woensdag 16 januari 2019

Recensie: Dinosaur Island


Binnen de spellenwereld worden spellen vaak in twee hoofdgroepen gedeeld: Ameritrash en Eurogames. Het verschil tussen deze twee groepen zit vooral in de complexiteit (Ameritrash is complexer), de uitvoering (Eurogames zijn simpeler en bevatten minder plastic), de geluksfactor (meer aanwezig in Ameritrash) en hoe thematisch een spel is (in Ameritrash staat het thema central, in Eurogames het spelmechanisme). Dinosaur Island is een dappere poging van een stel Amerikanen om een Eurogame te ontwerpen, waarbij ze het toch niet konden laten om er her en der een snufje Ameritrash aan toe te voegen.

Dinosaur Island is eigenlijk Jurassic Park, the boardgame. In dit spel gaan de spelers de strijd met elkaar aan om het beste dino-park te ontwikkelen. Iedere ronde bestaat uit 5 fases. In de eerste drie daarvan bouw je je park langzaam uit, in de vierde fase komen de bezoekers en in de vijfde fase zet je het spel klaar voor de nieuwe ronde. Iedere fase speel je op een ander bord en in iedere fase gelden andere regels. Dat klinkt gelukkig ingewikkelder dan het is.

Ieder park heeft een aantal werknemers en wetenschappers in dienst. De wetenschappers mag je in de eerste fase aan het werk zetten. Met de wetenschappers kan je onder andere de DNA-codes van dinosaurussen krijgen en het DNA dat nodig is om zo’n dino dan vervolgens ook te klonen. Als je een wetenschapper niet inzet, dan mag je hem in de vierde fase als gewone werknemer inzetten (daar sta je dan met je doctorstitel op zak op een koude dag als bewaker aan de poort).

In de tweede fase mag iedere speler twee dingen kopen op de vrije markt. Je kan bijvoorbeeld nog wat extra DNA kopen, maar je kan ook investeren in je laboratorium of in personeel (via een headhunter weet je de beste specialisten in dienst te krijgen). Of je investeert in je park door een souvenirshop, horecapunt of leuke attractie aan te schaffen zodat nog meer bezoekers zich bij je kunnen vermaken.

In de derde fase gaan je medewerkers (en eventuele wetenschappers) aan de slag in je park. Ze bouwen nieuwe verblijven, kweken nieuwe dinosaurussen op basis van de DNA-codes die je eerder hebt gekocht, ze lobbyen voor meer geld en (heel belangrijk) ze werken aan de beveiliging van het park. Het zou per slot van rekening heel naar zijn als er een dinosaurus uitbreekt. Stel je voor dat er dan bezoekers worden opgegeten.

In de vierde fase mag je dan eindelijk de deuren van je park openen. Afhankelijk van het aantal en type dinosaurussen komen er een aantal bezoekers op je park af. En dan is het maar te hopen dat het allemaal betalende bezoekers zijn, want vervelende hooligans sneaken naar binnen voor je het door hebt (je trekt blind bezoekers uit een zakje en een klein deel daarvan is een hooligan). En het ook is te hopen dat er genoeg ruimte in je park is. Als je heel veel mooie dinosaurussen hebt, dan kan het zo maar zijn dat er geen plaats is voor alle bezoekers (daarom moet je dus horecapunten, souvenirshops en attracties bouwen). Hopelijk heb je ook je beveiliging op orde, zo niet dan worden er helaas een paar bezoekers op gegeten. Gelukkig leveren betalende bezoekers die je park in zijn gekomen en niet zijn opgegeten door een dino ten slotte overwinningspunten op.

Aan het begin van het spel zijn een aantal doelen neergelegd. Je kan daarbij kiezen of je met doelen voor een kort, middel of lang speelt. Je trekt uit de gekozen stapel één doel meer dan het aantal spelers. De doelen gaan bijvoorbeeld over het aantal bezoekers dat je in één ronde trekt of het aantal DNA’s dat je verzameld hebt. Als je als eerste een doel realiseert, dan scoor je daarvoor punten. Zodra er net zo veel doelen gehaald zijn als er spelers zijn, is het spel afgelopen. Je krijgt dan nog wat punten voor sommige attracties, specialisten en het geld dat je over hebt. En wie dan de meeste punten heeft, wint het spel.

… en de waardering

Dinosaur Island is een heerlijk spel, waarbij het DNA voor 75% bestaat uit Eurogame-DNA en 25% uit Ameritrash-DNA. Dit vleugje Ameritrash uit zich bijvoorbeeld doordat her en der uitzonderingsregels de kop op steken die in een Eurogame nooit waren geaccepteerd omdat ze het spel nodeloos complex maken. In mijn eerste potjes moest ik dan ook regelmatig nog even iets checken in de spelregels. Het spel is ook wat minder gebalanceerd als een standaard Euro-game. Zo krijgt alleen de speler die als eerste een doel haalt de punten, maar krijgen spelers die in volgende rondes hetzelfde doel halen niets. In een pure Euro-game zou je ongetwijfeld nog wel iets hebben gekregen voor de moeite. Ook het blind trekken van brave, betalende bezoekers (leveren geld en punten op) en hooligans (leveren niets op) uit een zakje is een gelukselement dat nooit in een pure Eurogame terecht zou zijn gekomen. Wát je doet is in Dinosaur Island gelukkig nog steeds belangrijker dan deze geluksfactoren, maar als iedereen het precies even slim speelt dan kan het best zijn dat de winnaar bepaald wordt door wie de minste hooligans heeft getrokken.

Maar het Ameritrash-DNA zorgt er ook voor dat dit een heerlijke thematisch spel is over een aansprekend onderwerp. Het is echt leuk om je Dino-park te zien groeien en soms de afweging te maken om toch die gevaarlijke dino vast te klonen terwijl je weet dat je beveiliging niet op orde is waardoor er helaas een bezoeker door een dino te grazen wordt genomen...  Het spelmateriaal ziet er ook super gelikt uit, met grappige roze plastic dino’s als kers op de taart. Ik vermaak me dan ook kostelijk met dit spel en neem daarbij de scherpe Ameritrash-randjes op de koop toe.







Auteurs: Jonathan Gilmour, Brian Lewis
Uitgever: Pandasaurus Games, 2017
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 60-120minuten
Prijs: circa 75 euro

zaterdag 12 januari 2019

Recensie: Drop it


De auteurs van Drop it (Bernard Lach en Uwe Rapp) schaken al 25 jaar met elkaar bij dezelfde schaakclub. Schaken is een strategisch spel waarin liefhebbers ellenlang over een zet kunnen nadenken omdat ze in hun hoofd alle mogelijkheden door moeten denken. Dit klinkt mij te veel als werk en dus ben ik nooit aan schaken begonnen. Hoe leuk Bernard en Uwe schaken ook vinden (anders hadden ze het geen 25 jaar bij een schaakclub volgehouden), schijnbaar houden ze ook van wat lichtere spellen. Als hobby-project bedenken ze daarom samen eenvoudige maar uitdagende spellen waarbij spelplezier de boventoon voert. Met zo’n beschrijving lok je me wel naar de spellentafel!

Drop it is een behendigheidsspel waarin je gekleurde houten vormen in een rechtopstaande plastic houder moet laten vallen die in het midden van de tafel staat. Iedere speler speelt met een bepaalde kleur en krijgt 9 speelstukken in verschillende vormen (rondje, vierkant, ruiten driehoek). Om de beurt laten de spelers één van deze stukken in de houder glijden.

Vervolgens kijk je waar het stuk dat je er in gegooid hebt is geëindigd. Hoe hoger in de houder het stuk ligt, hoe meer punten je krijgt. Je kan daarbij nog extra punten scoren als je stuk achter één van de matte bonuscirkels die op de houder staan aangegeven is komen te liggen. Maar als je stuk een stuk van dezelfde kleur of vorm aanraakt (of op een plaatje hiervan dat op de randen van de houder staat), dan krijg je niets.

Wie aan het eind van het spel de meeste punten heeft, wint het spel.

…en de waardering

Drop it is een echt familiespel dat zo is uitgelegd en lekker vlot doorspeelt. De uitdaging zit hem er in dat je moet beslissen op welk moment je welk speelstuk gebruikt. Het liefst begin je met de kleine rondjes omdat je je concurrenten geen opstapje wilt geven om hogere niveaus te bereiken. Maar als iedereen dat doet dan liggen er wel heel veel rondjes en is het wel heel lastig om geen ander rondje aan te raken. Zelfs als je een perfect plekje ziet, moet je je afvragen of je de gok gaat wagen. De stukken vallen namelijk niet heel controleerbaar naar beneden, maar kantelen en stuiteren op de stukken die er al liggen waardoor die regelmatig nog flink verschuiven. Het is daardoor maar de vraag of jouw stuk wel op de mooie plekje gaat landen….. Deze geluksfactor zorgt gegarandeerd voor veel hilariteit tijdens het spelen. Drop it is daardoor een leuk spel voor gezinnen en een lekker tussendoortje voor verwende veelspelers die even hun hersens rust willen geven tussen een paar zware spellen in.







Auteur: Bernard Lach en Uwe Rapp
Uitgever: 999 games, 2018
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 30 euro

vrijdag 4 januari 2019

Recensie: Bananagrams


Bananagrams is volgens de verpakking een kruiswoordspel dat je gek maakt. Dat kruiswoordspellen nog steeds in staat zijn om massa’s mensen aan het spelen te krijgen bewees Scrabble-kloon Wordfeud een paar jaar geleden. Echt iedereen en zijn moeder speelde dit spel op zijn of haar smartphone. Inmiddels zijn de meeste mensen weer overgestapt op nieuwe spellen, maar er is nog steeds een harde kern mensen die fanatiek Wordfeuden (ik ben er met één getrouwd).

In Bananagrams moet je ook puzzelen met letters. Aan het begin van het spel krijgen alle spelers een aantal tegels (afhankelijk van het aantal spelers). De rest van de letters komt in het midden van de tafel te liggen. De spelers gaan vervolgens zo snel mogelijk proberen om met hun letters woorden te maken die je net als een kruiswoordraadsel op tafel legt.

Zodra een speler al zijn letters heeft gebruikt roept hij “pellen” en dan pakken alle spelers een extra letter uit de centrale voorraad. Ook deze letter moet weer netjes verwerkt worden in het kruiswoordraadsel.

Het kan natuurlijk voorkomen dat je helemaal vast loopt met een bepaalde letter. In dat gevoel roep je “dumpen” en leg je de letter terug in de centrale voorraad en pak je drie nieuwe letters terug. De andere spelers, puzzelen ondertussen verder met hun eigen letters en hoeven niet te wisselen. Je mag zo vaak wisselen als je wilt, maar hoe vaker je wisselt, hoe meer extra letters je krijgt ten opzichte van je tegenspelers.

Zodra de algemene voorraad minder letters bevat dan het aantal spelers, start het eindspel. Wie dan als eerste al zijn letters verwerkt heeft in een kruiswoordraadsel roept “bananas”. De andere spelers controleren dan of deze speler geen spelfouten of niet bestaande woorden heeft gelegd. Als dit niet het geval is, dan heeft de bananas-roepende speler gewonnen. Maar als deze speler wel een foutje had gemaakt, dan roepen de andere spelers “rotte banaan” en is deze speler af. De andere spelers puzzelen dan weer snel verder en strijden om de winst.

In de regels staan ook nog drie varianten, waarbij je bijvoorbeeld geen extra letters krijgt of ze mag wisselen of om het spel alleen te spelen.

…en de waardering

Bananagrams laat zich het best omschrijven als speed-Scrabble. Onder tijdsdruk probeer je zo snel mogelijk woorden te maken van de letters die je hebt gekregen en die woorden neer te leggen als een kruiswoordraadsel. Ervaren Scrabblelaars en Wordfeud-fanaten zullen hier ontegenzeggelijk bij in het voordeel zijn omdat zij meer trucjes kennen om woorden te verlengen en lastige letters kwijt te raken. Het spelmateriaal is dik in orde en de mix van klinkers en medeklinkers is gebalanceerd. Ik vind het op zich leuk om onder tijdsdruk van de letterbrei een mooi kruiswoordraadsel te maken.

Maar ik vind het ook frustrerend dat je niet gecompenseerd wordt voor lastige letters. Als je de pech hebt om veel lastige letters te trekken (zoals de Q, X, Y en C) dan heb je het echt moeilijker dan een speler die deze letters niet trekt. In Scrabble en Wordfeud leveren lastige letters extra veel punten op en wordt je pech op die manier dus gecompenseerd. In Bananagrams kan je hooguit accepteren dat je een lastige letter hebt en deze letter wegleggen en er drie voor terug pakken. Als je slim bent leg je de letter dan op een plek in de algemene voorraad waar je tegenstanders nieuwe letters pakken in de hoop dat deze letter dan later bij een ander terecht komt. Dit is misschien een efficiënte manier om je probleem op een ander af te schuiven, maar echt bevredigend vind ik het niet.

Op de verpakking staat dat het spel geschikt is voor kinderen vanaf 7 jaar. Daar ben ik het niet mee eens. Kinderen van 7 jaar kunnen net een beetje lezen en schrijven. Op deze leeftijd kennen kinderen dus ook nog niet zo veel woorden met zeldzame letters als de X, Y, Q en C. Dan is het echt te veel gevraagd om onder tijdsdruk een kruiswoordraadsel in elkaar te draaien.







Auteur: Rena Nathanson en Abe Nathanson
Uitgever: 999 games, 2018
Aantal spelers: 1-8
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 10-15 minuten
Prijs: circa 15 euro

donderdag 3 januari 2019

Recensie: Dice Hospital


In Dice Hospital ben je de directeur van een ziekenhuis waar zieke dobbelstenen verpleegd worden. Dobbelstenen kunnen schijnbaar allemaal verschillende kwalen ontwikkelen en zonder de juiste zorg komen ze er niet bovenop. Sterker nog, als je ze niet tijdig behandelt, dan kunnen ze zelfs komen te overlijden. Hoe ziek een dobbelsteen is, is af te lezen aan zijn waarde van de dobbelsteen. Een dobbelsteen met waarde 1 is echt doodziek en een dobbelsteen met waarde 6 is er bijna weer bovenop. Ik hoor de eerste ambulance al aankomen. Dus, hup hang je stethoscoop om je nek en aan het werk!

Iedere speler begint met een basisziekenhuis waar drie verpleegkundigen werken. In het ziekenhuis zijn zes kamers waar je dobbelstenen met verschillende kwalen kan behandelen. Als je een patiënt met een verpleegkundige in zo’n behandelkamer zet, dan worden ze een beetje beter (hun waarde wordt met één stap verhoogd). Zodra een dobbelsteen van 6 nog één keer behandeld wordt, is hij beter en mag hij zich melden in de discharge lounge.

Iedere speler heeft natuurlijk de ambitie om zijn ziekenhuis bovenaan de jaarlijkse lijstjes met topziekenhuizen te krijgen. En daarom mag je elke dag je ziekenhuis een beetje verbeteren door een extra behandelkamer toe te voegen of een gespecialiseerde verpleegkundige aan te nemen. Denk aan kamers waar je drie dobbelstenen van dezelfde waarde tegelijkertijd kan behandelen of een verpleegkundige die tegelijkertijd twee groene dobbelstenen kan behandelen.

Aan het begin van iedere ronde levert een ambulance bij elk ziekenhuis drie zieke dobbelstenen af. Het ziekenhuis kan in totaal 12 dobbelstenen opnemen. De nieuwe patiënten worden netjes in een bedje gelegd in afwachting van de juiste zorg. De ziekenhuizen zijn overigens verplicht om de dobbelstenen die met de ambulance worden gebracht op te nemen, zelfs als het ziekenhuis vol is. Als er geen ruimte is, dan moet je maar ruimte maken door een patiënt de juiste zorg te onthouden zodat hij of zij overlijdt. Hierdoor krijgt je reputatie overigens wel een knauw, dus ik raad iedereen aan om het niet zo ver te laten komen.

Nadat de nieuwe patiënten zijn opgenomen, beslist elke speler welke dobbelstenen welke zorg krijgen door de dobbelstenen samen met een verpleegkundige naar een behandelkamer te sturen (één dobbelsteen per behandelkamer). Personeels- en ruimtetekorten zijn ook in dit dobbel-ziekenhuis geen onbekend fenomeen en dus kan het voorkomen dat het niet lukt om alle zieke dobbelstenen te behandelen. Dit is erg vervelend want een dobbelsteen die geen zorg krijgt, wordt zieker in plaats van beter en kan zelfs komen te overlijden.

Aan het eind van ieder van de acht rondes krijg je punten voor het aantal dobbelstenen dat je hebt weten te genezen. Hoe meer dit er zijn, hoe meer punten het oplevert. Het loont dus de moeite om de genezing van dobbelstenen een beetje te plannen. Soms kan je beter een dobbelsteen nog een dagje laten liggen om hem de volgende dag met een grote groep dobbelstenen te ontslaan. Aan het eind van het spel krijg je nog aftrek voor de dobbelstenen die je ziekenhuis niet levend hebben verlaten. Wie daarna de meeste punten heeft, wint het spel.

…en de waardering

In Dice Hospital probeer je slimme combinaties te maken tussen de behandelruimtes, de (gespecialiseerde) verpleegkundigen en de dobbelstenen die je kiest. Het is daarbij slim om daarbij een beetje flexibel te blijven. Als je bijvoorbeeld een ziekenhuis maakt dat vooral geschikt is voor rode dobbelstenen, maar er alleen maar gele en groene dobbelstenen in de ambulances liggen, dan heb je niets aan je mooie behandelprogramma’s. Als dit een keer gebeurt is het niet zo erg, maar het kan wel frustrerend zijn als keer op keer er een mismatch is tussen je zorgaanbod en de patiënten.

De eerste keer dat ik dit spel speelde, moest ik even wennen aan alle symbolen die op de behandelkamers en de gespecialiseerde verpleegkundigen stonden. Maar na één potje had ik dit wel zo’n beetje door en speelde het spel lekker vlot door. Ik had er wel lol in om doktertje te spelen met dobbelstenen. Dice Hospital is net wat te simpel voor hardcore gamers, maar familiespelers zullen dit met plezier op tafel zetten.







Auteur: Stanislav Kardonskiy en Mike Nudd
Uitgever: Alley Cat Games, 2018
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 45-90 minuten
Prijs: circa 45 euro

woensdag 2 januari 2019

Jaaroverzicht: 2018: Dagmar


Het afgelopen jaar was een geweldig goed spellen-jaar voor mij. Ik speelde meer dan 600 keer een spel (605 om precies te zijn) en ben op fantastische spellentrips geweest. Mijn meest gespeelde spellen waren Keer op Keer (76 keer), Clever (40 keer), Codenames Duet (30 keer), Azul (30 keer) en Fox in the Forest (23 keer). Mijn top 5 spellen die ik dit jaar voor het eerst speelde waren Codenames Duet, Dinosaur Island, Fertility, Railroad Ink en Sagrada (en ja, ik weet dat Dinosaur Island en Sagrada uit 2017 zijn).

Er is dit jaar op internet veel geklaagd over het niveau van de nieuwe bordspellen. Veel mensen kwalificeerden de spellenstapel die op Spiel uit kwam als de minst interessante in de afgelopen jaren. Het klopt wel dat er dit jaar geen spel was wat duidelijk boven het maaiveld uit stak (zoals Azul vorig jaar bijvoorbeeld wel deed), maar ik vind het te kort door de bocht om te zeggen dat er dit jaar minder leuke spellen zijn uitgekomen. Er zijn namelijk genoeg spellen uitgekomen die ik met veel plezier heb gespeeld en waar ik nog lang niet op ben uitgekeken. Ik vind vooral het niveau van de Roll & Write spellen die het afgelopen jaar zijn uitgekomen erg hoog. Railroad Ink, Welcometo… en Clever zijn zeker geen eendagsvliegen en zullen ook de komende jaren vast nog bij mij en veel andere mensen regelmatig op tafel verschijnen. En dan hebben we het nog niet eens over de spellen van Wolfgang Warsch gehad. Deze nieuwkomer in de spellenwereld wist niet alleen meteen de belangrijkste spellenprijs (Spiel des Jahres) binnen te slepen met zijn Kwakzalvers vanKakelenburg, maar bracht ook het innovatieve The Mind en dobbeltopper Clever uit. Van deze auteur gaan we vast nog veel horen.

Dit jaar ben ik weer vier dagen naar Spiel geweest en ook dat was weer een groot spellenfeest. Het was wel super druk op de beurs (het bezoekersrecord werd weer gebroken), maar als je vier dagen de tijd hebt, dan is het makkelijker om de rustiger hoekjes van de beurs op te zoeken en aan de  (iets) rustiger randen van de dag bij de populaire stands te gaan kijken. Het zal niemand verbazen dat ik weer met een grote stapel nieuwe spellen thuis kwam na Spiel. De meeste daarvan heb ik inmiddels al gespeeld (alleen Qwantum en The troubled life of Billy Kerr nog niet).

Ik ben dit jaar ook vol op de Kickstarter-trein gesprongen, na wat voorzichtige experimenten in eerdere jaren. Ik heb 9 projecten gebacked, namelijk Petrichor, Microbrew, Wreck Raiders, Fantastic Factories, Neta-Tanka, Fireball Island, Dinosaur Island, Seize the Bean en Everdell. Ik (of mijn buren als ik weer eens niet thuis was) kreeg dit jaar dan ook regelmatig bezoek van een pakketdienst om een doos af te geven. Dit jaar werden de volgende spellen bezorgd: Star Realms Frontiers (met een hele zwik uitbreidingen en bewaardoos), Mint Delivery (samen met Mint Works), Dice Hospital (samen met de Deluxe expansion), Everdell en Dinosaur Island (later gevolgd door Duelosaur Island en de Totally Liquid uitbreiding). Ik vind het leuk om met Kickstarter af en toe een gokje te wagen en een spelontwerper te steunen die een veelbelovend spel probeert uit te brengen. Mijn gokjes hebben tot nu toe altijd goed uitgepakt, want ik heb nog geen één slecht spel bezorgd gekregen. Ik moet wel toegeven dat soms spellen goedkoper in de winkel liggen dan wat ik er voor heb betaald. Mijn geduld werd wel regelmatig op de proef gesteld, want veel projecten lopen vertraging op en ook het versturen neemt regelmatig weken in beslag. Daardoor liggen spellen soms eerder in de spellenwinkel dan dat ik ze in huis had.

Kickstarter is denk ik de motor achter de trend van steeds luxere edities die op dit moment uitkomen. Als je een spel moet verkopen op Kickstarter, dan helpt het erg als het spel er mooi uit ziet en het helpt nog meer als je voor Kickstarter een extra mooie editie maakt die mensen alleen via dit platform kunnen kopen. Denk dan aan mooie miniaturen in plaats van simpele pionnen en metalen muntjes in plaats van karton. Het nadeel van deze trend is dat spellen steeds duurder worden want al dat extra materiaal moet natuurlijk wel betaald worden. En het levert regelmatig extra vertraging op in Kickstarter projecten omdat de auteurs onderschatten hoeveel tijd het kost om al die extra mooie onderdelen te ontwerpen en geproduceerd te krijgen.

Een andere trend die het afgelopen jaar doorzette was die van het toevoegen van regels voor solo-spelen. Uit de commentaren bij Kickstarter projecten blijkt dat het toevoegen van solo-regels voor veel mensen de doorslaggevende reden is om een spel aan te schaffen. Ik vind spellen spelen leuk omdat het een sociale activiteit is en het trekt me dan ook niet om solo te spelen. Ik kan me voorstellen dat het bij complexe spellen handig kan zijn om solo te oefenen voor je het spel uit moet gaan leggen. Of dat je solo gaat spelen als je de pech hebt dat iedereen in je omgeving van vliegvissen houdt ofzo en dus geen spellen met je wil doen. Dan moet je wat (tip: sluit je aan bij een spellenclub of bezoek beurzen en spellendagen). Gelukkig ken ik veel spellustigen en kom ik dus wel aan mijn portie spellen doen toe.

De laatste trend die ik wil noemen is die van de Roll & Write spellen die dit jaar als paddestoelen uit de grond schoten. Roll & Write spellen zijn vaak lekker vlotte spellen die je in een half uurtje kan spelen. Ik heb een zwak voor dit soort spellen en kwam dit jaar dan ook helemaal aan mijn trekken. Ik ben benieuwd of deze trend dit jaar door gaat zetten.

Het grootste dieptepunt op spellengebied was dat halverwege oktober Spellengek even uit de lucht was doordat we niet meer bij de tijd waren met onze techniek. Onze toenmalige provider ondersteunde de versie van onze database niet meer en dus waren we van de ene op de andere dag uit de lucht. Peter Hein en ik zijn beide niet handig genoeg om dit soort technische problemen op te lossen en knepen hem dus wel even. Gelukkig kregen we hulp van onze internet-goeroe Yapser die er voor heeft gezorgd dat Spellengek weer in de lucht is. Onze dank was en is groot!

Vlak na dit dieptepunt, volgende gelukkig weer een hoogtepunt voor de website. We hebben namelijk dit jaar op spellengek de 1000e recensie geplaatst. Aan het begin van het jaar zag ik dat het mogelijk was om deze mijlpaal te bereiken, als we iedere maand 3 recensies zouden plaatsen. Mijn goede voornemen was dan ook om 3 recensies per maand te schrijven. Aan het begin van het jaar lukte dat nog heel aardig, maar in het midden van het jaar had ik het even te druk en kwam de klad er in. Uiteindelijk heb ik 32 recensies geschreven. Gelukkig had Peter Hein ook wat tijd en schreef hij ook nog een 9 recensies, waardoor we eind november de mijlpaal haalden met de recensie van Chronicles of Crime.

Bijschrift toevoegen
Maar het hoogste hoogtepunt van dit spellenjaar was voor mij de zomervakantie. Niek en ik zijn eerst een week naar  Seattle geweest (inclusief een bezoek aan een bordspellencafé) met aansluitend bordspellencruise van een week naar Alaska georganiseerd door Boardgamegeek (lees hier de verslagen). Ik dagdroom nog regelmatig terug naar deze geweldige vakantie. Natuurlijk heb ik lekker veel spellen gedaan in deze vakantie, maar het was ook fantastisch om de natuur in dit deel van de wereld te zien (orca’s, dolfijnen en bald eagles). En het was erg leuk om tijdens het spelen kennis te maken met de Amerikaanse BGG-ers en zo iets meer te weten te komen over Amerika. Deze reis zorgde overigens ook voor een grappig telefoontje van mijn bank. Toen ik de reis wilde betalen met mijn creditcard, lukte dat niet. Ik deed meerdere pogingen, maar snapte maar niet wat ik fout deed. Toen ging mijn telefoon en werd ik gebeld door iemand van mijn bank die me vertelde dat ik niet moest schrikken, maar iemand probeerde voor een enorm bedrag spellen te kopen met mijn creditcard. Ik heb toen uitgelegd dat ik een bordspellencruise aan het boeken was (daar had hij nog nooit van gehoord) en mijn bank bedankt voor hun oplettendheid. Komend jaar slaan we de bordspellen van BGG over, maar wie weet lukt het om in 2020 of 2021 nog een keer mee te gaan.

dinsdag 1 januari 2019

Maandoverzicht: december 2018 (Dagmar)


Afgelopen maand was weer een topmaand op spellengebied. Ik speelde enorm veel spellen (75 potjes) en dat komt vooral door de kerstvakantie en doordat ik een weekend weg ben geweest met een spellustige vriendin. Zij woont in Arnhem en ziet vanuit haar woonkamer de cruiseboten over de Rijn heen varen. Het leek haar super leuk om een keer met zo’n boot mee te gaan en stelde voor om dit te doen voor ons jaarlijks weekendje weg. We kozen een kerstmarktcruise. Helaas regende het heel veel het weekend dat wij mee waren.  Op de eerste dag (in Keulen) zijn we nog van boord gegaan om even een rondje door de stad te lopen en de beroemde kathedraal te bezoeken. Maar op de tweede dag was de weersverwachting zo bar en boos dat we gewoon aan boord zijn gebleven en het bezoekje aan Düsseldorf hebben overgeslagen. We hebben lekker aan boord de hele dag spellen gedaan en ons op die manier prima vermaakt.

Ik speelde deze maand 7 spellen voor het eerst, waaronder de Pocket Escape Room spellen die ik al gerecenseerd heb.

In alfabetische volgorde, was het eerste nieuwe spel dat ik speelde Brikks. Dit is een roll & write spel dat afgelopen Spiel werd gepresenteerd. Het maakt deel uit van de Klein & Fein spellenserie van Schmidt, waarin ook Keer op Keer en Ganz schön Clever zijn uitgebracht. Deze twee spellen vind ik erg leuk en daarom durfde ik deze wel blind aan te schaffen. In Brikks speel je Tetris op een soort jaren ’80 computer. Een dobbelsteen bepaald welk vormpje je in moet tekenen. Je mag het vormpje wel naar links en rechts schuiven, maar niet draaien. Op sommige plekken in het veld staan gekleurde stippen. Als je over zo’n stip een vormpje in dezelfde kleur laat vallen, dan krijg je energiepunten die je kan gebruiken om vormpjes te draaien. Doel is natuurlijk om zo veel mogelijk  punten te scoren door rijen naadloos te vullen. Ik vind dit spel de zwakste schakel uit de serie, maar echt slecht is het ook niet. De concurrentie in dit genre is dit jaar alleen moordend (Ganzschön Clever, Railroad Ink, Welcome to…) en dus is een best aardig spel niet goed genoeg. Het zou me dan ook niets verbazen als dit spel snel in de vergetelheid verdwijnt.

Dice Hospital is een van mijn kickstarter-aankopen die de afgelopen tijd zijn bezorgd. In dit spel speel je doktertje voor zieke dobbelstenen. Iedere ronde komen ambulances drie zieke dobbelstenen op de stoep van je ziekenhuis afleveren en jij moet ze beter maken. In je ziekenhuis zijn verschillende behandelkamers waarin je je verpleegkundigen de dobbelstenen op kan laten kalefateren, bijvoorbeeld door een groene dobbelsteen te behandelen of door een drie-dobbelsteen te behandelen. Iedere ronde kan je een extra behandelkamer óf een extra gespecialiseerde verpleegkundige inhuren waardoor je tijdens het spel steeds efficiënter dobbelstenen kan genezen. En dat is maar goed ook, want als je een dobbelsteen niet behandelt, dan wordt hij zieker en zieker en kan uiteindelijk zelfs sterven. Hoe meer dobbelstenen je volledig geneest, hoe meer punten je scoort. In ons eerste potje moest ik nog erg wennen aan alle symbolen die aangeven wat een behandelkamer of verpleegkundige doet, maar het tweede potje liep dit al redelijk soepel. Ik vind het een leuke uitdaging om te plannen welke combinatie van behandelkamers en verpleegkundigen mijn vierkante patiënten snel weer beter krijgen. Je bent daarbij wel afhankelijk van welke behandelkamers, verpleegkundigen én patiënten voorbij komen. Als je de zorg voor rode dobbelstenen op orde hebt en er vervolgens alleen gele of groene patiënten in de ambulance liggen, dan is het een stuk uitdagender om ze weer beter te maken dan als er wel rode dobbelstenen in de ambulance hadden gelegen.

Drop It is een abstract spel waarin je houten vormpjes in een rechtopstaande plastic sleuf moet laten glijden. Hoe hoger een stuk eindigt, hoe meer punten het oplevert. Je moet daarbij alleen oppassen dat bepaalde vormen of kleuren bepaalde delen van de rand niet mogen raken. Dit klinkt makkelijker dan het is doordat de stukken altijd net anders vallen dan je van te voren denkt en ze daarbij soms ook andere stukken laten verschuiven. Ik vraag me daardoor af hoeveel invloed je hebt op je eindscore. Voor jonge kinderen is dit wellicht een plus, maar ik houd zelf van wat meer controle.

Duelosaur Island is een spin-off voor twee personen van Dinosaur Island. In dit spel bouw je ook weer een dino-park met attracties, horeca-punten en souvenirshops. De spelers bepalen om de beurt wat er in een ronde te verdelen is. Dit doe je door vijf dobbelstenen met grondstoffen erop uit een zak te trekken en deze te gooien en deze dobbelstenen vervolgens neer te leggen bij de fiches met een bonus er op (één dobbelsteen krijgt geen bonus). Verder mag de kiezende speler 3 kaarten met daarop specialisten trekken en daar twee van neerleggen. De specialisten leveren allemaal verschillende voordelen op tijdens het spel of bij de puntentelling aan het eind. De andere speler mag vervolgens als eerste kiezen. Iedere speler kiest (om en om) drie dingen uit. In de volgende fase van het spel bouw je dino’s, attracties, horeca-punten en souvenirshops, maar moet je ook investeren in de beveiliging om te voorkomen dat je dierbare bezoekers door dino’s worden opgegeten. Hoe meer dino’s er in je park staan en hoe groter ze zijn, hoe meer bezoekers er op je park afkomen. Zodra er een bepaald aantal bezoekers door de poorten zijn gekomen, eindigt het spel. Daarna kan je nog wat extra punten scoren voor verschillende elementen (bijvoorbeeld voor elk setje van een attractie, horeca-punt en souvenirshop) en wie daarna de meeste punten heeft wint het spel. Ik vind Duelosaur Island best leuk, maar het is niet zo leuk als Dinosaur Island. In Duelosaur Island bouw je je park op met kaarten, maar heb je niet de leuke plastic dino’s die je in Dinosaur Island in je park bouwt waardoor je nog veel meer het gevoel hebt iets op te bouwen. Het voordeel van Duelosaur is wel dat het spel wat compacter is en dus sneller klaar gezet kan worden en ook iets vlotter speelt.

Orbis is het nieuwste spel van Space Cowboys, de uitgever van Splendor. In dit spel ben je een god die stukje voor stukje een piramidevormige wereld gaat creëren. Helaas moeten goden zich daarbij ook aan bepaalde regels houden (wat ik weer behoorlijk ongoddelijk vind eerlijk gezegd). Centraal op tafel liggen in een drie bij drie raster drie landschapstegels. Als je aan de beurt bent dan pak je één van de tegels en de blokjes (aanbidders) die er op liggen. Vervolgens leg je op alle horizontaal en verticaal aangrenzende tegels een blokje van de kleur tegel die je zojuist hebt gepakt. Met deze tegels bouw je een piramide met lagen met daarin 5,4,3 en 2 tegels. Voor sommige tegels moet je om ze te bouwen ook bepaalde combinaties van blokjes inleveren. Op de onderste rij van de piramide mogen nog alle kleuren liggen, maar op de hogere niveau’s mag je een tegel alleen plaatsen als er ten minste één tegel in dezelfde kleur onder ligt. Sommige tegels leveren punten op en andere leveren extra blokjes op. De uitdaging in dit spel is dat je de balans moet vinden in het pakken van de interessantste tegels maar dat je daarbij goed in de gaten moet houden of je wel genoeg blokjes hebt om de door jou gewenste tegel te kopen. Soms moet je dus een tegel pakken die je niet super interessant vindt om er voor te zorgen dat je de juiste blokjes hebt om later een belangrijke tegel te kopen. En daarbij moet je dus ook nog op de kleuren van de tegels letten. Mocht je daarbij vast lopen, dan mag je altijd een tegel pakken die je omgedraaid in je piramide legt. Deze tegel levert dan een minpunt op aan het eind van het spel, maar je mag daarop wel weer elke kleur die je wilt leggen. Op het bovenste plekje van je piramide komt ten slotte een god te liggen. Je hebt de keus uit een aantal goden die ieder op hun eigen manier punten opleveren. Wie aan het eind van het spel de meeste punten heeft verzameld, wordt de oppergod van het universum. Ik moet nog een beetje wennen aan Orbis. In de twee potjes die ik tot nu toe gespeeld heb, liep ik telkens ergens vast en dat is frustrerend. Maar dit maakt ook dat ik het spel graag nog eens wil doen in de hoop dat ik dan wel een perfecte wereld kan scheppen. En dat is weer een goed teken. Ik ben benieuwd hoe ik dit spel ga vinden als ik het nog een paar keer heb gespeeld en (hopelijk) beter onder de knie heb.

Ik speelde ten slotte nog de uitbreiding voor Sagrada voor 5 en 6 spelers voor het eerst. In deze uitbreiding zit natuurlijk spelmateriaal voor twee extra spelers, maar daarnaast ook nieuwe opdracht-, actie- en waarderingskaarten en een nieuw spelelement. Voor iedere speler zit een rondje in de doos. Aan het begin van het spel trekt iedere speler van iedere kleur dobbelstenen twee stuks en gooit deze dobbelstenen. Vervolgens leg je deze dobbelstenen in de vakjes van het rondje. In het spel pak je je daarna iedere beurt één dobbelsteen uit de algemene voorraad en één dobbelsteen uit je eigen rondje. Door deze toevoeging kan je iets beter vooruit plannen en gaat het spel ook iets sneller. Je moet daarbij wel goed opletten dat je alle dobbelstenen die je over houdt, nog kan gebruiken. Ik heb deze uitbreiding met plezier gespeeld. Het verandert het spel niet wezenlijk, maar met het extra materiaal kan je net een beetje variatie aanbrengen.

Afgelopen maand heb ik met mijn collega’s Pandemic  Legacy Season 2 uitgespeeld. We zijn daar eind vorig jaar mee begonnen en hebben er dus ruim een jaar over gedaan om dit spel uit te spelen. We hebben daar 18 potjes voor nodig gehad (en dus ook 18 avonden). Ik heb gemengde gevoelens over dit spel. Ik vind Pandemic Legacy Season 1 het beste spel ooit en ik hoopte dus dat Season 2 minstens net zo leuk zou zijn. En dat was het dus niet. Ik heb het spel met plezier gespeeld, maar op een aantal vlakken stelde het spel me toch teleur. Omdat mijn verwachtingen zo hoog waren, is de teleurstelling des te groter. Zo was de centrale verhaallijn een stuk lastiger te volgen dan in Season 1 en kwamen de karakters daardoor minder goed tot leven. Ik vond de veranderingen in het spelverloop (de extra doelen en extra regels) behoorlijk grillig. Dat was in Season 1 ook wel zo, maar daar waren de veranderingen beter ingebed in het verhaal en daardoor voor mij logischer. Ik had bij dit spel soms het gevoel dat er veranderingen waren ten behoeve van de veranderingen in plaats van ten behoeve van het verhaal. Daardoor voelde het spel soms wat bombastisch en topzwaar. Het is nu wachten op Season 3 om te kijken hoe de hele spelcyclus afloopt. Op dit moment is alleen bekend dat de makers werken aan dit seizoen, maar verder nog niets over de inhoud of de release-datum. Wordt dus vervolgd, maar vast niet meer dit jaar.

maandag 31 december 2018

Recensie: Kwakzalvers van Kakelenburg


2018 was het jaar van Wolfgang Warsch. Deze tot voor kort onbekende spelauteur sleepte dit jaar met maar liefst drie verschillende spellen een nominatie binnen voor de prestigieuze Spiel des Jahres en won met de Kwakzalvers van Kakelenburg de prijs voor het beste spel voor ‘experts’. Dat doet vermoeden dat Kwakzalvers een pittig spel is met een stevig regelboek en dito speelduur, maar niets is minder waar.

Kwakzalvers gebruikt het idee van wat onder liefhebbers wel ‘bag building’ genoemd wordt, als variant op het ‘deck building’ in bijvoorbeeld Dominion. Iedere ronde trek je fiches uit je eigen zak, die ingrediënten voor een toverdrank vormen. Je wilt daarmee zo ver mogelijk komen, maar het is wel opletten geblazen. Bij de startingrediënten zitten namelijk knalerwten: als je daar te veel van trekt ontploft je ketel en loop je punten mis of mag je geen nieuwe ingrediënten kopen.
Door meer ingrediënten aan te schaffen verklein je de kans om knalerwten te trekken en maak je betere toverdranken, waardoor je meer punten krijgt en nog betere ingrediënten kunt kopen.

Wie na negen rondes van mixen en brouwen van tovercocktails de meeste heeft verdiend wint het spel.










…en de waardering

Kwakzalvers zit in een merkwaardig schemergebied: de geluksfactor van het trekken van de fiches is veel liefhebbers te hoog, voor gelegenheidsspelers is de variatie aan mogelijke combinaties van ingrediënten misschien net iets te veel. Deze veelspeler is niet vies van een beetje geluk, en ik houd juist erg van veel variatie in een spel. Daar zorgt Kwakzalvers zeker voor, want je kunt op vele verschillende manieren proberen er een mooi brouwsel van te maken. Geen spel is hetzelfde. Als je dus niet vies bent van een beetje gokwerk met kans op foute afloop kan ik Kwakzalvers van Kakelenburg van harte aanbevelen.







De Kwakzalvers van Kakelenburg

Auteur: Wolfgang Warsch
Uitgever: 999 Games, 2018
Aantal spelers: 2 tot 4, vanaf 10 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: ca. 40 euro