zaterdag 25 augustus 2018

Recensie: Ticket to Ride New York


Ticket to Ride heeft de status klassieker inmiddels meer dan verdiend. Het spel is al ruim 14 jaar oud, maar vliegt nog steeds als warme broodjes over de toonbank. Het is het soort spel dat mensen gaan kopen als ze het een keer hebben gespeeld. Het is daarom voor winkeliers heel aantrekkelijk om te demoën in hun winkels. Omdat het volledige spel te veel ruimte inneemt en te lang duurt voor een demo in een winkel, heeft de uitgever een speciale demo-versie gemaakt waarin potentiële kopers in een kwartiertje kennis kunnen maken met deze topper.  Deze versie speelde zo lekker weg dat mensen vervolgens ook graag de demo-versie wilden kopen. Dat kan (nog) niet, maar Days of Wonder heeft wel een andere speciale snelle versie op de markt gebracht: Ticket to Ride New York.

In Ticket to Ride New York ben je een toerist in de jaren vijftig  die zo snel mogelijk zo veel mogelijk van New York wil zien. Om zo snel mogelijk naar de verschillende toeristische locaties te gaan maak je gebruik van een echt New Yorks icoon: de taxi!

Op het bordje van Ticket to Ride staat dus het stratenplan van New York centrum met daarin de verschillende must-sees. Alle spelers hebben 15 taxi’s in hun kleur en beginnen met 2 bestemmingskaarten (waar je er minimaal 1 van moet houden) en 2 transportkaarten. De routes tussen de hotspots zijn ook hier lekker kort ( één route van 4 en de andere routes zijn korter). In je beurt mag je, net als in alle andere Ticket to Ride varianten, transportkaarten trekken, routes claimen of extra bestemmingskaarten trekken. Een verschil met het gewone Ticket to Ride is daarbij wel dat er geen scorespoor om het bord heen staat, de punten van je routes bereken je aan het eind van het spel.

De eindronde van het spel wordt getriggerd op het moment dat iemand nog maximaal 2 taxi’s heeft en daarna mag iedereen nog één beurt spelen. Vervolgens wordt de eindscore bepaald door de waarde van de tickets en de waarde van de gemaakte routes bij elkaar op te tellen. Bij dit getal wordt daarna nog het aantal topattracties (zoals Times Square, Empire State Building en Wall Street) dat je hebt bezocht opgeteld. Wie de meeste punten heeft, wint het spel.

…en de waardering

Ticket to Ride New York is 100% het speelplezier van Ticket to Ride, maar in een fractie van de tijd. Met twee ervaren spelers ben je binnen tien minuten klaar. Doordat je minder beurten hebt, speelt de geluksfactor een iets grotere rol (vooral in het trekken van de bestemmingskaarten), maar omdat het zo’n razendsnel spel is vind ik dat geen groot probleem. De extra scoringsmogelijkheid voor het aantal topattracties dat je hebt aangedaan is een leuke toevoeging. Het zorgt ervoor dat je tot de laatste ronde punten kunt blijven sprokkelen.

De hamvraag is natuurlijk of het de moeite waard is om deze versie aan te schaffen als je al een Ticket to Ride spel hebt. Die vraag is alleen niet eenduidig te beantwoorden. Op zich is een compleet spel Ticket to Ride leuker omdat je meer tijd hebt om iets op te bouwen en geluk zich wat meer uitmiddelt. Maar soms heb je geen tijd voor een heel spel en dan is dit echt een leuk spel om even snel te spelen. Daarnaast is het makkelijker mee op reis te nemen dan (een variant van) het gewone spel. Ik verwacht dat het spel bij mij regelmatig op tafel zal staan, maar kan me ook heel goed voorstellen dat andere mensen de voorkeur geven aan de volledige ervaring.  






Auteur: Alan R. Moon
UItgever: Days of Wonder, 2018
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 10-20 minuten
Prijs: circa 20 euro


donderdag 23 augustus 2018

Recensie: Dominion Nocturne


De wet van toe- en afnemende meeropbrengsten is een economische wetmatigheid die stelt dat de productie van een goed eerst meer dan proportioneel toeneemt als je meer productiefactoren (zoals arbeid) toevoegt, maar dat op een gegeven moment de meeropbrengsten gaan afnemen. Een makkelijk voorbeeld om dit mee uit te leggen is de opbrengst van een stuk land. In het begin helpen extra handen erg om het land te bewerken, maar op een gegeven moment ga je elkaar in de weg lopen. Ik denk dat deze wetmatigheid ook geldt voor de uitbreidingen van Dominion. De eerste uitbreiding zorgde voor heel veel extra speelplezier omdat ik de basis-set wel zo’n beetje had grijs gespeeld. Ook de daarop volgende uitbreidingen ontving ik met gejuich. Maar met iedere nieuwe uitbreiding juichte ik een beetje minder hard en inmiddels moet ik zelfs een beetje zuchten als er weer een nieuwe uitbreiding uitkomt. Iedere uitbreiding bracht namelijk ook weer wat extra regels mee die je maar weer moet zien te onthouden. Dominion Nocturne was de elfde uitbreiding en de twaalfde is net aangekondigd. 

Nocturne voegt drie nieuwe elementen toe aan de Dominion-wereld. De eerste nieuwigheid zijn de zogenaamde night (nacht) kaarten. Dit zijn actiekaarten die je speelt in de zogenaamde nacht-fase van een beurt. Deze fase vindt plaats na de koop-fase maar voor de opruimfase. Je mag zo veel nacht-actie-kaarten spelen als je wilt en dat maakt ze heel aantrekkelijk doordat je nooit bang hoeft te zijn dat je ze niet kan spelen. Een voorbeeld van een nachtkaart is de Monastery (klooster). Als je deze kaart speelt dan mag je voor iedere kaart die je in je beurt hebt gekregen een kaart uit je hand of een gespeelde koper vernietigen. Dat ruimt lekker op!

Een andere nieuwigheid in deze set zijn de zogenaamde Heirloom (erfenis) kaarten. Als sommige actiekaarten uit Nocturne op tafel liggen, dan krijgt elke speler de bijbehorende Heirloom-kaart in zijn starthand in plaats van een koper. Op de Heirloom-kaarten staat altijd één geld, maar daarnaast ook een actie vermeld die je mag uitvoeren als je het geld gebruikt. Op de Goat (geit) Heirloom kaart die hoort bij de Pixie (een soort elfje) actiekaart, staat bijvoorbeeld dat je een kaart uit je hand mag vernietigen. Een ander voorbeeld is de Heirloom kaart Cursed Gold. Deze kaart levert zelfs 3 geld op, maar als je hem gebruikt moet je wel een vloek pakken.

Het laatste nieuwe element is dat er verschillende extra stapels kaarten worden toegevoegd aan het spel waarvan je op sommige momenten een kaart moet trekken. Er zijn positieve kaarten (Boons) en negatieve kaarten (Hex). Zo levert een Leprechaun (een soort kabouter) een goud op, maar moet je er (meestal) ook een Hex kaart bij trekken en uitvoeren. En dan moet je bijvoorbeeld de bovenste kaart van je trekstapel trashen en krijg je daar een curse (als het een koper of estate) of een goedkopere kaart (in de andere gevallen) voor terug of krijg je een koper die je op je trekstapel moet leggen. De boons zijn de tegenhanger van de Hex-kaarten. Met een boon krijg je bijvoorbeeld een zilver of mag je drie kaarten afleggen om een goud te krijgen.

In de set zitten verder nog een groot aantal kaarten die indirect in het spel worden gebracht, bijvoorbeeld doordat een boon of hex wordt getriggerd of als gevolg van andere kaarteffecten. Je hebt dus een flink grote tafel nodig om deze set te spelen.

…en de waardering

Je kan een hoop zeggen van Donald X. Vaccarino, maar niet dat hij uitbreidingen uitbrengt om de geldkraan open te houden. Hij brengt alleen een nieuwe uitbreiding uit als hij genoeg nieuwe ideeën heeft voor nieuwe kaarten en hij deze ook nog goed heeft getest. Omdat hij al zo veel verschillende kaarten heeft ontwikkeld, worden in iedere set de nieuwe acties gemiddeld ingewikkelder. Het is echt ontzettend knap dat het hem lukt om alle nieuwe ideeën naadloos in het bestaande systeem te weven. Maar dat neemt niet weg dat het hele spel alles bij elkaar wel een beetje ingewikkeld begint te worden en ik steeds vaker in de regels moet kijken hoe het ook al weer zat met een bepaald effect. De kracht van Dominion was ooit dat het een spel is dat je snel op tafel zet en dat met beperkte complexiteit oneindige variatie en speelplezier biedt. En daar begint het nu wel een beetje te wringen.

Natuurlijk zitten er in Nocturne leuke kaarten en zal een doorgewinterde Dominion-fan plezier beleven aan deze set. Maar tegelijkertijd zijn veel van de nieuwe kaarten best ingewikkeld en raad ik daarom beginnende Dominion-spelers aan om vooral eerst de oudere uitbreidingen te kopen en die te leren kennen voor ze aan deze set beginnen. En langzaamaan begin ik mezelf af te vragen wanneer ik moet ophouden met het kopen van Dominion-uitbreidingen. Niet omdat ze niet goed zijn, maar omdat ze gewoon te weinig speelplezier toevoegen aan alles wat er al is. Mijn drie pionnen moet je dus vooral ook in die context zien: als het een eerdere uitbreiding was geweest had ik minimaal 1 pion meer gegeven, maar het spel heeft voor mij inmiddels de fase van de afnemende meeropbrengsten bereikt.








Auteur: Donald X. Vaccarino
Uitgever: Rio Grande Games, 2018
Aantal spelers: 2-6
Leeftijd: vanaf 14 jaar
Speelduur: 20-40 minuten
Prijs: circa 45 euro

maandag 13 augustus 2018

Recensie: Everdell


Antropomorfisme is de wetenschappelijke term voor het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens, zoals dieren en planten. Het is bijvoorbeeld heel verleidelijk om te denken dat een dolfijn blij is vanwege de “lach” op zijn gezicht, maar eigenlijk heeft zijn bek gewoon de vorm van een lach en kan je daar dus niets uit afleiden. In de spellenwereld zijn ook veel spellen met een antropomorfistisch thema. Everdell is het nieuwste spel dat zich hier schuldig aan maakt: in dit spel kruipen de bewoners van het bos namelijk in onze huid.

Everdell is een workerplacer spel waarin de belevenissen van een groep bosbewoners gedurende een jaar wordt nagespeeld. Het spel begint aan het eind van de winter met (per speler) twee diertjes die voorzichtig de eerste werkzaamheden verrichten om op een leeg plekje in het bos een eigen dorpje te bouwen. In ieder seizoen komen er nieuwe dieren bij om te helpen en kan je dus steeds meer bereiken. De diertjes helpen je om grondstoffen te verzamelen en deze grondstoffen kan je vervolgens gebruiken om gebouwen te bouwen of nieuwe bewoners aan te trekken.

Tijdens het spel liggen er altijd 8 kaarten (met daarop gebouwen of bewoners) open midden op tafel en daarnaast hebben alle spelers nog een aantal handkaarten (maximaal 8) om ook nog uit te kiezen. Bij elk gebouw past een bewoner (de rechter bij de rechtbank, de winkeleigenaar bij de winkel, etc.). Als je een gebouw bouwt en later de bijpassende bewoner hebt (in je hand of de kaarten die open op tafel liggen), dan komt de bewoner gratis in het gebouw wonen (je hoeft dan geen kosten meer voor de bewoner te betalen). Het loont dus om goed in de gaten te houden welke combinaties voorbij komen.

Natuurlijk leveren de verschillende gebouwen en bewoners naast punten ook weer voordeeltjes voor hun eigenaren. Dit varieert van extra grondstofinkomsten op bepaalde momenten, tot extra actie-plekken voor je workers tot extra manieren om punten te scoren aan het eind van het spel.

…en de waardering

In Everdell worden verschillende elementen van andere spellen op kundige wijze gemixt tot een leuk nieuw spel in een beeldschoon jasje. Het spel zit goed in elkaar en het duurt dan ook niet lang voordat iedereen lekker aan het spelen is. Het eerste seizoen is snel voorbij, maar hoe verder je in het spel komt hoe meer mogelijkheden er zijn doordat je gebruik kan maken van sommige gebouwen in je dorp en de extra workers die je krijgt. 

Er zijn 27 verschillende gebouwen en dus ook 27 verschillende bewoners in het spel. De kaarten zitten meerdere keren in de stapel, maar desondanks komt het voor dat je op zoek bent naar een onderwijzer die in jouw leegstaande school kan trekken, maar dat die maar niet komt. Je kan het geluk wel een handje helpen doordat er ook plekken zijn waar je je workers in kan zetten waar je extra kaarten kan trekken of ruilen, maar soms lukt het gewoon niet. Maar dat is geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten want er zijn altijd genoeg andere dingen die je wél kan doen. Je moet in dit spel een beetje flexibel zijn en in staat zijn om je strategie aan te passen als je vast loopt. 

Het is echt verbluffend hoeveel aandacht er is besteed aan de vormgeving van dit spel. De tekeningen zouden absoluut niet misstaan in een prentenboek en je moet wel heel weinig fantasie hebben als je tijdens het spel niet begint te dagdromen over dat kleine plekje in het bos waar langzaam aan een idyllisch dierendorpje ontstaat waar dieren leven alsof ze mensen zijn. 








Auteur: James A. Wilson
Uitgever: Starling Games, 2018
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 13 jaar
Speelduur: 60-90 minuten
Prijs: circa 65 euro

woensdag 1 augustus 2018

Maandoverzicht: juli 2018 (Dagmar)



De afgelopen maand was een geweldige maand op spellengebied. Het begon natuurlijk al met geweldige vakantie vol met spellen (zie mijn vakantieblogjes voor meer informatie). Maar ook na thuiskomst stond er regelmatig een spelletje op tafel. In totaal speelde ik 49 keer een spel.

Ik speelde deze maand zeven spellen voor het eerst. In de vakantiebogjes kunnen jullie mijn eerste indrukken van Dinosaur Island, Star Realms Frontiers, Harry Potter Hogwarts Battle en Luxor al lezen. Verder speelde ik Gold Fever, Steamrollers en Inbetween voor het eerst. Dit zijn alle drie spellen die ik van mijn vakantie mee terug heb genomen.

Gold Fever is een snel push your luck spelletje. Alle spelers krijgen een zakje met daarin verschillende kleuren plastic “steentjes”, waaronder vijf gouden. In je beurt trek je net zo lang één voor één steentjes uit het zakje tot je vrijwillig stopt of je door het trekken van een verkeerde combinatie van stenen moet stoppen. In het eerste geval mag je je goud houden en gooi je je ongewenste stenen in de zakjes van een andere speler. In het tweede geval moet je alles wat je had gegrabbeld weer terug doen in je eigen zakje. Niek en ik hebben dit spel een paar keer met zijn tweeën gedaan. De geluksfactor is natuurlijk sky high. Op zich hadden we nog best plezier met dit spel, maar ik denk dat het beter tot zijn recht komt met een hoger aantal spelers omdat je dan wat strategischer kan kiezen bij wie je de ongewenste stenen in het zakje gooit. Maar zelfs dan houdt het waarschijnlijk niet over wat betreft spellenpret.

Steamrollers is een roll & write spel waarin je een spoorwegnet probeert aan te leggen waarmee je goederen kan vervoeren. Iedere speler heeft een briefje voor zich liggen met een aantal steden in genummerde gebieden. In het midden van de tafel ligt een bordje met hetzelfde plaatje. Op de steden op dit centrale bord komen gekleurde blokjes te liggen. Deze blokjes moeten vervoerd worden naar de juiste steden via het spoor. In je beurt gooi je met een aantal genummerde dobbelstenen en een dobbelsteen met een afbeelding van hoe het spoor loopt (rechtdoor, korte bocht, lange bocht). Je mag het stukje spoor tekenen in het genummerde deel van het bord van de reguliere dobbelsteen die je kiest. Op deze manier probeer je een mooi spoornet te ontwikkelen. Je mag namelijk ook een genummerde dobbelsteen kiezen om een blokje uit een stad in dat deel van het bord naar zijn bestemming (de stad met dezelfde kleur) te brengen. Er zitten in de doos ook al meteen een aantal varianten waarmee je elementen kan toe voegen (bijvoorbeeld iedereen een startvoordeeltje of speciale actiefiches die je kan kopen met je dobbelsteen). Ik vond het wel een aardig spel, maar niet echt geweldig. Ik vind het jammer dat je niet met elkaar op één blaadje tekent omdat het nu best lastig is om in de gaten te houden wie waar naar toe onderweg is.

Het laatste nieuwe spel dat ik deze maand speelde was Inbetween. Dit is een tweepersoons kaartspelletje dat duidelijk geïnspireerd is op Stranger Things. In het midden van de tafel liggen tien stadsbewoners waar de spelers de macht over proberen te krijgen door middel van het uitspelen van kaarten. De ene spelers speelt the good guys (de stad) en de andere speelt de upsidedown (the creature). Met een blokje wordt bijgehouden hoe erg de inwoners van de stad in de ban zijn van het goede of het kwade. Je moet proberen om drie bewoners helemaal naar jouw kant over te halen. Maar je kan ook winnen door het bewustzijn over wat er aan de hand is te verhogen door blokjes te verzamelen en die in steeds grotere aantallen in te leveren. Het is een beetje een touwtrekspelletje met ongelijke middelen (de handkaarten van beide zijden verschillen). Ik ben niet zo’n fan van dit type spellen en vooralsnog denk ik niet dat Inbetween me kan overtuigen van het tegendeel, maar tegelijkertijd is dit echt een spel om vaker te proberen omdat ik ook nog niet het gevoel heb dat ik helemaal goed door heb wat handig en slim is om te doen.

En verder speelden we deze maand vooral snelle spelletjes als Ganz schön Clever en Keer op Keer. Met dit hete weer komt het er gewoon niet zo van om een groot spel op tafel te zetten, al is het maar omdat we vaak buiten spelen (bij een strandtent of in onze eigen tuin).