woensdag 28 maart 2018

Het zoeken naar informatie over spellen door de jaren heen


 In 2000 was ik bezig met het afronden van mijn scriptie en had ik regelmatig last van studie ontwijkend gedrag. Eén van de zaken waarmee ik mijn studie ontweek was het ontdekken van het internet. We hadden toen toegang tot het internet via de telefoonkabel en dus moest je altijd even wachten tot een pagina geladen was. Ik had in die tijd net van mijn beste vriendin het kolonisten kaartspel gekregen en op een dag besloot ik om eens te kijken of ik daar ook iets over kon vinden op het net. Van Google had ik toen nog niet gehoord, maar als ik het me goed herinner gebruikte ik toen de Nederlandse zoekmachine Ilse. En tot mijn grote verbazing vond ik op het internet websites over bordspellen, zoals Spellengek (Peter Hein en Wendy moeten hier toen net mee begonnen zijn), Bordspel.com en Spelmagazijn. En via deze websites ontdekte ik dat de spellenwereld een stuk groter was dan de spellenafdeling van de V&D (nog zo’n naam uit de oude doos).

Ik kan alleen maar raden naar hoe spellengekken voor de opkomst van het internet aan hun informatie over nieuwe spellen kwamen. Ik heb een boekje uit 1985 met daarin een verzameling van recensies uit de krant. Wellicht waren er in die tijd ook al tijdschriften/nieuwsbrieven over spellen (Ducosim bestaat al sinds de jaren ’70, dus die zullen vast iets gepubliceerd hebben). En verder was je waarschijnlijk overgeleverd aan van mond tot mond reclame en informatie van je lokale speelgoed- of spellenwinkel.

In de beginjaren van het internet waren de meeste gebruikers aangesloten via een dun telefoondraadje. Het downloaden van plaatjes kostte daardoor veel tijd en dus ook geld. Bovendien zal toen de serverruimte bij providers ook kostbaarder zijn geweest dan nu. De recensies van spellen op de eerste websites bestonden dan ook vooral uit tekst, met een enkel plaatje. Dit zie je nog steeds op Spellengek. We hechten er aan dat de recensies een beetje uniform zijn en daarom bestaan de recensies op Spellengek nog steeds vooral uit tekst met alleen een klein plaatje van de doos van een spel. Er is een korte tijd geweest dat we nog een tweede plaatje van het spelmateriaal bij de recensie zetten, maar dat was het dan ook wel.

Gelukkig stond de techniek niet stil en nam de snelheid waarmee we data over het net konden verzenden steeds verder toe. Ik weet niet meer precies wanneer het was, maar op een gegeven moment stapten Niek en ik ook over op een ISDN-modem. Het downloaden van plaatjes ging in eens een stuk sneller. Toen deze techniek wat breder verspreid begon te worden, werden websites ook mooier en kwamen er meer plaatjes op te staan.

En na ISDN, kwam natuurlijk de kabel die het nog makkelijker maakte om informatie over het internet te versturen (en daarna komt natuurlijk de glasvezelkabel, maar zo ver zijn we in Voorhout nog niet). En met de opkomst van snel internet, kwamen ook de filmpjes op. Een van de pioniers op dit gebied was Scott Nicholson van Boardgames with Scott (veel van zijn filmpjes zijn nog steeds het kijken waard). Ik denk dat heel veel mensen inmiddels eerder video’s opzoeken (bijvoorbeeld op youtube of via boardgamegeek) als ze informatie zoeken over een nieuw spel, dan dat ze op zoek gaan naar uitgeschreven recensies. Sommige spellen-recensenten zijn via dit kanaal echte beroemdheden geworden in ons kleine wereldje (de mannen van The Dice Tower of Rahdo van Rahdo runs through bijvoorbeeld). De absolute topper in dit segment is zonder twijfel Tabletop van Wil Wheaton (al is het de vraag of er ooit nog een volgend seizoen gaat komen).

Naast filmpjes kan je op internet tegenwoordig ook podcasts vinden. Dit zijn geluidsopnamen van mensen die (bijvoorbeeld) over spellen praten. Ik luister zelf eigenlijk nooit naar een podcast, dus op dit verschijnsel ga ik hier verder niet in.

Als je vandaag de dag naar informatie over spellen zoekt, dan kan je dus kiezen uit een groot aantal bronnen en vormen die naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen. Zelf houd ik nog steeds het meest van geschreven informatie. Die kan ik rustig lezen en als een alinea me niet boeit, dan is het makkelijk om die over te slaan en iets verder op verder te lezen. Het oog wil ook wat, dus als een tekst ondersteund wordt door plaatjes, dan vind ik dat zeker een plus. Op deze manier kan ik snel veel informatie verwerken en bepalen in welke spellen ik geïnteresseerd ben. Pas als ik echt warm loop voor een spel, ga ik soms filmpjes kijken. Als ik bijvoorbeeld niet door de spelregels heen kom, dan is het erg fijn om een filmpje te kijken over hoe een spel gespeeld wordt. Maar tegelijkertijd erger ik me soms ook erg aan filmpjes omdat ze soms veel te langdradig zijn of als ze knullig gemaakt zijn (schuddende beelden, niet scherp, slecht geluid).

Voor Spellengek volg ik tegenwoordig een tweesporenbeleid. Ik wil onze oorspronkelijke website niet meer helemaal verbouwen en aanpassen en dus plaats ik daar bij de tekst van een recensie alleen maar een klein plaatje van de doos. Op de website staan inmiddels meer dan 900 recensies. Ik hoop dat het me lukt om aan het eind van het jaar de 1000e recensie te gaan plaatsen. Er zijn op dit moment nog 27 recensies nodig om deze mijlpaal te behalen.  

Naast de website hebben we sinds 2008 ook het blog. Sinds 2015 plaatsen we recensies niet meer alleen op de website, maar ook op het blog. Bij de recensies op het blog zetten we naast de tekst veel meer plaatjes. Ik vind dat dit meerwaarde heeft omdat een foto vaak meer zegt dan 1000 woorden. Ik denk er dan ook over om zodra er 1000 recensies op Spellengek staan, de website te bevriezen. De site blijft dan wel bestaan, maar nieuwe content komt alleen nog op het blog. Maar zo ver is het niet, eerst moeten die 27 recensies nog geschreven worden en dat is nog best een flinke klus.

Ik zie mezelf niet de overstap maken naar filmpjes of podcasts. Door de opkomst van smartphones is het nu makkelijker dan ooit om zelf filmpjes te maken en te editen, maar het is niet mijn ding (al is het maar omdat mijn stem altijd zo raar klinkt op opnames).  Maar aan de bezoekersaantallen van de website en het blog te zien, is er nog genoeg interesse voor de schrijfsels die we wél produceren en die we dus tegenwoordig opleuken met foto’s. Ik denk dat we nog wel even mee kunnen, al lopen we dan niet meer voorop met alle interessante technische ontwikkelingen.

NB: als je het leuk vindt om eens te kijken hoe het internet er vroeger uit zag, neem dan eens een kijkje op de wayback machine

woensdag 21 maart 2018

Recensie: Sagrada


In de middeleeuwen waren kleurstoffen duur en alleen betaalbaar voor de kleine, rijke bovenlaag van de samenleving. Het gevolg was dat er in het straatbeeld weinig kleur te bekennen was. De meeste kleuren die je gezien zal hebben waren groen, bruin en grijstinten. Maar voor God was natuurlijk alleen het beste goed genoeg. En dus werden kosten nog moeite gespaard om de kerken en kathedralen de stralende middelpunten van de steden en dorpen te maken. En dan mocht een kleurrijk glas en lood raam natuurlijk niet ontbreken. We kijken nu nog steeds vol bewondering naar de prachtige ramen die in verschillende godshuizen te vinden zijn. Kan je nagaan hoe indrukwekkend diezelfde kleurrijke ramen waren in de kleurloze tijd dat ze gemaakt werden!

In Sagrada kruipen de spelers in de huid van de fameuze glas in lood kunstenaars van de middeleeuwen. Iedere speler probeert tijdens het spel het mooiste raam te produceren. Alle spelers krijgen hiervoor een glas in lood raam (mooi stevig kartonnen frame) toegewezen en kiezen een ontwerp uit vier opties. In dit raam moet een raster van 4 bij 5 vakjes nog worden ingevuld. Verder worden aan het begin van het spel nog 3 kaarten neergelegd met daarop de elementen waarop de ramen aan het eind van het spel worden gewaardeerd en 3 kaarten met speciale acties die spelers tegen betaling van glasdruppels kunnen uitvoeren. Het aantal glasdruppels dat je krijgt, hangt af van hoe moeilijk het ontwerp is dat je hebt gekozen.

Het spel wordt in 10 rondes gespeeld. Iedere ronde worden er een aantal doorzichtige, gekleurde dobbelstenen uit een zakje getrokken. De startspeler kiest een van deze dobbelstenen en legt hem in zijn frame. De eerste dobbelsteen moet aan de rand liggen en de volgende dobbelstenen moeten horizontaal, verticaal of diagonaal aangrenzend worden gelegd. Nadat alle spelers in een ronde hun eerste dobbelsteen hebben gepakt, pakken alle spelers in omgekeerde volgorde nog een dobbelsteen (de laatste speler mag dus twee keer achter elkaar en de eerste speler pakt zowel de eerste als de laatste dobbelsteen).

Bij het plaatsen van de dobbelstenen moet je rekening houden met het ontwerp van je raam. Als er bijvoorbeeld een groen vakje in je ontwerp staat, dan moet je daar een groene dobbelsteen op leggen (ongeacht het aantal gegooide ogen). En als er een 4 op een vakje staat dan moet daar dus een 4 komen te liggen (ongeacht de kleur). Verder moet je er nog rekening mee houden dat dobbelstenen nooit horizontaal of verticaal grenzend naast een dobbelsteen met dezelfde kleur of waarde gelegd mogen worden.

Naast het plaatsen van de dobbelstenen mag je dus tegen betaling van glasdruppels de speciale acties uitvoeren. Met deze acties mag je bijvoorbeeld dobbelstenen van plaats verwisselen, de waarde van een dobbelsteen veranderen of dobbelstenen opnieuw gooien. De eerste speler die een actie kiest, betaalt hiervoor 1 glasdruppel. De volgende speler betaalt al 2 glasdruppels en zo gaat de prijs voor iedere volgende keer dat een actie uitgevoerd wordt met 1 omhoog. En dan te bedenken dat je maximaal 5 glasdruppels per spel hebt.

Na 10 rondes is het spel afgelopen en worden de ramen gewaardeerd. Aan het begin van het spel hebben alle spelers een kaart met een kleur gekregen. Iedereen scoort net zo veel punten als er ogen op de dobbelstenen in deze kleur staan. Daarna worden de 3 score-kaarten afgehandeld. Er zitten 10 verschillen score-kaarten in het spel dus elk spel is anders. Op deze kaarten staat bijvoorbeeld dat je punten krijgt voor iedere kolom waar op elk vakje een andere kleur ligt. Of je krijgt punten voor de kolommen waar ieder getal anders is. Of je krijgt punten voor elk setje van een dobbelsteen met een 1 en 2. Vervolgens krijgen de spelers nog 1 punt voor elke glasdruppel die ze niet gebruikt hebben en 1 strafpunt voor elk leeg vakje dat ze in hun raam hebben zitten. Wie daarna de meeste punten heeft, wint het spel.

...en de waardering

Sagrada is een lekker vlot puzzelspelletje, dat zowel bij families als bij verwende veelspelers in de smaak zal vallen. De regels van Sagrada zijn simpel, maar je moet tijdens het spel nog goed opletten dat je niet per ongeluk een foutje maakt het plaatsen van een dobbelsteen. Dit komt doordat je tegelijkertijd meerdere scoringsmogelijkheden aan het maximaliseren ben. Je probeert vaak zowel een bepaalde combinatie van kleuren en getallen in de rijen en kolommen te krijgen en dan ook nog de dure dobbelstenen in jouw kleur te scoren. En dan moet je ook nog rekening houden met de verplichte kleuren en getallen in jouw ontwerp. Bij mij gaat het altijd wel ergens mis (en als ik eerlijk ben, blijft het vaak niet bij 1 foutje…), al is het maar omdat de dobbelstenen niet altijd meewerken (verkeerde kleuren, verkeerde getallen).

Maar wat het spel naar een hoger niveau tilt is de prachtige uitvoering. Vooral de kartonnen glas in lood ramen in combinatie met de doorzichtige gekleurde dobbelstenen zijn een lust voor het oog. Als het spel er niet zo goed uit had gezien, dan had ik het waarschijnlijk nét geen vierde pionnen willen geven, maar daar doe ik nu echt niet meer moeilijk over.







Auteur:  Daryl Andrews & Adrian Adamscu
Uitgever: Floodgate Games, 2017
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur:  circa 30-45 minuten
Prijs: circa 45 euro

zondag 11 maart 2018

Recensie: Limes


Limes is de opvolger van het leuke puzzelspelletje Cities. Net als in Cities bouwen de spelers in dit spel een landschapje op door het uitspelen van kaarten en worden hier mannetjes op gezet die aan het eind van het spel punten opleveren. Dit keer zijn het alleen geen toeristen die tevreden moeten worden gehouden, maar zijn het kleine Romeinen die op zoek zijn naar het mooiste stukje land langs de grens van het Romeinse Rijk (of te wel: langs de Limes).

Het spel bestaat uit twee identieke stapels genummerde vierkante kaarten. Ieder kaart is in vakjes verdeeld waarop verschillende soorten landschappen (graanvelden, water, bossen en torens) staan afgebeeld. De oudste speler schudt zijn stapel kaarten en de jongste speler legt de kaarten juist op volgorde. Tijdens een beurt trekt de oudste speler telkens een kaart van zijn stapel. De jongste speler zoekt dezelfde kaart op uit zijn stapel. En vervolgens bouwen de spelers met deze kaarten een landschapje van 4 bij 4 kaarten op.

In iedere beurt mag je daarnaast nog één van je 7 Romeintjes (meeples) óf op de zojuist aangelegde kaart zetten of een eerder geplaatste Romein naar een aangrenzende kaart verplaatsen. Je moet daarbij wel beslissen op welk vakje op een kaart de Romein komt te staan.

Als het spel is afgelopen, dan worden de Romeinen gewaardeerd. Zo levert een Romein in het graanveld net zo veel punten op als het graanveld vakjes groot is. Een Romein in het water levert net zo veel punten op als er vissershutjes op de kant van de watervlakte staan. Wie aan het eind van het spel de meeste punten heeft wint het spel.

…en de waardering

Limes is niets anders dan een variant van Cities met net wat andere waarderingsregels. Net als Cities speelt dit spel lekker vlot weg en is de kans groot dat het niet bij één potje blijft. Eigenlijk is het belangrijkste verschil dat in de doos van Cities spelmateriaal voor maximaal 4 spelers zit, terwijl je met de inhoud van de doos van Limes niet verder komt dan 2 spelers. Dat vind ik persoonlijk toch jammer, want ook Limes kan moeiteloos me meer dan 2 spelers gedaan worden als je extra exemplaren koopt.

Limes is echt een prettig puzzelspelletje waar op zich niets mis mee is. Het geeft precies hetzelfde spelplezier als Cities. Maar omdat het wel heel erg lijkt op Cities en je het standaard met slechts 2 spelers kan doen, geef ik het toch een pionnetje aftrek ten opzichte van deze voorganger.







Auteur: Martyn F
Uitgever: Abacus Spiele, 2014
Aantal spelers: 1-2
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 15 minuten
Prijs: circa 15 euro

woensdag 7 maart 2018

Recensie: What's Up


What’s Up is een heerlijk compact memory-spelletje dat zelfs kleuters met een beetje hulp al kunnen spelen. Het spel bestaat uit 30 dubbelzijdig bedrukte kaarten. Als je deze in een zakje of envelop stopt, dan kan je het zelfs meenemen op vakantie als je van de “travel light” afdeling bent. En door de ontzettend schattige vogels die op de kaarten staan, zullen er maar weinig mensen zijn die de lokroep van dit spel kunnen weerstaan.

Op de kaarten zie je één, twee of drie gekleurde vogels op een elektriciteitslijn zitten relaxen. Er zijn gele, groene, paarse en rode vogels. De kaarten zijn dubbelbedrukt en op de kaarten staan aan beide zijdes vogels van dezelfde kleur (maar in verschillende aantallen) of hetzelfde aantal vogels (maar dan in verschillende kleuren). De kaarten worden aan het begin van het spel in een raster van 5 bij 6 kaarten op tafel gelegd.

Het doel van het spel is om complete setjes te verzamelen. Afhankelijk van het aantal spelers moet je 2 (met 4 spelers), 3 (met 3 spelers) of zelfs 4 (met 2 spelers) complete setjes zien te verzamelen. Je moet de setjes daarbij in oplopende volgorde verzamelen. Dit betekent dat je eerst een kaart met 1 vogeltje moet zien te vinden en vervolgens een kaart met twee vogels en daarna een kaart met drie vogels in de in dezelfde kleur. Je mag pas aan een volgend setje beginnen als je eerste setje compleet is.

In je beurt kies je telkens een kaart uit en die draai je om. Als je op de achterkant de juiste vogels voor je verzameling aantreft, dan voeg je ze aan je verzameling toe. Zo niet dan leg je de kaart met de zojuist opengedraaide kant netjes terug. Als je het complexer wil maken, dan kan je afspreken dat je de kaart ook op een andere plek terug mag leggen.

De speler die als eerste het gevraagde aantal setjes heeft verzameld, wint het spel.







…en de waardering

What’s Up is een leuk memory-spelletje voor jonge kinderen. De regels zijn simpel, de plaatjes zullen de kleintjes aanspreken en het spelletje duurt niet te lang. Dat er een zekere logica zit in welke combinaties van vogels op de beide kanten van een kaart zijn afgebeeld, maakt het voor wat oudere kinderen en volwassenen mogelijk om een wat gerichter op zoek te gaan naar de juiste kaart. Het helpt ook om te onthouden welke kaart ook al weer waar ligt. Voor jonge kinderen zal dit misschien nog net wat te complex zijn, maar omdat jonge kinderen verbazingwekkend goed zijn in memory-achtige spellen, zal het spelplezier hier niet te veel onder lijden.








Auteur: Dennis Kirps en Jean-Claude Pellin
Uitgever: Chronicle Games/Strawberry Studio, 2016 
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 4 jaar
Speelduur: 10-20 minuten
Prijs: circa 12 euro

zaterdag 3 maart 2018

Handige Hulpjes voor de spellengek


In dit blog wil ik uitleggen waarom de aanschaf van een papiersnijder en lamineerapparaat een goed idee is voor fanatieke veelspelers. Een paar jaar geleden bood mijn supermarkt deze apparaten tegen een zacht prijsje aan en heb ik ze zelf aangeschaft. Ik gebruik ze niet heel vaak, maar toch heb ik al veel plezier van ze gehad. Beide apparaten koop je al vanaf 20 euro per stuk (en zijn soms nog goedkoper).

Met de papiersnijder, snijd je vellen papier of dun karton snel in mooie rechte stukken. Natuurlijk kan je ook een schaar gebruiken, maar dan krijg je het nooit zo netjes recht als een papiersnijder het kan. Ik heb dit apparaat bijvoorbeeld gebruikt om mooie tabjes te maken voor mijn Dominion-verzameldoos. Los van het feit dat ik niet zo mooi recht kan knippen, was het echt loeiveel werk geweest als ik al die tabjes zelf met de hand moest knippen. Met de papiersnijder was het een fluitje van een cent.

Voor mijn Dominion-tabjes heb ik bovendien geïnvesteerd in verschillende kleuren papier zodat elke uitbreiding zijn eigen kleur heeft gekregen. Dit maakt het een stuk makkelijker om een kaart terug te vinden én het ziet er meteen een stuk mooier uit.

Met een lamineermachine kan je heel makkelijk een plastic laagje om een velletje papier of dun karton aanbrengen. Je hebt behalve de machine dan ook nog lamineer-hoezen nodig. Die koop je gewoon bij de kantoorboekhandel of online. Je schuift het papiertje wat je wilt lamineren in zo’n hoes, daarna stop je hem in de gleuf van de lamineermachine. De machine verhit dan het plastic waardoor het aan elkaar smelt en je dus een keurig geplastificeerd papiertje krijgt.


De lamineermachine gebruik ik voor twee verschillende dingen. Allereerst gebruik ik hem om spelershulpjes (die ik bijvoorbeeld van Boardgamegeek afhaal) te lamineren. Ik druk de hulpjes dan vaak ook af op net wat luxer (dikker) papier. Zo’n gelamineerd spelershulpje vind ik er net wat mooier uitzien dan gewoon een printje dat al snel gaat kreuken en smoezelig wordt. En natuurlijk kan je zo’n spelhulpje vervolgens nog met de papiersnijder op maat maken.

De tweede handige toepassing van een lamineermachine is dat je spelonderdelen waar je op moet schrijven kan lamineren. Als je vervolgens een uitwisbare stift gebruikt (bijvoorbeeld voor een whiteboard), dan kan je zo’n briefje keer na keer hergebruiken. Dit is reuze handig voor bijvoorbeeld spellen als Qwixx en Qwinto maar zou ook werken voor bijvoorbeeld scorebriefjes van bijvoorbeeld Agricola. Je veegt dan met een stukje keukenrol zo'n briefje na gebruik keer op keer netjes schoon. 

De meeste spellengekken zullen wel ergens zo’n uitwisbare stift uit een spellendoos kunnen halen (bijvoorbeeld uit Qwixx DeLuxe of Highscore). Maar als je er geen hebt rondslingeren, dan kan je ze ook gewoon in de kantoorboekhandel of online kopen. En in dat geval kan je er zelfs voor kiezen om geen gewone zwarte stiften te kopen, maar een leuke andere kleur.

Ik hoop verder dat binnen een paar jaar de 3D-printer eindelijk gaat doorbreken. Het lijkt me reuze handig om zelf spelonderdelen te kunnen printen. Stel dat je een pion mist, dan zou het toch reuze handig zijn als je er even eentje bij kan printen. Of je kan dan extra mooie spelonderdelen of handige opbergsystemen printen. Het lijkt me vooral reuze handig als je één apparaat krijgt dat zowel een scan kan maken, als kan 3D-printen. Dan kan je gewoon een kopietje van een pion maken. Ik kijk wel af en toe naar 3D-printers, maar vooralsnog ziet het er me allemaal te complex uit, kunnen ze ook niet scannen en zijn ze ook nog best heel duur. Ik wacht dus nog even met een aanschaf, maar hoop dat deze handige apparaten binnenkort toegankelijk worden voor het grote (niet-technisch onderlegde) publiek.

donderdag 1 maart 2018

Maandoverzicht februari 2018 (Dagmar)



Heerlijk, februari is weer voorbij. De dagen zijn nu echt merkbaar langer aan het worden en daar knap ik altijd enorm van op. Gelukkig zijn de avonden nog lang genoeg voor een spelletje en dus heb ik op dat gebied ook niets te klagen gehad. Ik speelde 35 keer een spel deze maand en daar zaten 4 nieuwe titels bij.

Mijn meest gespeelde spel was Dominion Nocturne. Er was een tijd dat het er op leek dat Dominion af was en dat er geen uitbreidingen meer zouden komen. Maar inmiddels weten we beter. De frequentie waarmee uitbreidingen uitgebracht worden is flink lager dan in de beginjaren van Dominion, maar Donald X. Vaccarino krijgt toch nog af en toe een heldere inval en na verloop van tijd resulteert dat in een nieuwe uitbreiding. Er zijn inmiddels al zo veel verschillende Dominion-kaarten dat ik meer dan genoeg kaarten heb voor een leven lang Dominion speelplezier. Maar als er dan toch een nieuwe uitbreiding is, dan wil ik hem hebben ook. Dat leverde dit keer wel een paar hoofdbrekers op over waar ik de kaarten ging bewaren. Mijn Dominion-box was namelijk al echt vol. Uiteindelijk heb ik alle metalen fiches in een aparte box gestopt en toen had ik precies genoeg ruimte om de uitbreiding toch nog kwijt te kunnen. Als, of beter gezegd zodra, er een volgende uitbreiding komt dan moet ik de keuzekaarten (met de blauwe achterkant) naar een eigen bak verkassen om ruimte te maken. En daarna weet ik het echt niet meer, maar gelukkig is het nog niet zo ver.

Zoals met elke uitbreiding worden er bij Nocturne een paar nieuwigheidjes toegevoegd. De belangrijkste toevoeging aan deze set zijn de zogenaamde nacht-kaarten. Dit zijn actiekaarten die je niet speelt in de actiefase, maar in een eigen nachtfase. Het fijne is dat je daar vervolgens geen acties voor nodig hebt. Je kan je nachtkaarten dus altijd spelen. Zo is er een watchman die je de eerstvolgende 5 kaarten van je deck laat bekijken en daar kaarten van laat afleggen. Een andere leuke toevoeging is dat sommige kaarten zogenaamde heirloom-kaarten zijn. Dit betekent dat als je die kaart gebruikt, dat één van de kopers uit je hand vervangen wordt door een speciale treasure. En hier zitten hele leuke kaarten tussen, zoals een cursed gold. Als je die gebruikt om te betalen krijg je er een curse bij cadeau. Dan is zo’n goud in je starthand toch in eens heel wat minder lekker, zeker als er geen kaarten waarmee je mag trashen op tafel liggen. Verder zitten er een stapel met leuke kans-kaarten (boons) en nare ellende-kaarten (hex) in het spel. Bij sommige kaarten moet je zo’n kaart trekken en weet je dus van te voren niet precies wat er gaat gebeuren. Ik heb nog niet alle kaarten op tafel gehad, maar de kaarten die ik tot nu toe heb gezien vind ik leuk. Zoals ik in de vorige alinea al zei: niemand heeft extra Dominion-kaarten nodig, maar als je een Dominion fan bent, dan is dit geen slechte aankoop.

Het tweede nieuwe spel dat ik deze maand voor het eerst speelde is Sagrada. Vorig jaar kwam ik in lijstjes met beste nieuwe spel van de maand op Boardgamegeek regelmatig verwijzingen naar dit spel tegen. Al snel stond het spel hoog op mijn wensenlijst, maar het was alleen nergens te krijgen. Het succes van dit spel is groter dan de uitgever aan kan. Iedere nieuwe druk is daarom in een vloek en een zucht uitverkocht en vervolgens duurt het weer weken of maanden voor er een nieuwe oplage op de markt verschijnt. Toen ik deze maand dan ook een mailtje van het Spellenhuis kreeg dat Sagrada weer op voorraad was, heb ik ze meteen opgebeld en een doos opzij laten zetten. En dat was maar goed ook, want de voorraad van het Spellenhuis was binnen een paar dagen verkocht.

Sagrada is een dice-drafting spel waarin je met de dobbelstenen prachtige glas en lood ramen moet maken. Aan het begin van ieder spel kiezen alle spelers een ontwerp voor hun raam (keuze uit vier). Dit ontwerp schuif je in een kartonnen houder waardoor je een mooi raster krijgt waar de dobbelstenen moeten komen te liggen. Op het ontwerp zie je voor bepaalde plekken in je raster welke kleur of welke tint (getal) glas (dobbelsteen) er geplaatst moet worden. Je moet bij het plaatsen van de dobbelstenen er verder op letten dat je niet horizontaal of verticaal aangrenzend dobbelstenen van dezelfde kleur of met het zelfde getal mag leggen. Aan het begin van een spelletje worden verder nog 3 kaarten opengedraaid waarop staat hoe de ramen aan het eind van het spel worden gewaardeerd (bijvoorbeeld een aantal punten als je in een rij allemaal verschillende kleuren hebt liggen of juist punten voor ieder setje van een 1 en een 2). Vervolgens worden er prachtige doorzichtige, gekleurde dobbelstenen uit een zak getrokken en gegooid. De spelers pakken hier om de beurt een eerste dobbelsteen van en vervolgens tegen de klok in een tweede dobbelsteen (denk de Kolonisten van Catan volgorde). Je legt de dobbelstenen die je trekt meteen op je bordje. Er zijn verder altijd een aantal speciale acties die je mag uitvoeren tegen betaling van glazen druppels (hoe moeilijker je opdracht hoe meer je daar van krijgt aan het begin van het spel) waardoor je nog eens een foutje kan herstellen. Na 10 ronden is het spel afgelopen en worden de ramen gewaardeerd. Ik vind Sagrada een erg leuk tussendoortje. Het spel ziet er echt prachtig uit en speelt lekker vlot weg. Je bent lekker een beetje aan het puzzelen en geheid gaat het ergens mis en dan probeer je er maar het beste van te maken.

Het derde nieuwe spel dat ik probeerde was het Arkham Horror kaartspel. Ik houd van het mysterieuze thema van de Arkham spellen en had best veel positiefs over dit spel gelezen. Het is een coöperatief ontdekkingsspel dat leentjebuur heeft gespeeld bij Dungeons & Dragons voor de opbouw van een karakter met verschillende eigenschappen. In dit spel moet je met twee spelers samen een bovennatuurlijk probleem moet ontrafelen. Je kan het spel ook in je eentje spelen, maar dat is dan weer niet zo mijn ding. Het lastige is alleen dat Niek echt een hekel heeft aan coöperatieve spellen. Tegen beter weten in heb ik het spel toch gekocht en hij was zo lief om het een kans te geven. En inderdaad, hij vond er geen zak aan. En dat maakte dat ik het spel ook met minder plezier speelde. Het spel zelf heeft op mij wel een positieve indruk gemaakt, dus misschien moet ik het toch eens in mijn eentje proberen of een andere vrijwilliger zoeken die dit genre ook leuk vindt. Ik wil hierbij nog wel de waarschuwing plaatsen dat de spelregels van dit spel echt dramatisch slecht zijn opgeschreven en dat het daardoor echt lastig was om het spel te leren. Gelukkig zijn er op internet heel veel filmpjes te vinden waar de regels worden uitgelegd, zodat ik er uiteindelijk wel redelijk uit ben gekomen, maar dat kostte me echt een hoop moeite (en ik ben toch wel een ervaren spelregel-lezer).

Het laatste nieuwe spel dat ik speelde was Dead Last. Dit is een spel voor grote groepen waar je op democratische wijze een pot goud moet verdelen. De spelers stemmen namelijk wie er elke ronde wordt omgelegd en dus niets krijgt. De meerderheid beslist hierbij. Hierbij geldt vervolgens ook dat  iedereen die niet op de verliezer heeft gestemd, ook meteen wordt ook omgelegd (dit ruimt wel lekker op). De truc is dus dat je met elkaar moet afstemmen op wie je gaat stemmen, bijvoorbeeld door even de kaart te laten zien die je wilt spelen. Je moet dit echter wel een beetje stiekem doen zodat het slachtoffer de aanval niet aan ziet komen, want anders zou die zo maar een “ambush” kaart kunnen spelen waardoor juist de aanvallers het loodje leggen. Als er nog 2 spelers over zijn, moeten zij een speciale ronde spelen waarbij beide spelers kiezen uit 3 mogelijkheden: één goudkaart pakken, alle vier goudkaarten pakken of eerlijk delen. Ook hier mag je weer over afstemmen, maar geloof jij iemand die zegt dat hij wil delen als je weet dat als jij gaat delen en hij alles wil, jij niets krijgt en hij alles. De kenners herkennen hier het klassieke prisoners dilemma. Het spel is afgelopen zodra iemand een bepaalde hoeveelheid goud heeft verzameld. Dit soort groepsspellen komt doorgaans pas goed tot zijn recht als je het wat vaker met dezelfde groep speelt zodat je met elkaar manieren om te communiceren ontdekt. Wij deden het spel één keer en dat was best ok, maar het kwam nog niet echt van de grond. De leukste momenten waren de momenten waarop twee mensen de buit moesten delen en de vraag werd opgeworpen wie er te vertrouwen was en wie niet.

Aan het begin van deze maand ben ik verder nog naar een hele leuke reünie geweest. Meer dan tien jaar geleden werkte ik bij het CBS en daar speelden we regelmatig Taipan in de pauze. En dat ging er fanatiek aan toe. Toen ik net weg was, heeft mijn oud-collega Eugène zelfs een keer een Taipan-toernooi georganiseerd waar ik nog aan mee heb gedaan. Twee van deelnemers van dat toernooi hadden het initiatief genomen om het toernooi nieuw leven in te blazen. Het lukte om een datum te vinden waarop bijna iedereen die bij het originele toernooi aanwezig was, nu ook weer kon.   Inmiddels werkt nog maar de helft van de mensen die toen aanwezig was nog (of in één geval weer) bij het CBS. Het toernooi was dus ook meteen een reünie. Met sommige collega’s heb ik nog wel regelmatig contact, maar anderen had ik echt tien jaar niet meer gezien. Ik speelde zelfs samen met een collega die ik al die tijd niet meer had gezien. Ik vond het super leuk om weer eens lekker een hele avond te kunnen taipannen en ik vond het ook super leuk om iedereen weer te zien en een beetje bij te kletsen. Misschien heb ik dat laatste een beetje te veel gedaan, want ik werd samen met mijn maatje kansloos laatste. We hebben met elkaar afgesproken dat we niet weer tien jaar wachten met het volgende toernooi.

Deze maand speelde ik samen met een paar van mijn huidige collega’s ook weer verder aan Pandemic Legacy Season 2. We hebben deze maand twee keer het maart-scenario gespeeld én verloren. Season 1 gebruikt het gewone Pandemie als startpunt, maar Season 2 is echt een ander spel. En het is niet alleen anders, het is ook een tandje (of misschien zelfs meerdere tandjes) moeilijker. We beginnen langzaamaan wel wat meer grip te krijgen op het spel, dus hopelijk lukt het ons om het volgende potje weer eens te winnen. Natuurlijk balen we wel als we verliezen, zeker als je net het gevoel begon te krijgen dat de kansen beginnen te keren. Maar dat wil zeker niet zeggen dat we het spel niet met heel veel plezier spelen. Hoe meer we het spelen, hoe leuker ik het ga vinden. Het positieve van verliezen is daardoor wel dat we het spel vaker kunnen doen en er dus langer plezier van hebben.

NL versie links, EN versie rechts
En ten slotte lukte het me deze maand eindelijk om op marktplaats een vervangende magnetische reis scrabble set te vinden. We gebruiken nu ons tweede setje, waarbij we verloren letters aanvullen met de letters uit het eerste setje. Van sommige letters hebben we echter geen reserves meer en daarom was ik op zoek naar een nieuw setje. Ik was dan ook heel blij toen ik op marktplaats een set voorbij zag komen en bood snel de vraagprijs. Het setje werd vlot opgestuurd. Ik ging natuurlijk meteen checken of alle letters aanwezig waren en daar begon ik nattigheid te voelen. De letters hadden namelijk andere waardes en zaten er in een andere verhouding in. Ik bleek een Engelse editie gekocht te hebben. Ik had het kunnen zien als ik beter naar de foto’s had gekeken, maar het heeft niet in de tekst gestaan. Ik baalde daar best van. Maar schijnbaar was dit de maand dat mensen van hun magnetische reis scrabble af wilden, want ik zag tot mijn verbazing nog een set op marktplaats verschijnen. Ik had geleerd van mijn eerdere ervaring en heb eerst gecheckt of dit wel een Nederlandse editie was en toen het antwoord daarop ja was heb ik pas de vraagprijs geboden. Deze set is inmiddels ook binnen en bleek compleet te zijn. De reisverpakking was alleen wel een beetje beschadigd geraakt in de post, maar omdat het me vooral om de letters te doen was, is dat jammer maar geen ramp. Voorlopig heb ik dus weer genoeg reserve letters om een tijd vooruit te kunnen. De ervaring leert namelijk dat we toch af en toe wel een lettertje verliezen.