Welcome To…, waarin je een Amerikaanse nieuwbouwwijk in de jaren 50 in moest richten in nette buurten voorzien van zwembaden en parken. Thematisch werkte dat verrassend goed. Ook in Cartographers draait het om ruimtelijke ordening. Op gezag van koningin Gimnax moet je een verre uithoek van het koninkrijk in kaart brengen en inrichten.



Dat klinkt als heel wat, maar in feite ben je gewoon bezig je blaadje met tetrisvormen te vullen. Het spel wordt gespeeld in vier seizoenen, waarin een voor een kaarten worden omgedraaid. Op zo’n kaart staat een vorm die je op je blaadje moet intekenen en het type terrein dat deze vorm moet hebben. Af en toe komt er een kaart met monsters langs: dan mag de speler naast je kiezen waar de monsters komen en zo je planning in het honderd sturen.


Na afloop van het seizoen krijg je punten op basis van verschillende terreinsoorten en strafpunten voor vrij rondzwervende monsters. Wie na vier seizoen de meeste punten scoort mag zich de beste cartograaf van het land noemen.

...en de waardering

Ik ben een groot liefhebber van roll & write spellen en de vraag was dan ook niet of ik Cartographers leuk zou vinden, maar hoe leuk ik het zou vinden. En het antwoord is: heel erg leuk! Dit spel voegt echt wat toe aan het genre. Het spel springt er voor mij uit omdat het meer variatie biedt doordat in ieder spel een andere combinatie van scoremogelijkheden voorbij komt. Ik vind het ook erg leuk dat je gedurende het spel langzaam een kaart op je papiertje ziet ontstaan, zeker als je met gekleurde stiften tekent. De toevoeging van de monsterkaarten zorgt verder voor meer interactie dan je in dit genre spellen doorgaans hebt. Veel roll & writes zijn eigenlijk multiplayer solitair spellen, maar door de monsters is dat bij Cartographers echt niet het geval. Kortom: Cartographers is een heerlijk puzzel.






Cartographers is een alleraardigst puzzelspelletje met veel variatie. Die zit niet alleen in het terreinsoort en de vorm die je in moet tekenen, maar ook in de puntentellingen. Net als in Skye trek je bij het begin een aantal willekeurige scorekaarten die dit spel bepalen waar de punten mee te verdienen zijn. Na afloop van ieder seizoen worden twee van de vier kaarten gebruikt, telkens in een ander paar. De ene keer moet water aan akkers grenzen, de andere keer juist niet. De scorekaarten sluiten het ene potje beter op elkaar aan dan anders, en ook het seizoen waarin ze scoren is van belang. Als bossen pas tegen het einde scoren, kun je ervoor kiezen ze in het begin te negeren, of juist niet om later een grote klapper te maken.


Nadeel is dat het accent in het puzzelen soms op het passen van de vormen ligt en minder op strategische keuzes. Het gevoel van voldoening van een geslaagde strategie, die je bij Welcom To… kunt hebben is hier minder aanwezig. Het is allemaal een tikje abstracter, net als de thematische achtergrond. Daar staat tegenover dat de vormgeving puik in orde is en dat met wat gekleurde stiften en een beetje creativiteit geen enkel afvinkspel zulke fraaie scoreblaadjes oplevert.







Auteur: Jordy Adan
Uitgever: Thunderworks Games (2019)
Aantal spelers: 1 tot 100, vanaf 10 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: ca 25 euro

Recensie: Red Dragon

Sinds ik in een ver verleden leerde klaverjassen heb ik een zwak voor slagenspellen. Met een paar twists op de basisprincipes van een kaart per speler, kleur bekennen en introeven zijn hier al vele honderden, maar waarschijnlijker duizenden varianten op bedacht. Ieder keer als je denkt dat je alles wel zo’n beetje gezien hebt komt er weer een spel langs waarvan je wenste dat je het al langer kende.

Red Dragon, van het Hongaarse A-Games, is zo’n spel. Zoals de meeste Europese landen heeft Hongarije zijn eigen kaartspeltraditie, die ook de inspiratiebron vormde voor Red Dragon. De regels zijn eenvoudig genoeg: je moet kleur bekennen, er is geen troef en elke gewonnen slag levert een aantal punten af (afhankelijk van het aantal spelers). Het geniepige is dat de rode kaarten strafpunten opleveren gelijk aan hun waarde. Uitzondering is de rode 11, die zelfs 26 strafpunten kost. Rode kaarten wil je dus mijden als de pest. Vaak wil je liever slagen duiken. Haal je zelfs geen enkele slag, dan krijg je een bonus, die overigens kleiner is als anderen daar ook in slagen.

Met deze eenvoudige regels zou Red Dragon een grappig spel zijn met een hoge geluksfactor. De interessante twist zit aan het begin van een ronde. Dan legt iedere speler een paar kaarten uit zijn hand af, waarna iedereen een voor een weer een paar van die afgelegde kaarten in de hand neemt. Zo kun je er dus voor zorgen dat je van die hoge rode kaarten afkomt, of een kleur helemaal niet hebt en snel rode kaarten op anderen kunt dumpen tijdens het slagenspel.


...en de waardering

Red Dragon is een van de leukste nieuwe slagenspellen die ik de afgelopen jaren speelde. Het is makkelijk om te leren, maar lastiger om goed te spelen. Ik houd altijd wel van een gemeen element in slagenspellen en daar voorziet Red Dragon ruimschoots in. Het is niet zo kwaadaardig als Sticheln, maar anderen een hak zetten is ook hier erg bevredigend. Een ander pluspunt is dat de verleiding van het ontwijken van slagen bedrieglijk is. Het levert een mooie bonus op, maar regelmatig scoort de speler die risico’s durft te nemen en strafpunten op de koop toe neemt beter dan laffe duikers die geen enkele slag halen. Red Dragon zal nog vaak op tafel komen.







Auteur: Csaba Hegedűs
Uitgever: A-Games (2019)
Aantal spelers: 3 tot 6, vanaf 10 jaar
Speelduur: 30 tot 45 minuten
Prijs: ca 10 euro

zaterdag 18 januari 2020

De leukste spellen van 2019

Vorig jaar heb ik jammer genoeg verstek laten gaan met een jaaroverzicht. Onder het motto ‘beter laat dan nooit’ wil ik die fout niet nog eens maken. Hoewel ik al jaren meer gericht ben op het spelen van spellen die ik al heb en minder op het ontdekken en kopen van nieuwe spellen speel ik uiteraard nog steeds tientallen nieuwe titels per jaar. Soms schaf ik er daar wel eens eentje van aan. Ook 2019 had weer genoeg leuks te bieden. Een daarvan durf ik zelfs wel tot mijn favorieten van het voorbije decennium te rekenen. Dat klinkt trouwens ook wel als een overzicht dat de moeite waard is.

Voor nu wil ik jullie trakteren op mijn favoriete spellen van het afgelopen jaar. Sommige verschenen al eerder, maar waren voor mij wel nieuw.

5. El Dorado: Golden Temples
Hoewel Reiner Knizia claimt nooit spellen van anderen te spelen, valt wel op hoe door andere geïntroduceerde spelideeën in zijn ontwerpen doordringen. Het heeft een kleine tien jaar geduurd, maar met El Dorado had ook Knizia een keer zijn eigen deckbouwspel gemaakt. Het was de moeite van het wachten waard, want El Dorado was een van zijn beste bordspellen in jaren. Die Goldene Tempel is een zelfstandig speelbare opvolger, die je ook in combinatie met het origineel kunt spelen. In plaats van dat je allemaal hetzelfde parcours af moet lopen, moet je nu schatten verzamelen in verschillende tempels. Iedereen kiest zijn eigen pad, maar je loopt elkaar nog steeds vaak in de weg. Ik kan niet wachten het eens in combinatie met het origineel te spelen.

Ik speel met allerlei verschillende mensen bordspellen. Aan de ene kant de hardcore liefhebbers voor wie niets te complex is, aan de andere kant mensen voor wie iedere spelregel er eentje te veel is. Een speluitleg van meer dan 30 seconden is voor hen eigenlijk al teveel gevraagd. Just One is ideaal voor deze groep: je kunt gewoon beginnen zonder uit te leggen, dat blijkt tijdens het spel wel. Maar ook met liefhebbers is Just One erg geschikt. Een beetje taalgevoel en creativiteit is alles wat je nodig hebt. Het begint zo langzamerhand tijd te worden voor een set nieuwe kaarten. Ik vraag me alleen af wie heeft bedacht dat het een goed idee was om een woord als ‘chanoeka’ in een spel voor een breed publiek op te nemen. 

Iemand die ook niet zoveel met chanoeka ophad was de hoofdpersoon van dit spel. De titel maakt dat je wat meer je best moet doen om mensen aan het spelen te krijgen. Wie zich daar overheen kan zetten wacht een bijzonder spannend en leuk sociaal deductiespel. Door de spelopzet kun je veel meer dan in bijvoorbeeld De Mol of Weerwolven proberen te beredeneren welke spelers in jouw team zitten of hoe je je tegenstanders om de tuin kunt leiden. Dat de slechterik niet weet wie zijn bondgenoten zijn maakt het extra spannend. De gratis app met de stem van Will Wheaton die je als ondersteuning in de beginfase kunt gebruiken is de kers op de taart.

Het eerste seizoen van Pandemic Legacy heb ik met veel plezier gespeeld, maar bleef nog dicht bij het origineel en was daardoor soms weinig verrassend. Deel 2 pakt het heel anders aan. Ook nu moet je weer met blokjes schuiven en uitbraken voorkomen, maar is het bord een groot onontdekt terrein. Dat maakt het tweede seizoen een stuk spannender. Wat gaan we in Europa of Zuid-Amerika aantreffen? Hoe komen we bij die verlaten basis in Siberië? Het is één grote ontdekkingsreis, dat soms nog maar een klein beetje aan Pandemie doet denken. Net als het eerste seizoen neemt de complexiteit met iedere maand toe, zodat je erg gemakkelijk regelfouten kunt maken, maar de spanning van het verhaal maakt dat helemaal goed.

Met een beetje kwade wil kun je zeggen dat het beste nieuwe spel van het afgelopen jaar helemaal geen nieuw spel is. New Frontiers is gewoon een mix tussen Puerto Rico en Race for the Galaxy, wat toch al twee nauw verwante spellen waren. En toch is New Frontiers weer een frisse en waardevolle toevoeging aan dit universum, die ik met enorm plezier speel. Het combineert de variatie en de snelheid van Race met de diepgang van Puerto Rico. Bevredigende bordspellen die je met gemak in een uur kunt spelen, ik kom ze te weinig tegen.


Naast deze vijf spellen verschenen er meer leuke titels die een eervolle vermelding waard zijn (in alfabetische volgorde)

Dobbel zo clever: deze geslaagde opvolger van Clever is weer net zo verslavend en waarschijnlijk daardoor mijn meest gespeelde spel van het jaar;
Hadara: een relaxt ontwikkelspel, waar je punten en inkomen goed moet balanceren;
Menara: een mooi samenwerkingsspel waarbij het bouwidee van Villa Paletti nu wel een echt leuk spel oplevert;
Red Dragon: mijn goedkoopste Spielaanschaf was ook van de beste aankopen. Het is nog steeds mogelijk leuke nieuwe slagenspellen te bedenken;
Taveernen van de oude stad: na El Dorado weer een geslaagde deckbouwer met bord. Ooit ga ik snappen hoe ik dit spel goed moet spelen;
Wingspan: de absolute tophit van 2019 is een degelijk bordspel met veel variatie;
Yellow & Yangtze: mijn duurste Spielaanschaf was ook een van de beste aankopen. Beter dan Eufraat en Tigris? Zou zo maar kunnen. Soepeler in ieder geval.

woensdag 15 januari 2020

Recensie: Chronicles of Crime: Noir


Chronicles of Crime is een coöperatief spel waarin je (samen) een politieman speelt die misdaden moet gaan oplossen. De herspeelbaarheid van dit soort spellen is natuurlijk beperkt doordat je een zaak maar één keer kan oplossen. Gelukkig zijn er in de app die bij dit spel hoort voor het basisspel al (tegen betaling) een aantal extra scenario’s te downloaden. En als je daar ook klaar mee bent, dan kan je nu de uitbreiding Noir kopen om je crimesolving-skills verder te ontwikkelen.

In Chronicles of Crime Noir verlaat je de crimescenes in Londen en reis je terug in de tijd naar het Los Angeles van de na oorlogse jaren. Je bent in deze wereld privédetective Sam Spader. Waar je in het basisspel de hulp kon inroepen van keurige experts (een forensisch arts, een computerdeskundige en gedragsdeskundige) om een zaak te kraken, ben je als Sam Spader op jezelf aangewezen. Het doel heiligt de middelen voor Sam, dus als het nodig is om de wet te overtreden om een zaak op te lossen, dan doet hij dat. En dus kan Sam getuigen aan het praten krijgen door ze te intimideren (lees: in elkaar slaan) of om te kopen. Ook draait Sam zijn hand niet om voor een inbraak of voor het schaduwen van personen. Natuurlijk kleven er ook risico’s aan de inzet van dit soort “opsporingsmiddelen”. Voor je het weet slaan verdachten terug of nemen ze je geld aan om er vervolgens vandoor te gaan.

In de app staan vier scenario’s die je met deze uitbreiding kan spelen. Noir werkt in principe hetzelfde als het basisspel. Je kiest in de app één van de scenario’s die je wil spelen. De app geeft je dan de achtergrondinformatie en verteld je welke locatie en personenkaarten je moet pakken en daarna kan  het spelen beginnen door het scannen van de QR-codes op de locatie, personen en voorwerpkaarten om zo meer informatie te achterhalen. De speciale acties (intimidatie, inbreken, schaduwen en omkopen) kan je ook inzetten door de daarbij horende QR-codes te scannen.

…en de waardering

Liefhebbers van Chronicles of Crime zullen zich zeker vermaken met deze uitbreiding. Het is namelijk meer van hetzelfde met een kleine twist (de speciale acties). Ik heb de eerste twee scenario’s met heel veel plezier gespeeld. De makers van de app hebben hun best gedaan om het spel zo veel mogelijk de sfeer van een “film noir” mee te geven. Dit zijn misdaadfilms  vol met privédetectives, femme fatales, maffiosi en corrupte politieagenten. De plots zijn een beetje clichématig, maar dat past goed bij de setting en gaf mij juist richting bij het zoeken naar de oplossing. Ik vind Noir dan ook een heel geslaagd vervolg voor Chronicles of Crime.








Auteurs: Stéphane Anquetil en David Cicurel
Uitgever: 999 games, 2019
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: circa 60 minuten
Prijs: circa 25 euro

zondag 12 januari 2020

Recensie: Tapestry

Onder invloed van Kickstarter is er de laatste jaren een wapenwedloop ontstaan in de vormgeving van spellen. Met een beetje hout en karton kun je niet meer aankomen. Miniaturen moet je leveren, bij voorkeur groot, gedetailleerd en kleurrijk. Dat is allemaal aanwezig in Tapestry: een enorme doos, gevuld met tientallen miniaturen en speelkaarten van mysterieus stevig materiaal. Of je het mooi vindt is een kwestie van smaak, verzorgd is het in ieder geval.

Wat spelidee betreft is Tapestry een stuk minder opvallend. Het is een klassiek sneeuwbalspel, waarbij je een beschaving opbouwt door je in verschillende richtingen te ontwikkelen. Dat ontwikkelen kost grondstoffen, waarvan je er aan het begin een paar krijgt. Na een tijdje zijn ze wel zo’n beetje op, waarna je een inkomensronde kunt nemen. Daarin oogst je nieuwe grondstoffen en scoor je punten, waarbij het natuurlijk de bedoeling is om iedere keer weer meer te scoren dan de vorige keer.


Het moment van je inkomensronde mag je zelf kiezen. Na je vijfde ben jij klaar, maar spelen de anderen verder tot ook zij hun vijfde en laatste keer inkomen hebben gekregen. Uiteraard wint de speler met de hoogste score.

...en de waardering

Als je van spellen houdt met veel variatie en keuzevrijheid zit je bij Tapestry goed. Met zestien verschillende beschavingen en tientallen technologie- en tapijtkaarten is geen potje hetzelfde en met de keuze voor de verschillende ontwikkelrichtingen kun je elke keer een andere strategie kiezen. Maar voor de liefhebber van elegante en interactieve spellen is Tapestry een grote afknapper. Het is stroperig en langdradig, verplicht je soms tot keuzes die eigenlijk niet wilt en is grotendeels solitair. Er is weliswaar een speelbord waar je gebieden kunt ontdekken en veroveren, maar de actie op het bord is secundair en vrij tam. Wat er op de ontwikkelingssporen gebeurt is belangrijker, maar op af en toe een sprintje na wie als eerst een nieuwe ontwikkeling bereikt, is daar ook de interactie beperkt. Voor zo’n ambitieus spel is het allemaal wat onbevredigend.


Daarbij zit de overdadige vormgeving eerder in de weg dan dat het ondersteunt. De plastic miniaturen zijn indrukwekkend, maar thematisch irrelevant en zorgen voor een gebrek aan overzicht. Ze zijn het tegenovergestelde van functioneel.

Al deze bezwaren zijn irrelevant als je van lange spellen houdt waarbij je je eigen strategie uit kunt zetten, nauwelijks gehinderd door anderen. Voor mij was het helaas teveel een langdradige puzzel.







Auteur: Jamey Stegmaier
Uitgever: 999 Games (2019)
Aantal spelers: 1 tot 5, vanaf 14 jaar
Speelduur: 90-180 minuten
Prijs: ca 80 euro

vrijdag 3 januari 2020

Dominion-opruimproblemen en mijn oplossing


Ooit paste Dominion gewoon in de doos waarin ik het spel heb gekocht. Dat duurde helaas niet zo lang want al snel kwam de ene na de andere uitbreiding op de markt. Al die extra kaarten zorgden voor extra variatie en speelplezier, maar zorgden tegelijkertijd voor hoofdbrekers over hoe ik Dominion het handigst kon opruimen.

Ik wilde graag alles bij elkaar in één doos houden en dus kocht ik een mooie stevige plastic doos. Ik stopte alle setjes kaarten in een apart zakje en mikte deze in de doos. Ik zorgde er voor dat de geld, punten en vloekkaarten altijd boven in lagen en trok iedere keer als ik Dominion speelde tien willekeurige zakjes uit de doos en daar speelden we mee. Dat werkte prima, behalve als er een keer een kaart verdwaalde want dan was het wel even zoeken om hem weer in het juiste zakje terug te stoppen.

Maar er bleven maar nieuwe uitbreidingen komen en dus moest ik iets anders. Ik besloot over te stappen naar een mooi hobby-krat met bakjes waarin de Dominion-kaarten keurig pasten. Ik kocht gekleurd papier en maakte dividers. Ik gebruikte een andere kleur voor iedere uitbreiding en de kaarten stonden per uitbreiding alfabetisch gesorteerd. In den beginnen was er zelfs nog heel veel ruimte over. Dat was maar goed ook, want er bleven maar nieuwe uitbreidingen uitkomen.

En toen was mijn doos vol. Door de bakjes met alle metalen tokens en de kartonnen spelersmatjes e.d. uit de doos te halen wist ik met enige moeite nog genoeg ruimte te maken om tot en met de elfde uitbreiding in de doos te stoppen. De metalen tokens bewaar ik in een apart plastic bakje met vakken. De kartonnen spelersmatjes en kartonnen spelersfiches deed ik in zakjes per kleur en legde ik los op de doos.

De twaalfde uitbreiding (Renaissance) kocht ik vervolgens wel, maar heeft maanden lang onderin mijn kast gestaan omdat ik niet wist hoe ik hem moest opruimen. Ik vind het echt heel fijn om alles  bij elkaar te houden, maar dat zou niet  meer gaan lukken. Zelfs als ik een groter hobby-krat zou  kunnenvinden, dan nog zou dat geen oplossing zijn omdat mijn huidige krat eigenlijk al te zwaar is om te tillen.

Ik heb daarom uiteindelijk maar een speciale kartonnen doos gekocht die gemaakt is om Magic-kaarten (of andere CTG’s) in te bewaren. In deze doos heb ik mijn geld, punten, vloeken, potion en andere kaarten die je niet kan kopen gestopt (denk aan Shelters, Ruins, Boons, Events en Landmarks). In deze doos heb ik verder mijn randomizer-deck gestopt.

Ik had de laatste tijd ook steeds meer moeite om een bepaalde kaart te vinden. Er zijn inmiddels zo veel decks dat ik niet meer kon onthouden wel symbool bij welk deck hoort en achter welke kleur divider die kaarten ook al weer stonden. Ik besloot daarom alle kaarten op alfabetische volgorde te gaan zetten. Dat was meer werk dan ik dacht. Het is echt bizar hoeveel kaarten er zijn. Door deze excercitie kwam ik er verder achter dat er geen Dominion-kaarten zijn die met een Z beginnen (ik heb alleen de basisset in het Nederlands, een paar promo’s in het Duits en verder alle kaarten in het Engels). 

En daarna heb ik eindelijk Renaissance uitgepakt en tussen de andere Dominion-kaarten opgeborgen.  Ook in deze set zaten speciale spelersbordjes (en houten blokjes). Ik vond de zakjes die los op de doos lagen toch niet zo’n geslaagde oplossing en dus besloot ik dit spelmateriaal in het doosje van de upgrade van de Dominion-basiskaarten te stoppen.

Alles is nu weer netjes opgeruimd. Helaas is Dominion nu te groot geworden om alles in één doos op te ruimen waardoor ik nu vier aparte dozen moet pakken als ik Dominion wil gaan spelen. Maar omdat alles nu netjes georganiseerd is, verwacht ik dat ik sneller in staat zal zijn om de kaarten die ik voor een bepaald potje nodig heb te vinden.

En het goede nieuws: ik heb weer genoeg ruimte voor de volgende uitbreiding. Op BGG las ik namelijk afgelopen oktober dat er dit jaar weer een nieuwe uitbreiding uit gaat komen. Ik heb verder nog geen informatie kunnen vinden, dus daar moeten we nog even op wachten. Tenzij de volgende uitbreiding een kleine uitbreiding is (ik verwacht het niet omdat de laatste uitbreidingen telkens grote uitbreidingen waren), wordt dat meteen de laatste die ik op kan bergen. Mocht er dus ooit een veertiende uitbreiding komen, dan moet ik opnieuw gaan nadenken over hoe ik die op ga ruimen (als ik hem wil hebben).

Ik ben vast niet de enige Dominion-liefhebber met dit probleem. Ik ben heel nieuwsgierig hoe andere spelers dit spel bewaren. Zijn er bijvoorbeeld mensen die alle uitbreidingen nog in hun originele dozen hebben zitten? Of stop je de minder leuke kaarten (die van Alchemy bijvoorbeeld) ergens anders zodat je al je favoriete kaarten bij elkaar houdt? En hoe sorteer je de kaarten, op alfabet, op waarde, op set of nog anders? Ik zou het leuk vinden als andere Dominion-liefhebbers een reactie op dit blogje achterlaten. Wie weet inspireert het mij weer om Dominion nog handiger op te ruimen.