maandag 13 augustus 2018

Recensie: Everdell


Antropomorfisme is de wetenschappelijke term voor het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens, zoals dieren en planten. Het is bijvoorbeeld heel verleidelijk om te denken dat een dolfijn blij is vanwege de “lach” op zijn gezicht, maar eigenlijk heeft zijn bek gewoon de vorm van een lach en kan je daar dus niets uit afleiden. In de spellenwereld zijn ook veel spellen met een antropomorfistisch thema. Everdell is het nieuwste spel dat zich hier schuldig aan maakt: in dit spel kruipen de bewoners van het bos namelijk in onze huid.

Everdell is een workerplacer spel waarin de belevenissen van een groep bosbewoners gedurende een jaar wordt nagespeeld. Het spel begint aan het eind van de winter met (per speler) twee diertjes die voorzichtig de eerste werkzaamheden verrichten om op een leeg plekje in het bos een eigen dorpje te bouwen. In ieder seizoen komen er nieuwe dieren bij om te helpen en kan je dus steeds meer bereiken. De diertjes helpen je om grondstoffen te verzamelen en deze grondstoffen kan je vervolgens gebruiken om gebouwen te bouwen of nieuwe bewoners aan te trekken.

Tijdens het spel liggen er altijd 8 kaarten (met daarop gebouwen of bewoners) open midden op tafel en daarnaast hebben alle spelers nog een aantal handkaarten (maximaal 8) om ook nog uit te kiezen. Bij elk gebouw past een bewoner (de rechter bij de rechtbank, de winkeleigenaar bij de winkel, etc.). Als je een gebouw bouwt en later de bijpassende bewoner hebt (in je hand of de kaarten die open op tafel liggen), dan komt de bewoner gratis in het gebouw wonen (je hoeft dan geen kosten meer voor de bewoner te betalen). Het loont dus om goed in de gaten te houden welke combinaties voorbij komen.

Natuurlijk leveren de verschillende gebouwen en bewoners naast punten ook weer voordeeltjes voor hun eigenaren. Dit varieert van extra grondstofinkomsten op bepaalde momenten, tot extra actie-plekken voor je workers tot extra manieren om punten te scoren aan het eind van het spel.

…en de waardering

In Everdell worden verschillende elementen van andere spellen op kundige wijze gemixt tot een leuk nieuw spel in een beeldschoon jasje. Het spel zit goed in elkaar en het duurt dan ook niet lang voordat iedereen lekker aan het spelen is. Het eerste seizoen is snel voorbij, maar hoe verder je in het spel komt hoe meer mogelijkheden er zijn doordat je gebruik kan maken van sommige gebouwen in je dorp en de extra workers die je krijgt. 

Er zijn 27 verschillende gebouwen en dus ook 27 verschillende bewoners in het spel. De kaarten zitten meerdere keren in de stapel, maar desondanks komt het voor dat je op zoek bent naar een onderwijzer die in jouw leegstaande school kan trekken, maar dat die maar niet komt. Je kan het geluk wel een handje helpen doordat er ook plekken zijn waar je je workers in kan zetten waar je extra kaarten kan trekken of ruilen, maar soms lukt het gewoon niet. Maar dat is geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten want er zijn altijd genoeg andere dingen die je wél kan doen. Je moet in dit spel een beetje flexibel zijn en in staat zijn om je strategie aan te passen als je vast loopt. 

Het is echt verbluffend hoeveel aandacht er is besteed aan de vormgeving van dit spel. De tekeningen zouden absoluut niet misstaan in een prentenboek en je moet wel heel weinig fantasie hebben als je tijdens het spel niet begint te dagdromen over dat kleine plekje in het bos waar langzaam aan een idyllisch dierendorpje ontstaat waar dieren leven alsof ze mensen zijn. 








Auteur: James A. Wilson
Uitgever: Starling Games, 2018
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 13 jaar
Speelduur: 60-90 minuten
Prijs: circa 65 euro

woensdag 1 augustus 2018

Maandoverzicht: juli 2018 (Dagmar)



De afgelopen maand was een geweldige maand op spellengebied. Het begon natuurlijk al met geweldige vakantie vol met spellen (zie mijn vakantieblogjes voor meer informatie). Maar ook na thuiskomst stond er regelmatig een spelletje op tafel. In totaal speelde ik 49 keer een spel.

Ik speelde deze maand zeven spellen voor het eerst. In de vakantiebogjes kunnen jullie mijn eerste indrukken van Dinosaur Island, Star Realms Frontiers, Harry Potter Hogwarts Battle en Luxor al lezen. Verder speelde ik Gold Fever, Steamrollers en Inbetween voor het eerst. Dit zijn alle drie spellen die ik van mijn vakantie mee terug heb genomen.

Gold Fever is een snel push your luck spelletje. Alle spelers krijgen een zakje met daarin verschillende kleuren plastic “steentjes”, waaronder vijf gouden. In je beurt trek je net zo lang één voor één steentjes uit het zakje tot je vrijwillig stopt of je door het trekken van een verkeerde combinatie van stenen moet stoppen. In het eerste geval mag je je goud houden en gooi je je ongewenste stenen in de zakjes van een andere speler. In het tweede geval moet je alles wat je had gegrabbeld weer terug doen in je eigen zakje. Niek en ik hebben dit spel een paar keer met zijn tweeën gedaan. De geluksfactor is natuurlijk sky high. Op zich hadden we nog best plezier met dit spel, maar ik denk dat het beter tot zijn recht komt met een hoger aantal spelers omdat je dan wat strategischer kan kiezen bij wie je de ongewenste stenen in het zakje gooit. Maar zelfs dan houdt het waarschijnlijk niet over wat betreft spellenpret.

Steamrollers is een roll & write spel waarin je een spoorwegnet probeert aan te leggen waarmee je goederen kan vervoeren. Iedere speler heeft een briefje voor zich liggen met een aantal steden in genummerde gebieden. In het midden van de tafel ligt een bordje met hetzelfde plaatje. Op de steden op dit centrale bord komen gekleurde blokjes te liggen. Deze blokjes moeten vervoerd worden naar de juiste steden via het spoor. In je beurt gooi je met een aantal genummerde dobbelstenen en een dobbelsteen met een afbeelding van hoe het spoor loopt (rechtdoor, korte bocht, lange bocht). Je mag het stukje spoor tekenen in het genummerde deel van het bord van de reguliere dobbelsteen die je kiest. Op deze manier probeer je een mooi spoornet te ontwikkelen. Je mag namelijk ook een genummerde dobbelsteen kiezen om een blokje uit een stad in dat deel van het bord naar zijn bestemming (de stad met dezelfde kleur) te brengen. Er zitten in de doos ook al meteen een aantal varianten waarmee je elementen kan toe voegen (bijvoorbeeld iedereen een startvoordeeltje of speciale actiefiches die je kan kopen met je dobbelsteen). Ik vond het wel een aardig spel, maar niet echt geweldig. Ik vind het jammer dat je niet met elkaar op één blaadje tekent omdat het nu best lastig is om in de gaten te houden wie waar naar toe onderweg is.

Het laatste nieuwe spel dat ik deze maand speelde was Inbetween. Dit is een tweepersoons kaartspelletje dat duidelijk geïnspireerd is op Stranger Things. In het midden van de tafel liggen tien stadsbewoners waar de spelers de macht over proberen te krijgen door middel van het uitspelen van kaarten. De ene spelers speelt the good guys (de stad) en de andere speelt de upsidedown (the creature). Met een blokje wordt bijgehouden hoe erg de inwoners van de stad in de ban zijn van het goede of het kwade. Je moet proberen om drie bewoners helemaal naar jouw kant over te halen. Maar je kan ook winnen door het bewustzijn over wat er aan de hand is te verhogen door blokjes te verzamelen en die in steeds grotere aantallen in te leveren. Het is een beetje een touwtrekspelletje met ongelijke middelen (de handkaarten van beide zijden verschillen). Ik ben niet zo’n fan van dit type spellen en vooralsnog denk ik niet dat Inbetween me kan overtuigen van het tegendeel, maar tegelijkertijd is dit echt een spel om vaker te proberen omdat ik ook nog niet het gevoel heb dat ik helemaal goed door heb wat handig en slim is om te doen.

En verder speelden we deze maand vooral snelle spelletjes als Ganz schön Clever en Keer op Keer. Met dit hete weer komt het er gewoon niet zo van om een groot spel op tafel te zetten, al is het maar omdat we vaak buiten spelen (bij een strandtent of in onze eigen tuin).

zaterdag 28 juli 2018

Recensie: Orléans

Van de vele spellentrends van de afgelopen jaren waren er twee wel heel zichtbaar: deckbouwen en puntensalades. Het was dus een kwestie van tijd dat een spel beide zou combineren. Orléans is dat spel.

Het spelidee van Orléans is erg vergelijkbaar met veel andere puntenpakkers: je kunt allemaal verschillende acties doen om op dito manieren punten te scoren. Veeg al die rekensommetjes bij elkaar en voilà, je hebt weer een spel bedacht. Orléans pakt het gelukkig wat minder cynisch aan dan dat. Met de acties scoor namelijk niet alleen punten, ze hebben ook invloed op welke acties je later in het spel kunt doen.


Voor de acties heb je namelijk fiches in verschillende kleuren nodig, die verschillende beroepen voorstellen, zoals boeren, ridders en handelaren. Je begint met vier fiches, die je in voorgeschreven combinaties inzet om bepaalde acties uit te voeren. Bij veel acties die je doet krijg je er een nieuw fiche bij. Hier komt het idee van deckbuilden om de hoek krijgen: alle fiches die je hebt ingezet en er bij hebt gekregen gaan in een zakje, waaruit je aan het begin weer nieuwe fiches trekt. Kies je dus vaak voor de actie waarbij je ook een boer krijgt, dan wordt het steeds lastiger om acties uit te voeren die geen boer vereisen. Je moet je voorraad fiches verstandig beheren.


De acties die punten leveren zijn vooral gericht op het centrale bord, waarop Orléans en de omliggende dorpen en steden staan afgebeeld. Punten scoor je door goederen op te pakken bij het reizen tussen de plaatsen en huisjes te bouwen in die plaatsen zelf. Daar moet je op tijd bij zijn, dus houd je tegenstanders in de gaten. Het spel eindigt na een vast aantal rondes, waarna de eindtelling volgt. Tijdens het spel kun je al punten verdienen, maar de meeste scoor je aan het eind, vooral op basis hoe je positie op het bord hebt ontwikkeld.

…en de waardering

Ik ben geen groot fan van spreadsheetspellen zoals Terra Mystica en Burgen von Burgund. Ze zijn me te droog en fantasieloos, met te veel nadruk op rekenwerk en te weinig focus op een centraal spelidee. Orléans overstijgt dit genre gelukkig door op een slimme manier het principe van deckbuilden te gebruiken. Je moet je acties goed op elkaar afstemmen om jezelf later niet helemaal vast te zetten, maar ook moet je vaak kortetermijngewin niet uit het oog verliezen. Met sommige acties kun je ook privégebouwen krijgen, met acties die alleen jij uit kunt voeren. Dat geeft Orléans allemaal wat meer schwung en de nodige variatie. Ik ben nog steeds geen fan van het genre, maar daarbinnen is Orléans erg goed te pruimen.







Auteur: Reiner Stockhausen
Uitgever: White Goblin Games, 2014
Aantal spelers: 2 tot 4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: ca. 90 minuten
Prijs: ca 40 euro

woensdag 25 juli 2018

Kickstarter: geduld is een schone zaak


Begin 2015 kocht ik mijn eerste bordspel via Kickstarter, namelijk het coöperatieve bordspel Thunderbirds. Ik vond het heel spannend om op deze manier een spel te kopen omdat je iets koopt dat nog niet bestaat en je er dus maar op moet vertrouwen dat alles goed gaat. Gelukkig ging alles goed (al weet ik niet meer of de planning werd gehaald) en kreeg ik op een gegeven moment een pakketje afgeleverd met daarin het Thunderbirds bordspel. In dit project werden we via e-mails heel goed op de hoogte gehouden over de voortgang van het spel. Het was voor mij de eerste keer dat ik op die manier een kijkje achter de schermen kreeg van een spellenuitgeverij. Ik vond het heel interessant om te lezen wat er allemaal moest gebeuren voor een spel in de winkel lag. Het was veel meer werk dan ik had verwacht. Helaas viel het spel wel een beetje tegen.

Omdat ik het zo leuk had gevonden om via het Kickstarter-project meegenomen te worden in het proces dat doorlopen moet worden voor een spel in de winkel lag, keek ik af en toe op Kickstarter of ik een ander spel zag wat me wat leek. Op een gegeven moment kwam This war of mine voorbij. Dit spel viel op door het bijzondere thema en ik besloot de gok te wagen. Ook bij dit spel vond ik het heel leuk dat de makers regelmatig berichten verstuurden waarin ze uitlegden waar ze mee bezig waren en waarin ze achtergrondinformatie gaven over het spel. En waarin ze op een gegeven moment toe moesten geven dat het project vertraging ging op lopen. En vervolgens kwamen er berichten over nog meer vertraging, gevolgd door nog meer vertraging en vertraging op vertraging. Iedere planning die de makers uitbrachten wisten ze mijlenver te missen. Maar, na heel veel geduld, werd het spel uiteindelijk bezorgd. Het enige wat me tegenviel was dat de speelduur uren langer was dan wat ze hadden aangegeven tijdens de campagne. Als ik geweten had dat het spel zo lang duurde, had ik het niet gekocht. Maar het spel zelf vind ik geweldig en ik ben er nog steeds heel blij mee.

Het volgende Kickstarter-project waar ik aan mee deed was Clans of Caledonia. Heel veel Kickstarter-projecten werken met stretchgoals (hoe meer mensen mee doen, hoe meer je krijgt) en ad-ons (extra dingen kopen, zoals uitbreidingen, upgrades of andere spellen van dezelfde uitgever). De Uitgever van Clans of Caledonia deed dit allemaal niet. Er waren een paar kleine stretchgoals, je kon kiezen uit een gewone of deluxe editie (met metalen munten in plaats van karton en nog een extra schuifhoes over de doos) en dat was het. Daardoor hield hij het project voor zichzelf zo simpel mogelijk zo dat de kans op vertragingen en problemen zo klein mogelijk waren. Het spel werd dan ook keurig op tijd bezorgd.  Ik had de deluxe editie gekozen en ben daar nog steeds heel blij mee. Clans is een geweldig spel en het is leuk om een mooie versie hiervan te hebben (al had de schuifhoes van mij niet gehoeven).

En ergens na Clans of Caledonia ging het “mis” en ben ik steeds makkelijker in Kickstarter-projecten gestapt. Ik vind het leuk om spellen via Kickstarter te kopen omdat je op die manier betrokken wordt bij het hele ontwerp- en productieproces (via de updates van de uitgever) en je vaak leuke extra’s krijgt (mooiere editie, promokaarten en/of kleine (exclusieve) uitbreidingen). Ik heb na Clans of Caledonia nog 10 spellen gebackt, namelijk Star Realms Frontiers, Mint Delivery, Dice Hospital, Everdeall, Seize the Bean, Dinosaur Island, Fireball Island, Neta-Tanka, Fantastic Factories en Wreck Raiders. Al deze spellen moeten nog worden afgeleverd, waarvan een paar “binnenkort”.

Ik heb van mijn Kickstarter-ervaringen veel geleerd over geduld hebben en hoe moeilijk dat soms is. In de maand dat een project op Kickstarter loopt, is de uitgever druk bezig om zo veel mogelijk mensen te interesseren in zijn project en geeft hij dus veel informatie over hoe mooi, leuk, interessant en vernieuwend het spel is. Van deze berichten word ik altijd heel hebberig. Eigenlijk wil je het spel gewoon meteen hebben, maar dat kan niet want vaak is het spel nog niet meer dan een goed uitgewerkt prototype.

Na afloop van de campagne neemt het aantal berichten dat je van de uitgever krijgt altijd drastisch af. Het is niet raar als je maandelijks berichten krijgt in plaats van dagelijks (en soms nog minder). Ik vind de berichten die ik krijg vaak wel heel interessant omdat de uitgever hierin verantwoording aflegt over wat hij doet om het spel dat jij gekocht hebt zo snel mogelijk op jouw stoep te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan het perfectioneren van de spelregels, het laten maken van alle illustraties en het controleren van de proefdrukken van al het spelmateriaal (vaak verschillende rondes). Er moet vaak nog heel veel gebeuren en dan kan er dus ook heel veel mis gaan. Bij Dice Hospital keurde de uitgever bijvoorbeeld alle geproduceerde dobbelstenen af omdat ze een andere kleur hadden dan was afgesproken. Dit betekende dat alle dobbelstenen voor alle spellen eerst opnieuw gemaakt moesten worden en dus vertraging. Er zijn maar weinig projecten waar alles zonder problemen verloopt (maar ze zijn er wel).  In deze fase vind ik het doorgaans niet zo moeilijk om te wachten. De berichten focussen veel meer op het productieproces en dat is toch minder spellustopwekkend dan de verhalen tijdens de Kickstartercampagne waarin vooral het speelplezier centraal staat.

Vervolgens breekt de fase aan waarin het spel geproduceerd is en verstuurd gaat worden. Dit is de fase waarin ik het wachten het vervelendst vind. Vaak wordt gecommuniceerd vanaf welk moment met verzenden begonnen gaat worden en mijn natuurlijke reactie is om dan te verwachten dat ik een paar dagen later het spel in de bus zal hebben. Maar helaas gaat het nooit zo snel. Succesvolle Kickstarter-projecten worden door duizenden mensen gesteund. Er moeten dus duizenden pakketjes worden verstuurd en zelfs als je dit vanuit één centrale locatie doet kost dit dus heel veel tijd.

Het maakt daarbij verschil hoeveel verschillende soorten pakketten verstuurd moeten worden. Bij Clans of Caledonia waren er maar twee soorten spellen (de gewone en de deluxe editie) die verstuurd hoefden te worden. Dat is redelijk simpel. Maar bij sommige spellen is de hoeveelheid ad-ons enorm. Dit zorgt er voor dat er heel veel verschillende pakketjes verstuurd moeten worden. Dit kost natuurlijk al snel extra tijd.

Maar vaak worden de pakketjes niet vanuit één centrale locatie verstuurd, maar worden ze verdeeld over verschillende centra die de pakketjes van de mensen uit bepaalde landen (bijvoorbeeld Europa) vervolgens verder versturen. Dit doen uitgevers omdat op deze manier er voor gezorgd kan worden dat de backers geen invoerrechten meer hoeven te betalen als het pakket wordt bezorgd. Maar het nadeel is dat het vaak extra tijd kost voor de spellen in de locale distributiecentra (fulfillment-centre) zijn. De meeste spellen worden buiten Europa (vaak in China) gemaakt en moeten dus eerst naar Europa gebracht worden. Vaak gebeurt dit per boot (want dat is de goedkoopste manier om pakketten te verzenden). Een spel staat dan niet alleen een paar weken op de boot, maar het kost ook tijd om het spel op de boot te krijgen en het kost tijd om de spellen uit te laden, door de douane te krijgen en vervolgens moeten ze nog naar het distributiecentrum gebracht worden. Je bent zo een maand verder.

De reis naar sommige distributiecentra is korter dan naar andere en dus zie je vaak dat terwijl jij nog aan het wachten bent op je pakket, dat er in andere landen al pakketten worden bezorgd. En door het internet weet je dat nog ook. Mensen die hun spellen namelijk al ontvangen hebben laten dit vaak weten op de Kickstarter-pagina van het project (bij de comments) of via bijvoorbeeld Boardgamegeek. 

De Star Realms Frontiers campagne is hier een goed voorbeeld van. Het spel is in Amerika geproduceerd en wordt in Amerika op dit moment uitgeleverd naar alle Kickstarter-backers. Daar zijn ze al een paar weken mee bezig. Het spel gaat zelfs binnenkort in Amerika al verkocht worden in de winkels. Het spel vertrekt echter pas deze week op de boot naar de distributiecentra in de rest van de Wereld. De verwachting is dat de boot naar Europa (waar mijn spellen op staan) pas begin augustus aankomt. En dan kost het nog een paar weken om de spellen in het Europese distributiecentrum te krijgen. Ik hoop dat het pakket volgende maand bezorgd wordt, maar ik ben er niet zeker van. De mensen in Australië moeten nog langer wachten, daar komt de boot pas begin september aan en dan duurt het nog  ook weer een paar weken voor met het verzenden kan worden begonnen.

Omdat een aantal van de spellen die ik via Kickstarter gebackt heb, “binnenkort” bezorgd worden (of te wel hopelijk binnen twee maanden) ben ik op dit moment ontzettend ongeduldig. Ik heb via de updates al zo veel over de spellen gehoord dat ik ontzettend veel zin heb om ze eindelijk te gaan spelen. Natuurlijk heb ik genoeg andere spellen om de tijd door te komen (en daar zitten zelfs nog veel te veel ongespeelde spellen tussen), maar die wetenschap helpt maar matig.  Ik ben benieuwd hoe andere Kickstarter-backers hiermee omgaan.

zaterdag 21 juli 2018

Recensie: Magic Maze

Het paradoxale van coöperatieve spellen is dat juist de samenwerking soms het probleem is. Veel mensen kennen het alfaspelersyndroom: een dominante speler bedenkt de strategie en geeft de anderen aanwijzingen wat ze moeten doen. Het probleem ligt natuurlijk bij de spelers, maar het is het spel dat het mogelijk maakt.

Dit probleem kun je oplossen door de communicatie, een essentieel onderdeel, in te perken. Dat kan op subtiele wijze, zoals in Hanabi, waarin spelers hun eigen kaarten niet kennen. Magic Maze hanteert de botte bijl: communicatie is gewoon verboden. Het enige wat je mag doen is een grote rode pion voor iemand neerzetten om te laten weten dat die speler iets moet doen. Wat dat dan is moet zij of hij zelf maar bedenken.

Waar gaat het eigenlijk om in Magic Maze? Het heerlijk maffe doel van de spelers is om vier avonturiers door een doolhofachtig winkelcentrum te leiden, op zoek naar hun eigen winkel. Hebben alle avonturiers die gevonden, dan is het rennen naar de juiste uitgang, want ook in een fantasiewereld wordt stelen niet gewaardeerd.


De spelers bewegen de avonturiers (pionnen) gezamenlijk door het winkelcentrum. Sommige spelers mogen ze alleen in een bepaalde richting bewegen, een ander bedient de roltrappen en weer iemand anders breidt langzaam de doolhof uit.

Om het spannend te houden is het een race tegen de zandloper. Die mag je wel omdraaien als een pion op de juiste plek komt, maar de spelers moeten de tijd wel in de gaten houden en zorgen dat een pion tijdig die plek bereikt. Hoe tragisch als uitgerekend de speler die daar voor kan zorgen als enige niet doorheeft dat de tijd er bijna opzit. Er zijn namelijk nog drie andere pionnen die aandacht opeisen.


Magic Maze kent verschillende scenario’s, waarmee je stapje voor stapje extra regels kunt gebruiken. Maar zelfs als je alle regels van de scenario’s kent blijven ze een uitdaging.

…en de waardering

Magic Maze is een heerlijk stressspel. Door de enorme tijdsdruk duurt het nooit lang. Met een beetje pech ben je na drie minuten al af, maar ook als je een scenario succesvol afrondt bent je zelden langer dan een kwartier bezig. De beperkte communicatie met de knalrode passief-agressieve pion verhoogt de stress alleen maar. Spelers A vindt dat speler B dringend iets moet doen, maar speler C zet snel de pion weer neer bij speler A. Ontreddering bij A en B is het gevolg: met welke pion moet ik wat doen? En vergeet de tijd niet! Ik weet niet of facepalms of wijd opengesperde ogen als communicatie tellen, maar verwacht ze regelmatig langs te zien komen. Ben je die dominante spelers dus zat en houd je wel van een beetje stress, dan zou ik Magic Maze zeker eens proberen.







Auteur: Kasper Lapp
Uitgever: Sit Down!, 2017
Aantal spelers: 1 tot 8
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: ca. 5-15 minuten
Prijs: ca. 25 euro

donderdag 19 juli 2018

Recensie: Bob Ross Art of Chill Game

Landschapsschilder Bob Ross was in de jaren ’80 en ’90 een bekende TV-persoonlijkheid. In zijn TV-programma’s (The joy of painting) liet hij stap voor stap zien hoe hij in een half uurtje een prachtig schilderij maakte van de ongerepte natuur. Ook niet-creatievelingen keken graag naar zijn programma’s vanwege de fijne, rustige stem waarmee hij sprak over de fluffy clouds, almighty mountains en happy little trees die hij schilderde. En als er dan een keer wat mis ging, dan was dat geen foutje, maar een happy little accident. Bob Ross was zo zen als je maar kon zijn. Bob Ross is in Amerika nog steeds ongekend populair en er is vorig jaar zelfs een bordspel uitgekomen waarin zijn schilderlessen centraal staan.

De volledige titel van dit spel is Bob Ross, Art of Chill Game. In dit spel zijn de spelers studenten van Bob Ross en proberen ze met hem mee te schilderen. Doel van het spel is om als eerste helemaal ontspannen te raken door het schilderen. Hoe ontspannen je bent wordt bijgehouden op een centrale Chill-meter. Wie als eerste helemaal relaxed is, wint het spel.

Op een mini-schildersezel wordt aan het begin van het spel een Bob Ross-schilderij neergezet. Op elk schilderij zijn drie landschapselementen waar de leerlingen aan kunnen werken (bijvoorbeeld de happy little trees, wondrous water en een charming cabin). Voor elk element heb je een bepaalde combinatie van verfkaarten en een kwast nodig (deze staan op art supply kaarten).

In een speelbeurt gooi je altijd eerst met een dobbelsteen. Afhankelijk van de worp krijg je dan een extra art supply-kaart, mag je een art supply card uit je hand op je eigen spelersbordje (in de vorm van een schilderspalet) leggen, krijg je een extra actie óf (drie van de zes kanten van de dobbelsteen) moet je een Chill-kaart trekken en vervolgens de Bob-meeple verplaatsen op het schilderij (daarover zo meer). De Chill-kaarten zijn een soort kanskaarten waarbij je soms wat krijgt (extra art supply kaarten, extra acties) of die de mogelijkheid bieden om extra punten te scoren (bijvoorbeeld als je schildert met een bepaalde kleur of bepaalde kwast).

Vervolgens heb je drie acties waarmee je art supply kaarten kan verzamelen of uitspelen. Op de art supply kaarten staat altijd een kwast en een soort verf en je moet dus kiezen welke kant van de kaart je gebruikt. Op je schilderspalet is ruimte voor twee groepjes van drie verfkaarten. Je probeert op deze locaties de combinaties van verf neer te leggen die je voor de landschapselementen nodig hebt. De kaarten die op een plekje liggen zijn gemengd en je moet dus precies de juiste combinatie verzamelen anders kan je over nieuw beginnen (gelukkig mag je ook een actie besteden aan het wassen van je palet).

Als je de juiste verf op je palet verzameld hebt dan speel je de benodigde kwast uit je hand en verf je het element. Iedere keer dat je verft scoor je punten. Je scoort net zo veel punten als het aantal kleuren verf dat je gebruikt hebt. Soms krijg je nog extra punten als je de eerste of tweede speler bent die het element geschilderd heeft en/of als je sneller dan Bob bent geweest. Onderaan het schilderij op de ezel staat een tijdsspoor waar de Bob meeple op verplaatst wordt als je Bob gooit met de dobbelsteen. Op dit tijdspoor staan ook de drie landschapselementen afgebeeld. Als je het element schildert voordat de Bob pion op het betreffende vakje is beland, dan krijg je het bijbehorende aantal punten. Je kan ten slotte nog extra punten krijgen als je geoefend hebt met de kleuren of kwasten die je gebruikt.  Tijdens het spel kan je namelijk ook twee art supply kaarten met dezelfde kleur verf of kwast afleggen om te oefenen. Als je dit doet dan krijg je de bijbehorende techniek kaart en scoor je twee punten. Vanaf dat moment krijg je een puntje extra als je voor een landschapselement de kleur of kwast gebruikt waarvan je een techniek kaart bezit.

Als Bob op het laatste vakje komt, is het schilderij af en begint hij aan een nieuw schilderij. Maar ook als een speler alle drie de elementen heeft geschilderd dan wordt er onmiddellijk gestart met een nieuw schilderij. Je moet dus een beetje op de snelheid letten want het is echt balen als dit gebeurt op het moment dat jouw schilderspalet helemaal klaar ligt voor een bepaald element, maar je dus niet meer de kans krijgt om dit element te schilderen.

...en de waardering


Ik heb dit spel gekocht tijdens mijn vakantie naar Seattle en Alaska. Op veel van de schilderijen die Bob Ross maakte (en dus ook op veel van de schilderijen in dit spel) staan afbeeldingen van de overweldigende landschappen in Alaska. Voor mij is dit dus het perfecte souvenir van een geweldige vakantie.

Het spel is een licht familiespel dat lekker vlot doorspeelt. Het doet in de verte een heel klein beetje denken aan Ticket toRide doordat je bepaalde combinaties van art supply kaarten moet verzamelen.

Er zit een redelijke geluksfactor in het spel door de dobbelsteen. Het is bijvoorbeeld fijner om een extra art supply kaart of extra actie te krijgen dan om Bob te gooien omdat de Chill-kaarten voor iedereen hetzelfde voordeel opleveren (iedereen een gratis Art Supply kaart). De Chill kaarten die een extra mogelijkheid voor punten scoren geven zorgen ook voor geluk. Ze liggen er te kort om er gericht op te spelen (in bijna de helft van de beurten wordt er per slot van rekening een nieuwe Chill-kaart opengedraaid) en dus moet je een beetje geluk hebben dat er net een kaart ligt die punten oplevert voor iets dat je kan schilderen (meestal omdat je het toch al van plan was). Maar geluk middelt zich meestal wel uit, dus dit is niet heel storend. Wat ik wel echt een ontwerpfout vind, is dat het spel is afgelopen zodra een speler het eind van het Chill-spoor heeft bereikt. De ronde wordt dan niet meer uitgespeeld. De startspeler heeft hierdoor een voordeel en als er in dezelfde ronde dus meerdere mensen uit zouden kunnen gaan, dan geeft dit zure gezichten.

Als ik de souvenir-waarde even weg laat, dan houd ik een degelijk familiespel over. Het is niet echt iets bijzonders, maar het speelt lekker vlot weg en in dit geval is dat genoeg door de Bob Ross nostalgie factor die perfect is doorgevoerd. Het spel ziet er namelijk prachtig uit en gebruikt veel typisch Bob Ross jargon ( van de happy little trees, tot de namen van de kleuren van de verf). Daarboven op komen dan nog de Bob Ross quotes die op de Chill-kaarten staan (“Artists are expected to be a little different”), je hoort het hem gewoon zeggen. Spellengekken kunnen dus betere spellen kopen in de winkel, maar ik denk dat het moeilijk is om de sfeer van Bob Ross beter in een spel te vangen.







Auteur: Prospero Hall
Uitgever: Big G Creative, 2017
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 20-40 minuten
Prijs: 25 dollar (exclusief V.A.T. en de reis naar Amerika)
NB: exclusief te koop bij Target (een Amerikaanse warenhuisketen)

woensdag 18 juli 2018

BGG@SEA dag 8: vertrekken en Mox Seattle


Op vrijdagochtend moesten we vroeg op omdat we om kwart over 8 de Explorer of the  Seas moesten gaan verlaten. Op het aangewezen tijdstip meldden we ons in de Main Dining hall op het vierde dek. Hier moesten we nog even wachten voordat onze groep aan de beurt was om te vertrekken. Het was te vroeg om al naar het vliegveld toe te gaan omdat ons vliegtuig pas om half 6 zou vertrekken. Eigenlijk wilden we naar de locatie van Mox (bordspellencafé en -winkel) in Seattle gaan, maar die zou pas om 11 uur open gaan (zie het verslag van onze week in Seattle voor onze kennismaking met de andere locatie van deze keten in Bellevue). We besloten daarom maar eerst een taxi naar de Starbucks Reserve Roastery te nemen.

Starbucks is ontstaan in Seattle en heeft haar hoofdkantoor nog steeds in deze stad. In Seattle heeft ze ook haar vlaggenschip-winkel gevestigd waar ze nieuwe drankjes en concepten uitprobeert. Voluit heet deze locatie de Starbucks Reserve Roastery & Tasting Room. Voorbeelden van dingen die ze daar nu uitproberen zijn cocktails met koffie, versgebakken stukken pizza en nieuwe soorten koffiebonen. Wij bestelden een latte van een bijzondere koffieboon (ik vond er weinig aan) en zochten een plekje langs het raam en haalden onze Scrabbleset tevoorschijn voor een ouderwets potje Scrabble. Het was het eerste potje Scrabble deze vakantie. Niek was in topvorm en verpletterde me.

Toen we uitgescrabbled waren, hebben we een Uber naar de locatie van Mox in Seattle gepakt. Ook deze locatie zat op een soort industrieterrein en bestond weer uit een combinatie van een winkelgedeelte met een restaurantgedeelte en meerdere losse ruimtes voor speciale categorieën spellen (miniaturen, role playing, toernooien, etc.). We werden vriendelijk ontvangen en kregen een fijn plekje aan het raam toegewezen waar we onze koffers in een fijn hoekje konden schuiven.

De sfeer in deze locatie was anders dan in de locatie in Bellevue. Hier was voor een soort van gothic uitstraling gekozen met veel prachtige geschilderde details, waaronder een grote wandschildering. De winkel was veel kleiner dan die in Bellevue, maar nog steeds veel groter dan de gemiddelde spellenwinkel hier in Europa.







Ook hier kon je bij de kassa spellen lenen. Ik vroeg of ze ook Dinosaur Island hadden omdat ik die graag nog een keer zou willen spelen. Ze hadden die niet achter de kassa staan, maar wel ergens anders en gingen hem voor me halen. Niek en ik zetten het spel snel klaar en wisten de regels nog en konden dus snel gaan spelen. Omdat we nu al beter wisten hoe het spel verliep, speelde het spel lekker vlot door en het duurde niet lang voordat we beide ons park uit konden breiden met nieuwe dino’s. Ik speelde dit keer heel bewust op de einddoelen. Niek was hier net wat langzamer mee en moest dus toezien hoe ik twee doelen wist te verwezenlijken en daarmee het spel beëindigde. Je krijgt bonuspunten als je een einddoel haalt. Tot mijn verbazing won ik echter met maar een klein verschil. Niek had zich namelijk op dure dino’s gericht (die waren meer punten waard dan mijn suffe planteneters) en  had daarmee bovendien veel meer bezoekers (en dus punten) binnen gehengeld. Ik vond het leuk om te zien dat je in dit spel schijnbaar verschillende tactieken kan volgen en je niet verplicht op de einddoelen hoeft te storten.

Het was inmiddels 12 uur geworden en dus tijd om te lunchen. We namen beide een kaastosti en een Italian Soda. Dat laatste was een wonderlijk drankje bestaand uit aanlenglimonade (wij kozen voor zwarte bessen smaak) met slagroom. Het smaakte beter dan het klonk, maar ik geloof niet dat ik de behoefte voel om het hier thuis klaar te gaan maken.

Na de lunch besloten we nog één vlot spelletje te doen voordat we ons naar het vliegveld zouden laten brengen. We kozen voor Splendor. We  probeerden allebei zo snel mogelijk toe te werken naar de bonus-tegels en Niek was hier net wat sneller in dan ik. Dit leverde hem een voorsprong op die ik niet meer kon inhalen. Hij ging er dan ook met de winst van door.

Ik wist dat de koffers echt afgeladen vol zaten en dus kon ik me bedwingen om nog een spel te kopen in de winkel. Een Uber bracht ons snel naar het vliegveld. Onze koffers bleken te zwaar te zijn en dus moesten we uit iedere koffer een spel halen om in onze handbagage te stoppen. De dozen waren tot mijn opluchting nog steeds ongedeerd en ik hoopte dat de dozen die in onze koffers achterbleven dat zouden blijven (ik heb niet de illusie dat er heel voorzichtig met de koffers wordt omgegaan tijdens de bagageafhandeling op vliegvelden).

We waren keurig op tijd voor onze vlucht en hebben de tijd nog gedood met een potje Fox in the Forest en Ganz schön Clever. En toen was het tijd om in het vliegtuig te stappen voor een lange vlucht terug naar huis (zonder te slapen helaas). Zaterdagmiddag waren we weer thuis en tot mijn grote verrassing waren alle spellen ongedeerd aangekomen.

Natuurlijk was het heerlijk om weer thuis te zijn, maar het was ook echt jammer dat de vakantie was afgelopen. De afgelopen twee weken waren echt geweldig leuk. We hebben zo veel leuke dingen gezien en gedaan. En we hebben zo veel leuke mensen ontmoet. Ik kan een tripje naar Seattle en/of Alaska dan ook van harte aanbevelen. Ook kan ik de bordspellencruise van BGG van harte aanbevelen. Het kost een lieve duit (vooral door de bijkomende reiskosten naar Amerika), maar dan ben je verzekerd van een cruise met een flinke voorraad leuke spellen en spellenspelers. Als de bestemming je dan ook nog aanspreekt, dan is dit een winnende combinatie voor elke spellenspeler. Ik sluit dan ook zeker niet uit dat we over een paar jaar nog een keer met BGG mee op cruise gaan. En tot die tijd moet ik het doen met de foto’s en herinneringen van de afgelopen cruise.