woensdag 21 september 2016

Spiel 2016: mijn wensenlijstje (Dagmar)

Nog 3 weken en 1 dag en dan is het ein-de-lijk weer zo ver: de deuren van de Messe in Essen gaan open en vier dagen lang zullen spellenliefhebbers uit alle landen zich te buiten gaan aan spelplezier. De lijst met nieuwe spellen die gepresenteerd gaan worden is weer enorm (al zullen er vast weer een paar slachtoffers vallen doordat er last minute iets mis gaat in de productie of bij het transport). Het ene spel nog mooier dan het andere. Zie door deze bomen het bos maar eens te zien! Ik beloof je: dat lukt je niet. Maar dat wil niet zeggen dat het niet de moeite loont om je een beetje te verdiepen in het aanbod omdat er altijd een paar spellen tussen zitten waarvan je meteen weet dat je ze wil hebben en er andere spellen zijn die je interessant vindt en die je dus in de gaten wil houden in de berichten rondom de beurs (“the buzz”) of als je gelukt hebt, die je gaat testen (“try before you buy”).

In dit blog zal ik uit de doeken doen op welke spellen mijn hebberige ogen zijn gevallen. Er zijn een aantal factoren die voor mij belangrijk zijn, zowel in positieve als negatieve zin. Allereerst zijn er een aantal uitgevers die er bovengemiddeld goed in slagen om leuke spellen uit te geven, denk aan Hans im Glück, Kosmos en Z-man Games. De kans dat een spel mijn aandacht trekt wordt verder verhoogd door de naam van de auteur, sommige auteurs zijn meer in mijn straatje dan andere (de spellen van Friedemann Friese vind ik bijvoorbeeld gemiddeld leuker dan die van Stefan Feld). Ik ben verder heel gevoelig voor uitvoering en thema (dus wel sprookjesachtig en mysterieus, maar zeker geen cowboys of handelen rondom de middellandse zee). Verder is het voor mij heel belangrijk dat een spel met twee mensen gespeeld kan worden aangezien ik het vaakst spellen doen met alleen Niek. Spellen die pas leuk worden als je 3 of veel meer mensen hebt, sla ik daarom eerder over want de kans dat ik die kan spelen is klein. Omdat Niek mijn vaste spellenpartner is, houd ik natuurlijk ook een beetje rekening met zijn smaak (wat helaas betekent dat ik een beetje terughoudend ben met het kopen van coöperatieve spellen omdat hij daar echt niet van houdt, hoe hard ik het ook probeer). Hoe leuk lange, pittige spellen ook kunnen zijn, ze komen bij mij gewoon niet vaak genoeg op tafel om de aanschaf te verantwoorden. Ook die sla ik dus in principe over. Ik heb een voorkeur voor spellen die in een uurtje te spelen zijn. Als spellen 2 uur of langer duren dan is dat een hele serieuze rode vlag.

Met deze voorkeuren in  mijn achterhoofd heb ik de lijst op Boardgamegeek doorgekeken. De lijst wordt nog steeds iedere dag aangevuld, maar dit zijn, in volstrekt willekeurige volgorde, de spellen die nu op mijn radar staan. 

Vorig jaar is Haba begonnen met spellen voor volwassenen uit te geven. Haba is van oudsher een merk dat goede kinderspellen uitbrengt in een fantastische uitvoering (mooi dik karton, grote houten speelstukken, mooie vormgeving). Dit jaar brengen ze weer drie spellen voor volwassenen uit en één daarvan trekt mijn aandacht, namelijk Meduris. Het spel ziet er lekker sprookjesachtig uit en de omschrijving van het spel doet met aan de Kolonisten van Catan denken.  Je moet namelijk grondstoffen verzamelen in grondstofgebieden waarmee je hutten gaat bouwen. Het spel duurt net wat langer dan een uur, is met twee spelers speelbaar en voldoet dus helemaal aan mijn wensenlijstje.

Zoals gezegd ben ik heel gevoelig voor de uitvoering van een spel en ik begon dan ook meteen te kwijlen toen ik het spelmateriaal van Cat Town zag. In dit spel zitten de meest schattige kat-speelfiguren aller tijden. Ik ben dol op katten. Ik zou dit spel daarom graag willen proberen, het ziet er zo goed uit dat het bijna alleen maar tegen kan vallen.

Het volgende spel op mijn radar is Mystic Vale. Ook dit spel trok mijn aandacht door het thema en de vormgeving. Het is echt zo’n lekkere sprookjesachtige fantasy doos. Het lijkt een deckbuilder achtig spel te zijn. Het risico met dit soort spellen is alleen dat er te veel verschillende kaarten zijn waardoor je eindeloos blijft lezen en de vaart uit een spel verdwijnt. Ik zou het spel daarom wel eens goed willen bekijken en nog liever ook spelen.

Vorig jaar had het Österreichische Spiele Museum een hit met het kleine kaartspelletje OMG (later omgedoopt naar Oh My Goods). Het was in no time uitverkocht en dat verhoogde alleen maar de aantrekkingskracht. Dit jaar brengen ze weer een klein kaartspelletje uit voor een klein prijsje, namelijk Potions Brew. Er is nog weinig over dit spel bekend, maar het thema en de looks spreken me in ieder geval zeer aan, dus wie weet dat ik daar wel een blind gokje op ga wagen. Gelet op de hype van vorig jaar verwacht ik dat de voorraad weer snel op zal zijn.

Ik ben  niet vies van wat science fiction op zijn tijd op mijn beeldbuis. Spellen met een science fiction thema trekken dan ook mijn aandacht. De doos van Not Alone vind ik schitterend. De manier waarop de titel op de doos staat doet me aan Star Wars denken, de geheimzinnige nevel aan Star Trek en de boosaardige ogen aan X-files. De omschrijving van het spel schrikt me dan weer een beetje af. Het is namelijk een asymetrisch spel waar één speler het monster speelt waaraan de anderen proberen te ontsnappen. Ik ben niet zo’n fan van asymetrische spellen, maar mijn interesse is gewekt omdat dit spel verder wel aan al mijn eisen voldoet (2 persoons, niet te lang, prachtig uitgevoerd). Ik houd het dus nog maar even in de gaten.

Een spel dat ik blind durf te kopen is Cottage Garden. Dit is een nieuw spel van Uwe Rosenberg waarin hij verder borduurt op de principes uit het populaire Patchwork. Dit keer ga je je alleen niet bezig houden met het maken van suffe kleedjes, maar met het creëren van een mooie tuin vol vrolijke bloemen. Er zitten ook nog fiches in met schattige slapende katten (bonuspunten voor de uitvoering dus). Wat ik er ook nog leuk aan vind is dat het spel wordt uitgegeven door de Spielwiese. Dat is een sympathiek spellencafé in Berlijn waar ik een paar jaar geleden een keer geweest ben en een leuke avond heb doorgebracht.

Het volgende spel dat mijn aandacht trok is Fields of Green. Het combineert het draften uit Among the Stars met een Agricola thema. Het spel duurt maar een half uurtje en kan met zijn tweeën gespeeld worden. Ik vind de kaarten uit het spel zelf er alleen niet zo heel erg mooi uitzien, maar daar kan ik wel over heen stappen als het spel leuk genoeg is.

Fields of Green is niet het enige landbouw spel waar ik door aangetrokken wordt, ook het tweepersoons Boonanza (Bohnanza Das Duel) vind ik best interessant, zeker omdat het maar een tientje kost en voor zo’n prijs kan je je er geen buil aan vallen. Ruilen is vaak in een tweepersoonsspel niet zo’n gelukkig mechanisme doordat je door een goede ruil er beide op voor uit gaat en het daardoor lastig is om een deal te maken waar je echt veel voordeel bij hebt en die je tegenstander je gunt (je wilt per slot van rekening winnen). Ik ben wel benieuwd hoe dit spel dat dilemma oplost.

Inmiddels zijn er al flink wat uitbreidingen en spin-offs verschenen van Pandemic en dit jaar komen daar weer een paar bij. Pandemic Reign of Cthulu heb ik inmiddels al aangeschaft en staat om die reden niet op dit lijstje. Pandemic Iberia is echter nog niet te koop en die ga ik dus op Spiel zeker kopen. Dit spel wordt in een limited edition aangeboden (en dat maakt me natuurlijk alleen nog maar hebberiger). Je moet dit keer vier enge ziektes op het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) gaan genezen en ondertussen moet je ook nog sporen voor de trein aanleggen. Ik ben benieuwd!

Wat me dit jaar opviel was dat er tussen de vele nieuwe spellen er drie een religieus thema hebben. Het is dit bijna 500 jaar nadat Martin Luther de Reformatie startte en dat heeft verschillende auteurs geïnspireerd. Ik verbaas me daarover want het is niet echt een aansprekend thema. Tussen deze spellen zit ook een heus tweepersoonsspel, namelijk Sola Fide. Ik vind dit thema zo bizar dat ik heel benieuwd ben hoe dat uitpakt in een spel. Dus misschien dat ik daarom dit spel wel mee naar huis neem.

Een ander spel dat mijn aandacht trok door het bizarre thema is Who soiled the toilet? Dit is een weerwolven-achtig spel waarbij je een geheime rol krijgt (een viespeuk die zijn sporen op het toilet achterlaat of een fris type dat pas vertrekt nadat alle sporen zijn uitgewist). Je moet met poep-fiches gaan gooien en de viespeuken winnen als het een bende is en de frisse typjes juist als het allemaal prober is. Wat een bizar thema. Het is van een Japanse uitgever dus waarschijnlijk is het spel al uitverkocht voor de beurs een kwartier oud is, dus ik hoef er niet serieus over na te denken of ik dit spel wil.

Friedemann Friese is dit jaar lekker bezig geweest. Er komen op Spiel drie nieuwe spellen van zijn hand uit en ik vind ze alle drie interessant. De eerste is Fabled Fruit, een spel waarin je fruit moet gaan verzamelen. Het bijzondere aan dit spel is dat het spel schijnt te veranderen als je het vaker doet. Dit doet me denken aan Pandemic Legacy. Maar het Fabled spelsysteem verschilt van het Legacy systeem doordat je het spelmateriaal niet verandert en het dus geen eenrichtingverkeer is. Fascinerend. Daarnaast komt nog een kort kaartspelletje uit (Fuji Flush) en een kaartspel van Hoogspanning. Vaak heeft 2F wel combi-aanbiedingen, dus de kans ik groot dat deze drie spellen mee naar huis gaan.

What’s up trok mijn aandacht met de claim dat het een klein spelletje is (formaat) dat je in een minuut kan uitleggen met een grote herspeelbaarheid. Dat zijn forse claims. Het doosje ziet er leuk uit, het spel kan met zijn tweeën gespeeld worden en duurt maar een kwartiertje. Klinkt bijna te mooi om waar te zijn, dus ik zou het graag eens willen proberen.

Ik heb een zwak voor schattig en het spel Hop! doet het op dat gebied helemaal goed. Ik krijg er spontaan zin van om My Little Pony’s te gaan kammen (en dat wil wat zeggen want ik heb nooit My Little Pony’s gehad als kind). In het spel moet je proberen omhoog te gaan in de wolken of zo iets, ik vind het een beetje vaag. Er is eigenlijk nog niets bekend over dit spel en als je zo mooi bent als dit spel dan zou dat best eens een goede strategie kunnen zijn. Ik zou dit spel graag spelen op Spiel.

Ten slotte zijn er nog een aantal uitbreidingen waar ik zeer geïnteresseerd in ben. De uitbreiding voor het Pandemic Dobbelspel (Pandemic the Cure Experimental Meds) gaat zeker mee naar huis omdat ik zo dol ben op het dobbelspel en dus ook benieuwd ben naar wat de uitbreiding daar nog aan toe gaat voegen (onder andere een extra ziekte en nieuwe rollen). Over de uitbreiding van 7 Wonders duel twijfel ik nog een beetje. Ik vond 7 wonders duel best leuk, maar ik was er niet kapot van. Aan de andere kant voegt deze uitbreiding Egyptische Goden toe en dat doet het hier thuis dan altijd wel weer goed. Twijfelgeval dus. Er komt ook weer een nieuwe uitbreiding voor Dixit uit en deze keer hebben de kaarten een Art Deco uitstraling, daar ben ik wel benieuwd naar. Voor Steam Park komen meerdere uitbreidingen uit (Robots en Play Dirty). Ik vind Steam Park een van de mooiste spellen die ik heb, maar heel leuk is het ook weer niet. Twijfelgevalletje dus. Wat geen twijfelgeval is, is de uitbreiding voor Potion Explotion (the Fifth Ingredient), die gaat mee. Ik vind Potion Explotion een van de verrassingen van dit jaar en ik kan me voorstellen dat een uitbreiding meer variatie aan het spel toevoegt.

De meest verbazingwekkende uitbreiding is voor mij die voor Tichu (Tichu Booster). Dit spel is perfect zoals het is en ik kan me niet voorstellen wat je daar aan toe zou willen voegen. Maar toch komt er een uitbreiding uit ter gelegenheid van het 25 jarig jubileum van dit spel. Dat het spel 25 jaar zonder uitbreidingen heeft gekund, is misschien wel de belangrijkste indicator om deze uitbreiding links te laten liggen. Maar Tichu is ook weer een van mijn favoriete spellen en dat maakt dat ik toch nieuwsgierig wordt. In het spel worden een soort actiekaarten toegevoegd die in het spel komen als iemand Tichu roept. Degene die Tichu roept heeft eerste keus en kan dus de lekkerste kaart kiezen. De uitbreiding lijkt maar een paar euro te gaan kosten dus dat maakt het makkelijker om aan mijn nieuwsgierigheid toe te geven.

vrijdag 9 september 2016

Recensie: Regenwormen uitbreiding

Regenwormen is inmiddels al weer meer dan 10 jaar oud, maar onverminderd succesvol. En dat zegt veel over dit spel want in de huidige spellenmarkt is het al knap als spellen een jaar in de schappen blijven staan zonder verdrongen te worden door de nieuwkomers. Dit jaar is een uitbreiding uitgebracht om het speelplezier van Regenwormen naar nog grotere hoogte te stuwen.

De uitbreiding voegt wat elementen aan het spel toe, maar verandert het spel niet wezenlijk. Of te wel: er liggen nog steeds tegels met oplopende getallen op de tafel en de spelers zijn omstebeurt aan zet om deze te veroveren door het getal te gooien. Dit doe je door de dobbelstenen te gooien en daar alle dobbelstenen met eenzelfde getal van apart te leggen. Vervolgens gooi je (als je dat wilt) nog een keer met de dobbelstenen en moet je alle dobbelstenen met een ander getal wegleggen. Dit doe je net zo lang tot het risico je te groot wordt (push your luck!). Je moet er alleen voor zorgen dat je bij het wegleggen in ieder geval één keer er voor gekozen hebt om dobbelstenen met een worm (waarde 5) weg te leggen. Je mag vervolgens de tegel met het gegooide getal pakken (of als die er niet meer is de eerstvolgende tegel met een lagere waarde). Als je te lang door gaat (je blijft dobbelen en je gooit alleen getallen die je al hebt weggelegd) dan ben je af en krijgt je niets, maar moet je juist een tegel inleveren. Ook kan je een tegel van een ander afpakken als je exact het juiste getal hebt gegooid.  Wie de meeste punten heeft wint.


De uitbreiding voegt 3 elementen toe. De uitbreiding voegt allereerst twee tegels toe (met waarde 11 en 13). Deze tegels mag je alleen pakken als je exact die getallen hebt gegooid. Het voordeel van deze tegels is dat ze niet door andere spelers afgepakt kunnen worden (al kan je ze wel kwijtraken door een mislukte worp). De tweede toevoeging zijn ronde punten-fiches die je krijgt als je in je beurt minimaal 2 dobbelstenen met een 1 weglegt. Normaal doe je dit niet zo snel, maar door het extra punten-fiche dat je dan krijgt wordt het toch aantrekkelijk.


De derde, en meest rigoureuze toevoeging is dat er vijf houten
figuurtjes bijkomen. Deze figuurtjes worden aan het begin van het spel op bepaalde tegels gezet en als je de tegel wint dan krijg je het figuurtje er bij. Elk figuurtje geeft een leuk voordeeltje. Zo kan je een gele dobbelsteen krijgen met 3 zijden met een worm en 3 zijden met een 1. Deze dobbelsteen mag je vervolgens in je eigen beurt meegooien. Een ander figuurtje is de kloek die de tegels die je al gewonnen hebt bewaakt. Als je een tegel zou moeten inleveren, dan lever je in plaats daarvan de kloek in. De wezel geeft je het recht om één keer per beurt een worp over te doen. De raaf geeft je éénmalig een rond puntenfiche en vliegt vervolgens naar een lege tegel.  Het laatste figuurtje is de ingeblikte worm. Ik vind deze naam een beetje raar, maar het figuurtje is wel heel fijn om te hebben. Hij geldt namelijk als een gegooide worm zolang je geen wormen hebt gegooid en beschermd je dus voor mislukte worpen als gevolg van het niet gooien van wormen. De figuurtjes kan je overigens ook weer kwijtraken, namelijk als je een mislukte worp hebt. Bovendien mag je maar één figuurtje hebben dus als je een tweede krijgt moet je kiezen welk van de twee je het liefste wil hebben.



...en de waardering



Ik heb mixed feelings over deze uitbreiding. Met twee spelers vind ik vooral de toevoeging van de puntenfiches die je krijgt als je tenminste twee 1-en weg legt leuk, maar de rest van de uitbreiding vind ik dan alles bij elkaar ene beetje veel van het goede. Maar als je met meer dan twee spelers bent dan komen alle extra figuurtjes en tegels op zich wel tot hun recht. Regenwormen kan alleen ook heel goed zonder deze toevoeging omdat het spel misschien juist wel zo leuk is doordat het simpel gehouden is. De uitbreiding maakt het spel dus niet leuker, maar eerder anders. Het is iets pompeuzer allemaal. Ik vind het best leuk voor een keer, maar zonder de uitbreiding heb ik eigenlijk net zo veel speelplezier. 









Auteur: Reiner Knizia
Uitgever: 999 games, 2016
Aantal spelers: 2-7
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 15 euro

woensdag 7 september 2016

Coöperatief valsspelen

Ik speel regelmatig met veel plezier coöperatieve spellen en de laatste tijd begon me een patroon op te vallen. Ik heb de indruk dat in coöperatieve spellen veel vaker wordt vals gespeeld dan in competitieve spellen.  En dat vind ik een interessante gedachte.

Met vals spelen bedoel ik in dit blog dat je niet volgens de officiële regels speelt. Dit kan zijn omdat je de regels verkeerd begrepen of onthouden hebt, maar ook omdat je expres iets doet wat eigenlijk niet mag.

Natuurlijk wordt er in competitieve spellen ook vals gespeeld, al is het maar omdat iedereen wel eens een foutje maakt. Niek zou hierover tegen mij zeggen: maar het is wel opvallend dat de foutjes altijd in je eigen voordeel zijn. En ik ben bang dat dat klopt. Ik doe het niet expres, maar ik ben schijnbaar toch echt creatiever met de regels als het positief voor mij uitpakt dan als dat voor de ander zo is. Maar toch vind ik deze vorm van vals spelen minder erg dan bewust vals spelen. Ik ken mensen die er lol in hebben om er mee weg te komen dat ze hebben vals gespeeld en daar later smakelijk over kunnen vertellen. Ik vind dat echt niet grappig en ik heb de indruk dat dit type valsspeler niet of weinig voorkomt onder hardcore gamers. Dat is ook best wel logisch want de kans dat mensen het nog leuk vinden om een spelletje met je te doen, neemt volgens mij sterk af als mensen weten dat je een expres probeert vals te spelen.

Met coöperatieve spellen wordt er natuurlijk allereerst ook per ongeluk vals gespeeld, bijvoorbeeld omdat iemand een regel verkeerd begrepen heeft. Maar ik heb de indruk dat in coöperatieve spellen vaker expres wordt vals gespeeld. Ik denk dat dit komt doordat je samen in hetzelfde team zit en je er dus allemaal belang bij hebt om af ten toe een oogje dicht te knijpen. Bij een competitief spel hebben de andere spelers er belang bij om jou op het rechte pad te houden (jouw voordeel is hun nadeel) en dit ligt toch echt anders in coöperatieve spellen.

Ik zal een voorbeeld geven. In het spel Burgle Bros moeten de spelers samen een kraak zetten. Aan het begin van het spel liggen alle locatiekaarten dicht. Je kan kiezen of je eerst even “peeked” gluurt) wat voor kaart ergens ligt (kost één actie) om vervolgens als de locatie je bevalt er naar toe te gaan (kost nog een actie) óf je kan gewoon op goed geluk een locatie meteen betreden en hopen dat er geen alarm of andere narigheid is (kost één actie). Op het moment dat je “peeked” en je ziet dat het veilig is, is het heel verleidelijk om te zeggen dat je eigenlijk de intentie had om meteen naar de locatie toe te gaan. In een competitief spel zullen de andere spelers dan onmiddellijk protesteren, maar in een coöperatief spel hebben de andere spelers een prikkel om met je leugentje voor jullie eigen bestwil mee te gaan.

Een ander voorbeeld is bijvoorbeeld Pandemic the Cure (het pandemie dobbelspel). Her is de verleiding groot om bij een extreem ongunstige worp met elkaar te beslissen dat de worp niet geldt met als motivatie dat het niet eerlijk is dat je zo veel pech met de dobbelstenen hebt en het “dus” ok is om even vals te spelen om de kansen weer "eerlijk" te krijgen. In een competitief spel zouden de andere spelers waarschijnlijk best willen toegeven dat je heel veel pech hebt, maar zou het niet in ze opkomen om je daarom opnieuw te laten gooien. Jouw pech is per slot van rekening hun geluk en dat geef je niet uit handen.


In een cursus over gedragswetenschappen heb ik geleerd dat mensen grosso modo wel redelijk eerlijk zijn (zich aan de regels houden), maar dat tegelijkertijd de meeste mensen er geen moeite mee hebben om een beetje te liegen als hen dat voordeel oplevert en ze mee weg komen. Ik denk dat dat precies is wat gebeurt in coöperatieve spellen. Mensen spelen niet extreem vals (alle kaarten van Burgle Bros open leggen), maar zijn best bereid om een beetje creatief met de regels om te gaan (je liep meteen in plaats dat je "peekde". In een competitief spel kom je daar niet mee weg (andere spelers zullen je op je misstappen aanspreken), maar in coöperatieve spellen kom je er wel mee weg omdat iedereen dezelfde prikkel heeft om even een oogje toe te knijpen en speel je dus eerder vals. 

donderdag 1 september 2016

Maandoverzicht: augustus 2016 (Dagmar)


In augustus kwam er 32 keer een spel op tafel. Scrabble was mijn meest gespeelde spel en wie dit blog vaker leest weet dan genoeg: Niek en ik hadden vakantie en scrabbelen dan heel wat af op terrasjes in de zon. Het was heerlijk weer en dus zijn we lekker thuis gebleven en deden we vanuit ons huis leuke dingen (zoals scrabbelen aan het strand).  Mijn op één na meest gespeelde spel was Dominion. Naar aanleiding van de aanschaf van de nieuwe uitbreiding (Empires, zie hier mijn eerste indruk) kwam die weer een paar keer op tafel.

Maar het was niet de hele maand vakantie, ik heb de eerste weken van augustus gewoon moeten werken. Gelukkig heb ik een paar spellustige collega’s waar ik af en toe na kantoor mee afspreek om een spelletje te doen. Ik heb twee avonden met hen gespeeld. Op de eerste avond speelden we T.I.M.E Stories uit. Zoals jullie in mijn recensie kunnen lezen was dat een beetje teleurstellende ontknoping.

Op de tweede avond hebben we Burgle Bros op tafel gezet. Dit spel had eigenlijk “Oceans Eleven, the boardgame” moeten heten. Het is namelijk een coöperatief spel waar de spelers samen ergens twee kluizen proberen te kraken om hun inhoud te jatten. Het bord bestaat uit twee rasters met vierkante kaartjes die de ruimtes in het gebouw waar je de kraak zet voorstellen. De kaartjes liggen dicht en pas als je naar een nieuwe ruimte gaat wordt een kaartje opengedraaid. Soms trigger je daarbij een alarm waardoor de bewaker naar je toe komt. Gelukkig zit er ook een hacker in het team en lukt het soms om alarmen uit te schakelen. En soms is het juist slim om ergens expres het alarm af te laten gaan zodat je de bewaker weg lokt uit een ruimte waar je langs wilt lopen. Ergens in de ruimte zit een kluis en als je die gevonden hebt dan moet je nog de code kraken (op elke kaart staat een nummer en vervolgens moet je de nummers van de kaarten die in de horizontale of verticale lijn naast de kluis gooien met dobbelstenen). Burgle Bros beviel ons heel goed. Het was een leuk coöperatief puzzelspel waarbij je slim samen moet werken om de buit binnen te halen. Het is niet makkelijk om te winnen, maar ook weer niet zo moeilijk dat het nagenoeg onmogelijk is. We hebben het eerste scenario (inbreken in een kantoor) twee keer gespeeld, de eerste keer verloren we en de tweede keer wisten we nipt te winnen. Er zijn nog twee andere scenario’s (een bank en Fort Knox) en die gaan we binnenkort ook proberen.

Naast Dominion Empires en Burgle Bros, speelde ik verder maar één nieuw spel deze maand, namelijk Roar! Vang het monster. Dit spel trok mijn aandacht omdat je een smart-device nodig hebt om het te kunnen spelen. Het spel doet denken aan Scottland Yard, waarbij mister X vervangen is door een monster. Het monster loopt door een stad en een drietal wetenschappers proberen het monster te vangen.  Je kan dit spel prima met zijn tweeën spelen waarbij de ene speler het monster speelt en de ander de wetenschappers. Als je met meer spelers bent dan is nog steeds één speler het monster en de andere spelers zijn dan samen de wetenschappers (verdelen de poppetjes of beslissen alles samen). Het bijzondere is dat de wetenschappers over het bord heenlopen, maar dat het monster alleen in virtual reality bestaat. Het monster moet namelijk telkens het bord met zijn smart-device (ik gebruikte mijn iphone) scannen met de bijbehorende app zodat de app weet waar de wetenschappers staan. Het monster wordt vervolgens ook op het bord getoond (maar dus alleen op de telefoon dus de wetenschappers zien hem niet) en de speler die het monster speelt die geeft aan waar het monster naar toe moet lopen. Op het bord staan verschillende soorten locaties (de dierentuin, politie-auto’s, bomen, kermis, etc.). Nadat het monster heeft gelopen laat de app de geluiden horen van de locatie waar het monster staat (altijd vier geluiden). De wetenschappers moeten dus goed luisteren (dit is niet heel moeilijk) en op het bord de bijbehorende locatie vinden en vervolgens proberen daar het monster te vangen.

Ik was wel even aan het klooien voor ik de bediening van de app door had, maar daarna speelt het spel best redelijk door. Ik vind het een grappig concept, maar het spel zelf was te makkelijk doordat je door middel van de vier geluiden precies kan achterhalen waar het monster is en het dan alleen nog zaak is om met de drie wetenschappers het beest in te sluiten. Het is dus vooral een kinderspel in combinatie met een gimmick. In de app zit trouwens ook een functie dat je het monster op de foto kan zetten in je eigen omgeving. Ik vind dit erg grappig.

In het kader van golden oldies kwam Agricola het bordspel weer eens op tafel. Sinds ik het tweepersoons Agricola spel heb, komt het bordspel eigenlijk niet meer op tafel. Het tweepersoonsspel is zeker net zo leuk en een stuk sneller klaar te zetten en trek ik daarom sneller uit de kast. Maar deze maand viel de keus dus weer eens op het bordspel. Ik speel altijd de familie-versie (zonder de kleine investeringen en beroepen). Ik heb me weer prima vermaakt met het grote Agricola. Niek was er iets minder over te spreken omdat hij vindt dat startspeler een te groot voordeel heeft doordat hij het hout kan pakken (en dat ook altijd zal doen). De eerste keer trok ik het spel voor good old times sake uit de kast en de tweede keer kwam het op tafel nadat we geïnspireerd waren geraakt door een bezoekje aan boerderij Geertje in Zoeterwoude (boerderij met restaurant en winkeltje op het erf en waar je lekker mag rondkijken). Ik blijf het leuk vinden dat er op je speelbordje een miniatuurboerderij ontstaat.

Het laatste spel dat ik in dit blog even in de schijnwerper wil zetten is Loopin’Chewy. Tijdens onze vakantie hebben Niek en ik alle zeven Star Wars films gekeken, beginnend met de laatste die we nog niet gezien hebben en daarna in de volgorde waarin ze zijn uitgekomen ( of te wel: 7-4-5-6-1-2-3). Ik was hele delen van de films inmiddels vergeten (deel 4-6 heb ik ergens in de eerste helft van de jaren 90 op tv gezien en de deel 1-3 hebben we in de bioscoop gezien toen ze net uitwaren). Ik wist bijvoorbeeld echt niet meer dat Chewy een echte rol speelde en niet een fluffy extra was die alleen af en toe vanaf dez zijlijn even kenmerkend brult. Ik vond het echt leuk om de films te zien en vond vooral deel 2 en 3 heel sterk, maar ik blijf toch echt een Trekkie en vind Star Trek de leukere van deze twee Science Fiction klassiekers. Maar anyway, ik vond het niet meer dan gepast om Loopin’ Chewy weer eens uit de kast te halen. Ik moest nog eerst even de batterijen vervangen (één was gaan lekken, jakkes), maar daarna konden we los. Ik heb me weer kostelijk vermaakt. Meestal zijn merchandise spellen bagger,maar dit spel is echt de uitzondering op de regel. 

zondag 14 augustus 2016

Eerste indruk: Dominion Empires

De wereld is groot en jouw koninkrijk is gigantisch. Het is eigenlijk zelfs niet langer een koninkrijk, het is een keizerrijk. En dat maakt jou de keizer. Zo begint de introductie van de tiende uitbreiding voor Dominion. Ik ben vast niet de enige speler die deze uitbreiding zo snel als mogelijk in huis heeft gehaald (de Engelstalige editie, de Nederlandse versie laat nog even op zich wachten). Ik heb inmiddels 6 keer gespeeld met deze set (waarbij ik twee keer ook wat kaarten uit Prosperity gebruikte). Dit is natuurlijk veel te weinig om alle nieuwe mogelijkheden en combinaties helemaal te kunnen doorgronden, maar is vaak genoeg om een goede eerste indruk te hebben. En die is positief!

Donald X Vaccarino (de bedenker van Dominion) heeft aangegeven dat Empires losjes een opvolger is van de populaire uitbreiding Prosperity. In Prosperity draaide het allemaal om overdadige rijkdom met allemaal slimme manieren om snel veel geld te verzamelen (onder andere door de introductie van Platinum, een bankbiljet van waarde 5) en extra sterke, maar extreem dure kaarten. Verder introduceerde deze set de metalen tokens voor punten (en munten) en de bijbehorende kaarten waardoor je ook punten kon verzamelen buiten de kaarten om.

In de doos van Empires zitten dan ook weer flink wat metalen tokens, namelijk extra punten-tokens. Als je Prosperity al hebt, dan heb je deze eigenlijk niet nodig. Donald X is echter een fervent tegenstander van dat je andere uitbreidingen nodig hebt om nieuwe uitbreidingen te spelen en dus zitten de punten-tokens die je voor Empires nodig hebt gewoon in de doos. Maar dat zijn niet de enige metalen tokens in de doos, in de doos zitten ook Schuld-tokens.

Schuld is een nieuw concept dat in deze uitbreiding wordt geïntroduceerd. Er zijn een aantal kaarten waarvoor je niet hoeft te betalen als je ze koopt (al moet je wel een buy hebben natuurlijk), maar waarvoor je een schuld aangaat (het getal in het rode zeshoekje). Je pakt dan net zo veel schuld-tokens als de kaart duur is en die schuld moet je in latere beurten gaan afbetalen. Het goede nieuws is dat je geen rente hoeft te betalen, maar het slechte nieuws is dat je je schulden eerst helemaal af moet betalen voor je je geld weer mag besteden aan andere aankopen. Er zijn overigens ook kaarten waar je zowel voor moet betalen als een schuld voor aan moet gaan.

De meest bijzondere schuld-kaart die in het spel zit is Capital. Dit is een kaart die je gewoon eerst moet kopen, maar daarna als je hem speelt je een lening van 6 geeft. Dit geeft je enorme mogelijkheden om dure kaarten te kopen, maar je moet daarna de schuld wel weer aflossen waardoor je in je volgende beurt meestal niet zo veel kan.

Een andere noviteit in Empires is dat sommige stappels koninkrijkkaarten bestaan uit twee soorten kaarten (de zogenaamde split-piles). Je moet eerst de bovenste kaarten kopen voor je bij de duurdere kaarten komt. Dit zal niet in elk potje gebeuren, maar soms ook wel. Bij het klaarleggen van de kaarten moet je de onderste kaarten een kwart slag gedraaid neerleggen zodat je goed kan zien dat een stapel gesplit is. Ik vind de Gladiator/Fortune split-pile bijvoorbeeld heel leuk. De Gladiator is al best een leuke kaart: +2 geld en laat je een kaart uit je hand zien en als je linker buurman die kaart niet ook kan laten zien dan krijg je én nog een geld en mag je een gladiator uit de voorraad vernietigen. En als je dan alle gladiatoren hebt weggespeeld, kom je bij de fortune kaarten: + 1 aankoop en al je geld wordt (eenmalig) verdubbeld én bovendien krijg je nog een extra goud voor iedere gladiator die je in play hebt waardoor de speler die de meeste gladiatoren heeft verzameld en daarmee de weg heeft vrij gebaand naar het kapitaal daarvoor ook beloond wordt door de kans op extra goud.

In de set komen ook een aantal geliefde oude concepten weer terug, zoals de Duration-kaarten uit Seaside (Hijs de Zeilen) en dat je wat krijgt op het moment dat je de kaart krijgt. Een leuk voorbeeld van dit laatste mechanisme is de Villa. Dit is een lekkere kaart (+ 2 acties, + 1 aanschaf, + 1 geld), maar wat deze kaart bijzonder maakt is dat er iets extra’s gebeurt op het moment dat je de kaart verkrijgt. Je krijgt dan altijd een extra actie. Maar als je de kaart verkrijgt door hem te kopen, dan ga je bovendien “terug in de tijd” en ben je terug in je actiefase. Als je dus heel veel acties hebt die je graag wilt spelen en je ook nog flink wat geld hebt, dan kan je door villa’s te kopen zorgen dat je extra acties kan spelen. En inderdaad na je actie-fase komt weer een koop-fase en dan kan je gewoon weer een villa kopen (als je budget het toelaat) waardoor je weer een extra actie krijgt en terug naar de actiefase gaat, etc.

De set zit vol met leuke, interessante en vooral lekkere kaarten. Een zo’n super fijne kaart is de Crown. Dit is eigenlijk een verbeterde versie van de troonzaal. Hij kan namelijk (net als een troonzaal) een actiekaart verdubbelen, maar in plaats daarvan kan je hem ook gebruiken om een geldkaart (zoals een goudje of wellicht zelfs een platinum) te verdubbelen. Hmmm, hoe heerlijk moet het zijn als je een crown speelt, nogmaals een crown en dan een goud. Dan telt je goud gewoon vier keer!

Een andere stapel kaarten die ik heel gaaf vindt, zijn de castle’s. Het leuke van deze stapel is dat de kaarten allemaal verschillend zijn. Iedere volgende kaart is iets duurder, maar dan worden de kastelen ook steeds duurder en leveren ze meer op. Er zit ook nog enige interactie in de stapel, zo levert het meest simpele kasteel (kost niets, maar dan heb je ook niets, namelijk +1 geld tijdens het spel) bij de eindtelling 1 punt per kasteel dat je verzameld hebt op (en dan kan het toch wel weer lekker aantikken als je meerdere kastelen hebt gekoch)t. Of neem het kleine kasteel, die is van zichzelf 2 punten waard bij de eindtelling, maar je kan hem ook als actie vernietigen en in plaats daarvan een nieuw kasteel pakken. Als je dat dus een beetje goed timed kan je op die manier één van de duurste en beste kastelen veroveren.

In de vorige uitbreiding werden Event-kaarten geïntroduceerd. Dit zijn kaarten die je elke beurt met een aankoop kan kopen en die je het recht geven om ze direct uit te voeren (maar je krijgt dus geen kaart die je in je trekstapel terecht komt). In Empires zit een hele nieuwe stapel met Event-kaarten (13 in totaal). En daar zitten pareltjes tussen. Zo kan je met een triumph een lening nemen van 5 om een estate (landgoed) te pakken en als je dat doet dan krijg je 1 punt (in de vorm van tokens) per kaart die je die ronde hebt verkregen (als je dus flink wat buys hebt dan kan het interessant worden om goedkope kaarten te kopen zodat je met de triumph er flink wat puntjes mee kan scoren). Een ander voorbeeld is de Event-kaart Dominate. Die is rete-duur, namelijk 14 geld maar daarmee kan je in één klap een provincie kopen én krijg je er nog 9 punten bij. Dat is dus 15 punten in één klap!

En alsof dat allemaal al nog niet genoeg speelpret oplevert, introduceert Donald X ook nog even een nieuw type kaart, namelijk de Landmark-kaart (21 verschillende). Deze kaarten lijken op de Event kaarten, in de zin dat het een losse kaart is die je neerlegt. Je kan deze kaart echter niet kopen maar ze leveren een extra mogelijkheid op om punten te scoren tijdens of bij de eindtelling. Zo moet je 2 punten inleveren voor elke goud en zilver kaart die je hebt voor de Bandit Fort bij de eindtelling. Of je krijgt 2 punten (met tokens) tijdens het spel als je in een ronde geen kaart hebt verkregen (Bath). Of je krijgt 15 (!) punten als je aan het eind van je spel 10 kopers in je stapel hebt zitten (Fountain). Of je krijgt 1 punt (met tokens) voor iedere kaart die je vernietigt (Tomb).

Ik vind de landmark-kaarten een hele leuke toevoeging doordat ze je een nieuwe manier geven om te scoren en daardoor je dwingen om gebaande paden te verlaten. Normaal wil je van je kopers af, maar in een spel met de Fountain kan het interessant zijn om op het laatst nog even wat kopers in te slaan om zo te zorgen dat je die 15 punten binnen sleept.

Zoals jullie al merken ben ik heel erg te spreken over deze set. Er zitten heel veel leuke nieuwe kaarten in, het schuld-concept zet je voor interessante dillema’s en de landmark en event kaarten geven mooie extra mogelijkheden. Elke Dominion-fan kan deze uitbreiding dan met een gerust hart in huis halen.

Zijn er dan geen minpuntjes te benoemen? Die zijn er zeker, maar dat staat eigenlijk los van deze set. Dominion is nu zo groot geworden, er zijn zo veel verschillende kaarten en mogelijkheden dat het meer tijd kost om het spel klaar te zetten en weer op te ruimen. Bovendien betekent meer kaarten ook meer kaarten die elkaar beïnvloeden en dus meer kans dat er onduidelijkheden ontstaan die je op moet zoeken in de verschillende regelboeken of op internet. Ik vind deze set minder complex (kaarten waarvan je de tekst meerdere keren moet lezen voor je begrijpt wat ze doen) dan een paar van de andere late sets, maar de set is complexer dan de vroege sets. Dat is ook logisch, dat wat makkelijk was en voor de hand lag, heeft Donald X al lang bedacht en gebruikt. Een laatste nadeel is dat als je alle kaarten uit alle sets door elkaar gebruikt, de verschillende mechanismen maar heel weinig voorkomen. Misschien heb je dan bijvoorbeeld af en toe eens één schuldkaart en als je dat net leuk vindt is het jammer dat hij er niet vaker in zit. Ik denk daarom dat het leuker is om met een beperkt aantal sets te spelen, maar dat is een kwestie van smaak.


Het zou me niets verbazen als er ooit nog een elfde uitbreiding (en twaalfde, dertiende, etc.) komt. Iedere keer denk je dat alles wat gedaan kan worden in Dominion, nu wel gebeurd is en dan toch bedenkt Donald X. weer een nieuw concept waardoor het spel weer een nieuwe wending krijgt. Maar stiekem hoop ik dat het hier bij blijft. De doos waar ik Dominion en alle uitbreidingen in bewaar is nu namelijk echt helemaal vol. Door nog een beetje met de kaarten te schuiven is het me gelukt om Empires er nog in te krijgen, maar meer gaat echt niet lukken. 

woensdag 10 augustus 2016

Recensie: T.I.M.E Stories


T.I.M.E Stories is een spel dat zowel bejubeld als verguisd wordt. Het wordt aan de ene kant bejubeld om zijn innovatieve spelsysteem en de spanning van samen een scenario ontdekken. En aan de andere kant wordt het spel verguisd omdat het erg duur is voor een spel met beperkte herspeelbaarheid en knappen sommige mensen af op het spel zelf. Een tussenweg lijkt er niet te zijn. De vraag is dus: top of flop!

In T.I.M.E Stories beleef je samen met drie andere spelers een avontuur. Officieel kan je het spel ook met 2 of 3 mensen spelen (door met meerdere karakters per speler te spelen), maar eigenlijk is dit spel gemaakt voor exact 4 spelers en komt het minder spelers minder goed uit de verf. De vier spelers werken voor de T.I.M.E agency (en nee, het is geen typefout dat er achter de E geen puntje staat) in een tijd waarin tijdreizen mogelijk is geworden. Iedereen die Back to the Future heeft gezien weet dat tijdreizen een gevaarlijke bezigheid is, voor je het weet verander je iets kleins in het verleden waardoor de toekomst compleet wijzigt. De T.I.M.E Agency is de organisatie die de tijdlijnen bewaakt én indien nodig herstelt. En dat is dus precies wat je in T.I.M.E Stories gaat doen.

Aan het begin van het spel kiezen de spelers een karakter waarmee ze terug gaan naar een moment in tijd waarop er iets mis is gegaan. Wat dat iets precies is geweest, weet je niet maar moet je gaan uitzoeken. In de doos van T.I.M.E Stories zit één scenario (Asylum) en daarnaast kan je nieuwe losse scenario’s kopen. Het doel van dit spel is het ontdekken van het verhaal en het oplossen van een probleem, dus ik kan in deze recensie niet te veel vertellen over dit scenario (ik wil niemands spelplezier verpesten, de plaatjes die je ziet bij deze recensie zijn dan ook de kaarten die je meteen aan het begin van je eerste potje altijd zult zien en die ook in de spelregels worden gebruikt).

In grote lijnen werkt het spel als volgt. Je wordt door de T.I.M.E agency naar een startlocatie gestuurd. In Asylum is dat een zaal in een psychiatrisch ziekenhuis in 1921. Ieder locatie bestaat uit een set kaarten die je naast elkaar neerlegt en die samen een panorama vormen. Vervolgens beslissen de spelers naar welke kaart van het panorama ze toe gaan. Iedere speler mag de achterkant van de kaart bekijken die hij gekozen heeft. Soms krijg je een gedetailleerdere afbeelding te zien van de plek waar je bent, vindt je hier een voorwerp (er staat dan: pak item nummer zoveel uit de stapel) of krijg je te lezen wat de persoon die je ziet tegen je zegt (al kan het ook dat iemand je aanvalt en je moet vechten).  De hints die je krijgt helpen je om te ontdekken wat er aan de hand is. Er zijn verschillende locaties die je kan bezoeken om meer informatie te krijgen. Maar wees gewaarschuwd: niet alle informatie is even nuttig. Soms wordt je op een dwaalspoor gezet.

Het bezoeken en bestuderen van de locaties kost tijd en helaas is de hoeveelheid tijd per tijdreis beperkt. Nadat je het maximale aantal tijdseenheden hebt uitgegeven wordt je terug getrokken naar je eigen tijdsperiode. Als het je niet gelukt is om het probleem te achterhalen én op  te lossen, dan kan je het op een later moment nog eens proberen. Je moet dan wel weer helemaal opnieuw beginnen, al weet je natuurlijk wel al wat meer (praat niet met die en die persoon want die wil alleen maar vechten, maar ga wel naar die en die kamer toe om de sleutel op te halen waarmee je de kast kan openen waarin, enz.).

...en de waardering

Ik vind het idee van T.I.M.E Stories heel interessant en mijn eerste potje vond ik ook echt leuk. Maar bij de tweede poging vond ik het spel al minder leuk worden en mijn enthousiasme zakte tijdens het derde potje nog verder weg. Gelukkig lukte het toen om het spel uit te spelen. Er zijn een aantal redenen waarom ik T.I.M.E Stories uiteindelijk niet leuk vond.

Allereerst was het verhaal dat we ontdekten nogal oppervlakkig en soms zelfs niet helemaal logisch, maar dat vond ik eigenlijk nog niet eens het ergste. Wat leuk aan dit spel is, is het ontdekken van nieuwe locaties, zeker omdat het spel er echt super mooi uitziet. Het is niet mogelijk om het spel in één keer uit te spelen dus er komt altijd een moment dat je weer terug moet en opnieuw moet beginnen. In iedere nieuwe poging, moet je echter weer een stukje over doen. Je kan dan wel de niet nuttige locaties over slaan en je focussen op dat waarvan je weet dat het nuttig is, maar daar zie en leer je niets nieuws. Het is een herhaling die voelt als het afwerken van een takenlijstje (zeker omdat je toch wel even bezig bent met telkens weer de kaarten van de locatie opzoeken in de stapel, daarna klaarleggen en na afloop weer opruimen). Het is bovendien belangrijk om te onthouden wat op de verschillende locaties te zien is en gebeurt (zeker als er wat tijd tussen verschillende pogingen zit). Ik maakte daarom aantekeningen over de locaties en dat voelde me eigenlijk te veel als werk en te weinig als plezier.

Tijdens het spel moesten we verder een paar keer een soort puzzel-achtig-iets oplossen om verder te komen (duidelijker kan ik niet zijn zonder spoilers te geven en dat wil ik niet). Ik houd echter helemaal niet van puzzel-achtige-dingen en de mensen waar ik mee speelde ook niet. Voor ons viel het spel op die momenten een beetje dood. Wij vonden de puzzel-achtige-ietsen ook nog best lastig, al lees ik op Boardgamegeek veel reacties dat mensen ze juist te makkelijk vonden, dus dat is iets persoonlijks.

Ik lees op internet veel reacties van mensen die zich wel kostelijk hebben vermaakt met dit spel, maar ik ben zeker niet de enige die het spel niet leuk vindt. Het is dus echt een kwestie van smaak. Dit spel is leuk als je er plezier in hebt om iets te optimaliseren en het niet erg vindt om een paar keer hetzelfde te doen, maar dan iedere keer beter. Verder moet je van puzzel-achtige opdrachten houden, anders is het niet je ding. En het is belangrijk dat je van verhalende spellen houdt want ieder scenario vertelt een soort verhaal. Je kan trouwens echt elk scenario maar één keer spelen, want als je de oplossing eenmaal weet dan is de lol er af (met het spel zelf is overigens niets mis, dus een andere groep kan het spel wél nog een keer gaan spelen). Ik had dit spel zo graag geweldig gevonden, maar helaas, het is niet mijn ding.







Auteur: Manuel Rozoy
Uitgever: Space Cowboys,
Aantal spelers: 4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 60-90 minuten
Prijs: circa 45 euro