zondag 14 januari 2018

Recensie: Clans of Caledonia

Clans of Caledonia is een spel waarin de spelers in de huid van clans in Schotland kruipen in de periode van de industriële revolutie. Door de opkomst van fabrieken konden steeds sneller grondstoffen bewerkt worden tot waardevollere producten die vervolgens verhandeld konden worden. Het bekendste Schotse voorbeeld is natuurlijk dat van graan lekkere whisky gemaakt kan worden.

Ieder spel begint er mee dat alle spelers kiezen met welke clan ze spelen. Iedere clan heeft zo zijn eigen speciale mogelijkheden waar je je voordeel mee kan proberen te doen. Zo kan de clan Cunningham als enige melk  voor een vast relatief hoog bedrag verkopen, de clan MacKenzie maakt extra lekkere (en dus dure) whisky en de clan Campbell weet het meest efficiënt (en dus goedkoop) fabrieken te bouwen.

Het spel bestaat uit 5 rondes met ieder vier fases. In de eerste fase is een administratieve fase waarin je alles klaar zet voor de nieuwe ronde (denk aan aanvullen van voorraden, gebruikte fiches omdraaien en mannetjes naar huis halen). De tweede fase is het hart van het spel. Hierin voeren de spelers om de beurt acties uit waardoor hun clan welvarender wordt, net zo lang totdat iedereen past.  Ik zal hier zo meer over vertellen. In de derde fase krijgt iedereen inkomsten gebaseerd op wat je tot nu toe hebt opgebouwd. En in de vierde fase krijg je punten.  Aan het begin van het spel worden er uit een voorraad vijf fiches getrokken waarop staat wat er aan het eind van de verschillende rondes gewaardeerd wordt. De ene keer krijg je punten voor bepaalde goederen in je voorraad, de andere keer voor hoeveel mannetjes op het bord hebt staan of voor hoeveel plekjes van een bepaalde waarde je hebt bezet op het bord. Omdat in ieder spel een andere combinatie van fiches kan worden getrokken die ook nog in een andere volgorde kunnen liggen, is ieder spel net even anders.

De kern van het spel is dus de tweede fase waarin je langzaam aan de economische mogelijkheden van je clan steeds verder uitbouwt. Er zijn acht verschillende acties die je kan uitvoeren. Je kan bijvoorbeeld investeren in scheepvaart zodat je ook aan de andere kant van kanalen of lochs kan bouwen of je kan een handelaar inhuren die op de markt goederen voor je kan kopen of verkopen. Of je investeert in het gereedschap van je houthakkers en mijnwerkers zodat ze meer geld voor je verdienen in een ronde.

De belangrijkste actie is dat je tijdens het spel boerderijen, fabrieken of werklui gaat bouwen op het bord. Iedere speler heeft aan het begin van het spel een bordje voor zich liggen met daarop alles wat gebouwd kan worden. Op dit bordje staat ook de bouwprijs aangegeven (een schapenboerderij kost bijvoorbeeld 8 geld, een graanboerderij 18 geld en een whisky-distilleerderij  10 geld). Je moet daarnaast ook nog betalen voor de grond waar je op wil bouwen. De prijs hiervan staat op het bord aangegeven en varieert van 1 tot 6 geld. Zodra je iets bouwt, zie je op het bordje verschijnen wat je aan inkomsten krijgt in de inkomstenronde (dit systeem kennen we uit Terra Mystica). Een melkvee-boerderij levert bijvoorbeeld melk op en een graanboerderij graan. Sommige gebouwen geven je het recht om onbewerkte goederen te verwerken tot bewerkte goederen. Zo kan je van een graan in een whisky-distilleerderij bijvoorbeeld een vat whisky maken en maak je met een kaasmakerij van melk kaas.

De goederen die je zo verzameld kan je vervolgens op verschillende manieren gebruiken. Allereerst kan je ze gaan verhandelen op de markt, zodat je meer geld krijgt waardoor je weer meer acties kan uitvoeren. Maar je kan ze ook gebruiken om handelscontracten mee te vervullen. Je levert dan een bepaalde combinatie van goederen in en krijgt daar een combinatie van punten, geld, handelsgoederen en andere voordeeltjes voor terug. Met de handelsgoederen die je met de contracten kan verzamelen, kan je heel veel punten scoren aan het eind van het spel.

Na vijf rondes is het spel afgelopen en volgt nog een eindwaardering waarin punten vergeven worden voor geld en goederen die je over hebt, voor handelsgoederen, voor wie de meeste contracten heeft en wie de meeste nederzettingen op het bord heeft gebouwd. Wie daarna de meeste punten heeft wint het spel.

…en de waardering

Clans of Caledonia is zware kost voor de liefhebber. Het spel is grotendeels best goed gestroomlijnd en dus makkelijk te leren, maar stiekem zitten er toch best veel kleine regeltjes in die ik de eerste keer niet allemaal goed kon onthouden. In je beurt kan je kiezen uit 8 acties, maar omdat veel van deze acties ook op verschillende manieren uitgevoerd kunnen worden, is het aantal opties dat je hebt vele malen groter. Als je bijvoorbeeld voor bouwen kiest, dan zijn er al 8 verschillende dingen die je kan bouwen en zijn er op het bord eigenlijk ook altijd wel weer meerdere plekken waar je iets kan bouwen. Voor de fanatieke veelspeler is dit genieten geblazen. Het is belangrijk om iets van een strategie te hebben, maar je moet ondertussen flexibel blijven om je aan te passen aan wat de andere spelers doen. Het nadeel hiervan is dat de speelduur flink op kan lopen. Reken vooral op gemiddeld een half uur á drie kwartier per speler. Clans of Caledonia is daardoor een spel dat voor veel mensen te lang zal duren en te ingewikkeld is.

Maar voor mij geldt dat niet. Ik vind het een heerlijk spel. Iedere keer dat ik het doe ontdek ik nieuwe dingen waar ik mijn voordeel mee kan doen. Doordat je iedere keer andere clans en scoretegels gebruikt en ook het bord op verschillende manieren is neer te leggen is bovendien ieder spel anders en heb je iedere keer de kans om weer nieuwe strategieën te onderzoeken. Na ieder potje wil ik eigenlijk het spel meteen nog een keer spelen om nieuwe ideeën uit te proberen.







Auteur: Juma Al-JouJou
Uitgever: Karma Games, 2017
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 90-180 minuten
Prijs: 55 euro

woensdag 10 januari 2018

Recensie: Dr. Eureka

Whizzkids opgelet! Dr. Eureka heeft hulp nodig in zijn super geavanceerde laboratorium. Dr. Eureka kan namelijk sneller nieuwe combinaties bedenken dan dat hij ze kan samenstellen. Hij zoekt daarom knappe koppen die met vaste hand de meest moeilijke combinaties weten te maken.

In Dr. Eureka beginnen alle spelers met drie reageerbuizen voor hun neus. In iedere reageerbuis zitten twee knikkers (de moleculen). In iedere reageerbuis zit een andere kleur knikkers (rood, groen en paars). Aan het begin van iedere ronde wordt er een nieuwe opdracht omgedraaid waarop staat hoe de knikkers in de reageerbuizen moeten komen te zitten. De spelers moeten dan zo snel mogelijk aan de slag om de knikkers op die manier te krijgen door de knikkers van reageerbuis naar reageerbuis te gieten (er kunnen maximaal 4 knikkers in een reageerbuis).

Je mag daarbij de knikkers niet met je hand aanraken of ze op de grond laten vallen. Als je dat toch doet, dan lig je uit het spel (maar de volgende ronde mag je weer gewoon meedoen natuurlijk). De speler die als eerste de knikkers op de juiste manier weet te krijgen, roept Eureka en wint het opdrachtkaartje. Het doel is om zo snel mogelijk vijf opdrachten te winnen. De speler die dat als eerste lukt, heeft het spel gewonnen.

Echte slimmeriken kunnen nog een variant spelen waarbij de spelers van te voren moeten aangeven hoeveel handelingen ze nodig hebben om de knikkers in de gewenste volgorde te krijgen. De speler die het laagste aantal handelingen claimt mag het daarbij als eerste proberen. Ook hier is het doel om als eerste vijf opdrachten te vervullen.

…en de waardering

Dr. Eureka is een leuk reactiespel waar je ook goed bij moet nadenken. Hoe vaker je het doet, hoe sneller je ziet hoe je slim de gewenste combinatie van knikkers kan bereiken. Maar weten wat je moet doen is niet genoeg om te winnen. Als je snel probeert te werken, dan is het nog best lastig om de knikkers van de ene reageerbuis in de andere te gieten. Een foutje is zo gemaakt waardoor je te veel knikkers overgiet of knikkers laat vallen. In de variant waar je van te voren moet zeggen hoeveel handelingen je gaat verrichten is de uitdaging vooral om je goed voor te stellen hoe je reageerbuizen er uit zien als je verschillende keren knikkers hebt verplaatst. Ik schat in dat dat voor de meeste jonge kinderen nog echt te moeilijk is, maar het is wel een leuke uitdaging voor oudere spelers.  

Dr. Eureka is een leuk, kort tussendoortje. Het spelmateriaal ziet er heel uitnodigend uit. De regels zijn simpel en dus snel uit te leggen. Je speelt zo een paar rondjes weg. Na een paar rondjes vind ik het zelf alleen wel weer genoeg geweest omdat elk rondje toch een beetje meer van hetzelfde is. Dr. Eureka is daardoor oprecht leuk voor af en toe een potje, maar reken er niet op dat je het spel meerdere keren achter elkaar wil spelen. Daarvoor heeft het net te weinig om het lijf.







Auteur: Roberto Fraga
Uitgever: White Goblin Games, 2017
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 6 jaar
Speelduur: circa 15 minuten
Prijs: circa 30 euro

dinsdag 2 januari 2018

Jaaroverzicht: 2017 (Dagmar)

Het afgelopen jaar was op spellengebied een topjaar. Niet alleen speelde ik ontzettend vaak een spel (477 in totaal), maar ook zijn er volgens mij in het afgelopen jaar bovengemiddeld veel mooie titels op mijn pad gekomen.

Mijn vijf meest gespeelde spellen zijn Keer op Keer (65 keer), Star Realms (42 keer), Scrabble (30 keer), Splendor (24 keer) en Dominion (21 keer). Dit zijn alle vijf relatief korte spellen die Niek en ik graag spelen en die dus vaak op tafel komen en die vaak als ze toch op tafel staan ook meteen meerdere keren gespeeld worden.

Ik vind het heel moeilijk om voor dit jaar een “spel van het jaar” aan te wijzen. Mijn shortlist bestaat uit  zes heel verschillende spellen. Het is dus een beetje appels met peren vergelijken. 

Het eerste spel op dit lijstje is Azul. Dit spel doet me wat betreft spelplezier aan Splendor denken, maar is misschien zelfs nog wel iets beter. De kracht van dit spel is dat het heerlijk simpel is maar toch vol met interessante keuzes zit. Dat dit spel volgend jaar grote spellenprijzen gaat winnen, lijkt een zekerheidje.

Het tweede spel op mijn lijstje is Clans of Caledonia. Dit is een heerlijk pittig spel voor de verwende veelspeler. Het spel zit lekker strak in elkaar waardoor het relatief makkelijk te leren is (het blijft natuurlijk wel een complex spel), maar vervolgens is het een hele leuke uitdaging om een goede strategie te bedenken. Enig nadeel is wel dat Analysis-Paralysis op de loer ligt door alle opties die je hebt.

Het derde spel op mijn lijstje is Hanamikoji. Dit is een briljante micro-game uit het verre oosten. Ik vind het ongelofelijk knap dat een spel dat soms niet langer duurt dan 4 beurten er in slaagt om zo veel interessante keuzes aan je voor te leggen. Ik heb nog nooit spelplezier zo compact verpakt zien worden.

Het vierde spel kwamen we ook al tegen in mijn lijstje met meest gespeelde spellen. Dank zij een aflevering van Table Top viel bij mij het kwartje dat Star Realms wel eens een heel lekker snel tweepersoonsspelletje zou kunnen zijn. Ik wist niet hoe snel ik naar de spellenwinkel moest gaan om dit combo-spel te scoren en werd niet teleurgesteld. De kracht van Star Realms is dat het zo heerlijk snel speelt waardoor het nooit bij één potje blijft.

Het vijfde spel op mijn shortlist is weer een spel voor liefhebbers van het zware werk, namelijk Terraforming Mars. Dat dit spel goed is blijkt wel uit het feit dat het dit jaar 8 keer op tafel kwam en dat is ongehoord veel voor een spel dat zo maar een uurtje of 2 kan duren. Maar die uren aan de spellentafel vliegen voorbij op warp-speed.

Het zesde en laatste spel op mijn shortlist is Unlock! Dit jaar braken de escaperoom spellen door in de spellenwereld en Unlock! is mijn favoriet. Dit escape-spel combineert een leuke verhaallijn met interessante puzzels en raadsels en is ook nog eens niet-destructief. Unlock II staat al in mijn spellenkast te wachten op een bezoekje van mijn spellenminnende vriendin B waarmee ik ook de eerste doos in één ruk uitspeelde.

Voor ik de knoop doorhak welk van deze spellen dan mijn favoriet is, wil ik nog een eervolle vermelding doen voor Pandemic Legacy Season 2. Ik heb van dit spel alleen nog maar de proloog en het eerste scenario gespeeld. Omdat het spel echt heel anders is dan regulier Pandemic, moet ik nog een beetje wennen aan dit spel en voel ik me niet zeker genoeg om dit spel op mijn shortlist te zetten. Tijdens het eerste echte potje kwam het heerlijke Legacy-gevoel weer helemaal terug en ik kijk dan ook echt uit om het volgende scenario te spelen. Ik hoop dat Pandemic Legacy Season 2 mijn spel van 2018 gaat worden, maar voor 2017 heb ik er net nog te weinig van gezien.

Als jullie me het mes op de keel zetten dan kies ik met een haarbreedte verschil Star Realms als mijn spel van 2017 omdat dit spel zo’n heerlijke spellensnack is die je eigenlijk altijd wel wil spelen en die ook nog zo klein is dat je hem overal mee naar toe kan nemen. Ik heb vorig jaar de Kickstarter voor de Frontiers uitbreiding van Star Realms gebackt dus ik verwacht dit jaar meer Star Realms goodness te ontvangen en spelen.

Als ik terugkijk op 2017 op spellengebied springen de vier dagen Spiel er natuurlijk ook uit. Spiel is vanzelfsprekend altijd een hoogtepuntje in het spellenjaar. Maar dit jaar vond ik het wel heel speciaal. Ik ging voor het eerst vier hele dagen en dat bleek me heel goed te bevallen. Doordat je vier dagen hebt kan je echt de tijd nemen om rustig rond te kijken, lekker spellen te doen en je te laten verrassen door wat er op je pad komt. Ik was van deze vier dagen ook nog een dag in mijn eentje en heb daardoor geleerd dat ik me ook in mijn eentje op Spiel kan vermaken (dat vond ik van te voren best spannend). Volgend jaar ga ik weer 4 dagen en ik heb er nu al zin in.


Voor recensies maak ik natuurlijk regelmatig foto’s van spellen. En heel vaak ben ik net niet helemaal tevreden doordat spelmateriaal net scheef ligt, er een vervelende schaduw over valt of er een irritante glansplek op het plaatje valt. Ik doe mijn best, maar de foto's zijn vaak net niet wat ik eigenlijk wilde. Maar als je maar genoeg foto’s maakt dan zit er soms een pareltje bij. En dit jaar gebeurde dat met een foto die ik maakte van Terraforming Mars toen ik het spel voor het eerst speelde. Saskia was vorig jaar begin januari naar me toe gekomen om het spel te doen. Aan het eind van het spel nam ik snel een foto met mijn smartphone en achteraf was die foto geweldig goed gelukt doordat door de laagstaande zon er prachtige schaduwen op het spel waren verschenen. Ik heb deze foto ook op Boardgamegeek gezet en tot mijn verrassing heeft deze foto inmiddels zo veel likes gekregen dat het de hoogst gewaardeerde foto van Terraforming Mars is. Er staan op dit moment meer dan 700 foto's bij dit spel dus daar ben ik best trots op, ook al was het een toevalstreffer. 

maandag 1 januari 2018

Maandoverzicht: december 2017 (Dagmar)


Door de laatste week (kerst)vakantie in deze maand kreeg het aantal spellen dat ik heb gespeeld nog een flinke boost tot 57 spellen. Dit is het hoogste aantal spellen dat ik in dit jaar in een maand speelde dus je kan wel zeggen dat het jaar het beste tot het laatste bewaarde. Het meest gespeelde spel was weer eens Keer op Keer. Keer op Keer kwam vorig jaar december voor het eerst op tafel en was meteen een groot succes. In de eerste maand dat ik dit spel had speelde ik het meteen al 11 keer. En nu, een jaar later, komt het nog steeds ontzettend vaak op tafel. Deze maand zelfs weer 11 keer.

De vaste en oplettende bezoeker van dit blog heeft vast al gezien dat er in mijn speeloverzicht een spel mist. Ik had voor Pandemic Legacy Season 2 nog een laatste speelafspraak staan met mijn collega’s. Maar helaas kwam daar een bak sneeuw en dus code rood tussendoor waardoor ik die dag thuis werkte. Onze agenda’s lieten het helaas niet toe om nog in december een nieuwe afspraak te maken. Ik vind dit natuurlijk heel jammer want ik kijk er reuze naar uit om verder te spelen. Wat in het vat zit, verzuurd gelukkig niet (tenzij het zuurkool is). De volgende afspraak is al gemaakt voor volgende week en er wordt geen sneeuw of andere winterse ellende voorspelt dus ik hoop volgende week te weten hoe het verhaal verder gaat.

Ik speelde deze maand 8 spellen voor het eerst. Het eerste nieuwe spel dat ik speelde was Riga. Dit is een vlot kaartspelletje over handel in de Baltische Zee. Je verzameld goederen en bouwt daar gebouwen mee in de verschillende steden rondom de Baltische Zee. De waarde van de goederen verschilt van plaats tot plaats. Je moet dus proberen je goederen daar te gebruiken waar ze het meest opleveren. Gebouwde gebouwen geven het recht op verschillende extra’s. Ondanks het wat saaie thema vond ik dit een leuk kaartspelletje dat lekker snel speelde maar waarin ik toch regelmatig lastige keuzes moest maken.

Het tweede nieuwe spel dat ik speelde was het abstracte spel Barragoon. Barragoon is een soort complexere variant van dammen. Je hebt speelstukken waar je mee moet proberen om de stukken van de andere speler te slaan. Op de stukken staat hoeveel stappen ze moeten bewegen als je ze verzet. Als het je lukt om een ander stuk te slaan dan mag je een soort dobbelsteen op het bord leggen met daarop een symbool. Dit symbool kan variëren van je mag van alle kanten over dit vak lopen tot je mag nooit over dit vak lopen. Met deze dobbelstenen kan je de andere speler steeds verder vast zetten. De speler die als laatste nog kan bewegen wint het spel. Barragoon zat heel goed in elkaar, maar ik ben niet zo dol op dit soort spellen. Ik houd er niet van om in mijn hoofd alle mogelijke scenario’s af te moeten lopen maar speel liever wat intuïtiever. Hoe slim ik het ontwerp dan ook vind, het is zeg maar niet mijn ding.

Het derde nieuwe spel dat ik deed was niet echt een nieuw spel maar “slechts” een nieuwe uitbreiding, namelijk de Aegyptus-kaart van de nieuwste Concordia uitbreiding (op de andere kant van het dubbelzijdige bord staat Creta). Het grootste verschil is dat de kaart heel langgerekt is waardoor je elkaar eerder in een hoek beland waar je in elke stad al wat gebouwd hebt en je dus verder moet reizen om weer door te bouwen. Op het spel stonden ook op twee plekken (in de Rode Zee en de bron van de Nijl) waar je een kolonist permanent kon vestigen zodat hij aan het eind van het spel extra punten opleverde. Niek en ik hebben dit beide niet gedaan. Verder is er een fiche dat begint bij de bron van de Nijl en gedurende het spel via de Nijl naar het Noorden verschuift en voor extra opbrengsten zorgt gedurende het spel. Het lukt ons ook niet echt goed om hier van te profiteren. Doordat we nauwelijks gebruik hebben gemaakt van de extra opties, speelde deze variant eigenlijk vooral als good old Condordia maar dan op een andere kaart. En omdat Concordia een heel goed spel is, is daar helemaal niets mis mee en heb ik me dus uitstekend vermaakt.

Op tweede kerstdag zijn Niek en ik eerst naar een uitgestorven Rijksmuseum geweest (tip: ze zijn alle dagen van het jaar open dus als je op een feestdag vroeg op staat dan heb je een paar uur het museum ongeveer voor je alleen) en daarna naar Saskia. Natuurlijk grepen we de kans om haar pas gekochte exemplaar van Rajas of the Ganges te spelen. Dit is een werkverschaffingsspel waarin dobbelstenen het werk mogen verrichten. Met de dobbelstenen kan je van alles en nog wat doen en bouwen dat combinaties van geld en roempunten oplevert. Beide worden bijgehouden op een scorespoor, maar dan in tegengestelde richting. De speler die als eerste zichzelf kruist op deze sporen wint het spel. Je kan er dus voor kiezen om je te specialiseren in één van beide, maar je kan ook voor een mix gaan.  Niek en Saskia hadden het spel al eens eerder gedaan en gingen dan ook beide vliegend van start terwijl ik nog bezig was om te ontdekken wat de verschillende acties allemaal deden. Niet verrassend was ik dan ook niet in de race voor de winst, maar dat drukte mijn pret zeker niet. Rajas of the Ganges is een lekker werkverschaffingsspel waarin je altijd wel wat kan en je dus gewoon lekker bezig bent. Maar als je mee wilt doen voor de winst dan loont het zeker om een strategie te hebben en slim te spelen. Ik zou het zeker geen straf vinden om dit spel nog eens te doen.

Pandemic Legacy Season 1 is mijn beste spelervaring ooit. Omdat dit een coöperatief spel is, hoef ik er bij Niek niet mee aan te komen (hij haat coöperatieve spellen). Ik hoopte dus dat er een keer een goed competitief legacy-spel zou komen dat ik met hem zou kunnen spelen zodat hij net zo’n goede spelervaring zou hebben als ik met Pandemic Legacy Season 1 heb gehad. Mijn oog was daarvoor gevallen op Charterstone. Dit is een competitief-werkverschaffings-Legacy-spel dat je met twee spelers kan spelen. De reacties op dit spel zijn gemengd, maar na enig wikken en wegen heb ik het spel gekocht. Omdat het een Legacy-spel is kan ik er maar beperkt wat over vertellen (je hoeft dus niet bang te zijn voor spoilers). Charterstone is een werkverschaffingsspel. De werkers gaan tijdens de verschillende spellen een stad bouwen volgens het bekende concept grondstoffen verzamelen en vervolgens bouwen. Ieder gebouw dat ze bouwen (een sticker die op het bord geplakt wordt) geeft weer toegang tot andere acties. Dit is natuurlijk een beproefd concept dat prima werkt. Het spel is wel wat aan de lichte kant (zeker de eerste paar potjes), maar potje na potje wordt het wel wat complexer en dus interessanter. Wat betreft het spelmechanisme is Charterstone dan ook een degelijk spel. Ook het spelmateriaal is dik in orde. Het Legacy-deel van het spel vind ik tot nu toe alleen een beetje tegenvallen. Van Pandemic Legacy ben ik gewend dat het spel echt een sterke verhaallijn heeft en dat de karakters waar je mee speelt echt steeds meer tot leven komen. Die beleving heb ik met Charterstone niet. Het is best een leuk spel en door het Legacy-element komen er wel telkens dingen bij, maar er zit nauwelijks een verhaal in het spel. De Legacy-toevoeging in dit spel is dat een degelijk werkverschaffingsspel stukje bij beetje nieuwe spelelementen krijgt. Dat is best leuk, maar ik had op meer gehoopt. Maar wie weet komt dat nog (we hebben nog een flink aantal potjes te gaan voor het spel uitgespeeld is).

Het zesde nieuwe spel dat ik deze maand deed was Codenames Pictures. Het gewone Codenames heb ik natuurlijk best vaak gedaan, maar de Pictures variant niet. Ik had dit spel cadeau gedaan aan een vriendin waarvan ik vermoedde dat haar jongste kind nog niet goed genoeg zou kunnen lezen voor het reguliere Codenames. Omdat mijn vriendin het spel niet kende, hebben we meteen een paar potjes gespeeld zodat zij niet zelf in de regels hoefde te duiken. In Codenames Pictures zijn de kaartjes met woorden vervangen door kaartjes met plaatjes. De plaatjes hebben zijn allemaal een beetje dubbelzinnig (bijvoorbeeld een VW Kever die er uit ziet als een lieveheersbeestje). Je speelt in twee teams tegen elkaar. De teamcaptains proberen met slimme hints zo snel mogelijk hun teams de hen toebedeelde woorden te laten raden. Codenames is niet voor niets een moderne klassieker in het partygame-genre. Het spel staat garant voor een hoop lol. Bij mijn vriendin thuis was dat niet anders. Iedereen had het spel in no time door en haar twee kinderen vonden het geweldig en bleven vragen om nog een potje. Het is dat de jongste naar zwemles moest, anders hadden we er waarschijnlijk nu nog gezeten.

Het laatste nieuwe spel dat ik deze maand speelde was Clans of Caledonia. Ik heb dit spel eerder dit jaar gekocht via Kickstarter en het werd op mijn verjaardag in november bezorgd. Door de grote hoeveelheid spelmateriaal zag ik er een beetje tegenop om in de regels te duiken, maar deze kerstvakantie had ik er de tijd en rust voor. En het viel echt reuze mee. In Clans of Caledonia kruipen de spelers in de huid van Schotse Clans die economisch voorspoed proberen te bereiken door producten te produceren (melk, wol en graan), deze te bewerken (kaas, brood en whiskey) en de hele boel te verhandelen. Voor je iets kan produceren moet je wel investeren in productiegebouwen (boederijen, graanvelden, fabrieken, etc.). Natuurlijk heb je niet genoeg startkapitaal om al je wensen meteen uit te laten komen, dus je moet klein beginnen en van daaruit stapje voor stapje steeds succesvoller te worden. Clans of Caledonia is een heerlijke, pittige Eurogame. De structuur van het spel is simpel, maar doordat je toch mag kiezen uit best veel acties is het een leuke puzzel om het spel slim te spelen (of in ieder geval slimmer dan je tegenstanders). Na mijn eerste potje was ik meteen aan het nadenken over wat ik een volgende keer anders zou doen en dat is een heel goed teken.

Deze maand kwam Samurai ook weer eens op tafel. Het was inmiddels 11 jaar geleden dat het spel voor het laatst op tafel had gestaan. Samurai heb ik leren kennen tijdens mijn eerste bezoekje aan het spellenspektakel ooit (ik vermoed in 2000 maar ik kan er een jaartje naast zitten) en het zou zo maar kunnen dat ik het spel toen ook meteen gekocht heb (maar dat weet ik niet meer). Samurai is een typische Knizia: een elegant abstract spelletje met maximin-eindwaardering. In dit prachtig uitgevoerde spel moet je macht in Japan zien te veroveren op drie gebieden (samurai, boeren en priesters). Dit doe je door invloedsfiches rondom de steden en dorpen in dit land te leggen. Sommige fiches gelden voor alle drie de gebieden, maar de meeste maar voor één. Zodra een stad of dorp helemaal omsingeld is, wordt het gewaardeerd. Per aanwezig figuur (meestal 1, maar soms meer) wordt gekeken welke speler de meeste invloed uitoefent. Deze speler wint het bijbehorende speelstuk. Aan het eind van het spel doe je mee voor de eindoverwinning als je ten minste de meerderheid hebt op één gebied. Je kijkt vervolgens hoeveel speelstukken je hebt van de andere soorten. De speler die daar de meeste van heeft, wint het spel. Samurai mag dan een oud spelletje zijn binnen mijn collectie, maar het heeft zeker nog niet aan glans ingeboet. Het is niet voor niets dat in de afgelopen 2 jaar dit spel een reprint heeft gekregen. Spellen uit de periode waarin Samurai uitkwamen blonken vaak uit in de kracht van eenvoud (vergelijk maar eens spelregelboekjes van toen met die van nu, je zult zien dat ze een stuk korter zijn) en Samurai is hierop geen uitzondering. Het is een schande dat ik dit spel niet vaker speel. 


Aan het eind van dit eerst blog van dit nieuwe jaar wil ik al onze lezers ten slotte nog een heel gelukkig nieuwjaar toewensen. 

woensdag 27 december 2017

Recensie: Cities of Splendor

Echt goede spellen zijn vaak hele simpele spellen. Die nemen een goed idee en voeren dat perfect uit. Splendor hoort onmiskenbaar tot deze categorie. Dit spel heeft zijn sporen in spellenland inmiddels meer dan verdiend en is geliefd bij het grote publiek. Doordat Splendor zo perfect uitgevoerd is, is er eigenlijk geen ruimte voor een uitbreiding. Het risico is namelijk levensgroot dat alles wat je toevoegt al snel overbodige ballast wordt waardoor de prettige vaart uit het spel wordt gehaald. Ik zou er dan ook heel wat onder verwed hebben dat er voor dit spel nooit een uitbreiding zou uitkomen. Gelukkig heb ik dat niet gedaan, want het onmogelijke is gebeurd. Afgelopen herfst werd, drie jaar na het origineel, Cities of Splendor gepresenteerd, de niet-verwachte uitbreiding van Splendor. Mijn achterdochtige nieuwsgierigheid was gewekt!

Cities of Splendor is eigenlijk niet eens één uitbreiding, het zijn er zelfs vier. In de doos zitten vier verschillende modules die je toe kan voegen aan het spel. Als je wilt dan kan je zelfs meerdere of alle modules tegelijkertijd aan het spel toevoegen. Alle modules voegen iets kleins aan het spel toe, zonder de kern van het spel aan te tasten. De spelregels van iedere module staan op een apart regelblad van dik papier. Je hoeft dus niet te zoeken in een regelboekje naar waar de regels van de ene module beginnen.

De eerste module heet Steden. In deze module worden de tegels met edellieden uit het normale spel vervangen door drie stadstegels. Op deze stadstegels staan (net als bij de edellieden) aangegeven welke combinatie van kaarten je moet verzamelen om ze te claimen. Nieuw is daarbij dat er ook een puntenaantal staat dat je moet hebben om de kaart te mogen claimen. Het spel is afgelopen zodra de ronde is uitgespeeld waarin tenminste één stadskaart is geclaimd. Als er maar één speler een stadskaart heeft, dan is deze speler de winnaar. Als meerdere spelers een stadskaart hebben, dan wint de speler die van deze spelers de meeste punten heeft het spel.

De tweede module heet handelsposten. Deze handelsposten staan afgebeeld op een apart kartonnen bordje dat bij het spelmateriaal op tafel wordt gelegd. Op dit kaartjes staan vijf verschillende combinaties van kaarten afgebeeld. Als je zo’n combinatie hebt verzameld, dan markeer je de betreffende combinatie met een wapenfiche (iedere speler heeft zijn eigen wapen). Vanaf dat moment mag je het voordeeltje dat bij de combinatie hoort gebruiken (bijvoorbeeld een goudstuk is twee identieke edelstenen waard of je krijgt ook een edelsteen als je een kaart claimt).

De derde module heet forten. Alle spelers krijgen drie plastic forten in een eigen spelerskleur. Op het moment dat je een kaart koopt mag je óf een fort van jezelf op een kaart op het bord zetten óf je mag een fort van een andere speler weghalen. Je mag daarbij nooit jouw fort bij een fort van een andere spelers plaatsen. Kaarten waar een fort op staan mogen vervolgens alleen gekocht worden door de speler van wie het fort er op staat. Als het je lukt om je drie forten op dezelfde kaart te krijgen, dan mag je deze kaart vanaf de volgende beurt kopen zonder dat het je een beurt kost.

De laatste module heet het verre Oosten. Deze module bestaat uit een extra set kaarten. Naast elke rij komen twee extra kaarten te liggen die je op de reguliere manier mag claimen. Deze kaarten leveren nieuwe voordeeltjes op. Zo zijn er kaarten die je eenmalig kan inzetten als twee jokers en kaarten waar niet één maar zelfs twee edelstenen op staan afgebeeld.

…en de waardering

Splendor hebben Niek en ik grijs gespeeld, al moet ik bekennen dat het tegenwoordig niet zo vaak meer op tafel komt. Ik hoopte dat de uitbreiding wat nieuw leven in Splendor zou blazen. Dat is helaas niet helemaal gelukt. Alle modules werken op zich wel (al vind ik de forten uitbreiding niet echt leuk). Ze zorgen er voor dat je niet meer op de automatische piloot speelt en dat je weer even goed moet nadenken over wat je aan het doen bent. Maar ik vind niet dat ze het spel echt leuker maken dan het was. De uitbreidingen zorgen dus voor wat variatie en dat is best leuk als je het spel ontzettend vaak gespeeld heb, maar eigenlijk is het spel leuker zonder deze extra toevoegingen.







Auteur: Marc André
Uitgever: Space Cowboys, 2017
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: circa 30 euro

woensdag 20 december 2017

Recensie: Indian Summer

Uwe Rosenberg heeft zich dit jaar door mijn favoriete seizoen (de herfst) laten inspireren voor een nieuw puzzelspel, Indian Summer genaamd. In Indian Summer maak je op een prachtige zonnige dag een wandeling door een schitterend herfstbos waar je je vergaapt aan de kleurenpracht van alle herfstbomen (leaf-peeping noemen ze dat in Amerika). Als je geluk hebt zie je ook nog wat zeldzame bosdieren zoals egels, eekhoorns of misschien zelfs wel een vosje. Ondertussen pluk je de bessen en paddenstoelen, raap je nootjes van de grond of vind je een prachtige veer. Dit klinkt heel idyllisch, maar onder dit prachtige thematische laagje zit een vlot puzzelspel verstopt.

Alle spelers hebben hun eigen spelersbordje met daarop een stukje bos dat ze moeten vol puzzelen. Op sommige vakjes staan de bessen, paddenstoelen, nootjes en veertjes afgebeeld, maar de meeste vakjes zijn leeg. Iedere speler krijgt 5 tetris-vormige tegels met daarop herfstbladeren en één gaatje. 

In je beurt leg je telkens zo’n tegel op je bordje en probeer je daarbij de gaatjes op de bessen, paddenstoelen, nootjes of veertjes te leggen. Als je dit doet dan krijg je namelijk een rond fiche met de betreffende bos-vondst er op. Natuurlijk houd je op een gegeven moment rottige losse vakjes over. In plaats van een tegel mag je dan ook één vakje bedekken met een eekhoorn.

En deze fiches kan je inleveren voor leuke extra’s. Met een nootje krijg je bijvoorbeeld gratis en voor niets een eekhoorn waarmee je één vakje op je bosvloer kan afdekken (maar dan zonder dat dat je beurt kost). Met bessen kan je je voorraad tegels tussentijds aanvullen. Normaal moet je namelijk wachten tot al je tegels op zijn en vul je je voorraad dan in één klap aan tot weer  tegels door de voorste vijf tegels uit de algemene voorraad te pakken. Met een paddenstoel mag je een keer een extra tegel in een beurt plaatsen. En met een veertje mag je de voorste tegel van je beide buurmannen afpakken en plaatsen in je beurt.

In het midden van de tafel liggen een aantal tegels met bosbewoners. Als het je lukt om met de gaatjes van de tegels precies het patroon van zo’n tegel te maken, dan mag je de bosbewoner op je bordje leggen en krijg je alle bosvondsten die door de gaatjes te zien zijn nog een keer.

Doel van het spel is om zo snel mogelijk je bordje vol te puzzelen. De speler die dit als eerste doet, wint namelijk het spel. Pas als meerder mensen even snel hun bord vol hebben gepuzzeld, tellen de bosvondsten als tiebreaker. Je moet dus vooral niet te veel energie stoppen in het verzamelen van deze fiches. Als je ze kan scoren is dat fijn, maar als  het je extra beurten kost dan is het al snel niet de moeite.

...en de waardering

Indian Summer is een spel dat mij op het verkeerde been had gezet. Ik had verwacht dat het een middellang familiespel zou zijn. Dit bleek niet te kloppen. Indian Summer is namelijk een tussendoortje dat razendsnel speelt. Met zijn tweeën speel je het vaak al in ongeveer een kwartiertje.  Zelfs met de volledige bezetting moet je denk ik je best doen om er langer dan een half uur over te doen. Dat een spel kort is, is natuurlijk niet per definitie slecht. Maar bij Indian Summer heb ik het gevoel dat het spel te kort is. Je moet namelijk soms ook gewoon een beetje geluk hebben met de tegels die je krijgt. Als die allemaal lekker in elkaar passen en je ook nog door de gaatjes de bodemvondsten kan scoren, dan kan het snel gaan. Het spel duurt alleen te kort om het geluk een beetje eerlijk te verdelen. Als de ene speler lekkere tegels krijgt en de andere rottige dan is het spel eigenlijk al beslist. Er zijn een hoop redenen waarom ik verwacht had dat dit een leuk spel zou zijn (het thema, de vormgeving, de uitgever, de auteur), maar helaas heeft het mijn verwachtingen niet waargemaakt. 








Auteur: Uwe Rosenberg
Uitgever: White Goblin, 2017
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 15-45 minuten
Prijs: circa 40 euro

woensdag 13 december 2017

Recensie: Chimera Station

In sommige spellen herken je meteen het vonkje inspiratie dat de basis is geweest van het spel. Bij Chimera Station is dat het idee geweest dat het leuk zou zijn om de workers in een workerplacemantspel te kunnen veranderen waardoor ze extra mogelijkheden krijgen. Dit idee is zelfs in de uitvoering doorgevoerd. De workers zijn namelijk een soort Duplo-versies van de Minions uit de film Verschikkelijke Ikke die je uit elkaar kan halen om er stukken tussen te bouwen. Als je dit spel op tafel zet, weet je dan ook zeker dat mensen het niet kunnen laten om even met het spelmateriaal te spelen.

In Chimera Station ben je bouwopzichter bij de bouw van een ruimtestation. Je stuurt een groepje buitenaardse wezens aan die voor jou het ruimtestation steeds verder uitbouwen met nuttige ruimtes. Iedere buitenaardse werknemer kan iedere ronde één actie uitvoeren. Aan het begin van het spel is het aantal acties dat je kan uitvoeren redelijk beperkt, maar doordat iedere kamer die aan het ruimtestation gebouwd wordt ook weer een nieuwe actiemogelijkheid biedt, neemt het aantal mogelijke acties tijdens het spel snel toe.

Er zijn heel veel verschillende acties, maar de belangrijkste is wel de actie waar mee je een nieuwe kamer aan het ruimtestation bouwt. Je betaalt hier geld voor en dan mag je de kamer aanbouwen. Elke nieuwe kamer levert direct punten op. Daarnaast krijg je altijd iets extra’s, namelijk datgene wat op het bord staat afgebeeld op het vakje waar je over heen bouwt. Dit kan van alles zijn: van geld, voedsel en punten tot het mogen activeren van een aangrenzende tegel of het mogen terughalen van een eerder geplaatste buitenaardse werknemer. En nadat je de ruimte gebouwd hebt, mag je ook onmiddellijk de bijbehorende actie uitvoeren. Er zijn veertig verschillende ruimtes die je kan bouwen met ieder hun eigen actie. Met veel acties kan je bijvoorbeeld geld en voedsel verzamelen of krijg je punten voor bijvoorbeeld het aantal aangrenzende kamers om de betreffende tegel.

Met sommige acties kan je nieuwe lichaamsdelen voor je werknemers verzamelen om ze nog efficiënter hun werk te laten doen. Zo helpen tentakels bij het verzamelen van geld, voedsel en lichaamsdelen en hersens maken je slimmer zodat je meer punten scoort. Ieder buitenaards wezen kan uitgebreid worden met maximaal 2 extra lichaamsdelen (daar is een speciale actie-locatie voor).
Natuurlijk werken ook de buitenaardse werknemers niet op een lege maag. Aan het eind van de ronde moeten ze gevoed worden met een hamburger. Alleen buitenaardse werknemers waar een extra plant-handen, hoeft geen eten maar snackt gewoon van zichzelf (en als hij twee plant-handen heeft, dan kunnen ook nog twee collega’s van hem mee eten).

Na 5 rondes is het spel afgelopen. Bij de punten die je tijdens het spel hebt verzameld, worden nog de punten uit de eindtelling opgeteld (voor hamburgers, geld en lichaamsdelen die je over hebt en voor bepaalde bonuskaarten die je verzameld kan hebben). Wie dan de meeste punten heeft, wint het spel.

...en de waardering

Ik vind Chimera Station een lastig spel om te waarderen. Aan de ene kant is het een simpel spel (poppetje plaatsen, actie uitvoeren) dat er ook nog prachtig uitziet. Aan het begin van het spel gaat alles dan ook lekker vlot. Het is echt leuk bedacht dat je je poppetjes fysiek kan uitbouwen voor extra mogelijkheden. Er zit bovendien veel humor verwerkt in de namen van de ruimtes die je kan aanbouwen. Zo kan je naar een Shady Restaurant waar je een lichaamsdeel kan ruilen voor voedsel of naar de Think Tank voor een extra stel hersens.

Maar aan de andere kant is het spel waarin wel heel veel verschillende acties voorbij komen waardoor je regelmatig in de regels moet duiken om te kijken wat er nou precies bedoeld wordt met de soms toch wat onduidelijke symbolen. En hoe verder je in het spel komt, hoe meer ruimtes er zijn gebouwd en hoe meer acties je dus hebt om uit te kiezen en te onthouden. Dit haalt wel erg de vaart uit het spel. Hoe vaker je het doet, hoe sneller het gaat, maar zeker de eerste keer kan je rustig een uur optellen bij de speelduur die op de doos staat aangegeven. En dan duurt het spel eigenlijk net te lang. Soms is “more is more”, maar in dit geval denk ik dat “a little less” beter was geweest.







Auteur: Mark Major
Uitgever: Game Brewer, 2017
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 60-120 minuten
Prijs: circa 55 euro