zaterdag 11 juli 2020

Recensie: Ticket to Ride Blijf Thuis


Het was voor ons allemaal toch wel even schrikken toen we in het voorjaar van 2020 toch nog redelijk onverwacht in Nederland allemaal zo veel mogelijk thuis moesten blijven om de Corona-uitbraak te beteugelen. Het was even wennen om zo veel thuis te zijn en daar je vertier te moeten zoeken. Naast opruimen en klussen, sloegen mensen ook massaal weer aan het spelen van spellen. Sommige uitgevers droegen hun steentje bij aan het stimuleren van mensen om thuis te blijven door gratis print en play spellen en uitbreidingen op hun website te zetten. Nou ben ik normaal niet zo’n liefhebber van het zelf knutselen van spellen (laten we het op een gebrek aan talent op dit vlak houden), maar toen ik las dat er een print en play uitbreiding van Ticket to Ride was verschenen, wilde ik die wel heel graag uitproberen.

Op de website van Asmodee kan je het bestand vinden dat je nodig hebt om deze uitbreiding te maken. Er is zelfs een Nederlandse editie (ik had dat even gemist en heb dus de Engelse editie gebruikt). Ik heb het bestand geprint en de spelonderdelen vervolgens gelamineerd. Het bord bestaat uit vier delen en verder moet je een grote stapel tickets maken. Het is een uitbreiding, dus om deze versie te spelen heb je daarnaast natuurlijk nog de treintjes en treinkaarten van een Ticket to Ride spel nodig.


De uitbreiding heet niet alleen Blijf Thuis om je te stimuleren zo veel mogelijk thuis te blijven om de verspreiding van het virus te beperken. Maar deze naam verwijst ook naar de plaats waar dit spel zich afspeelt: in huis. De plattegrond is duidelijk Amerikaans georiënteerd, gelet op de omvang van de slaapkamers en het aantal badkamers. 

In Ticket to Ride Blijf Thuis krijgen alle spelers een rol toebedeeld: vader, moeder, zus of broertje. Voor iedere rol zitten er vier tickets in het spel waar je er twee van krijgt. Dit zijn altijd wat langere routes die die past bij het karakter, zoals een route van de kinderbedjes naar de kinderbadkamer. Daarnaast krijg je nog twee gewone tickets (bijvoorbeeld van de koelkast naar de T.V.). Van deze vier tickets moet je er twee houden en daarna kan het spel beginnen.

Het spelverloop is vervolgens recht toe recht aan Ticket to Ride: kaarten trekken, routes bouwen of extra tickets trekken. Alleen bij het bouwen is er nog een kleine twist aan het spel toegevoegd. Er zijn een aantal zogenaamde familie-routes in het huis. Deze routes herken je doordat je er meerdere kleuren kaarten voor moet neerleggen. Zo ’n route bouw je niet in één keer, maar door telkens één stukje neer te leggen. Alle spelers mogen meebouwen aan zo’n route en alle spelers die meegebouwd hebben mogen de route gebruiken voor het vervullen van hun tickets.

…en de waardering

Ik vind het echt een super sympathieke gebaar van Days of Wonder en Alan R. Moon dat ze een gratis uitbreiding hebben uitgebracht voor ongetwijfeld het meest succesvolle spel in hun catalogus. Ik ben niet de meest handige knutselaar en dus ziet mijn exemplaar er nog een beetje knullig uit, maar het werkt allemaal prima. Ik weet zeker dat mensen met meer knutsel-talent er een heel mooi exemplaar van weten te maken.

Het spel zelf speelt lekker vlot weg. De familieroutes zijn een leuke twist. Het enige nadeel van deze routes is dat als een speler er veel van in zijn eentje moet bouwen (zonder hulp van andere spelers), deze speler een beetje in het nadeel is omdat het veel beurten kost om stukje voor stukje zo’n route te bouwen. Ik vind het verder grappig dat je vaak heel erg om moet bouwen voor bepaalde verbindingen. Het lijkt dan of twee locaties vlak bij elkaar liggen, maar als er een muur tussen staat, dan kan de route best lang zijn als je van de ene kamer in de andere moet komen. Je moet dus echt even goed kijken hoe routes lopen, want dat is vaak anders dan je verwacht als je het reguliere Ticket to Ride gewend bent.

Gelukkig hoeven wij op het moment dat ik dit schrijf (juli 2020) niet meer verplicht zo veel mogelijk thuis te blijven. Je kan deze uitbreiding dus ook gewoon knutselen om mee te nemen naar je vakantieadres. Het is even een knutsel-klus, maar ik denk dat je er geen spijt van gaat krijgen.







Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2020
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 20-45 minuten
Prijs: GRATIS!

Recensie: Ticket to Ride: Frankrijk en het Wilde Westen


Aan het begin van de Corona-periode waarin we zo veel mogelijk thuis moesten blijven (de intelligente lockdown), hebben Niek en ik alle Ticket to Ride spellen gespeeld die we hebben. Dat was een leuke challenge die weer eens liet zien wat een geweldig spel Ticket to Ride is. En daardoor begon ik toch nieuwsgierig te worden naar de paar uitbreidingen die ik niet heb. Ik heb ze niet meteen alle drie gekocht, maar ben begonnen met de zesde Map Collection waarin Frankrijk en Het Wilde Westen centraal staan.

Op de Frankrijk kant van het bord valt onmiddellijk op dat er iets mist. Bijna alle routes zijn namelijk nog niet ingekleurd. De twist in deze variant is dan ook dat de spelers dat zelf gaan doen. Als je treinkaarten trekt, dan moet je daarbij namelijk een gekleurd kartonnen strookje op een route op het bord plaatsen waarmee je aangeeft welke kleur die route heeft. Vervolgens kan je alleen maar de routes bouwen die op deze manier gemarkeerd zijn (naast de paar routes van één lang die al ingekleurd en al op het bord staan.

In het Wilde Westen is de twist dat je verplicht bent om verder te bouwen vanuit de routes die je al gemaakt hebt. Je kan dus niet zo maar ergens op het bord even vast een cruciaal stukje spoor claimen. Je hebt verder drie stads-miniaturen. De eerste daarvan zet je aan het begin van het spel op het bord en is het startpunt van je spoor-netwerk. De andere twee kan je bouwen (door twee extra kaarten te betalen in de kleur van het spoor dat je in dezelfde beurt gebouwd hebt en dan plaats je het station in één van de twee plaatsen aan dat stukje spoor). Als later in het spel spelers een stuk spoor willen claimen dat grenst aan jouw stad, dan krijg jij de punten voor dit stukje spoor.

Bij de Wild West kaart komt verder Alvin de Alien terug als mini-uitbreiding. Alvin was eerder al samen met Dexter de Dinosaurus een op zich zelf staande uitbreiding (Alvin & Dexter genaamd). Alvin is dit keer geen leuke miniatuur, maar een klein rond fiche. Alvin begint natuurlijk in Roswell (bekend van het incident uit 1947 waar volgens velen een buitenaards ruimteschip is neergestort). Als een speler een route naar Roswell aanlegt, dan krijgt hij 10 punten en mag hij Alvin in een eigen stad neerzetten. Als een andere speler hier weer naar toe bouwt, krijgt deze speler tien punten en mag die Alvin weer verplaatsen.

…en de waardering

Eigenlijk zijn ook dit weer twee uitbreidingen in één, dus ik zal beide kanten van het bord apart bespreken. De Frankrijk variant is echt weer een echte briljante Ticket to Ride uitbreiding waar met weinig regels een heel groots effect wordt bereikt. Doordat je eerste de routes met een gekleurd strookje moet markeren voor je ze kan bouwen, ben je gedwongen om informatie weg te geven over waar je naar toe wil bouwen. Soms kan je een keer een dwaalspoor route neerleggen, maar meestal wil je er liever voor zorgen dat je eigen netwerk wordt voorbereid. Het geeft heel veel extra spanning dat je op deze manier je plannen een beetje inzichtelijk aan het maken bent. Ik was de hele tijd bang dat Niek even een route zou claimen die ik net had klaargelegd, bijvoorbeeld met trein-kaarten in een kleur die hij voor zijn eigen route niet nodig zou hebben. Je zit bij deze uitbreiding dus vanaf het begin van het spel op het puntje van je stoel.

Bij het Wilde Westen hoef je wat minder bang te zijn voor kapers op de kust zolang ze met hun netwerk niet bij je in de buurt komen. Met twee spelers heb je alle ruimte op het bord en daardoor verliest het spel wat aan spanning. Ook de steden komen met twee spelers wat minder tot hun recht. Tenzij een speler echt in een stad moet zijn, is het veel aantrekkelijker om gewoon even om te bouwen (ruimte zat per slot van rekening). Met meer spelers zal dit vast beter van de grond komen. De meeste Ticket to Ride varianten kunnen (net als de basisversie) met maximaal vijf spelers gespeeld worden, in het Wilde Westen kunnen zelfs zes spelers aan de slag (het extra spelmateriaal hiervoor zit gewoon in de uitbreiding). Met zo veel spelers zal het spel vast langer duren, maar komen de steden en Alvin wel beter tot hun recht.






Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2017
Aantal spelers: 2-6, leeftijd vanaf 8 jaar
Speelduur: 60-90 minuten
Prijs: circa 40 euro

woensdag 1 juli 2020

Maandoverzicht: juni 2020 (Dagmar)


De afgelopen maand zijn met stapjes de Corona-regels wat versoepeld. De Corona-cijfers zijn geruststellend laag en dus durf ik langzaam en heel voorzichtig weer wat meer met mensen af te spreken en te doen (waarbij ik me natuurlijk zo goed mogelijk aan de regels houd) Een van de nadelen van de versoepelingen is dat Nieks sportlessen weer begonnen zijn. Dat is fijn voor hem, maar daardoor is er minder tijd om een spelletje te doen. En dus kwam de teller deze maand niet verder dan 38 gespeelde spellen. Ik speelde deze maand geen enkel spel voor het eerst. Dit wordt dus een kort maandoverzicht.

Scrabble is voor een spel dat echt bij de zomer en vakanties hoort. Dit spel spelen Niek en ik namelijk vooral buitenshuis (lang leve de magnetische reiseditie). In de afgelopen maand was het vaak heerlijk weer en hebben we dus weer de eerste Scrabble-potjes gespeeld. Drie van de vier keer was dat op een bankje op de boulevard van Katwijk. Daar liggen op dit moment meerdere grote schepen, waaronder een aantal cruiseschepen voor de kust voor anker te wachten op betere tijden. Het uitzicht op een cruiseschip geeft me een instant vakantiegevoel (we zouden dit jaar weer mee met de cruise van Boardgamegeek, maar die is inmiddels gecanceld). Het vierde potje was op een terras van een strandtent waar we op een rustige maandagavond een hapje hebben gegeten met een potje Scrabble toe. 

Ik speelde verder weer een aantal keer spellen op BoardGameArena. Niek en ik hebben op deze manier onder andere een keer een spellenavond georganiseerd met een neef van Niek en zijn vrouw. We belden dan ondertussen met Google Meet om tijdens het spelen te kletsen. Het blijft natuurlijk een inferieur alternatief voor een echte spellenavond, maar in deze tijd is het wel een heel veilig alternatief en op zich werkt het wel. Ik speel op deze manier ook om de paar weken met een paar collega’s waar ik op kantoor normaal ook regelmatig een spelletje mee doe. In mijn kluis op kantoor ligt nog steeds Machi Koro Legacy, we moesten nog één scenario spelen om dit spel uit te spelen toen de Corona-crisis uitbrak. Ik ben heel benieuwd wanneer we dit laatste potje kunnen gaan spelen en of we er dan nog zin in hebben.

Ik wilde al heel lang een hele grote play-mat hebben om tijdens het spelen op tafel te leggen. Maar waar vind je die? De meeste die ik tegen kwam waren play-mats voor spellen als Magic, maar ik wilde toch nog graag een flinke slag groter. Op Bordspelmania kwam ik een tijdje terug een discussie tegen waarin iemand vertelde dat hij (het was geloof ik een hij, ik kan de discussie zo snel niet terugvinden) bij een website een custom made play-mat had besteld. Dat was de tip waar ik op zat te wachten! Ik heb een play-mat van circa 1 meter breed bij 1 meter 40 lang besteld met daarop een print van foto van onze vakantie vorig jaar waar we in IJsland op een grijze bewolkte dag tijdens een whalewatching-tour een bultrug uit het water zagen springen. Ik heb deze foto gekozen omdat het grootste deel van de foto rustig van kleur is. Zowel de zee als de lucht zijn grijzig met een vleugje zilver (de zee) en blauw (de lucht), maar aan de zijkant van de play-mat zie je nog net een paar rotsen én de springende bultrug. Als je een spel doet wil je per slot van rekening geen hele drukke ondergrond omdat dat af kan leiden van het spel. De mat werd binnen een paar dagen gemaakt. Hij moest uit Engeland komen, dus ook het verzenden duurde een paar dagen. Ik ben heel blij met het resultaat. De zijkanten hadden iets netter gekund (ze zijn nu niet helemaal strak), maar het materiaal is echt heel fijn om op te spelen. Het is bijvoorbeeld veel makkelijker om kaarten op te pakken en dobbelstenen maken geen herrie als je ze gooit maar rollen nog steeds heel goed. En het is echt super leuk om die mooie foto van het hoogtepunt van onze vakantie van vorig jaar op zo’n groot formaat op tafel te hebben liggen. Helaas zat er geen goede koker of iets dergelijks bij dus het is nog wel lastig om hem op te ruimen doordat hij zo groot is. Als je hem dubbel vouwt dan zie je die vouwen terug (als kreukels) als je hem weer op tafel legt. Die kreukels trekken er wel weer langzaam uit. Ik rol de mat dus nu op als hij niet op tafel kan liggen en leg hem dan ergens plat weg. Hier moet ik nog een keer een oplossing voor verzinnen (misschien dat ik bij de bouwmarkt wel een stuk regenpijp kan halen voor dit doel).

woensdag 10 juni 2020

Recensie: Je zult moeten geven en nemen


Yahtzee is het oudste en bekendste roll & write (R&W) spel dat er is. Het is eigenlijk grappig hoe lang het heeft geduurd voor spellenauteurs bedachten dat er een wereld aan mogelijkheden is om met het R&W-principe nieuwe spellen te ontwikkelen. Het oudste voorbeeld (na Yahtzee) in mijn kast is High Score uit 2007 (recent opnieuw uitgegeven onder de naam Knister). Daarna bleef het lang rustig op het R&W vlak, maar de laatste vijf jaar wordt het ene naar het andere R&W-spel uitgebracht, waaronder toppers als Keer op Keer, Clever en Railroad Ink. Je zult moeten Geven en Nemen is de enorm lange naam van het nieuwste spel voor de R&W-liefhebber.

Het eerste wat opvalt aan Geven en Nemen is dat er geen scoreblokje in de doos zit. In plaats daarvan tref je een stapel vierkante kaartjes aan waarmee je tijdens het spelen zelf je scorebriefje gaat samen stellen. De kaartjes zijn geplastificeerd zodat je ze keer op keer kan gebruiken. Elk kaartje bestaat uit twee delen. Bovenaan het kaartje staat welke dobbelstenen je nodig hebt om het kaartje te activeren en onderop het kaartje staat dan welk voordeel het kaartje oplevert. Er zijn twee verschillende soorten kaartjes die (als je ze geactiveerd hebt) een aantal keer een bonus-actie opleveren (zoals bijvoorbeeld het mogen manipuleren van een dobbelsteen) en kaarten die punten opleveren. Aan het begin van het spel krijg je twee kaarten van iedere soort, waarvan je er één aflegt en met de andere drie een begin maakt van je scorebriefje dat uiteindelijk drie bij drie vakjes groot kan worden.

Als je aan de beurt bent gooi je met de vijf gekleurde dobbelstenen. Als je daarmee in één keer een kaart kan activeren (en dat ook wil), dan ben je klaar.  Maar als je geen kaart in een keer kan activeren, dan moet je één of meerdere dobbelstenen opnieuw gooien. Vervolgens mogen de andere spelers van de opnieuw gegooide dobbelstenen er één kiezen en die gebruiken op hun kaarten. Als je na de tweede worp nog geen kaart kan volmaken, dan moet je nog een derde (en laatste) keer gooien. Ook na deze worp mogen de andere spelers één van de opnieuw gegooide dobbelstenen gebruiken voor hun eigen kaarten.

Als je na de derde worp nog steeds niet een hele opdracht kan afmaken, dan mag je in plaats daarvan twee dobbelstenen gebruiken. Op deze manier maak je vast een beginnetje van een kaart en kan je later de kaart makkelijker afmaken. In plaats van getallen afstrepen kan je ook nieuwe kaarten pakken (door dobbelstenen met dezelfde waardes af te leggen of een gesloten kaart van de stapel pakken). Bij het kiezen van deze kaarten kan je proberen een gunstige combinatie te krijgen van kaarten die je punten op gaan leveren en kaarten die je handige bonus-acties opleveren.

Zodra een speler zijn negende kaart pakt, wordt het eindspel ingeluid. De ronde wordt daarna nog uitgespeeld en daarna zijn alle spelers nog één keer aan de beurt. Daarna worden de geactiveerde puntenkaarten gewaardeerd. Wie de meeste punten heeft wint het spel.

…en de waardering

Ik vind het een origineel idee dat je zelf je scorebriefje samenstelt. Dit geeft je flexibiliteit om je eigen spel vorm te geven: ga je voor de kaarten met voordeeltjes omdat je daarmee de dobbelstenen kan manipuleren om eerder je doel te bereiken of ga je voor puntenkaarten en neem je voor lief dat het je wat meer tijd kost voor je die vol hebt.

Het minpunt van dit spel vind ik dat de vaart uit het spel gaat dat doordat de andere spelers elke keer dat er overgegooid wordt een dobbelsteen mogen kiezen. Als actieve speler weet je meestal in een tel al welke dobbelstenen je wil overgooien, maar dan moet je eerst wachten tot de anderen gekozen hebben. Dat je moet wachten tussen beurten door ben ik wel gewend in een spel, maar dat je in je eigen beurt ook nog moet gaan wachten vind ik irritant (ik ben nogal ongeduldig). Ik vind daardoor het idee van dit spel leuker dan de uiteindelijke uitvoering. Het is best leuk voor een keertje, maar ik speel liever een echte R&W-topper.








Auteur: Ulrich Blum en Jens Merkl
Uitgever: 999 games, 2020
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 15 euro

maandag 1 juni 2020

Maandoverzicht: mei 2020 (Dagmar)



De wereld staat nog steeds een beetje op zijn kop. We zetten kleine, voorzichtige stapjes op zoek naar wat kan in de anderhalve-meter-samenleving (ik ben naar de kapper geweest!). Vroeger waren dingen als zingen in een koor en spellen doen op een spellendag onschuldige, ongevaarlijke hobby’s. Nu vallen ze nog volledig onder de Corona-verboden. Het is veel te riskant om binnen (onvoldoende ventilatie) aan tafels (want onvoldoende mogelijkheid om afstand te houden) spellen te doen (want iedereen raakt het spelmateriaal aan). Het is dan ook niet verbazingwekkend dat dit jaar alle spel-evenementen in het water vallen. Een jaar zonder Spiel op de agenda was wat mij betreft onvoorstelbaar, maar de afzegging is inmiddels een feit.

Ik probeer me ondertussen zo goed mogelijk aan de regels te houden. Dat betekent dat Niek en ik vooral heel veel thuis zijn en dus ook veel spellen doen. De teller eindigde op 76 spellen, waarvan 5 nieuwe. Het betekent ook dat ik nog tot en met augustus thuis moet werken (net als alle andere rijksambtenaren). Ik kan op zich redelijk goed thuis werken, maar ik mis het normale contact met collega’s wel enorm. Ik zie er dan ook een beetje tegen op dat ik zeker nog drie hele maanden zo door moet. Tegelijkertijd heb ik er alle begrip voor dat het niet anders is. In mijn omgeving ken ik twee mensen met  (vermoedelijk) Corona. Deze beide dames vallen beide op geen enkele wijze in een risico-groep (beide jong, slank, vrouw en fit) en zijn desondanks beide al weer weken ziek thuis en herstellen maar langzaam.

Over Similo heb ik al een recensie geschreven (zie hier), dus dat spel sla ik verder over in het rijtje spellen dat ik voor het eerst deed. Het maakt vervolgens niet uit of ik ze in alfabetische volgorde of van meest naar minst gespeeld bespreek. Ik begin dus met het alfabetisch meest gespeelde spel.

De Crew is een coöperatief slagenspel dat dit deze maand genomineerd werd voor de Kennerspiel des Jahres en waarvan deze maand een Nederlandse editie verscheen.  Tot 1 augustus is dit populaire spelletje exclusief verkrijgbaar bij spellenwinkels die zich 999-specialist mogen noemen. Op deze manier hoopt 999 deze winkels een handje te helpen om de corona-crisis door te komen (ik vind dat sympathiek van ze). De Crew is een redelijk standaard slagenspel, waarin je als team bepaalde opdrachten moet zien te vervullen (zoals zorgen dat die speler de slag met de roze drie haalt en die speler de slag met de groen acht). Het spel is eigenlijk bedoelt voor drie tot en met vijf spelers, maar gelukkig is er ook een tweepersoons variant die Niek en ik samen konden spelen. In die variant worden aan het begin van het spel zeven stapeltjes van twee kaarten apart gelegd (als een soort derde speler). Alleen de bovenste kaart van ieder stapeltje is zichtbaar. Iedere ronde wordt ook één van deze kaarten gespeeld door de  speler die in een ronde de startspeler is. Je speelt dit spel als een soort campagne door vijftig genummerde scenario’s door te spelen. De scenario’s worden steeds moelijker. Ieder scenario wordt ingeleid met een verhaaltje over een crew die eerst samen in training gaat en die daarna een ruimtereis gaat maken (lekker toepasselijk deze week waarin de SpaceX is gelanceerd). De eerste scenario’s zijn voor mensen die vaker slagenspellen hebben gedaan kinderlijk eenvoudig. De eerste zeven scenario’s wonnen Niek en ik dan ook bij de eerste poging, maar daarna moesten we soms een scenario herkansen. Inmiddels hebben we twaalf scenario’s gespeeld. Met twee spelers is dit een leuk spelletje. Ik kijk er dan ook naar uit om verder te spelen. Maar ik denk dat dit met meer dan twee spelers nog veel leuker zal zijn omdat het uitdagender wordt doordat je nog minder informatie hebt en dus meer moet proberen af te leiden uit wat de andere spelers doen. Het helpt daarbij dat iedere speler één keer tijdens een potje een hint mag geven over welke kaart(en) hij in handen heeft. Dit doe je door één kaart voor je neer te leggen en daar een fiche op te leggen dat aangeeft of dit je hoogste kaart in deze kleur, je laagste kaart in deze kleur of de enige kaart in die kleur is. Hierdoor ontstaat een soort puzzel waar je moet bedenken hoe je de andere spelers hun opdracht kan helpen uitvoeren op basis van jouw hand in combinatie met wat je weet over hun hand. En dan moet je hopen dat de anderen je plannetje snappen en er aan mee (kunnen) werken.

Peter Hein schreef een tijdje terug een recensie over Circlet he Wagons. Ik had nog nooit van dit spel gehoord en zou het geen tweede blik waardig hebben gegund als ik het in een spellenwinkel had zien liggen omdat het een cowboy-thema heeft. Maar toen ik de recensie van Peter Hein las, raakte ik geïnteresseerd en heb ik het spel snel aangeschaft. En ik blij dat ik dat gedaan heb! Het is een heerlijk snel tweepersoonsspelletje vol met interessante keuzes. Ieder spel worden drie opdrachtkaarten opengedraaid en daarna pakken de spelers om de beurt kaarten uit een rij. Je hoeft daarbij niet de eerste kaart te pakken, maar alle kaarten die je niet pakt, gaan naar de ander. Dit maakt het regelmatig heel lastig om te kiezen of je de eerste kaart pakt die matig is waardoor de ander de tweede kaart kan pakken die eigenlijk beter is. Maar als jij de tweede kaart pakt dan krijgt de ander die eerste kaart cadeau en dat is ook weer vervelend. Ik denk dat dit een spel wordt wat regelmatig mee op vakantie zal gaan (als we weer mogen/kunnen/willen) omdat dit kleine stapeltje kaarten een heleboel speelplezier oplevert. Als dat niet de definitie is van een reisspelletje, dan weet ik het niet meer.

Deze maand verscheen ook het nieuwe roll & write spelletje Je zult moeten Geven en Nemen. Ik ben een fan van dit genre en was dan ook heel benieuwd welke nieuwe twist er gevonden was. Die twist is dat er in dit spel geen vast scorebriefje is, maar dat je je “briefje” zelf moet opbouwen met vierkante kaarten waarmee je een 3 bij 3 veld vormt. Er zijn twee soorten kaarten: kaarten die je voordeeltjes op leveren tijdens het spel (bijvoorbeeld de waarde van een dobbelsteen met één verhogen of verlagen) en kaarten die punten opleveren (bijvoorbeeld punten voor alle roze kaarten in je raster. Je begint het spel met drie kaarten. Om een kaartje te mogen activeren moet je eerst een bepaalde combinatie van dobbelstenen afstrepen. In je beurt gooi je met de dobbelstenen en als je met de uitkomst van een worp één kaart vol kan maken (en je daarvoor kiest), dan ben je klaar. Maar als je dat niet kan (of wil) dan mag je zo veel dobbelstenen overgooien als je wil. De andere spelers mogen vervolgens één van de dobbelstenen gebruiken. Als je na je tweede worp weer niet in staat bent om een opdracht af te maken (of dat niet wilt) dan mag je nog een derde en laatste keer zo veel dobbelstenen overgooien als je wil (inclusief de dobbelstenen die je in eerste instantie apart had gelegd). Ook nu mogen de andere spelers weer één van de overgegooide dobbelstenen gebruiken. Als je na de derde worp nog steeds geen opdracht vol kan maken, dan mag je in plaats daarvan twee dobbelstenen gebruiken. Je kan daarnaast nog dobbelstenen inzetten om nieuwe kaarten te krijgen (dan moet je drie of vier dezelfde getallen gegooid hebben) of blind de bovenste kaart van een stapel pakken. Ik vind het idee om zelf je “scorebriefje” te maken leuk gevonden, maar het spel zelf is me net te traag om me echt te kunnen bekoren. Vooral doordat de andere spelers telkens een dobbelsteen krijgen als je over gooit, ontstaat veel wachttijd (de actieve speler wil lekker door gooien maar moet wachten tot de andere spelers hun keus gemaakt hebben).

Het laatste nieuwe spel dat ik gepeeld heb is een uitbreiding, namelijk Ticket to Ride Frankrijk en het Wilde Westen. Tijdens onze Ticket to Ride Challenge heb ik met veel plezier al die verschillende varianten die we in de kast hebben staan gespeeld. En daardoor werd ik toch nieuwsgierig naar de uitbreidingen die we nog niet hebben. Ik heb daarom Ticket to Ride Frankrijk en het Wilde Westen aangeschaft en heb daar geen spijt van gekregen. De Frankrijk kaart heeft als twist dat er wel op aangegeven staat waar spoor kan komen, maar nog niet welke kleuren er gebruikt moeten worden. Op het moment dat je kaarten trekt moet je ook op één van de sporen een kartonnen strookje leggen waarop staat welke kleur dat spoor krijgt. Ik vond dit echt zenuwslopend. Normaal probeer je de kaarten te verzamelen van de routes waar je langs wilt. Maar nu moet je dan ook nog eerst die routes creëren met zo’n strookje waardoor de andere spelers inzicht krijgen in je plannen. Omdat je niet in dezelfde beurt een strookje kan leggen én hem kan bebouwen, moet je altijd een ronde met samengeknepen billen hopen dat niemand anders deze route snel claimt. De Wilde Westen kant van het bord kan zelfs met 6 spelers gespeeld worden (de meeste Ticket to Ride spellen gaan tot en met 5 spelers). In deze variant bouwen alle spelers een beginstad van waaruit ze hun netwerk uitrollen. Je mag dus niet zo maar ergens een los stukje spoor neerleggen, maar moet echte verder vanuit je stad of vanuit eerder gebouwd spoor. Twee maal in het spel kan je aan je spoor een nieuwe stad bouwen. Als een andere spelers een stuk spoor gebruikt dat van of naar jouw stad gaat, krijg jij de punten van deze spelers voor de routes die hij net bouwde. Met twee spelers was er op een bord dat zelfs zes spelers kan hebben, natuurlijk erg veel ruimte en dus konden we makkelijk om elkaar heen bouwen om zo de stations van de andere speler te ontwijken. Dit deel van de uitbreiding kwam daardoor niet goed tot zijn recht. Maar toch was het wel weer een leuk bord om te doen en heb ik het verder met plezier gespeeld. Het lijkt me erg leuk om deze variant met meer mensen te spelen zodra dat weer mag.

Deze maand speelden Niek en ik verder vooral veel spellen van Knizia vanwege onze Knizia-challenge (lees hier deel 1, deel 2 en deel 3). Het is echt leuk om een challenge voor jezelf te bedenken als je veel tijd hebt om spellen te doen omdat je daardoor spellen doet die anders niet uit de kast zouden zijn gekomen. We hebben nog geen nieuwe challenge bedacht, maar dat zal vast nog wel gebeuren.

Deze maand kwam ook eindelijk het pakketje van Meeplesource aan. Het had er op een dag na twee maanden over gedaan door alle vertragingen in het internationale postverkeer als gevolg van Corona. Doordat er bijvoorbeeld minder vliegtuigen vliegen, gaat sommige post met de boot mee omdat er niet genoeg ruimte is in de vliegtuigen die wel gaan en dat kost natuurlijk veel extra tijd. In dit pakketje zat de upgrade voor het doelenbord dat je als vervanger kan gebruiken voor het simpele bordje dat standaard in de doos zit. Wij hebben het spel meteen weer een paar keer gedaan met dit prachtige bord op tafel en hebben inmiddels ons 50 potje van dit jaar achter de rug (en daardoor het spel in totaal meer dan 150 keer gespeeld).

Niek en ik hebben verder onze reiseditie van Scrabble weer voor het eerst gebruikt. Normaal spelen we in de zomer regelmatig scrabble op terrasjes, maar dat zat er natuurlijk niet in (vanaf vandaag mag het weer). In plaats van op een terras zijn we lekker op een bankje aan de boulevard  van Katwijk gaan zitten. Dat gaf meteen een echt zomers gevoel en gaan we deze zomer vast vaker doen.

En ten slotte heb ik ook deze maand weer af en toe online spellen gedaan als vervanger van echte spellendates. Tijdens het spelen (beeld)bel ik dan met de mensen waar  ik mee speel zodat we tijdens het spelen nog een beetje kunnen kletsen en trashtalken. Het blijft een slap aftreksel van het in het echt met elkaar om tafel zitten, maar ik beleef er toch veel plezier aan op die manier te spelen met mensen waar ik net mee samenwoon. 

zaterdag 30 mei 2020

Recensie: Similo


Similo is een nieuw spel in het Raad je Plaatje genre. Op dit moment zijn er twee varianten van Similo uitgebracht, één met sprookjes en één met historische figuren. Beide spellen zijn exact hetzelfde en kunnen zelfs gemixt worden. En wie weet komen er in de toekomst nog wel andere varianten uit, de mogelijkheden lijken me eindeloos (sporters, hoofdpersonen uit boeken, acteurs, muzikanten, etc.).

Similo bestaat uit een deck kaarten. Op elke kaart staat een figuur afgebeeld. In de sprookjeseditie kom je bijvoorbeeld Roodkapje, Sneeuwwitje en Kapitein Haak tegen. In de historische editie kom je bekende bewoners van geschiedenisboeken tegen, zoals Alexander de Grote, Isaac Newton en Marie-Antoinette.

Aan het begin van het spel trekt één speler (de tipgever) één kaart en bekijkt deze zonder hem aan de andere spelers te laten zien. Dit is de kaart die de anderen moeten gaan raden. Daarna trekt de tipgever nog elf kaarten, schud de te raden kaart door deze elf heen en legt de twaalf kaarten open op tafel.

Daarna trekt de tipgever vijf kaarten. Uit deze vijf kaarten kiest hij één kaart die hij als tip op tafel legt (en vult daarna zijn hand weer aan). Als de tipgever de kaart verticaal op tafel legt dan betekent dat dat deze kaart “iets” met de raden kaart gemeen heeft. Als de tipgever de kaart horizontaal op tafel legt dan betekent dat dat de kaart verschilt van de te raden kaart. Na de eerste tip moeten de andere spelers één kaart weg nemen waarvan zij denken dat het niet de te raden kaart is.

Op deze wijze worden er maximaal vijf rondes gespeeld, al moet er elke ronde een kaart meer worden weggespeeld. Na de tweede ronde moeten de radende spelers dus twee kaarten elimineren, na de derde drie, etc.. In de vijfde en laatste ronde (als je zo ver komt…) zijn er nog twee kaarten over en moeten de spelers nog één kaart  verwijderen zodat, als het goed is, de te raden kaart over blijft. Als dit lukt dan hebben ze gewonnen!

…en de waardering

Similo heeft me aangenaam verrast. In een klein doosje zit een leuk, vlot spelletje verpakt. Dit lijkt me een perfect spel voor ouders om in hun tas te stoppen zodat ze het tevoorschijn kunnen halen als ze hun kinderen even moeten entertainen (bijvoorbeeld zodat jij nog wat langer op dat terrasje in de zon kan blijven zitten).  Maar ook zonder kinderen is dit best een leuk spellen-snackje om even tussen door te doen.

Het enige minpuntje is misschien dat het te voor de hand ligt om met de eerste hint altijd aan te geven wat het geslacht van de te raden kaart is. Hierdoor vallen al veel kaarten af. Ik vind de sprookjesversie daardoor misschien nog wel iets leuker dan de historische. In de sprookjesversie zitten namelijk ook dieren en niet wenselijke wezens (zoals de zeeheks en blikken man). Ik denk dat kinderen bovendien veel historische  figuren niet kennen en ze die versie daarom minder leuk zullen vinden. Ik denk dat Saladin (een leider van moslimlegers tijdens de kruistochten en Anne Bonny (een vrouwelijke piraat uit de achtiende eeuw) niet bekend zijn bij het grote publiek, laat staan bij kinderen. Je kan het spel dan nog steeds spelen door hints te geven die heel erg aansluiten bij het uiterlijk van de te raden kaart.







Auteur: Hjalmar Hach, Pierluca Zizzi, Martino Chiacchiera
Uitgever: 999 games
Aantal spelers: 2-8
Leeftijd: vanaf 7 jaar
Speelduur: circa 5-10 minuten
Prijs: circa 10 euro

dinsdag 26 mei 2020

Knizia Challenge deel 3/3


Van Regenwormen heb ik zelfs twee edities in huis. Ik heb de schattige reisversie in het kleine ronde blikje (dit jaar komt er een reprint van deze versie mocht je het nog niet hebben), maar ook de reguliere versie. We hebben de reguliere versie gespeeld (want we blijven zo veel mogelijk thuis conform de regels). Regenwormen is een dobbelspel waar je zo hoog mogelijk moet dobbelen om tegels te scoren die veel punten opleveren. Aan het begin van het spel leg je een rij fijne dikke plastic tegels neer waarop getallen en regenwormen staan (hoe hoger de getallen hoe meer regenwormen er op staan).  In je beurt gooi je de dobbelstenen en leg je vervolgens alle dobbelstenen van een bepaalde waarde weg. Deze dobbelstenen tellen mee voor het bepalen welke tegel je mag pakken (namelijk de tegel met dezelfde waarde). Vervolgens mag je nog een keer gooien. De keer daarna moet je weer een groepje dobbelstenen weg leggen, maar die mogen niet een getal hebben dat je al eerder afgelegd hebt. En alsof dat nog niet moeilijk genoeg is moet je tenminste één regenworm (die staat in plaats van de zes op de dobbelsteen en telt voor 5 punten) hebben gekozen. Als je van je worp niets meer kan afleggen (bijvoorbeeld omdat je alleen maar getallen gooit die je al eerder had afgelegd) dan ben je af en verlies je tegels (en dus punten) die je eerder gescoord had. Regenwormen is vooral leuk als je goed gooit. En dat deed ik niet, maar Niek wel. Ik zat dus lichtelijk gefrustreerd naar de stapel met tegels te kijken die hij moeiteloos bij elkaar gooide. Soms wil het geluk in dit spelletje nog wel eens keren en dan is het natuurlijk heerlijk als je vanuit een achterstand er toch met de winst vandoor weet te gaan (dit was helaas niet zo'n keer). Het fijne van Regenwormen is dat je tot op het laatst kan hopen dat het toch nog goed komt. Ik ben dus niet kapot van dit spel, maar vind het leuk genoeg om af en toe te spelen (al is het maar om die schattige reiseditie te kunnen gebruiken).

Regenwormen Uitbreiding is, zoals de naam al verklapt, een uitbreiding voor Regenwormen. Deze uitbreiding is helaas alleen voor de reguliere versie verkrijgbaar en niet voor de reiseditie. Bij deze uitbreiding worden een aantal elementen toegevoegd die het geluk wat temperen. Zo worden aan het begin van het spel op verschillende tegels schattige houten miniaturen gezet. Als je de betreffende tegel wint dan krijg je die miniatuur en bij elk miniatuur hoort een privilege. Als je bijvoorbeeld de eigenaar bent van de ingeblikte worm (echt, zo heet hij, ik heb het niet verzonnen), dan telt die als een worm als je geen wormen gegooid hebt. Dat is echt heel fijn. De hen gaat op jouw puntenstapel zitten en zorgt er voor dat deze stapel beschermd is tegen afleggen/afpakken (dan zet je in plaats daarvan de hen weg). Verder is er een nieuwe regel dat je een puntenfiche mag pakken als je in je beurt twee of meer 1-en aflegt. Ik denk wel dat deze uitbreiding met meer dan twee spelers beter uit de verf komt. Je mag namelijk maar één figuurtje voor je hebben staan, dus met twee spelers worden een hoop mogelijkheden niet benut. Maar desalniettemin was het potje met uitbreiding leuker dan het potje zonder. Maar ik sluit daarbij niet uit dat mijn waardering vertekend wordt doordat ik met de uitbreiding won en zonder verloor.

Samurai is een van de spellen die ik al het langst in mijn kast heb staan. Toen Niek en ik de spellenwereld ontdekten, lazen we in de folders van 999 games over iets wat het Spellenspektakel heette. Dat leek ons wel wat en in 2000 gingen we er volledig blanco naar toe en ging een wereld voor ons open. Eén van de spellen die we daar gedaan hebben is Samurai. Zo’n soort spel hadden we nog nooit gespeeld en we vonden het erg leuk. Zoals het een startende spellenliefhebber betaamd, kochten we toen alles wat we leuk vonden en dus ging Samurai mee naar huis. Samurai is een abstract spel op de kaart van Japan. Op de Japanse steden staan prachtige glanzend zwarte plastic figuurtjes (er zijn drie soorten) die je moet verzamelen. In je beurt leg je een tegel op het bord waarop staat hoeveel invloed hij op een bepaald figuur uitoefent. Sommige tegels oefenen invloed uit op alle drie de figuren, maar de meeste trekken aan maar één type. Zodra een veld waarop de figuren staan, volledig omsingeld is wordt gekeken wie de meeste invloed heeft op ieder figuur en die speler wint dat figuur. De eindwaardering gaat op zijn Kniziaas: lekker complex met maxi-min toe. Eerst moet je kijken of er iemand de meerderheid heeft in twee van de typen figuren. Zo ja, dan heeft die speler gewonnen (hier waren wij gelukkig al klaar, Niek won). Zo nee, dan vallen eerst alle spelers af die geen enkele meerderheid hebben. Daarna leggen de andere spelers de speelstukken af van de soort waarin ze een meerderheid hebben en tellen daarna de stukken die nog over zijn. En wie dan de meeste heeft, die wint. Het mooie van Samurai is dat je met een hele simpele regelset (afgezien van die complexe eindtelling), je een echte breinbreker hebt gemaakt. Het is echt een uitdaging om je tegels optimaal neer te leggen en je kan gewoon niet alles winnen dus je moet kiezen waar je voor gaat. Het zit heel knap in elkaar. Maar hoe goed het spel objectief ook is, ik ben er niet kapot van. Het is zo’n spel waar je het risico loopt dat iedereen heel lang heel diep in gedachten verzonken is om te bedenken wat de volgende zet gaat worden. Ik vind spellen doen vooral leuk vanwege de interactie met andere mensen en die valt bij dit soort breinbrekers een beetje dood. Goed spel dus, maar doe mij tegenwoordig maar iets met wat meer gezelligheid.

Schotten Totten behoort wat mij betreft tot de klassiekers van Knizia die iedere spellenliefhebber in de kast zou moeten hebben staan. Dit is een heerlijk vlot en spannend tweepersoons kaartspelletje. In dit spel vechten de spelers over een aantal grensstenen door aan hun kant kaarten neer te leggen. Je mag bij elke grenssteen drie kaarten neerleggen en als aan beide kanten drie kaarten liggen wordt er gekeken wie het sterkste rijtje heeft. Een straat in één kleur is bijvoorbeeld het beste wat je neer kan leggen.  Maar aan het begin van het spel weet je nog niet welke kaarten je gaat krijgen dus je moet soms een beetje gokken. Zeker als je al twee kaarten van een straatje hebt dan zou je die al neer kunnen leggen in de hoop dat de derde nog komt. Maar als je pech hebt kan de andere speler op dat moment laten zien dat hij de kaart(en) die jouw rijtje af kunnen maken op handen heeft en verlies je  de strijd om die grenssteen misschien wel meteen als de ander al een minder sterk maar toch compleet rijtje heeft gemaakt (bijvoorbeeld drie kaarten van dezelfde waarde). Schotten Totten is typisch zo’n spel waar het zelden bij één potje blijft en waar ik nooit genoeg van krijg.

Toen 999 games net begon, moesten ze nog een beetje ontdekken hoeveel spellen je in Nederland kon verkopen. In de begindagen overschatten ze dat voor sommige titels enorm waardoor een aantal van de eerste door 999 uitgegeven titels jarenlang voor een prikje (meestal 10 euro) gekocht konden worden. Hier zaten populaire spellen bij als Morgenland, Medina, Andromeda, Union Pacific én Stephenson’s Rocket. Pas toen mijn kast overvol zat, leerde ik dat een koopje alleen een koopje is als het een spel is dat je ook echt wilt hebben. In de periode daarvoor moest een spel wel heel slecht zijn wilde ik het niet kopen als het voor een spotprijs in de schappen lag. En zo ben ik aan Stephenson’s Rocket gekomen. Ik heb het in 2002 voor het laatst gespeeld en daarvan kon ik me nog herinneren dat ik heel ingewikkeld vond en niet zo leuk. Maar ja, het was goedkoop en dus heb ik het in die tijd gekocht. Er staat Knizia op de doos en dus moest het nu gespeeld worden in het kader van deze Challenge. Het regelboekje zag er nog hoopgevend kort uit, maar viel toch een beetje tegen. Niek en ik hebben er goed op moeten puzzelen voor we het spel begrepen. En toen bleek het toch niet zo ingewikkeld te zijn, maar ook weer wel omdat we dan wel wisten wat we in een beurt mochten doen, maar het lastig was om te begrijpen wat handig was om te doen.  In Stephenson’s Rocket bouw je spoor in Engeland. In je beurt mag je twee acties uitvoeren en daarbij kan je kiezen uit drie opties: spoor bouwen (voor één van de zes spoorwegmaatschappijen en als dank krijg je dan een aandeel), een station bouwen of industrie-fiches van de steden pakken (op de steden liggen drie fiches). Je kan geld scoren voor je industrie-fiches (die leveren geld op tijdens het spel als de stad waar je ze vandaan pakt wordt aangesloten op het spoor), met je stations (die leveren punten op, op het moment dat ze aan een route staan van een treinmaatschappij die een stad aandoet) en met je aandelen (die leveren punten op als ze worden overgenomen doordat ze aansluiten op een andere route). En dan leveren aan het eind van de spel meerderheden in de verschillende typen industrie-fiches en voor de aandelen die nog in het spel zijn ook nog geld op. Het is dus eigenlijk een beetje een puntensalade uit de tijd dat dat woord nog niet bestond. Het was mij een beetje te grote breinbreker. Ik denk bovendien dat dit een spel is dat echt leuker is als je met meer dan twee spelers bent. Ik vermoed dat het namelijk leuk is als je soms twee mensen iets kan laten uitvechten en ondertussen in de schaduw je eigen ding kan opzetten waarmee je in eens langszij komt. Ik denk dat je dan meer dynamiek krijgt. Maar dan nog denk ik dat dit spel me wat te breinbrekerig is om me echt te bekoren.

Nabeschouwing
Reinier Knizia is één van de meest productieve spelauteurs. Op BGG staan er op dit moment 587 spellen achter zijn naam. Hij heeft een flinke lijst nominaties en overwinningen met deze spellen in de wacht gesleept, waarvan de meest belangrijke vast de winst van de Spiel des Jahres met Keltis in 2008 was. Ik vind het knap hoe vaak Knizia een idee van een spel hergebruikt en er een nieuw spel van maakt dat aan de ene kant heel vertrouwd is maar anders genoeg om toch een nieuwe spelbeleving op te leveren. Het belangrijkste voorbeeld hiervan zijn de Lost Cities en Keltis spellen. De basis van die spellen is hetzelfde, maar toch is ieder spel anders. In deze challenge kwamen we ook spellen tegen waar wel op de doos staat dat ze met twee spelers gespeeld kunnen worden, maar die dan toch niet echt tot hun recht komen. Denk aan Stephenson’s Rocket en Beowulf.  Niet al zijn spellen zijn natuurlijk toppers (dat kan ook bijna niet als je honderden spellen uitbrengt), maar er zitten veel juweeltjes tussen. Ik houd vooral van zijn spellen met simpele regels, zoals Dürch die Wüste, Genius, Keltis kaartspel en Schotten Totten. Deze spellen spelen bedrieglijk snel weg, maar zijn spannend van de eerste tot de laatste minuut. Het zegt denk ik ook veel over de kwaliteit van de spellen van Knizia dat velen van hen keer op keer opnieuw worden uitgegeven. Zelfs spellen van inmiddels twintig jaar oud worden nu nog in een nieuw jasje gehesen en weer op de markt gebracht (zoals bijvoorbeeld Stephenson’s Rocket en Samurai). Er zijn toch veel spellen uit die periode die dat niet na hebben gedaan.

Ik vond het erg leuk om via deze Challenge eens al mijn Kniziaatjes (mits geschikt voor twee personen en niet coöperatief) na elkaar te spelen. Het is leuk om te merken hoe breed de spellenportefeuille van Knizia is en tegelijkertijd hoe veel elementen hergebruikt worden in verschillende spellen. De maximin-telling en het maken van reeksen getallen zijn bijvoorbeeld elementen waar hij graag mee speelt. En dan te bedenken dat ik maar een fractie van zijn spellen nu weer (of zelfs überhaupt) heb gespeeld….

maandag 25 mei 2020

Knizia Challenge deel 2/3


In de ban van de Ring: de Strijd is een tweepersoons spelletje van Knizia waarin de epische strijd om de Ring te vernietigen centraal staat. De Strijd is een Stratego-kloon waar de ene speler met het reisgezelschap speelt dat mogelijk wil maken dat Frodo naar Mordor reist om daar de Ring in de Doemberg te gooien. De andere speler speelt met het kwaad en probeert Frodo te vangen of de macht over te nemen in de Gouw. Beide spelers hebben negen speelstukken waarop de hoofdrolspelers van het bekende verhaal staan. Ieder figuur heeft een speciale eigenschap. Aan het begin van het spel zetten beide spelers hun speelstukken op het bord waarbij de andere speler tegen de achterkant aankijkt en niet weet wie waar staat. In je beurt moet je telkens één speelstuk naar voren verplaatsen en als je daarbij op een veld komt te staan waar de andere speler ook staat, dan wordt het vechten. Dat doe je door eerst de speciale eigenschappen van de speelfiguren te vergelijken en als de strijd dan nog niet beslist is speelt iedere speler nog een handkaart waar óf een vechtwaarde op staat of een speciale eigenschap. De speler die als eerste zijn doel bereikt, wint het spel. Ik ben niet zo’n fan van Stratego-achtige spellen en dus vond ik dit spel ook niet heel leuk. Wat ik wel leuk vond, was dat de eigenschappen van de speelfiguren goed aansluiten bij het boek en je thematisch dus echt een beetje het gevoel hebt dat je het verhaal naspeelt. Zo zijn de hobbits bijvoorbeeld heel zwak, maar als Sam voor Frodo moet vechten dan is hij in eens beresterk. Dit verhalende element maakte dat ik toch nog wel wat plezier heb beleefd aan ons potje. Maar niet genoeg om het te denken dat dit spel nog eens op tafel terug keert de komende tijd.

Keltis das Kartenspiel is de kaartspelversie van het bordspel van Keltis dat op zijn beurt eigenlijk weer de bordspelversie is van het Lost Cities kaartspel voor twee spelers (kan je het nog volgen?). Wat al deze spellen met elkaar (en met de vele andere spellen die later in de Lost Cities en Keltis series zijn verschenen) gemeen hebben is dat er rijtjes met oplopende of aflopende getallen in verschillende kleuren gevormd moeten worden. Knizia heeft het tot een kunst verheven om met dit simpele uitgangspunt eindeloos nieuwe (leuke!) spellen te bedenken. Het kaartspel bestaat uit een dek kaarten in vijf kleuren met waardes van 0 tot en met 10 en sluitstenen. Verder zijn er nog genummerde kaarten (1-9) met geluksstenen er op. Alle spelers krijgen een hand kaarten en moeten in hun beurt een kaart leggen en dan hun hand weer aanvullen. Je mag met de kaarten rijtjes maken waarbij de kaarten zowel oplopend als aflopend mogen zijn. De sluitstenen gebruik je om een rijtje af te sluiten (dan mogen er geen genummerde kaarten meer opgelegd worden). Je mag een kaart ook in het midden afleggen als je hem niet meer wilt (maar dan mag die kaart later gepakt worden dus je wil liever geen kaarten dumpen die de ander goed kan gebruiken). De derde mogelijkheid is dat je twee kaarten met dezelfde waarde (kleur is daarbij irrelevant) mag spelen en de daarbij horende kaart met de gelukssteen mag pakken. Als het spel is afgelopen (als vijf rijtjes met sluitstenen zijn afgesloten of als de trekstapel op is), dan worden de rijtjes gewaardeerd. Hoe langer een rijtje is, hoe meer punten het oplevert (en hele korte rijtjes leveren zelfs minpunten op). Ik ben erg gecharmeerd van dit kaartspelletje. Ik vind het leuk dat je zelf mag weten of je rijtjes op- of aflopend bouwt, zodat je wat meer flexibiliteit hebt. Ook vind ik de manier waarop je geluksstenen krijgt erg leuk. Met geluksstenen kan je veel punten scoren, maar het komt zelden voor dat je twee gelijk-genummerde kaarten hebt die je beide niet nodig hebt. Je moet dan dus kiezen of je de kaarten gebruikt om de gelukssteen te pakken en daarbij hopen dat je de kaart die je zelf had willen gebruiken in een volgende beurt  er nog ligt zodat je hem weer terug op handen kan nemen. Of dat je het risico dat je een lekkere kaart verliest te hoog vindt en het dus niet doet. Dit kaartspelletje heeft alles in zich dat Keltis/Lost Cities zo leuk maakt, maar dan in een heel handzaam doosje voor een zacht prijsje. Persoonlijk vind ik dat een winnende combinatie (waarbij ik helaas wel moet aantekenen dat het kaartspel  inmiddels out of print is en je dus geluk moet hebben om het nog ergens te vinden).

Keltis das Würfelspiel is een dobbelvariant van Keltis, uitgegeven in eenzelfde formaat kubusvormig doosje als waarin ook het Einfach Genial dobbelspel zit dat we gisteren al bij de Challenge tegen kwamen. In deze variant staan de scoresporen op een klein bordje waar iedere speler op bijhoudt met een klavertje vier in zijn spelerskleur hoe ver hij of zij gevorderd is. In een beurt gooien de spelers met vijf dobbelstenen waarop ieder van de vijf sporen voorkomen én natuurlijk weer de geluksstenen. Je mag daarna nog één keer zo veel dobbelstenen als je wilt overgooien en daarna moet je het doen met wat Vrouwe Fortuna je heeft toebedeeld. Eerst check je of je minimaal twee dobbelstenen met geluksstenen gegooid hebt. Als dat zo is, pak je een gelukssteenfiche. Daarna kies je één kleur uit en daarin beweeg je je klavertje vier op dat spoor net zo veel stapjes als je gegooid hebt. Op sommige vakjes staan bonusjes afgebeeld, als je je beurt op zo’n vakje eindigt dan voer je meteen de bonus uit (een gelukssteen pakken, op één spoor nog een stapje zetten of nog een hele beurt extra krijgen). Het spel is afgelopen zodra een bepaald aantal geluksstenen boven aan zijn gekomen (vijf met twee spelers). Daarna scoor je weer (min)punten voor hoe ver je op de verschillende sporen bent gekomen en voor hoeveel geluksstenen je verzameld hebt. De speler met de meeste punten wint. Op de achterzijde van het bordje staat nog een variant voor gevorderden waarbij bepaalde velden op de sporen zijn doorgestreept om aan te geven dat je daar niet mag staan. Dat beperkt dus je keuzemogelijkheden in het spel. Zeker als twee vakken na elkaar zijn doorgestreept, word je gedwongen daar vol voor te gaan omdat je anders het risico loopt met lege handen achter te blijven. In tegenstelling tot het Einfach Genial dobbelspel is deze dobbelvariant wel goed te pruimen. Het blijft een heel luchtig tussendoortje, maar het speelt lekker snel weg en zorgt daardoor toch voor een aangenaam kwartiertje. Ik vind de gevorderden variant net wat meer bite hebben dan de standaard versie en daardoor nog net wat leuker.

Vorig jaar waren wij voor een tussenstop een nachtje in Hamburg (aanrader voor als we weer city-trips mogen maken). Natuurlijk zijn we even de stad in gegaan om daar het spellenaanbod in de warenhuizen te verkennen (er zit zo ver ik weet geen spellenwinkel in het centrum zelf). L.L.A.M.A (de Nederlandse titel is één L korter) was toen net genomineerd voor de Spies des Jahres, het is een klein kaartspelletje met een klein prijsje en meer was niet nodig om met dit spel naar de kassa te lopen. We speelden het al op het terras tijdens het eten en later op de avond ook nog in de bar van het hotel. L.L.A.M.A is een heel kleurrijk spelletje, met op de achterkant van de kaarten regenboogkleurige stroken. Terwijl wij in Hamburg waren was het daar Pride-Week en zag je ook overal regenboogvlaggen. Als ik L.L.A.M.A uit de kast haal, denk ik dus altijd even aan Hamburg en deze vakantie. In L.L.A.M.A krijg je zes kaarten (met nummers 1 tot en met 6 of een lama er op) en mag je in je beurt kiezen uit een kaart trekken, een kaart spelen of passen. Als je een kaart wil afleggen dan moet je een kaart spelen met dezelfde waarde of exact één hoger dan de laatst gespeelde kaart (na de 6 komt de lama en daarna weer de 1). Idealiter speel je zo je hand leeg, maar vaak blijf je net met één of meerdere kaarten zitten. Je mag dan gewoon passen en dan krijg je minpunten voor de typen kaarten die je over hebt (bijvoorbeeld alle kaarten met een 2 erop leveren samen twee minpunten op, dus niet minpunten per kaart maar per set van dezelfde kaarten). De catch is dat als één speler past (of zijn hand leeg gespeeld heeft) de andere spelers alleen nog maar mogen spelen of passen en niet meer mogen trekken. Soms is het dus handig om te passen als je denkt dat de ander een cruciaal gat in zijn reeks heeft waardoor hij zijn hand niet leeg kan spelen. Je pakt dan zelf ook wat minpunten, maar dat is niet zo erg als de ander er maar (veel) meer pakt. Als het iemand lukt om zijn hand leeg te spelen dan mag je een minpunt-fiche inleveren. Wie als eerste veertig minpunten heeft verliest. L.L.A.M.A is echt een leuk tussendoortje om even te doen. Een ronde is zo gespeeld, maar het is zo heerlijk als je op het juiste moment hebt weten te passen en je die blik van paniek bij de ander ziet. Ik denk dat het spel nog leuker is met meer dan twee spelers, maar zelfs met twee spelers levert het heerlijk speelplezier op.

Lost Cities is een van de eerste spellen van Knizia dat ik ooit gekocht hebt. Dit spel maakt deel uit van de tweepersoonsspellen die door Kosmos op de markt zijn gebracht (en vaak door 999 games in het Nederlands zijn uitgegeven). Zeker zo rond de millenniumwisseling kocht ik elk spel dat in deze serie uitkwam en vond ik ze bijna altijd leuk. Lost Cities is op deze regel geen uitzondering. In dit spel moet je oplopende nummer-reeksen maken. Iedere speler begint met acht kaarten en in je beurt speel je een kaart en daarna vul je je hand weer aan. Als je geen kaart af wilt leggen aan je eigen rijtjes, mag je de kaart ook afleggen (maar dan mag de andere speler hem in zijn beurt trekken bij het aanvullen van zijn hand). Aan het eind van het spel worden alle rijtjes die je gemaakt hebt gewaardeerd. Van de som van de waardes van de kaarten trek je twintig punten af (en wordt de uitkomst nog keer twee, drie of vier vermenigvuldigd als je multiplier kaarten heb gespeeld). De regels zijn dus echt super simpel, maar je tijdens het spel moet je regelmatig je hoofd breken over vragen als “durf ik nog een rijtje te starten”, “leg ik die wat hogere kaart neer waardoor ik bepaalde lagere kaarten niet meer mag aanleggen als ik ze trek” en “ik wil niet spelen maar alles wat ik afleg is lekker voor de ander en dat wil ik ook niet”. Het spelsysteem dat Knizia in dit spel introduceerde heeft hij later ook nog succesvol toegepast op de Keltis-spellen. In het Engels heet Keltis dan ook niet voor het niets Lost Cities the boardgame (waarbij natuurlijk ook bij de vormgeving van Lost Cities is aangesloten).

Ra moet zeker tot de klassiekers van Knizia gerekend worden. Ra is een veilingspel met een Egyptisch thematisch sausje er over. Volgens de doos heb je minimaal 3 spelers nodig en daarom viel dit spel in eerste instantie af voor de Challenge, maar Peter Hein tipte me dat Ra ook prima met twee spelers te spelen is met een variant die je op BGG kan vinden. Ik had zo mijn twijfels of een veilingspel met twee spelers leuk zou zijn voor we begonnen. In Ra hebben beide spelers vier houten biedstenen met een waarde voor zich liggen die ze in een ronde mogen inzetten om te bieden (alle houten biedstenen hebben een unieke waarde). Tijdens je beurt mag je of een extra fiche opendraaien dat aan het te verkopen kavel wordt toegevoegd (er zijn verschillende soorten fiches die op verschillende manieren gewaardeerd worden) óf je mag de veiling openen. Afhankelijk van welke houten biedstenen je hebt, wil je soms snel gaan bieden (met lage waardes omdat je anders niets krijgt) of juist lang wachten (als je hoge getallen hebt). En alsof dit nog niet genoeg dynamiek oplevert zijn er ook nog de Ra-fiches die het einde van een ronde bespoedigen. Als er al flink wat Ra-fiches liggen (en de ronde heel snel afgelopen zou kunnen zijn) dan wil je zelfs je hoge biedstenen misschien wel inzetten voor een bescheiden opbrengst. Iets is dan beter dan niets. Ik vind Ra echt een super leuk spel doordat de prikkels om fiches te trekken of Ra te roepen sterk beïnvloed worden dor welke biedstenen je hebt en hoeveel Ra-fiches er al liggen. Ook het push your luck element waarbij gekeken wordt of je zenuwen van staal zijn als je blijft trekken als er al veel Ra-fiches liggen vind ik veel speelplezier opleveren. Nu ik weet dat Ra ook met twee spelers te spelen is, verwacht ik dat hij vaker op tafel zal komen. Dit spel is een terechte klassieker.

De eerste twee letters van de naam verklappen al van welk spel Razzia een remake is. Inderdaad van Ra. Maar in plaats van in het oude Egypte vindt Razzia zich plaats in een crimineel milieu waar de politie af en toe met een razzia het rustige leven van de boeven komt verstoren. De twee spellen zijn exact hetzelfde, maar de uitvoering is volledig anders. Razzia is de budget versie van Ra waarin de fiches vervangen zijn door kleine kaartjes, de houten biedstenen door kleine kartonnen fiches en het speelbord door een smal kartonnen strookje. Maar het spel is verder identiek is dus even leuk. Het Egyptische thema van Ra spreekt mij meer aan dan de crimi’s in Razzia en ik vind de luxere uitvoering ook leuker. Maar als je klein behuisd bent of  op zoek bent naar een reiseditie van Ra, dan is Razzia een uitstekende keus (als je hem nog ergens kan vinden).