zondag 18 augustus 2019

Recensie: Lost Cities - Het Bordspel

Twintig jaar geleden verscheen het vlotte kaartspelletje Lost Cities. Het was direct een succes en is uitgegroeid tot een onvervalste klassieker. Eenvoudige regels, altijd weer spannend en perfect voor op reis. Een prachtig tweepersoonsspel, dat je soms met meer mensen zou willen spelen.

Die wens is met het verschijnen van het bordspel in vervulling gegaan. Nou ja, eigenlijk is dat ruim tien jaar geleden al gebeurd. Toen baarde Lost Cities de twee-eiige tweeling Keltis en het Lost Cities bordspel. De laatste verscheen aanvankelijk alleen in de VS, maar is inmiddels ook in andere landen verschenen. Keltis was dat al die tijd al.

Ook in het bordspel ga je door het spelen van oplopende kaarten op expeditie naar vijf verloren steden. Telkens als je een kaart speelt, zet je een expeditielid bij de gespeelde kleur een stap vooruit. Het is niet gratis om aan een expeditie te beginnen: pas bij de vierde stap (van de negen) komt je score in de plus. Onderweg kun je af en toe een bonus verdienen: extra punten, een artefact of een gratis stap.


Over de helft van iedere expeditie is een brug. Zodra in totaal vijf ontdekkers een brug zijn overgestoken eindigt de ronde en scoor je punten voor al je expeditieleden. Na de derde ronde volgt er nog een eindafrekening met de artefacten en wint de speler met de meeste punten.


...en de waardering

Liefhebbers van Lost Cities die het inmiddels wat lastig te verkrijgen Keltis niet kennen kan ik het bordspel van harte aanbevelen. Het is minder geschikt voor op reis en wat minder intens dan het kaartspel, maar daar staat tegenover dat het minder gereken is en dat je het met meer kunt spelen. Met twee kun je het prima bij het kaartspel houden, maar met de volle bezetting zit je tegen het einde van een ronde steeds meer op het puntje van je stoel.

Als je Keltis wel kent is de hamvraag wat het verschil is met het Lost Cities bordspel. Het belangrijkste is dat Keltis een stuk vriendelijker is: daar mag je de kaarten zowel oplopend als aflopend spelen, bij het Lost Cities bordspel moet je van laag naar hoog. Dat maakt de geluksfactor kleiner, maar de keuzestress ook. In het Lost Cities bordspel is de overweging of en wanneer je een expeditie begint duidelijk lastiger. Het toeval wordt daar verminderd door drie rondes in plaats van één te spelen. Ten slotte vind ik de vormgeving en de thematische setting in het bordspel wat meer aanspreken, maar dat is een kwestie van smaak.

Als je Keltis al kent, zou ik zeggen: probeer het eerst voordat je het koopt. Maar ken je Keltis niet en vind je Lost Cities leuk, dan kun je het bordspel blind aanschaffen.







Auteur: Reiner Knizia
Uitgever: 999 Games (2019)
Aantal spelers: 2 tot 4, vanaf 10 jaar
Speelduur: 30-60 minuten
Prijs: ca 35 euro

Recensie: LAMA

Een verrassende genomineerde voor de Spiel des Jahres van 2019 was het kaartspelletje Lama. Kaartspellen worden niet zo vaak genomineerd en de titels die dat wel lukt hebben vaak een origineel spelconcept, zoals Hanabi en The Mind. Lama daarentegen lijkt op het eerste gezicht een vrij standaard kaartspel waarbij je zo snel mogelijk je kaarten af moet leggen, vrij naar het klassieke pesten. Maar Lama is een kaartspel van Reiner Knizia en dan mag je ervan uitgaan dat een snelle eerste indruk vaak bedrieglijk is.

Lama wordt in meerdere rondes gespeeld, waarbij je minpunten krijgt voor iedere kaart die je niet af kon leggen. De titel van het spel staat voor ‘Leg Alle Minpunten Af’ en is een mooi excuus voor de illustrator om het spel van een esthetisch zeer geslaagde lama te voorzien. Iedereen krijgt zes kaarten, waarvan er zeven soorten zijn: kaarten met waarde 1 tot 6 en de gevreesde lama. Om beurten mogen de spelers een kaart afleggen, een kaart pakken of passen.


Als je een kaart aflegt moet die dezelfde waarde hebben als de bovenste kaart op de aflegstapel, of één hoger. De lama mag alleen op de 6 gespeeld worden, op een lama mag je een 1 leggen, waarmee de cirkel weer rond is. Heb je eenmaal gepast, dan lig je eruit tot het einde van een ronde. De ronde eindigt als iedereen gepast heeft of als iemand alle kaarten afgelegd heeft. Deze gelukslama mag een puntenfiche afleggen, de andere spelers krijgen strafpunten op basis van de kaarten die ze nog hebben. Elke waarde levert zoveel strafpunten op, de lama is goed voor een zwart fiche van tien minpunten.

Het spel eindigt als iemand 40 strafpunten of meer heeft verzameld. Winnaar is de speler met de minste strafpunten.


...en de waardering

Inderdaad, schijn bedriegt. Het spelverloop in Lama is verbijsterend simpel; iedereen die tot 7 kan tellen kan Lama spelen. Dat betekent niet dat Lama een doodeenvoudig spel is. Zoals wel vaker bij spellen van deze auteur blijkt dat je meer ontdekt naarmate je het vaker speelt. Natuurlijk is het geen diepgravend strategisch spel, maar voor een spel met zo’n korte duur biedt het genoeg stof tot nadenken. Moet je vroeg passen en strafpunten voor lief nemen, of kaarten blijven trekken in de hoop op een opeenvolgende reeks kaarten die je allemaal uit kunt spelen? Veel hangt af van wat de andere spelers doen, wat voor interactie en extra speelplezier zorgt.

Lama is een snel en luchtig kaartspel, maar heeft genoeg om ook na tien potjes te blijven boeien. Wat mij betreft is de nominatie terecht.







Auteur: Reiner Knizia
Uitgever: 999 Games (2019)
Aantal spelers: 2 tot 6, vanaf 10 jaar
Speelduur: 15 minuten
Prijs: ca 12 euro

zaterdag 17 augustus 2019

Recensie: Cøpenhagen


Kopenhagen wordt steeds populairder als bestemming voor een citytrip. Een van de hotspots waar elke toerist naar toe gaat is Nyhavn, een pittoresk haventje in het hart van de stad. Op de kades van deze haven staan vrolijk gekleurde huisjes. In Cøpenhagen mag je aan de slag als bouwmeester van deze leuke huisjes.

De huisjes worden gebouwd met polyomino’s (tetris-stukken) in vijf verschillende kleuren van verschillende formaten en vormen. Op deze stukken staan op sommige vakjes ook ramen afgebeeld. Deze stukken liggen in het midden van de tafel. Op de tafel ligt verder nog een bordje dat de haven voor moet stellen en waaraan vijf kaarten komen te liggen. Er zijn kaarten in de vijf kleuren van de polyomino’s.

Als je aan de beurt bent mag je óf kaarten pakken of kaarten spelen. Als je kaarten pakt, dan pak je twee naast elkaar liggende kaarten uit het haventje (met een handlimiet van 7 kaarten). Als je kaarten speelt, dan speel je 2-5 kaarten in dezelfde kleur en mag je vervolgens een polyomino van dezelfde grootte in dezelfde kleur pakken en in je huis plaatsen. Je moet het stuk netjes naar beneden schuiven tot het op tenminste één punt steunt op eerder geplaatste stukken. Je mag later gaten gewoon opvullen (zelfs als je niet meer van boven een stuk er naar toe kan schuiven).

Als je een hele rij of kolom hebt volgebouwd, dan krijg je punten (1 voor een rij, 2 voor een kolom). Als in een rij of kolom alleen maar ramen zitten, wordt dat puntenaantal bovendien verdubbeld.

Op sommige vakjes staat bovendien nog een wapenschild. Als je over zo’n vakje heen bouwt, dan mag je een bonus uitkiezen. Je kan kiezen tussen het pakken van een los raam, het pakken van een tegel met een bonusactie of het activeren van al je gespeelde bonusacties. Het is dus interessant om eerst een aantal keer een bonus te kiezen, die te spelen en ze daarna allemaal in één keer te heractiveren.

Het spel is afgelopen als iemand ten minste 12 punten heeft behaald, of als de “einde spel” kaart tevoorschijn komt (deze is tussen de laatste kaarten geschud). Wie dan de meeste punten heeft, heeft natuurlijk gewonnen.

…en de waardering

Cøpenhagen is een familievriendelijk puzzelspel. De regels zijn simpel, het speelt lekker snel weg en het spel ziet er aantrekkelijk uit. De interactie bestaat er uit dat spelers voor dezelfde kleur kaarten gaan of voor dezelfde polyomino’s (de voorraad is begrenst). De spelers gaan vaak redelijk gelijk op, maar je kan een voorsprong krijgen door slim te puzzelen (rijen/kolommen met alleen maar ramen) en door handig om te gaan met de bonusacties die je kan krijgen. Voor verwende veelspelers is Cøpenhagen een leuke spellensnack, maar is het te licht om vaak op tafel te komen. Maar voor families is dit een leuk spel dat vast regelmatig op tafel zal komen.







Auteur: Asger Harding Granerud
Uitgever: Queen Games, 2019
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 20-40 minuten
Prijs: circa 40 euro
x

zaterdag 10 augustus 2019

Recensie: Happy Salmon


Als je Happy Salmon speelt, weet je zeker dat je vreemde blikken van omstanders gaat krijgen. Die zien namelijk een groepje mensen rond een tafeltje staan. De mensen hebben kaarten in hun handen en roepen woorden naar elkaar, niemand lijkt naar iemand te luisteren en ondertussen geven spelers elkaar high fives, boksen of wisselen ze van plaats. Heel mysterieus allemaal.

Maar zo chaotisch het er uit ziet, zo simpel zijn de regels. De spelers hebben allemaal een stapel kaarten met opdrachten in hun hand, bijvoorbeeld Boks, Happy Salmon of High Five. Iedereen schudt zijn kaarten en draait de bovenste kaart open. Als je een speler vindt die dezelfde opdracht moet uitvoeren, dan voer je samen de opdracht uit en leg je beide je kaart af. Als je niemand vindt die jouw opdracht met je uit wil voeren, dan mag je de kaart onderop de stapel stoppen en door gaan met de volgende. Maar je zal altijd zien dat net dan iemand wél dezelfde opdracht heeft.

De speler die als eerste al zijn kaarten heeft weggespeeld, wint het spel. Je kan het spel ook in een stille variant spelen. In plaats van de opdrachten die je moet uitvoeren dan naar elkaar te roepen, begin je gewoon het gebaar te maken en hoop je dat iemand meedoet.

…en de waardering

Is Hapy Salmon een spel of is het een bezigheid? De geluksfactor in het spel is zo groot dat je je kan afvragen hoeveel invloed je nou echt hebt op hoe goed je het doet. Maar geloof me, met de juiste groep mensen interesseert niemand dat. Het is gewoon leuk om zo snel mogelijk je opdrachten te proberen uit te voeren door met je medespelers te high fiven, boks-en van plek te wisselen. De leukste opdracht is de Happy Salmon waarbij je moet doen of je hand de staart van de spartelende zalm is en die laat je dan flapperen tegen de onderarm van een andere spelers (die hetzelfde bij jou doet). Ik zie kansen voor een dansmove die net zo hot kan worden als de floss. Happy Salmon biedt het soort pretentieloze pret dat bij jonge kinderen (en dronken studenten) in de smaak valt. Dit lijkt me een perfect spel om vriendjes te maken op een camping. Als je dit spel gaat spelen met een klein groepje kinderen, komen er vast al snel andere kinderen kijken die mee willen doen. En als het dan later op de avond wordt, kunnen ze gewoon overschakelen op de stille variant!







Auteur: Ken Gruhl en Quentin Weir
Uitgever: 999 games, 2016
Aantal spelers: 3-6
Leeftijd: vanaf 6 jaar
Speelduur: 5 minuten
Prijs: circa 13 euro

woensdag 7 augustus 2019

Maandoverzicht: juli 2019 (Dagmar)



In juli kwam er 58 keer een spel op tafel. Wingspan is nog steeds mijn meest gespeelde spel. In de afgelopen maand kwam deze kersverse winnaar van de Kennerspiel des Jahres 13 keer op tafel. Ik heb dit spel inmiddels in totaal 55 keer gespeeld en denk dat er de komende tijd nog wel wat potjes bij gaan komen.

Ik speelde deze maand zes spellen voor het eerst. Over Ticketto Ride London en Port Royal Uitbreiding heb ik al een recensie geschreven, dus die spellen sla ik voor dit overzicht even over.

Ik speelde eindelijk Holding On: The Troubled Life of Billy Kerr. Ik heb dit spel op Spiel gekocht vanwege het bijzondere thema. Het is alleen een coöperatief spel en dat krijg ik niet zo snel op tafel omdat Niek een hekel heeft aan coöperatieve spellen. Gelukkig wilden Caroline en Saskia op Spellenpret het spel wel een keer met me spelen. In dit spel speel je een team van verpleegkundigen die voor een doodzieke patiënt moet zorgen. Deze patiënt heeft duidelijk nog unfinished business en je doel is om hem daar een beetje mee te helpen zodat hij rustig kan sterven. Je doet dit door het verplegend personeel zowel medische als psychische hulp te laten bieden. Helaas is de bezetting in het ziekenhuis aan de krappe kant en dus moet je keuzes maken over welke zorg je gaat bieden. Ik moet de regels nog eens een keer goed doorlezen, want ik heb het gevoel dat ik iets heb gemist waardoor het spel niet goed van de grond kwam. Het spel kabbelde maar voort en werd op geen moment echt spannend. Op internet heb ik postieve reacties gelezen van dit spel en daarom denk ik dat er ergens iets niet goed ging. Ik onthoud me dus nog even van een mening over dit spel.

Op Spellenpret speelde ik nog een coöperatief spel, namelijk de nieuwste tak aan de Pandemie-boom: Pandemic Rapid Response. In dit spel zitten de spelers in een vliegtuig waarin je met je pion verschillende acties kan doen. In je beurt gooi je met dobbelstenen die aangeven welke acties je kan doen. Je mag de dobbelstenen zo vaak over gooien als je wilt, maar dit kost wel tijd en daar heb je niet zo veel van. Er loopt namelijk een zandloper en voor die een bepaald aantal keer is doorgelopen moet je al je taken voltooid hebben. Ik vond deze variant niet echt leuk. Het leuke van Pandemie is voor mij de puzzel die je samen probeert op te lossen. Je moet samenwerken om het spel tot een goed einde te brengen. In Rapid Response was redelijk duidelijk wat er moest gebeuren en draaide het vooral op zo snel mogelijk de juiste dingen gooien met de dobbelstenen. Het spel deed me heel erg aan Escape denken, maar was van die twee spellen duidelijk de mindere. Ondanks het thema (de wereld rondvliegen om de wereld te redden), vond ik dit helaas geen hoogvlieger.

Lost Cities het tweepersoons kaartspel, wie is er geen spellengek mee geworden zou ik haast zeggen. Dit spel bestaat inmiddels 20 jaar. Knizia is een kei in het hergebruiken van goede spelmechanismen en het mechanisme van Lost Cities is met succes hergebruikt in de verschillende Keltis spellen (Keltis het bordspel won in 2008 zelfs de Spiel des Jahres). Dit jaar komen er weer een paar spellen onder met het Lost Cities thema uit. De eerste daarvan is Lost Cities het bordspel. Ik speelde dit spel met Niek, Peter Hein en Helen. Natuurlijk moet je weer genummerde kaarten in verschillende kleuren verzamelen die je oplopend moet afleggen. Als je een kaart uitspeelt dan mag je op het betreffende spoor een stap naar voren doen. Hoe verder je komt op een spoor hoe meer punten het oplevert. De eerste stapjes leveren zelfs minpunten op. Op sommige plekken kan je een bonusje krijgen, zoals een extra stap op een spoor naar keuze. En als je geen kaart uit wil spelen dan mag je ook een kaart afleggen en een nieuwe trekken. Andere spelers kunnen deze kaart dan weer oppakken als ze willen. Je moet dus goed opletten dat je geen kaarten aflegt waarmee je een ander helpt om flink wat stappen op een spoor te zetten. Je speelt meerdere rondes en wie daarna de meeste punten heeft wint het spel. Het mechanisme van Lost Cities heeft natuurlijk al lang bewezen. Ook dit spel speelt dus weer heel soepel en lekker weg. Regelmatig heb je eigenlijk geen kaart die je nu wil spelen omdat je hoopt dat je nog een tussenliggende kaart trekt, maar wil je ook niets afleggen omdat andere spelers die kaart te goed kunnen gebruiken. Dit zorgt voor lastige en dus leuke dillema’s. Voor wie Lost Cities of Keltis heeft gespeeld is dit bekende kost. Het spel is dus niet bijster origineel, maar dat neemt niet weg dat het een prima spel is.

Samurai the Card Game heb ik in 2011 al eens eerder gedaan. Dat is alleen zo lang geleden dat ik er geen herinneringen meer aan had en daarom tel ik het mee met de nieuwe spellen van deze maand. In dit spel bouw je met elkaar een soort dambord van vierkante kaarten. Op de helft van de kaarten staat een symbool (rondje, vierkantje, driehoekje) en de andere helft zijn de spelerskaarten waar dezelfde symbolen op staan met een waarde erbij.  Zodra een symboolkaart helemaal omsingeld is krijgt de speler die de sterkste kaarten met hetzelfde symbool (of jokers) heeft aangelegd een fiche met dit symbool er op. Als alle kaarten gespeeld zijn, wordt er gekeken wie er in de verschillende categorieën de meeste fiches heeft verzameld. Als je in geen één categorie de meeste hebt, dan heb je verloren. Als iemand in twee categorieën de meeste heeft, dan is deze speler de winnaar. En anders is de speler de winnaar die de meeste van de fiches heeft van de soorten waarvan hij niet de meeste had. Inderdaad dit is een onvervalste Knizia met bijzondere eindwaardering. Het spel speelt zelf gelukkig een stuk makkelijker weg dan de eindtelling is. Ik heb me dan ook prima vermaakt met dit spel.

woensdag 31 juli 2019

Recensie: Tiny Towns


Het aantal nieuwe spellen dat ieder jaar uitkomt, neemt alleen maar toe. Dit zorgt aan de ene kant voor meer keus, maar aan de andere kant worden spellen eendagsvliegen die, als ze niet snel worden opgepikt door de spellenwereld, hun plekje in het spellenschap  op moeten geven en doorschuiven naar de uitverkoophoek om zo plaats te maken voor de volgende lading nieuwe spellen. Als uitgever kan je hier op twee manieren mee om gaan: of je doet mee en probeert  ook zelf heel veel titels uit te brengen die je in kleine oplagen produceert en waarvan slechts een enkeling herdrukt wordt als er voldoende vraag is. Of je focust je aandacht op een paar spellen waar je echt in geloofd. AEG heeft recent besloten om zich te gaan focussen op de  tweede strategie: ze gaan minder spellen uitbrengen, zodat ze zich kunnen richten op de spellen waar ze echt in geloven. Een van de eerste spellen die na deze beleidswijziging uitkwam was Tiny Towns. 

AEG heeft kosten nog moeite gespaard met de vormgeving en uitvoering van Tiny Towns. Van de doos tot het scoreblok, het spelmateriaal ziet er goed uit en is van hoge kwaliteit (dik karton, houten speelfiguren). Het mooiste onderdeel van het spel zijn de acht verschillende houten gebouwtjes die in het doos zitten. Als je dit spelmateriaal op tafel zet, zullen mensen zeker even komen kijken. Tiny Towns is een puzzelspelletje waar de spelers hun eigen kleine stadje gaan bouwen met deze gebouwtjes.

Aan het begin van het spel krijgen alle spelers een bordje van vier bij vier vakjes voor zich te liggen. Op elk vakje kan een gebouw gebouwd worden (als je het goed doet). In het midden van de tafel komen zeven kaarten te liggen waarop staat hoe je de verschillende gebouwen kan bouwen (welke grondstoffen heb je daar voor nodig en hoe moet je die neerleggen) en wat ieder gebouw oplevert (voordeeltjes tijdens het spel of punten aan het eind van het spel). Voor bijna alle gebouwen zitten verschillende kaarten in het spel zodat ieder spel anders is.

Vervolgens zijn de spelers om de beurt de bouwmeester. De bouwmeester kiest één van de vijf grondstoffen (gekleurde blokjes) uit. Alle spelers moeten vervolgens dit blokje op hun  eigen spelersbordje leggen. Aan het eind van iedere beurt mag je vervolgens de geplaatste grondstoffen gebruiken om een gebouw te bouwen. Als er op jouw bordje blokjes in dezelfde kleur en opstelling liggen als op één van de gebouwenkaarten, dan haal je deze blokjes weg en leg je op één van de vakjes waar je een blokje afhaalde het bijbehorende gebouw.

Iedereen speelt net zo lang door tot al je vakjes op je spelersbordje zijn bedekt met gebouwen of grondstofblokjes. En daarna volgt de puntentelling. Ieder gebouw wordt op zijn eigen manier gewaardeerd. Sommige gebouwen leveren niets op (maar dan kreeg je een voordeeltje tijdens het spel), andere leveren een vast aantal punten op en weer anderen leveren punten op gebaseerd op het aantal gebouwen van een soort dat je gebouwd hebt of juist op basis van de locatie waar de gebouwen staan of de gebouwen waar een gebouw aan grenst. Vervolgens krijg je nog aftrek voor vakjes waar alleen een grondstofblokje op ligt. Wie daarna de meeste punten heeft, wint het spel.

Je kan het spel ook met een gevorderdenvariant spelen. In deze variant krijgt elke speler aan het begin van het spel twee kaarten met daarop een roze gebouw met extra sterke eigenschappen. Iedere speler kiest één van deze kaarten uit en mag dit gebouw tijdens het spel één keer (niet vaker) bouwen.

…en de waardering

Tiny Towns is een erg leuk puzzelspelletje. Omdat iedereen elke ronde het door de bouwmeester gekozen grondstofblokje moet plaatsen, is iedereen continue actief bij het spel betrokken. Aan het begin van het spel heb je vaak nog alle ruimte en lukt het wel om de gekozen blokjes zo neer te leggen dat je er een gebouw van kan maken. Maar hoe verder je in het spel komt, hoe voller je bordje al is met gebouwen en grondstofblokjes en hoe lastiger het wordt om je plannen uit te voeren. Niet alleen kiezen je medespelers regelmatig grondstoffen waar je niet op zit te wachten, maar doordat je bordje steeds voller is, is het ook lastiger om de blokjes in het juiste patroon neer te leggen om er een gebouw van te maken. Meer spelers betekent ook meer chaos in dit spel, maar wat mij betreft ook meer speelplezier omdat het een grotere uitdaging is om je bordje netjes vol te bouwen. Meestal lukt dat net (of helemaal) niet, maar dat zorgt er juist voor dat mensen het spel vaak meteen nog een keer willen spelen in de (ijdele) hoop dat het een volgende keer beter gaat. De perfecte stad blijft altijd net buiten het bereik en daardoor wil je het blijven proberen.






Auteur: Peter McPherson
Uitgever: AEG, 2019  (White Goblin komt in het najaar met een NL editie)
Aantal spelers: 1-6
Leeftijd: vanaf 14 jaar
Speelduur: circa 45 minuten
Prijs: circa 40 euro

zondag 28 juli 2019

Recensie: Ticket to Ride London


Na het succes van Ticket to Ride New York, was het geen verrassing dat er een nieuwe steden-variant van Ticket to Ride zou verschijnen. De belangrijkste vraag was voor welke stad gekozen zou worden. Zouden het Trabantjes in Berlijn, scooters in Rome of waterfietsen in Amsterdam worden? Inmiddels weten we het antwoord: we mogen busroutes aan gaan leggen met dubbeldekkers in Londen!

Ticket to Ride  London is weer een turbo-versie van het bekende bordspel. Het spel is voor 90% bekend terrein. Natuurlijk moeten de spelers weer opdrachten uitvoeren door routes te bouwen op een kaart. Dit keer gaat het om busroutes in Londen. In je beurt mag je of nieuwe transportkaarten trekken, of een route op het bord claimen (door de juiste kleur transportkaarten af te leggen) of nieuwe opdrachtkaarten trekken. Je krijgt punten voor het bouwen van routes en het vervullen van opdrachten en minpunten voor de opdrachten die je niet hebt uitgevoerd aan het eind van het spel.

Voor zo ver niets nieuws. Maar in Londen is er nog een nieuwe manier op punten te scoren. Op het bord staan cijfers met getallen (variërend van 1 tot en met 5). Als je alle steden met hetzelfde getal met elkaar verbindt, dan krijg je net zo veel punten als het getal. Voor de éénpunt-bonus hoef je maar 2 steden te verbinden (dat kan al met één route van 1 bus lang), maar voor de vijfpunt-bonus moet je al vier steden verbinden en daar heb je minimaal 4 routes (van 4, 2,3 en 3 bussen lang) voor nodig.

…en de waardering

Ik ben een fan van (bijna) alles waar Ticket to Ride op staat en Ticket to Ride London is geen uitzondering (het kaartspel en de dobbeluitbreiding zijn de uitzonderingen op deze regel). Ik vind het knap dat het speelplezier van Ticket to Ride in zo’n kort spel volledig tot zijn recht komt. Ik vind deze versie zelfs nog iets leuker dan de New York versie omdat de twist in dit spel uitdagender is. In de New York versie kon je aan het eind van het spel nog wat losse routes leggen om zo punten voor de toeristen-hotspots te scoren. Maar in Londen moet je echt je best doen om zo’n bonus te pakken. Dit zorgt voor extra spanning en dus extra speelplezier.

Het spel ziet er ook weer fenomenaal uit. Het spel speelt zich af in het Londen van de jaren ’60 en dat zie je terug. Op de doos staat bijvoorbeeld een hippie die wel erg op John Lennon lijkt  en een man in een keurig zwart pak met bolhoed. Tussen de vervoermiddelen vind je de Yellow Submarine van de The Beatles, een black cab (iconische Londense zwarte taxi), een Rocket Man auto van Elton John en een Austin Powers dubbeldekker bus. Op het scorepionnetje staat zelfs de Union Jack (Engelse vlag). Er is overigens wel een klein foutje in het spel geslopen. Eén van de locaties op het bod is het Globe Theater. Dit is een replica van een theater uit de tijd van Shakespeare. Deze replica is echter pas in de jaren ’90 gebouwd en was er in de jaren ’60 nog niet. Maar een kniesoor die daar op let!







Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2019
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 10-20 minuten
Prijs: circa 20 euro

zaterdag 27 juli 2019

Recensie: One Key


One Key is een nieuw spel in het “Raad het plaatje” segment dat groot is geworden door Dixit. Dit soort spellen zijn populair onder een breed publiek omdat de regels simpel zijn en de spellen vaak met een grote groep gespeeld kunnen worden. Het nadeel daarvan is dat het niet altijd lukt om een grote groep spellustigen bij elkaar te krijgen en dan moet je wat anders op tafel zetten. Of vanaf nu One Key, dit spel kan je namelijk wel goed met twee spelers spelen.

In One Key moet één speler (de Leider) de rest van de spelers (zijn Team) door middel van hints helpen om een plaatje te raden. Aan het begin van het spel trekt de Leider elf plaatjes van een stapel en kiest daar in het geheim één van uit (de Key). De Leider voert vervolgens het nummer van dit plaatje in in een app (je kan het ook op een briefje schrijven natuurlijk). Het spel bestaat uit vier rondes van drie minuten en de app houdt deze tijd ook voor je bij. De elf plaatjes worden vervolgens op tafel gelegd zodat iedereen ze kan zien en daarna begint het spel echt.

De Leider trekt nu van een stapel plaatjes één plaatje. Hij zegt vervolgen of er een link, een zwakke link of geen link bestaat tussen dit plaatje en de Key. Vervolgens moet het team één van de elf plaatjes wegleggen omdat ze denken dat dit plaatje dan zeker niet de Key is.

Terwijl het Team aan het nadenken is over welk plaatje ze willen elimineren, trekt de Leider drie nieuwe plaatjes en zet deze in een speciaal houdertje. Vervolgens legt hij een (gesloten) fiche waarop wederom staat of er een link, een zwakke link of geen link bestaat tussen het betreffende plaatje en de Key.

Als het Team in de eerste ronde de Key niet heeft weggelegd, dan mag het Team kiezen van welk van de drie plaatjes ze willen weten of het een link heeft met de Key. De andere hints verdwijnen ongezien terug in de doos. Als ze wel de Key hadden weggelegd, dan was het spel meteen afgelopen geweest en hadden de spelers verloren.

Vervolgens gaat het Team weer nadenken over welke plaatjes zeker niet de Key zijn. In de tweede ronde moeten er alleen twee plaatjes worden weggelegd. De Leider trekt ondertussen weer drie nieuwe plaatjes en bepaalt in hoeverre ze een link hebben met de Key. Het Team mag één keer in het spel twee in plaats van één hint van de Leider bekijken.

In de derde ronde moet het Team drie plaatjes wegspelen en in de vierde ronde vier. En dan blijft (als het Team het goed gedaan heeft) alleen nog de Key over.

…waardering

Ik vind One Key een hele leuke toevoeging aan het “Raad het Plaatje” segment. De plaatjes waar je mee speelt zijn vaak grappig en leuk om te zien. Er zitten veel details in en dat zorgt vaak voor misverstanden tussen de Leider en zijn Team, bijvoorbeeld omdat de Leider meer gefocust is op het grote plaatje terwijl het Team heel erg naar de details aan het kijken is. Het is dan ook echt geen zekerheid dat het Team aan het eind van het spel de Key goed weet aan te wijzen. Het spel speelt ook heel goed met twee spelers. Omdat het Team en de Leider tegelijkertijd bezig zijn met hun taakjes, hoeven spelers maar heel af en toe even op de andere kant te wachten.

De app kan alleen wat mij betreft de deur uit, die levert vooral gedoe op. Ik zie niet echt de meerwaarde van tijdsdruk in dit spel en een simpel briefje werkt net zo goed om vast te leggen welke kaart de Key was. En verder is het enige minpunt dat ik van dit spel kan bedenken dat de stapel met plaatjes wel wat groter had mogen zijn, maar hopelijk wordt dat in de toekomst met een uitbreiding opgelost.







Auteur: L’atelier
Uitgever: Libellud, 2019
Aantal spelers: 2-6
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 5-20 minuten
Prijs: circa 25 euro

woensdag 24 juli 2019

Recensie: Port Royal Uitbreiding

Het kan maar duidelijk zijn, zullen ze bij 999 gedacht hebben. Waar de Engelstalige uitbreiding voor Port Royal de naam “Just one more contract” mee heeft gekregen, heet de Nederlandse editie gewoon Port Royal Uitbreiding.

De uitbreiding bestaat uit 2 onderdelen. Het eerste onderdeel is dat er een stapel nieuwe kaarten in de doos zitten. Deze kaarten kunnen gewoon door het originele spel gemengd worden. Op deze kaarten staan variaties van wat we al kennen. Bijvoorbeeld een vice admiraal die je een extra geld oplevert als er drie of vier kaarten in liggen op het moment dat je mag kiezen, kaarten waardoor je een extra kaart mag trekken als je een kaart van schip van een bepaalde kleur pakt en schepen waarbij je zelf 3 goud krijgt maar ook een goud aan een andere speler moet geven.

Het tweede deel van de uitbreiding bestaat uit een stapel zogenaamd functie-kaarten en wat houten blokjes in 5 spelerskleuren. Met deze kaarten kan je een coöperatieve en een competitieve variant van Port Royal spelen. In de competitieve variant leg je vier functiekaarten open op tafel. Op deze kaarten staat een bepaalde voorwaarde, zoals bijvoorbeeld dat je een kolonist en kanonnier gespeeld moet hebben of dat je een keer kaarten hebt moeten inleveren vanwege een belastingverhoging. Als een speler aan de voorwaarde op de kaart voldoet, dan je een blokje op de functie-kaart. Dit levert je geld en/of punten op. De speler die als eerste een functie-kaart claimt heeft het grootste voordeel.

In de coöperatieve variant (die ik overigens niet gespeeld heb) proberen de spelers gezamenlijk binnen een bepaalde tijd een aantal functie-kaarten te vervullen. Je zal dan dus moeten afstemmen wie voor welke opdracht gaat en moeten proberen om elkaar te helpen die te vervullen.

…en de waardering

Ik vind Port Royal erg leuk. Het eerste deel van de uitbreiding (de extra kaarten) is meer van hetzelfde. Er wordt via deze kaarten niets echt nieuws geïntroduceerd, maar bekende elementen worden op een andere manier gemixt. En aangezien de basis goed is, levert dit een prima mix op van nieuwe kaarten die moeiteloos integreren in het origineel. Het spel verandert er niet door, maar het geeft het spel wel een sprankje verfrissende nieuwigheid.

Het tweede deel van de uitbreiding voegt een nieuwe manier toe om punten te scoren.  De voorwaarden waar je aan moet voldoen zijn combinaties van dingen die je toch al bedoeld of onbedoeld (belastingheffing) doet. Ook dit deel van de uitbreiding verandert het spel niet wezenlijk, maar is leuk extraatje.







Naam: Port Royal Uitbreiding
Auteur: Alexander Pfister
Uitgever: 999 games, 2019
Aantal spelers: 1-5
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 20-40 minuten
Prijs: circa 13 euro

zaterdag 20 juli 2019

Recensie: Secret Hitler

Als er een type spellen is waar mijn kinderen blij van worden, dan is dat het genre voor grote groepen waarin je in geheime teams speelt. Denk aan Weerwolven, Bang!, De Mol, Saboteur, enzovoort. Niet iedereen is daar altijd even van gecharmeerd, niet in de laatste plaats omdat het spelverloop soms wat willekeurig is en je niet altijd veel invloed op de uitkomst lijkt te hebben. Secret Hitler is een relatief nieuw lid van de familie en de inzet was nog nooit zo hoog: ontmasker Hitler voor hij de macht grijpt!

Het spelverloop van Secret Hitler doet erg aan De Mol denken. Ook nu strijden de good guys (liberalen) tegen de bad guys (fascisten). De goeden kennen elkaars identiteit niet, de slechteriken wel. Als je met minstens zeven spelers bent, weet Hitler niet wie zijn bondgenoten zijn, maar andersom wel.


Iedere beurt kiezen de spelers een president en een kanselier, die vervolgens een wet aannemen: een fascistische of een liberale. De president trekt dan drie kaarten van de stapel en geeft daarvan twee aan de kanselier, die vervolgens beslist welke van deze twee wetten wordt aangenomen. De andere spelers weten niet welke wetten zijn afgelegd en de kanselier weet niet welke wet de president heeft weggedaan. Op deze manier proberen de liberalen de intenties van de andere spelers te achterhalen en uit te vissen wie er betrouwbaar is.

De liberalen winnen als er vijf liberale wetten aangenomen zijn en verliezen als er zes fascistische door zijn gekomen. De liberalen zijn in de meerderheid, dus dat lijkt makkelijk zat. Helaas is het vlees vaak zwak. Het aannemen van een fascistische wet levert namelijk een voordeeltje op voor de zittende president, waardoor soms ook een echte liberaal geneigd zal zijn om nog één fascistisch wetje aan te nemen, gewoon om het af te leren.



Ondertussen probeert de verborgen Hitler het liberale spelletje mee te spelen: laat anderen maar wetten aannemen, hij moet gewoon zorgen dat hij kanselier wordt zodra er drie fascistische wetten zijn aangenomen. Ook dan winnen de fascisten het spel. Zodra die drie wetten erdoor zijn is het voor de liberalen erop of eronder: zo snel mogelijk genoeg eigen wetten aannemen of Hitler executeren. Wist je nu maar zeker wie het was…


...en de waardering

Ondanks, of juist dankzij, het wat ongemakkelijke thema is Secret Hitler een sfeervol gezelschapsspel. Als Hitler is het een fijne uitdaging om je medespelers een rad voor ogen te draaien, de liberalen moet permanent op hun hoede zijn maar zich tegelijkertijd niet door paranoia laten verblinden. Dat maakt het thema nog verrassend gelaagd voor wat in wezen een vrij eenvoudig spel is. Een potje is zo gespeeld en smaakt eigenlijk altijd naar meer. Zorg wel dat je met minstens zeven spelers bent. Dan weet Hitler niet wie de medefascisten zijn en wordt het nog een stukje spannender.








Secret Hitler
Auteur: Mike Bosleiter, Tommy Maranges en Max Temkin
Uitgever: Goat Wolf & Cabbage (2016)
Aantal spelers: 5 tot 10, vanaf 14 jaar
Speelduur: 15-30 minuten
Prijs: ca 35 euro