zondag 26 februari 2017

Recensie: Hengist

 De boeken van Dan Brown heb ik altijd verslonden. Zodra er dus een nieuw Dan Brown boek uitkomt is dat voor mij een no brainer: dat boek gaat mee naar huis. Hetzelfde geldt sinds Patchwork en het Agricola tweepersoonsspel voor tweepersoons-spellen van Uwe Rosenberg. Als het spel dan ook nog uitkomt bij betrouwbare uitgevers (Mayfair en Look out) en er goed uit ziet, dan aarzel ik niet. En zo ging op Spiel 2015 Hengist met me mee naar huis. Ik hoorde er weinig goeds over en daardoor duurde het uiteindelijk ruim een jaar voor het eindelijk op tafel stond, maar inmiddels weet ik of mijn vertrouwen in Uwe terecht was.

Hengist is een spel dat zich afspeelt op de kusten van het vroeg Middeleeuwse Engeland. De Romeinen zijn net vertrokken en de Picten en Schotten weten niet hoe snel ze het machtsvacuüum moeten opvullen. Dat lieten de andere bewoners van het eiland zich natuurlijk niet over hun kant gaan. De aanvoerder van de Saksen stuurt zijn beste mannen op pad om het binnenland te verdedigen. Deze aanvoerder is alleen nogal een krent en betaalt slecht. En tsja, als rechtgeaarde Saks weet je wat je dan te doen staat: je vult je loon aan met een plundering hier en een overval daar. In Hengist gaan twee groepen Saksen op pad om zo veel mogelijk buit binnen te slepen.

Tot mijn grote verbazing delen deze concurrenten wel een boot. Deze boot vaart langs de kust en de mannen kunnen waar ze willen in- en uitstappen. Ze staan dan op de kust. Vanaf de kust lopen paadjes naar het achterland waar de dorpen liggen die geplunderd moeten gaan worden. In deze tijd had nog niemand van Google-maps gehoord en dus is het wel een gokje welk paadje waar uitkomt en hoe waardevol de buit is die veroverd kan worden.

In de boot zitten drie groepen plunderaars van iedere spelers. In je beurt mag je met ieder van deze groepen één actie uitvoeren. Zo kan je uit de boot stappen of er juist weer in gaan zitten. Of je kan met een groep mannetjes een stukje gaan lopen. Je moet daarvoor alleen wel dezelfde combinatie van kaarten inleveren als staat afgebeeld bij het paadje waar je overheen wilt lopen. Over de paadjes naar de dorpjes ligt een kartonnen strookje. Als je over een paadje gaat lopen dan mag je op de achterkant van dit strookje kijken bij welk dorp het paadje eindigt en hoeveel buit je dus binnenhaalt.

In het spel zitten ook zwarte ontdekkers kaarten. Als je het gelukt hebt om er daar één van te trekken dan kan je die gebruiken om van te voren even te spieken hoe de paadjes lopen zodat je het meest profijtelijke pad kan kiezen (gelet op de handkaarten die je hebt). Je kan een ontdekker-kaart ook gebruiken als joker óf om een groep plunderaars die verdwenen is weer terug te halen. Iedere keer dat je namelijk een zwarte kaart gebruikt vaart de boot een stukje verder. Aan het begin van het spel liggen er drie borddelen, maar zodra de boot van het derde deel vaart wordt het eerste deel omgedraaid en als vierde deel neergelegd. Alle mannetjes (en schatten) die op dit deel stonden verdwijnen uit het spel.

Aan het eind van een beurt trekken spelers een aantal kaarten bij (2 tot en met 5, afhankelijk van waar hun plunderaars op het bord staan).

…en de waardering

Mijn vertrouwen in Uwe was helaas onterecht. Hengist voelt als een spel dat nog in ontwikkeling was. De kern van het spel moest iets worden met “combinaties kaarten afleggen om over paden te lopen”  en “niet meteen zien waar de paadjes naar toe gaan”. Dat had misschien best wat kunnen worden, maar dan was er nog wel iets extra’s nodig. Nu is het vooral een groot geluks-festijn. Je moet maar net de combinaties van kaarten trekken die nodig zijn om over een paadje te lopen. Vaak valt er niet zo veel te kiezen en ga je dus maar daar naar toe waar je de kaarten voor hebt. Het heeft immers niet zo veel zin om een zeldzame zwarte kaart uit te geven aan voorkennis over de paadjes als je vervolgens toch maar één pad kan gaan. Ik had daardoor niet echt het gevoel dat ik veel invloed op mijn eindresultaat had. Ik kan me voorstellen dat kinderen van 7 a 8 jaar dat nog niet helemaal door hebben en het spel dus nog best leuk vinden (het ziet er per slot van rekening goed uit en lekker plunderen vinden ze vast ook leuk). Maar voor een spel dat niet specifiek als kinderspel in de markt is gezet, is dat niet voldoende om het een voldoende te geven. Ik snap werkelijk niet dat een succesvol auteur als Uwe Rosenberg dit spel onder zijn eigen naam op de markt heeft willen brengen. Het maakt mij in ieder geval voorzichtiger om zijn nieuwe spellen blind te kopen.







Auteur: Uwe Rosenberg
Uitgever: Mayfair Games, 2015
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 7 jaar
Speelduur: 15-30 minuten
Prijs: circa 20 euro

zaterdag 25 februari 2017

Pandemic Legacy season 2 (eerste indruk op basis van de doos)

Ergens dit jaar gaat Pandemic Legacy deel 2 uitkomen. Ik meen dat ik ergens gelezen heb dat het in de zomer (rond juli) ging gebeuren, maar ik kan het bericht niet meer terug vinden. Ik kan in ieder geval niet wachten tot het zo ver is. Pandemic Legacy season 1 was met lichtjaren voorsprong het leukste spel dat ik ooit gedaan heb (lees hier mijn spoiler-vrije recensie als je het spel niet kent of hier mijn eveneens spoiler-vrije final thoughts). Het spel was top, maar wat het naar een hoger niveau tilde was het verhaal dat ontstond tijdens het spelen. Toen ik het aan het spelen was kon ik tegelijkertijd niet wachten om te ontdekken hoe het spel verder ging, terwijl het naderen van het einde van het spel ook betekende dat er een einde aan dit geweldige spel zou komen en dat terwijl ik er nog lang niet genoeg van had. Maar gelukkig komt er nu dus een vervolg!

Vorig jaar op Spiel werd de voorkant van de dozen van Season 2 al getoond. Ik was hier heel blij mee, want het betekende dat er inderdaad een season 2 zou gaan komen en dat daar schijnbaar zelfs al hard aan gewerkt werd. Ook kan je er wellicht al iets over afleiden over de verhaallijn in het spel. Net als bij Season 1 kan je het spel in twee verschillende dozen kopen. De inhoud van de dozen is hetzelfde, maar op deze manier kan je met twee groepen spelen en de spellen uit elkaar houden. Ik moet wel zeggen dat ik de kleuren van de dozen een stuk minder aantrekkelijk vindt dan bij season 1. Season 2 komt in een zwarte en een oranje/bruine variant. De plaatjes die er op staan doen mij aan actie films denken waar mensen in moeilijke omstandigheden iets proberen te bereiken. De dozen hebben ook wel een beetje een militaire sfeer. En op beide dozen zie je een soort zee of grote rivier. Wat je in ieder geval niet ziet is wetenschappers of dokters en dat is opvallend voor een Pandemic-spel. Het spel lijkt dus een minder medisch/wetenschappelijke insteek te hebben.

Afgelopen week is er naast de voorkant ook een foto naar buiten gekomen met de achterkant van Season 2. En hier is nog veel meer interessante informatie uit af te leiden over het spel. Ik zal jullie in dit blog meenemen met wat ik afleid aan de achterkant.

Allereerst is het weer een spel voor 2 tot 4 spelers met een speelduur van circa een uur. De leeftijdsgrens is echter wel een jaartje opgetrokken, namelijk tot 14 jaar. Dit betekent vast dat het spel wat complexer is geworden.

Ook staat er op de achterkant al wat er in de doos zit. In de doos zitten een bord, 10 karakter-kaarten, 4 pionnen, 9 supply centers (de vervanger van de onderzoeksstationnen wellicht?), 5 tokens, 36 supply-cubes, 53 player-cards, 27 infection cards, 82 legacy-cards (dat zijn er 20 meer dan in season 1!), 4 haven worker cards, 6 dossiers en een reference card. Op een vagere foto van de doos kan ik het hele vakje zien en daar staat een woord dat ik niet kan lezen en daarna “and much more”. Ik hoop dat dat onder dat “veel meer” in ieder geval weer van die leuke zwarte doosjes gaan vallen die je af en toe tijdens het spel open mag maken en waaruit allemaal verrassingen komen. Ik zou het echt jammer vinden als die er niet in zitten (tenzij ze iets anders net zo fantastisch hebben verzonnen natuurlijk).

Links op de doos wordt in een blauw vlak iets meer verteld over de verhaallijn van het spel. Het spel speelt zich 70 jaar na een grote plaag af. De plaag kwam uit het niets en de meeste mensen stierven binnen een week zonder dat iemand er wat aan kon doen. Maar sommige mensen hebben de plaag overleefd door op de zee te gaan wonen op drijvende havens. Vanuit deze havens worden voorraden naar het vaste land gestuurd in de hoop dat de mensheid niet uitsterft. Een aantal grote steden staat nog met elkaar in contact, maar het contact met heel veel andere steden is verbroken. Het spel start met een klein groepje mensen dat op pad wordt gestuurd om te ontdekken wat er in de rest van de wereld is gebeurd…..

Het thema van het spel past dus wel goed bij de voorkant van de dozen. Het spel speelt zich af in een post-apocalyptische tijd. Het doet mij denken aan de sfeer uit de boeken van Justin Cronin (De oversteek triologie).  De spelers van het spel zijn vast de mensen die op pad worden gestuurd om de wereld te ontdekken. Dit lijkt mij een uitstekend uitgangspunt voor een legacy-spel.

Op de achterkant van het spel staat het speelbord afgebeeld. Ik moest even een paar keer kijken voor ik doorhad wat er op het bord afgebeeld was. Wat je ziet is de grote oceaan (in het lichtblauw) met de randen van Zuid-Amerika, een stukje Noord-Amerika, Europa en Afrika (in het geel). Dit is vast het deel uit de wereld dat nog bekend is en de rest moet weer (her)ontdekt worden. Op het bord staan de bekende pionnen, onderzoeksstations (al zijn dat vast supply stations in dit spel) en virus-blokjes (of zouden dat supply-cubes zijn?). Ik vind het overigens opvallend dat alle blokjes dezelfde kleur hebben (grijs). Wat zou dit betekenen? Ook staan er drie gekleurde bollen op de plaats waar je normaal bijhoudt welke ziektes er zijn genezen. Onder deze bollen staat een vak voor de plague-cubes. Maar wat deze bollen precies zijn weet ik niet. Er is in ieder geval geen ruimte om de virussen te laten muteren (zoals in season 1 gebeurde). Verder zien we een incidenten-spoor (vast om de uitbraken bij te houden), een vak voor de doelen (objectives) zoals we ook uit Season 1 kennen en spelerskaarten. Onder het objectives-vak staat een spoor om bij te houden in welk scenario je zit. Opvallend is dat hier 13 vakjes staan, terwijl er in season 1 12 vakjes stonden (vernoemd naar de maanden van het jaar). Bovendien staan er nog twee cirkels met het 10 en 11 naast. Ik heb geen idee wat deze cirkels betekenen al valt me wel op dat de nummers aansluiten op de nummers van de het Legends-spoor dat links onder op het bord staat. Dit is een nieuw element en ik ben heel benieuwd naar waar het voor dient.

Rechts op de achterkant van de doos staat heel kort waar het spel om draait (welke mechanismen staan centraal). Als eerste wordt het ontwikkelen van je karakter genoemd. Dit zat ook al in season 1 en beviel mij en de mensen waar ik mee speelden heel goed. Wij vonden het leuk om de karakters grappige namen te geven en zich te laten ontwikkelen via upgrades en scars. Dit droeg heel erg bij aan het verhalende karakter van het spel. Het tweede mechanisme dat genoemd wordt is dat je de wereld gaat ontdekken. Dit stond ook al in het verhaaltje. Waarschijnlijk gaat de wereldkaart langzaamaan ingevuld worden tijdens het spel (met stickers? door een laag weg te krassen?). Het laatste mechanisme wat genoemd wordt is dat je populaties gaat helpen overleven. In Pandemic moest je altijd mensen redden door ze te genezen en een geneesmiddel uit te vinden. Helpen roept bij mij toch meer het beeld op dat je mensen moet helpen om zelf te overleven, misschien door ze de middelen te geven om zelf voedsel te genereren of huizen te bouwen. Op dit plaatje staat ook een zwart vakje met een 4 met een pijn naar een vakje met een 3. Zou dit een sticker zijn die je op het bord plakt als het beter gaat met de mensen? Ik ben benieuwd!

Verder zien we op het bord al een paar spelerskaarten en een karakterkaart afgebeeld. We zien spelerskaarten in twee kleuren (blauw en geel) met plaatsnamen er op. Op een andere plek op de doos staan ook nog zwarte kaarten. Mogelijk zijn er dus maar 3 kleuren infectie-kaarten en sluit dat aan bij de drie bolletjes op de kaart.  In alle Pandemic-spellen moet je proberen om setjes kaarten van een kleur te verzamelen om zo een geneesmiddel te vinden. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als je hier een set compleet hebt. De spelerskaart heeft lekker veel vakjes voor upgrades. En er lijkt een soort ontwikkelspoor onderaan het kaartje te staan waar je iets kan bijhouden. Het is niet goed te zien, maar het lijkt wel of er cijfertjes onder de vakjes staan. Maar misschien probeer ik overal iets in te zien en is het gewoon een decoratief randje.

Op de achterkant zien we ook al twee van de dossiers afgebeeld staan. In season 1 zaten er allemaal stickers met allemaal verschillende functies in deze mappen (extra upgrades, nieuw spelregels, nieuwe dingen voor op het bord). Ik verwacht dat ook in deze dossiers dit soort zaken gaan zitten. Verder zien we nog wat afbeeldingen die vast bedoeld zijn om de sfeer van het spel mee te geven. In season 1 hadden de dossiers een zakelijke uitstraling, hier doen ze me denken aan oud vergeeld papier. Dat sluit dan weer prima aan bij het thema. Als bijna de hele mensheid is uitgestorven dan kunnen de overlevende vast een flinke tijd teren op al het papier en alle andere dingen die achter zijn gebleven.

Dit is wat ik aflees uit de paar plaatjes die nu beschikbaar zijn van hopelijk mijn favoriete spel van 2017. Ik krijg het gevoel dat dit meer een ontdek en ontwikkel spel gaat worden dan dat het gaat draaien om het beter maken van zieke mensen. En er zal vast een mechanisme in zitten dat voor tegenslag zorgt die overwonnen moet worden door slim samen te werken. Dit past heel goed bij een Legacy-stijl spel. Tegeliijkertijd doet me dit denken aan Seafall, het andere Legacy spel van de Rob Daviau (de co-auteur van Pandemic Legacy 1 en 2). De reacties op dat spel zijn duidelijk minder positief dan die op Pandemic Legacy season 1. Maar wellicht geeft dat ook weer de kans om te leren van je fouten waardoor Season 2 toch weer een knaller gaat worden.

Ik ben echt super benieuwd naar dit spel en kan niet wachten tot ik het kan gaan kopen én spelen. Het is natuurlijk ontzettend moeilijk om een opvolger te maken voor een spel dat zo populair is als Pandemic Legacy season 1 (het stond binnen no time op nummer 1 op Boardgamegeek en heeft die plaats nog steeds niet afgestaan), maar ik hoop echt dat het gelukt is. Overigens is op BoardgameGeek ook een discussie gaande naar aanleiding van de nu beschikbare informatie (zie hier). Daar hebben sommige mensen ook nog de teksten op sommige kaarten gelezen. Kijk dus ook vooral daar even als je het leuk vindt om ook nog andere invalshoeken te lezen over wat we mogelijk zien op de achterkant van Pandemic Legacy Season 2. 


woensdag 22 februari 2017

Recensie: Karuba

Als je de doos van Karuba ziet, dan kan je niet anders dan meteen aan Indiana Jones denken. Op de doos staat namelijk een jonge look-a-like van Indiana  bij een Inca-tempel in een oerwoud trots een blinkend gouden beeld omhoog te houden. In dit spel mogen de spelers dan ook, net als Indiana Jones, op zoek naar kostbare schatten op een tropisch eiland.

Aan het begin van het spel krijgt elke speler een eigen bord van het eiland voor zich te liggen. Op het bord worden vier avonturiers op de aan het rand van het bord afgebeelde strand gezet. Aan de andere kant van het bord staat het oerwoud afgebeeld en hier worden vier schatten verstopt. De avonturiers willen zo snel mogelijk naar de schatten toe, maar daarvoor zullen eerst nog wegen moeten worden gebaand.

Elke speler heeft namelijk verder een set met vierkante tegels gekregen met daarop de wegen door het oerwoud. Op sommige plekken is zelfs nog een extra schat verstopt. Een speler schud de tegels en legt ze dicht. Deze speler trekt iedere ronde een tegel en vertelt de andere speler welke hij heeft getrokken (ze zijn genummerd). De andere spelers zoeken dan deze tegel op en gebruiken hem.

Je kan tegels op twee manieren gebruiken. Allereerst mag je de tegel op het bord leggen om daarmee wegen te creëren van de avonturiers naar de schatten. Je mag de tegels overal neerleggen en het hoeft niet eens passend. Je mag de tegels alleen niet draaien. Als er een schat op de tegel staat dan moet je die op de tegel leggen. Door het neerleggen ontstaan er gedurende het spel paadjes op de spelersborden.

De tweede manier waarop je de tegels kan gebruiken is door ze af te leggen om bewegingspunten voor je avonturiers te krijgen. De avonturiers mogen namelijk niet zo maar over het bord gaan lopen, daarvoor moet je tegels afleggen. Je mag maximaal net zo veel stappen doen als er paadjes een tegel aflopen. Of te wel met als er één weggetje op een tegel staat dan heb je twee uitgangen en mag je twee stapjes zetten en bij een tegel met een kruising zijn er vier uitgangen en mag je dus vier stapjes zetten. Je moet de stapjes met dezelfde avonturier zetten. Als je je beurt eindigt naast een schat dan mag je die oppakken. Het doel is om je avonturiers zo snel mogelijk naar de schatten aan de rand van het bord te sturen, want deze schatten leveren de meeste punten op. Hoe eerder je bij een bepaalde schat bent, hoe meer punten het namelijk oplevert.

Het spel is afgelopen als de laatste tegel is omgedraaid. Het komt regelmatig voor dat er dan nog avonturiers midden op het eiland staan. Dat is dan een gevalletje jammer maar helaas, zelfs als er al een goed pad naar hun schat leidt, dan nog mag je de schat niet even ophalen. Aan het eind van het spel tellen de spelers de punten op van de door hun avonturiers verzamelde schatten. Wie de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

...en de waardering

Karuba is een spel naar mijn hart. Het is zo uitgelegd, duurt niet te lang, heeft een aansprekend thema, speelt lekker weg en ziet er fantastisch uit (laat dat maar aan Haba over). En wat ook fijn is aan dit spel is dat iedereen altijd aan de beurt is. Iedereen heeft iedere beurt dezelfde tegel om iets mee te doen. Je hoeft dus nooit lang op je beurt te wachten ongeacht of je met hoeveel spelers je speelt. Doordat je de avonturiers en schatten iedere keer op een ander plekje op de rand van het bord kan zetten en de tegels iedere keer in een andere volgorde worden getrokken, is het spel bovendien iedere keer net even anders. Karuba is echt een perfect familiespel dat net zo goed in de smaak zal vallen bij mensen die af en toe eens een spelletje doen als bij verwende veelspelers.







Auteur: Rüdiger Dorn
Uitgever: Haba, 2015
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30-45 minuten
Prijs: circa 35 euro

zaterdag 18 februari 2017

Recensie: Trambahn

Een tijdje terug kwam ik op Boardgamegeek een lijstje tegen met de spellen die stelletjes hadden gespeeld. In dit lijstje schreef iemand een stukje over Trambahn dat mijn interesse wekte. Trambahn zou namelijk een beetje lijken op het geslaagde tweepersoonsspel Lost Cities. Trambahn stond al sinds Spiel 2015 ongespeeld in de kast te wachten om op tafel te komen. Het stukje op Boardgamegeek was hét zetje dat ik nodig had om eindelijk de regels van dit spe te gaan lezen.

Trambahn speelt zich af in het München van het eind van de 19e eeuw. De tram is een groot succes in de stad en snel worden nieuwe routes aangelegd. De wetenschap staat ondertussen niet stil en er komen steeds betere trams op de markt. De spelers zijn het hoofd van een tram-maatschappij en proberen elkaar af te troeven door te investeren in mooie routes en moderne trams.

Het spel bestaat uit een enorme stapel kaarten in vier kleuren met waardes 1 tot en met 10. De kaarten kunnen op verschillende manieren gebruikt worden. Zo kunnen ze gebruikt worden als geld dat gebruikt wordt om nieuwe trams te kopen. Maar je kan ze ook gebruiken om routes mee te bouwen of als passagier om tellingen mee te veroorzaken.

Iedere beurt begin je met 6 kaarten op handen. Je moet altijd  1 of 2 kaarten afleggen als passagier. Zodra de vierde passagier van een kleur is neergelegd volgt meteen een waardering van de route in de bijbehorende kleur. Die routes bouw je in je beurt door uit je hand kaarten aan rijtjes aan te leggen. De rijtjes moeten op oplopende volgorde worden gebouwd (daar hebben we de link naar Lost Cities). De hogere kaarten zijn meer punten waard dan de lagere.  Je mag trouwens meerdere rijtjes van dezelfde kleur maken, zolang elk rijtje maar netjes oplopend is. Het laatste wat je kan doen is kaarten afleggen als geld. Met dit geld kan je een nieuwe tram kopen en die heb je nodig om een nieuw rijtje te starten. De trams die in het spel komen worden steeds beter, maar helaas ook steeds duurder. Aan het eind van een beurt vul je je hand weer aan tot 6 kaarten.

Het loont overigens om lange rijtjes te maken, als een rijtje 8 kaarten lang is, dan volgt meteen een extra waardering van dit rijtje. Om deze reden is het slim om ook te investeren in rijtje die beginnen met lage getallen ook al zijn die weinig punten per kaart waard.

Als  een reguliere waardering wordt getriggerd, dan tel je de punten van je routekaarten bij elkaar op en vermenigvuldig je deze met de waarde van je tram (of te wel met 2, 3 of 4 afhankelijk van hoe goed de tram is). Na 10 waarderingen is het spel afgelopen en wie dan de meeste punten heeft verzameld wint het spel.

Ik moet trouwens wel bekennen dat Niek en ik ons niet helemaal aan de regels van dit spel houden. Er zijn twee regels waar we het nut niet van inzien en die we dus negeren. Allereerst krijgt de startspeler net wat minder geld dan de nummer twee. Ik zie niet echt wat het startspelervoordeel is en dus hoeft dat ook niet gecompenseerd te worden (door het extra geld wil je eigenlijk liever de tweede speler zijn). De tweede regel is dat je eigenlijk de helft van je geld af moet leggen op het moment dat de trekstapel leeg is en geschud moet worden. Deze regel stimuleert dat je niet hamstert, maar soms kan je er niets aan doen dat je nog net niet genoeg kaarten hebt voor een nieuwe tram en dan is de straf wel heel hoog.

...en de waardering

Ik vind Trambahn een erg leuk tweepersoonsspelletje. Niek is het gelukkig met me eens. Het spel stond in een week tijd dan ook zes keer op tafel en dat wil wat zeggen. We moesten echt even op zoek naar de flow van dit spel. Ik houd er van om te hamsteren en had dus de neiging om kaarten te bewaren voor rijtjes die ik later ging bouwen. Dit schoot echter niet op omdat je je hand altijd aanvult tot 6 kaarten. Als je dus veel kaarten bewaart, dan krijg je minder nieuwe en duurt het dus langer voor je de gewenste kaarten hebt. Ook wil je graag kaarten gebruiken om rijtjes uit te bouwen, maar rijtjes worden pas gewaardeerd als er vier kaarten als passagier zijn afgelegd. Op een gegeven moment moet je dus juist kaarten gaan gebruiken als passagier en niet meer investeren in rijtjes. En alsof het niet lastig genoeg is om te beslissen of je kaarten als routekaart voor rijtjes of als passagier voor de waardering gebruikt, moet je ook nog zorgen dat je genoeg kaarten aflegt als geld om nieuwe trams te kunnen kopen omdat je anders geen nieuwe rijtjes mag starten. Je moet dus de balans zoeken tussen de verschillende mogelijkheden en dat valt niet mee, maar maakt het spel wel heel leuk.






Auteur: Helmut Ohley
Uitgever: Mayfair Games, 2015
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: circa 20 euro

woensdag 1 februari 2017

Maandoverzicht: januari 2017 (Dagmar)


Als een goed begin het halve werk is, dan komt het met 2017 wel goed. In de eerste maand van dit nieuwe jaar had ik namelijk al een Spiel-Natuurvriendenhuis-reünie-spellendag, een Spellenpret-middag, een spellenmiddag-speelafspraak en een paar spellenavonden op kantoor. En daarnaast speelde ik ook nog af en toe met Niek een spelletje. In januari kwam daardoor 32 keer een spel op tafel, waaronder 7 spellen die ik voor het eerst deed. Ik speelde naast deze nieuwe spellen ook een aantal golden oldies.

Het leukste spel dat ik deze maand voor het eerst deed was Terraforming Mars (met lichtjaren voorsprong op de andere spellen). In dit spel ga je samen met de andere spelers aan de slag om het leefbaar te maken op mars. Zo moet je watervlaktes aanleggen, het zuurstofniveau verhogen en zorgen dat de temperatuur op de planeet flink omhoog gaat. Als je deze omschrijving leest, dan lijkt het net of dit een coöperatief spel is, maar dat is niet zo. Je werkt dan wel samen aan een doel, maar je scoort punten voor jouw bijdragen aan dit doel en wie de meeste punten heeft wint. Het is een spel met een stevige speelduur, maar de tijd vloog voorbij. Terraforming Mars is verder een goed gestroomlijnd spel waarbij je iedere ronde uit een aantal acties kan kiezen waardoor je het verblijf op Mars steeds aangenamer maakt. Er zijn een aantal acties die je altijd uit kan voeren en voor de andere acties ben je afhankelijk van de kaarten die je trekt. Zo kan je investeren in het bouwen van fabrieken waardoor je iedere volgende ronde extra grondstoffen krijgt die je weer kan verkopen of gebruiken. Zo bouw je langzaam aan je eigen economie op waardoor je met steeds grotere stappen de planeet leefbaar maakt. Thematisch zit het spel ook goed in elkaar en ik heb gehoord dat zelfs de wetenschap achter de mogelijke acties op de kaarten klopt (ik ben maar een simpele econoom en dit element gaat mij dus boven mijn pet). Er zitten echt heel veel kaarten in het spel dus je kan altijd wel iets leuks en het spel zal iedere keer anders verlopen. Omdat ik denk dat zelfs Niek (die het toch niet zo heeft op lange spellen) gaat overtuigen, verwacht ik dit spel wel in mijn spellenkast te gaan verwelkomen. Maar daarvoor moet ik wel even geduld hebben want op dit moment is het uitverkocht en wacht de spellenwereld met ingehouden adem op de tweede druk in het Engels (februari) of de eerste druk in het Nederlands (tweede kwartaal).

Tot mijn grote genoegen lukte het verder om deze maand mijn impuls aankoop van Spiel op tafel te krijgen. Op Spiel kocht ik het bizarre Japanse spel Who soiled the toilet. In dit spel strijden de Nette Mensen tegen de Viespeuken op het toilet. Het is een spel met geheime (WC-)rollen dat in twee fases wordt gespeeld. In de eerste fase bepaalt de startspeler welke spelers en in welke volgorde van het toilet gebruik gemaakt mag worden (het spel bepaalt hoeveel mensen mogen gaan). De andere spelers mogen vervolgens hun veto inzetten om de volgorde te veranderen (iedereen heeft maar 1 veto dus je moet hem slim gebruiken). Vervolgens gaan de uitverkoren naar het toilet. De Nette Mensen laten het toilet achter zoals ze het aantroffen (netjes dan wal vies) terwijl de Viespeuken de keus hebben om een net toilet te bevuilen (door de wc-kaart op de vieze kant te draaien). In het spel zijn ook nog behendigheidsrondes waarin je moet proberen van een gepaste afstand een pokerfiche op de speldoos (in de vorm van een toilet) te gooien. Toen ik dit spel kocht waren mijn verwachtingen laag omdat spellen met een bizar thema vaak tegenvallen (het spel verkoopt op het thema maar niet op de spel zelf). Nou wil ik niet meteen zeggen dat Who soiled the toilet een fantastisch spel is, maar er zat meer spel in dan ik had verwacht. In het potje wat ik speelde was het vooral heel jammer dat de Nette Mensen niet zo handig waren in de behendigheidsronde zodat de Viespeuken we heel makkelijk de winst binnen wisten te slepen. Ik hoop dat ik nog eens een groep mensen zo ver krijg dat ze dit met me willen spelen want ik vond het best leuk en denk dat het leuker wordt als je het vaker speelt. Maar ja, dat thema, dat schrikt toch best veel mensen af zo heb ik ontdekt.

Tragedy Looper speelde ik zelfs twee keer. Tragedy Looper is een deductiespel waarin de spelers proberen bepaalde gebeurtenissen te voorkomen. Dit lukt zelden in een keer dus je kan een paar keer terug in de tijd waarna je de kennis uit eerdere rondes gebruikt om de gebeurtenis te voorkomen. Ik houd niet zo van deductiespellen omdat ze me al snel te complex worden en dat was ook bij dit spel het geval. Het eerste scenario vond ik nog leuk, maar het tweede werd me al te ingewikkeld. En dan te bedenken dat dat ook nog steeds maar een instapscenario was en de echt moeilijke nog moesten komen. Ik kan me goed voorstellen dat mensen die van het ontrafelen van puzzels en raadsels houden dit een geweldig leuk spel vinden. Mijn ding was het alleen niet.

Verder speelde ik deze maand nog de volgende spellen voor het eerst. Oceanos, een alleraardigst familiespelletje dat op valt door zijn prachtige uitvoering. Not Alone, ook een prachtig spel waarin een speler een buitenaards wezen speelt die onaangekondigd bezoek krijgt van een stel ruimtereizigers en deze probeert te verjagen terwijl de ruimtereizigers proberen te overleven. Dit spel kwam niet helemaal uit de verf omdat de regels ons niet helemaal duidelijk waren. Ik speel het graag nog eens want het heeft wel potentie om leuk te zijn (en dan vooral met meer dan 2 spelers denk ik). Jórvik is een geupgrade remake van Die Speicherstad maar dan met Vikingen in plaats van Hamburgers. Het is een interessant biedspel waarin je altijd geld te kort hebt. En ook Fuji Flush speelde ik voor het eerst. Dat dat spel me niet zo goed beviel hebben jullie in mijn recensie al kunnen lezen.

Deze maand kwamen er ook nog een paar spellen onder het stof vandaan. Zo speelde ik met Niek twee keer Lost Cities. Dit oudje van Knizia hoeft wat mij betreft nog lang niet met pensioen. Dit is een spel waarin je oplopende rijtjes van kaarten moet maken 2-10). Je begint met acht kaarten op handen en moet elke ronde een kaart afleggen. Deze kaart mag je aan een van je eigen rijtjes leggen of afleggen in het midden. Daarna trek je een kaart van de trekstapel of van een van de stapels met eerder afgelegde kaarten. Doordat je gedwongen wordt een kaart af te leggen moet je continue lastige keuzes maken doordat rijtjes oplopend moeten zijn en je een overgeslagen nummer dus later niet alsnog kan aanleggen. Je wilt niet weten hoe zuur het is om een 8 neer te leggen en dan de 7 zeven in dezelfde kleur te trekken. En je wilt al helemaal niet weten hoe vaak me dit overkomt. Maar daar staat het genoegen tegenover dat je niet de zeven maar de negen trekt en je de beurt daarna even niet hoeft te twijfelen over welke kaart je speelt. Wat mij betreft verdwijnt dit spel niet weer onder het stof maar ligt het snel weer op tafel.


Een ander spel dat te lang in de kast had gestaan was That’s life. Ook dit spel stond zelfs twee keer op tafel. Het is net als Lost Cities een spel waar je tegen wat frustratie en tegenslag moet kunnen. In dit spel wordt een spoor gemaakt van kartonnen tegels met pluspunten, minpunten en klavertjes vier (die je een minpunten kaart laten veranderen in een pluspunten kaart). Omstebeurt gooi je met een dobbelsteen en zet je een van je pionnen het gegooide aantal stapjes vooruit. Als je als laatste van een tegel vertrekt dan moet je die tegel pakken. Als het pluspunten zijn dan is dat natuurlijk geen bezwaar maar een tegel met minpunten laat je natuurlijk graag aan je neus voorbij gaan. In dit spel wil je vaak eigenlijk helemaal niet bewegen want je wilt dat de anderen eerst weg gaan van jouw pluspunten tegel. Of je wilt pas weg als er een andere stakker is om achter te laten op de minpunten tegel. Maar je moet wat doen en dat zorgt voor veel leedvermaak waarbij iedereen wel een keer moet incasseren. Ik vind dit echt een heerlijk spel omdat de regels zo lekker simpel zijn, maar de keuzes waar je voor gezet wordt dat niet zijn. En dan zijn de afbeeldingen op de tegels ook nog eens heel grappig. 


zondag 29 januari 2017

Recensie: Tides of Madness

Het overkomt iedereen die een stuk schrijft of op een andere manier iets maakt, net nadat je stuk klaar is en je er niets meer aan kan doen krijg je een geweldig idee waardoor het nog beter had kunnen worden. Zo is het misschien ook wel gegaan nadat Kristian Curla Tide of Times had bedacht. Het spel was af, lag in de winkels en hij had een idee waardoor het spel nog beter had kunnen worden. Of het echt zo gegaan is weet ik niet, maar het zou zo maar kunnen.


Voor wie het niet kent, Tides of Time is een draftspel voor twee spelers. Je speelt drie rondes waarin je iedere keer begint met vijf kaarten op hand. Je kiest een van deze kaarten uit en geeft de rest door naar de andere speler. Vervolgens draai je beide de gekozen kaart open. Daarna kies je uit de vier kaarten die je kreeg weer een kaart, geef je de resterende drie kaarten door, etc. Alle kaarten bevatten twee elementen die van belang zijn, namelijk een gekleurd symbool en een puntenvoorwaarde. Zo is er een kaart waar je drie punten krijgt voor elke kaart met een rood sybool (maar deze kaart heeft dan zelf geen rood symbool maar een groen). Aan het eind van iedere ronde bepaal je je score. Beide spelers kiezen vervolgens één kaart uit die uit het spel gaat en één kaart die ze permanent houden (meenemen naar de volgende rondes). Vervolgens trek je twee extra kaarten zodat je weer vijf kaarten op handen hebt en speel je verder. Wie aan het eind de meeste punten heeft wint het spel.

Tides of Madness verloopt exact hetzelfde als Tides of Times, met één klein maar interessant verschil. Op sommige van de kaarten staan de tentakels van Cthulhu afgebeeld. Deze tentakels staan symbool voor de Madness die je langzaam steeds verder in zijn greep krijgt. Voor iedere kaart met de tentakels moet je tijdens de waardering aan het eind van een ronde een Madness-fiche pakken.

Aan de ene kant is dit fijn, want als je de meeste van deze fiches hebt gekregen in een ronde dan mag je kiezen uit het scoren van 4 bonuspunten óf het afleggen van één van de Madness-fiches. Nu vraag je je vast af waarom je in hemelsnaam voor het afleggen van een fiche zou kiezen als je punten kan scoren. Nou dat zit zo. Het is niet geheel zonder gevaar om veel Madness-fiches te verzamelen. Als je er namelijk negen of meer hebt dan is het spel onmiddelijk afgelopen en heb je verloren.

...en de waardering

Ik vond Tides of Time al een heel alleraardigst tweepersoonsspelletje, maar de kleine toevoeging van de Madness-fiches maakt het spel nog leuker. Het geeft je namelijk zowel een extra kans om punten te scoren, maar je loopt ook het risico dat het je ondergang wordt. Je moet dus echt opletten dat je niet zo veel fiches verzameld dat je in de gevarenzone komt waarbij je tegenstander je door constant alle kaarten zonder Cthulhu-tentakels te kiezen jou uiteindelijk met te veel kaarten met Cthulhu-tentakels opzadelt waardoor je je negende fiche krijgt. Dit geeft het spel echt een nieuwe dimensie die mij zo goed bevalt dat ik niet denk dat ik Tides of Time nog snel zal spelen omdat ik altijd liever dit spel uit de kast trek.







Auteur: Kristian Curla
Uitgever: Portal Games
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 15 minuten
Prijs: circa 10 euro

zaterdag 7 januari 2017

Recensie: Fuji Flush

Friedemann Friese is bekende spelauteur die succesvolle spellen als Hoogspanning en FünfGurken op zijn naam heeft staan. Hij verft zijn haar al jaren knalgroen en kan op spellenbeurzen dus niet anoniem rondlopen. Vorig jaar had hij een idee voor een vlot kaartspelletje waar hij zelf heel enthousiast over was. Hij was benieuwd wat mensen van dit spel zouden vinden zonder te weten dat hij de auteur was (dat creëert toch bepaalde verwachtingen). Daarom heeft hij 150 exemplaren van dit spel laten maken en deze met een valse afzender naar een aantal recensenten gestuurd en stiekem op een spellenbeurs neergelegd in de hoop hier een hype mee te creëren. Dit is tot zijn grote teleurstelling niet gebeurt (lees hier het volledige verhaal), maar ik vind het dapper dat hij het lef heeft gehad om dit experiment uit te voeren.

Fuji Flush (of Futschikato in het Duits) is een kaartspel waar je moet proberen zo snel mogelijk je hand leeg te spelen. Wie dit als eerste doet wint. Het spel bestaat uit kaarten met de nummers 2 tot en met 20. Hoe hoger het nummer is hoe minder vaak de kaart voor komt. Alle spelers beginnen met een hand van 7 kaarten.

De spelers spelen omstebeurt een kaart. Als er na jou een kaart gespeeld wordt met een waarde die hoger is dan je eigen kaart, dan moet je jouw kaart op de aflegstapel leggen en een nieuwe kaart trekken. Pas als je weer aan de beurt bent én je kaart nog voor je ligt, dan mag je kaart op de aflegstapel zonder een vervangende kaart te spelen.

De twist in dit spel is dat spelers mogen samenwerken. Als je namelijk dezelfde waarde speelt als een of meer andere spelers dan worden de waardes van deze kaarten opgeteld. Op deze manier kan je dus met meerdere lage kaarten toch een hoge kaart verslaan. Stel dat iemand een 11 speelt en zijn buurman speelt een 4. De vier is lager dan de 11 en dus mag de 11 blijven liggen. Maar als nou nog twee spelers een 4 spelen dan zijn deze kaarten samen 12 waard en verslaan ze de 11 wel. En om het nog aantrekkelijker te maken, zodra de eerste speler van de samenwerkers weer aan de beurt is mogen alle spelers hun kaart afleggen zonder een nieuwe te trekken. Als je dus samenwerkt met je linkerbuurman dan weet je zeker dat je je kaart weg kan spelen!

…en de waardering

Ik houd erg van vlotte kaartspelletjes en mijn eerste indruk van Fuji Flush was positief. De eerste ronden speelt het kaartspel lekker weg en is het leuk om coalities te smeden om samen hogere kaarten verslaan (daar komt veel leedvermaak bij kijken). Het venijn zit bij dit spel alleen in de staart. Zolang je meerdere kaarten op handen hebt kan je namelijk kiezen welke kaart je speelt  maar zodra je je laatste kaart moet spelen, ben je echter aan de goden overgeleverd. Meestal zal je proberen je hoogste kaart vast te houden om hem als laatste te spelen. Als je heel veel geluk hebt, dan slaag je hierin. Maar vaker is er wel een speler die je overtroeft of werken de andere samen om je te verslaan. En dan moet je je kaart afleggen en trek je een nieuwe kaart en als je weer aan de beurt bent dan speel je dus die kaart. Je hebt dan niets meer te kiezen en moet hopen dat je het geluk hebt dat niemand je overtroeft of dat je toevallig samen werkt met andere spelers waardoor je wint. Dit verpest voor mij het spel. Ik snap dus wel dat het experiment van Friedemann Friese geen hype heeft gecreëerd, daar was het spel gewoon niet goed genoeg voor. Jammer want dit soort experimenten verdienen eigenlijk een happy end.








Auteur: Friedemann Friese
Uitgever: Stronghold Games
Aantal spelers: 3-8
Leeftijd: Vanaf 8 jaar
Speelduur: 10-20 minuten
Prijs: circa 10 euro