woensdag 7 december 2016

Recensie: De Lampionnen van Lanzhou

Stel je een mooie, warme zomeravond voor. Je bent in China. Langzaamaan begint het te schemeren. Je zit bij een prachtig meer te kijken hoe de maan langzaam op komt. En dan komen op eens van alle kanten de dorpelingen aanlopen met prachtige verlichte lampionnen in hun handen. Ze lopen naar de rand van het meer en laten hun lampionnen voorzichtig in het water zakken. Voor je ogen verandert het meer in een caleidoscoop waar het zachte windje en de stroming van het water voor een continue veranderend betoverend schouwspel zorgen.

In De Lampionnen van Lanzhou gaan de spelers aan de slag om het prachtige schouwspel te laten herleven op de spellentafel. Dit keer niet met echte lampionnen maar met vierkante tegels met daarop de verschillende kleuren lampionnen. Alle spelers starten met 3 tegels op handen. In je beurt leg je één van deze tegels aan bij de reeds op tafel liggende tegels.

Vervolgens krijgen alle spelers lampion-kaarten. Je krijgt namelijk altijd een lampionkaart van de kleur lampions die aan jouw kant staat van de tegel die net is neergelegd. Daarna krijgt de speler die de tegel neer heeft gelegd mogelijk nog bonusjes. Als er kleuren passend zijn aangelegd dan krijg je een extra kaart in die kleur (ongeacht aan welke kant van de tegel die kleuren staan). Verder kan de speler nog een fiches krijgen als op de neergelegde tegel of op aangrenzende tegels Symbolen staan.  

Aan het begin van iedere beurt kan je de kaarten die je zo verzameld hebt omruilen voor puntenkaarten (het echte doel van het spel). Je moet dan bijvoorbeeld 7 kaarten van verschillende kleuren inleveren of juist 4 kaarten met dezelfde kleur. Als je twee fiches hebt verzameld dan kan je die in deze fase gebruiken om een kaart te ruilen tegen een andere kleur. Je krijgt niet altijd even veel punten per opdracht, hoe eerder je de opdracht uitvoert hoe meer punten je krijgt. Ook krijg je voor moeilijker opdrachten meer punten dan voor makkelijke.

Zodra alle tegels op tafel liggen en daar samen een schitterend schouwspel vormen is het spel afgelopen. Wie de meeste punten heeft wint het spel.

... en de waardering

De Lampionnen van Lanzhou is een alleraardigst tussendoortje. De regels zijn zo uitgelegd en het spel speelt lekker vlot weg. Je wilt graag zo snel mogelijk de dikke punten kaarten zien te scoren, maar als je daarbij alleen maar let op wat een beurt jou oplevert dan geef je misschien een tegenstander wel net het lampion-kaartje cadeau wat hij nodig had om de puntenkaart waar je op aast voor je neus weg te snaaien. Het spelmateriaal ziet prachtig uit en het verveelt mij nooit om langzaam aan het prachtige meer vol met lampionnen te zien ontstaan op tafel.











Auteur: Christopher Chung
Uitgever: White Goblin Games, 2016 
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur:  30-45 minuten
Prijs: circa 20 euro 

zaterdag 3 december 2016

Maandoverzicht: november 2016 (Dagmar)


Na elk hoogtepunt volgt per definitie een dieptepunt. In november kwam 28 keer een spel op tafel en dat is eigenlijk heel keurig, maar in vergelijking met de 64 spellen in oktober is het treurig. Ik speelde zeven spellen voor het eerst. Over mijn eerste indrukken van  Tides of Madness, Adventure Land, Carcassonne Door Berg en Dal en Papà Paolo schreef ik eerder al in mijn verslagje van hetspellenspektakel.

Van de overige nieuwe spellen vond ik Pandemic Iberia het leukst. In deze variant moeten weer ouderwets zieken genezen worden. Inderdaad zieken, geen ziektes. Die kunnen namelijk niet genezen worden, maar je kan er wel onderzoek naar doen zodat je beter weet hoe je de verspreiding kan beperken. Het spel lijkt sterk op good old Pandemie, maar er zijn een paar nieuwe mogelijkheden aan toegevoegd. De twee belangrijkste daarvan zijn dat je spoorwegen kan aanleggen die reizen heel veel makkelijker maken. De tweede is dat je gebieden van schoon water kan voorzien, waarmee je het verspreiden van de ziektes afremt. Ik heb al mijn potjes echt op het nippertje gewonnen en dat zijn uiteindelijk de mooiste overwinningen. Pandemic Iberia is bovendien niet alleen een heel goed spel, maar het ziet er ook echt prachtig uit. Ik vind het by far de mooiste uitvoering van Pandemic die er is.  In de regels staan verder nog twee varianten en die hoop ik ook nog een keer te gaan spelen. Deze variant is tijdelijk verkrijgbaar, als je dus geïnteresseerd bent, dan moet je snel je slag slaan (en een goed gevulde portemonnee meenemen want het spel is niet goedkoop).

Op Spellenpret speelde ik deze maand ook nog twee spellen voor het eerst. Het eerste spel daarvan was het oogstrelende Kanagawa. Dit is een kaartspelletje met push-your-luck-speelplezier waar de spelers in de huid kruipen van Japanse schilders. Iedere ronde wordt er per speler 1 kaart opengedraaid op een mooi rieten matje (denk aan het soort matjes waar je sushi op maakt). Vervolgens mag je omstebeurt kiezen: een van deze kaarten pakken of nog even passen. Vervolgens worden onder alle kaarten die niet gepakt zijn een extra kaart gelegd en mogen de spelers die in de eerste ronde niets gepakt hebben weer kiezen: pakken (maar dan een rijtje van 2 kaarten) of passen zodat je in de volgende (en laatste ronde) zelfs drie kaarten kan pakken. De kaarten die je vervolgens pakt kan je gebruiken als hulpmiddel (bijvoorbeeld een nieuw kleurtje verf of een verse kwast) of je kan de kaart schilderen. Op de kaarten staat een prachtig panorama dat altijd precies past. Je probeert daarbij bepaalde doelen te behalen (zo snel mogelijk een bepaald aantal bomen of bepaalde dieren te schilderen). Als dat lukt dan pak je het bijbehorende puntenfiche. Wie aan het eid van het spel de meeste punten heeft wint. Dit spel trok mijn aandacht door de prachtige uitvoering, maar het bleek ook nog een echt leuk, vlot kaartspelletje te zijn.


Het tweede nieuwe spel dat ik speelde op Spellenpret was een zwaarder, pittig Euro-spel, namelijk Lorenzo il Magnifico. Dit is een nieuw werkverschaffings-spel waarin je gedurende het spel voor van alles en nog wat beetjes punten bij elkaar sprokkelt. Zoals gezegd was het een pittig spel waarin van alles gebeurt en daardoor weet ik eerlijk gezegd nu al niet meer zo goed hoe het spel ging. Het spel zag degelijk in elkaar, maar het was niet helemaal mijn ding. Ik merk dat ik gemiddeld toch liever wat lichtere spellen speel dan de hele zware complexe langdurige spellen.  Ik hebt het spel met veel plezier gespeeld, maar zal niet snel aanschuiven voor een herkansing. 

zondag 27 november 2016

Recensie: Cottage Garden

Een van de spellen waar ik afgelopen Spiel het meest naar uitkeek was Cottage Garden. Dit is een nieuw spel van Uwe Rosenberg en het gerucht ging dat het een meerpersoons-variant van het succesvolle tweepersoonsspel Patchwork zou zijn. Dit keer geen gepuzzel met stukjes stof en knoopjes, maar gepuzzel met plantjes, potjes en katjes.

In Cottage Garden gaan de spelers aan de slag als tuinier. Je hebt twee tuintjes waarin alleen een paar bloempotten en beschermhoezen (om jonge plantjes af te dekken) staan afgebeeld. Het is de bedoeling om deze tuintjes zo snel mogelijk vol te bouwen. Je probeert daarbij wel de bloempotten en beschermhoezen open te laten, want dat is je bron van punten.

Centraal op de tafel ligt een bord van 4 bij 4 vakjes met daarop tetris-vormige stukken met daarop allemaal zaken die een tuin aangenamer maken (zoals planten en tuinmeubels). Op de rand van dit veld ligt een groene dobbelsteen. Als je aan de beurt bent mag je uit de rij waar de dobbelsteen ligt één stuk pakken en die netjes op een van je tuintjes leggen. Als er geen stuk ligt wat je wilt, dan mag je in plaats daarvan ook een los bloempotje pakken en die in je tuinen plaatsen.

Het grappige is dat rijen niet meteen aangevuld worden als er een stuk gepakt wordt. Dit gebeurt pas als er geen of nog maar 1 stuk legt. Meestal heb je dus geen vier stukken om uit te kiezen, maar liggen er minder.  Er is gelukkig een mogelijkheid om voortijdig aan te vullen. Namelijk door een kattenfiche in te leveren. Aan het begin van het spel krijg je twee van deze fiches en tijdens het spel kan je nieuwe krijgen als je op het scorespoor de grens tussen  6 en 7 punten overschrijdt.

Kattenfiches kan je niet alleen gebruiken om rijen aan te laten vullen, maar je kan ze ook gebruiken om losse plekjes in je tuintjes op te vullen. De katten leveren geen punten op, maar je kan ze dus wel gebruiken om even een leeg gaatje op te vullen. De tuintjes worden namelijk pas gewaardeerd als ze helemaal vol zijn. En daarna ruim je je tuintje leeg en krijg je een nieuwe zodat je altijd twee tuintjes hebt om aan te werken.

Op het moment dat een tuintje vol is ga je tellen hoeveel bloempotjes en beschermhoezen nog zichtbaar zijn. Elke bloempotje levert één puntje op en elke beschermhoes 2 punten. Deze punten worden op een apart scorespoor bijgehouden. De bloempot-punten houdt je met oranje blokjes bij en de beschermhoezen met blauwe blokjes. Voor iedere soort heb je drie blokjes en je mag zelf weten met welk blokje je gaat bewegen als je punten krijgt (je mag alleen niet de punten die je voor één tuin krijgt verdelen over meerdere blokjes). En daarbij zijn er verschillende bonusjes te verdienen, zoals de poezen-fiches als je een blokje over de lijn tussen 6 en 7 punten verschuift, een bonusbloempotje als je alle drie de blokjes van één kleur van de nul punten af hebt geschoven en bonuspunten als je als eerste een blokje op het laatste vak van het telspoor krijgt. En met dit laatste vakje is ook nog wat bijzonder, het laatste stapje levert namelijk 5 punten op het bloempotjes spoor en 6 punten op het beschermhoezen spoor.

Iedere keer als de groene dobbelsteen het bord rond is gegaan wordt hij een getal opgehoogd. Het slot van het spel wordt ingeluid als de dobbelsteen op de 6 wordt gedraaid. Op dit moment worden alle tuintjes waar maximaal 2 stukken op liggen weggehaald. Deze tuintjes hoeven niet meer te worden afgemaakt. De tuintjes die dan nog over zijn moeten wel worden afgemaakt. Dat klinkt leuker dan het is, want iedere beurt die je daarvoor nodig hebt kost je 2 punten en dat is dan weer best veel. Wie uiteindelijk de meeste punten heeft wint het spel.

….en de waardering

Ik moest even wennen aan Cottage Garden omdat het spel veel minder op Patchwork lijkt dan ik had verwacht. In Patchwork ben je rustig bezig om je positie op te bouwen (de knopenmachine op gang krijgen)  terwijl  Cottage Garden veel meer een spel is waar je in veel korte, felle sprintjes probeert je punten bij elkaar te sprokkelen. In Cottage Garden hoop je met een paar grote, goedpassende stukken snel een tuintje vol te plempen zodat je punten kan pakken zodat je daarna snel door kan met het volgende tuintje. Maar er is meer! Je moet ook nog goed nadenken over óf en zo ja welke voordeeltjes op het scorespoor je probeert te incasseren (poezenfiches, bonus-potjes, extra punten voor het bereiken van het laatste stapje). En dan moet je ten slotte ook nog in de gaten houden hoe je de laatste ronde in gaat (moet je nog wat afbouwen of zorg je dat je klaar bent).


Cottage Garden is een spel dat veel mensen aan zal spreken. Het is redelijk eenvoudig, de beurten gaan snel en blijft spannend tot het eind. En dan ziet het er ook nog eens prachtig uit, met de  (zoet slapende) poezen-fiches als hoogtepunt.










Auteur: Uwe Rosenberg
Uitgever: Spielwiese, 2016
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 45-60 minuten

Prijs: circa 35 euro 

vrijdag 18 november 2016

Verslag spellenspektakel 2016 (Dagmar)

Afgelopen weekend werd het Spellenspektakel georganiseerd in Eindhoven. Ik ben er samen met Niek op zondag naar toe geweest. We waren rond een uur of 11 op de beurs en werden hartelijk ontvangen met een Goodie Bag met daarin onder andere een kaartspelletje en spionnen-bonus-kaarten voor Codenames Pictures. De beurs was al gezellig druk en er zaten al veel tafeltjes vol.

De eerste verrassing voor mij was dat Haba een mooie stand had waar je niet alleen hun spellen kon kopen, maar ze ook kon proberen. Ik spotte een leeg tafeltje bij Avonturenland, de kersverse winnaar van de Nederlandse Spellenprijs. Snel schoven we aan en al snel kwam er een vriendelijke Belgische dame ons het spel uitleggen. Avonturenland is een familiespel waarin iedere speler met een aantal helden door een land trekt en daar magische kruiden, zwaarden en goud verzamelt en vrienden maakt. Met behulp van je vrienden en magische attributen kan je vervolgens proberen de gevreesde mistmonsters te verslaan. Ik was zo als gewoonlijk weer lekker aan het hamsteren (zwaardje hier, kruidje daar), terwijl Niek al druk doende was om het ene na het andere mistmonster te verslaan. En dat is helaas precies wat in dit spel veel punten oplevert. Tegen de tijd dat ik uit verzameld was, was er geen monster meer te bekennen en was het spel al bijna afgelopen (inderdaad ik en mijn verzamelde vriendjes kwamen dus als verliezers uit de bus).

Ik was niet heel enthousiast over Avonturenland, maar ik denk ook dat ik niet helemaal tot de doelgroep behoor. Dit is een spel om met wat jongere kinderen (8-10 jaar) te spelen. Voor mij was de geluksfactor te hoog (er worden tijdens het spel tegels omgedraaid en op het bord gelegd en als je geluk hebt liggen die voor je neus en als je pech hebt liggen ze aan de andere kant van het bord) en er zat te weinig directe interactie in het spel. Het spel speelt op zich prima, iedereen is lekker bezig en je kan elkaar een heel klein beetje dwars zitten (door lekkere tegels weg te pakken). Voor een familiespel is dat genoeg, maar liefhebbers hebben graag iets pittigers op tafel

Na Avonturenland liepen we door en kwamen we Peter Hein tegen die samen met zijn dochters Codenames Pictures zat te doen. Even verder op kwamen we nog wat bekenden tegen van Spellenpret, waaronder Spelmagazijn-Ronald die dit keer niet in de huid kroop van Dokter No, maar van dokter Ro. Hij stond namelijk in een mooie doktersjas Pandemic uit te leggen. Ik vind Pandemic een geweldig spel en het doet me dan ook goed om te zien dat dit acht jaar oude spel nog steeds aandacht krijgt en nieuwe fans maakt.

We besloten om eens even een kijkje op het balkon te nemen . De eerste stand waar we tegen aan liepen was die van Quined Games. Daar lag Papà Paolo op een tafel. Ik had dit spel op Spiel al zien liggen en vind het er erg mooi uit zien en dus wilde ik het even aan Niek laten zien. Maar het was schijnbaar onze geluksdag want de vorige groep was net klaar met spelen en dus konden we zelfs aanschuiven. En op de uitleg hoefden we ook nog eens niet lang te wachten. Papà Paolo is een werkverschaffingsspel met biedelementen. Je hebt in dit spel elke ronde vier pizzakoeriers (je werkers) tot je beschikking staan die je op vakje uit een veld van 3 bij 3 tegels zet. Aan de rand van de tegels staan verschillende acties. Je kan vervolgens kiezen, je mag de tegel pakken waar je op staat (hier staat een stadplattegrond op met huizen met hongerige mensen die smachten naar verse pizza) of je mag één van de twee acties doen die op je rij of kolom staan. Met deze acties kan je bijvoorbeeld je eigen pizzeria van nieuwe pizza’s voorzien of een pizzakoerier er op uit sturen om vast wat pizza’s te bezorgen Op twee randen liggen ook nog muntjes. In de tweede fase van het spel wordt het geld verdeeld, degene die de meeste koeriers in een rij heeft staan gaat er met de buit vandoor. En als derde kom je in de bezorgfase waar bij opbod wordt geveild wie hoeveel pizza’s mag bezorgen en hoeveel benzine er in de tank van de pizzakoerier zit (of te wel hoe ver weg hij kan gaan vanaf de pizzeria). Je moet dus een goede balans zien te vinden tussen het uitbouwen van je wijk (kiezen van tegels) de acties gebruiken om voldoende pizza’s op voorraad te hebben en daarbij er ook nog op letten dat je voldoende geld verzameld om goed te kunnen bieden op de bezorg-licenties. Niek was hier veel beter in dan ik (ik keek vooral erg jaloers naar de hele bergen geld die hij telkens binnen harkte en de stapels pizza die hij bezorgde) en ik verloor dus weer jammerlijk.

Ik heb Papà Paolo met veel plezier gedaan. Het is een spel waar heel veel gebeurt en waarbij je alle verschillende doelen die je wilt bereiken met elkaar in balans moet brengen. Zo is veel geld leuk, maar als je geen pizza’s klaar hebt liggen om te bezorgen of er geen hongerige gezinnen in jouw wijk hebt wonen, dan heb je er niets aan. Papà Paolo is een lekkere stevige, degelijke euro in een prachtige uitvoering. De regels zijn niet heel complex en alles grijpt netjes in elkaar. Het is alleen geen echt vernieuwend spel doordat het spel een mix is van bekende (maar goede) spelmechanismen. Leuk dus, maar voor mij geen must have omdat ik al genoeg soortgelijke spellen heb die ik ook al te weinig speel.

Naast Quined Games was de stand van Portal Games. Het was nog steeds onze geluksdag want hier was net een tafeltje vrij met Tides of Madness. Ik vind Tides of Time een erg leuk tweepersoons spelletje en was er benieuwd of deze Cthulhu-variant meer te bieden had dan alleen andere (schitterende) plaatjes. En dat bleek het geval te zijn. Het is nog steeds een razendsnel tweepersoonsspel (lees hier de recensie van Tides of Time als je het spel niet kent) waarin het draften centraal staat.  Maar wat er aan toegevoegd is, is dat op sommige kaarten de tentakels van Cthulhu staan afgebeeld. Als je zo’n kaart kiest dan krijg je er een fiche met een Cthulhu-teken bij. Wie aan het eind van de ronde de meeste van deze fiches heeft, die krijgt 4 punten extra óf mag één fiche inleveren. Nou vraag je je natuurlijk af waarom je zo’n fiche zou willen inleveren als je punten kan krijgen als je de meeste hebt. Nou dat zit zo. Als je teveel van deze fiches hebt (9 stuks) dan verlies je onmiddellijk. Niek ging weer als de brandweer in dit spel en stond in no time mijlenver voor met de Cthulhu-fiches. Mijn enige kans was om te proberen om hem 9 fiches in zijn mik te schuiven dus ik koos fanatiek de tentakel-vrije kaarten in de hoop dat hij dan zijn negende fiche zou scoren. Dat lukte helaas net niet en dus verloor ik voor de derde keer op rij (beginnen jullie het patroon al te herkennen?).

Ik vond deze variant op Tides of Time heel geslaagd. Het is eigenlijk nagenoeg hetzelfde als Tides of Time, maar dan met nog iets extra’s. En de extra vind ik erg leuk omdat het een extra ding is dat je in je afweging welke kaarten je houdt en weggeeft mee moet nemen. Het spel beviel ons zo goed dat we het hebben gekocht (de enige aankoop op deze beurs, ik ben best trots op mezelf).

Het was inmiddels half 2 en dus de hoogste tijd voor de lunch. Niek ging in de rij staan voor broodjes hotdog en ik zocht vast een plaatsje op het terras. Ik keek speurend rond en toen zwaaide een vriendelijke meneer met twee charmante dochters dat we wel mochten aanschuiven. Inderdaad, ook Peter Hein en zijn dochters deden net een hapje en een drankje. Het was reuzegezellig om even bij te kletsen. Ook zij vermaakten zich prima. De dames gooiden al hun charmes in de strijd om hun vader over te halen om Codenames Pictures te kopen, maar Peter Hein gaf geen krimp. 
Zoals jullie in zijn verslag kunnen lezen, hebben de dames zich later bedacht en hoefden ze het spel toch niet (of dat is in ieder geval het verhaal dat Peter Hein me op mijn mouw probeert te spelden....)
Niek en ik besloten nog een rondje over de beurs te lopen. Ik wilde graag het nieuwe dobbelspel Keer op Keer proberen dus we gingen nog eens kijken of we het konden spelen. Dat bleek niet te kunnen (het spel was bezet), maar de tafel er naast was leeg en daar lag het spel Crox Woord. Er was zelfs al een uitlegger die ons overhaalde om het snelle spel te spelen. Het bleek een woordspel te zijn. Je gooit een aantal dobbelstenen en moet vervolgens razendsnel een woord of meerdere woorden van deze dobbelstenen vormen (in dat geval moet je ze op een kruiswoordraadselachtige wijze aan elkaar passen). Je moet daarbij exact één dobbelsteen overhouden en die gooi je snel in de doos. Wie dat als eerste doet (en geldige woorden heeft gelegd) die wint de ronde. Het doel is om drie rondes achter elkaar te winnen om de eindzege op te strijken. Niek en ik zijn fanatieke scrabbelaars en hadden er dus weinig moeite mee om woorden te vormen en we waren beiden snel op dit spel uitgekeken. We hebben het spel niet eens uitgespeeld. Doe ons maar good old Scrabble.

Het was voor ons bijna tijd om naar huis te gaan, dus we liepen nog een laatste rondje. En tijdens dat rondje zag ik een leeg plekje bij de nieuwe Carcassonne (Door Berg en Dal). Ons geluk was dus nog steeds niet op. Deze versie ziet er echt heel schattig uit en dus wilde ik hem graag proberen. Behalve de looks, wijkt dit spel op drie manieren af van het origineel. De eerste verandering hangt samen met de “steden”. In deze versie zijn de steden namelijk vervangen door akkers waar verschillende soorten groenten en fruit op worden gebouwd. Als je een akker afmaakt dan krijg je niet alleen punten voor het aantal tegels, maar ook nog de bijbehorende fiches. Elke complete set van 5 (uit mijn hoofd) verschillende groenten en fruit levert aan het eind extra punten op. De tweede verandering is dat je geen boeren hebt, maar twee hutjes die je in een weiland kan plaatsen. Op sommige weidetegels staan beestjes (1-3) en aan het eind van het spel krijg je punten voor de tegel waar je hut op staat en alle tegels die er om heen liggen (de kloosterformatie). De laatste verandering is dat als je een bestaande weg waar je op staat uitbreidt, je met je mannetje over de weg mag lopen en je net zo veel punten krijgt als het mannetje stapjes zet. Als je het slim doet kan je dus een paar keer heen en weer wandelen en zo veel punten pakken. Het zal jullie inmiddels niet verbazen dat Niek weer wist te winnen.

Ik vond dit een erg leuke, toegankelijke variant van Carcassonne. Het is net wat makkelijker dan het gewone Carcassonne (geen moeilijk gedoe met boeren) en het ziet er heel lieflijk uit. Ik denk dat het daardoor erg geschikt is om met kinderen te spelen. Ik heb al genoeg Carcassonne-varianten in de kast staan om het spel zelf niet te hoeven hebben, maar ik zou het met alle plezier nog eens willen doen.

Het was inmiddels drie uur geweest en dus tijd voor ons om naar huis te gaan. Om 5 uur zou namelijk de Formule 1 beginnen met de regenrace in Brazilië en daar wilde Niek geen moment van missen. Het verkeer werkte goed mee (het was nog steeds onze geluksdag) en dus waren we precies op tijd thuis om te horen dat de start een kwartier werd uitgesteld. We weten inmiddels allemaal dat het afgelopen zondag vooral voor Max een geluksdag was, of in ieder geval voor 50%. Ik weet zeker dat als hij die avond een potje risk heeft gespeeld hij alleen maar zessen heeft gegooid.

Ik heb me uitstekend vermaakt op het spellenspektakel. Het was gezellig druk. De tafels waren goed bezet, maar toch was er altijd wel ergens een tafel vrij om een leuk spel te proberen. We hebben alleen maar bekwame uitleggers getroffen (dank en complimenten). Ik heb leuke spellen kunnen doen en tussendoor nog even een gekletst met bekenden. Het spellenspektakel is weer helemaal terug op haar oude niveau. Als het even kan ben ik er volgend jaar weer bij. Maar voor het zo ver is deel ik nog een paar foto's met jullie van deze beurs.

Het meest ranzige spel van de beurs. Gadver, ik snap dat niemand aanschoof.

Er was een grote hoek vrijgemaakt voor kinderen waar ze lekker konden knutselen. Ook was er een crèche voor de allerjongsten. 

Shoppen bij de Rode Pion

Ook was er een ruim aanbod aan tweedehandsspellen te koop op de beurs

XXXL versie van Camel Up/Cup

donderdag 17 november 2016

Spellenspektakel 2016

Vorig jaar deed ik voor het eerst waar ik lang naar had uitgekeken: met mijn kinderen een hele dag naar het Spellenspektakel. Dat was wat mij betreft een succes en gelukkig bleken zij er ook zo over te denken. Dit jaar weer dus.

Zo'n dag is natuurlijk heel anders dan Spiel: daar ga ik vooral heen om veel nieuwe spellen te proberen. Hier ligt het accent meer op leuke spellen doen met de dames en spelen mijn eigen voorkeuren een ondergeschikte rol. Al heb ik natuurlijk mijn grenzen.

Vooraf had ik mijn zinnen gezet op Cottage Garden. De combinatie van het spelidee en fiches met slapende katten leek me een garantie voor succes bij deze focusgroep. Maar helaas had White Goblin die niet beschikbaar. Maar als we toch bij die stand waren, konden we net zo goed iets anders proberen. De blik viel al snel op een lege tafel met De Hartenkoningin.

Dit is een eenvoudig kaartspelletje, dat duidelijk op kinderen en gezinnen is gericht. Daar zaten we dus goed. Ook de illustraties en de namen van de koningin deden het goed. Om duistere redenen was vooral de Kattenkoningin populair. Het idee is simpel: door een koning te spelen mag je een (gesloten) koningin uit het midden pakken. De vorstinnen hebben een verschillende puntenwaarde. Wie als eerste 50 punten of vijf koninklijke dames heeft verzameld wint. Met pestkaarten kun je koninginnen afpakken of terugleggen, en getallenkaarten zitten in de weg. De kinderen vonden het nog best leuk. Het was ook een gezellig spelletje, maar eigenlijk zijn ze hier al te oud voor. Die liet ik dus gaan.

Nu we toch in de buurt waren, konden we net zo goed Codenames: Pictures proberen. Het origineel is thuis een enorm succes, dus hier konden we sowieso niet aan voorbijlopen. Uitleg bleek nauwelijks nodig. Dit spel is namelijk identiek aan Codenames, maar de kaartjes met woorden zijn vervangen door plaatjes, waarop verschillende voorwerpen gecombineerd zijn. Een aardappel met zonnebril, dat werk. Twee potjes waren zo gespeeld, met veel enthousiasme. Dit was een kandidaat om mee naar huis te nemen.



Ik had al geziendat de stand van Haba om de hoek zat. De familiespellen van deze uitgever leken me ideaal. De meeste tafels waren bezet, maar bij Meduris was een plekje vrij. Die had ik op Spiel al eens gedaan. Op basis daarvan leek me het niet direct iets om regelmatig tijdens een spellenavond met liefhebbers te spelen, maar als familiespel had het wel wat. Hier kwam duidelijk de verschillende voorkeur van mijn kinderen naar boven: de oudste is toch meer van de gezelschapsspellen als Codenames, Mysterium en Dixit, de jongste heeft het spellengekgen wat meer meegekregen en begint ook de tactische spellen te waarderen. Meduris valt duidelijk in die categorie. Na afloop was ze heel stellig dat ze het zo'n leuk spel vond omdat je telkens goed na moest denken wat je moest doen om punten te halen. En dat had er heus niks mee te maken dat ze met één punt verschil had gewonnen. Ze kwam oprecht over. De oudste vond het best OK, maar hoefde het niet per se nog eens te spelen.

Naast de tafel van Meduris lag Picassimo al een tijdje te zieltogen. Af en toe kwamen er wat mensen zitten, om al snel weer te vertrekken. Mijn meiden zijn nogal van het tekenen en knutselen en hadden dus al enige tijd verlekkerd opzij gekeken. No way dat we het links zouden laten liggen. Picassimo is een soort Pictionary, waarin je een tekening maakt op een bordje dat uit zes vakken bestaat. Is je tekening af (of de tijd voorbij, als je mijn talent hebt) dan verwissel je vier van deze vakken van plaats. Dat maakt je tekening minder herkenbaar (of totaal onherkenbaar) en moet je hopen dat anderen het raden, want dat levert punten op. Dit is niet helemaal mijn spel, nog los van het feit dat ik echt totaal kansloos was. In dit genre speel ik liever Wat schets je me nou? De kinderen vonden het zelf wel erg leuk. Maar, verstandig als ze altijd zijn, 35 euro leek toch wel wat veel van het goede.

We deden een rondje over de beurs en liepen tegen de stand van Chronicle Games aan, waar Droomhuis werd gedemood. Daar had ik wat positieve dingen over gelezen en in combinatie met een zeer verzorgde uiterlijk leek het me wel wat. Droomhuis is een eenvoudig kaartspelletje waar je om beurten kaarten pakt om je huis zo mooi mogelijk te maken met verschillende soorten kamers, als het enigszins kan voorzien van dakkapellen en fraaie spullen. Perfect voor kinderen, maar de prijs van 35 euro vond ik wat minder kinderachtig voor wat niet meer dan een simpel kaartspel is. Het lijkt me het type spel dat je een paar keer wel gezien hebt en ook mijn kinderen waren niet overdreven enthousiast ("best leuk" was nog het meest positieve wat ik hoorde). Jammer, want de schitterende vormgeving verheugt hier zeker de feestvreugde.

Aan het eind van het rondje beurs kwamen we weer uit bij het begin, namelijk de stand van White Goblin. Ik had Hellas nog wel willen proberen, maar gezien het tijdstip en de concentratieboog leek me dat geen haalbare kaart (spot de eufemismen). De Star Wars editie van Carcassonne leek daarentegen een veilige keuze. Dit verschilt niet zoveel van het basisspel. De enige verschillen zijn de afwezigheid van boeren, wier agressie is vervangen door het feit dat je hierbij nooit de punten kunt delen. Sta je in hetzelfde gebied, dat moet een dobbelsteenworp bepalen wie mag blijven en wie weg moet. De verliezer krijgt als troost nog wel wat punten. Dit introduceert natuurlijk een grote extra toevalsfactor in het spel, die erg frustrerend kan zijn als je een grote asteroïdengordel kwijtraakt aan een inbreker. Maar uiteindelijk is het gewoon vooral Carcassonne en viel het best in de smaak. Ik moet mijn dozen thuis maar eens afstoffen.

Belofte maakt schuld, dus we gingen ook nog even naar de tafels van Codenames: Pictures. Daar vonden we een vriendelijke uitlegger bereid een paar potjes mee te spelen. Ons eindoordeel was eenduidig: leuk om ook eens te spelen, maar niet echt nodig om te kopen als je het origineel al hebt. Kwade tongen die beweren dat het mijn gierigheid was die achter dit besluit lag wil ik hiermee met kracht weerspreken. Dat geldt ook voor medewebmasters, die eerder op de beurs de kinderen nog vol enthousiasme over het spel hadden horen praten.

Op weg naar de uitgang kwamen we nog langs de stand met Camel Cup (of Camel Up, daar wil ik van afwezen). De aandacht werd getrokken door de reuzenversie, maar het spel aan tafel spelen leek toch wat praktischer. Ik had het twee jaar geleden al eens gespeeld, Het spel maakte toen weinig indruk: een gokspel met weinig om het lijf. De meiden waren het daar roerend mee eens, en snapten niet hoe dit de belangrijkste spellenprijs ter wereld heeft kunnen winnen.

Zoals dat wel vaker gaat, was de dag veel sneller voorbij dan de bedoeling was. Nu ja, dan thuis maar eens wat vaker een spelletje doen. Ik hoop en vermoed dat ik ze daar weer wat enthousiaster voor heb gekregen.

vrijdag 4 november 2016

Recensie: Pandemic Reign of Cthulhu

Pandemie is een mega populair coöperatief spel waarin je ziekten moet verslaan. Cthulhu is een monster (een zogenaamde Great Old One) dat verzonnen is door H.P. Lovecraft. Cthulu speelt een belangrijke rol in de vele verhalen en spellen die in de door Lovecraft verzonnen wereld afspelen. Dit is een soort van lugubere retro fantasy wereld waarin om onduidelijke redenen mensen proberen Cthulhu en zijn vrienden te bevrijden uit de gevangenis in een andere dimensie waar ze gevangen worden gehouden. De vraag is wat hebben Pandemie en Cthulhu met elkaar gemeen? Tot een half jaar geleden zou mijn antwoord zijn geweest “helemaal niets”. Maar dat veranderde toen ik hoorde dat er een Pandemie-versie uit zou komen met Cthulhu thema.

Shoggots en Cultists
In Pandemic Reign of Cthulhu is het weer eens zo ver. De Grote Ouden (met Cthulhu als eindbaas) doen weer eens een poging om te ontsnappen uit hun gevangenissen in andere dimensies door de hulp in te schakelen van Shoggoths (soort monstertjes) en Cultists (mensen die niet goed bij hun hoofd zijn). De hulpjes zijn op vier plaatsen bezig om een Poort te open voor Cthulu om door heen te komen. De spelers kruipen in de huid van de Good Guys: de dappere onderzoekers die dit proberen te voorkomen. De Good Guys winnen als het ze lukt om de vier Poorten voorgoed te sluiten.

De onderzoekers
Zoals de naam al aangeeft leunt het spel zwaar op Pandemie. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het 90% pandemie is, met 5% kleine veranderingen 5% extra thema (terug te vinden in het gebruik van miniaturen in plaats van simpele pionnen en blokjes en de prachtige vormgeving van het bord en de speelkaarten). Iedere speler kruipt in de rol van een onderzoeker en iedere onderzoeker heeft een speciale actiemogelijkheid. In je beurt mag je vervolgens eerst vier acties uitvoeren waarmee je probeert zo veel mogelijk cultists en Shoggoths van het bord te verjagen terwijl je ondertussen probeert 5 kaarten in een van de kleuren van de steden op het bord te verzamelen omdat je die nodig hebt om de Poort te sluiten. Vervolgens trek je twee nieuwe handkaarten en daarna moet je een aantal Summoning Kaarten opendraaien die aangeven waar op het bord extra Cultist worden geplaats. Als er niet meer genoeg Cultists zijn om op het bord te zetten, dan verliezen de spelers direct. Nieuw is dat de handkaarten er ook voor zorgen dat al aanwezige Shoggoths soms gaan lopen in de richting van de dichtstbijzijnde Poort. En het is slecht nieuws is als ze deze bereiken…..

Detail van het bord
Op het moment dat een Shoggoth een poort bereikt, wordt namelijk een vriendje van Cthulu wakker. Of te wel, je moet een kaart open draaien en daarop staat een vervelende actie die je direct moet uitvoeren of soms zelfs een vervelende actie die de rest van het spel blijft gelden. Op de zevende kaart staat Cthulhu en als je deze opendraait dan heb je verloren.

Cthulhu en zijn vriendjes
Dit is echter niet de enige reden waarom je deze kaarten moet opendraaien. Ook als je ergens een vierde Cultist zou moeten plaatsen, dan draai je een kaart met een Grote Oude open. En alsof dat nog niet moeilijk genoeg is, zitten tussen de handkaarten ook nog een aantal Evil Stirs kaarten. Als je zo’n kaar trekt dan moet je ook weer een Grote Oude wakker maken (naast allemaal andere ellende die gebeurt, zoals dat er een nieuwe Shoggoth opduikt).

Iedereen zal begrijpen dat als je in zo’n duistere tijd leeft, je het risico loopt om door te draaien. De dappere onderzoekers zijn aan het begin van het spel nog in het bezit van hun volle verstand (aangegeven met Sanity tokens). Maar op verschillende momenten in het spel kan je wat van je verstand kwijt raken. Het kan zelfs zo zijn dat je al je verstand kwijt raakt. In dit geval draai je je karakter kaart om en neemt je bijzondere eigenschap in kracht af. Als alle spelers hun verstand verliezen, dan is het spel ook verloren. 

...en de waardering

Pandemic Reign of Cthulhu voelt voor mij aan als een fan-versie van een jongetje van 12 dat heel erg van Pandemie houdt en heel erg van Cthulhu en gaaf vond om dus een Cthulhu versie van Pandemie te maken en dat het heel belangrijk vond dat het er echt super super cool uit zou zien. Nou dat laatste is zeker gelukt! Het spel ziet er fantastisch uit. Gelukkig is de auteur van dit spel heel dicht bij het originele Pandemie gebleven en daardoor is er verder niets grondig mis gaan. Het spel zit degelijk in elkaar. Fans van Pandemie zullen dit spel dus ook best kunnen waarderen.

De vraag is wel wat deze versie dan nog toevoegt aan de spellenwereld. Wat mij betreft niet genoeg omdat het grote verschil met name in de uitvoering en het thema zit met een paar kleine twists die te onbetekenend zijn om het spel echt een andere gevoel te geven. Kortom: leuk voor een keertje (bijvoorbeeld met Halloween), maar blinkt helaas vooral uit op het gebied van de uitvoering en niet vanwege het spel zelf.








Auteur: Chuck D. Yager
Uitgever: Z-man Games, 2016
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 14 jaar
Speelduur: circa 45 minuten
Prijs: circa 50 euro

donderdag 3 november 2016

Recensie: Fünf Gurken

Fünf Gurken is een kaartspelletje dat uitgegeven wordt door Friedemann Friese waarin zure bommen centraal staan. Als dat geen origineel thema is dan weet ik het ook niet meer. Friedemann geeft keurig toe dat hij het spel niet zelf verzonnen heeft, maar dat het gebaseerd is op een bestaand kaartspel uit het publieke domein in Scandinavië. Kijk bijvoorbeeld maar eens op het doosje waarop staat aangegeven dat het om Deense Augurken gaat die op basis van een verbeterd recept zijn bereid.

Fünf Gurken is een bijzonder slagenspelletje waarin het venijn letterlijk in de staart zit. Het draait namelijk allemaal alleen maar om de laatste slag. De speler die die slag wint (en dat wil je dus niet) krijgt net zo veel schattige houten augurken als er op zijn kaart staan. Zodra je meer dan vijf augurken hebt, val je af. Er worden net zo lang doorgespeeld tot er nog maar één speler over is en die wint het spel.

Iedere ronde krijgen alle spelers 7 kaarten met waardes variërend van 1 tot en met 15. Hoe hoger het getal op de kaart, hoe meer augurken er op staan afgebeeld. Vervolgens speelt iedereen omstebeurt een kaart uit. De twist is dat je óf een kaart moet spelen die even hoog of hoger is dan de tot dan toe hoogst gespeelde kaart óf je moet (au!) de laagste kaart uit je hand spelen. De kunst is om in de laatste ronde nog een lage kaart over te hebben, zodat je lekker kan duiken.

De speler die de laatste ronde de hoogste kaart heeft “wint” en krijgt zoals gezegd net zo veel houten augurkjes als er op zijn kaart staat. Tenzij er in de laatste slag nog een kaart met een 1 gespeeld werd, in dat geval verdubbeld het aantal augurken dat je krijgt. En reken maar op zure gezichten als dat gebeurt!

...en de waardering

Fünf Gurken is een heerlijk tussendoortje op een spellenavond. Het spel ziet er grappig uit, de regels zijn in een paar minuten uitgelegd en een potje duurt nooit heel lang. Het spel komt het best tot zijn recht als je met  een grote groep spelers bent (officieel kan je het ook met zijn tweeën spelen, maar persoonlijk vond ik daar niet zo veel aan). Natuurlijk ben je afhankelijk van de kaarten die je trekt. Als je alleen maar hele hoge kaarten hebt of juist relatief lage kaarten dan wordt het erg lastig voor je. Het leukst is het als je een beetje een mix hebt. Maar tegelijkertijd duurt een ronde zo kort dat het niet erg is als je een keer een wat minder goede hand hebt, dat overkomt namelijk iedereen wel eens, zeker als je wat meer rondes speelt. Fünf Gurken is dus een leuke toevoeging aan het genre van de slagenspellen.









Auteur: Publiek Domein / Friedemann Friese
Uitgever: 2F Spiele, 2013
Aantal spelers: 2-6
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 10 euro