maandag 6 april 2020

Recensie: Code 777

In iedere spellenliefhebber schuilt een puzzelaar. Niet voor niets vormen allerhande puzzels in veel spellenwinkels een flink deel van het assortiment. Ook in populaire spellen is dat vaak terug te zien. Veel van die titels zijn nauwelijks verholen solistische puzzels, waarbij je vooral op zoek bent naar de meest efficiënte manier om puntjes bij elkaar te sprokkelen.

Soms komt een spel er eerlijk voor uit dat het een puzzel is, en is de opgave gewoon om als eerste met logisch redeneren de code te kraken. Een klassieker in dit genre is Code 777, voor het eerst uitgegeven in 1985 en later ook nog wel onder de naam Tricoda.


Het doel van het spel is simpel. Iedere speler heeft een rekje voor zich met daarop drie gekleurde cijfers. Je kunt de getallen op je eigen rekje niet zien, die van de andere spelers wel. Om beurten pakken de spelers een kaart van de stapel, lezen de vraag erop hardop voor en beantwoorden deze op basis van wat ze zelf zien. Bijvoorbeeld, ‘op hoeveel rekjes is de som van de getallen 18 of meer?’, of ‘hoeveel kleuren zie je minstens 3 keer?’. Met jouw antwoord kunnen de andere spelers dan feiten over hun rekje afleiden.

Als je denkt te weten welke getallen op jouw rekje staan mag je dat op ieder moment zeggen. Goed of fout, na je poging krijg je drie nieuwe tegels. Degene die als eerste drie keer goed heeft geraden wint het spel en mag zich even de slimste van het stel wanen.


…en de waardering

Als liefhebber van sudoku’s en andere logische puzzeltjes heb ik bijna automatisch een zwak voor deductiespellen als Code 777. Ik vind het een leuke bezigheid om logisch na te denken en uit te vogelen hoe je de informatie die je krijgt zo slim mogelijk in elkaar past. Als je dan een goed antwoord weet te geven voelt dat iedere keer weer als een kleine triomf. Het probleem is alleen wel dat je een spel als Code 777 alleen kunt spelen met mensen die daar net zo in staan. Als logische puzzels niet je ding zijn, raad ik je dit spel met klem af. Maar met een groepje gelijkgestemde puzzelaars met vergelijkbare aanleg is het een heerlijke activiteit.







Auteur: Robert Abbott en Alex Randolph
Uitgever: Jumbo (1985)
Aantal spelers: 2 tot 4, vanaf 12 jaar
Speelduur: 45 minuten
Prijs: ca 40 euro

woensdag 1 april 2020

Spellen top-100 van de Lage Landen, editie 2020

Het kan natuurlijk toeval zijn, maar de dertiende editie van deze top-100 zal de geschiedenis in gaan als de corona-editie. Gelukkig hep ook dit nadeel se voordeel: als we met z'n allen thuis meer tijd hebben voor spelletjes spelen, is er automatisch ook meer tijd om na te denken welke van die spellen nu eigenlijk je favorieten zijn!
Zonder verdere ceremonies zijn hiermee weer de stembussen geopend voor de enige echte spellen top-100 van de Lage Landen. Stuur ook nu weer de lijst met je favoriete spellen naar spellengektop100@gmail.com
De regels zijn dezelfde als altijd:

-stuur een lijstje in van minimaal 10 en maximaal 20 spellen met daarin:
-je nr. 1
-je nummers 2-10 in willekeurige volgorde
-(eventueel) je nummers 11-20 in willekeurige volgorde

-ieder genre is welkom, computerspellen natuurlijk uitgezonderd

-uitbreidingen zoals Steden en Ridders tel ik als stem voor het basisspel

-zelfstandige varianten zoals Ticket to Ride: Europa tel ik wel apart. Een uitzondering is Dominion: Intrige en soortgelijke zelfstandig speelbare uitbreidingen

-stemmen kan tot en met 30 april; daarna maak ik de lijst op

-commentaar bij een spel? Graag! Uit de commentaren maak ik een selectie om in het overzicht te plaatsen.

Voor een terugblik kun je eens een kijkje nemen bij de vorige jaargang.
Ik ben benieuwd naar wat er dit jaar weer populair is. Blijft Azul bovenaan, herovert Puerto Rico de eerste plaats, zet Wingspan de triomftocht voort of galoppeert een duister paard naar het erepodium? Vanaf begin mei gaan we weer aftellen.

Maandoverzicht: maart 2020 (Dagmar)


Wat is er ontzettend veel veranderd de afgelopen maand! Toen ik mijn vorige maandoverzicht schreef, zag ik nog niet aankomen dat we binnen twee weken verplicht in een intelligente lock down zouden zitten. In de eerste twee weken van de maand hebben Niek en ik nog een middag heel gezellig spellen gedaan bij spellenvriendin Saskia en had ik ook nog een spellendag met Anton en Peter Hein (zonder begroetingszoenen en handen te geven, maar verder was alles nog redelijk normaal). En nu zijn we zo veel mogelijk thuis, met uitzondering van iedere dag een wandeling en om de paar dagen een bezoek aan de supermarkt. De ene dag vind ik het makkelijker dan de andere dat je zo aan huis gebonden bent, maar meestal gaat het goed. Het helpt dat we een fijn huis met tuin hebben zodat we met de mooie dagen regelmatig even buiten konden gaan zitten.

Met zo veel thuis en de spellenmiddag en spellendag aan het begin van de maand, zal het geen verrassing zijn dat er super veel spellen op tafel kwamen, namelijk 66. Wingspan was wederom ons meest gespeelde spel en kwam maar liefst 14 keer op tafel. Ik speelde zes spellen voor het eerst. Ik zal ze hier in oplopende leukheid behandelen.

Ik had al veel gehoord over Cards against Humanity, maar het nog nooit gespeeld. Het spelletje stond bij Saskia in de kast en toen we nog een kort spelletje als uitsmijter zochten, viel (op mijn verzoek) de keus hier op. Cards against Humanity is een echt puberspel. Elke ronde wordt een kaart met een gedeelte van een zin opengedraaid. Alle spelers hebben een aantal kaarten in hun hand waarmee ze de zin kunnen afmaken. Iedere speler kiest een kaart die de meest grappige combinatie oplevert. De kaart die de startspeler het grappigst vindt, wint de ronde. Grappig is in de wereld van Cards against Humanity vooral grof en seksistisch. Om sommige zinnen moest ik nu ook nog wel lachen, maar eigenlijk ben ik te oud voor dit spel. Ik kan me goed voorstellen dat pubers de grootste lol hebben met dit spel en de onethische zinnen die ze er mee maken.

Yellow & Yantze is de opvolger van Eufraat en Tigris, briljante oorlogsspellen van Reiner Knizia. In beide spellen probeer je in verschillende steden invloed te krijgen op bepaalde gebieden. Je kan daarbij proberen de invloed van een ander over te nemen door aan te vallen of door steden aan elkaar te laten groeien. Die aanvallen veroorzaken echter ook schade waardoor na de strijd er vaak weinig van een stad over is of er juist meerdere nieuwe steden zijn ontstaan. Het is echt heel knap bedacht, maar het is mij allemaal een beetje complex. Als je aanvalt dan werkt dat vaak op meerdere manieren door en het is echt uitdagend om goed door te denken wat een aanval je kost en oplevert en of dat het waard is. Ik speel liever een wat minder zwaar spel.

Rapid City is een reactiespelletje waar alle spelers inwoners van het wilde westen zijn. Elke ronde wordt een kaart opengedraaid en afhankelijk van die kaart moet je jouw pion zo snel mogelijk op een bepaald gebouw zetten of juist een pion van een andere speler proberen te pakken. Het was best ok, maar ik vind andere reactiespelletjes leuker (zoals Vlotte Geesten).

Smile is een kaartspelletje dat een beetje aan Gesjaakt doet denken. In dit spel moet je namelijk kaarten verzamelen waarvan sommige kaarten punten opleveren en andere punten kosten. Om te voorkomen dat je kaarten moet pakken die je niet wilt, moet je fiches inleveren. Daar heb je er natuurlijk maar een beperkt aantal van, dus je moet soms tijdig je voorraad aanvullen door een kaart te pakken waarop al veel fiches van een ander liggen. Ik vond het best een aardig spelletje, maar niets bijzonders.

In Menara bouwen de spelers samen aan een hoge toren door om de beurt pilaren te plaatsen en daar nieuwe plateaus op te leggen. De plateaus hebben alleen nogal bijzondere vormen waardoor het hele bouwwerk heel snel instabiel wordt en met veel geraas in elkaar valt. En als dat een beetje spectaculair gebeurd, kan je zelfs daar nog plezier in hebben.

Het laatste nieuwe spel dat ik deze maand speelde (en dus het leukste) was Catan: Kosmonauten. Ik vind Catan nog steeds een super spel, maar de meeste verwende veelspelers zijn al zeker tien jaar over dit spel heen. Ik speel het daardoor bijna nooit. Gelukkig zijn Anton en Peter Hein ook Catan-fans en dus speel ik het nog wel af en toe met hen. Dit keer speelden we de nieuwe ruimte-versie van Catan. Dit is een geupdate versie van The Starfares of Catan uit 1999. In dit spel begin je met twee ruimteschepen die je tijdens je beurt laat vliegen. Hoe ver je mag vliegen bepaal je door met je Ruimte-Rammelaar te schudden. Dat lees je goed: Ruimte-Rammelaar! Dit is een fancy miniatuur ruimteschip waar plastic bolletjes in zitten. Nadat je geschud hebt, vallen er twee bolletjes in een transparant buisje aan de onderkant van het schip. De kleuren bepalen vervolgens hoe ver je mag vliegen. Ik vind het hilarisch dat een stel volwassenen met een serieus gezicht zo’n ruimteschip aan het shaken zijn tijdens het spel. Als je schip  vervolgens naar een planeet vliegt dan kan je daar nieuwe ruimtebasissen bouwen en die leveren weer meer grondstoffen op waarmee je nieuwe schepen kan bouwen, net zo lang tot je voldoende punten hebt om te winnen. In de Ruimte-Rammelaar zitten ook zwarte bolletjes, als je die tevoorschijn rammelt dan heb je een ruimte-ontmoeting. Als dit gebeurt, dan leest één van de andere spelers een kaart voor wie je ontmoet (een ruimtepiraat, een handelaar of een schip in nood) en legt je een keus voor (vechten, handelen, vluchten, helpen). Zo zou een louche type je de deal van je leven aan kunnen bieden. Wat doe je dan, accepteren of toch maar niet. Als je accepteert krijg je misschien wel de grondstoffen die je wilt, maar misschien gaat het louche type er met jouw grondstoffen vandoor zonder zijn deel van de deal na te komen. Deze ontmoetingen hebben natuurlijk een bepaalde geluksfactor in zich (je weet niet wie je ontmoet en weet ook niet wat  de uitkomst is van een keus), maar ze geven het spel heel veel sfeer.  Ik heb dit spel echt met super veel plezier gespeeld en kan eigenlijk niet wachten op het volgende potje. Helaas heb je minimaal 3 spelers nodig en dat zit er voorlopig dankzij de intelligente lock down niet in.

woensdag 25 maart 2020

Recensie: Pharaon


In het oude Egypte was het hiernamaals een stuk belangrijker dan het heden. Je bent per slot van rekening langer dood dan levend en dus kan je je maar beter goed voorbereiden door een wit voetje te halen bij de verschillende goden en te investeren in een mooie uitzet.

In Pharaon ben je zo’n Egyptenaar die tijdens het leven bezig is om alle voorbereidingen te treffen voor later. Dat doe je op een rond spelbord dat bestaat uit vijf segmenten. Op elk segment kan je grondstoffen op een andere manier in zetten. Zo is er bijvoorbeeld een segment waar je grondstoffen kan offeren (en krijg je daar andere grondstoffen of puntenfiches voor terug), is er een plek waar je kan socializen met de adel om voordeeltjes te bemachtigen die het je in het hier en nu makkelijker maken en kan je investeren in je grafgoederen (en krijg je daar punten voor terug).

Aan het begin van iedere ronde krijgen de spelers een aantal grondstoffen om die ronde te gebruiken. Om de beurt mag je op het bord iets doen. Je moet daarvoor altijd een bepaalde combinatie van grondstoffen inleveren. Vaak heb je net niet die grondstoffen die je nodig hebt, maar gelukkig kan je op een aantal plekken op het bord grondstoffen scoren. Je moet dus soms een beetje puzzelen om het maximale uit een beurt te halen (eerst offeren om de grondstof te krijgen die je nodig hebt om die ene actie-kaart te kopen en het voordeel daarvan gebruiken om te investeren in een mooie mummiekist.

Als je op een gegeven moment niets meer wilt (of kunt) doen, dan mag je passen. De speler die dit als eerste doet wordt de startspeler van de volgende ronde en verplaatst zijn spelersteen naar de onderste laag van de piramide. De volgende speler(s) die passen plaatsen hun spelersteen een stapje hoger in de piramide. Iedere keer dat je aan de beurt komt nadat je gepast hebt, mag je je spelersteen een stapje verder schuiven en krijg je toch nog iets, zoals bijvoorbeeld een grondstof.

Na vijf ronden is het spel afgelopen en worden de punten geteld om te bepalen wie zich het best heeft voorbereid op het hiernamaals.

…en de waardering

Pharaon is een onvervalste puntensalade, maar wel één die er heel smakelijk uitziet. Er is echt heel veel aandacht aan de vormgeving besteed en overal op het spelmateriaal zie je vrolijke, felgekleurde Egyptische afbeeldingen staan.  Het spel zelf is helaas niet zo thematisch. Tijdens het spelen ben je namelijk vooral bezig om zo slim mogelijk met je schaarse grondstoffen om te gaan. Omdat op iedere locatie het aantal plekjes beperkt is, moet je daarbij rekening houden met wat de andere spelers willen doen. Er zijn heel veel verschillende manieren waarop je punten kan scoren, maar het spel duurt te kort om overal voor te gaan en daardoor moet je echt een beetje plannen wat je wanneer gaat doen.

Ik vind Pharaon een erg leuk spel om te doen. Je bent echt bezig om continu je opties af te wegen en daar de beste uit te kiezen. Vaak loont het om niet direct op je doel af te gaan, maar dit via een omweggetje te doen. Pharaon is te zware kost voor families en gelegenheidsspelers, maar wat meer ervaren spellenliefhebbers zullen zich hier prima mee vermaken.







Auteur: Sylas – Henri Pym
Uitgever: Catch up Games, 2019
Aantal spelers: 1-5
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: circa 45-90 minuten
Prijs: circa 40 euro

dinsdag 24 maart 2020

Recensie: Celestia

Een fraaie vormgeving kan erg bijdragen aan de sfeer en daarmee het spelplezier van een spel. Dat geldt zeker voor familiespellen, al was het maar om de familie in kwestie over de streep te trekken. Celestia is zo’n mooi spel, compleet met een bouwpakket voor het luchtschip waarmee de speler op reis gaan door het magische Celestia met haar zwevende steden.

Het luchtschip begint in de eerste stad en om beurten zijn de speler de kapitein die het schip naar de volgende stad moet navigeren. De reis is niet zonder gevaren en hoe verder je komt, des te groter de bedreigingen. Mist, onweer, agressieve vogels en zelfs luchtpiraten kunnen het schip laten neerstorten.


Om te bepalen welke gevaren er komen gooit de kapitein een aantal dobbelstenen. Voor ieder geworpen symbool moet hij of zij een passende kaart afleggen. Voordat de kaarten afgelegd worden, moeten de andere spelers kiezen of ze de reis aandurven of niet. Als je uitstapt, scoor je in ieder geval de veilige punten van de stad waar het schip nu staat. Blijf je aan boord, dan heb je kans op meer punten in de volgende stad, of wie weet nog verder. Als iedereen gekozen heeft, blijkt of de kapitein de benodigde kaarten heeft. Zo ja, dan vlieg je verder en is de volgende speler die nog aan boord is de nieuwe kapitein. Zo niet, dan crasht het schip en scoort geen van de nog aanwezige spelers punten.

Als het schip crasht of iedereen uit is gestapt begint het schip opnieuw bij de eerste stad. Wie na verschillende vluchten als eerste meer dan vijftig punten heeft gescoord wint het spel.


...en de waardering

Als familiespel is Celestia bijzonder geslaagd. Een fraaie vormgeving gecombineerd met een duidelijk doel maakt dat je snel kunt beginnen met spelen, zonder al teveel uitleg. Het gokken en bluffen verhoogt de speelvreugde. Groot is het gevoel van triomf als je in je eentje verder gaat en de laatste stad weet te bereiken, net zo groot als het gevoel van lafheid als je snel uitstapt en de rest veel verder weet te komen.


Voor wie toe is aan meer uitdaging zijn er inmiddels twee uitbreidingen verschenen. Die voegen wat meer opties en daarmee complexiteit toe. Ideaal voor de veelspeler of degene die het basisspel al tientallen keren heeft gedaan. Maar ook zonder biedt het veel plezier voor jong en oud.







Auteur: Aaron Weissblum
Uitgever: BLAM! (2015)
Aantal spelers: 3 tot 6, vanaf 8 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: ca 25 euro

Recensie: Flash Point

Een van mijn guilty pleasures is Hero Quest. Niet de ingewikkelde regels en onnavolgbare verhaallijnen van een fantasy rollenspel, maar wel de fraaie miniaturen en lekker knokken met monsters. Heerlijk, maar verrassend lastig op tafel te krijgen. Het thema en de sfeer van het spel roepen toch snel de associatie op met bleekneuzige en puisterige puberjongens. Het klinkt misschien gek, maar dat spreekt niet iedereen aan.


Maar wat nu als je de tovenaar, barbaar, elf en dwerg nu vervangt door brandweerlieden met hun eigen vaardigheden, de monsters door rook, vuur en explosieve stoffen en de schatten door gewone mensen en huisdieren? Dan heb je ineens een heldhaftig thema te pakken, waar de spelers een uitslaande brand in een huis meester moeten worden en alle bewoners uit het huis moeten redden.


Eigenlijk is de voorbereiding bij Flash Point nog het ingewikkeldst, het spelverloop is eenvoudig en elegant. In je beurt loopt je brandweerman door het huis, blust daarbij rook en vuur en probeert bij de slachtoffers te komen en die uit het huis te halen. Na je acties breidt het vuur zich uit en is de volgende speler aan de beurt.

Een goede afstemming is noodzakelijk in dit samenwerkingsspel. Het einddoel is om zeven bewoners te redden (inclusief kat en/of hond), maar je moet voortdurend het vuur onder controle weten te houden. Loopt dat uit de hand, dan volgt de ene explosie op de andere en sterven de inwoners een vreselijke dood of stort het huis zelfs in. Als dat laatste gebeurt heb je het spel verloren, net als wanneer er vier slachtoffers in de vlammen zijn omgekomen.


…en de waardering

Flash Point is bij uitstek een samenwerkingsspel voor de hele familie. Iedereen kan zich in het thema verplaatsen en de regels spreken voor zich. Met alleen de basisregels moet je behoorlijk je best doen om te verliezen, wat zeker met iets jongere spelers een voordeel kan zijn. Bovendien ziet niemand graag harige viervoeters geroosterd worden.


Voor wie wat meer uitdaging zoekt biedt het spel wat extra mogelijkheden en uitdagingen, maar ook dan zal een ervaren speler van samenwerkingsspellen meestal weinig moeite hoeven doen om het spel te winnen. Doorgewinterde veelspelers die op zoek zijn naar een uitdaging kunnen beter iets anders kiezen, maar wie op zoek is naar een toegankelijk coöperatief spel voor alle leeftijden kan zich nauwelijks een geschikter spel wensen.







Auteur: Kevin Lanzing
Uitgever: 999 Games (2012)
Aantal spelers: 2 tot 6, vanaf 8 jaar
Speelduur: 30 tot 45 minuten
Prijs: ca 35 euro

zondag 22 maart 2020

Recensie: Fantastic Factories


De meeste spellen kiezen voor fantasievolle thema’s. Fantastic Factories pakt het anders aan. In dit spel moet je fabrieken gaan bouwen. Dat klinkt eerder als werk dan plezier, maar de vrolijke vormgeving van de doos trok mij over de streep om dit spel te gaan proberen.

In Fantastic Factories heb je vier werknemers (dobbelstenen) die je in kan zetten om jouw eigen industriële imperium te bouwen.  Aan het begin van het spel staat op jouw bedrijfsterrein nog maar één gebouw: het hoofdkantoor van waaruit je jouw imperium gaat besturen. In je hoofdgebouw zijn drie verdiepingen waar je je dobbelstenen op verschillende manieren kan inzetten. Op de bovenste verdieping werken de dobbelstenen aan Research (trekken van extra kaarten waarop fabrieken staan die je kan bouwen), op de begane grond wordt energie opgewekt en in de kelder delven de dobbelstenen staal.

Op tafel liggen verder vier uitzendkrachten en vier fabrieken klaar. Aan het begin van iedere ronde mogen alle speler om de beurt één van deze kaarten pakken (voor een uitzendkracht moet je wel weer een kaart inleveren). De uitzendkrachten geven je eenmalige voordeeltjes (zoals extra dobbelstenen, energie of staal).

Vervolgens  gooien alle spelers met hun dobbelstenen en zetten ze deze te werk in hun hoofdkantoor of eerder voltooide fabrieken. Dat kan natuurlijk alleen als je de juiste getallen gegooid hebt (voor staal-productie moet je bijvoorbeeld  een 4 of hoger gooien en voor energie juist maximaal een 3). Door bepaalde combinaties van kaarten, energie en staal in te leveren kan je nieuwe fabrieken en andere  bouwwerken maken. Deze leveren aan het eind van het spel soms punten op.  Met sommige fabriek kan je goederen produceren (door de juiste dobbelstenen in te zetten in combinatie met het afleggen van kaarten, energie en/of staal). Deze goederen leveren punten op aan het eind van het spel. Andere fabrieken helpen je bij de productie van staal en energie of geven je de mogelijkheid om de dobbelstenen te manipuleren.

Zodra een speler 10 gebouwen heeft gebouwd of 12 goederen heeft geproduceerd, is het spel afgelopen. De spelers bepalen nu hun score door de puntenwaarde van hun bouwwerken en het aantal goederen dat ze geproduceerd hebben, bij elkaar op te tellen. Wie de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

…en de waardering

Fantastic Factories is een spel waar je lekker bezig bent om slim punten bij elkaar te schrapen. Dat kan je doen door gebouwen te bouwen, maar ook door goederen te produceren. De echt nuttige gebouwen leveren geen punten op en de meest nutteloze bouwwerken (zoals een obelix) leveren de meeste punten op. Het fijne van dit spel is dat tijdens de fase waarin je de dobbelstenen inzet, iedereen tegelijkertijd aan zet is. Daardoor gaat het spel lekker snel. Het nadeel daarvan is dat je al snel het zicht kwijt raakt op wat anderen aan het doen zijn, waardoor iedereen een beetje in zijn eigen coconnetje aan het spelen is. Fantastic Factories recycled redelijk standaard spelprincipes tot een niet bijster origineel, maar toch best leuk tussendoortje.  







 Auteur: Joseph Chen en Justin Faulkner
Uitgever: Metafactory Games, 2020
Aantal spelers:1-5
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 30-60 minuten
Prijs: circa 40 euro