woensdag 26 februari 2020

Recensie: Rubik's Cage


Mix boter, kaas en eieren, vier op een rij en de goede oude rubiks cube en je hebt dit nieuwe puzzelspelletje Rubik’s Cage. Je begint met een leeg raster. Van beide zijden kan het rooster eraf worden gehaald en blokken in zes verschillende kleuren er in gestopt worden. In je beurt mag je één van je blokken in de kubus doen, een laag één slag van 90 graden draaien, of de hele kubus onderste boven zetten. Met de laatste twee acties vallen blokken vaak op een heel andere plek weer naar beneden.

Bij twee spelers heeft iedereen twee kleuren. Door het draaien en zeker het omkeren van de kubus kan een mooi opgezet plan letterlijk overhoop gegooid worden. Als het je lukt om drie blokken van dezelfde kleur op een rij te krijgen horizontaal, verticaal of diagonaal, heb je 3 op een rij en gewonnen.

…en de waardering

Het is niet verbazend dat er geen auteur bij dit spel vermeld staat. Het is meer een puzzel dan  een spel en lijkt wel heel erg op 3d 4 op een rij, al zijn het er nu 3. Het draaimechanisme geeft wel een extra verrassingselement aan het spel. Kinderen vinden het leuker dan volwassenen, dus gooi het als vermaak onderweg op de achterbank en je hebt weer een tijdje relatieve rust.








Uitgever: Jumbo, 2019
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 7 jaar
Speelduur: circa 10 minuten
Prijs: circa 17 euro

Recensie: Okavango

De Okavango is een rivier in Zuidwest-Afrika, die ontspringt in Angola (daar heet de rivier nog de Rio Cubango), en stroomt dan via Namibië uit in een natuurreservaat in Botswana. In het spel Okavango ben je een Afrikaanse ranger die verschillende dierkuddes naar de delta-armen en drinkplaatsen van de rivier moet leiden. 


Aan het begin van het spel trekt iedere speler blind 13 dieren uit de zak. Deze leg je vervolgens achter je scherm. Hier ga je proberen verzamelingen van dezelfde dieren te maken. Er zijn 8 drinkplaatsen in het spel. Bij de kleinste moeten er minimaal 2 dezelfde dieren staan om punten te scoren, bij de grootste drinkplaats minimaal 8. Als je aan de beurt bent laat je een groep dieren ergens drinken. Als er al dieren bij die drinkplaats liggen moet je zorgen dat je of méér dieren hebt, of een gelijk aantal dieren maar hoger in rang. 4 stokstaartjes van waarde 1 kunnen dus samen 3 leeuwen met waarde 11 verjagen. Op die manier krijg je ook altijd weer een verzameling terug. Als het je lukt om dieren te plaatsen krijg je de punten van die drinkplaats. Hoe groter de drinkplaats, hoe meer dieren er moeten drinken, en hoe meer punten die opleveren.


Naast de drinkplaatsen is er ook nog een delta-arm waar juist allemaal  verschillende dieren naast elkaar moeten drinken. Bij vervanging van dieren aan de delta arm moet de waarde van het totaal aantal dieren hoger zijn. Als alle plekken aan de delta-arm bezet zijn raakt deze uitgeput en kan die niet meer gebruikt worden.  Langs de rivier staan allemaal soorten dieren te drinken. Na je beurt mag je hier 1 soort van pakken om je voorraad mee aan te vullen, maar nooit meer dan het aantal dieren dat je die beurt hebt weggebracht om te drinken.

In het begin kan iedereen nog wel groepjes dieren verzamelen en plaatsen. Je raakt ook niet zo veel kwijt als je als eerste naar een drinkplaats gaat, en dus geen verjaagde groep dieren mee terug kan nemen. Voor de grotere drinkplaatsen heeft dit wel een remmende effect. Want als je 10 punten wilt scoren bij de grootste drinkplaats zal je een groep van 8 dieren achter moeten laten zonder dat je daar iets voor terug krijgt. Dit is een groot voordeel voor de andere spelers die dan een hogere rang dieren in kunnen zetten, ook 10 punten scoren, maar de huidige troep mee terug neemt en achter zijn scherm legt. Daarom voelt het alsof het speleinde van Okavango te lang wordt gerekt. Iedereen begint uit te stellen tot het niet meer kan. De delta raakt uitgeput, de andere drinkplaatsen liggen helemaal vol met dieren van een hoge rang zo dat er uiteindelijk toch naar de grotere drinkplaatsen getrokken wordt. De ranger die dat als eerste moet doen, is vaak niet de speler die wint. 

...en de waardering

Het spel is mooi uitgewerkt en begint vlot. Het is leuk om dieren te laten drinken, ander te vervangen en medespelers te verassen met jouw verzameling dieren. Met de ranger als joker kan je soms achter je scherm aan een grote troep werken zonder dat anderen dat in de gaten hebben. Maar zoals al geschreven loopt het einde niet lekker. Het lijkt een beetje of het spel vast loopt. Wie als eerste geen keuze meer heeft en een kudde naar een nog lege drinkplaats leidt, mist hierdoor in één keer 8 tegels. Dat is veel in de eindfase. Jammer want thema, uitwerking en spelmechanisme lopen de rest van het spel wel lekker.









Auteur: Wolfgang Kramer & Michael Kiesling
Uitgever: Jumbo, 2018
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 45 minuten
Prijs: circa 40 euro

woensdag 19 februari 2020

Recensie: Ticket to Ride Japan & Italië


Zouden er landen in de wereld zijn waar geen treinen rijden? Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen. En dat is goed nieuws voor liefhebbers van Ticket to Ride omdat het de ruimte biedt voor nog heel veel meer Ticket to Ride spellen. Afgelopen Spiel werd de Ticket to Ride familie onder andere uitgebreid met  Japan en Italië.

Japan en Italië zijn beide langgerekte landen en het bord is dus een stukje langer dan de reguliere Ticket to Ride borden. De standaard Ticket to Ride regels zijn de basis van beide spellen, maar ze hebben ook beide een eigen, originele twist.

In Japan bestaat de belangrijkste twist uit de toevoeging van de hogesnelheidstreinen (Bullet trains). Deze moeten op bepaalde trajecten op het bord gebouwd worden in plaats van de gewone treintjes. Het bijzondere van de Bullet trains is dat, als ze eenmaal gebouwd zijn, ze door alle spelers gebruikt mogen worden. Hierdoor kan je dus heerlijk meeliften op de trajecten die de andere spelers aanleggen. Als je bouwt aan het hogesnelheidsnet dan krijg je daarvoor niet meteen punten. Op een apart puntenspoor wordt bijgehouden hoeveel stukken hogesnelheidslijn iedere speler heeft gebouwd. De spelers die het meest hebben meegebouwd worden hier aan het eind van het spel voor beloond met flink wat punten, terwijl de speler(s) die het minst hebben bijgedragen strafpunten krijgen.

Er is nog een tweede bijzonderheid op de kaart van Japan te zien. Er zijn namelijk twee regio’s die apart afgebeeld staan, namelijk Tokyo en Kyushu. Kyushu is het meest zuidelijk liggende grote eiland van Japan. De kaart van Japan is al extra langgerekt, maar was toch niet lang genoeg. Dit eiland is daarom apart afgebeeld. Dit eiland is met de rest van Japan verbonden via de stad Kokura. Deze stad staat op beide kaarten afgebeeld. Als je dus van Osaka naar Nagasaki moet gaan, dan moet je eerst op de hoofdkaart van Osaka naar Kokura bouwen en vervolgens op het kleine kaartje van Kokura naar Nagasaki. Tokyo is ook apart afgebeeld. In het geval van Tokyo is ingezoomd op de stad zodat je het metronetwerk kan zien en daarmee naar de verschillende wijken kan gaan. Als je netwerk op de hoofdkaart is aangesloten op Tokyo dan kan je vervolgens van uit het centrum van Tokyo (het centraal station) via de metro’s je netwerk met de verschillende wijken verbinden.

Ook de Italiaanse variant bevat twee toevoegingen aan de standaard elementen. Het eerste nieuwe element is dat je behalve de trein ook de veerboot (il traghetto in het Italiaans) kan nemen. De veerboot brengt je bijvoorbeeld naar de Italiaanse eilanden Sicilië en Sardinië. Voor sommige vakjes op de veerbootroutes moet je óf een joker óf een speciale veerboot-kaart spelen. Een veerbootkaart is dan wel meteen goed voor twee veerbootvakjes. Je kan één veerbootkaart trekken in plaats van het reguliere kaarten trekken (en dan mag je er maximaal twee op handen hebben).

De tweede verandering in Italië is dat je aan het eind van het spel punten scoort voor het aantal regio’s (zoals Toscane, Piëmonte of Umbria) dat een speler met elkaar verbonden heeft.

…en de waardering

Elke Ticket to Ride variant/uitbreiding die ik gespeeld heb, vind ik tot nu toe leuk. Italië en Japan zijn daarop geen uitzondering. Ik vind het knap dat Alan R. Moon iedere keer weer wat nieuws weet te verzinnen. Je moet bij iedere variant weer even kijken wat de extra mogelijkheden zijn die het spel je biedt en hoe je daar mee om wil gaan. In Japan is de vraag in hoeverre je actief mee wil doen met het bouwen aan de bullet train of dat je accepteert dat je daar minder of zelfs strafpunten voor krijgt maar dat je ondertussen lekker kan bouwen aan opdrachtkaarten (waarbij je dankbaar gebruik maakt van de hogesnelheidstrajecten die de andere spelers hebben aangelegd). In Italië race je niet alleen om zo veel mogelijk opdrachten te vervullen maar wil je ook graag je netwerk  uitbreiden naar zo veel mogelijk regio’s.







Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2019
Aantal spelers: 2-5
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30-60 minuten
Prijs: circa 40 euro

zondag 16 februari 2020

Recensie: Hanabi

Hanabi is het Japanse woord voor vuurwerk. Letterlijk betekent het ‘vuurbloem’ en dat past wel bij het idee van het spel: probeer een zo fraai mogelijke vuurwerkshow weg te geven. Dat doe je collectief. Hanabi is een coöperatief spel, waarbij spelers elkaar moeten helpen om op het juiste moment de goede kaart te spelen en er zo een spectaculair geheel van te maken.



Goede samenwerkingsspellen draaien om spanning en communicatie. De meeste spellen in het genre leggen het accent op het eerste aspect en laten het aan de spelers over om het tweede vorm te geven. De bijzondere coöperatieve spellen geven juist aan die communicatie extra aandacht. Een spel als The Mind doet dat door communicatie helemaal te verbieden. Hanabi dwingt je juist om zo zorgvuldig mogelijk te communiceren en je daarbij allerlei beperkingen op te leggen.


De crux van Hanabi is dat je je eigen kaarten niet mag zien. Dat is best lastig, want je moet de kaarten in vijf kleuren opeenvolgend spelen om te voorkomen dat de goden ontstemd het vuurwerkfeest bederven met een flinke plensbui. Gelukkig mag je, in plaats van een kaart spelen, anderen ook een hint geven over de kaarten die zij hebben. Je mag daarbij alleen de kleur of het getal van de kaart noemen. Bovendien moet je de andere kaarten met hetzelfde kenmerk ook aanwijzen. Die speler heeft dus ook wat deductievaardigheden nodig om te bepalen welke kaart hij of zij het beste kan spelen.
Als het spel voorbij is, tellen de spelers hoeveel kaarten ze hebben kunnen spelen. Verliezen gebeurt alleen als je de goden te boos hebt gemaakt. Dat gebeurt gelukkig vrij zelden, maar nog altijd vaker dan het halen van de perfecte score van 25…

de luxe editie

…en de waardering

Ik ben een liefhebber van samenwerkingsspellen. Ze hebben alleen vaak één kwetsbaar punt: de alfaspeler. Je kent ze wel, de mensen die anderen graag ‘tips’ geven en ze aansturen in wat ze volgens hem (bijna altijd is het een hij) moeten doen. Ik sluit niet uit dat ik mezelf hier ook wel eens schuldig aan maak. Hanabi heeft dat probleem elegant omzeild door de spelers onvolledige informatie te geven. Het is lastig anderen te zeggen wat ze moeten doen als je je eigen kaarten niet kent. Je kunt anderen wel tips geven over welke tips zij moeten geven, maar dan overtreed je de regels al. Zo blijft iedereen betrokken en is ieders input cruciaal. Dit maakt Hanabi tot een uniek coöperatief spel en een van de leukste spellen in het genre.







Auteur: Antoine Bauza
Uitgever: Abacusspiele (2010)
Aantal spelers: 2 tot 5, vanaf 10 jaar
Speelduur: 30 tot 45 minuten
Prijs: ca 12 euro

woensdag 12 februari 2020

Pimp your Wingspan!

Sinds Wingspan vorig voorjaar uit kwam, is het niet van de spellentafel te slaan bij Niek en mij. We hebben het spel inmiddels 117 keer gespeeld, waarvan 42 keer met de uitbreiding met Europese vogels die in het najaar uitkwam en we zijn nog lang niet uitgekeken op dit geweldige spel. Wingspan ziet er van zichzelf al geweldig uit, maar het kan natuurlijk altijd nog beter.

Via het internet kan je verschillende upgrade kits kopen om onderdelen van het spel nog mooier te maken. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van het kartonnen huisje door een houten huisje of het vervangen van de kartonnen voedselfiches door houten of plastic fiches. Ik heb de lokgroep van al dit prachtigs lang kunnen weerstaan doordat de upgrades best prijzig zijn en al snel veel meer kosten dan het spel zelf. Maar een paar weken terug ging ik toch voor de bijl om de functionele maar saaie spelersblokjes te vervangen door mooie houten vogels. Verder heb ik een startspeler-fiche in de vorm van een sneeuwuil gekocht.

Twee weken geleden kreeg ik een e-mail dat het pakketje met de speelstukken op de post was gegaan en sindsdien hield ik de brievenbus goed in de gaten. Vandaag ben ik naar het tuincentrum geweest om nieuw vogelvoer te halen voor de vogels in onze tuin (vooral de pinda's en zonnebloempitten gaan altijd hard). Ik heb daarmee denk ik zo veel goede karma punten gescoord, dat het pakketje met de nieuwe speelstukken vandaag als beloning voor mijn goede gedrag in de post zat! 

Ik ben super blij met mijn nieuwe speelstukken. Ze zien er echt fantastisch uit. Ik ben er nog niet over uit welke mijn favoriet is. Ik denk het ijsvogeltje, maar de uil vind ik ook echt heel mooi geworden. Ik weet in ieder geval al wat ik vanavond ga doen! 








Voor wie nou ook hebberig wordt: ik heb deze speelstukken gekocht bij Meeple Source. Naast deze vogels kan je ook nog uit andere vogels kiezen, maar ik vond ze te duur om alles te kopen (had ik graag gewild) en heb daarom de leukste uitgezocht. Ze verkopen overigens ook voor andere spellen prachtige upgrade kits.

Liefhebbers van de vogel-tekeningen van Wingspan wil ik verder nog graag wijzen op de website van de illustrator. Op deze website kan je posters kopen met de tekeningen die op de kaarten staan (ook hier word ik heel hebberig van maar bij gebrek aan lege muur ben ik niet voor de bijl gegaan). 

zaterdag 8 februari 2020

Recensie: Machi Koro Legacy


Vorig jaar is van Machi Koro een legacy-variant op de markt gekomen. Machi Koro is een kaartspel waar de spelers steden bouwen met verschillende gebouwen. Ieder gebouw dat je bouwt levert je op bepaalde momenten inkomsten op. Aan het begin van iedere beurt gooien de spelers namelijk met één of twee dobbelstenen en de gebouwen die op de kaarten staan met dat getal worden geactiveerd. 

Sommige gebouwen leveren altijd iets op als het juiste getal gegooid wordt, maar er zijn ook gebouwen die alleen door een worp van de eigenaar geactiveerd worden of juist alleen door de andere spelers. Met de inkomsten die je krijgt kan je weer nieuwe gebouwen bouwen waardoor je weer meer inkomsten krijgt waardoor je weer meer gebouwen kan bouwen, etc. Het doel van het spel is om drie speciale gebouwen te bouwen en wie dat als eerste gedaan heeft, wint het spel.

De regels van Machi Koro Legacy zijn precies hetzelfde als die van Machi Koro zelf. Ook de vormgeving is hetzelfde en je begint het spel zelfs met een aantal kaarten die ook in het reguliere Machi Koro zitten. Aan het begin van ieder potje lezen de spelers een achtergrondverhaal over de ontwikkelingen in de stad (ik houd het bewust vaag want ik wil niets verklappen). Soms zorgen deze ontwikkelingen er voor dat er nieuwe kaarten of andere elementen in het spel worden gebracht of weer verdwijnen. Er komen soms ook wat regels bij in het spel, maar de complexiteit van het spel blijft min of meer hetzelfde als het reguliere Machi Koro. En op die manier speel je tien potjes achter elkaar die grotendeels hetzelfde zijn maar toch iedere keer net een beetje anders zijn.

…en de waardering

Ik vind dat de makers er heel goed in zijn geslaagd om een legacy-variant van Machi Koro te maken. Machi Koro is een familiespel dat je ook met kinderen vanaf een jaar of acht kan spelen. Dit betekent dat het spel niet al te ingewikkeld is en lekker vlot speelt. Ik kan me goed voorstellen dat het voor auteurs leuk is om bij een Legacy-variant van een spel steeds meer elementen toe te voegen waardoor het spel steeds complexer wordt. In het geval van een familiespel zou je dan waarschijnlijk eindigen met een spel dat voor de jongste spelers te complex was geworden. De makers van Machi Koro Legacy zijn niet in deze val getrapt en hebben elementen toegevoegd die wel iets nieuws toevoegen, maar dat doen zonder het spel complexer te maken. De achtergrondverhaaltjes vond ik leuk, maar spelen tijdens het spel verder geen grote rol.

Voor verwende veelspelers is het grootste nadeel van Machi Koro dat het spel last heeft van een run-away-leader probleem. Als de dobbelstenen een speler gunstig gezind zijn, dan kan deze speler meer en betere kaarten kopen en is hij al snel niet meer in te halen. Dit probleem lost Machi Koro Legacy niet op. In de potjes die ik speelde was vaak al voor het eind duidelijk wie er ging winnen. Sterker nog, veel elementen die worden toegevoegd hebben ook een kans-element waardoor de geluksfactor in Machi Koro Legacy misschien zelfs nog wat groter is geworden. Ik denk dan ook dat dit spel minder in de smaak zal vallen bij een groep volwassen verwende veelspelers. Daarvoor is ieder potje te veel hetzelfde en is het run-away-leader probleem te groot.

Voor gezinnen is Mach Koro Legacy een leuke manier om kennis te maken met legacy-spellen. Het spel blijft toegankelijk, maar het blijft leuk om een grote stapel kaarten te hebben waar je je langzaam doorheen werkt en die het spel langzaamaan veranderen. Er zitten ook een paar hele grappige vondsten tussen. Het is natuurlijk helemaal leuk als je één van de doosjes open mag maken en daar nog extra verrassingen uit komen. Ik vond het alleen wel jammer dat de grote dozen meer inhoud suggereren dan er daadwerkelijk in zit (veel doosjes bevatten maar één klein dingetje).

Het fijne van deze legacy-variant is ook dat je het spel niet kapot speelt en je het dus (als je dat zou willen) na afloop van de campagne nog prima kan spelen (zelfs met mensen die de campagne niet gespeeld hebben, al krijgen die daarmee wel heel veel kennis over wat er tijdens de campagne is gebeurt waardoor het voor hen niet zo leuk zal zijn om de campagne zelf nog te spelen).

Mijn waardering is gebaseerd op hoe leuk dit spel zal zijn voor de doelgroep (families met kinderen in de basisschoolleeftijd). Verwende veelspelers mogen rustig een pionnetje wegdenken.







Auteur: Rob Daviau, J.R.  Honeycutt en Masao Suganuma
Uitgever: 999 games, 2019
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30-45 minuten
Prijs: circa 50 euro

zondag 2 februari 2020

Recensie: Crown of Emara

Vorig jaar maakte ik voor het eerst kennis met een spel van Benjamin Schwer: Hadara. Dat beviel erg goed, waardoor ik nieuwsgierig werd naar zijn andere spellen. Dat zijn vooral kinderspellen, maar vlak voordat Hadara uitkwam verscheen van zijn hand Crown of Emara, ook een spel voor liefhebbers.


Crown of Emara is wat ik een echte puntenpuzzel zou kunnen noemen. In de meeste bordspellen van Duitse snit is het verzamelen van punten het doel van het spel, maar in sommige spellen is het sprokkelen van punten een aaneenschakeling van optimalisatiepuzzeltjes. Stefan Feld is de ongekroonde koning van het genre, maar geen alleenheerser. Spellenliefhebbers zijn puzzelaars, dit subgenre is dus ongekend populair.

De actie in Crown of Emara speelt zich af op twee borden. Het ene stelt het platteland voor, waar je grondstoffen verzamelt. Het andere bord is de stad, waar je de grondstoffen direct of indirect in punten kunt omzetten. Op beide borden laat je een speelfiguur rondlopen.












Dat doe je door het spelen van kaarten. Iedere kaart heeft een eigen functie en daarnaast kies je bij het spelen van een kaart hoeveel stappen een van je figuren mag lopen. Hoeveel precies en welke figuur je laat lopen staat verder los van de actie op de kaart zelf, wat soms tot lastige afwegingen leidt. Eerst de actie van de kaart uitvoeren, of toch maar een poppetje bewegen en de actie op het bord uitvoeren? Extra grondstoffen nemen of snel die ene actie doen voordat iemand je voor is?

Punten scoor je in twee soorten en in een Knizia-achtige afrekening is je laagste score je eindtotaal. Dat moet natuurlijk hoger zijn dan van je medespelers.










…en de waardering

Hoewel ik genoeg puntenpuzzelaars ken die ik wel kan waarderen, ben ik geen al te groot fan van het genre. Te vaak is zo’n spel een abstracte, zielloze en onsamenhangende verzameling van losse ideeën om punten te sprokkelen. Als ik de naam van Stefan Feld op de doos zie staan zakt de moed me al snel in de schoenen. Crown of Emara valt wat mij betreft net aan de goede kant van de streep. Het is nog steeds vrij droog en mechanisch, maar heeft in ieder geval een overkoepelend idee dat goed werkt: de gescheiden borden van grondstoffen verzamelen en punten pakken. Vooral bij dat laatste moet je je medespelers goed in de gaten houden en is timing alles. Dat geeft het spel voldoende focus en spanning om tot het einde onderhoudend te blijven. Geen hoogvlieger wat mij betreft, maar beter dan veel spellen in het genre.







Auteur: Benjamin Schwer
Uitgever: 999 Games (2019)
Aantal spelers: 2 tot 4, vanaf 12 jaar
Speelduur: 60 tot 90 minuten
Prijs: ca 40 euro

Recensie: Adventure Games

In de jaren negentig, toen spelen via internet nog vrijwel niet bestond, was het genre van avonturenspellen, ook wel ‘point-and-click’-spellen genoemd, razend populair. Zelf bewaar ik ook warme herinneringen aan Little Big Adventure, Monkey Island en King’s Quest. Aan die oude PC-games moest ik direct denken toen ik de nieuwe Adventure Games van Kosmos (en in Nederland 999 Games) speelde.

De Adventure Games zijn coöperatieve spellen, waarbij de spelers samen een avontuur beleven. De term ‘point-and-click’ is ook hier van toepassing. Je begint op een locatie met daarop een paar genummerde bezienswaardigheden. Waar je in de computerversies op zo’n bezienswaardigheid klikte, zoek je hier het nummer op in een dik schrift. Dat levert aanwijzingen op voor de rest van het avontuur, of je vindt voorwerpen. Die voorwerpen kun je vaak met andere spullen combineren, of met een locatie. Je kunt bijvoorbeeld een sleutel vinden met nummer 11 en kijken of die op de kluis op locatie 201 past. In het boekje vind je dan of de combinatie 11201 wat oplevert. Het is een elegante analoge vertaling van een digitale techniek.












Iedere Adventure Game bestaat uit verschillende hoofdstukken, die je afzonderlijk kunt spelen. Dat is wel zo handig, want een hoofdstuk duurt een dik uur. Na het laatste hoofdstuk maak je de balans op en tel je de punten die je verdiend hebt. Die punten zijn natuurlijk niet het doel van het spel, maar geven je in ieder geval een idee hoe ‘goed’ je het ervan hebt afgebracht.

…en de waardering

De Adventure Games doen hun naam eer aan. Het spelen voelt echt als een avontuur, zoals in de betere rollenspellen het geval is, zonder dat je allerlei regelpoespas hebt. Je hebt blijkbaar geen computer nodig om alle administratie bij te houden. Het spelsysteem leidt je er soepel doorheen, uitgebreide notities maken is niet nodig.

De eerste twee Adventure Games, Het Gevang en Monochrome Inc, hebben bovendien een heel andere opzet. Het Gevang is een klassiek ontsnappingsspel dat thematisch zeker met kinderen vanaf een jaar of 10 bijzonder geschikt is. Monochrome Inc mikt op een wat oudere leeftijdsgroep. De sfeer is grimmiger en de raadsels liggen minder voor de hand.












Al met al zijn de raadsels niet zo ingewikkeld. Als je pittige puzzels wilt kun je beter een escaperoomspel spelen. Maar dat maken de Adventure Games meer dan goed met een samenhangend en sfeervol verhaal.







Auteur: Matthew Dunstan en Phil Walker-Harding
Uitgever: 999 Games (2019)
Aantal spelers: 1 tot 4, vanaf 10 jaar
Speelduur: 60 tot 90 minuten
Prijs: ca 16 euro

zaterdag 1 februari 2020

Recensie: It's a wonderful world


It’s a wonderful world is een kaartspel over landen die met elkaar verwikkeld zijn in een race om te laten zien dat zij het meest geweldige land te zijn. Op de kaarten staan prachtige projecten en gelukkige mensen die genieten van de technische vooruitgaan. Het moet geweldig zijn om in zo’n land te wonen. Of toch niet... Voor een gelukkig land zijn er namelijk wel heel veel projecten die met oorlogsvoering te maken hebben. En waarom is er eigenlijk een groot propagandacentrum nodig? En waar dient dat nieuwe vaccin eigenlijk exact voor? En is het nou echt zo fijn om op het strand te liggen als daar ook een fabriek staat die donkere wolken uitstoot? En waarom zijn er geen bezoekers in dat prachtige museum?

It’s a wonderful world duurt vier rondes en iedere ronde bestaat uit drie fases: draften, plannen en produceren. In de draftfase krijgen alle spelers zeven kaarten en kiezen ze er één van uit om vervolgens de resterende zes kaarten door te geven aan de buurman. Je kiest vervolgens weer een kaart uit de zes kaarten die je krijgt, enz.  net zo lang tot je zeven kaarten in handen hebt. Op de kaarten staan de projecten die je kan gaan bouwen. Om een kaart te bouwen heb je bepaalde grondstoffen nodig. Gelukkig begint iedereen al met een kaart die een paar grondstoffen produceert die je kan gaan gebruiken. En daarmee kan je projecten gaan bouwen die je later in het spel extra grondstoffeninkomsten opleveren (en soms nog eenmalig ook wat extra grondstoffen).

Zeker aan het begin van het spel heb je niet genoeg grondstoffen om alle zeven kaarten te gaan bouwen. Je zal dus moeten kiezen welke je gaat bouwen. Kaarten die je niet kiest, leg je af en leveren meteen een bepaalde grondstof op. Het is dus verstandig om bij het draften in de eerste fase bij het kiezen niet alleen te letten op welke kaarten je wil bouwen, maar ook alvast wat kaarten te kiezen die je gaat afleggen om daarmee cruciale grondstoffen te krijgen voor je bouwplannen.

In de productiefase gaan de afgebouwde projecten vervolgens grondstoffen produceren die je meteen inzet om projecten af te bouwen. Een leuke twist hierbij is dat de verschillende soorten grondstoffen niet tegelijkertijd maar achter elkaar worden geproduceerd. Als eerste worden grijze blokjes geproduceerd, daarna zwarte, groene, gele en als laatste blauwe blokjes. De blokjes die je krijgt, kan je meteen gebruiken om projecten af te bouwen. Als je dus een grijs blokje gebruikt om een project af te ronden dat zwarte blokjes produceert dan levert dit project je dezelfde ronde meteen inkomsten op.

De projecten die je bouwt kunnen niet alleen extra grondstoffen opleveren, maar leveren soms ook punten op (daar is het natuurlijk allemaal om te doen). Zo zijn er kaarten die gewoon heel veel punten opleveren, maar ook kaarten die een bepaald aantal punten opleveren voor het aantal projecten in een bepaalde categorie (bijvoorbeeld voertuig of gebouw) je hebt gebouwd. Na de vier rondes, wint natuurlijk de speler met de meeste punten.

…en de waardering

Ik ben heel enthousiast over It’s a wonderful world. De regels zijn simpel, maar het is een leuke puzzel om te bepalen welke kaarten je kiest bij het draften en vervolgens wat je met deze kaarten doet (bouwen of afleggen voor grondstoffen). Je probeert zo snel mogelijk een mooie productielijn op te tuigen, maar je moet daarbij niet uit het oog verliezen dat het uiteindelijk draait om de punten en je moet dus ook investeren in kaarten die je punten gaan opleveren. Kies je er dus voor om nog een ronde investeren in extra productiecapaciteit in de hoop dat de volgende ronde je daarmee dikke puntenkaarten kan kopen of kies je nu toch ook alvast een paar puntenkaarten waar je dan naar toe gaat werken.  Je bent dus op elk moment van het spel verschillende elementen aan het balanceren en dat levert interessante dillema’s op. Het is heel bevredigend als je plannen vervolgens slagen.

Het fijne van dit spel is ook dat de spelers veel dingen tegelijkertijd doen, zodat je de hele tijd bij het spel betrokken bent. Natuurlijk komt het voor dat de ene speler net iets langer nadenkt over wat hij of zij met zijn gedrafte kaarten gaat doen en komt het voor dat jij geen groene blokjes krijgt en de anderen wel waardoor je dan even moet wachten tot zij hun groene blokjes hebben gepakt en besteed, maar dat is het dan ook wel. De meeste tijd is gewoon iedereen lekker bezig. Het spel is dan ook prima speelbaar met alle spelersaantallen (ik ben geen solo-speler dus daar kan ik alleen niets over zeggen).

Ik vind de kaarten van dit spel ook een genot om naar te kijken (dat kan je dan doen als je toch heel even moet wachten). Zoals gezegd zie je op het eerste gezicht een “wonderful world”, maar als je beter kijkt dan zie je toch de eerste barstjes in het geluk van deze mensen verschijnen.






Auteur: Frédéric Guérard
Uitgever: La Boîte de Jeu, 2019
Aantal spelers: 1-5
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 45-60 minuten
Prijs: circa 40 euro