zaterdag 1 augustus 2020

Maandoverzicht: juli 2020 (Dagmar)

De afgelopen maand kwam 59 keer een spel op tafel. Je kan dus wel zeggen dat het een prima spellenmaand was. Het hielp dat ik de maand begon met een vakantieweekje. Eigenlijk zouden Niek en ik in die week een paar dagen naar Italië gaan voor een bruiloft, maar die ging niet door. Gelukkig was de reden van het afzegging Corona en niet een gebrek aan liefde en dus is het slechts uitstel en geen afstel. En gelukkig was het virus deze maand redelijk onder controle waardoor Niek en ik er in onze week vakantie ook op uit konden trekken, zoals naar heerlijk rustige musea. Ik moest er echt een beetje aan wennen om buiten huis te zijn, na al die maanden waarin ik ons dorp niet uit ben geweest. En natuurlijk speelden we in onze vakantie nog net wat vaker een spelletje dan we normaal al doen. Verder kwam deze maand mijn  vriendin B op bezoek. Zij houdt ook erg van spelletjes. Het was prachtig weer en dus hebben we een middag heerlijk (op gepaste afstand) in de tuin spellen zitten doen. Het was echt fijn om haar weer eens in het echt te zien en heel fijn om lekker veel spellen achter elkaar te doen.

Ik speelde deze maand 8 spellen voor het eerst. Over Herrlofen de Ticket to ride Blijf thuis uitbreiding heb ik al recensies geschreven, dus die sla ik in dit alfabetische maandoverzicht over.

Ik ben echt dol op Dominion, maar doordat ik alle uitbreidingen heb is het inmiddels een behoorlijk zwaar spel geworden. Zowel letterlijk (één kaart weegt niet zo veel, maar alle kaarten bij elkaar telt toch op een gegeven moment wel op) als figuurlijk (ik moet regelmatig opzoeken hoe een bepaalde kaart ook al weer precies werkt, zeker in combinatie met andere kaarten uit andere sets). De laatste uitbreiding voor Dominion is gelukkig een relatief eenvoudige. Er zitten drie nieuwigheden in. Allereerst kan je kaarten gaan verbannen. Als je dat doet dan leg je de betreffende kaart op een speciaal spelersbordje aan de kant. Als je dan later dezelfde kaart weer koopt dan mag je alle kaarten van die soort die verbannen zijn weer terugpakken. Verder zijn er kaarten met paarden die je niet kan kopen, maar die je door sommige kaarten krijgt.  Elk paard levert je +2 kaarten en +1 actie op, maar na gebruik moet je het paard weer inleveren. En dan zijn er nog een soort nieuwe gebeurtenis-kaarten die je de mogelijkheid bieden om acties als iets anders in te zetten (bijvoorbeeld +1 kaart). Dat is reuze fijn als er veel kaarten in het spel zijn waarmee je extra acties krijgt. Mijn eerste indruk van deze nieuwe uitbreiding is positief. De nieuwe kaarten zijn niet al te complex en zijn dus redelijk makkelijk toe te voegen aan de kaarten die er al zijn. Ze zien er bovendien erg mooi uit. Er zijn al zo veel Dominion-kaarten dat nog een uitbreiding eigenlijk nergens voor nodig is. Maar de kwaliteit van Dominion is ook zo hoog dat overdaad nog steeds niet schaadt. Ik ben dus blij dat er nog plaats was voor deze uitbreiding in mijn opbergsysteem.

Op mijn shelf of shame (de plank met wel gekochte maar nog niet gespeelde spellen) stond Papillon al een paar maanden te wachten. Dit is een kickstarter aankoop van vorig jaar waar ik een beetje zuur van was geworden doordat dit spel al op Spiel te koop was, weken voordat ik het spel bezorgd kreeg en daar ook nog minder kostte. Ik vind het echt niet netjes als een spel eerder in de winkel ligt dan dat de mensen die het spel hebben helpen financieren het hebben ontvangen (m.u.v. natuurlijk de winkels die het ook via Kickstarter het spel hebben gekocht), zeker als het dan ook nog eens goedkoper is. Deze uitgever heeft voor Kickstarter-projecten nu dus een grote min achter zijn naam staan.  Ik had het spel al wel een keer in elkaar gezet. Dat was nog een hele klus. In het spel staan er namelijk een aantal 3D bloemen op tafel. Om die er goed uit te laten zien, heb je echt lijm nodig want het past net niet lekker anders. En dan zitten er ook nog vlindertjes in het spel die op kleine knijpers gelijmd zijn, maar waarvan er toen ik de doos open maakte al een flink aantal los waren geraakt. Ook die moest ik dus eerst lijmen voor ik het spel kon spelen. Tijdens het spelen van het eerste potje raakte er ook weer één los, dus dit is een spel waar je de lijmpot misschien maar beter in de buurt kan houden.

Ik begon dus een beetje met lange tanden aan de spelregels. Maar al snel werd ik enthousiaster en kreeg ik zin om het spel te spelen. In Papillon bouwen de spelers in  acht rondes een tuintje vol met bloemen en vlinders. Ik heb het spel tot nu toe alleen met twee spelers gedaan. Met drie of vier spelers wordt er een soort veiling-mechanisme aan het begin van iedere ronde toegevoegd om te bepalen wie de startspeler is, maar met twee spelers wordt de startspeler op een andere manier bepaald. Aan het begin van elke ronde worden er een aantal tuintegels en een tuinkabouter-fiche op een speciaal bordje gelegd. Op sommige tegels staan rupsen die extra punten opleveren aan het eind van het spel (en die met drie en vier spelers gebruikt worden om mee te bieden). De startspeler mag dan als eerste een rijtje van deze tegels pakken om hier zijn tuin mee te gaan bouwen. Een rijtje kan twee (met een tuinkabouter) of drie tegels lang zijn voor de eerste speler. En daarna kan het zijn dat een rijtje zelfs nog maar één tegel groot is. Met deze tegels puzzel je bloemperkjes en weides met vlinders bij elkaar. Als je een bloemperk af hebt, dan leg je er een vlindertje op in dezelfde kleur, die aan het eind van de ronde naar de bijbehorende 3D bloem vliegt om daar met het knijpertje aan vastgemaakt te worden. Het ziet er echt beeldig uit. Aan het eind van het spel krijgen de spelers punten voor wie (per bloem) de meeste vlinders op de bloem heeft, voor alle vlinders in afgebouwde weides, voor kabouters en rupsen die je verzameld hebt en voor je twee grootste bloemperkjes. Het spel duurt maar acht rondes en is dus afgelopen voor je het door hebt. Het is leuk om een tuintje bij elkaar te puzzelen, al komt het regelmatig voor dat net dat ene stukje dat jij nodig hebt niet voorbij komt. Je moet dus een beetje flexibel zijn. Doordat het spel zo kort duurt, heb je altijd het gevoel dat je tuintje nog niet af was. Wellicht vinden sommige mensen dat frustrerend, maar ik wil er vooral telkens het spel nog een keer door doen in de hoop dat ik dan een beter afgeronde tuin kan maken (ik houd er van als zaken zijn afgerond). Na het zuur van de Kickstarter-ervaring en het in elkaar zetten van het spel, volgde er dus gelukkig zoet in de vorm van aangenaam speelplezier.

Deze maand is een nieuwe steden-editie van Ticket to Ride verschenen. De naam (Ticket to Ride Amsterdam) verklapt al dat dat het spel dit keer zich afspeelt in onze hoofdstad en wel in de 17e eeuw. Ook dit keer is een hele kleine twist toegevoegd, namelijk dat op sommige routes op het bord een kar staat afgebeeld. Als je deze routes bouwt, dan mag je de bijbehorende contractkaart pakken. Aan het eind van het spel krijgen de spelers extra punten op basis van wie de meeste van deze kaarten verzameld heeft.  Ook deze editie speel je weer in een vloek en een zucht uit en is daardoor perfect voor als je heel snel een spelletje wilt doen. Natuurlijk lever je wel wat aan spanning in ten opzichte van het complete spel, maar toch heb je wel echt een Ticket to Ride gevoel. De twist is klein, maar leuk. Ik hoop dan ook dat deze variant heel snel in alle souvenir-winkels van Amsterdam zal komen te liggen.

Ik was deze maand voor het eerst sinds 12 maart weer eens een dagje op  (een uitgestorven) kantoor. In mijn pauze heb ik natuurlijk een rondje door Den Haag centrum gelopen. Het was echt veel rustiger dan normaal op straat, maar tot mijn opluchting zag ik nog geen winkels of restaurantjes die failliet waren gegaan.  Ik heb tijdens mijn rondje natuurlijk de spellenwinkel  (Tabletop Kingdom, in een zijstraat bij Het Plein) niet overgeslagen. Ik heb daar één van de toen nog twee uitbreidingen die ik nog niet had voor Ticket to Ride gekocht, namelijkTicket to Ride: Heart of Africa. Dit is een enkelzijdige uitbreiding met de kaart van het zuidelijk deel van het continent Afrika. De twist in deze variant is dat er speciale kaartjes in het spel zitten waarop drie kleuren spoor zijn aangegeven. Als je treinkaarten trekt, mag je in plaats van een treinkaart ook zo’n kaart trekken. Die leg je dan open voor je neer. Als er niemand is die meer kaarten van een soort heeft dan jij, dan mag je de punten die je scoort voor het bouwen van een stuk spoor verdubbelen. Je moet dan wel één (voor stukken spoor van maximaal lengte 3) of 2 (voor stukken spoor vanaf lengte 4) van deze kaarten weer inleveren. Ook deze uitbreiding valt weer niet tegen. Hij voegt twee extra keuzes toe doordat je moet beslissen wanneer je deze nieuwe kaarten trekt en vervolgens op welk moment je ze wilt inzetten. Je wilt ze natuurlijk het liefst inzetten bij lange stukken spoor, maar dan moet je wel zeker weten dat je die nog gaat bouwen. En als jij de kaarten inzet dan verlaag je de drempel voor andere spelers en je moet je ook afvragen of je dat ze gunt. Ik denk wel dat deze uitbreiding nog leuker is met meer dan twee spelers omdat het dan lastiger is om genoeg van de bonuskaarten te verzamelen.

Ik miste nog één uitbreiding van Ticket to Ride., namelijk Ticket to Ride India en Zwitserland. Ik had deze uitbreiding altijd genegeerd omdat ik het stom vond dat ze voor deze dubbelzijdige uitbreiding de Zwitserland uitbreiding die ooit los was uitgegeven hadden hergebruikt. Ik had Zwitserland al in de kast staan en vond het dus een beetje zonde om het volle pond te betalen voor een uitbreiding waar ik de helft al van had. Ik heb dit probleem opgelost door mijn Zwitserland uitbreiding uit te lenen aan iemand die erg slecht is in het teruggeven van geleende goederen. De Zwitserland-kant van het bord hebben we nog niet gespeeld, maar de India kant wel. In deze variant kan je extra punten scoren als je de steden op een ticket twee keer met elkaar verbind zodat er een soort cirkels ontstaan. Hoe vaker je dit doet, hoe meer punten je krijgt. Ik was voor een paar grote opdrachten gegaan en het lukte me niet om zo’n cirkel te maken. Ik heb het één keer geprobeerd, maar toen blokkeerde Niek me. Niek slaagde er wel in om twee cirkels te maken en scoorde daar 10 bonuspunten mee. Ik vond dit een erg leuke uitbreiding om te doen. Het is ook echt grappig (of beschamend) hoe weinig van de plaatsen op de kaart ik ken. India is een enorm land en die steden moeten gigantisch zijn, maar van de meeste had ik nog nooit gehoord. In die zin blijft Ticket to Ride ook een leerzaam spelletje.

Het laatste nieuwe spel dat ik deed was een gratis print and play uitbreiding voor het leuke roll & write spel Welcome to… your perfect home. In Welcome to…:Quack wordt de wijk in de lente gebouwd en lopen er allemaal kleine eendjes over de bouwplaats. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Je moet in dit spel deze eendjes vangen door de twee huizen waar ze tussen staan van een nummer te voorzien. Vervolgens worden er punten vergeven als iemand alle gele en/of bruine eendjes heeft gevangen (dan krijgt iedereen net zo veel punten als hij eendjes van die kleur naar hun mama heeft gebracht). Verder gebruik je elke ronde ook één bonus-kaart die iets met die eendjes doet. De toevoeging van eendjes is maar een kleine twist, maar wel een leuke. De eendjes zien er schattig uit en ze voegen een race-element toe doordat je ze als eerste wilt redden. Ik vind het super sympathiek dat de uitgever deze uitbreiding gratis beschikbaar heeft gemaakt als geste aan de mensen die nu vanwege Corona thuis moeten blijven.  Ik heb de blaadjes geprint en geplastificeerd en met een klein beetje moeite heb ik nu een leuke uitbreiding in de kast staan.

vrijdag 31 juli 2020

Recensie: Carpe Diem

Alea was aan het begin van deze eeuw hét merk dat je als spellenliefhebber goed in de gaten hield omdat er interessante, innovatieve spellen verschenen. Alea is sindsdien blijven doen wat het toen ook deed, maar de spellenwereld is wel veranderd. Zo is het uiterlijk van spellen veel belangrijker geworden en op dat punt slaat Alea tegenwoordig regelmatig de plank mis. En dat is jammer, want veel van de spellen die onder dit label uitgebracht worden zijn nog steeds zeer de moeite waard. Twee jaar geleden verscheen Carpe Diem bij Alea. Het spel is echt een grijze muis in het spellenschap door de grijze doos en de kleurloze en fantasieloze afbeelding op de doos. Het spelmateriaal ziet er helaas niet veel beter uit, met veel nauwelijks van elkaar te onderscheiden groen en bruintinten. Ik snap dus dat veel mensen dit spel geen tweede blik waardig hebben gegund, maar misschien is er ook in dit geval more than meets the eye…

In Carpe Diem zijn de spelers Romeinse patriciërs die een nieuwe wijk gaan volbouwen. Iedere speler krijgt een vier kartonnen stroken waar je een vierkant van maakt waarbinnen je het raster plaatst waarop de wijk gebouwd gaat worden. 

De kern van het spel is de manier waarop je de tegels selecteert waarmee je je wijk bouwt. Centraal op de tafel ligt een ander bord waarop in groepjes van vier de gebouwen staan die je kan gaan bouwen.Aan het begin van het spel plaats je je pion bij een van deze groepjes en kies je hier een gebouwtegel van af. Op sommige tegels staan complete gebouwen (bijvoorbeeld een bakkerij), op andere staan delen van één of meer gebouwen (bijvoorbeeld villa’s)  of landschappen (bijvoorbeeld een vijver). Deze tegel leg je ergens op je bordje neer. Alle groepjes met gebouwen zijn via twee verbindingen verbonden met andere groepjes. Als je weer aan de beurt bent moet je via deze verbindingen naar één van deze groepjes gaan en daar een tegel pakken. Deze tegel leg je vervolgens op je eigen spelersbordje neer. De tegel moet je daarbij wel horizontaal of verticaal grenzend tegen een eerder gelegde tegel aanleggen. Heel vaak kan je dus niet direct bij de tegel komen die je eigenlijk wilt, maar moet je een beetje plannen via welke stapjes je er kan komen en dan maar hopen dat niemand hem voor je neus heeft weggepakt.

Dit bouwen doe je natuurlijk niet voor niets, maar levert op verschillende manieren direct en indirect punten op. Aan het eind van ieder van de zeven rondes volgt een waardering van twee elementen die je zelf mag kiezen door een fiche te leggen tussen kaartjes waarop deze elementen staan. Elk plekje kan echter maar één keer gekozen worden, dus je moet wel opletten wat de anderen doen om zo te voorkomen dat het plekje dat jij wilde al weg was voor je aan de beurt was om te kiezen. Aan het eind van het spel volgt dan nog een waardering waarbij veel punten te scoren zijn als je gebouwen en landschappen op de juiste plek hebt gebouwd. Op de stroken waarmee je je wijk hebt afgebakend staat namelijk aangegeven in welke kolommen en rijen je punten kan scoren als je er een bepaald gebouw of landschap gebouwd hebt. Verder leveren je afgebouwde villa’s bij de eindwaardering ook nog punten op (hoe groter een villa is, hoe meer punten hij oplevert).

De speler met de meeste punten wint vervolgens natuurlijk het spel.






…en de waardering

Zoek de verschillen
Bruin vs Geel
Donker vs Licht Groen

Het wordt echt tijd dat Alea een nieuwe vormgever in de hand neemt. Carpe Diem ziet er ronduit saai uit en (alsof dat nog niet erg genoeg is) lijken sommige kleuren zo sterk op elkaar dat het lastig is om ze uit elkaar te houden. En dat is jammer want het is een erg leuk spel om te doen. Het is een rasechte puntensalade die verstopt zit onder een uitdagende logistieke uitdaging om aan de juiste tegels te komen om je wijk te bouwen. Je moet daarbij zowel de korte termijn doelen (het scoren van punten aan het eind van een ronde) als de lange termijn doelen (de eindwaardering)  goed in de gaten houden. Het spel speelt lekker met alle spelersaantallen doordat van de groepjes tegels de laatste (bij drie spelers) of de laatste twee (bij twee spelers) worden weggehaald zodra de andere tegels worden gekozen.

 

Auteur: Stefan Feld
Uitgever: Ravensburger, 2018
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 45-75 minuten
Prijs: circa 35 euro

zaterdag 25 juli 2020

Recensie: Herrlof


Slagenspelletjes, ik ben er dol op. Het is alleen jammer dat de meeste slagenspellen pas leuk worden als je met meer dan twee spelers bent, zeker in deze tijd van social distancing. Maar gelukkig zijn er uitzonderingen op deze regel en verscheen recent daarvan een nieuw voorbeeld: Herrlof.

Herrlof is een slagenspel voor twee of drie spelers dat duidelijk leentjebuur heeft gespeeld bij twee slagen-toppers, namelijk De Vos in het Bos en Wizard. Uit De Vos in het Bos heeft Herrlof geleend dat sommige kaarten een speciale eigenschap hebben. Zo mag je als je met een 6 een slag wint, een kaart uit de hand van de andere speler trekken en die als je wilt houden (dan moet je wel een kaart uit je eigen hand terug geven natuurlijk) en als het je lukt om met een 1 een slag te winnen, dan mag je zelfs een slag van een andere speler afpakken.

Van Wizard heeft Herrlof geleend dat je aan het begin van iedere ronde moet voorspellen hoeveel slagen je gaat halen. Je doet dit in het geheim zodat je niet weet wat de andere speler(s) heeft/hebben voorspeld. Aan het eind van een ronde krijg je net zo veel punten als je slagen hebt gehaald én tien bonuspunten als je het door jou voorspelde aantal slagen hebt gehaald. Je kan verder nog bonuspunten scoren als je exact drie of vier slagen hebt. Verder zijn er nog twee bijzondere kaarten die doen denken aan de Nar en Tovenaar uit Wizard. Met de ene bijzondere kaart pas je als het ware en win je dus de slag niet (tenzij alle spelers op deze manier passen, dan wint de eerste speler). Met de andere kaart vernietig je de slag waardoor hij uit het spel verdwijnt. Niemand wint dan die slag.

Er worden maximaal tien rondes gespeeld of tot de ronde waarin een speler door de magische vijftig punten grens gaat. Wie dan de meeste punten heeft, wint het spel.

…en de waardering

Ik vind Herrlof tegelijkertijd een leuk en een frustrerend spel. Dat komt doordat de speciale kaarten en speciale eigenschappen net te veel chaos veroorzaken waardoor het erg lastig is om goed te voorspellen hoeveel slagen je gaat halen. In Wizard heb je alleen te vrezen van de Nar (waarmee je slagen ontwijkt) en de Tovenaar (een soort supertroef). Dat is al lastig genoeg. Maar hier komen er nog de zessen bij waardoor er zo maar een goede kaart uit je hand kan worden getrokken en de enen waardoor slagen die je gehaald hebt ineens toch naar de ander gaan. Daar valt niet tegen op te voorspellen. De chaos en onvoorspelbaarheid van de speciale kaarten en eigenschappen zorgen daardoor dus regelmatig voor frustratie als alles de verkeerde kant op valt. Maar ze zorgen ook voor blijdschap als het een keer wel lukt om je voorspelling te doen uitkomen door slim gebruik te maken van de speciale kaarten en eigenschappen. En door de hoop dat ik de chaos nog een keer onder controle krijg, krijgt dit spel toch iets verslavends waardoor ik het telkens opnieuw wil spelen. Misschien zelfs tegen beter weten in.







Auteur: Alexander Kneepkens en Inge van Dasselaar
Uitgever: Jolly Dutch, 2020
Aantal spelers: 2-3
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 13 euro

Ticket to Ride: Blijf thuis knutselproject

Days of Wonder heeft een print and play uitbreiding uitgebracht voor Ticket to Ride, speciaal voor deze tijd waarin mensen in veel landen zo veel mogelijk thuis moeten blijven om de verspreiding van het Corona-virus onder controle te krijgen. In deze uitbreiding blijf je ook op het speelbord thuis (lees hier de recensie die ik eerder schreef). Ik vond het alleen een beetje gek om vervolgens routes te bouwen met treinen in deze editie. Het leek me leuker als de treinen vervangen zouden worden door een wat huiselijker voorwerp, zoals sokken. Nou heb ik niet zo veel knutsel-talent, maar sokken kleien leek me zelfs voor mij haalbaar. En dus bestelde ik online vier pakjes fimo-klei in de kleuren van de gezinsleden (blauw, groen, roze en oranje)  uit de Blijf Thuis uitbreiding en ik ging aan de slag. In dit blog zal ik stap voor stap laten zien hoe ik mijn sokken heb gekleid en wat het resultaat is geworden.

Om bij het begin te beginnen. Ik heb fimo-klei gebruikt. Er zijn vast andere merken die ook geschikt zijn, maar ik koos deze omdat ik dit merk van naam ken. Ik had bij het bestellen alleen op de kleur gelet en verder niet om de omschrijving. Bij het bezorgen bleek ik drie verschillende soorten fimo-klei besteld te hebben: de normale, een effect klei (met kleine glitters er in) en de soft variant. Uiteindelijk heb ik met alle vier kunnen doen wat ik wilde, maar de moeite die het kostte verschillende wel enorm. De reguliere fimo-klei is echt loeihard en heel korrelig. Die moet je heel lang kneden voor je er wat mee kan. De effect-klei was al iets beter hanteerbaar, maar nog steeds erg hard. De zachte klei was met grote afstand het prettigst om mee te werken. Een tip die ik op internet vond was om de klei voor gebruik op een warme kruik te leggen om hem beter hanteerbaar te maken (kruik van te voren even in aluminiumfolie wikkelen en ook iets over de klei leggen om de warmte lekker vast te houden). Deze tip maakte mijn klei-leven een stuk makkelijker. 

De eerste stap was telkens (nadat ik de klein lang genoeg gekneed had om hem goed hanteerbaar te maken) om kleine rolletjes te maken.

Daar maakte ik vervolgens een kleine buiging in en duwde ik de sok een beetje plat. Ik heb er op gelet dat ze allemaal dezelfde kant op buigen omdat ik dat er leuker uit vond zien. 

Vervolgens drukte ik met een verbogen paperclip bij de hiel en de tenen een half rondje in de klei. 

En daarna duwde ik met een rechte kant van de paperclip aan de bovenkant een horizontaal streepje en vervolgens haaks daarop wat kleine streepjes om de bovenste rand van de sok te maken. 

Als laatste stap duwde ik met en cocktailprikker de randjes een beetje recht. 

Nadat ik voor elk van de vier kleuren 32 sokken had gekleid (dat zijn dus in totaal 128 sokken), heb ik nog vier tel-stenen gemaakt. Ik had niet meer inspiratie dan om er een soort afgeplatte knikkers van te maken. 

Ik had op internet gelezen dat het heel belangrijk is dat je de oven niet te heet zet bij het afbakken. Met bakken heb ik meer ervaring dan met kleien en ik weet daardoor dat ovens niet altijd heel netjes precies de temperatuur hebben die is ingesteld. Ik heb daarom eerst één sok gebakken om te kijken of hij als ik mijn oven op de voorgeschreven 110 graden (ik heb een heteluchtoven) had ingesteld, er na een half uur netjes uit kwam. Dat bleek het geval en daarna heb ik de rest van de sokken gebakken. 

En toen konden Niek en ik een potje Ticket to Ride: Blijf Thuis gaan doen waarin onze familieleden hun sokken door het huis lieten slingeren. Mijn sokken heb ik misschien nog wat te groot gemaakt, maar met twee spelers lukt het prima en zag het er grappig uit. Echt handige Harries of Harriëttes hadden het vast ook voor elkaar gekregen om de sokken in verschillende maten te maken. Het baby-broertje heeft in mijn exemplaar net zulke grote sokken als zijn ouders. Laten we het er op houden dat die gewoon op de groei zijn gekocht. 

Moraal van het verhaal: het idee was beter dan de uitvoering. En ik heb ontdekt dat ik vrij weinig lol aan kleien beleef. Maar het hield me wel weer een middag van de straat en dat past dan wel weer goed bij het thema.

zondag 19 juli 2020

Recensie: De Crew

Als iets te mooi is om waar te zijn, is het meestal niet waar. Slagenspellen en samenwerkingsspellen zijn twee van mijn favoriete spelgenres. Toen ik dus hoorde van De Crew, dat die twee combineert, voelde ik een mengeling van enthousiasme en scepsis: kan het echt wat zijn?

Het slecht passende thema helpt alvast niet: spelers werken samen in missies om de voorheen onbekende negende planeet van het zonnestelsel te ontdekken. De missie-omschrijvingen komen niet direct in aanmerking voor literaire prijzen en wekken eerder de lachlust op dan nieuwsgierigheid naar wat het spel nu weer in petto heeft.

Gelukkig wordt met handige symbolen en een kernachtige omschrijving duidelijk gemaakt wat iedere missie de bedoeling is. Meestal betekent dit dat de spelers vooraf een bepaalde slag moeten claimen. De missie slaagt als iedereen zijn of haar geclaimde slagen heeft gehaald.


Dat werkt zo: van alle kaarten in het spel is er ook een kleine versie, waarvan er een aantal wordt omgedraaid. Om beurten nemen de spelers een van die kaarten, tot ze allemaal verdeeld zijn. Het kan dus zijn dat jij de slag moet halen waar de roze 3 in zit, je buurvrouw die met de gele 9, enzovoort. De missie is geslaagd als iedereen ‘zijn’ slagen heeft gehaald en mislukt direct als iemand een slag haalt die voor een ander bedoeld was.

Naarmate het spel vordert worden de opdrachten lastiger. Soms moeten de slagen in een bepaalde volgorde gehaald worden, of gelden er heel andere voorwaarden. Je kunt zoveel missies spelen in een spelsessie als je wilt. Alle vijftig in één ruk uitspelen lijkt me een uitdaging, drie tot vijf per keer is zeker haalbaar.


...en de waardering

Soms, heel soms, is de waarheid zo mooi als ze lijkt. Dat is het geval bij De Crew. Na een soms onwennige start kom je met je team snel op gang en raak je steeds beter op elkaar ingespeeld. Voor liefhebbers van teamspellen zoals Tai Pan, klaverjassen en bridge is De Crew vooral erg geschikt. Alles draait om het samenspel met je partners, alleen is er nu geen ander team dat je dwarszit. Het spel zelf is al lastig genoeg. Soms is het spel ook grillig. Een missie is een stuk lastiger als alle te behalen slagen van dezelfde kleur zijn, en soms valt het allemaal net verkeerd. Maar van je fouten leer je, en ook met een slecht gezind lot moet je om zien te gaan. Met vijftig missies is het speelplezier waarschijnlijk eindig, maar tot die tijd is het een bijzondere ruimtereis.







Auteur: Thomas Sing
Uitgever: 999 Games (2020)
Aantal spelers: 3-5, vanaf 12 jaar
Speelduur: 15 tot 60 minuten
Prijs: ca 15 euro

woensdag 15 juli 2020

Recensie: Catan: Kosmonauten

To boldly go where no one has gone before”. Deze missie uit Star Trek is door Klaus Teuber met zijn succesvolle Catanfamilie inmiddels wel zo’n beetje voltooid. Het is nog geen Monopoly, maar er lijkt inmiddels geen thema meer te bestaan of er bestaat een Catanversie van. Inderdaad, inclusief Star Trek.

In zo’n geval zit er weinig anders op dan oude bestemmingen opnieuw te bezoeken. Dat is wat er is gebeurd met de oorspronkelijke ruimteversie van Catan, Sternenfahrer. Dit twintig jaar oude spel was destijds best succesvol, maar heeft dat succes minder lang vol kunnen houden dan het origineel. Tijd dus voor een bijgewerkte versie, die nu ook in het Nederlands is verschenen. Catan is hier tenslotte nog een stuk populairder dan aan het begin van de eeuw.


Voor mensen die Sternenfahrer kennen bevat Kosmonauten weinig nieuws, het is voor 95 procent hetzelfde spel. Opnieuw gebruik je grondstoffen vooral voor het bouwen van ruimteschepen, die je door het heelal navigeert, aangestuurd door je (vrij kolossale) moederschip. Dat moederschip kun je ook uitbouwen, waardoor je sneller vliegt, meer handelsposten kunt stichten en de lastige ruimtepiraten van het lijf kunt houden.

Zoals in de meeste Catanvarianten draait ook hier alles om het dobbelen en ruilen van grondstoffen en daar vervolgens leuke dingen mee doen. Die leuke dingen leveren als het goed is punten op. Degene die als eerste vijftien verzamelt wint het spel.


...en de waardering

Als er een woord van toepassing is op Kosmonauten, dan is het wel episch. Dat betreft de omvang van de doos, het spelmateriaal, de beleving maar vooral de speelduur. Waar het origineel een tactisch steekspel is dat met gemak in een uur te spelen valt, is Kosmonauten een groots avonturenspel dat zonder problemen de twee uur aantikt. Niet aan te raden voor ongeduldige spelers die lekker willen plannen, maar des te meer voor spelers die met het spel graag een belevenis ervaren, die best wat tijd mag kosten. In Kosmonauten staat die beleving namelijk voorop, meer nog dan de strijd om de winst. Hier is de verre reis duidelijk belangrijker dan de bestemming. Wie er wint is uiteindelijk maar bijzaak. Ook voor de andere spelers valt hier genoeg te beleven, en dat is de charme van dit monsterspel.







Auteur: Klaus Teuber
Uitgever: 999 Games (2020)
Aantal spelers: 3-4, vanaf 12 jaar
Speelduur: 120 minuten
Prijs: ca 85 euro

zaterdag 11 juli 2020

Recensie: Ticket to Ride Blijf Thuis


Het was voor ons allemaal toch wel even schrikken toen we in het voorjaar van 2020 toch nog redelijk onverwacht in Nederland allemaal zo veel mogelijk thuis moesten blijven om de Corona-uitbraak te beteugelen. Het was even wennen om zo veel thuis te zijn en daar je vertier te moeten zoeken. Naast opruimen en klussen, sloegen mensen ook massaal weer aan het spelen van spellen. Sommige uitgevers droegen hun steentje bij aan het stimuleren van mensen om thuis te blijven door gratis print en play spellen en uitbreidingen op hun website te zetten. Nou ben ik normaal niet zo’n liefhebber van het zelf knutselen van spellen (laten we het op een gebrek aan talent op dit vlak houden), maar toen ik las dat er een print en play uitbreiding van Ticket to Ride was verschenen, wilde ik die wel heel graag uitproberen.

Op de website van Asmodee kan je het bestand vinden dat je nodig hebt om deze uitbreiding te maken. Er is zelfs een Nederlandse editie (ik had dat even gemist en heb dus de Engelse editie gebruikt). Ik heb het bestand geprint en de spelonderdelen vervolgens gelamineerd. Het bord bestaat uit vier delen en verder moet je een grote stapel tickets maken. Het is een uitbreiding, dus om deze versie te spelen heb je daarnaast natuurlijk nog de treintjes en treinkaarten van een Ticket to Ride spel nodig.


De uitbreiding heet niet alleen Blijf Thuis om je te stimuleren zo veel mogelijk thuis te blijven om de verspreiding van het virus te beperken. Maar deze naam verwijst ook naar de plaats waar dit spel zich afspeelt: in huis. De plattegrond is duidelijk Amerikaans georiënteerd, gelet op de omvang van de slaapkamers en het aantal badkamers. 

In Ticket to Ride Blijf Thuis krijgen alle spelers een rol toebedeeld: vader, moeder, zus of broertje. Voor iedere rol zitten er vier tickets in het spel waar je er twee van krijgt. Dit zijn altijd wat langere routes die die past bij het karakter, zoals een route van de kinderbedjes naar de kinderbadkamer. Daarnaast krijg je nog twee gewone tickets (bijvoorbeeld van de koelkast naar de T.V.). Van deze vier tickets moet je er twee houden en daarna kan het spel beginnen.

Het spelverloop is vervolgens recht toe recht aan Ticket to Ride: kaarten trekken, routes bouwen of extra tickets trekken. Alleen bij het bouwen is er nog een kleine twist aan het spel toegevoegd. Er zijn een aantal zogenaamde familie-routes in het huis. Deze routes herken je doordat je er meerdere kleuren kaarten voor moet neerleggen. Zo ’n route bouw je niet in één keer, maar door telkens één stukje neer te leggen. Alle spelers mogen meebouwen aan zo’n route en alle spelers die meegebouwd hebben mogen de route gebruiken voor het vervullen van hun tickets.

…en de waardering

Ik vind het echt een super sympathieke gebaar van Days of Wonder en Alan R. Moon dat ze een gratis uitbreiding hebben uitgebracht voor ongetwijfeld het meest succesvolle spel in hun catalogus. Ik ben niet de meest handige knutselaar en dus ziet mijn exemplaar er nog een beetje knullig uit, maar het werkt allemaal prima. Ik weet zeker dat mensen met meer knutsel-talent er een heel mooi exemplaar van weten te maken.

Het spel zelf speelt lekker vlot weg. De familieroutes zijn een leuke twist. Het enige nadeel van deze routes is dat als een speler er veel van in zijn eentje moet bouwen (zonder hulp van andere spelers), deze speler een beetje in het nadeel is omdat het veel beurten kost om stukje voor stukje zo’n route te bouwen. Ik vind het verder grappig dat je vaak heel erg om moet bouwen voor bepaalde verbindingen. Het lijkt dan of twee locaties vlak bij elkaar liggen, maar als er een muur tussen staat, dan kan de route best lang zijn als je van de ene kamer in de andere moet komen. Je moet dus echt even goed kijken hoe routes lopen, want dat is vaak anders dan je verwacht als je het reguliere Ticket to Ride gewend bent.

Gelukkig hoeven wij op het moment dat ik dit schrijf (juli 2020) niet meer verplicht zo veel mogelijk thuis te blijven. Je kan deze uitbreiding dus ook gewoon knutselen om mee te nemen naar je vakantieadres. Het is even een knutsel-klus, maar ik denk dat je er geen spijt van gaat krijgen.







Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2020
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 20-45 minuten
Prijs: GRATIS!