donderdag 30 april 2020

Spellentips tijdens corona: spellen voor liefhebbers

In de vorige stukjes heb ik vooral geschreven over toegankelijke spellen die iedereen kan spelen, of je nu veel spelletjes kent of niet. Voor de geoefende speler zal dat vast een feest der herkenning zijn geweest (of teleurstelling over zoveel wansmaak), maar veel wijzer werden ze er niet van. Daarom is het tijd voor wat pittiger tips. Geschikt voor de verwende veelspeler, maar ook voor hen die na die leuke familiespellen wel toe zijn aan iets zwaarders.

Het ultieme spel voor liefhebbers is Puerto Rico. Dit is al bijna twintig jaar een van de favoriete bordspellen van liefhebbers overal ter wereld. Als je Puerto Rico nooit gespeeld hebt, tel je als liefhebber niet mee. Wat het spel vooral zo goed maakt is dat de spelers het spel maken. Het spel kent geen vast verloop per speelronde, maar de spelers bepalen zelf welke acties er iedere beurt gedaan kunnen worden. Daardoor kent het een ongekende dynamiek en variatie, die je in maar weinig spellen aantreft.


Een hele recente favoriet is Wingspan. Nog geen twee jaar oud en nu staat het al bovenaan heel veel lijstjes. In Wingspan verzamel je verschillende vogels die allemaal voordeeltjes leveren en natuurlijk de punten waar het om gaat. Ook de vormgeving is van een bijzonder hoog niveau, want iedere vogelkaart is weer een schitterend plaatje.


Als je graag spellen speelt met enorm veel verschillende mogelijkheden en gebeurtenissen, dan is Terraforming Mars je ding. De spelers werken samen aan het leefbaar maken van Mars, maar proberen daar zelf de meeste punten mee te scoren. Met ettelijke tientallen verschillende speelkaarten om je strategie vorm te geven is geen potje hetzelfde. Dit is een van mijn favoriete spellen van de afgelopen tien jaar.


Voor wie de hersens echt graag laat kraken is Tzolk’in een echte aanrader. Je zet niet alleen de radertjes in je brein aan het werk, maar ook die op het bord. Daarop staan vijf grote tandwielen, waar je je pionnen opzet om er later een beloning te krijgen. Elke ronde draaien de tandwielen verder. Hoe langer je wacht, des te groter de beloning is. Maar in de tussentijd kun je even niks, dus je wilt ook niet te lang wachten. Iedere ronde is het weer een heel gepuzzel wanneer en waar je je pionnen inzet en wanneer je gaat oogsten. Voor liefhebbers van strategische spellen is dit wel het summum.

woensdag 29 april 2020

Ticket to Ride Challenge


Niek en ik zijn nog nooit zo veel samen thuis geweest als de afgelopen zes weken (op het moment dat ik dit schrijf beginnen we net aan week zeven van de intelligente lock down en het eind is nog niet in zicht). Met zo veel extra tijd die we samen in huis doorbrengen, komen er bij ons bijna automatisch ook meer spellen op tafel. We hadden de laatste tijd spontaan al een paar Ticket to Ride spellen gespeeld en bedachten dat deze periode een uitgelezen kans was om eens systematisch alle Ticket to Ride spellen te spelen die bij ons in de kast staan (mijn collectie is niet compleet, maar ik heb er wel veel). Die challenge hebben we inmiddels volbracht. In dit blog verklap ik welke spellen er bij ons in kast staan en we dus gespeeld hebben. Aan het eind van het blog kan je lezen welke versies en varianten me het best zijn bevallen.

De zelfstandig speelbare spellen

Het Ticket to Ride avontuur begon in 2004 toen Days of Wonder het spel op de markt bracht. Het spel won in dat jaar de ene na de andere spellenprijs, waaronder de prestigieuze Spiel des Jahres. Het spel heeft in de loop van de jaren nog niets aan populariteit ingeboet en wordt vaak in één adem genoemd met Catan en Carcassonne als voorbeelden van toegankelijke, leuke, moderne bordspellen.  Ik ben fan van bijna alles waar Ticket to Ride op staat, maar nog het meest van dit basisspel. Het is echt een toonbeeld van een goed familiespel dat ook als je het heel vaak speelt leuk blijft.

Na het succes van het basisspel kwamen al snel varianten en uitbreidingen op de markt. Ik begin met de varianten die wij in het kader van de challenge hebben gespeeld. In Ticket to Ride Märklin wordt het spoor aangelegd in Duitsland. In deze versie zijn alle treinkaarten voorzien van een plaatje van een treintje dat door Märklin (een uitgever van modeltreintjes) is uitgegeven. Geen kaartje is dus hetzelfde. In deze versie moet je passagiers gaan vervoeren. Drie keer tijdens het spel mag je een passagier plaatsen in één van de steden waar je net een spoorverbinding hebt neergelegd. En vervolgens mag je in plaats van een gewone beurt er voor kiezen om deze passagier over jouw spoor langs de verschillende steden te laten reizen om daar puntenfiches op te pakken (de eerste speler die een stad aandoet, krijgt daarvoor meer punten dan de volgende speler(s)). Ik vind dit een hele leuke versie, waarbij je echt moet proberen net  voor de andere spelers je passagier te laten reizen zodat jij de dikke punten fiches kan oppakken. Dit zorgt voor extra druk en dus extra speelplezier.

Ticket to Ride Nordic Countries werd oorspronkelijk alleen in de Scandinavische landen die op deze kaart staan (Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland) uitgebracht.  Al snel wilden ook mensen van buiten Scandinavië het spel graag hebben. Online winkelen was toen nog lang zo normaal niet als het nu is, maar desondanks wisten veel Ticket to Ride fans via het internet een Scandinavisch exemplaar op de kop te tikken. Het duurde niet lang voor Days of Wonder zich gewonnen gaf en er gewoon een internationale editie verscheen. Deze variant is redelijk recht toe recht aan zonder nieuwe regels en speciaal voor twee of drie spelers. Voor sommige routes moet je alleen verplicht één of meerdere jokerkaarten gebruiken. Omdat de kaart speciaal voor twee of drie spelers is, zit je elkaar eerder in de weg en daardoor wordt het spel spannender.  Deze versie spelen Niek en ik vaak in december vanwege de winterse uitstraling. Ik vind dit het mooiste spel in de serie (maar dat is een kwestie van smaak).

Ticket to Ride: Rails & Sails heeft het grootste bord van al mijn Ticket to Ride spellen. Op de ene kant van het bord staat de wereldkaart afgebeeld en op de ander kant het Amerikaanse merengebied. In deze variant moet je niet alleen spoor gaan aanleggen, maar ook vaarroutes (daar zet je bootjes neer). Je hebt aparte stapels met kaarten voor de spoorverbindingen en voor de vaarroutes. Verder kun je nog havens bouwen waar je een combinatie van beide soorten kaarten voor nodig hebt, maar die heel veel punten opleveren als je een haven bouwt in een stad die op meerdere van je tickets staat. Deze variant duurt vooral langer dan de andere Ticket to Rides, maar is verder verrassend hetzelfde doordat je vaarroutes eigenlijk op dezelfde manier bouwt als de normale spoorverbindingen. Als je zin hebt in een wat langer spel, dan is dit dus een goede keus.

Landen-uitbreidingen

Naast zelfstandig speelbare spellen zijn er ook ontzettend veel uitbreidingen van Ticket to Ride verschenen. Ik bespreek ze in volgorde waarin ze zijn uitgekomen. De eerste uitbreiding van het lijstje is Ticket to Ride: Team Asia & Legendary Asia. Deze uitbreiding bevat een dubbelzijdig bord met op beide kanten kaarten van Azië. Op de legendary Asia kant blijken veel treinen niet bestand tegen het klimaat in Azië. Voor sommige routes die je aanlegt moet je namelijk meer treinen inleveren dan dat je spoorstukken bouwt. De treinen die je inlevert leg je op een apart hoekje van het bord en leveren aan het eind van het spel een vast aantal punten per treintje op.  Ik vond dit een erg leuke variant. Met de andere zijde van het bord kan je een teamvariant spelen als je met minimaal vier mensen bent. Jullie zullen begrijpen dat we deze kant dus niet hebben kunnen spelen aangezien wij maar met zijn tweeën thuis zijn. Die staat dus op het lijstje voor later  (dit is namelijk wel echt een super leuke variant om te doen).

Ticket to Ride: Nederland spelt zich af in ons eigen landje. Het is een enkelzijdig bord. In dit spel wordt tol geïntroduceerd. Alle spelers krijgen aan het begin van het spel een bepaald bedrag. Naast de routes staat hoeveel tol je moet betalen als je die route wilt aanleggen. De eerste speler die een route bouwt, betaalt aan de bank. De tweede speler betaalt aan de eerste speler (zelfs met twee spelers mogen dubbele routes beide gebruikt worden). Om het met twee spelers een beetje spannender te maken worden op basis van een trekstapel ook door een derde (fake) speler routes geclaimd. Deze variant vind ik persoonlijk leuker als je hem met meer dan twee spelers doet omdat je dan vaker dubbele routes gebruikt. De fake speler helpt het spel wel een beetje op gang, maar doordat die volkomen willekeurig stukken spoor op het bord kwakt heb je niet de extra spanning van proberen in te schatten waar iemand anders naar toe gaat om dan net voor zijn neus een stuk spoor aan te leggen waardoor diegene aan jou moet betalen.

Ticket to Ride: United Kingdom & Pennsylvania is weer een dubbelzijdige kaart waarbij iedere kant een flinke twist aan het basisspel toevoegt. Bij de UK-kant worden techniek-kaarten geïntroduceerd.  Aan het begin van het spel mag je alleen in het Engelse deel routes van maximaal twee stukken lang bouwen. Als je ook in de andere delen van de UK wil bouwen of langere stukken wil bouwen, dan moet je  daar techniek-kaarten voor kopen (met jokers). Je moet je dus afvragen of je voor een ticket wilt gaan als je daarvoor een nieuwe techniek-kaart moet kopen. Verder weet je dat zolang andere spelers bepaalde techniek-kaarten niet gekocht hebben, ze je op bepaalde trajecten niet voor de voeten kunnen gaan lopen omdat ze daar niet mogen bouwen. Het is een beetje gedoe, deze variant met al die extra techniek-kaarten, maar het is wel leuk gedoe. Op de Pennsylvania kaart worden aandelen aan het spel toegevoegd. Als je een stuk spoor aanlegt dan krijg je daar een aandeel bij (op de kaart staat uit welke aandelen je mag kiezen). Aan het eind van het spel leveren deze aandelen extra punten op, waarbij de speler met de meeste aandelen in een soort ook de meeste punten scoort. Ik vind dit echt een leuke variant omdat het een nieuwe manier om punten te scoren toevoegt en je in je keuzes mee moet wegen welke aandelen je krijgt. Ik denk dat dit spel ook een beetje een knipoog naar de 18XX spellen is, waarbij spelers ook spoor aanleggen en investeren door aandelen te kopen. Deze spellen zijn super complex, maar gelukkig houdt  Ticket to Ride het toegankelijk.

Ticket to Ride: Japan& Italië is wederom een dubbelzijdige uitbreiding. De overeenkomst tussen deze twee landen is dat het beide langgerekte landen zijn en het bord is dus ook extra lang (vier bij twee vakken in plaats van de gebruikelijke drie bij twee). Op de Italië kant kan je behalve treinverbindingen ook routes voor de veerboten bouwen. Deze zijn heel lang en leveren dus lekker veel punten op. Verder wordt je aan het eind van het spel beloond voor het aantal regio’s waar je in hebt gebouwd. Deze Italië-variant is weer eens een heerlijk simpele Ticket to Ride variant zonder te veel poespas en dat is soms gewoon lekker. In de Japan-variant mag je voor het eerst hypermoderne hogesnelheidstreinen bouwen. Deze leveren bij aanleg alleen geen punten op, maar je houdt wel bij wie hoeveel stukken hogesnelheidsspoor heeft aangelegd. De routes waarop deze hogesnelheidstreinen rijden mogen vervolgens door alle spelers gebruikt worden voor het volbrengen van hun routes. Dat levert dus veel mogelijkheden op om  te profiteren van andermans werk. Gelukkig krijgt de speler die de meeste stukken hogesnelheidsspoor heeft gebouwd, hier aan het eind van het spel een smak bonuspunten voor. Ook deze variant vind ik leuker met meer dan twee spelers omdat het dan wat minder alles of niets is wat betreft de bonuspunten die je krijgt voor het aanleggen van hogesnelheidsspoor. Nu kan het zijn dat je net één stukje minder hebt aangelegd en krijg jij min tien punten terwijl de andere speler tien pluspunten incasseert.

De meest recente uitbreiding die we hebben gespeeld is de Polen uitbreiding. Deze uitbreiding is afgelopen jaar exclusief uitgebracht in het Pools voor de Poolse markt (ik heb hem op Spiel gekocht). De Polen-versie is een redelijk simpele maar erg leuke variant. In deze variant moet je de buurlanden van Polen via het treinnetwerk in Polen met elkaar verbinden. Iedere keer dat je een land aansluit op andere landen mag je van ieder van deze landen een kaart met bonuspunten pakken (zolang de voorraad strekt). Natuurlijk staan er meer punten op de bovenste kaarten dan op de latere, waardoor je gestimuleerd wordt om zo snel mogelijk zo veel mogelijk landen aan te sluiten. Ondertussen moet je ook nog een paar tickets zien te vervullen, maar dat is bijna bijzaak vergeleken met de punten die je scoort als je internationaal je spoor uitbreidt. Ik vind deze variant erg leuk en het zou me verbazen als Days of Wonder hem niet toch op een gegeven moment ook internationaal gaat uitbrengen.

Kleine uitbreidingen

Naast extra kaarten voor Ticket to Ride zijn  er ook een paar kleine uitbreidingen uitgebracht die je met alle Ticket to Ride spellen en uitbreidingen kan combineren. De eerste daarvan is Ticket to Ride:The Dice Expansion. Als je met deze uitbreiding speelt, dan kunnen de treinkaarten in de doos blijven omdat ze vervangen worden door dobbelstenen. Als je aan de beurt bent dan gooi je met vijf dobbelstenen en als de uitkomst je niet bevalt dan mag je één keer overgooien (dan moet je alle dobbelstenen overgooien, je mag helaas niets laten liggen). Op de dobbelstenen staan vier plaatjes die bepalen wat je mag doen: enkelspoor bouwen, dubbelspoor bouwen, tickets trekken of jokers. In je beurt mag je niet alle drie de opties uitvoeren, maar moet je kiezen. Voor ongebruikte enkelspoor- en dubbelspoor dobbelstenen mag je fiches nemen die je later in kan zetten op de langere routes (het zou anders wel heel lastig worden omdat je met vijf dobbelstenen natuurlijk nooit een zes route kan bouwen). Ik vind deze uitbreiding niet echt leuk. Hij speelt wel lekker snel weg (je bent bijna elke beurt aan het bouwen), maar de spanning van het moeten vinden van de juiste kleur kaarten valt weg en dat blijkt toch een te groot gemis te zijn.

De Ticket to Ride: Alvin & Dexter is een andere kleine uitbreiding die je met alle Ticket to Ride spellen en uitbreidingen kan combineren. In deze variant voeg je een miniatuur toe van een Dinosaurus (Dexter) en een schietgrage Alien (Alvin). Aan het begin van het spel worden deze op het bord gezet. Je mag geen stukken spoor bouwen die grenzen aan de steden waarin deze twee amok-makers staan. Gelukkig kan je ze wel verplaatsen, maar hiervoor moet je één of twee jokers betalen. Aan het eind van het spel zijn routes die beginnen of eindigen in een stad waar Alvin of Dexter staat maar de helft van hun punten waard. De speler(s) die Alvin en Dexter het meest hebben verplaatst (iedere keer dat je dat doet krijg je een kaartje om dit bij te houden) krijgen daar nog een flinke schep bonuspunten voor. Ook deze mini-uitbreiding was niet heel erg leuk om te doen. Ik kan me nog voorstellen dat hij iets leuker is met meer dan twee spelers omdat Alvin en Dexter dan vaker in de weg staan en dus vaker verplaatst worden. De miniatuurtjes zien er wel heel cool uit.

De derde en laatste kleine uitbreiding die ik heb is niet echt een uitbreiding, maar meer een upgrade. Het is namelijk een speciale set met treintjes in Halloween-sfeer (dus beladen met pompoenen). Gek genoeg zit er geen scoresteen in deze set (dat was toch een kleine moeite geweest). Het ziet er wel grappig uit voor een keertje, maar is eigenlijk een volkomen overbodige toevoeging.

Super snelle steden

In 2018 verscheen Ticket to Ride New York, het eerste spel uit een nieuwe serie van  Ticket to Ride spellen waarin geen landen maar steden centraal staan. Deze serie is ontstaan uit een demo-versie die exclusief aan spellenwinkels was geleverd om Ticket to Ride te promoten. Op de demo-versie stond een hoekje van de Amerika kaart en konden mensen in de spellenwinkel in een kwartiertje een verkorte versie van het spel proberen. Veel Ticket to Ride liefhebbers wilden deze versie ook graag kopen. Days of Wonder heeft toen besloten om niet de demo-versie te gaan verkopen, maar een speciale snelle versie te ontwikkelen. Met twee spelers speel je die in 5 a 10 minuten. Eigenlijk alles is hetzelfde gebleven,  je hebt alleen minder taxi’s (de New Yorkse vervanger van de treintjes) en de langste route is vier stukken lang. In de New York editie krijg je verder nog punten als je bouwt op straten die grenzen aan bepaalde toeristische trekpleisters. Dit spel spelen Niek en ik regelmatig als we zin hebben in een super snel spelletje. Het is 100% Ticket to Ride, maar dan in een fractie van de tijd.

De korte versie sloeg aan en dus lag een jaar later Ticket to Ride London in de schappen. Ook dit is weer een supersnelle versie met een kleine twist ten opzichte van het originele Ticket to Ride. Dit keer rijdt je met dubbeldekkers door Londen en is de twist dat als je bepaalde groepjes kruispunten met elkaar verbindt, je bonuspunten scoort. Dit is weer zo’n verrassende vondst waarbij een hele kleine verandering het spel merkbaar verandert. Ook deze versie spelen Niek en ik met plezier als we niet zo veel tijd hebben. Dit jaar komt overigens het derde spel in deze steden-serie uit en dit zal zich gaan afspelen in onze eigen hoofdstad!

Het kaartspel

Het laatste Ticket to Ride spel dat Niek en ik voor onze challenge hebben gespeeld is Ticket to Ride: the Card Game uit 2008. Zoals de naam al verklapt is dit de kaartspelversie van het spel en wat mij betreft een beetje vreemde eend in de Ticket to Ride vijver doordat er een memory-element aan het spel wordt toegevoegd. Dit spel is een set-collection spel waarin de tickets op het bord zijn vervangen door kaarten waarop staat welke combinatie van gekleurde kaarten je moet verzamelen. In je beurt mag je kaarten trekken, kaarten spelen of tickets te trekken. Als je kaarten speelt dan leg je óf een rijtje van minimaal 2 kaarten van een kleur (eventueel aangevuld met jokers) óf drie kaarten in verschillende kleuren voor je neer. Je moet daarbij goed opletten dat je alleen kaarten neer mag leggen als er geen andere spelers zijn die al een even lang of langer rijtje in de betreffende kleur hebben liggen. Als je een rijtje kaarten neerlegt in een kleur die een andere speler ook voor zich heeft liggen (en dat dus langer is dan het rijtje van die speler), dan moet die andere speler al zijn kaarten op de aflegstapel leggen. Aan het begin van iedere beurt (voor je kaarten trekt, speelt of tickets trekt) mag je van elk rijtje kaarten dat je voor je hebt liggen één kaart afpakken en op een gesloten stapel leggen. Dit zijn de kaarten die je aan het eind van het spel mag gebruiken om je tickets vervullen. Je mag tijdens het spel niet meer kijken, welke kaarten in die stapel liggen en dus moet je zo’n beetje onthouden wat je hebt om in te schatten of nog extra tickets kan trekken en welke tickets dan veilig zijn (het memory-element). Ik ben niet zo’n fan van memory-elementen in een spel en dit spel werkt überhaupt al beter met meer dan twee spelers doordat je dan meer concurrentie hebt om rijtjes kaarten neer te mogen leggen.

Conclusie

Als ik dan nu de balans opmaak over wat mijn favoriete Ticket to Ride spellen zijn dan zijn dat toch wel de meest simpele varianten. Dus het basisspel, Nordic Countries, Rails & Sails, Polen, Legendary Asia en Italië. De wat complexere varianten (Märklin, Nederland, UK, Pennsylvania en Japan) vind ik ook leuk, maar komen denk ik net iets beter tot hun recht als je met meer dan twee spelers bent. De dobbeluitbreiding en Alvin & Dexter vond ik niet echt leuk om te doen (zonder was het spel leuker geweest). De beide steden-varianten vind ik wel echt leuk. Eigenlijk zou je met nieuwe spelers eerst zo’n steden-variant moeten doen om ze het spel te laten leren kennen, voor je ze aan een volledig variant zet. Aan het kaartspel heb ik misschien nog het minste plezier beleefd van alle potjes die we gedaan hebben. Dat komt vooral doordat ik niet zo van het memory-element houd. Mijn interesse in de andere uitbreidingen is door onze challenge wel aangewakkerd, maar ik heb me nog in weten te houden. Wie weet krijgt dit blog dus binnenkort een keer nog een toevoeging.

zondag 26 april 2020

Spellentips tijdens corona: familiespellen

Je moet altijd voorzichtig zijn met aannames, maar ik denk dat ik er veilig van uit mag gaan dat alle lezers van dit stukje Catan (voorheen Kolonisten) wel kennen, en de meesten Carcassonne en/of Ticket to Ride ook wel. Ze worden vaak wel gezien als de Grote Drie van de moderne bordspellen. Maar hoe leuk je ze ook vindt en hoeveel uitbreidingen en varianten er wel niet zijn, na een tijdje wil je iets anders. Liefst niet te complex en met verschillende aantallen te spelen. Vandaag gaan de tips daarover.

Een zeer recent en bijzonder succesvol familiespel (inclusief spin-offs) is Azul. Het is zelfs zo populair dat het vorig jaar Puerto Rico van de eerste plaats stootte in de lijst van populairste spellen van de Lage Landen. Ter vergelijking: dat is alsof bad guy van Billie Eilish ineens Bohemian Rhapsody op z’n nummer zet. De charme is wel goed te begrijpen. Om beurten nemen de spelers kleurrijke en stevige tegeltjes om daar een mooi mozaïek mee te maken. Natuurlijk pakken die nare medespelers net op het verkeerde moment de tegels die jij graag wilt, maar gelukkig laten ze altijd wel een andere mooie prooi liggen. Azul combineert eenvoudige regels met een veelheid aan mogelijkheden. Zo zien we dat graag.

Een ander spel waar het een kwestie is van op tijd de juiste tegels pakken, is Splendor. Hier verzamel je verschillende edelstenen om kaarten te kopen. Die kaarten leveren korting op volgende aanschaffen en kunnen ook punten waard zijn, waar het allemaal om gaat. Wanneer je welke kaarten neemt is van groot tactisch belang. Ook nu moet je je medespelers goed in de gaten houden: azen ze niet op dezelfde bonussen als jij?


Voor een bordspel met sfeer heb je aan Istanbul een goede. Hier reis je kriskras door deze metropool om je kar vol te laden met handelswaren en deze elders in de stad weer met een mooie winst te verkopen. De anderen proberen natuurlijk hetzelfde. Het is dus een kwestie om ze net voor te zijn, of een andere strategie te kiezen. Door de variabele opbouw van het bord is geen potje hetzelfde.


Die variabele opbouw is ook de kern van mijn laatste twee tips. In Kingdom Builder gaat het om gebiedscontrole. Geen zorgen, dit is geen urenlang dobbelmonster zoals Risk. In plaats daarvan zet je iedere beurt drie huisjes op het bord. Klinkt simpel, maar iedere keer dat je dat doet heeft dat gevolgen voor je verdere mogelijkheden in het spel. Opletten dus, vooral omdat bij ieder potje de manieren om punten te scoren weer anders zijn. De ene keer moet je vooral bij water in de buurt zijn, dan andere keer wil je een zo groot mogelijk gebied hebben. Een leuke tactische puzzel, die ook met twee erg goed speelt.

El Dorado is een racespel, waarbij de variatie in het parcours zit. Soms moet je je een weg banen door enorme oerwouden, dan weer is er de ene na de andere rivier om over te steken. Dat doe je met het spelen van kaarten, waarvan je er in het begin een paar eenvoudige krijgt. Die kun je niet alleen gebruiken om vooruit te komen, maar ook voor het kopen van betere kaarten. Die afweging is vaak best lastig, vooral als je medespelers je voortdurend voor de voeten lopen. Dit is een van mijn persoonlijke favorieten van de afgelopen jaren.

Recensie: Circle the Wagons

In tijden waarin Marie Kondo voor velen een goeroe is, ontsnappen spellen ook niet aan de ontspullingsrage. Ga maar na, een doorsnee bordspel heeft met alle fiches, blokjes en kaarten al snel tientallen, zo niet honderden onderdelen. Dat moet met minder kunnen. Een kleine trend in bordspellenland is om met zo weinig mogelijk onderdelen een spel te maken. Niet geheel toevallig is het een Japanse uitgever, Oink Games, die zich daar in specialiseert. Maar ook in de VS, waar ze toch niet bekend staan om hun kleine voetafdruk bestaat het fenomeen ‘wallet game’.

Een zo’n portemonneespel is Circle the Wagons. In 2017 verscheen het in eigen beheer, twee jaar later bracht het Nederlandse Quined Games een versie op de markt met een werkelijk verspillend maar handzaam doosje en een scoreblok. Dat maakt het spel een paar keer zo omvangrijk, want Circle the Wagons speel je met slechts achttien kaarten.


Op iedere kaart staat aan de ene kant een manier op punten te scoren en op de andere vier vakjes met een landschap (bijvoorbeeld prairie of bergen) en een symbool (zoals een huifkar of pistool). Drie van de kaartjes worden met de puntenkant naar boven gelegd, de andere komen daar met de landschappen een cirkel omheen. Om beurten pakken de spelers een kaart en vormen daarmee een landschap door de kaarten op en naast elkaar te leggen.

Als de laatste kaart is genomen scoor je punten voor je grootste aaneengesloten landschappen en volgens de drie extra puntentellingen. Uiteraard wint de speler met de meeste punten.


…en de waardering

Ik ben altijd weer onder de indruk als ontwerpers er met een minimum aan materiaal aan slagen om een leuk spel te bedenken. Dat is de auteurs van Circle the Wagons ook gelukt. Doordat de puntentelling iedere keer weer totaal anders is, kun je geen standaard tactieken toepassen. Een leuke vondst is ook dat je kaarten kunt overslaan om een betere te nemen, maar dat je tegenstander alle overgeslagen kaarten krijgt. De ene keer is dat een nadeel, de andere keer juist een voordeel. Tactisch spelen en als een ware opportunist je kansen zien, daar gaat het hier om. Met een spelduur die met gemak onder de tien minuten valt is het ook weer geen spel waarbij je zwaar na moet gaan denken, tenzij je alle plezier uit spelletjes wilt zuigen. Circle the Wagons blijft daardoor een luchtige snack, maar wel eentje met voldoende bite.







Auteur: Steven Aramini, Danny Devine en Paul Kluka
Uitgever: Quined Games (2019)
Aantal spelers: 2, vanaf 12 jaar
Speelduur: 5 tot 10 minuten
Prijs: ca 10 euro

Recensie: Klask

Veel landen kennen hun eigen behendigheidsspellen die verankerd lijken in de cultuur, maar daarbuiten slechts weinig gespeeld worden. Het Nederlandse sjoelen is een mooi voorbeeld. De Zweden hebben Kubb, dat (vermoedelijk mede door een zekere blauwgele meubelzaak) inmiddels ook door Nederlanders overal op campings gespeeld worden. Misschien dat het succesvol knutselen met hout Scandinaviërs in het bloed zit, want het is een Deen die de bedenker is van een nieuw behendigheidsspel dat ook buiten zijn geboorteland ongehoord populair aan het worden is: Klask.

Klask kun je misschien wel zien als een handzame kruising tussen de sjoelbak en een tafelvoetbalspel. In een soort dienblad op pootjes zijn aan weerszijden twee cirkelvormige kuilen uitgespaard. In dat speelveld hebben beide spelers een pion, die ze met een magneet aan de onderkant van het speelbord bedienen. Het doel is duidelijk: kaats met je pion een balletje in de kuil van je tegenstander en je scoort een doelpunt.



Om het wat spannender te maken kun je ook scoren als je tegenstander de fout ingaat. Halverwege de onderkant van het bord zit bijvoorbeeld een dwarsbalk. Daardoor kan je pion dus niet op de andere speelhelft komen. Gebeurt dat toch (door al te hardhandig spel), dan scoort de ander een punt. Landt je pion per ongeluk in je eigen kuil: idem dito. Tot slot staan er halverwege het bord drie kleine plastic cilindertjes met een magneetje. Die blijven heel makkelijk aan je pion kleven. Heb je er twee te pakken, dan scoort je tegenstander ook. Je wint door als eerste zes punten te scoren.


…en de waardering

Klask is een hilarisch spel en een echte blikvanger. Een potje duurt maar een paar hectische minuten en iedereen met ook maar een beetje oog-handcoördinatie kan dit spelen. Je hoeft niet eens superbehendig te zijn. Zelfs voor de handigste speler is een foutje zo gemaakt en kan iedereen er plezier aan beleven zonder zich bij voorbaat kansloos te wanen. Met de handige doos neem je het snel overal mee naartoe. In de praktijk zal dat waarschijnlijk tegenvallen, want de doos is erg groot. Klask zul je daarom minder snel op de campingtafel aantreffen, maar verder is het een echte allemansvriend.






Auteur: Mikkel Bertelsen
Uitgever: FantasTies (2015)
Aantal spelers: 2, vanaf 6 jaar
Speelduur: 5 minuten
Prijs: ca 45 euro

zaterdag 25 april 2020

Samen spelen in Corona-tijd


Met het verstrijken van de weken wennen we met zijn allen steeds meer aan de nieuwe anderhalve meter afstand werkelijkheid. En tegelijkertijd went het voor geen meter. Ik mis in ieder geval het contact dat je twee maanden geleden volkomen vanzelfsprekend vond: het praatje bij de trein met bekenden, de kantoortuin waar je lekker dicht op je collega’s zit, een rondje lopen in de pauze door Den Haag centrum en ergens een kopje koffie drinken, maar vooral het face to face contact met familie, vrienden en bekenden. Je mag wel wat gasten in je huis ontvangen, maar dan moet je heel krampachtig je aan die anderhalve meter houden en proberen niet dezelfde voorwerpen aan te raken. Dat is zo’n gedoe, dat wij er niet aan zijn begonnen. Gezellig een spelletje doen met die randvoorwaarden zit er niet in. Ik vrees dan ook een beetje dat wij spellenliefhebbers totdat er een vaccin is dikke vette pech gaan hebben. Zelfs als maatregelen versoepeld gaan worden, zie ik niet in hoe je een spellenavond of spellenbeurs kan organiseren terwijl je de anderhalve meter maatregelen respecteert.  Ik reken dus op geen Spellenpret, geen Spiel en geen Spellenspektakel dit jaar. Dat is jammer, maar het is noodzakelijk als we met zijn allen het live coöperatieve spel genaamd Covid 19 willen winnen.

Er kan dus heel veel niet, maar gelukkig kan er ook heel veel wel. En daar ga ik het in de rest van dit blogje over hebben.  Allereerst mag je natuurlijk met je eigen huisgenoten spellen doen. Ik prijs me gelukkig met een echtgenoot die het ook leuk vindt om regelmatig een spelletje te doen. We hebben onszelf de challenge gegeven om al onze Ticket to Ride spellen te spelen. We zijn al een eind op streek, maar de dobbel-uitbreiding, Alvin en Dexter en het kaartspel staan nog op het programma. Op dezelfde wijze kan je voor jezelf andere challenges verzinnen, zoals alle spellen in je kast spelen (voor zo ver ze speelbaar zijn met het aantal beschikbare spellustige huisgenoten, wat in mijn geval betekent dat alles waar je meer dan twee mensen voor nodig hebt , afvalt), of alle spellen van een andere serie spelen (Dominion, Kolonisten van Catan, Carcassonne, Hoogspanning, etc.).  

Verder zijn er verschillende mogelijkheden om online met elkaar te spelen. Voor Corona kwam ik niet verder dan incidenteel een spelletje op mijn iPhone. Ik vind het gewoon veel leuker om spellen te doen met echte mensen.  Er zijn tegenwoordig legio apps waarin je bordspellen kan spelen en veel daarvan kan je niet alleen tegen de AI, maar ook tegen echte mensen spelen.  De paar apps die ik in het verleden wat fanatieker heb gespeeld zijn Ascension, Lords of Waterdeep, Stone Age en Ticket to Ride. Deze werken allemaal prima en kan je spelen tegen vrienden die deze app ook op hun telefoon hebben staan. Het nadeel van deze manier spelen is dat je wel tegen elkaar speelt, maar je elkaar verder niet hoort of ziet. En dat maakt het toch een beetje saaie, steriele bezigheid (een spel is zo veel levendiger als je erbij kan kletsen en trashtalken).

Tegenwoordig speel ik daarom ook online op twee verschillende platforms. Het eerste platform waar ik mijn geluk beproefde was Brettspielwelt. Dit is echt een verschrikkelijk ingewikkeld (gratis) platform waar je met DOS-achtige commando’s de boel aan de praat moet krijgen. Ik snap er echt geen bal van, maar gelukkig had ik een telefonische hulplijn met de Slimste Mens die mij aan het virtuele handje nam en naar een tafel leidde waar hij en nog twee vrienden zaten te wachten om Taipan (Tichu in het Duits en Engels) te spelen. Inmiddels weet ik een paar commando’s (de befaamde “/ghook XXX”) waardoor ze me niet meer bij de ingang op hoeven te halen, maar het me zelf lukt mijn vrienden te vinden. Ik heb verder geen idee hoe ik op Brettspielwelt zelf een spel kan starten. Het spelen van Taipan werkte gelukkig wel redelijk intuïtief. Ondertussen hadden we met de telefoon een groepscall zodat we elkaar ook nog konden horen. We hebben nu een keer of drie op deze manier gespeeld en ik heb het iedere keer super naar mijn zin gehad.

Het tweede platform waar ik op gespeeld heb is Boardgamearena. Dit is een website waar je gratis  een profiel kan aanmaken en vervolgens een groot aantal bord- en kaartspellen kan spelen (maar helaas geen Taipan waardoor we daarvoor Brettspielwelt nodig hebben). Ik heb hier bijvoorbeeld Stone Age, Sushi Go, Take 5!, Can’t Stop, Kingdomino, Jaipur en Puerto Rico gespeeld. Dit platform is heel makkelijk te bedienen.  Je kan zonder te betalen meespelen, maar voor een paar euro kan je een premium account aanmaken (4 euro per maand  / 24 euro voor een jaar). Het grote voordeel van een premium account is dat je bij drukte op de website (en dat komt vooral in de avonduren regelmatig voor) voorrang krijgt op de niet betalende leden. Ook krijg je toegang tot een groter spellenaanbod en mag je de kleur waarmee je speelt kiezen. Op Boardgamearena is het ook mogelijk om een potje met alleen je vrienden te starten, maar ik ben er eerlijk gezegd nog niet helemaal achter hoe dat werkt (ik ben echt een beetje digitale kneus). De ene keer lukt het me wel, maar de andere keer spelen er behalve mijn vrienden ook andere spelers mee. Ik heb op Boardgamearena al met meerdere (groepjes) vrienden spellen gedaan. Er zit een chatfunctie (typen) in dit spel, maar als ik met vrienden speel dan bel ik ze gewoon ondertussen op zodat we tijdens het spelen kunnen kletsen. Ik heb dan zelf  mijn koptelefoon met draadjes waarin ook een microfoon zit op (dan hoor ik ook nog een beetje wat er om me heen gebeurd, maar hebben de mensen waar ik mee bel geen last van een echo of galm) of ik zet mijn draadloze noisecanceling koptelefoon op (die zit lekkerder maar dan hoor ik niets meer uit de woonkamer wat ik ongezellig voor Niek vindt).

Ik hoor/lees ook dat er mensen zijn die sommige spellen via de webcam spelen. Dan heeft iemand het spel staan met een webcam er op en vertellen de niet aanwezige spelers welke zet ze willen doen. Of je speelt een roll & write waarbij iedereen wel zelf een eigen briefje moet hebben maar je via de webcam de worpen regelt. Ik heb dit niet geprobeerd, maar ik kan me voorstellen dat het prima werkt.

Laten we hopen dat als we ons allemaal heel goed aan alle maatregelen houden, we binnenkort weer gewoon bij elkaar op bezoek mogen als eerste stap (bijvoorbeeld als je geen enkele indicatie hebt dat je ziek bent en ook niemand kent met zelfs maar het meest lichte kuchje). Dan zouden we in ieder geval met vrienden weer spellen kunnen doen. Maar tot het zo ver is, is online spellen een prima manier om in deze omstandigheden toch nog gezellig een spelletje te doen met mensen waar je niet mee samenwoont.

Ik wil dit blogje eindigen met een speciale shout out (bij gebrek aan een beter woord) voor de mensen die alleen wonen. Het lijkt me heel zwaar om zo lang op jezelf aangewezen te zijn. Als student was ik wel eens een weekend alleen op mijn kamer en dat vond ik al lang. Ik wil al onze lezers die in deze situatie zitten dan ook een hart onder de riem steken en laten weten dat er aan jullie gedacht wordt. Het klinkt zo makkelijk dat we allemaal “alleen maar thuis hoeven te blijven”, maar dat is het niet. Heel veel sterkte gewenst dus aan iedereen die het nu moeilijk heeft.

donderdag 23 april 2020

Nog één week stemmen voor de spellen top-100 van de Lage Landen

We hebben al heel veel inzendingen binnen gekregen (dank daarvoor!), maar de stembus is nog een week open. Mocht je dus nog bezig zijn om je top 20 samen te stellen, dan is dit het moment om de laatste knopen door te hakken en je lijstje in te sturen.

Klik hier voor meer informatie over hoe je dat ook al weer moet doen.

En alvast een virtuele high five voor iedereen die al een top 20 heeft ingezonden of dat nog gaat doen! Zonder jullie zouden we dit niet kunnen doen.


zondag 19 april 2020

Recensie: Azul: Zomerpaviljoen


Azul is zo’n spel dat je eigenlijk met iedereen kan spelen door de combinatie van looks, simpele regels en beperkte speelduur. Inmiddels zijn er twee spin-offs van Azul verschenen. Als eerste verscheen Azul de Ramen van Sintra waarin je een glas en lood raam moest bouwen. En dit jaar verscheen Azul Zomerpaviljoen waarin dit keer een Zomerpaviljoen gebouwd moet worden voor de Portugese koning Manuel I.

De plattegrond van het zomerpaviljoen dat je moet bouwen is al voor je bedacht en staat op een stevig kartonnen bordje. De plattegrond ziet er uit als een zeven prachtig gekleurde sterren gemaakt uit ruitvormige tegels die in een soort rondje bij elkaar liggen.


Het spelt duurt zes rondes. In iedere ronde is één kleur de jokerkleur (je kan aflezen welke kleur dit is op het bordje waarop ook de scores worden bijgehouden). De bouwmaterialen voor de paviljoens liggen (net als in de andere twee Azul-varianten) in het midden op tafel op ronde schijven. Als je aan de beurt bent mag je van zo’n schijf alle tegels in één kleur pakken (maar je mag niet de tegels in de jokerkleur pakken). De andere tegels schuif je naar het midden van de tafel en als hier al tegels in de jokerkleur van de ronde liggen dan mag je daar ook één van pakken. In plaats van pakken van de ronde schijven mag je ook alle tegels van één kleur (en een jokertegel) uit het midden pakken. De speler die dit als eerste doet wordt de nieuwe startspeler, maar moet ook net zo veel stapjes achteruit op het scorespoor als dat je tegels pakt.

De tegels die je op deze manier pakt, leg je eerst even naast je spelersbordje neer. Pas als alle tegels in een ronde gepakt zijn, ga je ze op je bordje leggen. Elke ster van het zomerpaviljoen bestaat uit zes tegels. Op het bordje staat hoeveel tegels je neer moet leggen om een tegel op een veld van een ster te mogen plaatsen. Zo bestaat elke ster uit een veld waar je één tegel voor nodig hebt (die je dan neerlegt), een veld waar je twee tegels voor nodig hebt (je legt er dan één neer en de ander gaat in toren waar afgelegde tegels worden bewaard, en verder velden voor drie, vier, vijf en zelfs zes tegels (waarbij je dus telkens één tegel op het bordje legt en de andere tegels in de toren stopt). Voor de eerste tegel die je neerlegt scoor je één punt en daarna scoor je punten voor het aantal tegels waar een tegel samen een aaneengesloten groepje mee vormt. Als je dus een ster afbouwt dan levert de laatste tegel zes punten op. Op de middelste ster mag je zelf weten welke kleur je waar neerlegt, maar mag elke kleur maar één keer voorkomen.

Op verschillende plekken op het bord kan je bonustegels verdienen als je stukjes van het bord hebt volgebouwd. Als je van een kleur bijvoorbeeld een stukje bij het vijf en zes veld hebt gelegd, dan mag je drie bonustegels van het bordje met het scorespoor pakken. Op andere plekken tussen verschillende sterren in kan je twee of één bonustegel verdienen.

Na zes rondes is het spel afgelopen. Denk maar niet dat je paviljoens dan al af zijn, dat is echt onmogelijk.  Dat past dan wel weer goed bij het thema: het echte zomerpaviljoen is namelijk nooit gebouwd doordat de koning stierf voor met de bouw begonnen kon worden. Maar misschien is het wel gelukt om één of meerdere sterren af te bouwen of om alle velden met de waarde één, twee, drie of vier te bedekken. Hiervoor kan je namelijk flink wat bonuspunten scoren. Wie in totaal de meeste punten heeft gebouwd, wint het spel.

….en de waardering

In Azul Zomerpaviljoen komen veel elementen uit good old Azul terug: de manier waarop je tegels pakt, het nodig hebben van verschillende aantallen tegels om één tegel te plaatsen en het scoren van punten door aangrenzend te bouwen. Maar ondanks de overeenkomsten, is Azul Zomerpaviljoen echt een heel ander spel.

Dat begint al bij het pakken van tegels waarbij  iedere ronde en kleur de joker is. Dit maakt dat je soms toch voor een andere kleur gaat dan je eigenlijk wilde, omdat je daar een jokertje bij krijgt. Verder is de kleine variant dat de eerste speler die tegels uit het midden pakt, minpunten krijgt voor elke tegel die hij pakt een gamechanger. Ineens is het stuk minder aantrekkelijk om een grote groep tegels te pakken.

Verder is deze Azul een stuk uitdagender doordat je aan zeven sterren bouwt. Het liefst zou je je focussen op één of twee sterren en die helemaal volbouwen omdat dit de meeste punten oplevert. Maar daardoor loop je veel bonustegels mis (de bonusvakjes liggen vooral tussen de sterren in) en die wil je ook graag hebben. En je wil eigenlijk ook wel de extra punten die je scoort door alle velden met een bepaald getal bedekt te hebben. Doordat je op zoveel verschillende manieren punten en bonustegels kan scoren, moet je kiezen waar je voor gaat. Maar dan ben je er nog niet. Je moet namelijk ook nog een beetje opletten wat de anderen doen. Door namelijk op strategische momenten de juiste tegels voor iemands neus weg te pakken kan je iemand veel punten door de neus boren.

Ik vind deze nieuwe Azul-variant echt super leuk. Waar Azul een echt familiespel is, is deze variant eerder een spel voor de verwende veelspeler. Er is veel meer vrijheid in wat je kan doen doordat er zo veel manieren zijn om punten en bonustegels te scoren. En daardoor verloopt geen enkel potje hetzelfde waardoor je iedere keer weer opnieuw voor een uitdagende puzzel staat.







Auteur: Michael Kiesling
Uitgever: Next Move, 2019
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: circa 40 euro

vrijdag 17 april 2020

Spellentips tijdens corona: dobbelspellen

‘Waar zijn de dobbelstenen’? Dat is een vraag die ik vaak krijg als ik een spel uitleg aan mensen die niet zo vaak spelletjes doen. Niet zo gek, want wie is er niet opgegroeid met ganzenbord, Mens-erger-je-niet en Monopoly? Met de hausse aan moderne bordspellen zijn ze wat op de achtergrond geraakt, maar sinds kort zijn echte dobbelspellen weer helemaal in. Vandaag geef ik wat tips met een paar van die moderne toppers, plus twee onvervalste klassiekers.

Het mag dan veertig jaar oud zijn, Can’t Stop is wat mij betreft nog steeds een van de beste dobbelspellen. Echt iets voor statistici, want alles draait hier om kansberekening. Je gooit met vier dobbelstenen, waar je twee paartjes van maakt. Gooi je bijvoorbeeld 2/3/4/6, dan kun je daar 5 en 10 van maken, of 6 en 9, of 7 en 8. Op een speelbord mag je bij de gekozen getallen een stapje vooruit zetten en je probeert als eerste bij drie getallen het einde te bereiken. Uiteraard is het traject bij 7 het langst en dat bij 2 en 12 het kortst. Maar pas op: je mag in een beurt bij maximaal drie getallen vooruit. Kun je met je worp geen van die getallen maken dan ben je af. Je bepaalt zelf wanneer je stopt, en dat maakt dat dit spel de best gekozen naam ooit heeft. De verleiding om nog één keertje te gooien is telkens te groot. Heus, na de volgende worp stop ik.

Een hele andere evergreen is Perudo. Een echt blufspel, waar het misleiden van je medespelers centraal staat. Alle spelers gooien hun dobbelstenen en houden het resultaat geheim. Vervolgens moet je een inschatting maken van wat iedereen gedobbeld heeft, waarbij je telkens over het bod van de vorige speler heen moet, of dat in twijfel trekt. De ongelukkige die het fout heeft levert een dobbelsteen in, totdat er nog maar één speler overblijft. Perudo is vooral leuk met een groep van vijf of zes spelers.

Gokken doe je in casino’s, en nergens staan er zo veel als in Las Vegas. Je begint met acht dobbelstenen en na iedere worp leg je alle dobbelstenen met hetzelfde resultaat op het bijbehorende casino. Wie uiteindelijk de meeste dobbelstenen bij een casino heeft liggen wint daar het geld. Ook hier is het oppassen geblazen, want als verschillende spelers de meeste hebben, gaat de speler met na hen de meeste er met de buit vandoor. Zo kun je soms met één armzalige dobbelsteen de hoofdprijs in de wacht slepen. Leedvermaak en afgrijzen wisselen elkaar hier vaak af.

Een apart genre in de dobbelspellen dat nu echt populair is noem ik wel eens de ‘afvinkers’. Op basis van je worp kies je dobbelstenen uit waarmee je op een scorevel vakjes aanvinkt of een cijfer invult. Zo probeer je de hoogste score te halen. Net als Regenwormen zijn deze spellen allemaal geïnspireerd door het antieke Yahtzee. Het aantal nieuwe spellen volgens deze formule is niet meer bij te houden. Qwixx is waarschijnlijk de bekendste, mijn persoonlijke favoriet is Clever. Wat Clever zo leuk maakt is dat je strategisch kunt spelen om allerlei bonussen te scoren, waardoor je ineens een hele reeks vakjes mag aanvinken voor een monsterscore. Andere aanraders zijn Keer op Keer en Welcome To, dat het met kaarten in plaats van dobbelstenen doet.