dinsdag 5 november 2019

Maandoverzicht: oktober 2019 (Dagmar)



Oktober is natuurlijk per definitie een goede spellenmaand, doordat Spiel in deze maand valt. In de afgelopen blogjes heb ik al alle eerste indrukken van de nieuwe Spiel-spellen al met jullie gedeeld. Dat is maar goed ook, want anders werd dit blog wel erg lang. Ik speelde deze maand namelijk 23 spellen voor het eerst. In totaal speelde ik 48 keer een potje. In dit blogje ga ik alleen nog in op de drie nieuwe spellen die ik niet in mijn Spiel-verslagen heb beschreven en waarvan ik nog geen recensie heb geschreven.

A Fistful of Meeples is een spelletje dat gebruikt maakt op het mancala-principe. Mancala is één van de oudste spellen waar je nagenoeg niets voor nodig hebt. Met een paar kuiltjes in de grond en een handvol schelpen (of steentjes, takjes, of wat er ook maar voor handen is) kan je het al spelen. In dit spel verdeel je de schelpen over alle kuiltjes en pak je vervolgens om de beurt alle schelpen uit één kuiltje en leg je deze één voor één in de aangrenzende kuiltjes. Vervolgens pak je de schelpen uit het laatste vakje waar je een schelp in legde en scoor je op die manier punten (er zijn veel varianten van dit spel, dus het scoren kan ook op een andere manier plaatsvinden). A Fistful of Meeples speelt zich af in een straatje in het Wilde Westen. Aan de randen van dit straatje zitten vooral veel kroegjes, maar er is natuurlijk ook een gevangenis. De schelpjes zijn hier vervangen door onder andere bouwers, mijnwerkers, boeven en politie-agenten. Je pakt ook hier alle mannetjes van één locatie en legt ze vervolgens één voor één op de aangrenzende gebouwen neer (in een rijtje) en vervolgens voer je de acties uit die bij ieder poppetje horen. Zo verdient de kroeg-eigenaar grondstofblokjes voor iedere mijnwerker die binnen komt (aan het begin van het spel krijgt iedere speler een kroeg toegewezen en met bouwers kan je extra kroegen kopen), beroven de boeven de mijnwerkers en vangen de politieagenten de boeven (ze krijgen per boef betaald in grondstofblokjes). Je moet dus bij het pakken en wegleggen ook een beetje opleggen hoe je de poppetjes herverdeeld omdat je niet wilt dat de andere spelers vervolgens bijvoorbeeld heel makkelijk met één agent 5 boeven kunnen vangen die allemaal in dezelfde kroeg aan het feesten zijn. Met de grondstofblokjes kan je nieuwe kroegen en goudstaven kopen die aan het eind van het spel punten opleveren. Ik vind A Fistful of Meeples een erg grappig spelletje. Het speelt lekker vlot weg, maar er is genoeg om over na te denken om het interessant te houden.

Met het woord petrichor wordt de geur bedoeld die je ruikt als het lang droog is geweest en dan de eerste regen valt. Het spel Petrichor is een abstract meerderheden spel dat verstopt zit onder een dun laagje regen-thema. Je bent in dit spel namelijk regenwolkjes die proberen het land te beregenen om zo planten te laten groeien. Het spel duurt 4 of 6 rondes (afhankelijk of je voor de korte of lange variant kiest). In iedere ronde krijgen de spelers aan het begin van de ronde een aantal kaarten. In je beurt speel je deze kaarten om regenwolkjes te laten ontstaan, hier waterdruppels in jouw kleur aan toe te voegen, ze te verplaatsen of ze te laten regenen. De regen valt op tegels waarop planten staan. Als er genoeg regen is gevallen komen de planten tot bloei en leveren ze op verschillende manieren punten op voor de spelers waarvan de regendruppels hadden bijgedragen aan de bloei van de plant. De eerste keer dat ik Petrichor speelde moest ik even wennen aan hoe alles in elkaar greep, maar na een paar rondes speelt het spel steeds makkelijker weg. Dat wil niet zeggen dat de keuzes makkelijker worden. Ik heb het spel alleen nog maar met twee spelers gedaan, maar ik denk dat het spel met meer spelers beter tot zijn recht komt. Mijn eerste indruk is in ieder geval positief.

Outlaws: last man standing is een stratego-achtig spel dat zich afspeelt in het Wilde Westen. In een dorpje zijn er verkiezingen wie de nieuwe burgemeester mag worden. Als je deze verkiezing wil winnen, kan je dus maar beter stemmen gaan winnen onder de bevolking. Maar dat is alleen als je het eerlijk wilt spelen, je kan natuurlijk ook gewoon de tegenkandidaat omleggen. Of voorkomen dat jouw kandidaat wordt omgelegd en daarmee blootleggen dat je tegenstander ongeschikt is voor het ambt. Je kan dus op drie manieren winnen en je weet niet op welke manier je tegenstander probeert te winnen dus je moet alles in de gaten houden. Je speelt het spel met karakterkaarten die in een rij staan opgesteld. Je ziet de achterkant van de andere speler. Door een karakter te laten zien, mag je bepaalde acties uitvoeren (ieder karakter heeft een eigen actie) maar dan weet de ander wel waar dit karakter staat. En daar kan de ander dan weer handig gebruik van maken (bijvoorbeeld door je kandidaat voor het burgemeesterschap neer te schieten). Outlaws is daardoor een beetje een kat en muis spelletje waarbij je zowel de kat als de muis bent. Ik ben niet zo dol op stratego-achtige spellen en Outlaws lijkt niet de uitzondering op deze regel te zijn.

maandag 4 november 2019

Spiel 2019: een korte terugblik

Als je het nog niet helemaal spuugzat bent, kun je vandaag nog een extra Spielverslag lezen. Ik zal daarom proberen het kort te houden en niet alle spellen die ik daar gespeeld heb tot in detail te beschrijven. Over de spellen heb ik natuurlijk wel iets te zeggen, maar ik begin met het belangrijkste: de beurs.

Ik word er met de jaren steeds ambivalenter over. Dat zal vast de leeftijd zijn, ik ben per slot van rekening al een oudere jongere. Eerst het positieve: ik heb me drie dagen lang uitstekend vermaakt. In de eerste plaats door het gezelschap. Met mijn beide dochters en Wendy en haar zoon is zo'n beursbezoek automatisch geslaagd, hoe suf de gespeelde spellen ook zijn. Ik weet niet hoeveel tieners bereid zijn drie dagen lang in krankzinnig drukke beurshallen met een vader of moeder rond te struinen, omgeven door mensen die, laat ik het zo zeggen, de persoonlijke verzorging niet altijd even serieus nemen. Dan zijn die ouders ineens een stuk minder awkward. Of cringe, daar wil ik van af wezen.

Maar jongens, krankzinnig druk was het weer. Ook met een paar hallen erbij was er soms geen doorkomen aan en was je bij veel grote uitgevers volstrekt kansloos om een tafeltje te vinden. Alleen een stevige portie geduld en geluk kan daarbij helpen. Dat is jammer, want je komt toch echt om te spelen, niet alleen om te kopen.

Helaas is Spiel toch vooral ingericht op dat laatste. Even relaxt ergens een spel doen, desnoods eentje die je net zelf gekocht hebt, is volstrekt kansloos. Die lege hal 7 was vast echt fijn voor de mathtraders onder ons, maar als hij helemaal gevuld was met tafels waar je zonder begeleiding een spel kon doen was me dat een stuk liever geweest. Een verplichte consumptie had vast niemand erg gevonden. Het verbaast me dan ook niks dat de previewavond in een paar minuten was uitverkocht. Gewoon, een avondje nieuwe spellen spelen zonder je door de menigten te hoeven persen, wanhopig op zoek naar een tafeltje. Op zwakkere momenten wenste ik wel eens dat ik een katana bij me had.

Een andere terugkerende ergernis is de belachelijke rijen voor de beurs opent. De afgelopen jaren waren we er altijd vroeg bij, om maar een plekje in de dichtbij gelegen parkeergararage P9 te bemachtigen. Dat je vervolgens ruim een uur in een samengeperste mensenmassa moest wachten namen we voor lief. Dit jaar besloten we maar gewoon uit te slapen en dan maar wat verderop te parkeren. Dat hadden we jaren eerder moeten doen. Nu liepen we op ons gemak iets na tienen de beurs in, vol goede moed. Misschien was het toeval, maar dit was het eerste jaar dat we het iedere dag bijna tot sluitingstijd uithielden.

Want wat ging de tijd snel, als je eenmaal binnen was. Heb je net goed twee spellen gespeeld, is het alweer bijna drie uur! Dat is toch een goed teken. Had ik al gezegd dat we ons uitstekend vermaakt hadden, ook met de spellen? Ik ga ze langs per hal.

Hal 1: Deze hal wordt gedomineerd door enkele verkopers en natuurlijk de reuzenstand van Queen. Daar wilde ik erg graag Rune Stones proberen. Mijn inschatting dat dit kansloos zou zijn bleek vrij accuraat. Zelfs bij Alhambra, dat nota bene nog steeds gedemood wordt, waren de tafels permanent bezet. Volgend jaar hal 1 maar reserveren voor deze uitgever, en voor de rest een extra hal inruimen.

Hal 2: Ook hier vind je aardig wat verkopers, waaronder een paar scherp geprijsde. Ik sluit niet uit dat ik hier ergens iets heb gekocht. Dat soort dingen vergeet ik altijd, net als de locatie van de stand waar ze dat ene spel voor een mooie prijs hebben. Nutteloze feiten van dertig jaar geleden zitten voor eeuwig in mijn hoofd, dit soort informatie vergeet ik binnen een seconde. Net als de richting overigens. Ik heb na bijna twintig jaar nog steeds de plattegronden boven de doorgangen nodig om mijn weg te vinden.

Bij Thundergryph speelde ik Hats en Spirits of the Forest. Die laatste stamt al van vorig jaar en is de meerpersoonsversie van het oude Richelieu. Dat vond ik destijds aardig genoeg om te spelen, maar niet om te hebben. Dat bleef hierbij zo, al is de vormgeving wel een stuk beter. Hats was een interessant spel voor twee of drie spelers (of twee teams), maar ik had er nog maar weinig vat op. Omdat de dames ook niet enthousiast waren heb ik het maar gelaten.
Helemaal zeker weet ik het niet, maar we speelden hier ergens ook Hold your Tongue. Dat is een triviaspel waarbij je omschrijvingen moet geven met je neus dichtgeknepen of je tong uit je mond. Net iets leuker dan je op basis hiervan zou denken, maar ik vermoed dat de doelgroep het in aangeschoten toestand leuker vindt. Maar ook als je onverstaanbaar bent blijkt de speler met de grootste nutteloze kennis dit spel gewoon te winnen.

Hal 3: Dit is de monsterhal met de grote uitgevers. 's Ochtends is het hier nog wel te doen, maar na twaalven is een zekere volharding vereist. Of je houdt natuurlijk de hele dag het tafeltje bezet dat je om 10:30 vond, dat kan ook. Ik krijg bij Pegasus, Kosmos, Schmidt en al die anderen niet het idee dat ze zoveel mogelijk mensen kennis willen laten maken met hun spellen. Toch kon ik hier aardig wat spelen. De stands van Zoch en Jumbo hadden namelijk wel genoeg plek.

Blikvanger bij Zoch was coöperatieve versie van Villa Paletti, Menara. We speelden de enorme demoversie, toch een stuk minder gepriegel dan de gewone. Ik had het al eens gespeeld en beperkte me tot het uitdelen van de pilaren uit de zak. Desondanks voelde het alsof ik meespeelde en ik was net zo teleurgesteld toen het zaakje met een enorm geraas instortte.
Daarna speelden we nog Beasty Bar, een redelijk onderhoudend kaartspel, en Panic Island, een coöperatieve versie van Memoarrr. Beasty Bar was het leukst, maar niemand meende dat het gekocht moest worden.

Terwijl de anderen bij Haba een snel dobbelspel (Wurf und weg, meen ik) speelden kon ik bij een stel demoërs aanschuiven voor Miyabi. Dat was een heel interessant puzzelspelletje, dat ik graag met de anderen had willen doen. Maar in dit genre heb ik wel meer spellen, dus mijn eigen oordeel vond ik niet voldoende voor een aanschaf. Het blijft nog wel even beschikbaar, dus ik kan me altijd bedenken.

De meest onderschatte stand van Hal 3 was misschien wel Jumbo. Er was altijd veel plaats om welk spel dan ook te doen. Ik speelde met Wendy nog Forbidden City, gewoon omdat het kon. Van de nieuwe spellen deden we Caper en Harvest Island. Helaas was de uitleg bij deze stand niet helemaal wat je zou willen, waardoor Harvest Island wat in het water viel. Misschien is het gewoon een leuk en simpel verzamelspelletje (en vooral prachtig vormgegeven), maar ik had het idee dat er wat regels onbenoemd bleven. Er waren in ieder geval onduidelijkheden genoeg. Jammer.
Caper daarentegen had veel potentie. Het eerste potje was een beetje doorbijten, want van iedere kaart moesten we in de regels opzoeken wat ie deed. Gelukkig waren de symbolen erg duidelijk. Caper is een listig doorgeefspelletje voor twee met aardig wat variatie. Bij mij blijft hij nog even op de radar, Wendy nam hem mee naar huis. Ik sluit niet uit dat hij hier ook nog een keer belandt.

Het eerste spel van de beurs dat we deden was ook in Hal 3: Ticket to Ride Japan. Dagmar heeft daar al meer over geschreven. Het is een van de leukere kaarten van het spel. Toen ik de kinderen na afloop van de beurs vroeg welk spel ze het leukst vonden, noemden ze alle drie dit spel. Doe daarmee wat je wilt.

Hal 4: Hier hebben we misschien wel de meeste tijd doorgebracht. Deels doordat hier veel interessante uitgevers zaten, deels doordat ze gewoon vaak tafels beschikbaar hadden. Bij de Franse stand deden we Chakra, Montmartre, Rapid City en Save the Meeples.
Chakra is een fraai vormgegeven ontspannen puzzelspelletje. Een van mijn dochters was zo enthousiast dat ze dit spel koos om mee te nemen. Ik kon me prima vinden in die keuze. De geestdrift voor Montmartre was minder. Ik vond het zelf nog wel een heel aardig spel. Kaarten pakken, kaarten verkopen voor punten en wel alles op tijd, want het spel is voorbij voor je het in de gaten hebt. Snel beslissen met een voortdurend dreigend voortijdig speleinde, ik houd er wel van. Omdat de achterban er duidelijk anders over dacht ging het toch maar niet mee. Een spel kopen en nooit kunnen spelen omdat je de enige bent die het leuk vindt, het is me al te vaak gebeurd.
Save the Meeples vond ik makkelijker om te laten liggen. Dit bordspel heeft interessante ideeën en ziet er indrukwekkend uit. Helaas is het spelverloop soms wat moeizaam en duurt het net te lang voor wat het biedt.
Het grootste succes van deze stand was waarschijnlijk Rapid City, een snel reactiespel in het Wilde Westen. Ik vond het zelf niet zo bijzonder, maar de kinderen waren allemaal razend enthousiast. Wendy kocht het de eerste dag al en 's avonds kwam het direct al vier keer op tafel. Dat kan prima, het spel duurt nog geen vijf minuten. Ik ben uiteindelijk gezwicht en heb het ook meegenomen. Gelukkig maar, want op school bij mijn jongste schijnt nu iedereen het te willen hebben.

We kwamen vooral in hal 4 voor The Walking Dead: Something to Fear. Beide dochters, vooral de jongste, zijn helemaal fan van deze naargeestige en ranzige strip annex tv-serie, dus dit moest gespeeld worden. Dat was nogal lastig, want de tafels bij de stand waren gereserveerd voor andere spellen. We moesten het met een summier overzicht doen. Gelukkig waren die andere spellen op zaterdag uitverkocht en kwam er een tafel vrij. Zodra we daar lucht van kregen gingen we het natuurlijk spelen. De conclusie was dat het mee naar huis mocht, maar ik vermoed dat die conclusie ook voor de beurs al getrokken was. Overigens is het nog best een aardig kaartspel en niet alleen een goedkope cash-in.


De leukste spellen in hal 4 waren twee die al van tevoren op mijn kijklijst stonden (was die moeite toch niet verspild): Red Dragon en Rumble Nation. Red Dragon is een simpel maar doeltreffend slagenspel van een Hongaarse uitgever. Precies mijn soort spel en een bovengemiddeld leuk spel in dit toch behoorlijk volle genre. Daarbij kostte het maar acht euro, een fractie van wat de meeste nieuwe spellen hier kosten.
Rumble Nation was het laatste spel op de beurs dat we speelden. Als Roger niet nog een tip over de app had gestuurd, was ik het misschien wel vergeten. Het bleek een verrassend snelle en tactische blokjesschuiver te zijn. Een soort El Grande met dobbelstenen, maar dan in een halfuur. Een verborgen pareltje, als je het mij vraagt.

Bij een Franse uitgever speelde ik nog Opale. Er was een tafel vrij, de rest speelde een tetrisversie van Keer op Keer met grafitti (don't ask), je moet dus wat. De uitleg was in handen van een hysterisch onverstaanbare Fransman, maar omdat het spel niet zo ingewikkeld was ging het nog aardig. Het bleek een spel van Rüdiger Dorn, toch niet de eerste de beste. Lang niet slecht, maar het greep me niet genoeg om mee te nemen. Op Wendy na was de rest over het grafittispel matig te spreken. Misschien waren ze iets teveel afgeleid door het t-shirt van de uitlegger, waarin opgeroepen werd om katten te eten in plaats van dieren.

Hal 5 en 6: ik heb het gevoel dat ik in deze hallen wat te weinig geweest ben. In hal 5 zat een potje Yellow & Yangtze er helaas niet in, die heb ik daarom tegen al mijn principes in ongespeeld meegenomen. Bij dezelfde stand kon ik wel eindelijk eens Sagrada doen. Dat heeft veel positieve reacties gekregen en doet het ook goed in de top-100. Ik vond het een aardig puzzelspel, maar zou het nog eens moeten doen om er een goed beeld van te krijgen. Voor nu hoefde het niet mee.
In hal 6 liep ik nog tegen Rollecate aan, van een Nederlandse auteur. Het halve proefpotje trok me niet over de streep. Verder viel hal 6 vooral op door de stands met t-shirts en benodigdheden voor larpers. De grootste ontdekking was echter een hoekje met vrije tafeltjes, waar je een kop koffie of iets anders kon drinken. Dit innovatieve idee mag volgend jaar wel verder uitgerold worden.

Uiteindelijk ben ik natuurlijk weer met veel te veel spellen thuisgekomen. Behalve Yellow & Yangtze gingen ook Noch mal so gut! en Rune Stones (vrijwel) ongespeeld mee. In beide gevallen was het een beredeneerde gok dat ik ze thuis wel op tafel kon krijgen. Dat pakte goed uit, want ze zijn al meerdere keren gespeeld.

Ondanks mijn gemopper was het dit jaar weer een feest en verheug ik me alweer op volgend jaar. Toch wil ik graag afsluiten met een oproep aan de organisatie en de uitgevers: zorg voor meer, veel meer speelruimte. En dan nog wat extra. Niemand koopt er een spel minder om. En aan mijn medebezoekers: kunnen we volgend jaar de trolleys, kinderwagens en Deliveroorugtassen thuis laten? Voor de lezer: sorry dat het langer is geworden dan de bedoeling was. Ik had te weinig tijd.

De toegift: eerste indrukken spellen Spiel 2019 (deel 5/4)


Sinds ik de vorige vier blogjes schreef over mijn eerste indrukken van de spellen die ik op of rond Spiel heb gespeeld, heb ik nog een aantal van de Spiel-releases gespeeld (mede door een Spellenpret-spellenmiddag). Dit blogje is dus een toegift met nog een paar extra eerste indrukken van het lekkers dat op Spiel werd gepresenteerd, wederom in alfabetische volgorde.

Op de eerste dag van Spiel was de Engels editie van Cartographers al uitverkocht. Op de tweede dag heb ik dus meteen ’s ochtends een Duits exemplaar in mijn trolley gestopt (nadat ik hem natuurlijk keurig had betaald) om te voorkomen dat ik helemaal achter het net zou vissen. Cartographers is een flip and write spel waarin je een stuk land moet gaan bebouwen met bossen, graanvelden, waterpartijen en lieflijke dorpjes. Aan het begin van het spel worden vier opdracht-kaarten opengedraaid die aangeven waarmee in dit spel punten verdiend worden (bijvoorbeeld dorpjes van minimaal 6 vlakken groot of bosvlakken die helemaal omsingeld zijn door andere bebouwing). Het spel duurt vier ronden (de seizoenen) en ieder seizoen worden twee van de opdrachtkaarten gewaardeerd (elke kaart komt dus twee keer aan de beurt). Iedere ronde worden er één voor één kaarten opengedraaid waarop staat wat je moet bouwen (welk landschap en welke vorm). Dit levert dus een leuk gepuzzel op om de landschappen zo te leggen dat je maximaal punten scoort. Helaas zitten er ook monsterkaarten in het deck. Als zo’n kaart voorbij komt, dan tekent één van je buren deze monsters op je blaadje (doorgaans op de meest irritante manier mogelijk). Lege vakjes naast monsters leveren bij elke telling minpunten op. Na vier seizoenen is het spel afgelopen en wie de meeste punten heeft, wint het spel. Ik heb dit spel nu twee keer gedaan en beide potjes vond ik heel leuk.

In Chocolate Factory ben je de directeur van een chocoladefabriek. Je maakt verschillende lekkernijen van dit goedje die je zo duur mogelijk probeert te verkopen. Aan het begin van het spel staan in je fabriek een paar ouderwetse (lees: inefficiënte) machines. Het spel duurt een vast aantal rondes en in iedere ronde krijg je er een nieuwe machine bij en mag je één werknemer van het uitzendbureau inhuren die je een speciaal voorrecht geeft. Iedere ronde krijg je ook een stapel steenkool die je nodig hebt om de stoom op te wekken die de machines laat draaien. De machines in je fabriekshal staan naast een lopende band. Iedere dag draait de band drie stapjes en kan elke machine (mits voorzien van steenkool) de grondstoffen op het stukje band voor hem bewerken. Het grappige van de uitvoering van dit spel is dat de lopende band letterlijk is uitgevoerd. Hij bestaat uit losse tegels die je achter elkaar legt en door een sleuf drukt met aan weerskanten de machines. Chocolate factory is dus een echte engine-builder waar je probeert een zo logisch mogelijke serie van machines te verkrijgen om zo efficiënt mogelijk de meest waardevolle chocolade-producten te maken. Ik vond het best een grappig spel, maar ik vond de interactie wat beperkt. De interactie zit in het kiezen van de machines en werknemers, maar de productiefase doet iedereen voor zich en tegelijkertijd. Een groot deel van het spel ben je daardoor solistisch op je bordje aan het pielen. Dat is heel efficiënt, maar niet zo gezellig. Dingen (cacao-bonen) omzetten in andere dingen(cacaomassa) om er daarna nog andere dingen (chocoladerepen) van te maken voor je punten krijgt, zit bovendien in meer spellen en dit spel voegt er niet echt wat aan toe. Ondanks de prachtige uitvoering, viel dit spel bij mij dus niet heel erg in de smaak.

In Little Town zetten de spelers hun legertje arbeiders in om grondstoffen te verzamelen en daar gebouwen mee te bouwen. Dit spel heb ik blind op Spiel gekocht omdat Niek en ik beide van werkverschaffingsspellen houden en dit spel de perfecte speelduur heeft van driekwartier (of te wel: nog op te brengen na een dag werken). In dit spel begin je met een bord waarop bergen, bossen en meren staan. Door hier mannetjes naast te zetten kom je aan je eerste grondstoffen waarmee je tegels met graanvelden of gebouwen kan kopen. Elke tegel die je bouwt levert meteen wat punten op. Als je dan later in je spel een poppetje naast zo’n nieuwe tegel zet, dan mag je ook de actie uitvoeren die op die tegel staat. Er zijn tegels waarmee je aan extra grondstoffen kan komen, tegels waarmee je grondstoffen kan omzetten in andere grondstoffen of zelfs punten en tegels die gewoon lekker veel punten waard zijn. Als jouw poppetje naast een tegel van een andere speler staat, mag je ook deze tegel activeren, maar dan moet je daar wel een geld voor betalen. Het spel bestaat uit vier rondes en aan het eind van iedere ronde moeten die arbeiders gevoed worden met graan of vis (en als dat niet lukt dan krijg je strafpunten). Ook Little Town is geen vernieuwend spel, maar het speelt lekker vlot weg. Ondanks de lichtheid van het spel, zit er genoeg pit in omdat je vooruit kan plannen door te bedenken welke gebouwen je waar wilt bouwen zodat je de ander hindert en zelf met één poppetje later in een keer heel veel lekkere gebouwen kan activeren die idealiter elkaar nog versterken ook. Prima after dinner game dus!

De vormgeving van Medium vind ik echt heerlijk retro. Van die rare blauwe gloed op het medium tot die knalroze letters, dit spel trekt onmiddellijk je aandacht als je het in een spellenkast zet. In dit spel wordt getest hoe goed jouw paranormale gaven zijn. Alle spelers krijgen een stapel kaarten met woorden er op. Een speler draait een kaart open en één van de buren kiest een kaart met een woord dat past bij het woord op de kaart van de startspeler. Vervolgens kijken de spelers elkaar eens diep in de ogen, stemmen ze hun chakra’s op elkaar af en zeggen vervolgens precies gelijktijdig een woord dat beide kaartjes verbind. Ten minste, dat is de bedoeling. In de praktijk liep het allemaal niet zo soepel en lukte het bijna nooit om hetzelfde woord te zeggen. Als het de eerste keer niet lukt, dan krijg je nog twee herkansingen waarbij je een woord moet zeggen dat de twee “foute” woorden die waren gezegd verbindt. Laten we het er op houden dat dit spel vast heel leuk is met mensen die beter op elkaar ingespeeld zijn, dan dat ik was met mijn medespelers. Bij ons kwam het spel niet echt van de grond, maar ik kan me voorstellen dat in andere groepen dit spel prima kan werken en een vermakelijk half uurtje op kan leveren.

In de spellenwereld wordt het woord puntensalade gebruikt voor spellen waar je op heel veel verschillende manieren punten kan scoren. Het kaartspel Point Salad is ook echt “Puntensalade – het kaartspel” want er zijn 108 manieren in dit spel om punten te scoren. Dit klinkt als een gimmick, maar dat is het verrassend genoeg niet. Het spel bestaat uit 108 dubbelzijdige kaarten. Op de ene kant van de kaart staat een groente afgebeeld (kool, ui, paprika, wortel, tomaat en sla). Op de andere kant van de kaart staat hoe je punten kan scoren (bijvoorbeeld 2 punten voor iedere wortel die je hebt of 10 punten als je de meeste uien hebt). In het midden van de tafel liggen negen kaarten open: drie liggen op de puntenkant en 6 op de groenten-kant. Als je aan de beurt bent mag je kiezen: 1 puntenkaart pakken of 2 groenten-kaarten. Op deze manier probeer je een zo goed mogelijke mix van groenten- en punten-kaarten te verzamelen om optimaal te scoren. Dit spel is echt een perfect tussendoortje: de regels zijn in een minuut uitgelegd, het spel speelt heerlijk snel weg en toch zijn de keuzes die je moet maken interessant. Pak je bijvoorbeeld eerst eens flink wat groenten en hoop je er later passende punten-kaarten bij te pakken of pak je eerst puntenkaarten om daarna de juiste groenten te gaan verzamelen. En wat doe je als er een punten-kaart ligt die je veel punten oplevert, maar er ook precies die groenten liggen die je nog nodig hebt. Wat is dit een ontzettend leuk kaartspelletje! Ik snap waarom dit spel op Spiel uitverkocht is geraakt.

zondag 3 november 2019

Eerste indrukken spellen Spiel 2019 (deel 4 van 4)

In deze serie blogjes geef ik mijn eerste indruk van de spellen die ik op of rond Spiel voor het eerst heb gespeeld. Ik behandel ze in alfabetische volgorde. 

Ieder jaar brengt Days of Wonder weer een nieuwe uitbreiding voor Ticket to Ride mee. En knap genoeg zijn ze ook ieder jaar echt de moeite waard omdat er iedere keer toch weer een nieuw mechaniekje wordt geïntroduceerd waardoor het spel net even anders is. Dit jaar verscheen de uitbreiding Ticket to Ride Japan, met een dubbelzijdige kaart met aan de ene kant Japan en aan de andere kant Italië. Ik heb alleen nog maar de Japan-kant gespeeld. In die variant zitten twee nieuwigheidjes. Allereerst zijn er stukken spoor waar een hogesnelheidstraject wordt aangelegd. Deze stukken spoor bouwen de spelers gezamenlijk. In plaats van je eigen treintjes plaats je een bullit-trein uit de algemene voorraad. Op een apart scorespoor wordt bijgehouden hoeveel iedere speler aan de bouw van de hogesnelheidslijn heeft bijgedragen. Hoe meer je bijdraagt, hoe meer punten het oplevert. Als je te weinig (of zelfs niets) doet, dan levert dat minpunten op. De aangelegde stukken hogesnelheidsspoor mogen vervolgens door alle spelers gebruikt worden voor het vervullen van hun opdrachten. De tweede nieuwigheid in dit spel is dat er twee aparte stukjes kaart op staat waar ingezoomd wordt op een bepaalde gebied (Tokyo en Kyushu). In Tokyo bouw je op deze manier aan het metronetwerk. Als je naar een bepaald metrostation in Tokyo moet bouwen, dan moet je dus eerst op de grote kaart je netwerk aansluiten op Tokyo en daarna in Tokyo vanuit het centraal station het gewenste metrostation aansluiten. Deze versie van Ticket to Ride speelt weer heel lekker weg. Als ik al een nadeel zie, dan is het dat de kaart erg langgerekt is en (afhankelijk van waar je zit) de uiteinden daardoor wat minder goed leesbaar zijn. Ik ben benieuwd welke twist ik op de achterkant van deze kaart ga aantreffen (ik heb het spel gekocht dus het zal vast niet lang duren voor ik het speel).

De Japan-uitbreiding was dit jaar niet de enige uitbreiding voor Ticket to Ride. Speciaal voor de Poolse markt is er namelijk ook een speciale Ticket to Ride Polen uitgebracht (met de naam: Wsiąść Do Pociągu Polska). Deze versie is ook niet doorgenummerd in de uitbreidingenreeks. Ticket to Ride is nummer 7 in deze reeks, de Poolse editie is nummer 6 ½ geworden. Deze Poolse uitbreiding was ook niet te krijgen via de Asmodée shops, maar alleen bij een winkel-stand waar spellen van verschilende uitgevers werden verkocht. De versie is volledig in het Pools, maar gelukkig kreeg ik van de verkoper wel een briefje met de Engelse spelregels. De twist in deze versie is dat Polen de spin in het internationale trein-netwerk wil worden. Je scoort namelijk extra punten als je twee aan Polen grenzende landen via de trein met elkaar verbindt. Voor ieder land ligt een stapeltje kaarten met aflopende puntenwaardes. Zodra een land aangesloten wordt, mag je het bovenste kaartje pakken (met dus de hoogste puntenwaarde). Als je vervolgens een derde land aansluit op het netwerk is het weer feest: niet alleen mag je het kaartje van het nieuwe land pakken, maar ook nog van de twee landen die al aangesloten waren. Deze versie is wat korter dan het reguliere Ticket to Ride doordat je tien treintjes minder hebt. Aan het begin van het spel ontstaat echt een race om zo snel mogelijk andere landen aan te sluiten en ondertussen probeer je ook nog je eigen opdrachten te vervullen. Ook deze variant is me weer heel goed bevallen.

Trial of the Temples is het vierde spel in de grote spellen serie van Emperor S4. In dit spel ben je een tovenaar die dag en nacht werkt om grondstoffen te verzamelen om die vervolgens weer bij tempels in te leveren. In het midden van de tafel ligt een rond spelbord dat bestaat uit losse segmenten. Iedere ronde plaats je je tovenaar op één van deze segmenten en krijg je de grondstoffen die bij dat segment en de naastliggende segmenten horen. Deze grondstoffen lever je vervolgens in bij tempels om over een soort scorespoor te racen waarbij je bonusjes kan scoren. Doordat je vakjes waarop andere spelers staan mag overslaan kan het lonen om anderen voor te laten gaan en vervolgens in een keer over een hele groep mannetjes heen te springen naar een veel waardevollere plek. Ik vond het best een aardig spel. Het mechanisme (grondstoffen verzamelen en inruilen voor punten) vond ik niet origineel genoeg uitgevoerd om dit spel zelf te willen hebben. Anton heeft het spel wel meegenomen dus waarschijnlijk krijg ik nog wel een keer de kans om het te spelen.  

Vorig jaar konden we bij Emperor S4 wandelen in Burano, dit jaar in the Provence. In Walking in Provence (inderdaad het woordje the staat niet in de titel) sta je in de schoenen van een blogger/vlogger/influencer. Je bent in de Provence, maar in plaats van te genieten van het prachtige landschap ben je alleen maar bezig met het maken van de perfecte foto voor je social media kanaal. In dit spel bouwen de spelers met kaarten het Provençaalse landschap kaart voor kaart op. Tijdens het spel kan je punten scoren door opdrachten te vervullen die bestaan uit de beschrijving van de foto die je met je camera of drone moet maken (bijvoorbeeld: maak een foto met vier velden bomen en een pitoreske molen). Om te checken of je foto aan de eisen voldoet, mag je twee transparante plastic vellen gebruiken die je over je landschap heen kan leggen en waarmee je kan zien wat je drone of camera ziet. Aan het eind van het spel zijn verder nog punten te verdienen voor bepaalde landschapselementen (bijvoorbeeld voor je grootste graanveld of voor bloemenvelden). Walking in Provence is een lekker puzzelspelletje waar je korte termijn doelen moet afwegen tegen lange termijn doelen. Het spel beviel me goed genoeg om mee naar huis te mogen.  

Het laatste spel (alfabetisch gezien) dat ik van de nieuwe Spiel spellen heb gespeeld is Welcome to… New Las Vegas. Zoals ik eerder al schreef, liet de uitleg die ik van dit spel kreeg te wensen over en daardoor sluit ik ook niet uit dat ik in deze beschrijving iets niet goed ga vertellen. Welcome to… New  Las Vegas is een flip en write spel waarin je Las Vegas opbouwt. Het spelverloop is hetzelfde als in het originele Welcome to…, maar de extra acties zijn anders en ook de waardering is anders. Zo scoor je niet voor horizontale straten punten, maar vooral voor verticale straten. Behalve bouwen, kan je ook met een limo door de straten gaan rijden. Je tekent dan een lijntje waarmee je de route van de limo aangeeft en je krijgt bonussen (bijvoorbeeld geld van de Maffia) op basis van waar de limo eindigt. Maar je moet er wel voor zorgen dan je weer op tijd (voor het eind van het spel) terug bent op het vliegveld (waar je ook begon). Ik vond (mogelijk door de slechte uitleg) dit spel vooral heel ingewikkeld en veel gedoe.  De aantrekkingskracht van roll & write spellen zit er voor mij in dat het doorgaans toegankelijke spellen zijn met een beperkte speelduur die je relaxt kan spelen. Van dit spel werd ik alles behalve relaxt en daarom vond ik het geen succes. Ik zou het spel graag nog eens spelen na een goede uitleg, maar vooralsnog ben ik er niet van overtuigd dat dit spel beter is dan het origineel. Het spel ging dan ook niet mee naar huis.

zaterdag 2 november 2019

Eerste indrukken spellen Spiel 2019 (deel 3 van 4)

In deze serie blogjes geef ik mijn eerste indruk van de spellen die ik op of rond Spiel voor het eerst heb gespeeld. Ik behandel ze in alfabetische volgorde.

Ik had Pharaon al in de BGG-lijst voorbij gekomen, maar de omschrijving was zo generiek euro dat ik er niet meteen op aansloeg. Maar toen ik op Spiel het spel zag liggen, was mijn interesse door de looks onmiddellijk gewekt. In het spel ben je een Egyptische prins of prinses die doet wat er van een Egyptische royal verwacht wordt: de goden eren, vriendschappen sluiten me de Egyptische adel en je voorbereiden op het hiernamaals. Dit klinkt heel thematisch, maar onder de schitterende Egyptische looks zit een heerlijke puntensalade verborgen. Er zijn in dit spel verschillende manieren om punten te scoren en alles doen kan niet, dus moet je heerlijk kiezen en balanceren (want als jij iets niet doet wordt het voor een ander misschien weer te makkelijk). Ik heb dit spel met ontzettend veel plezier gespeeld en ik hoefde er ook niet lang over na te denken of dit spel mee naar huis mocht (een volmondig ja).

De Portugese uitgever Mebo brengt spellen uit met een Portugees tintje. Vorig jaar heb ik bij Mebo bijvoorbeeld Arraial gekocht een spel over straatfeesten. Dit jaar bracht Mebo onder andere het spel Porto mee. Het speelbord van dit spel is al een feest om te zien. Op het bord staat Porto afgebeeld samen met een aantal iconen van de stad (zoals een draak). Op de achterkant van het speelbord kan je de tekening bekijken zonder dat er voor het spel dingen over heen getekend zijn en op de voorkant kan je het spel spelen. Anton en ik kregen dit spel uitgelegd door de auteur (een Portugese architect die nu in België treinstations bouwt). In dit spel ga je huizen bouwen in Porto. Je hebt daarvoor kaarten nodig die je eerst moet verzamelen. De kaarten geven aan hoeveel lagen van een huis je mag bouwen en in welke kleur. Je scoort punten gebaseerd op de hoogste laag die je bouwt en voor het aantal afgebouwde buuretages dat er naast jouw bouwlaag al staat. Aan het begin van het spel krijgen alle spelers kaarten met geheime doelen waar ze aan werken (bijvoorbeeld een blok huizen met allemaal verschillende kleuren bouwen). Als je zo’n doel realiseert krijg je punten aan het eind van het spel. Maar tijdens het spel liggen er ook opdrachtkaarten open op tafel waarmee je nog meer punten kan halen (bijvoorbeeld door een bepaald aantal lagen te bouwen). Het spel heeft een beetje een Ticket to Ride feel doordat je kaartjes verzameld die je daarna bouwt. Dit spel beviel me zo goed, dat het (gesigneerd!) mee naar huis mocht.

Op donderdagavond zijn Anton en ik op bezoek geweest bij Peter Hein, Wendy en hun kinderen. Zij hadden een vakantiehuisje geboekt in Bochum. Na het eten hebben we nog een potje Red Dragon gedaan. Dit is een leuk slagenspelletje dat Peter Hein op de beurs had opgepikt. Het is een recht toe recht aan slagenspel (kleur volgen, hoogste wint, geen troefkleur). Voor elke slag die je haalt krijg je een aantal punten, maar alle rode kaarten leveren minpunten op. Aan het begin van iedere ronde moeten de spelers allemaal één of twee (afhankelijk van het aantal spelers) kaarten inleveren. Deze kaarten worden vervolgens weer verdeeld over de spelers (om de beurt kiezen de spelers een kaart). Dit is een mooie kans om te zorgen dat je van een kleur geen kaarten meer hebt om de mogelijkheid te creëren om rode kaarten te kunnen dumpten bij de spelers die deze kleur wel hebben. Ik vond dit een erg leuk slagenspel. Aanrader voor liefhebbers van het genre.

Shrimp is het andere spel dat Anton en ik op zaterdag speelden toen we even moesten wachten. Shrimp is een reactiespelletje waar je om de beurt kaarten open op één van de drie liggende stapels legt. Op de kaarten staan garnalen. Er kunnen 1, 2 of 3 garnalen op de kaart staan, ze kunnen roze, blauw of groen zijn, klein, middel of groot en uit Amerika, Italië of Brazilië komen. Als je ziet dat één van deze eigenschappen gelijk is op alle drie de openliggende kaarten dan mag je op een gele plastic piepende citroen rammen en krijg je alle kaarten die op tafel lagen. Wie aan het eind van het spel de meeste kaarten heeft wint. Ik vond dit reactiespel niet echt origineel, maar het werkte op zich wel. Het was best leuk om te doen voor een keertje, maar hoefde niet mee naar huis. Ik zou onze kat echt geen plezier doen met een spel waar mensen op een  piepende citroen gaan slaan.

vrijdag 1 november 2019

Eerste indrukken spellen Spiel 2019 (deel 2 van 4)

In deze serie blogjes geef ik mijn eerste indruk van de spellen die ik op of rond Spiel voor het eerst heb gespeeld. Ik behandel ze in alfabetische volgorde.

Finger Guns at High Noon is een partygame dat gebruikt maakt van een papier-schaar-steen spelsysteem waarin je probeert je medespelers te elimineren. Iedere ronde telt een speler af en daarna maken alle spelers met hun hand het gebaar van de actie die ze willen uitvoeren. Zo kan je schieten op een andere speler of dynamiet gebruiken om je beide buren te raken (al pak je dan zelf ook wat schade mee). Ons potje kwam nog niet helemaal van de grond. Je hebt bijvoorbeeld een actie waar als de meerderheid van de spelers die kiest, de andere spelers schade oplopen. Ik probeerde naar twee van mijn medespelers te signalen dat we die actie gingen doen, maar ze hadden dat niet door. Ik denk dat het spel leuker wordt als je meer stiekem probeert af te stemmen wat je gaat doen. Al heeft dit weer als nadeel dat spelers doelbewust een andere speler uit het spel kunnen werken en daar kan niet iedereen tegen. Zelf vind ik dat niet zo’n probleem omdat dit spelletje maar kort duurt en je er vaak meerdere potjes van achter elkaar zal doen. Als je dan niet telkens dezelfde speler pakt, dan hoort het bij het spel dat je af en toe het bokje bent. Ik vond het leuk om dit spel gespeeld te hebben, maar dit is het soort partygame waarvoor weinig liefhebbers in mijn omgeving te vinden zijn. Ik heb het spel dan ook zonder moeite in Essen achtergelaten.

Emperor S4 games is een uitgever uit Taiwan die ik altijd goed in de gaten houd. Ze hadden dit jaar meerdere nieuwe spellen, waaronder Jiguan: The Eastern Mechanist. Helaas werd dit spel niet heel goed uitgelegd waardoor het even duurde voordat het spel soepel verliep en ik het nu best lastig vind om te vertellen waar dit spel over gaat. In dit spel heb je een eigen bordje waarop je  gekleurde fiches plaatst. Je probeert daarbij fiches van een bepaalde waarde en een bepaalde kleur in een rij te krijgen zodat je daarmee bepaalde dingen (mechanische beesten) kan bouwen. Maar de fiches bepalen ook hoeveel energie je krijgt die je ook weer nodig hebt voor iets dat ik weer vergeten ben. Ik sluit zeker niet uit dat dit een leuk, vlot spel was als het goed uitgelegd wordt, maar ik ben op dit moment vooral in verwarring. Jammer, want het spel ziet er wel echt heel mooi uit.  

Succesvolle bordspellen werden tot een paar jaar geleden vaak opgevolgd door kaartspellen, maar tegenwoordig doe je pas mee als je een roll & write variant van je spel uitbrengt. Kingdomino Duel is dan ook de roll & write variant van Kingdomino, de Spiel des Jahres winnaar van 2017. In dit spel gooi je met vier dobbelstenen waarop wapenschilden staan. De startspeler kiest één dobbelsteen, de andere speler kiest er twee en de resterende dobbelsteen gaat weer naar de startspeler. Beide spelers leggen de dobbelstenen vervolgens naast elkaar om zo een domino-steen te vormen en tekenen deze dominosteen op hun scorebriefje. Je moet er daarbij wel netjes voor zorgen dat de domino tenminste voor één van beide vakken naast een vakje komt te liggen met hetzelfde wapenschild. Op sommige zijden van de dobbelsteen staan naast een wapenschild ook nog één of twee kruisjes. Deze teken je ook op je blaadje. Aan het eind van het spel (als de blaadjes vol zijn) bereken je score door per gebied met hetzelfde wapenschild de omvang van dit gebied (het aantal vakken dat het groot is) te vermenigvuldigen met het aantal kruisjes dat er staat. Kingdomino Duel beviel me zo goed dat ik het onmiddellijk heb gekocht. Natuurlijk heeft het een zekere geluksfactor doordat je met dobbelstenen gooit, maar voor een tussendoortje vind ik dat niet zo erg. Het spel speelt lekker vlot weg en je moet de balans vinden tussen dobbelstenen kiezen die je zelf punten opleveren en het soms voorkomen dat een dobbelsteen bij de andere speler terecht komt.

Noch mal so gut! is de opvolger van Keer op Keer. Er zijn al een aantal uitbreidingen van dit leuke roll & write spel op de markt (andere scoreblokjes), maar dit keer is echt een nieuw spel uitgebracht. Noch mal so gut! is net wat complexer dan keer op keer doordat er nieuwe manieren zijn geïntroduceerd om punten te scoren. Zo scoor je bijvoorbeeld ook punten als je een rij vol hebt. Verder krijg je een extra dobbelsteen die je mag kiezen in plaats van de gebruikelijke combinatie van een witte en een zwarte dobbelsteen. Op deze dobbelsteen staan symbolen die aangeven welke actie je mag uitvoeren. Zo kan je bijvoorbeeld een heel vak in één keer wegstrepen (ook als het zes velden groot is) of drie willekeurige vakjes in een rij (handig om een rij vol te maken). Op deze dobbelsteen staat ook een hartje. Als je die kiest dan omcirkel je een hartje en krijg je vanaf dat moment een punt extra als je een kolom volmaakt. Onderaan het briefje staat een rij met dobbelsteen-symbolen en daarvan is er aan het begin één omcirkeld. Als je op je briefje over vakjes bouwt waar ook een dobbelsteen op staat, mag je een nieuwe dobbelsteen omcirkelen. Iedere keer dat je de speciale dobbelsteen kiest, moet je zo’n omcirkeld vakje doorkruisen. Deze nieuwe variant speelt net zo lekker weg als het oude Keer op Keer. De extra opties zijn heel krachtig als je ze op het juiste moment inzet. Als je van Keer op Keer houdt, dan vindt je dit spel ook zeker leuk.