woensdag 31 juli 2019

Recensie: Tiny Towns


Het aantal nieuwe spellen dat ieder jaar uitkomt, neemt alleen maar toe. Dit zorgt aan de ene kant voor meer keus, maar aan de andere kant worden spellen eendagsvliegen die, als ze niet snel worden opgepikt door de spellenwereld, hun plekje in het spellenschap  op moeten geven en doorschuiven naar de uitverkoophoek om zo plaats te maken voor de volgende lading nieuwe spellen. Als uitgever kan je hier op twee manieren mee om gaan: of je doet mee en probeert  ook zelf heel veel titels uit te brengen die je in kleine oplagen produceert en waarvan slechts een enkeling herdrukt wordt als er voldoende vraag is. Of je focust je aandacht op een paar spellen waar je echt in geloofd. AEG heeft recent besloten om zich te gaan focussen op de  tweede strategie: ze gaan minder spellen uitbrengen, zodat ze zich kunnen richten op de spellen waar ze echt in geloven. Een van de eerste spellen die na deze beleidswijziging uitkwam was Tiny Towns. 

AEG heeft kosten nog moeite gespaard met de vormgeving en uitvoering van Tiny Towns. Van de doos tot het scoreblok, het spelmateriaal ziet er goed uit en is van hoge kwaliteit (dik karton, houten speelfiguren). Het mooiste onderdeel van het spel zijn de acht verschillende houten gebouwtjes die in het doos zitten. Als je dit spelmateriaal op tafel zet, zullen mensen zeker even komen kijken. Tiny Towns is een puzzelspelletje waar de spelers hun eigen kleine stadje gaan bouwen met deze gebouwtjes.

Aan het begin van het spel krijgen alle spelers een bordje van vier bij vier vakjes voor zich te liggen. Op elk vakje kan een gebouw gebouwd worden (als je het goed doet). In het midden van de tafel komen zeven kaarten te liggen waarop staat hoe je de verschillende gebouwen kan bouwen (welke grondstoffen heb je daar voor nodig en hoe moet je die neerleggen) en wat ieder gebouw oplevert (voordeeltjes tijdens het spel of punten aan het eind van het spel). Voor bijna alle gebouwen zitten verschillende kaarten in het spel zodat ieder spel anders is.

Vervolgens zijn de spelers om de beurt de bouwmeester. De bouwmeester kiest één van de vijf grondstoffen (gekleurde blokjes) uit. Alle spelers moeten vervolgens dit blokje op hun  eigen spelersbordje leggen. Aan het eind van iedere beurt mag je vervolgens de geplaatste grondstoffen gebruiken om een gebouw te bouwen. Als er op jouw bordje blokjes in dezelfde kleur en opstelling liggen als op één van de gebouwenkaarten, dan haal je deze blokjes weg en leg je op één van de vakjes waar je een blokje afhaalde het bijbehorende gebouw.

Iedereen speelt net zo lang door tot al je vakjes op je spelersbordje zijn bedekt met gebouwen of grondstofblokjes. En daarna volgt de puntentelling. Ieder gebouw wordt op zijn eigen manier gewaardeerd. Sommige gebouwen leveren niets op (maar dan kreeg je een voordeeltje tijdens het spel), andere leveren een vast aantal punten op en weer anderen leveren punten op gebaseerd op het aantal gebouwen van een soort dat je gebouwd hebt of juist op basis van de locatie waar de gebouwen staan of de gebouwen waar een gebouw aan grenst. Vervolgens krijg je nog aftrek voor vakjes waar alleen een grondstofblokje op ligt. Wie daarna de meeste punten heeft, wint het spel.

Je kan het spel ook met een gevorderdenvariant spelen. In deze variant krijgt elke speler aan het begin van het spel twee kaarten met daarop een roze gebouw met extra sterke eigenschappen. Iedere speler kiest één van deze kaarten uit en mag dit gebouw tijdens het spel één keer (niet vaker) bouwen.

…en de waardering

Tiny Towns is een erg leuk puzzelspelletje. Omdat iedereen elke ronde het door de bouwmeester gekozen grondstofblokje moet plaatsen, is iedereen continue actief bij het spel betrokken. Aan het begin van het spel heb je vaak nog alle ruimte en lukt het wel om de gekozen blokjes zo neer te leggen dat je er een gebouw van kan maken. Maar hoe verder je in het spel komt, hoe voller je bordje al is met gebouwen en grondstofblokjes en hoe lastiger het wordt om je plannen uit te voeren. Niet alleen kiezen je medespelers regelmatig grondstoffen waar je niet op zit te wachten, maar doordat je bordje steeds voller is, is het ook lastiger om de blokjes in het juiste patroon neer te leggen om er een gebouw van te maken. Meer spelers betekent ook meer chaos in dit spel, maar wat mij betreft ook meer speelplezier omdat het een grotere uitdaging is om je bordje netjes vol te bouwen. Meestal lukt dat net (of helemaal) niet, maar dat zorgt er juist voor dat mensen het spel vaak meteen nog een keer willen spelen in de (ijdele) hoop dat het een volgende keer beter gaat. De perfecte stad blijft altijd net buiten het bereik en daardoor wil je het blijven proberen.






Auteur: Peter McPherson
Uitgever: AEG, 2019  (White Goblin komt in het najaar met een NL editie)
Aantal spelers: 1-6
Leeftijd: vanaf 14 jaar
Speelduur: circa 45 minuten
Prijs: circa 40 euro

zondag 28 juli 2019

Recensie: Ticket to Ride London


Na het succes van Ticket to Ride New York, was het geen verrassing dat er een nieuwe steden-variant van Ticket to Ride zou verschijnen. De belangrijkste vraag was voor welke stad gekozen zou worden. Zouden het Trabantjes in Berlijn, scooters in Rome of waterfietsen in Amsterdam worden? Inmiddels weten we het antwoord: we mogen busroutes aan gaan leggen met dubbeldekkers in Londen!

Ticket to Ride  London is weer een turbo-versie van het bekende bordspel. Het spel is voor 90% bekend terrein. Natuurlijk moeten de spelers weer opdrachten uitvoeren door routes te bouwen op een kaart. Dit keer gaat het om busroutes in Londen. In je beurt mag je of nieuwe transportkaarten trekken, of een route op het bord claimen (door de juiste kleur transportkaarten af te leggen) of nieuwe opdrachtkaarten trekken. Je krijgt punten voor het bouwen van routes en het vervullen van opdrachten en minpunten voor de opdrachten die je niet hebt uitgevoerd aan het eind van het spel.

Voor zo ver niets nieuws. Maar in Londen is er nog een nieuwe manier op punten te scoren. Op het bord staan cijfers met getallen (variërend van 1 tot en met 5). Als je alle steden met hetzelfde getal met elkaar verbindt, dan krijg je net zo veel punten als het getal. Voor de éénpunt-bonus hoef je maar 2 steden te verbinden (dat kan al met één route van 1 bus lang), maar voor de vijfpunt-bonus moet je al vier steden verbinden en daar heb je minimaal 4 routes (van 4, 2,3 en 3 bussen lang) voor nodig.

…en de waardering

Ik ben een fan van (bijna) alles waar Ticket to Ride op staat en Ticket to Ride London is geen uitzondering (het kaartspel en de dobbeluitbreiding zijn de uitzonderingen op deze regel). Ik vind het knap dat het speelplezier van Ticket to Ride in zo’n kort spel volledig tot zijn recht komt. Ik vind deze versie zelfs nog iets leuker dan de New York versie omdat de twist in dit spel uitdagender is. In de New York versie kon je aan het eind van het spel nog wat losse routes leggen om zo punten voor de toeristen-hotspots te scoren. Maar in Londen moet je echt je best doen om zo’n bonus te pakken. Dit zorgt voor extra spanning en dus extra speelplezier.

Het spel ziet er ook weer fenomenaal uit. Het spel speelt zich af in het Londen van de jaren ’60 en dat zie je terug. Op de doos staat bijvoorbeeld een hippie die wel erg op John Lennon lijkt  en een man in een keurig zwart pak met bolhoed. Tussen de vervoermiddelen vind je de Yellow Submarine van de The Beatles, een black cab (iconische Londense zwarte taxi), een Rocket Man auto van Elton John en een Austin Powers dubbeldekker bus. Op het scorepionnetje staat zelfs de Union Jack (Engelse vlag). Er is overigens wel een klein foutje in het spel geslopen. Eén van de locaties op het bod is het Globe Theater. Dit is een replica van een theater uit de tijd van Shakespeare. Deze replica is echter pas in de jaren ’90 gebouwd en was er in de jaren ’60 nog niet. Maar een kniesoor die daar op let!







Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2019
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 10-20 minuten
Prijs: circa 20 euro

zaterdag 27 juli 2019

Recensie: One Key


One Key is een nieuw spel in het “Raad het plaatje” segment dat groot is geworden door Dixit. Dit soort spellen zijn populair onder een breed publiek omdat de regels simpel zijn en de spellen vaak met een grote groep gespeeld kunnen worden. Het nadeel daarvan is dat het niet altijd lukt om een grote groep spellustigen bij elkaar te krijgen en dan moet je wat anders op tafel zetten. Of vanaf nu One Key, dit spel kan je namelijk wel goed met twee spelers spelen.

In One Key moet één speler (de Leider) de rest van de spelers (zijn Team) door middel van hints helpen om een plaatje te raden. Aan het begin van het spel trekt de Leider elf plaatjes van een stapel en kiest daar in het geheim één van uit (de Key). De Leider voert vervolgens het nummer van dit plaatje in in een app (je kan het ook op een briefje schrijven natuurlijk). Het spel bestaat uit vier rondes van drie minuten en de app houdt deze tijd ook voor je bij. De elf plaatjes worden vervolgens op tafel gelegd zodat iedereen ze kan zien en daarna begint het spel echt.

De Leider trekt nu van een stapel plaatjes één plaatje. Hij zegt vervolgen of er een link, een zwakke link of geen link bestaat tussen dit plaatje en de Key. Vervolgens moet het team één van de elf plaatjes wegleggen omdat ze denken dat dit plaatje dan zeker niet de Key is.

Terwijl het Team aan het nadenken is over welk plaatje ze willen elimineren, trekt de Leider drie nieuwe plaatjes en zet deze in een speciaal houdertje. Vervolgens legt hij een (gesloten) fiche waarop wederom staat of er een link, een zwakke link of geen link bestaat tussen het betreffende plaatje en de Key.

Als het Team in de eerste ronde de Key niet heeft weggelegd, dan mag het Team kiezen van welk van de drie plaatjes ze willen weten of het een link heeft met de Key. De andere hints verdwijnen ongezien terug in de doos. Als ze wel de Key hadden weggelegd, dan was het spel meteen afgelopen geweest en hadden de spelers verloren.

Vervolgens gaat het Team weer nadenken over welke plaatjes zeker niet de Key zijn. In de tweede ronde moeten er alleen twee plaatjes worden weggelegd. De Leider trekt ondertussen weer drie nieuwe plaatjes en bepaalt in hoeverre ze een link hebben met de Key. Het Team mag één keer in het spel twee in plaats van één hint van de Leider bekijken.

In de derde ronde moet het Team drie plaatjes wegspelen en in de vierde ronde vier. En dan blijft (als het Team het goed gedaan heeft) alleen nog de Key over.

…waardering

Ik vind One Key een hele leuke toevoeging aan het “Raad het Plaatje” segment. De plaatjes waar je mee speelt zijn vaak grappig en leuk om te zien. Er zitten veel details in en dat zorgt vaak voor misverstanden tussen de Leider en zijn Team, bijvoorbeeld omdat de Leider meer gefocust is op het grote plaatje terwijl het Team heel erg naar de details aan het kijken is. Het is dan ook echt geen zekerheid dat het Team aan het eind van het spel de Key goed weet aan te wijzen. Het spel speelt ook heel goed met twee spelers. Omdat het Team en de Leider tegelijkertijd bezig zijn met hun taakjes, hoeven spelers maar heel af en toe even op de andere kant te wachten.

De app kan alleen wat mij betreft de deur uit, die levert vooral gedoe op. Ik zie niet echt de meerwaarde van tijdsdruk in dit spel en een simpel briefje werkt net zo goed om vast te leggen welke kaart de Key was. En verder is het enige minpunt dat ik van dit spel kan bedenken dat de stapel met plaatjes wel wat groter had mogen zijn, maar hopelijk wordt dat in de toekomst met een uitbreiding opgelost.







Auteur: L’atelier
Uitgever: Libellud, 2019
Aantal spelers: 2-6
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 5-20 minuten
Prijs: circa 25 euro

woensdag 24 juli 2019

Recensie: Port Royal Uitbreiding

Het kan maar duidelijk zijn, zullen ze bij 999 gedacht hebben. Waar de Engelstalige uitbreiding voor Port Royal de naam “Just one more contract” mee heeft gekregen, heet de Nederlandse editie gewoon Port Royal Uitbreiding.

De uitbreiding bestaat uit 2 onderdelen. Het eerste onderdeel is dat er een stapel nieuwe kaarten in de doos zitten. Deze kaarten kunnen gewoon door het originele spel gemengd worden. Op deze kaarten staan variaties van wat we al kennen. Bijvoorbeeld een vice admiraal die je een extra geld oplevert als er drie of vier kaarten in liggen op het moment dat je mag kiezen, kaarten waardoor je een extra kaart mag trekken als je een kaart van schip van een bepaalde kleur pakt en schepen waarbij je zelf 3 goud krijgt maar ook een goud aan een andere speler moet geven.

Het tweede deel van de uitbreiding bestaat uit een stapel zogenaamd functie-kaarten en wat houten blokjes in 5 spelerskleuren. Met deze kaarten kan je een coöperatieve en een competitieve variant van Port Royal spelen. In de competitieve variant leg je vier functiekaarten open op tafel. Op deze kaarten staat een bepaalde voorwaarde, zoals bijvoorbeeld dat je een kolonist en kanonnier gespeeld moet hebben of dat je een keer kaarten hebt moeten inleveren vanwege een belastingverhoging. Als een speler aan de voorwaarde op de kaart voldoet, dan je een blokje op de functie-kaart. Dit levert je geld en/of punten op. De speler die als eerste een functie-kaart claimt heeft het grootste voordeel.

In de coöperatieve variant (die ik overigens niet gespeeld heb) proberen de spelers gezamenlijk binnen een bepaalde tijd een aantal functie-kaarten te vervullen. Je zal dan dus moeten afstemmen wie voor welke opdracht gaat en moeten proberen om elkaar te helpen die te vervullen.

…en de waardering

Ik vind Port Royal erg leuk. Het eerste deel van de uitbreiding (de extra kaarten) is meer van hetzelfde. Er wordt via deze kaarten niets echt nieuws geïntroduceerd, maar bekende elementen worden op een andere manier gemixt. En aangezien de basis goed is, levert dit een prima mix op van nieuwe kaarten die moeiteloos integreren in het origineel. Het spel verandert er niet door, maar het geeft het spel wel een sprankje verfrissende nieuwigheid.

Het tweede deel van de uitbreiding voegt een nieuwe manier toe om punten te scoren.  De voorwaarden waar je aan moet voldoen zijn combinaties van dingen die je toch al bedoeld of onbedoeld (belastingheffing) doet. Ook dit deel van de uitbreiding verandert het spel niet wezenlijk, maar is leuk extraatje.







Naam: Port Royal Uitbreiding
Auteur: Alexander Pfister
Uitgever: 999 games, 2019
Aantal spelers: 1-5
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 20-40 minuten
Prijs: circa 13 euro

zaterdag 20 juli 2019

Recensie: Secret Hitler

Als er een type spellen is waar mijn kinderen blij van worden, dan is dat het genre voor grote groepen waarin je in geheime teams speelt. Denk aan Weerwolven, Bang!, De Mol, Saboteur, enzovoort. Niet iedereen is daar altijd even van gecharmeerd, niet in de laatste plaats omdat het spelverloop soms wat willekeurig is en je niet altijd veel invloed op de uitkomst lijkt te hebben. Secret Hitler is een relatief nieuw lid van de familie en de inzet was nog nooit zo hoog: ontmasker Hitler voor hij de macht grijpt!

Het spelverloop van Secret Hitler doet erg aan De Mol denken. Ook nu strijden de good guys (liberalen) tegen de bad guys (fascisten). De goeden kennen elkaars identiteit niet, de slechteriken wel. Als je met minstens zeven spelers bent, weet Hitler niet wie zijn bondgenoten zijn, maar andersom wel.


Iedere beurt kiezen de spelers een president en een kanselier, die vervolgens een wet aannemen: een fascistische of een liberale. De president trekt dan drie kaarten van de stapel en geeft daarvan twee aan de kanselier, die vervolgens beslist welke van deze twee wetten wordt aangenomen. De andere spelers weten niet welke wetten zijn afgelegd en de kanselier weet niet welke wet de president heeft weggedaan. Op deze manier proberen de liberalen de intenties van de andere spelers te achterhalen en uit te vissen wie er betrouwbaar is.

De liberalen winnen als er vijf liberale wetten aangenomen zijn en verliezen als er zes fascistische door zijn gekomen. De liberalen zijn in de meerderheid, dus dat lijkt makkelijk zat. Helaas is het vlees vaak zwak. Het aannemen van een fascistische wet levert namelijk een voordeeltje op voor de zittende president, waardoor soms ook een echte liberaal geneigd zal zijn om nog één fascistisch wetje aan te nemen, gewoon om het af te leren.



Ondertussen probeert de verborgen Hitler het liberale spelletje mee te spelen: laat anderen maar wetten aannemen, hij moet gewoon zorgen dat hij kanselier wordt zodra er drie fascistische wetten zijn aangenomen. Ook dan winnen de fascisten het spel. Zodra die drie wetten erdoor zijn is het voor de liberalen erop of eronder: zo snel mogelijk genoeg eigen wetten aannemen of Hitler executeren. Wist je nu maar zeker wie het was…


...en de waardering

Ondanks, of juist dankzij, het wat ongemakkelijke thema is Secret Hitler een sfeervol gezelschapsspel. Als Hitler is het een fijne uitdaging om je medespelers een rad voor ogen te draaien, de liberalen moet permanent op hun hoede zijn maar zich tegelijkertijd niet door paranoia laten verblinden. Dat maakt het thema nog verrassend gelaagd voor wat in wezen een vrij eenvoudig spel is. Een potje is zo gespeeld en smaakt eigenlijk altijd naar meer. Zorg wel dat je met minstens zeven spelers bent. Dan weet Hitler niet wie de medefascisten zijn en wordt het nog een stukje spannender.








Secret Hitler
Auteur: Mike Bosleiter, Tommy Maranges en Max Temkin
Uitgever: Goat Wolf & Cabbage (2016)
Aantal spelers: 5 tot 10, vanaf 14 jaar
Speelduur: 15-30 minuten
Prijs: ca 35 euro

Recensie: New Frontiers

Weinig tv-series zijn waarschijnlijk zo succesvol en geliefd als de Star Trekfamilie. Ruim vijftig jaar na de originele reeks is inmiddels de zevende serie aangekondigd en het totale aantal afleveringen loopt in de honderden. Ook een steeds verder uitdijende spellenfamilie speelt zich in de ruimte af: die van pater familias Race for the Galaxy is met New Frontiers inmiddels toe aan het vierde lid.

Deze keer verkennen we ruimte niet met kaarten of dobbelstenen, maar heeft iedereen een eigen bord met daarop plaats voor de ontwikkelingen en werelden die je gaat bouwen en verkennen. Het spelverloop van New Frontiers is een mix tussen die van Race for the Galaxy en Puerto Rico. Een voor een activeren de spelers een van de mogelijke fases in het spel, waarbij de actieve speler een bonus krijgt. Je kunt zo niet alleen ontwikkelingen bouwen of werelden verkennen, maar die werelden ook koloniseren, goederen laten produceren of die goederen verkopen voor punten of geld. Geld heb je weer nodig voor het verder uitbouwen van je bord. Uiteindelijk gaat het weer om het verzamelen van de meeste punten.


...en de waardering

Hoewel de naam misschien anders doet vermoeden gaan we in New Frontiers niet echt onverschrokken op pad waar nog nooit iemand geweest is. New Frontiers is wat je krijgt als je de volle neef en nicht Puerto Rico en Race for the Galaxy met elkaar kruist. Inteelt is niet zonder risico, maar in dit geval levert het een bijzonder geslaagd spel op.


Ook nu weer is het een heerlijke trip waarin je probeert een strategie te ontwikkelen waarin alles op zijn plek valt, voortdurend verstoord door de stress of anderen niet op het cruciale moment een fase kiezen die jouw plannen dwarsboomt. Die onrust is minder erg dan in Puerto Rico, waar je met een welgeplaatste opzichter of kapitein je tegenstanders een oor kunt aannaaien. Daar staat tegenover dat de mogelijkheid aan verschillende strategieën veel groter is door het grote aantal afzonderlijke ontwikkelingen en werelden.


New Frontiers heeft al het goede van Puerto Rico en Race, maar is toch anders genoeg om te spelen als je die spellen al hebt. Als ik dan toch een minpuntje moet noemen, is het de grote hoeveelheid informatie op de tegels, samengevat in iconen. Dat is even wennen als je niet bekend met Race of Roll for the Galaxy. Je hebt het snel genoeg door, maar het zorgt wel voor een kleine drempel. 

Voor de fans dus zeker een aanrader. Voor de niet-fans: ik ken jullie niet.







New Frontiers
Auteur: Tom Lehmann
Uitgever: Rio Grande Games (2019)
Aantal spelers: 2 tot 5, vanaf 12 jaar
Speelduur: 45-70 minuten
Prijs: ca 60 euro


woensdag 10 juli 2019

Recensie: Port Royal


In Port Royal zoek je je geluk in de haven. Je probeert de meest lucratieve schepen te charteren om daar flink aan te verdienen. Het goud dat je hiermee verdient kan je gebruiken om personeel in dienst te nemen om nog meer geld te verdienen. Maar helaas: waar geld verdiend wordt, is de belastingdienst natuurlijk ook nooit ver weg.

Port Royal is een “push your luck” kaartspelletje. Spelers draaien in hun beurt kaarten om van een gedekte stapel waar schepen, personeel, expedities en de belastingen op staan. Je mag net zo lang kaarten open blijven draaien als je wilt, tenzij je een tweede schip van dezelfde kleur trekt. Dan ben je af en is de ronde voorbij.  Als je op tijd bent gestopt mag je één of meerdere kaarten pakken. Als er maximaal drie verschillende kleuren schepen op tafel liggen mag je één kaart pakken, als er vier verschillende kleuren schepen liggen mag je twee kaarten pakken en als er vijf verschillende kleuren liggen dan mag je zelfs drie kaarten pakken. Nadat de actieve speler zijn kaart(en) heeft gepakt, mogen de andere spelers ook een kaart pakken als ze willen. Als ze dat doen, moeten ze wel één goud aan de actieve spelers betalen.

De scheepskaarten leveren goud op (1-4 stuks). Het goud staat op de achterkant van de kaarten afgebeeld. Stel dat je drie goud krijgt, dan pak je naast de scheepskaart nog twee kaarten van de dichte trekstapel en leg je deze omgedraaid op een stapel. Dit is dan je goud.

Met dit goud kan je karakterkaarten (personeel) kopen. Alle karakters zijn een aantal punten waard (0-3), maar dat is niet het enige voordeel dat ze opleveren. Er zitten elf verschillende soorten karakterkaarten in het spel. Op sommige van deze kaarten staat een symbool (Kruis, Anker, Huis). Deze kaarten kan je gebruiken om expedities uit te voeren. In de stapel kaarten zitten een aantal expeditie-kaarten. Dit zijn kaarten die veel punten opleveren en die je kan pakken als je karakterkaarten aflegt waar de symbolen opstaan die op de expeditie staan.

De andere karakterkaarten leveren voordeeltjes tijdens het spel op. Zo kan je met matrozen en piraten tijdens je beurt scheepskaarten die je trekt meteen wegjagen. Op deze manier kan je doorzoeken naar duurdere schepen of voorkomen dat je een tweede schip van een kleur moet neerleggen waardoor je af bent. Andere kaarten leveren bijvoorbeeld extra goud op als je een schip van een bepaalde kleur pakt, als er geen kaarten liggen om uit te kiezen of als je uit vijf of meer kaarten mag kiezen. Ook is er een kaart waarmee je een extra kaart mag pakken.

In de trekstapel zitten ten slotte nog belastingkaarten. Als zo’n kaart getrokken wordt dan moet iedere speler die twaalf of meer goud heeft, daarvan de helft afleggen.

Het spel is afgelopen zodra één speler ten minste twaalf overwinningspunten heeft. De ronde wordt dan nog afgespeeld zodat iedereen even vaak de actieve speler is geweest. De speler met de meeste overwinningspunten wint natuurlijk.

…en de waardering

Port Royal heeft me heel positief verrast doordat het veel meer diepgang heeft dan ik van te voren had verwacht. Het spel speelt lekker vlot weg, maar zit bol van de interessante dilemma’s. Dat begint al met hoe lang je door gaat met het draaien van kaarten. Aan de ene kant mag je zelf meer kaarten pakken als je door draait tot er vier of vijf schepen van verschillende kleuren liggen, maar dan liggen er ook meer kaarten waar de andere spelers uit mogen kiezen (al moeten ze je daar wel weer voor betalen) en loop je een steeds groter risico dat je een tweede scheepskaart van een kleur opendraait waardoor je helemaal  niets krijgt.  En vervolgens moet je kiezen  welke kaart je koopt. Die keuze is vaak lastig. Als je veel goud hebt dan wil je graag een dure karakterkaart kopen (met sterke eigenschappen), maar als je net dan een scheepskaart met 4 goud opendraait wil je die ook niet voor de andere spelers laten liggen. Maar als je het schip pakt, dan heb je misschien weer 12 goud of meer en moet je gaan vrezen voor de belastingdienst. Het spel zit vol met dit soort tegenstrijdige prikkels waardoor je continu interessante keuzes moet maken. Maar het spel zit zo goed in elkaar dat deze lastige keuzes de vaart niet uit het spel halen waardoor het spel een aangename lichtheid houdt. Aanrader!






Auteur: Alexander Pfister
Uitgever: 999 games, 2014
Aantal spelers: 2-5
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 20-50 minuten
Prijs: circa 13 euro

maandag 1 juli 2019

Maandoverzicht: juni 2019 (Dagmar)


Juni was weer een prima spellenmaand. Er kwam 49 keer een spel op tafel. Wingspan was wederom ons meest gespeelde spel met 12 potjes. Als Niek en ik ’s avonds nog even een spelletje doen, dan kan je er bijna donder op zeggen dat we Wingspan uit de spellenkast halen. Ik verwacht dat we volgende maand ons vijftigste potje gaan spelen. Er zijn weinig spellen die ik in zo’n korte tijd zo vaak heb gespeeld.

Er kwamen deze maand 3 spellen voor het eerst op tafel: Coconuts, One Key en Port Royal. Voor een korte beschrijving van Coconuts verwijs ik graag naar het verslag van ons leuke bezoek aan Zomerspel eerder deze maand (zie hier).

One Key is een nieuw spel in de traditie van Dixit, Codenames, Mysterium en Muse. Het is een spel waar één speler de andere speler(s) door middel van hints naar een bepaald plaatje probeert te leiden. Aan het begin van ieder spel trekt de beschrijvende speler elf plaatjes en kiest daar één van uit die de target wordt. Vervolgens vult deze speler het nummer van dit plaatje (dat achterop het kaartje staat) in in een app. Daarna worden de elf kaarten op tafel gelegd. De beschrijvende speler trekt vervolgens het bovenste plaatje van de trekstapel en vertelt de andere speler(s) of dit plaatje geen, een zwakke of een sterke link heeft met de target. De radende speler(s) moeten nu één van de elf kaarten kiezen waarvan ze denken dat dat niet de target is. De beschrijvende speler trekt ondertussen drie nieuwe plaatjes en zet deze in een speciaal houdertje en legt bij elk plaatje gesloten een fiche neer dat aangeeft of het betreffende plaatje geen, een zwakke of een sterke link met de target heeft. Beide zijden moeten hun taak binnen  3 minuten vervullen (de app houdt de tijd bij). Als de target-kaart niet verwijderd is, begint de tweede ronde. De radende speler(s) kiezen welke hint ze willen zien. Nadat de hint is gegeven moeten zij in de tweede ronde twee kaarten weg halen terwijl de beschrijvende speler weer drie nieuwe hints klaar zet. In de derde ronde moeten drie kaarten worden weggehaald en in de vierde en laatste ronde zelfs 4. Er is dan nog één kaart over en als dat d thetrget kaart is, dan hebben de spelers gewonnen.

Ik heb One Key met veel plezier gespeeld. Ik vind het erg leuk dat je dit spel ook met twee spelers kan doen. De meeste andere spellen in dit genre komen het best tot hun recht als je een grote groep hebt om mee te spelen (Codenames Duet uitgezonderd). De stapel plaatjes die je bij dit spel krijgt is alleen niet heel dik, daar hadden er wel wat meer van in de doos mogen zitten. Maar dat probleem kan met een goede uitbreiding worden opgelost……..

Het derde spel dat ik voor het eerst speelde was Port Royal. Dit is een heel leuk push your luck kaartspelletje waar je je hebzucht in toom moet houden en ook nog in de gaten moet houden wat de andere spelers doen. Als je de startspeler bent in dit spel dan draai je kaarten om van een stapel. Op de kaarten staan schepen, personen, expedities en belastingverhogingen. Je mag net zo lang kaarten opendraaien als je wilt, maar als je een tweede schip van een kleur (er zijn vijf kleuren) wordt opengedraaid dan ben je af en is de ronde meteen afgelopen. Als je op tijd stopt, dan mag je één of meerdere kaarten pakken. Hoeveel kaarten je mag pakken hangt af van het aantal verschillende kleuren schepen dat er ligt. Dit stimuleert dus om langer kaarten open te blijven draaien, maar daardoor wordt ook het risico weer groter dat er een tweede schip in een kleur wordt opengedraaid. Schepen leveren geld op. Met dit geld kan je vervolgens personen inhuren. Elke persoonskaart levert  punten en nog iets extra’s op (bijvoorbeeld de mogelijkheid om kaarten met schepen af te mogen leggen), soms een voordeeltje tijdens het spel maar soms ook bepaalde symbolen. Met die symbolen kan je expedities vervullen die heel veel punten opleveren. Het spel is afgelopen zodra iemand 12 punten heeft. De speler die dan de meeste punten heeft wint het spel. Nadat de startspeler zijn kaart(en) heeft gepakt, mogen met de klok mee de andere spelers ook nog een kaart van de overgebleven kaarten pakken. Als die er ten minste zijn…..

Port Royal vond ik verrassend leuk. De regels zijn simpel, het spel speelt lekker vlot door én je kan verschillende strategieën uitproberen door voor verschillende personen te kiezen. Natuurlijk speelt geluk in dit spel een rol bij het opendraaien van de kaarten. Soms draait iemand meteen een super lekkere kaart om, pakt die en dan ligt er niets voor de rest. Als iemand anders dan een goedkoop scheepje opendraait en meteen daarna nog een tweede schip van de zelfde kleur waardoor je af bent, dan is dat wel balen. Maar iedereen is zo vaak aan de beurt dat het geluk wel een beetje uit middelt en daardoor stoort de geluksfactor me niet. Voor een klein, kort kaartspelletje heeft Port Royal verrassend veel te bieden. Na ieder potje kwam er bij ons meteen nog een tweede potje achteraan en dat is een heel goed teken. Aanrader!

Ik speelde verder deze maand mijn vijfenzevenstige potje Wizard. En dat deed ik op een wel heel bijzondere plek, namelijk in het Goffert Park in Nijmegen waar ik zat te wachten tot het concert van de  “I’m not dead yet” tournee van Phil Collins zou beginnen.  Ik was als tiener enorm fan van Phil Collins. Het bandje Serious Hits Live (concertregistratie) heb ik indertijd grijs gedraaid. Het leek me onvoorstelbaar gaaf om naar een Phil Collins concert te gaan, maar ook volledig onwaarschijnlijk dat het ooit zou gebeuren. Het was dus een beetje een jeugddroom die uitkwam voor mij. Voorafgaand aan het concert zaten we (Niek, ik en een vriend van ons) bij een picknicktafel te eten. Tijdens het voorprogramma (Douwe Bob en Sheryl Crow) hebben we toen een potje Wizard gespeeld samen met een moeder en dochter die de tafel met ons deelden. En het concert van Phil Collins? Bij de eerste nummers moest ik bijna huilen omdat ik het zo gaaf vond om er bij te zijn en daarna heb ik alleen maar met een grote glimlach staan genieten. Wat een topavond!