zondag 17 juni 2018

Recensie: Ganz schön clever


Tussen de genomineerden van de Kennerspiel des Jahres van dit jaar stond tot mijn verbazing een zogenaamd “roll and write” spel. Roll and write spellen zijn spellen waar je eerst met een aantal dobbelstenen gooit en vervolgens kiest welke dobbelsteen je gebruikt om vervolgens iets op te schrijven of weg te strepen op een briefje (denk bijvoorbeeld aan Keer op Keer, Qwixx of Twenty one). Dit zijn doorgaans leuke, vlotte, spelletjes die dus te licht zijn voor een Kennerspiel-nominatie. Ik houd wel van dit type spellen en  mijn interesse was dus gewekt.

In Ganz schön clever gooi je met zes gekleurde dobbelstenen (waaronder één joker). De vijf kleuren zie je ook terug komen op de briefjes waar je je scores op verwerkt. Iedere kleur heeft zijn eigen vak op de briefjes en scoort op zijn eigen manier punten. In het gele vak moet je bijvoorbeeld proberen alle getallen in een kolom af te strepen, in het blauwe vak moet je zo veel mogelijk getallen weg strepen en in paarse vak moet je oplopende getallen invullen (waarbij je na een zes weer opnieuw mag beginnen).

Tijdens het spel kan je bonussen verdienen. Als je in het gele vak bijvoorbeeld een rijtje vol hebt dan zie je aan het eind van dat rijtje een vakje met je verdiende bonus (bijvoorbeeld gratis een blauw of groen vakje  afstrepen). Later in het spel lukt het zelfs vaak om met één dobbelsteen een soort kettingreactie op gang te brengen. Je maakt dan bijvoorbeeld het gele rijtje vol waardoor je een groen vakje mag afstrepen, maar misschien krijg je daar net als bonus dat je een blauw vakje mag afstrepen, etc. Naast het mogen afstrepen van getallen kan je ook bonussen verdienen waardoor je een keer een worp mag overgooien of waardoor je een keer een extra dobbelsteen mag kiezen om weg te strepen (dit houdt je bij in het grijze vak op je blaadje). De laatste bonus die je kan verdienen is een vosje (daarover zo meer).

Gans schön clever duurt afhankelijk van het aantal spelers 4 tot 6 rondes. In iedere ronde zijn de spelers om de beurt de actieve speler. De actieve speler gooit met de dobbelstenen en kiest er één uit. Alle dobbelstenen die een lagere waarde hebben dan de gekozen dobbelsteen, moet je dan afleggen. Met de resterende dobbelstenen gooi je nog een keer waarna je weer één dobbelsteen kiest en alle dobbelstenen met een lagere waarde aflegt. Daarna gooi je nog een derde en laatste keer en kies je nog een dobbelsteen. De actieve speler mag alle drie zijn gekozen dobbelstenen afstrepen op zijn velletje (met de bijbehorende bonussen). Daarna mogen de andere spelers (de zogenaamde passieve spelers) van de afgelegde dobbelstenen er één kiezen om die af te strepen op hun briefje (met de bijbehorende bonussen).  

Als het spel is afgelopen, is het tijd om de punten te tellen. Hiervoor kan je de achterkant van de briefjes gebruiken (heel handig!). Nadat voor ieder van de kleuren alle spelers hun score hebben bepaald, worden de vosjes nog gescoord. Voor iedere vos krijgt je nog een keer het aantal punten van de kleur waarin je het slechtst hebt gescoord. Daarna worden de scores opgeteld en wie de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

… en de waardering

Ik snap wel dat Ganz schön clever genomineerd is voor de Spiel des Jahres, het is een topspel. Ik heb de andere twee genomineerden voor de Kennerspiel niet gespeeld, dus ik waag me niet aan een voorspelling, maar als Ganz schön clever zou winnen, dan zou ik daar heel goed mee kunnen leven.

In het spel is het in begin nog even wennen aan hoe de bonussen in elkaar grijpen, maar als je dat eenmaal doorhebt is het echt leuk om te proberen een kettingreactie te veroorzaken waarbij je links en rechts punten scoort. Soms wil je in een bepaalde kleur een vakje wegstrepen en kan je dat direct doen door de bijbehorende dobbelsteen te kiezen, maar soms kan je dat ook indirect via de bonussen doen. Het is heel bevredigend als je zo’n kettingreactie weet te activeren. Doordat je in een beurt telkens de dobbelstenen af moet leggen die lager zijn dan de dobbelsteen die je kiest, moet je regelmatig afwegen of je de hoge dobbelsteen pakt die je zo graag wil hebben maar waardoor je heel veel dobbelstenen af moet leggen of dat je dan maar een lage minder lekkere dobbelsteen pakt in de hoop dat je in je volgende worpen nog wel een keer goed zal gooien. Dit zijn lastige en dus leuke keuzes. Doordat je met je vosjes je slechtste kleur nog een keer scoort kan je je niet alleen maar focussen op twee of drie kleuren waar je voor de maximale score gaat.







Auteur: Wolfgang Warsch
Uitgever: Schmidt, 2018
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 20-30 minuten
Prijs: circa 12 euro

zaterdag 9 juni 2018

Recensie: El Dorado

Een jaar of tien geleden zorgde Dominion in zijn eentje voor een compleet nieuw spelgenre: de deckbouwer. Het idee uit het ruilkaartspel Magic: The Gathering dat spelers hun eigen deck samenstellen om daarmee te spelen werd hier gepromoveerd tot het spel zelf. Sindsdien hebben talloze deckbouwers het leven gezien. Meestal met kaarten, soms ook met dobbelstenen of fiches. Ook bordspellen ontkwamen er niet aan. Net als Reiner Knizia, van wie het verhaal gaat dat hij nooit andermans spellen speelt, te druk als hij het heeft met het ontwerpen van tientallen spellen tegelijk.

El Dorado is daarvan het resultaat. Het te bouwen deck is nu alleen geen doel op zich, maar een ondersteuning voor wat zich op het speelbord afspeelt: een race naar het mythische El Dorado, dwars door dichte jungles met daarin rivieren, bergen, verstopte dorpen en andere hindernissen.


Met de kaarten in je deck verplaats je je ontdekker over het speelbord. Ieder terrein vereist zijn eigen kaartsoort. Behalve je ontdekker naar de finish te helpen, kun je kaarten ook gebruiken om betere kaarten te kopen om sneller te kunnen bewegen. Ondertussen probeer je manieren te vinden om van je minder goede kaarten af te komen. Onderweg kun je op sommige plekken halt houden om daar een bonus te verdienen, maar regelmatig moet je daarvoor een omweg afleggen of even pas op de plaats maken.

Voor het raceparcours kun je kiezen uit verschillende scenario’s, ieder met zijn eigen uitdagingen en hindernissen. Uiteindelijk telt maar één ding: als eerste de finish bereiken.

...en de waardering

El Dorado is een spel zoals alleen Knizia ze kan ontwerpen: soepel, vlot, toegankelijk en spannend tot het einde. Het aantal verschillende kaarten dat je kunt kopen is relatief beperkt en altijd dezelfde set, maar de verschillende scenario’s zorgen voor veel variatie. Zoals je mag verwachten van de spellendoktor zijn ze goed gebalanceerd: zo zijn binnenbochten weliswaar korter, maar ook moeilijker dan buitenbochten. Maar zelfs als je je zou beperken tot één scenario biedt het spel genoeg variatie. Er valt veel te kiezen over hoe je je route plant.

Ik zou willen stellen dat El Dorado een van de beste Knizia’s is van de afgelopen tien jaar. Ondanks de nominatie voor de Spiel des Jahres in 2017 is het spel hier een beetje onder de radar gebleven. Wat mij betreft is dat niet terecht. Het speelt met alle aantallen even goed en is ook wat dat betreft een absolute aanrader. Ik kan niet wachten op de uitbreiding.







Auteur: Reiner Knizia
Uitgever: Ravensburger (2017)
Aantal spelers: vanaf 2 tot 4 
Leeftijd: vanaf 10 jaar 
Speelduur: 45 minuten
Prijs: circa 30 euro

woensdag 6 juni 2018

Recensie: This war of mine


Hoe grimmig het thema van een spel ook is, het doel van een spel is om mensen een leuke tijd te bezorgen. Van sommige spellen steek je spelenderwijs ook nog wat op (bijvoorbeeld over een bepaalde historische periode), maar het doel van de spellenmakers is eigenlijk altijd om de spelers speelplezier te bezorgen. This war of mine is de uitzondering op deze regel. Natuurlijk hebben de makers geprobeerd om een spel te maken dat leuk is om te spelen, maar voor de makers was het zeker net zo belangrijk om mensen aan het denken te zetten. En dat is bijzonder voor een spel.

This war of mine is een coöperatief spel waarin de spelers samen het lot bepalen van een groepje mensen die samen in een kapotgeschoten huis in een kapotgeschoten stad wonen. Deze mensen hadden de pech om te wonen in een stad waar een oorlog is uitgebroken. Het zijn gewone mensen zoals jij en ik. Mensen die geen soldaat zijn, maar docent wiskunde , voetballer , kok, advocaat, dief of garagehouder. Mensen die bang zijn, maar die gedwongen zijn er het beste van te maken.

Het spel bestaat grofweg uit afwisselend dagfases en nachtfases. In de dagfase kunnen de bewoners in het huis verschillende acties uitvoeren (denk aan een workerplacementspel). Zo kunnen ze bijvoorbeeld kamers uitruimen in de hoop dat je nuttige dingen vindt (grondstoffen, voedsel, medicijnen, etc.). Of je kan proberen om iets te maken (een bed, een radio, een kachel). Als de bewoners in topconditie zijn dan kunnen ze ieder drie dingen doen, maar reken daar niet te hard op. Door de oorlog is er namelijk gebrek aan alles en verzwakken de bewoners snel waardoor ze minder kunnen doen of zelfs dood gaan.

In de nachtfase moet de groep zich opsplitsen in een groep die het huis bewaakt en een groep die gebruik maakt van het donker van de nacht om op zoek te gaan naar eten en andere nuttige zaken. De groep die op pad gaat kiest naar welke locatie ze gaan (bijvoorbeeld een school, supermarkt, flat of  legerkazerne). Op basis van de gekozen locatie stel je een search-deck samen uit een aantal onderzoekskaarten. Vervolgens beslis je wat je gaat doen. Zo kan je vaak op de locatie zoeken door een bepaald aantal onderzoekskaarten af te leggen. Vervolgens bepaalt het lot (trek een kleurenkaart uit een deck) welk scenario je moet lezen uit een dik scenarioboek. Soms krijg je alleen een kort verhaaltje te lezen. Bijvoorbeeld over een ontmoeting met een andere inwoner van de stad die vertelt wat er met hem of haar is gebeurd. Maar soms wordt je ook voor een keuze gesteld, bijvoorbeeld  doordat een situatie wordt geschetst en je uit verschillende opties mag kiezen wat je in die situatie doet. Bijvoorbeeld dat je een zwaar bewapende militair in een hoekje ziet zitten huilen. Wil  je dan met deze  militair praten in de hoop dat hij medelijden met je heeft en je iets geeft, probeer je hem aan te vallen om hem te doden en zo zijn wapen te pakken of sluip je stilletjes weg. Afhankelijk van wat je kiest, wordt je naar een ander stukje tekst in het scenarioboek gestuurd.

In plaats van te zoeken op de locatie kan je ook gewoon één voor één de onderzoekskaarten afwerken in de hoop dat je een kaart met voorraden vindt. Maar tussen deze kaarten zitten ook kaarten die er voor zorgen dat je lawaai maakt (je moet een krakende trap oplopen). Als je zo’n kaart trekt dan moet je nadat je je score op het lawaai-spoor aangepast hebt met een dobbelsteen gooien. Als het getal dat je gooit gelijk of lager is dan het getal op het lawaai-spoor, dan alarmeer je een inwoner van de stad. En dat hoeft niet erg te zijn, maar als je pech hebt komen gewapende mensen op de herrie af en moet je vechten.

Het doel van het spel is om de bewoners in leven te houden totdat de oorlog is afgelopen. En dat valt echt niet mee. Als ze niet genoeg eten en drinken vinden krijgen ze honger of dorst, als ze niet genoeg slapen worden ze moe, tijdens een gevecht kunnen ze gewond raken, van de kou worden ze ziek. En van alle ellende worden ze depressief. Deze verschillende elementen worden per bewoner bijgehouden en als je op één van deze elementen niveau 4 bereikt, dan gaat de bewoner dood. En als een bewoner dood gaat, dan kan dat er weer voor zorgen dat de andere bewoners daar weer depressiever van worden. En alsof dat allemaal al niet uitdagend genoeg is, is een oorlog niet eerlijk. Je kan dus gewoon botte pech hebben dat je toevallig door een sniper wordt doodgeschoten (dit soort dingen wordt vaak bepaald door een dobbelsteen) als je de planten in je groentetuintje op het dak water geeft.

…en de waardering

This war of mine is een zwaar spel om te spelen door al het leed wat je over je heen gestort krijgt via de scenario’s. Verwacht ook geen gebalanceerd spel waarin je door slim te spelen de winst kan binnenslepen. Dat wil niet zeggen dat de keuzes er niet toe doen, maar vooral dat je pech kan hebben (de sniper schiet raak) of dat het maar niet lukt om tijdens je nachtelijke zoektochten voedsel en medicijnen te vinden waardoor iedereen snel verzwakt en sterft.

This war of mine is misschien wel het best te kwalificeren als een vertel-spel. Samen met je medespelers beleef je een verhaal over hoe het is om te overleven in een oorlog. En soms is dat verhaal heldhaftig, maar meestal is het vooral een verhaal over hoe moeilijk het is voor gewone mensen midden in alle ellende die de oorlog met zich meebrengt. De manier waarop het spel de spelers met deze ellende confronteert vind ik indrukwekkend. Het zet je echt aan het denken over de arme mensen voor wie oorlog geen spelletje maar de rauwe realiteit is.

Als ik even focus op het spel-deel van This war of mine, dan valt er best wat op af te dingen. De regels zijn bijvoorbeeld niet echt lekker opgeschreven waardoor het regelmatig lastig is om iets terug te vinden (en soms lukt dat helemaal niet). Het spel duurt ook wel heel erg lang.  Als je het eind van het spel haalt dan ben je zeker vier uur verder, maar het kan ook langer duren. Het spel had best wat meer gestroomlijnd kunnen worden waardoor er wat speeltijd af was gegaan. Maar omdat This war of mine voor mij vooral gaat om het verhaal over gewone mensen in een oorlogssituatie en dat element van het spel wel goed uit de verf komt, geef ik het spel toch 4 pionnen.






Auteurs: Paweł Niziołek, Michał Oracz
Uitgever: Awaken Realms, 2017
Aantal spelers: 1-6 
Leeftijd: vanaf 18 jaar 
Speelduur: 120-300 minuten 
Prijs: circa 60 euro

zondag 3 juni 2018

Maandoverzicht: mei 2018 (Dagmar)



De afgelopen maand kwam zeer regelmatig een spel op tafel (54 keer), het waren alleen geen nieuwe titels. Ik speelde deze maand vooral met Niek en dus kwamen vooral onze huidige favorieten op tafel, namelijk Keer op Keer (16 keer), Fox in the Forest (7 keer), Codenames Duet (4 keer) en Azul (4 keer). Dat maakt voor mijn spellenpret niet zo veel uit, maar maakt wel dat ik in dit blog deze maand wat minder nieuws te melden heb, maar vooral ouds!



Er kwam deze maand maar één keer een nieuw spel op tafel, namelijk Saboteur, het duel. In dit kaartspel zijn de spelers dwergen die in een grot op zoek gaan naar goud. De dwergen hebben er geen bezwaar tegen om hun concurrent te hinderen door de uitrusting van de andere dwerg kapot te maken (lampje, karretje, etc.). Als je uitrustig kapot is, dan moet je die eerst weer repareren. Beide spelers hebben een aantal handkaarten waarop stukken grot staan, sabotage-kaarten en reparatiekaarten. In je beurt speel je in principe 1 kaart uit (grot uitgraven, uitrusting concurrent saboteren of je eigen kapotte uitrusting repareren). Alleen als je niet over de juiste reparatiekaart beschikt dan mag je twee willekeurige kaarten gebruiken voor de reparatie, maar dan speel je de rest van het spel wel verder met een kaart minder. Je mag ook passen en dan maximaal 2 kaarten afleggen en vervangende kaarten trekken. Het spel deed mij nogal aan het oud Hollandsche padvinderskaartspelletje Stap op denken. Je probeert verder te komen in de tunnels, maar telkens wordt je uitrusting gesloopt en moet je maar hopen dat je de juiste kaart hebt voor de reparatie. In ons potje had Niek heel veel sabotagekaarten en ik vooral grot-kaarten. Niek sloopte dus continue mijn materiaal en ik was beurten lang aan het passen op zoek naar reparatiekaarten. Als ik dan een keer een sabotagekaart had, dan had Niek ook altijd meteen de juiste reparatiekaart. Het was dus één groot geluksfeest. Eigenlijk hadden we drie rondjes moeten spelen, maar na het eerste rondje waren we er beide al helemaal klaar mee. Dit spel kan naar de kringloopwinkel want het gaat bij ons niet meer op tafel komen.

Er kwamen deze maand ook drie spellen onder de figuurlijke laag stof vandaan. Ik speelde bij mijn spellenminnende vriendin B The Reef weer eens. Dit is een oud tweepersoonspelletje van Kosmos waarin je vanuit een bootje vissen probeert te vangen. Als je de juiste combinatie van vissen weet te vangen (bijvoorbeeld een groene en oranje) zodat je nieuwe visjes kan kweken. Er liggen altijd drie opdrachten klaar en wie als eerste 5 opdrachten weet te vervullen heeft gewonnen. Het was best aardig om dit spel weer eens te doen, maar ik snap waarom dit spel inmiddels wel zo’n beetje in de vergetelheid is beland en heb ik er geen spijt van dat ik dit spel niet heb gehouden.

In mijn kast stond nog een ander oudje over koralen en ik besloot deze ook weer eens op te diepen (ik had het spel al meer dan tien jaar niet meer gespeeld). Het kostte me nog flink wat moeite om door de spelregels heen te komen (pff, wat waren die slecht opgeschreven zeg!), maar het was niet voor niets. Reef Encounter is eigenlijk een heel abstract spel dat verstopt is onder een leuk thema in een mooi jasje. In dit spel ontwikkelen de spelers koraalriffen die ze laten bewaken door hun garnalen. Dit klinkt nog alsof je het beste voor hebt met de oceaanbodem, maar niets is minder waar. Het uiteindelijke doel is namelijk om, zodra je een lekker groot koraal hebt gekweekt, je koraalvis op pad te sturen zodat die de garnaal als dank voor zijn goede werk samen met het smakelijke koraal kan opeten. De spelers bouwen allemaal aan hetzelfde stukje oceaanbodem en de verschillende soorten koraal kunnen over elkaar heen groeien. Je moet dus goed opletten dat een andere speler niet plotseling jouw mooie stuk koraal (je garnaal kan namelijk niet alles bewaken) komt overwoekeren met een ander type koraal. Ik vond het erg leuk om dit spel weer eens te doen. Eigenlijk zou je dit spel vaker achter elkaar moeten doen om er echt handig in te worden, maar doordat het best een lang en intensief spel is, is het lastig om daar de tijd voor te vinden. Het zou dus zo maar kunnen dat het spel weer tien jaar in de kast blijft staan, maar hij hoeft zeker niet naar de kringloop.

Ook Tikal stond al weer meer dan tien jaar ongespeeld in de kast (tot mijn grote schande). Ik kan me er echt over verbazen dat de tijd zo snel is gegaan, want voor mijn gevoel is het echt nog geen tien jaar geleden dat ik dit groene juweel voor het laatst gespeeld heb. Tikal is één van de vier klassieke AP-spellen van Kramer en Kiesling. AP staat daarbij voor actiepunten, maar ook voor Analysis Paralysis. In dit spel trek je de jungle in op zoek naar Inka-tempels die je gaat uitgraven. Iedere beurt heb je 10 actiepunten die je over verschillende mogelijkheden mag verdelen (lopen, nieuwe mannetjes in het spel brengen, tempels uitgraven, schatten pakken, etc.). Doordat je volledig vrij bent om te bepalen hoe je de punten verdeeld, lopen sommige mensen helemaal vast in het doordenken van alle mogelijkheden (de Analysis Paralysis). Gelukkig hebben Niek en ik daar beide geen last van en speelden wij het spel dus redelijk vlot. Dit spel heeft de tand des tijds zeker goed doorstaan (er is niet voor niets recent een nieuwe versie van dit spel op de markt gebracht). Ik wil het dan ook graag binnenkort nog eens spelen, want ik deed in dit ene potje best een paar dingen niet helemaal handig.

Deze maand lukte het ten slotte ook om This War of Mine weer eens te spelen. Omdat dit spel zo maar een uurtje of 4 of langer kan duren, is het geen spel dat je even spontaan uit de kast trekt, maar je moet er echt een afspraak voor maken en voor gaan zitten. Ik speelde met Lody, Caroline en Saskia van Spellenpret. Lody had het scenario Blood in the Snow voorbereid. In This War of Mine proberen de spelers samen om te overleven in een stad in oorlogsgebied. In Blood in the Snow is het winter en ijskoud en het spel begint met de vondst van het bebloede lichaam van Luca op de stoep van het huis. Hij leeft nog wel, maar het houdt niet over. De vraag is, wie Luca heeft aangevallen (het bleken de buren te zijn geweest en gelukkig niet één van onszelf). Maar het antwoord op deze vraag is alleen relevant als Luca en ten minste één van de andere bewoners van het huis de oorlog overleeft. In het spel wisselen de dagfase en de nachtfase elkaar af. In de dagfase kan je proberen het huis bewoonbaarder te maken door bijvoorbeeld nieuwe meubels te maken. Maar overdag moet je soms ook uitrusten of tijd maken om de kachel goed op te stoken. In de nacht moet je naar buiten op zoek naar eten en grondstoffen (hout voor de kachel). Maar hierbij ontmoet je soms ook de andere bewoners van de stad en die zijn niet altijd aardig. Wij ontmoetten in onze eerste nacht bijvoorbeeld een dronken militair die we met moeite hebben overmeesterd waardoor we zijn wapen konden afpakken. Dit wapen heeft ons in het spel erg geholpen om andere nare types van ons af te houden. Maar dat wil niet zeggen dat het makkelijk ging. De eerste nacht hadden we namelijk wel een wapen gevonden, maar geen eten. We verzwakten daardoor als een dolle. De tweede nacht gingen zelfs al 2 van de 3 bewoners dood. Gelukkig klopten er net wat vreemdelingen aan die we in huis hebben opgenomen en die ook wat nuttige dingen meenamen. Vanaf nacht 3 begon het tij te keren, al weet je in dit spel dat het ieder moment alsnog mis kan gaan. Maar dat gebeurde niet en dus hebben we het spel tot een goed einde kunnen uitspelen. Nou ja, goed. In dit spel staat het verhaal centraal van hoe moeilijk het is om in een oorlog te moeten overleven als gewone burger en wat voor ellende je over je heen krijgt. Dit maakt ook dat je in dit spel soms keuzes maakt die niet optimaal zijn voor jezelf. Wij konden bijvoorbeeld eten jatten van een groep kinderen en besloten dat niet te doen omdat we niet wilden dat onze overlevenden dat soort mensen zouden zijn. Gelukkig was onze oorlog maar een spelletje, maar door dit spel kijk je toch weer even net met andere ogen naar berichten over bijvoorbeeld de belegeringen in Syrië. Voor die mensen is overleven in de oorlog helaas geen spelletje. 

vrijdag 1 juni 2018

Recensie: The Mind


Spellen spelen is een cerebrale activiteit. Lekker puzzelen, rekenen, risico´s inschatten, soms overleggen: er komt veel denkwerk aan te pas. Als je ziet wat zoal de populaire spellen zijn, dan blijkt vaak: complexer is beter. Hoe meer er door te denken valt, des te geliefder het spel. Dat is allemaal zo vanzelfsprekend dat het voor de doorsnee liefhebber onmogelijk lijkt om een spel te spelen dat niet om denken draait, maar om voelen. Het komt niet in ons op.

The Mind is zo’n spel. Het is een collectieve onderneming, waarbij de spelers hun kaarten samen in de goede volgorde moeten spelen, zonder te mogen communiceren. Geen geluiden, gebaren, suggestieve blikken, fysiek contact, niets. Iedere speler begint met één kaart, die je pas speelt als je denkt dat het tijd is. De rest doet niets, dus dan zal jouw kaart wel de laagste zijn. Hoe je dat weet? Gewoon, op gevoel.

Met één kaart per speler is het nog wel te doen, maar iedere ronde krijg je een kaart extra. Speelt iemand te vroeg dan verlies je een leven. Bij nul levens ben je af en mag je opnieuw beginnen. Gelukkig kun je tijdens het spel wel levens terugverdienen, of werpsterren (wat?) die je kunt inzetten om iedereen een kaart te laten wegdoen. Om te winnen moet je met vier spelers acht ronden voltooien, met minder spelers nog meer.

…en de waardering

The Mind is een verbijsterend spel, waarbij je al je spelinzichten overboord moet zetten. Niet logisch nadenken, punten berekenen, gokjes wagen, nee: in de flow komen met je medespelers. Je zou het nog het beste een trance kunnen noemen. Het klinkt gek voor een spel dat zich in vrijwel volledige stilte afspeelt, maar The Mind is een van de meest interactieve spellen die ik ken. Je bent maar met één ding bezig, en dat is het lezen van je medespelers. Is dit mijn moment? Buurvrouw rechts speelt sneller dan buurman links, wat betekent het dat ze beiden niks doen? De euforie die je kunt voelen als iemand net voor jou een kaart speelt die precies aansluit op de kaart die jij gaat spelen is nergens mee te vergelijken. Gebeurt het een paar keer achter elkaar, dan krijg je gewoon een magisch gevoel alsof je telepathisch bent. Maar soms werkt niets en lukt het maar niet om op één lijn met je medespelers te komen.

Er is maar één manier om de magie van The Mind te beleven en dat is door het te spelen. Schakel je ratio uit, staak je verzet en ga op in één collectieve gedachte. Met wat geluk word je geassimileerd in het geheel.



Auteur: Wolfgang Warsch
Uitgever: White Goblin Games, 2018
Aantal spelers: 2 tot 4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: ca. 20 minuten
Prijs: ca 10 euro