zaterdag 22 april 2017

Recensie: Herbaceous

Groene vingers, ik heb ze niet. Ik kom niet verder dan af en toe een paar bollen in de grond stoppen en het grootste deel daarvan komt tot bloei dankzij meer geluk dan wijsheid. De rest van de tuin laat ik over aan onze fantastische tuinmannen die precies weten wat elke plant, struik en boom in onze tuin nodig heeft om te groeien en vooral bloeien. Gelukkig heb je geen groene vingers nodig om Herbaceous te spelen, ook al draait het spel om het kweken van plantjes.

In Herbaceous hebben alle spelers vier plantenbakken tot hun beschikking waar ze mooie plantjes in mogen gaan zetten. Je mag alleen niet zo maar alles in elke plantenbak zetten. Zo heb je een bak waar alleen maar plantjes van dezelfde soort in gezet mogen worden, een bak waar juist allemaal verschillende planten in gezet moeten worden, een bak waar planten in setjes van twee in thuis horen en een mooie glazen pot waar precies drie willekeurige planten in mogen maar waarin speciale kruiden toch het best tot hun recht komen (lees: de meeste punten opleveren).

Deze plantjes moet je tijdens het spel verzamelen. Omstebeurt mogen de spelers twee keer een kaart trekken. Eerst bekijk je de eerste kaart en daarvan moet je beslissen of je die in je privé tuin wilt leggen of dat je die in de algemene voorraad legt. De tweede kaart leg je vervolgens op de plek die je niet gekozen heb. Op deze manier komen er gedurende het spel telkens meer kaarten in de privé tuintjes en de algemene tuin te liggen.

Aan het begin van je beurt (voor je kaarten bijtrekt) mag je kaarten uit de algemene voorraad en je privé voorraad halen om in een van je plantenbakken te stoppen. En dat zorgt voor lastige dilemma’s, durf je het aan om nog een rondje te wachten met pakken met het risico dat één van de andere spelers alles voor je neus weg snaait. Het kan heel winstgevend zijn om als eerste te gaan pakken. Hoe meer plantjes je namelijk in een bak hebt gezet, hoe meer punten de bak oplevert. Op iedere bak staat afgebeeld hoeveel punten je krijgt voor de verschillende aantallen plantjes die je er in kan stoppen.

In het spel zitten drie setjes van drie kaarten met daarop speciale kruiden (Munt, Thijm, en Bieslook). Deze plantjes mogen alleen in de glazen pot gepland worden. Daar leveren ze dan ook meteen extra veel punten op (namelijk net zo veel extra punten als het getal dat op de kaart staat). Als het je zelfs lukt om als eerste een compleet setje van deze drie verschillende kruiden in de pot te stoppen, dan krijg je zelfs nog een kaart (de Herb Biscuit) die 5 bonuspunten oplevert.

Zodra iedereen al zijn potten gevuld heeft, worden de punten geteld. Je kijkt per bak hoeveel kaarten er in zitten en hoeveel punten dit oplevert. Vervolgens krijg je nog 1 punt per kaart die ongebruikt in je privé tuin is blijven liggen. Wie de meeste punten heeft wint het spel.

…en de waardering

Herbaceous  is een lekker vlot, toegankelijk, licht en vooral oogstrelend mooi kaartspelletje waar alles draait om de timing. De belangrijkste keuzes die je namelijk maakt is op welk moment je de potten gaat vullen. Zoals gezegd wil je het liefst wachten maar is dat heel riskant omdat je dan het risico loopt dat een andere speler de gezamenlijke tuin voor je neus plundert. Verder moet je natuurlijk elke beurt kiezen welke kaart je in je privé tuin legt en welke in de algemene tuin. Mijn ervaring is dat mensen azen op de speciale kruiden en ze de eerste kaart dus alleen houden als het een speciaal kruid is. Deze keus is daardoor vaak niet heel lastig. Dat heeft als voordeel dat het spel vlot gespeeld wordt. Het spel is echt voorbij voor je het door hebt. Herbaceous is een aangenaam tussendoortje dat ook met twee spelers goed werkt. De solo-variant schijnt overigens ook best leuk te zijn, maar ik heb deze niet geprobeerd. Het spel is niet bijster origineel en heeft niet heel veel om het lijf, maar door de mooie uitvoering vind ik het toch de moeite waard om dit snelle spellensnackje op tafel te zetten.







Auteurs: Steve Finn, Eduardo Baraf, Beth Sobel
Uitgever: Pencil First Games, 2017  
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 15-30 minuten
Prijs: circa 25 euro

woensdag 19 april 2017

Recensie: Twenty One

Dobbelspellen zijn al bijna net zo oud als de wereld, maar de afgelopen paar jaar is er een hele nieuwe golf aan dobbelspellen op de markt gekomen waar de populaire kubusjes gecombineerd worden met getallenreeksen die afgestreept moeten worden, zoals Qwixx en Qwinto. De nieuwste telg in deze spellenfamilie heeft nou eens geen naam met een Q gekregen, maar heet Twenty One.

Ook in dit spel krijgen alle spelers een briefje voor hun neus met daarop rijtjes met getallen. Dit keer krijgen alle spelers echter wel een briefje dat verschilt van dat van hun medespelers. Op de briefjes staan 5 rijtjes met zes getallen (aangegeven met een gekleurde dobbelsteen).

De spelers gooien omstebeurt met zes gekleurde dobbelstenen. Als je worp je niet bevalt dan mag je alle dobbelstenen (behalve die waarmee een 1 gegooid is) overgooien. Je mag er daarbij niet voor kiezen sommige dobbelstenen te laten liggen, het is alles of niets.

Vervolgens moeten alle spelers ten minste één getal op hun briefje invullen, maar meer mag ook. Je mag het gegooide getal invullen als dit niet hoger is dan het getal dat op de dobbelsteen van dezelfde kleur in de bovenste rij van het briefje is. Stel dat je dus een rode 4 hebt gegooid en op het briefje staat een rode 2, dan mag je niets invullen. Maar als er op het briefje een rode 5 had gestaan dan had je de 4 mogen invullen. Als je geen enkel getal kan invullen dan moet je het meest linker getal op het briefje doorstrepen.

Het liefst wil je exact het afgebeelde getal gooien. Dit wordt een voltreffer genoemd Als dat lukt dan mag je namelijk een kruisje in het vakje naast de afgebeelde dobbelsteen zetten. Dit levert namelijk extra punten op. Zodra een rij namelijk vol is wordt hij gewaardeerd door de gegooide getallen op te tellen en daar de bonus voor het aantal voltreffers bij op te tellen (die staan in de grijze balk onderop het briefje afgebeeld). Deze bonus kan oplopen tot 21 punten als je zes keer een voltreffer hebt gegooid.

Zodra je een rij vol hebt, mag je aan de volgende rij beginnen. Zodra één speler al zijn rijen vol heeft, eindigt het spel direct. Je mag dan nog de rij waarderen waar me mee bezig bent. Daarna tel je alle punten op en wie de meeste punten heeft, wint het spel.

…en de waardering

In Twenty One moet je de keus maken tussen zo snel mogelijk je briefje vol maken (de punten pakken die je pakken kan) of wat rustiger aan doen en daardoor veel voltreffers en dus bonuspunten scoren. Beide heeft zo zijn voordelen en wat handig is hangt ook af van wat je medespelers doen. Als iemand voor snelheid gaat dan is het waarschijnlijk slim om ook een beetje de vaart er in te houden.

De geluksfactor is in dit spel wel stevig hoger dan in Qwixx en Qwinto doordat je het moet doen met de getallen die op het briefje staan. Als net de getallen gegooid worden die op jouw briefje staan dan heb je een groot voordeel. Meestal middelt dit zich wel een beetje uit, maar ik heb ook potjes meegemaakt waarin de dobbelstenen duidelijk in het voordeel van iemand vielen dat is dan wel een beetje frustrerend. Het spel is ook een stukje makkelijker dan Qwixx en Qwinto. Hierdoor kunnen kinderen van een jaar of 8 a 9 het spel prima alleen spelen (op Zuiderspel heb ik wat kinderen heel veel plezier aan dit spel zien beleven). Voor volwassenen spelers heeft het net wat te weinig om het lijf. Het is een aardig tussendoortje, maar haalt helaas niet het hoge niveau van Qwixx en Qwinto. Ik geef het dan ook een krappe 3 pionnen.







Auteur: Steffen Benndorf en Reinhard Staupe
Uitgever: White Goblin Games, 2017
Aantal spelers: 2-6
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 15 minuten
Prijs: circa 10 euro

zondag 16 april 2017

New York

Afgelopen week zijn Niek en ik een weekje op vakantie geweest naar the Big Apple. Het was voor mij de eerste keer dat ik buiten Europa kwam dus ik vond het reuze spannend. Natuurlijk hebben we een aantal van de toeristische hoogtepunten van de stad bezocht en bekeken. Zo zijn we natuurlijk naar het vrijheidsbeeld geweest, hebben we een rondrit door de stad gedaan in een bus, zijn we naar verschillende musea geweest (Metropolitan, Natural History en Brooklyn), hebben we een rondvaartboot rondom Manhattan genomen en zijn we de eekhoorns in Central Park gaan bekijken. Maar natuurlijk ben ik ook op zoek gegaan naar boardgames.

Het eerste spel dat ik tegenkwam was….Scrabble! Op de dag van aankomst gingen we in ons hotel (Citizen M) eerst maar eens een paar kopjes koffie drinken om de jetlag te bestrijden. In de lobby lag op een tafel een net gespeeld scrabble-spel. Het was natuurlijk een Engelstalige versie, dus ongeschikt voor ons. De combinatie van letters en de waarde van de letters verschilt namelijk van taal tot taal (zo zitten er vast meer Y's in de Engelse versie en is die veel minder punten waard dan bij ons omdat er in het Engels veel meer woorden met een Y zijn dan in het Nederlands. 

Maar net als één zwaluw nog geen zomer maakt, hoopte ik in mijn vakantie toch nog op een wat betere blik op de Amerikaanse spellenmarkt.  Ik had daarom van te voren via BGG een New Yorker benaderd en gevraagd om tips. De eerste tip die hij gaf was om naar de spellenwinkel The Complete Strategist te gaan (op de 33rd street tussen 5th avenue en Madison). 

The Complete Stragegist is een echte pijpenla-winkel: heel smal, maar heel diep en met hoge plafonds. De winkel was werkelijk helemaal afgeladen met spellen. Zo stonden bovenop de kasten tegen de muren van de winkel de spellen tot aan het plafond opgestapeld. Je hebt zeker een ladder nodig om hier een spel te pakken en dan nog lijkt het me een uitdaging omdat er zo veel spellen op elkaar stonden. Als je een spel pakt moet je goed uitkijken dat er niet meteen een hele stapel spellen op je hoofd valt.

Het aanbod van spellen vond ik verrassend hetzelfde als wat je hier in Nederland in een goede spellenwinkel aantreft. Dat zal gedeeltelijk komen doordat wij Nederlanders natuurlijk net zo makkelijk een Engelstalig spel op tafel zetten als een Nederlands waardoor de goede Engelstalige spellen vanzelf hun weg naar onze winkels vinden. Maar het komt denk ik ook doordat de spellenwereld heel internationaal is, de uitgevers staan in de rij om een licentie te kopen van een succesvol spel waardoor het in no time in heel veel talen verkrijgbaar is. Het prijsniveau wisselde een beetje, maar was min of meer vergelijkbaar met dat wat wij hier in Nederland gewend zijn. Waar je in Amerika trouwens goed op moet letten is dat de prijzen in de winkel de prijzen zonder B.T.W zijn. Bij de kassa komt er dus zo nog een procent of 8 aan B.T.W. bij (dit percentage is overigens niet in alle staten gelijk). Je bent daardoor altijd net iets duurder uit dan je dacht. 

Een spel dat in de spellenwinkel onmiddellijk mijn aandacht trok was een kaartspelletje dat Dutch Blitz heet. Het is een groen doosje met een soort van historische klederdracht poppetjes er op. Ik had nog nooit van dit spel gehoord en heb er dus even een kleine internet-zoektocht aan besteed. Het is een reactiespelletje waar je zo snel mogelijk je hand moet leegspelen door de genummerde kaarten in de juiste volgorde uit te spelen. Het spel schijnt erg te lijken op Ligretto (al is het eigenlijk andersom: Ligretto is gebaseerd op Dutch Blitz). Het is bedacht door een Duitser in de jaren 70 van de vorige eeuw en is vooral populair onder de Amish en Christelijke groepen in Amerika (en dan vooral die met een Duitse of Nederlandse migratie-achtergrond). Het spel sprak me niet heel erg aan dus ik heb het niet meegenomen, maar als iemand het gespeeld heeft, dan hoor ik graag wat je er van vond via een reactie onder dit blog.

De tweede tip die ik had gekregen was om naar het bordspellencafé The Uncommons te gaan (230 Thompson street). We hebben dit op onze zesde dag in New York gedaan. Het zou deze dag ’s ochtends wat gaan regenen en we vonden het ook wel fijn om even aan de drukte van de stad te ontsnappen dus we gingen first thing die dag naar het bordspellencafé (geopend vanaf half 9 ’s ochtends). Om van de metro naar het bordspellencafé te gaan liepen we door Sullivan Street heen. Hier ging mijn hart sneller van kloppen omdat er een liedje van mijn favoriete band (the Counting Crows) is dat zo heet. De Counting Crows komen uit New York dus wie weet wonen ze wel in de buurt van het spellencafé en kon ik ze dus tegen komen op straat. Dit is niet gebeurt maar het idee dat het had gekund was al heel leuk.

The Uncommons bleek echt een leuke combinatie te zijn van een koffiebarretje waar je even een bakkie kan doen (of kan kopen om mee te nemen) en een spel-o-theek. Als je spellen wilde doen dan kost je dat 5 dollar op doordeweekse dagen en 10 dollar in het weekend en in de vakantie. Voor dit bedrag mag je de hele dag spellen blijven doen. Ze hadden echt een ruime selectie aan spellen waar je uit kon kiezen. De selectie was een mooie mix van klassieke spellen waar de liefhebber zijn neus voor ophaalt (zoals Cluedo en Monopoly), gouden ouden toppers (bijvoorbeeld Puerto Rico en Dominion) en spiksplinternieuwe spellen (zoals Terraforming Mars). Aan de bar kon je tegen hele redelijke prijzen (zeker naar New Yorkse maatstaven) wat te drinken of eten bestellen.

We waren denk ik rond een uur of 10 binnen en toen zaten er al een paar mensen Ticket to Ride te spelen aan de ene tafel en kwam ook net een moeder met twee jonge kinderen binnen die eerst Cluedo gingen doen en daarna een of ander trivia/kennis-spelletje. Nadat we netjes betaald hadden om spellen te doen en een drankje hadden besteld ging ik in de kast op zoek naar een spel. Mijn oog viel op Quadropolis. Dit spel heb ik op afgelopen Spiel gedaan en wilde ik graag nog eens spelen. Ik vond dit spel extra gepast omdat het over stedenbouw gaat en we in New York waren. Niek keurde mijn keus goed en dus zette ik het spel op tafel. Terwijl ik de doos op tafel zetten begon het nummer Lean on me van Bill Withers. De Counting Crows hebben de gewoonte om dit nummer te draaien net voor hun show begint. Ze lopen dan tijdens dit nummer het podium op en de zanger zingt soms al een paar regels mee. Dit nummer is voor mij dus ook verbonden met mijn favoriete band en ik werd er heel blij van dat ze het draaiden. (Aan het eind van de show doen de Counting Crows overigens altijd iets soortgelijks, dan draaien ze Calfornia Dreaming, als je dat nummer hoort dan weet je dat er geen toegiften meer gaan komen, hoe hard je ook klapt). Tijdens ons bezoek werd overigens de hele tijd allemaal van dit soort fijne motown klassiekers gedraaid op bescheiden volume.

Toen we de doos van Quadropolis open maakten ontdekten we de volgende verrassing. In de deksel van de doos was een stukje geschreven door de auteur van dit spel (Cyrille Daujean). Uit de tekst bleek dat Daujean in november 2016 ook bij The Uncommons was geweest en het er erg naar zijn zin had gehad. Ik had de regels van Quadropolis niet meer helemaal paraat en begon mijn geheugen dus op te frissen door de regels te lezen. Een van de personeelsleden van The Uncommons zag dit en kwam naar ons toe om het spel uit te leggen zodat we lekker snel konden gaan spelen. Echt super fijn!

Na Quadropolis besloten we een spel te pakken dat we al kenden. We kozen voor Splendor. Aan de doos was goed te zien dat dit spel ook bij The Uncommons goed in de smaak was gevallen, de doos was flink versleten.

Na Splendor wilden we voor Ticket to Ride gaan. De vriendelijke jongen die ons ook al Quadropolis had uitgelegd vroeg ons toen of we in plaats daarvan niet liever de nieuwste Ticket to Ride variant (Rails en Sails wilden doen). Dat wilden we zeker wel! We kozen natuurlijk voor de kant van het spel waar het Grote Meren gebied van Amerika op was afgebeeld (inclusief New-York).

Na Ticket to Ride trokken we nog Patchwork uit de kast. Dit spel bleek niet helemaal compleet meer te zijn. Er misten een paar van de vierkantje fiches die je tijdens het spel kan krijgen door als eerste over een bepaald punt in het tijdsspoor heen te gaan. Maar dat mocht de pret niet drukken want vorige spelers hadden al papiertjes in de doos gelegd die je in plaats daarvan kon gebruiken. Het is wat minder fraai, maar het spel wordt er niet minder leuk van.

Niek begon zo onderhand zijn grens wel bereikt te hebben dus we waren aan het overwegen om weer weg te gaan. Maar de behulpzame jongen kwam net nog met Santorini aan zetten. Ik heb al veel positief over dit spel gehoord en wilde het graag proberen. Niek liet zich overhalen. Santorini bleek een semi-abstract spel te zijn dat me een beetje aan Torres deed denken. Het is een vlot, toegankelijk spelletje met simpele regels. Ik vond het best aardig in zijn soort, maar het genre is niet helemaal mijn ding.

In het spellencafé werden ook spellen verkocht en ik wilde graag een spel als souvenirtje meenemen. Ik ging dus neuzen tussen het aanbod. De grote spellen vielen al bij voorbaat af (het moest natuurlijk ook nog mee naar huis en je koffer mag niet te zwaar worden). Uiteindelijk zag ik een heel mooi spelletje over planten (Herbaceous). Ik kende dit spel niet maar het thema sprak me aan en het zag er heel mooi uit. Ik vroeg aan de behulpzame medewerker of je het spel ook kon spelen. En dat bleek te kunnen. Snel trok hij het spel uit de kast en legde het uit. Het bleek een soort push your luck verzamelspelletje te zijn waarin je bepaalde combinaties van planten moet verzamelen. Ik vond het een grappig spelletje en heb het dus als souvenir gekocht.

Het was inmiddels een uur of 3 en dus echt mooi geweest voor Niek. Ik had me nog uren kunnen vermaken in the Uncommons, maar was al heel blij dat Niek zo veel spellen met me had willen doen (meestal is hij het na een spel of 2 wel weer zat). We stapten dus op. Het was inmiddels heerlijk weer geworden buiten en vlak bij het café was een park (Washington Square Park) waar we nog lekker even in het zonnetje zijn gaan zitten me een ijsje.


Tijdens de rest van ons bezoek hebben we overigens weinig spellen gedaan. Normaal spelen we vaak ’s avonds een spelletje in de hotelbar, maar door de jetlag zat dat er dit keer niet in (mijn licht ging echt vroeg uit). Uiteindelijk hebben we alleen tijdens de heenreis twee potjes scrabble gedaan en één potje scrabble op de rooftop bar van ons hotel op een mooie avond. De andere spellen die ik mee had genomen (Qwixx, Keer op Keer. Tides of Madness en Schottentotten) zijn ongespeeld in mijn koffer gebleven.

zondag 2 april 2017

Top-100 2017

Het is weer april en dat betekent verkiezingstijd. Een bijzondere mag ik wel zeggen, want dit jaar vieren we het tienjarig jubileum van de spellen top-100 van de Lage Landen. Wie staat er in deze tiende editie bovenaan? Wat greep afgelopen jaar onze aandacht en wat verdween van de radar? Aan jullie het woord!

Stuur dus je lijst naar spellengektop100@gmail.com

De regels zijn dezelfde als de vorig jaren:

-stuur een lijstje in van minimaal 10 en maximaal 20 spellen met daarin:
-je nr. 1
-je nummers 2-10 in willekeurige volgorde
-(eventueel) je nummers 11-20 in willekeurige volgorde

-ieder genre is welkom, computerspellen natuurlijk uitgezonderd

-uitbreidingen zoals Steden en Ridders tel ik als stem voor het basisspel

-zelfstandige varianten zoals Ticket to Ride: Europa tel ik wel apart. Een uitzondering is Dominion: Intrige en soortgelijke zelfstandig speelbare uitbreidingen

-stemmen kan tot en met 30 april; daarna maak ik de lijst op

-commentaar bij een spel? Graag! Uit de commentaren maak ik een selectie om in het overzicht te plaatsen.

Ik hoop dit jaar boven de 200 stemmen te komen, dus stemt allen!

Voor een terugblik kun je eens een kijkje nemen bij de vorige jaargangen:

-2016
-2015
-2014
-2013
-2012
-2011

zaterdag 1 april 2017

Maandoverzicht april 2017 (Dagmar)


Over maart kan ik op spellengebied zeker niet klagen. Dankzij een bezoekje aan Zuiderspel, Spellenpret en een spellendag met Peter Hein en Anton speelde ik 23 verschillende spellen en stond er in totaal  34 keer een spel op tafel. Zeven van deze spellen speelde ik voor het eerst, waaronder Qango, Twenty One, Dreamhome en Kingdomino die ik voor het eerst speelde op Zuiderspel. Mijn eerste indrukken kan je in het verslag van deze beurs terug lezen (zie hier).

Op Spellenpret speelde ik ook een aantal spellen voor het eerst, namelijk Fuse, Kingsburg en Tac. Van deze drie spellen vond ik Kingsburg het leukste. Op basis van de looks van de doos had ik verwacht dat het een pittig spel was, maar dat bleek reuze mee te vallen. Het is een spel waar je grondstoffen moet verzamelen waar je vervolgens gebouwen met verschillende eigenschappen mee bouwt. Deze gebouwen leveren bijvoorbeeld overwinningspunten op maar soms ook handige voordeeltjes voor tijdens het spel, zoals extra verdediging voor de periodiek binnenvallende barbaren die je gebouwen willen slopen. Iedere ronde gooit iedereen met zijn drie eigen dobbelstenen. Omstebeurt mag je vervolgens je dobbelsteen bij personages leggen die je de grondstoffen geven. Hoe beter het personage, hoe hoger de benodigde worp is. Je mag je dobbelstenen ook verdelen over meerdere personages, maar bij elk personage mag maar één iemand zijn dobbelstenen leggen. Dit zorgt voor een leuke dynamiek waar je niet alleen moet kijken wat je wilt, maar ook wat de anderen waarschijnlijk willen omdat voor je het weet het door jouw begeerde plekje weg is.

Tac vond ik vooral een vreemd spel. Het is een soort combinatie tussen het traditionele kaartspel Pesten en Mens-erger-je-niet maar dan met de twist dat je in teams speelt à la klaverjassen. Het bord deed denken aan mens-erger-je-niet: je hebt vier speelstukken (knikkers in dit geval) die je het bord rond moet laten racen en die dan precies weer thuis moeten komen. Hoeveel je mag bewegen wordt alleen niet bepaald door dobbelstenen maar door kaarten. Op de meeste kaarten staan gewoon getallen die aangeven hoeveel stapjes je mag zetten, maar op sommige kaarten staan ook speciale acties die mij aan Pesten deden denken (bijvoorbeeld een speler een beurt laten overslaan). Aan het begin van een ronde krijgt iedereen een aantal kaarten en hiervan geef je er een aan je maatje. Ik deed het spel voor het eerst en had dus nog niet veel gevoel bij wat ik weg moest geven of wat de geheime boodschap was achter de kaart die ik kreeg, maar van de ervaren rotten begreep ik dat er hele strategieën zitten achter het doorgeven van de kaarten. Voor een eerste potje vond ik het een best aardig tussendoortje, maar ik liep niet over van enthousiasme. Ik kan me voorstellen dat dit spel steeds leuker wordt als je het vaker doet omdat het partnerspel dan steeds belangrijker wordt.

Het laatste nieuwe spel dat ik op Spellenpret speelde was Fuse. Dit is een coöperatief real-time dobbelspel waarin de spelers bommen moet ontmantelen. De bommen in dit spel zijn kaartjes met daarop bepaalde combinaties van dobbelstenen. Dit kunnen gewoon getallen zijn, maar ook voorwaarden (drie keer hetzelfde getal, of juist dobbelstenen van een bepaalde kleur). Omstebeurt gooien de spelers met een set dobbelstenen die ze vervolgens verdelen. Je moet daarbij razendsnel kijken op welke manier je de dobbelstenen zo kan inzetten dat zo veel mogelijk mensen verder een stap verder komen met hun bommen-kaartjes. Ik vond het idee van dit spel best aardig, maar in de praktijk was het me wat te chaotisch en onoverzichtelijk. Wellicht dat het spel een tweede keer beter uit de verf zou komen.

Tussen de vele spellen die ik deze maand verder nog speelde sprong Space Alert er voor mij het meeste uit. Ik speelde dit spel opnieuw met mijn collega’s. Ik vond het leuk om te merken dat ons dit keer veel beter af ging dan de eerste keer. We hadden wel een lift-incidentje waardoor we in ons eerste potje de mist ingingen (er is maar plaats voor één persoon in de lift, de ander moet lopen waardoor die een beurt vertraging oploopt). Maar daarna ging het steeds beter, al blijft het lastig om goed te blijven communiceren in alle chaos van het spel. Waarschijnlijk gaan we deze nog wel een keer doen.

Verder was ik heel blij dat ik mijn op Zuiderspel gekochte exemplaar van Terraforming Mars al heb kunnen spelen. Het was het eerste spel dat op tafel kwam op de spellendag met Peter Hein en Anton. We hadden het allemaal wel eens eerder gedaan (Peter Hein zelfs al drie keer) en konden daardoor redelijk vlot gaan spelen. Ik had wat moeite om op gang te komen doordat ik uit mijn beginhand een strategie had gekozen om punten te gaan scoren met micro-organismen, maar het duurde vervolgens heel lang voor ik daar wat mee kon en eigenlijk kwam die puntenmachine helemaal niet op gang. Ik bleef er alleen te lang mijn hoop op vestigen waardoor ik me op andere gebieden niet goed ontwikkelde en langzaamaan toch wel wat achterop raakte. Anton ging ondertussen als een rakket en Peter Hein trok de ene lekkere kaart na de andere. Hij trok er alleen zo veel dat hij tijd en geld tekort kwam om ze te spelen waardoor hij dus eigenlijk heel veel punten heeft weggegooid. In het spel zijn er zo veel manieren om je te ontwikkelen (al ben je daarvoor wel een beetje afhankelijk van de kaarten die je trekt) dat je nieuwe dingen blijft ontdekken. En dat maakt het spel nou zou leuk. Ik hoop het snel weer op tafel te zetten.

Met Peter Hein en Anton speelde ik ook nog een paar wat oudere spellen. Zo stond El Caballero op tafel. Dit spel is wat betreft vormgeving een spin-off van El Grande, maar wat betreft spelsysteem is het hele andere koek. Het is een soort super ingewikkelde variant van Carcassonne waarbij je echt heel goed moet nadenken over je zetten. Dit is echt een spel dat je eigenlijk meerdere keren vlak na elkaar moet doen om het goed in de vingers te krijgen. Maar ja, daar is het natuurlijk niet van gekomen omdat we gewoon heel veel andere spellen hadden staan om te doen.

We hebben ook China gespeeld. Dit is eigenlijk gewoon Kardinaal en Koning maar dan in een ander jasje. Het is een heerlijk vlot meerderhedenspel waarin je op drie verschillende manieren punten kan pakken. In het spel zet je huisjes op een bord waarop wegen en verschillende regio’s afgebeeld zijn. Er zijn punten te verdienen voor routes van 4 of meer huisjes. Maar er zijn ook punten te verdelen voor de meerderheden in de regio’s. En dan mag je ook nog af en toe gezanten op het bord zetten. Het aantal gezanten dat in een regio mag staan hangt echter af van het aantal huisjes dat de speler die in die regio de meeste huisjes heeft staan. Dit zorgt voor interessante keuzes omdat je, zoals het in een goed spel hoort, hier altijd meer wil dan je kan. Dit is een terechte klassieker. Als je hem ergens op de kop kan tikken, dan moet je dat vooral doen. En dan maakt het niet uit of de China variant of de Kardinaal en Koning variant voor je hebt. 

woensdag 22 maart 2017

Zuiderspel 2017 (Dagmar)

Afgelopen zondag stond Zuiderspel met grote letters in mijn agenda genoteerd. Helaas stond er nog veel meer in mijn agenda waardoor het niet mogelijk was om een hele dag naar deze sympathieke beurs te gaan, maar een middagje zat er gelukkig nog wel in. Niek en ik kwamen rond 1 uur aan in Veldhoven. Aan het parkeerterrein was al te zien dat het goed druk was. Niet dat er over parkeerruimte te klagen was, maar het leek drukker dan vorig jaar. Snel parkeerden we de auto en gingen naar binnen. Een voordeel van "fashionably late" komen is dat er geen rijen meer bij de kassa staan.

We konden dus vlot naar binnen lopen. Ik ging als eerste op zoek naar de winkel van Spelspul. Daar had ik namelijk afgelopen vrijdag een heel fijn e-mailtje van gekregen dat ze eindelijk Terraforming Mars binnen hadden gekregen en dat ze die voor me mee zouden nemen naar de beurs. Ze zaten gelukkig vlak bij de ingang dus ik had ze zo gevonden. Ze hadden verder ook nog het Dominion Upgrade Pack voor me klaar liggen. Binnen tien minuten na aankomst op de beurs was mijn portemonnee dus al een stuk lichter en mijn tas een stuk zwaarder. Een goed begin is het halve werk!

Na het vullen van het gat in mijn hand, wilde ik graag ergens een spelletje gaan doen en dus gingen we op zoek naar een vrij tafeltje. En dat viel dan weer niet heel erg mee. Het was goed druk op de beurs en alle tafeltjes zaten vol. Maar gelukkig spotten we in een hoek van de beurs de stand van Chronicle Games waar onder andere Droomhuis werd uitgelegd. Er was daar geen tafel leeg maar er waren wel mensen net klaar. Zodra zij opstonden, schoven Niek en ik snel aan. Terwijl het spel werd klaargelegd voor ons liepen ook net Roger en Frank (mede-Spiel-natuurvriendenhuis-gangers) langs. Zij wilden het spel ook wel eens proberen en schoven dus ook bij ons aan.

In Droomhuis bouwen de spelers hun droomhuis. Of ten minste, dat proberen ze. Iedere ronde worden er in het midden van de tafel een aantal setjes kaarten neergelegd. Elk setje bestaat uit een kamer-kaart (bijvoorbeeld een slaapkamer, keuken of garage) en een kaart met daarop een actie of een stuk dak. Omstebeurt kiezen de spelers een setje uit om hun huis vol te bouwen. Aan het eind van het spel wordt het huis gewaardeerd (een grote slaapkamer levert meer punten op dan een kleintje, een huis met een badkamer, douche en slaapkamer levert extra punten op en een dak van één kleur levert ook extra punten op). Over smaak valt natuurlijk niet te twisten, maar volgens de puntentelling had Roger het beste Droomhuis gebouwd. We waren alle vier aangenaam verrast door dit spelletje. Het is een leuk familievriendelijk tussendoortje. Ik denk wel dat het vooral leuk is met meer dan twee spelers en dus heb ik het niet gekocht. Maar dat neemt niet weg dat ik het graag nog eens zou willen doen.

Omdat het nog steeds druk was op de beurs besloten we maar gewoon te gaan wachten bij een spel dat we wilden proberen in plaats van op goed geluk rondjes lopen. In de stand van White Goblin werd Kingdomino (samentrekking van Kingdom en Domino) gedemonstreerd. Ik heb de laatste tijd veel goeds over dit spel gelezen en wilde het dus graag eens proberen. We hebben een minuut of 5 moeten wachten en toen kwam er een tafeltje vrij. Kingdomino is een legspelletje waar je omstebeurt tegels uitkiest die je vervolgens aanlegt in je Koninkrijkje. Op sommige tegels staat één of meerdere kroontjes. Aan het eind van het spel bepaal je je punten door het aantal kroontjes in een gebied (terreinsoort) te vermenigvuldigen met het aantal vakjes dat dit gebied groot is. Dit spel viel bij ons niet helemaal in de smaak. Ik kan me goed voorstellen dat het leuker is met meer spelers, maar met twee was het een beetje te licht en de geluksfactor was te groot doordat niet alle tegels voorbij kwamen. Zo had Niek een heel groot geel gebied, maar er was nooit een geel kroontje voorbij gekomen en dus leverde het geen enkele punt op. Ik kreeg later de tip om met twee spelers alle tegels in het spel te laten (volgens de regels moet je er de helft uithalen). Dan schijnt het spel ook met zin tweeën best leuk te zijn.

Bij White Goblin Games werd ook het nieuwe dobbelspelletje Twenty-one gedemonstreerd. Omdat dit ook een vlot spelletje zou zijn, besloten we weer te wachten op een plekje. Terwijl we stonden te wachten liep Olav (een bekende van Spellenpret) langs en hij wilde het spel ook wel doen. Na een paar minuten gewacht te hebben kwam er inderdaad een tafeltje vrij en dus schoven we snel aan.

Twenty-one is een dobbelspel in de traditie van Qwixx en Qwinto. Iedereen heeft een velletje voor zich liggen met daarop rijen met gekleurde dobbelstenen van verschillende waardes. De velletjes verschillen van elkaar zodat iedereen zijn eigen spel moet spelen. Omstebeurt gooien de spelers met de dobbelstenen. Iedere ronde moet je ten minste één vakje vullen in de rij waar je mee bezig bent. Je moet namelijk eerst de hele eerste rij volmaken voor je in een volgende beurt aan een nieuwe rij mag beginnen. Je hoopt dat je precies de op jouw rij afgebeelde dobbelstenen gooit. Als dat lukt dan vul je de bijbehorende waarde in en kruis je nog een klein vakje aan om aan te geven dat het exact klopte. Maar als dat niet lukt mag je ook een lagere waarde invullen. Als ook dat niet lukt dan moet je het meest linker getal doorstrepen. Als de rij vol is dan tel je de waardes op en krijg je nog een bonus voor het aantal getallen dat je exact goed had (hoe meer goed, hoe groter de bonus). Het spel is meteen afgelopen als iemand zijn velletje helemaal vol heeft. De spanning in dit spel zit tussen het vinden van de balans tussen het liefst te wachten op een perfecte worp maar soms toch maar genoegen nemen met minder dan perfect omdat snelheid ook beloond wordt. Ik vond het een leuk spelletje, maar denk wel dat de geluksfactor iets hoger is dan Qwixx en Qwinto. Als net de juiste getallen gegooid worden dan helpt dat namelijk enorm en dan ben je en snel en krijg je veel bonuspunten. Ik ben dus heel benieuwd hoe leuk dit spel blijft als je het vaker doet (een te hoge geluksfactor kan immers het speelplezier behoorlijk vergallen). Maar het spel was veelbelovend genoeg om mee naar huis te zijn gegaan.

We liepen weer door en de tafels zaten nog steeds vol. In een hoek van de zaal kwamen we Seb en Ronald (ook bekenden van Spellenpret) tegen en daar hebben we even een praatje meegemaakt. In die hoek stond ook een reuze versie van Qango. Seb had dit spel eerder gedaan en was er wel over te spreken. Het was een spel dat in een paar minuten te spelen zou zijn en er kwam net een plekje leeg dus we besloten onze kans te wagen. Het bleek een soort Vier op een Rij/Boter Kaas en Eieren-achtig spel te zijn. Omstebeurt leg je een schijf op het bord. Je kan winnen als je vijf op een rij hebt, of door vier stenen in een vierkantje (twee bij twee) te leggen of als je een veldje weet te claimen (op het bord staan groepjes van 3 vakjes in een kleur in de vorm van L afgebeeld). Seb had geen woord gelogen toen hij zei dat je dit spel in een paar minuten kan spelen. Wij speelden in een paar minuten zelfs drie potjes. We deelden alleen niet zijn enthousiasme voor het spel. We hadden sterk de indruk dat degene die begint ook altijd degene zal zijn die wint. De andere speler is namelijk continue bezig met het blokken van de velden die de startspeler nodig heeft om te winnen. En dat verveelt snel.


We vonden het zo onderhand wel weer welletjes geweest. Ik heb een paar leuke uurtjes op de beurs beleefd. Ik kan eigenlijk maar twee minpunten opnoemen:  (1) Jammer dat Veldhoven niet dichterbij Zuid-Holland ligt en (2) jammer dat er zo veel bezoekers waren dat het lastig was om een tafeltje te vinden om een spel te proberen. Hopelijk vatten de uitgevers dit laatste punt op als een aanmoediging om volgend jaar meer tafels neer te zetten zodat het makkelijker wordt om dan een spelletje te doen. Ik vond het verder leuk dat er meerdere winkels waren waar nieuwe of tweedehandsspellen verkocht werden zodat ik lekker even kon rondneuzen. Ook was het leuk om zo veel bekenden tegen te komen voor een praatje of een spelletje. Ik had trouwens de indruk dat er niet alleen het standaard veelspelers publiek op de beurs was afgekomen, maar ook veel mensen uit de regio die minder bekend zijn met onze hobby. Er waren ook veel kinderen mee en ook die leken zich prima te vermaken in een hoek met allemaal kinderspellen. De beurs was verder ruim opgezet zodat je goed kon rondlopen (geen krappe gangpaden) en rustig kon spelen (tafels niet te dicht op elkaar) en was ook het klimaat in de zaal prima (prima temperatuur, niet te veel geluid, voldoende licht). Als het even kan, kom ik volgend jaar dus graag weer terug. Zuiderspel is een leuke beurs die zich misschien net wat meer richt op mensen die af en toe eens een spelletje doen en die dus minder bekend zijn met de laatste spellen dan op de verwende veelspeler die eigenlijk alles al kent en gespeeld heeft. Maar ook de laatste groep kan zich volgens mij prima een dagje vermaken op deze beurs.

woensdag 8 maart 2017

Recensie: The Castles of Burgundy

 Stefan Feld is een spelauteur die de laatste jaren vooral stevige, complexe spellen uitbrengt zoals Trajan en AquaSphere. Ik houd het graag een beetje lichter en luchtiger aan de spellentafel dus veel van zijn spellen heb ik niet gespeeld, waaronder het spel The Castles of Burgundy. Maar daar is inmiddels verandering in gekomen….

The Castles of Burgundy is een bouwspel waarin alle spelers een landgoed gaan ontwikkelen. Alle spelers hebben een eigen spelersbordje voor zich liggen met daarop een soort zeshoekig eiland dat bestaat uit allemaal verschillende gebiedjes van verschillende grootte. Er zijn verschillende soorten gebiedjes, zoals water, weidegrond, zilvermijnen en steden. Aan het begin van het spel legt iedereen een kasteel op het bord en tijdens het spel zal het eiland langzaamaan gedeeltelijk bebouwd worden.

Het spel bestaat uit een aantal rondes waarin tegeltjes verdeeld worden waarmee de gebiedjes op de spelersborden volgebouwd moeten gaan worden. Op het bord staat afgebeeld welke typen tegeltjes er iedere ronde opnieuw verdeeld gaan worden (het aantal tegeltjes wordt aangepast aan het aantal spelers).  De tegels zijn verdeeld in groepjes waar een dobbelsteen bij staat afgebeeld met een getal. Een ronde bestaat uit verschillende beurten.

Iedere beurt gooien alle spelers met twee dobbelstenen. Deze dobbelstenen bepalen je mogelijkheden. Zo mag je een fiche pakken uit een groepje dat hoort bij één van de door jou gegooide getallen. Dit fiche mag je dan in je voorraad leggen (hier kan je maximaal drie fiches neerleggen. Je kan ook een fiche uit je voorraad op je bord plaatsen. Daarvoor moet je ook weer het juiste getal gegooid hebben (en moet je er op letten dat je nieuwe tegel ten minste grenst aan al één eerder geplaatste tegel). Het kan natuurlijk voorkomen dat je net niet de juiste getallen gegooid hebt, maar gelukkig kan je hier wat aan doen door werknemers in te leveren (en die kan je ook weer krijgen door een dobbelsteen in te leveren).

Op het moment dat je een tegel op je bord bouwt, krijg je bijna altijd meteen nog iets erbij. Zo krijg je punten als je een weidetegel bouwt (afhankelijk van hoeveel dieren van dezelfde soort er in de betreffende weide staan). Als je een nieuw kasteel bouwt krijg je een hele extra actie cadeau. En als je een waterfiche bouwt dan mag je onder andere je pion een stapje naar voren zetten in de spelersvolgorde. Bij sommige tegels krijg je niet meteen iets extra, maar krijg je aan het eind van het spel punten (bijvoorbeeld voor het aantal verschillende soorten dieren dat op jouw eiland woont) of een voordeeltje tijdens het spel (bijvoorbeeld ook bouwen op een plekje waarvan het getal 1 te hoog of te laag is).

Op het moment dat je een gebiedje volbouwt, krijg je onmiddellijk punten. Hoe groter het gebied is hoe meer punten het oplevert. Maar je krijgt ook nog een bonus voor in welke ronde je een gebiedje hebt volgebouwd: hoe eerder in het spel je een gebied afmaakt hoe meer bonuspunten je krijgt.
Het spel duurt een vast aantal rondes. Aan het eind zijn nog bonuspunten te verdelen, bijvoorbeeld voor wie als eerste en tweede alle tegels van een soort had gebouwd. Wie aan het eind van het spel de meeste punten heeft, wint het spel.

...en de waardering
Als je een spel met een sterk thema zoekt, dan kan je The Castles of Burgundy rustig negeren. Maar daarmee boor je jezelf dan wel een heel fijn spel door de neus. De kracht van dit spel is dat het tempo lekker hoog ligt en je eigenlijk altijd wel wat leuks kan doen. Je bent dus de hele tijd lekker bezig om je eiland op te bouwen. Maar dat wil niet zeggen dat het niet uitmaakt wat je doet, want je moet wel degelijk goed opletten welke tegels je pakt omdat je zonder strategie wel lekker bezig bent, maar niet goed zal scoren. Het loont om keuzes te maken door te proberen zo snel mogelijk bepaalde gebieden vol te bouwen en door de bonustegels te claimen die jou veel punten op gaan leveren (of dat gaan doen waar je punten voor gaat krijgen). Doordat er zo veel verschillende tegels zijn is het de eerste keer dat je dit spel doet wel een beetje zoeken naar hoe alles in elkaar grijpt, maar al snel valt alles op zijn plaats (en dat wat je vergeet kan je gewoon even opzoeken). En alsof dat nog niet genoeg redenen zijn om dit spel in je kast te willen hebben staan, is het ook nog eens echt heel leuk met twee spelers. Ik ben dan ook blij dat een paar Spellenpretters me overgehaald hebben om deze Feld een kans te geven.








Auteur: Stefan Feld
Uitgever: Ravensburger, 2011
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 45-90 minuten
Prijs: circa 45 euro