zondag 9 september 2018

Recensie: Santa Maria

Soms kan het uiterlijk van een spel je erg op het verkeerde been zetten. Dat er achter een duistere vormgeving een vlot familiespel schuilgaat, bijvoorbeeld. Of het tegenovergestelde, een pittig spel voor liefhebbers met een cartoonesk uiterlijk, zoals Santa Maria. Het feit dat dobbelstenen een belangrijke rol spelen doet ook geen alarmbellen afgaan.

Maar laat je niet bedotten, Santa Maria is geen vrolijk spel voor een breed publiek. Het past naadloos in de trend dat bordspellen voor liefhebbers al meer dan tien jaar steeds complexer worden, waarbij rekensommen interactie vaak in een bijrol dwingen en thema meestal maar bijzaak is. Een vroege stap in die richting is Hoogspanning, een recentere lieveling is Great Western Trail.

Voor dit genre gebruik ik wel eens de term ‘spreadsheetspellen’ en dat is bij Santa Maria wel erg passend. Alle spelers hebben een eigen speelbord, verdeeld in rijen en kolommen. Door het beurtelings kiezen van een dobbelsteen activeer je alle gebouwen in een rij of kolom. Je kunt ook geld betalen om individuele cellen, ik bedoel gebouwen, te gebruiken. De gebouwen laten monniken en conquistadores hun heilzame werk verrichten in de Nieuwe Wereld of leveren grondstoffen op. Daarmee kun je nieuwe gebouwen maken of schepen kopen, die weer inkomsten opleveren.

Uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling om met al die dingen punten te verdienen. Het spel duurt drie rondes, waarin je telkens meer kunt doen. De derde ronde duurt daardoor al snel net zo lang als de eerste twee samen. De speler met de meeste punten na de eindtelling wint.

…en de waardering

Ik zal maar direct eerlijk zijn, maar ik heb het echt wel gehad met dit soort spellen. Allemaal lekker je eigen sommetjes maken, nauwelijks interactie en een vergezocht thema. In een spel van een halfuur kan dat nog best leuk zijn, maar bij een drievoudige speelduur kan ik zo 100 leukere spellen bedenken.

Hoewel ik er zelf niet zo snel last van heb, kan ik me voorstellen dat sommige spelers moeite hebben met het thema. Wat doen die conquistadores daar precies en hoe komen ze aan al dat goud? In een abstract spel als dit was het kiezen van een minder controversieel thema een fluitje van een cent geweest.



Omdat het spel niet onspeelbaar slecht is krijgt het van mij het voordeel van de twijfel en twee pionnen. Maar ik hoef het niet meer spelen.







Santa Maria

Auteurs: Eilif Svensson en Kristian Amundsen Østby
Uitgever: Aporta Games, 2017
Aantal spelers: 1 tot 4, vanaf 12 jaar
Speelduur: ca. 90 minuten
Prijs: ca 40 euro


woensdag 5 september 2018

Recensie: Pandemic Legacy Season 2


Pandemic Legacy Season 2 start ruim 70 jaar na het eind van Pandemic Legacy Season 1 (mijn favoriete spel allertijden). De spelers weten niet wat er precies in de tussentijd is gebeurd, maar het is niet veel goeds geweest. Een plaag heeft een groot deel van de wereldbevolking gedood. De paar overlevenden wonen verspreid over wat steden en worden van voedsel voorzien vanaf drijvende havens. Maar de laatste jaren gaat het langzaamaan steeds slechter. Het contact met veel steden is verloren en de leiders zijn niet terug gekeerd van een jaarlijks overleg. Wat te doen!

In Season 2 zijn de hoofddoelen van de spelers om er voor te zorgen dat de steden voorzien zijn van voldoende voedsel en het ontdekken wat er gebeurd is door stukje bij beetje de wereld weer te ontdekken. Dit gaat volgens het bekende Pandemie-systeem: in je beurt voer je vier acties uit, daarna trek je twee spelerskaarten (waar natuurlijk Pandemic kaarten tussen geschud zijn) en daarna trek je een afhankelijk van hoe ver je in het spel bent een aantal infectiekaarten die bepalen in welke steden een voedselblokje wordt weggehaald. Alleen als er geen voedselblokje is dat je kan weghalen, dan moet je in plaats daarvan een virus-blokje op het bord zetten. En dat is naar want deze zieken zijn niet te genezen maar krabben je wel als je in hun stad bent (je loopt een scar op, wat negatieve gevolgen kan hebben voor je karakter). En als je een achtste virus-blokje zou moeten
plaatsen verlies je het spel onmiddellijk.

Het is een legacy-spel dat net als Season 1 aangestuurd wordt door een Legacy-deck. Aan het begin en/of eind van de verschillende maanden moet je kaarten van het deck trekken en die zorgen er voor dat het spel verandert. Ook ontdekkingen die je tijdens het spel doet, zetten soms veranderingen in gang. En dat betekent dus dat je soms spelmateriaal moet vernietigen, je stickers moet gaan plakken of op dingen moet gaan schrijven.

Het spel bestaat weer uit 12 scenario’s (vernoemd naar de maanden van het jaar). Iedere maand moet je een aantal doelen zien te bereiken die ook in de loop van het spel veranderen. Terwijl je bezig bent om de doelen te bereiken moet je er ondertussen voor zorgen dat de steden continue van voldoende voedsel zijn voorzien, omdat anders mensen ziek worden en je daardoor het spel kan verliezen. Je verliest het spel ook als je de doelen nog niet bereikt hebt voor de stapel spelerskaarten leeg is dus je hebt niet eindeloos de tijd.

...en de waardering

Ga er maar aan staan, een opvolger bedenken voor één van de meest succesvolle spellen ooit. Iedere spellenliefhebber hoopt op een spel dat net zo betoverend is als Season 1. Het is misschien niet verbazingwekkend dat de makers van Season 2 daar niet in zijn geslaagd. Dat wil niet zeggen dat Season 2 een slecht spel is, maar omdat de verwachtingen zo hoog gespannen zijn stelt het spel toch een beetje teleur.

Ik vind het gedurfd dat de makers er voor gekozen hebben om voor Season 2 echt een nieuw spel te ontwerpen, in plaats van net als met Season 1 te beginnen met een gewone pot Pandemie die zich vandaar uit langzaam aan ontwikkelt. Het is dan ook verstandig om eerst een keer (of misschien wel meerdere keren) zonder de Legacy-elementen te spelen. Ik vond het spel een stuk ingewikkelder dan gewone Pandemie (en dus de start van season 1) en mijn groepje moest dan ook echt even wennen aan dit vervolg. En behalve dat het spel zelf ingewikkeld is, is het ook meteen echt lastig om te winnen. Dit past goed bij het post apocalyptische thema, maar maakt wel dat je meteen flink aan de bak moet.

In Season 1 ontdek je een verhaal dat redelijk lineair verloopt (iedereen die het spel doet, doorloopt hetzelfde verhaal). In Season 2 ontdek je langzaam aan de rest van de wereld en daardoor ook wat er in de rest van de wereld is gebeurd. Maar je bent vrij in de volgorde waarin je dat doet en daardoor ontwikkeld het spel ook op verschillende manieren voor verschillende groepen. Het verhaal is daardoor minder prominent aanwezig. En verder zorgt het er voor dat groepen de moeilijkheidsgraad verschillend zullen ervaren want de ene ontdekking helpt je meer dan de andere en het maakt dus uit in welke volgorde je dingen ontdekt.

Ik vind Season 2 een stuk lastiger om te spelen dan Season 1. Er zijn veel meer dingen die je kan doen en daardoor is het lastiger om te bedenken wat je wil of moet doen. In Season 1 kwamen er ook dingen bij, maar verdwenen die vaak ook weer op den duur waardoor het redelijk overzichtelijk bleef. Bij Season 2 heb ik het gevoel dat er meer bij komt dan er af gaat waardoor het spel een beetje onoverzichtelijk en topzwaar wordt, zeker als je verder in het spel komt. Dit merk je bijvoorbeeld ook aan de tijd die het kost om het spel klaar te zetten of af te ronden, je moet daarbij veel meer stapjes doorlopen. Een potje duurt dan ook een stuk langer dan Season 1. Mijn groepje speelde altijd 2 spellen Season 1 op een avond, maar met Season 2 doen we in dezelfde tijd maar 1 potje. Season 2 is daardoor misschien wel het voorbeeld dat overdaad schaadt. Op zich zijn alle elementen leuk, maar alles bij elkaar is het te veel van het goede waardoor het speelplezier een beetje onder druk komt te staan in vergelijking met het beste spel allertijden.








Naam: Pandemic Legacy Season 2
Auteur: Matt Leacock en Rob Daviau
Uitgever: Z-man, 2017
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 14 jaar
Speelduur: 60-90 minuten
Prijs: circa 80 euro

zondag 2 september 2018

Maandoverzicht: augustus 2018 (Dagmar)



In augustus stond er 54 keer een spel op tafel. Ganz schön clever was ons meest gespeelde spel en heeft inmiddels Keer op Keer van zijn troon gestoten als spel dat we ’s avonds nog even snel op tafel leggen. Afgelopen maand was ook de maand waarop de postbode twee keer een Kickstarter kwam brengen. Omdat ik die spellen al maanden geleden heb betaald, voelt het ontvangen van zo’n pakketje toch een beetje als een cadeautje dat je van jezelf hebt gekregen. Ik speelde vijf spellen voor het eerst, over Everdell en Ticket to Ride New York heb ik al een positieve recensie geschreven dus dat ga ik hier niet herhalen.

Deze maand speelde ik Mint Works en Mint Delivery beide voor het eerst. Dit zijn beide reisspelletjes waarvan het spelmateriaal in een klein blikje zit van het formaat dat ook veel gebruikt wordt voor pepermuntjes. In beide spellen staat een bepaald spelmechanisme centraal. Mint Works is een werkverschaffingsspelletje waar witte schijfjes (die verdacht veel op een pepermuntje lijken) de werkers zijn. Met deze werkers voer je acties uit waarmee je meer werkers verzameld, kaarten verzameld en kaarten uitspeelt. Op de kaarten staan gebouwen die punten waard zijn en die soms nog speciale eigenschappen hebben (bijvoorbeeld het genereren van extra inkomsten). Het doel is om als eerste zeven punten te verzamelen. Dit spel speelt echt razendsnel en misschien zelfs een beetje te snel waardoor je nauwelijks iets op kan bouwen. Ik vind het wel leuk, maar Niek is er minder voor te porren en dus krijg ik hem op dit moment moeilijk op tafel.

Mint Delivery is een pick up and deliver spel. In dit spel rijd je met en vrachtwagen heen en weer tussen pepermuntfabrieken en steden waar je opdrachten (contracten) kan verzamelen vervolgens naar de steden waar de verschillende soorten pepermuntjes moeten worden afgeleverd (gewone, suikervrij en kaneel). Ook dit spel speelt weer razendsnel. Het stelt allemaal niet heel veel voor, maar het speelt echt lekker weg en is daardoor een prima reisspelletje. Er zitten nog wat varianten in het doosje waar ik nog niet aan toe ben gekomen, maar dat komt vast binnenkort (inderdaad Niek vindt dit spel wel leuk).

Het laatste nieuwe spel dat ik deze maand speelde was een (voor mij) vreemde eend in de bijt, namelijk een kinderspelletje. Ik was bij mijn beste vriendin op bezoek en haar zoon had voor zijn vijfde verjaardag het spel Speed Colors gekregen. Hij is echt helemaal verslingerd aan dit spel en dus kan je niet op bezoek komen zonder een potje te doen. Speed Colors is een memory-spelletje waarbij je moet onthouden hoe een plaatje is ingekleurd. Iedereen krijgt een tweezijdige kaart waar op de ene kant een gekleurd plaatje staat en aan de andere kant een “kleurplaat”- versie van hetzelfde plaatje. Nadat je even de tijd hebt gehad om in je hoofd te stampen hoe het gekleurde plaatje er uit ziet, draai je het kaartje om en moet je zonder te spieken de kleurplaat goed inkleuren met speciale uitwisbare stiften. Voor elke kleur die je goed doet, scoor je een punt. Je kan het spel nog uitbreiden met extra regels (zoals netjes kleuren of twee plaatjes tegelijkertijd). Ik vond het een verrassend leuk memory-spelletje voor jonge kinderen. Ze kunnen dit vast ook prima in hun eentje spelen en het spel zit in een handig etuitje zodat je het makkelijk overal mee naar toe kan nemen. Aanrader dus voor als je nog een cadeautje voor een kleurgrage kleuter zoekt.

zaterdag 25 augustus 2018

Recensie: Ticket to Ride New York


Ticket to Ride heeft de status klassieker inmiddels meer dan verdiend. Het spel is al ruim 14 jaar oud, maar vliegt nog steeds als warme broodjes over de toonbank. Het is het soort spel dat mensen gaan kopen als ze het een keer hebben gespeeld. Het is daarom voor winkeliers heel aantrekkelijk om te demoën in hun winkels. Omdat het volledige spel te veel ruimte inneemt en te lang duurt voor een demo in een winkel, heeft de uitgever een speciale demo-versie gemaakt waarin potentiële kopers in een kwartiertje kennis kunnen maken met deze topper.  Deze versie speelde zo lekker weg dat mensen vervolgens ook graag de demo-versie wilden kopen. Dat kan (nog) niet, maar Days of Wonder heeft wel een andere speciale snelle versie op de markt gebracht: Ticket to Ride New York.

In Ticket to Ride New York ben je een toerist in de jaren vijftig  die zo snel mogelijk zo veel mogelijk van New York wil zien. Om zo snel mogelijk naar de verschillende toeristische locaties te gaan maak je gebruik van een echt New Yorks icoon: de taxi!

Op het bordje van Ticket to Ride staat dus het stratenplan van New York centrum met daarin de verschillende must-sees. Alle spelers hebben 15 taxi’s in hun kleur en beginnen met 2 bestemmingskaarten (waar je er minimaal 1 van moet houden) en 2 transportkaarten. De routes tussen de hotspots zijn ook hier lekker kort ( één route van 4 en de andere routes zijn korter). In je beurt mag je, net als in alle andere Ticket to Ride varianten, transportkaarten trekken, routes claimen of extra bestemmingskaarten trekken. Een verschil met het gewone Ticket to Ride is daarbij wel dat er geen scorespoor om het bord heen staat, de punten van je routes bereken je aan het eind van het spel.

De eindronde van het spel wordt getriggerd op het moment dat iemand nog maximaal 2 taxi’s heeft en daarna mag iedereen nog één beurt spelen. Vervolgens wordt de eindscore bepaald door de waarde van de tickets en de waarde van de gemaakte routes bij elkaar op te tellen. Bij dit getal wordt daarna nog het aantal topattracties (zoals Times Square, Empire State Building en Wall Street) dat je hebt bezocht opgeteld. Wie de meeste punten heeft, wint het spel.

…en de waardering

Ticket to Ride New York is 100% het speelplezier van Ticket to Ride, maar in een fractie van de tijd. Met twee ervaren spelers ben je binnen tien minuten klaar. Doordat je minder beurten hebt, speelt de geluksfactor een iets grotere rol (vooral in het trekken van de bestemmingskaarten), maar omdat het zo’n razendsnel spel is vind ik dat geen groot probleem. De extra scoringsmogelijkheid voor het aantal topattracties dat je hebt aangedaan is een leuke toevoeging. Het zorgt ervoor dat je tot de laatste ronde punten kunt blijven sprokkelen.

De hamvraag is natuurlijk of het de moeite waard is om deze versie aan te schaffen als je al een Ticket to Ride spel hebt. Die vraag is alleen niet eenduidig te beantwoorden. Op zich is een compleet spel Ticket to Ride leuker omdat je meer tijd hebt om iets op te bouwen en geluk zich wat meer uitmiddelt. Maar soms heb je geen tijd voor een heel spel en dan is dit echt een leuk spel om even snel te spelen. Daarnaast is het makkelijker mee op reis te nemen dan (een variant van) het gewone spel. Ik verwacht dat het spel bij mij regelmatig op tafel zal staan, maar kan me ook heel goed voorstellen dat andere mensen de voorkeur geven aan de volledige ervaring.  






Auteur: Alan R. Moon
UItgever: Days of Wonder, 2018
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 10-20 minuten
Prijs: circa 20 euro


donderdag 23 augustus 2018

Recensie: Dominion Nocturne


De wet van toe- en afnemende meeropbrengsten is een economische wetmatigheid die stelt dat de productie van een goed eerst meer dan proportioneel toeneemt als je meer productiefactoren (zoals arbeid) toevoegt, maar dat op een gegeven moment de meeropbrengsten gaan afnemen. Een makkelijk voorbeeld om dit mee uit te leggen is de opbrengst van een stuk land. In het begin helpen extra handen erg om het land te bewerken, maar op een gegeven moment ga je elkaar in de weg lopen. Ik denk dat deze wetmatigheid ook geldt voor de uitbreidingen van Dominion. De eerste uitbreiding zorgde voor heel veel extra speelplezier omdat ik de basis-set wel zo’n beetje had grijs gespeeld. Ook de daarop volgende uitbreidingen ontving ik met gejuich. Maar met iedere nieuwe uitbreiding juichte ik een beetje minder hard en inmiddels moet ik zelfs een beetje zuchten als er weer een nieuwe uitbreiding uitkomt. Iedere uitbreiding bracht namelijk ook weer wat extra regels mee die je maar weer moet zien te onthouden. Dominion Nocturne was de elfde uitbreiding en de twaalfde is net aangekondigd. 

Nocturne voegt drie nieuwe elementen toe aan de Dominion-wereld. De eerste nieuwigheid zijn de zogenaamde night (nacht) kaarten. Dit zijn actiekaarten die je speelt in de zogenaamde nacht-fase van een beurt. Deze fase vindt plaats na de koop-fase maar voor de opruimfase. Je mag zo veel nacht-actie-kaarten spelen als je wilt en dat maakt ze heel aantrekkelijk doordat je nooit bang hoeft te zijn dat je ze niet kan spelen. Een voorbeeld van een nachtkaart is de Monastery (klooster). Als je deze kaart speelt dan mag je voor iedere kaart die je in je beurt hebt gekregen een kaart uit je hand of een gespeelde koper vernietigen. Dat ruimt lekker op!

Een andere nieuwigheid in deze set zijn de zogenaamde Heirloom (erfenis) kaarten. Als sommige actiekaarten uit Nocturne op tafel liggen, dan krijgt elke speler de bijbehorende Heirloom-kaart in zijn starthand in plaats van een koper. Op de Heirloom-kaarten staat altijd één geld, maar daarnaast ook een actie vermeld die je mag uitvoeren als je het geld gebruikt. Op de Goat (geit) Heirloom kaart die hoort bij de Pixie (een soort elfje) actiekaart, staat bijvoorbeeld dat je een kaart uit je hand mag vernietigen. Een ander voorbeeld is de Heirloom kaart Cursed Gold. Deze kaart levert zelfs 3 geld op, maar als je hem gebruikt moet je wel een vloek pakken.

Het laatste nieuwe element is dat er verschillende extra stapels kaarten worden toegevoegd aan het spel waarvan je op sommige momenten een kaart moet trekken. Er zijn positieve kaarten (Boons) en negatieve kaarten (Hex). Zo levert een Leprechaun (een soort kabouter) een goud op, maar moet je er (meestal) ook een Hex kaart bij trekken en uitvoeren. En dan moet je bijvoorbeeld de bovenste kaart van je trekstapel trashen en krijg je daar een curse (als het een koper of estate) of een goedkopere kaart (in de andere gevallen) voor terug of krijg je een koper die je op je trekstapel moet leggen. De boons zijn de tegenhanger van de Hex-kaarten. Met een boon krijg je bijvoorbeeld een zilver of mag je drie kaarten afleggen om een goud te krijgen.

In de set zitten verder nog een groot aantal kaarten die indirect in het spel worden gebracht, bijvoorbeeld doordat een boon of hex wordt getriggerd of als gevolg van andere kaarteffecten. Je hebt dus een flink grote tafel nodig om deze set te spelen.

…en de waardering

Je kan een hoop zeggen van Donald X. Vaccarino, maar niet dat hij uitbreidingen uitbrengt om de geldkraan open te houden. Hij brengt alleen een nieuwe uitbreiding uit als hij genoeg nieuwe ideeën heeft voor nieuwe kaarten en hij deze ook nog goed heeft getest. Omdat hij al zo veel verschillende kaarten heeft ontwikkeld, worden in iedere set de nieuwe acties gemiddeld ingewikkelder. Het is echt ontzettend knap dat het hem lukt om alle nieuwe ideeën naadloos in het bestaande systeem te weven. Maar dat neemt niet weg dat het hele spel alles bij elkaar wel een beetje ingewikkeld begint te worden en ik steeds vaker in de regels moet kijken hoe het ook al weer zat met een bepaald effect. De kracht van Dominion was ooit dat het een spel is dat je snel op tafel zet en dat met beperkte complexiteit oneindige variatie en speelplezier biedt. En daar begint het nu wel een beetje te wringen.

Natuurlijk zitten er in Nocturne leuke kaarten en zal een doorgewinterde Dominion-fan plezier beleven aan deze set. Maar tegelijkertijd zijn veel van de nieuwe kaarten best ingewikkeld en raad ik daarom beginnende Dominion-spelers aan om vooral eerst de oudere uitbreidingen te kopen en die te leren kennen voor ze aan deze set beginnen. En langzaamaan begin ik mezelf af te vragen wanneer ik moet ophouden met het kopen van Dominion-uitbreidingen. Niet omdat ze niet goed zijn, maar omdat ze gewoon te weinig speelplezier toevoegen aan alles wat er al is. Mijn drie pionnen moet je dus vooral ook in die context zien: als het een eerdere uitbreiding was geweest had ik minimaal 1 pion meer gegeven, maar het spel heeft voor mij inmiddels de fase van de afnemende meeropbrengsten bereikt.








Auteur: Donald X. Vaccarino
Uitgever: Rio Grande Games, 2018
Aantal spelers: 2-6
Leeftijd: vanaf 14 jaar
Speelduur: 20-40 minuten
Prijs: circa 45 euro

maandag 13 augustus 2018

Recensie: Everdell


Antropomorfisme is de wetenschappelijke term voor het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens, zoals dieren en planten. Het is bijvoorbeeld heel verleidelijk om te denken dat een dolfijn blij is vanwege de “lach” op zijn gezicht, maar eigenlijk heeft zijn bek gewoon de vorm van een lach en kan je daar dus niets uit afleiden. In de spellenwereld zijn ook veel spellen met een antropomorfistisch thema. Everdell is het nieuwste spel dat zich hier schuldig aan maakt: in dit spel kruipen de bewoners van het bos namelijk in onze huid.

Everdell is een workerplacer spel waarin de belevenissen van een groep bosbewoners gedurende een jaar wordt nagespeeld. Het spel begint aan het eind van de winter met (per speler) twee diertjes die voorzichtig de eerste werkzaamheden verrichten om op een leeg plekje in het bos een eigen dorpje te bouwen. In ieder seizoen komen er nieuwe dieren bij om te helpen en kan je dus steeds meer bereiken. De diertjes helpen je om grondstoffen te verzamelen en deze grondstoffen kan je vervolgens gebruiken om gebouwen te bouwen of nieuwe bewoners aan te trekken.

Tijdens het spel liggen er altijd 8 kaarten (met daarop gebouwen of bewoners) open midden op tafel en daarnaast hebben alle spelers nog een aantal handkaarten (maximaal 8) om ook nog uit te kiezen. Bij elk gebouw past een bewoner (de rechter bij de rechtbank, de winkeleigenaar bij de winkel, etc.). Als je een gebouw bouwt en later de bijpassende bewoner hebt (in je hand of de kaarten die open op tafel liggen), dan komt de bewoner gratis in het gebouw wonen (je hoeft dan geen kosten meer voor de bewoner te betalen). Het loont dus om goed in de gaten te houden welke combinaties voorbij komen.

Natuurlijk leveren de verschillende gebouwen en bewoners naast punten ook weer voordeeltjes voor hun eigenaren. Dit varieert van extra grondstofinkomsten op bepaalde momenten, tot extra actie-plekken voor je workers tot extra manieren om punten te scoren aan het eind van het spel.

…en de waardering

In Everdell worden verschillende elementen van andere spellen op kundige wijze gemixt tot een leuk nieuw spel in een beeldschoon jasje. Het spel zit goed in elkaar en het duurt dan ook niet lang voordat iedereen lekker aan het spelen is. Het eerste seizoen is snel voorbij, maar hoe verder je in het spel komt hoe meer mogelijkheden er zijn doordat je gebruik kan maken van sommige gebouwen in je dorp en de extra workers die je krijgt. 

Er zijn 27 verschillende gebouwen en dus ook 27 verschillende bewoners in het spel. De kaarten zitten meerdere keren in de stapel, maar desondanks komt het voor dat je op zoek bent naar een onderwijzer die in jouw leegstaande school kan trekken, maar dat die maar niet komt. Je kan het geluk wel een handje helpen doordat er ook plekken zijn waar je je workers in kan zetten waar je extra kaarten kan trekken of ruilen, maar soms lukt het gewoon niet. Maar dat is geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten want er zijn altijd genoeg andere dingen die je wél kan doen. Je moet in dit spel een beetje flexibel zijn en in staat zijn om je strategie aan te passen als je vast loopt. 

Het is echt verbluffend hoeveel aandacht er is besteed aan de vormgeving van dit spel. De tekeningen zouden absoluut niet misstaan in een prentenboek en je moet wel heel weinig fantasie hebben als je tijdens het spel niet begint te dagdromen over dat kleine plekje in het bos waar langzaam aan een idyllisch dierendorpje ontstaat waar dieren leven alsof ze mensen zijn. 








Auteur: James A. Wilson
Uitgever: Starling Games, 2018
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 13 jaar
Speelduur: 60-90 minuten
Prijs: circa 65 euro

woensdag 1 augustus 2018

Maandoverzicht: juli 2018 (Dagmar)



De afgelopen maand was een geweldige maand op spellengebied. Het begon natuurlijk al met geweldige vakantie vol met spellen (zie mijn vakantieblogjes voor meer informatie). Maar ook na thuiskomst stond er regelmatig een spelletje op tafel. In totaal speelde ik 49 keer een spel.

Ik speelde deze maand zeven spellen voor het eerst. In de vakantiebogjes kunnen jullie mijn eerste indrukken van Dinosaur Island, Star Realms Frontiers, Harry Potter Hogwarts Battle en Luxor al lezen. Verder speelde ik Gold Fever, Steamrollers en Inbetween voor het eerst. Dit zijn alle drie spellen die ik van mijn vakantie mee terug heb genomen.

Gold Fever is een snel push your luck spelletje. Alle spelers krijgen een zakje met daarin verschillende kleuren plastic “steentjes”, waaronder vijf gouden. In je beurt trek je net zo lang één voor één steentjes uit het zakje tot je vrijwillig stopt of je door het trekken van een verkeerde combinatie van stenen moet stoppen. In het eerste geval mag je je goud houden en gooi je je ongewenste stenen in de zakjes van een andere speler. In het tweede geval moet je alles wat je had gegrabbeld weer terug doen in je eigen zakje. Niek en ik hebben dit spel een paar keer met zijn tweeën gedaan. De geluksfactor is natuurlijk sky high. Op zich hadden we nog best plezier met dit spel, maar ik denk dat het beter tot zijn recht komt met een hoger aantal spelers omdat je dan wat strategischer kan kiezen bij wie je de ongewenste stenen in het zakje gooit. Maar zelfs dan houdt het waarschijnlijk niet over wat betreft spellenpret.

Steamrollers is een roll & write spel waarin je een spoorwegnet probeert aan te leggen waarmee je goederen kan vervoeren. Iedere speler heeft een briefje voor zich liggen met een aantal steden in genummerde gebieden. In het midden van de tafel ligt een bordje met hetzelfde plaatje. Op de steden op dit centrale bord komen gekleurde blokjes te liggen. Deze blokjes moeten vervoerd worden naar de juiste steden via het spoor. In je beurt gooi je met een aantal genummerde dobbelstenen en een dobbelsteen met een afbeelding van hoe het spoor loopt (rechtdoor, korte bocht, lange bocht). Je mag het stukje spoor tekenen in het genummerde deel van het bord van de reguliere dobbelsteen die je kiest. Op deze manier probeer je een mooi spoornet te ontwikkelen. Je mag namelijk ook een genummerde dobbelsteen kiezen om een blokje uit een stad in dat deel van het bord naar zijn bestemming (de stad met dezelfde kleur) te brengen. Er zitten in de doos ook al meteen een aantal varianten waarmee je elementen kan toe voegen (bijvoorbeeld iedereen een startvoordeeltje of speciale actiefiches die je kan kopen met je dobbelsteen). Ik vond het wel een aardig spel, maar niet echt geweldig. Ik vind het jammer dat je niet met elkaar op één blaadje tekent omdat het nu best lastig is om in de gaten te houden wie waar naar toe onderweg is.

Het laatste nieuwe spel dat ik deze maand speelde was Inbetween. Dit is een tweepersoons kaartspelletje dat duidelijk geïnspireerd is op Stranger Things. In het midden van de tafel liggen tien stadsbewoners waar de spelers de macht over proberen te krijgen door middel van het uitspelen van kaarten. De ene spelers speelt the good guys (de stad) en de andere speelt de upsidedown (the creature). Met een blokje wordt bijgehouden hoe erg de inwoners van de stad in de ban zijn van het goede of het kwade. Je moet proberen om drie bewoners helemaal naar jouw kant over te halen. Maar je kan ook winnen door het bewustzijn over wat er aan de hand is te verhogen door blokjes te verzamelen en die in steeds grotere aantallen in te leveren. Het is een beetje een touwtrekspelletje met ongelijke middelen (de handkaarten van beide zijden verschillen). Ik ben niet zo’n fan van dit type spellen en vooralsnog denk ik niet dat Inbetween me kan overtuigen van het tegendeel, maar tegelijkertijd is dit echt een spel om vaker te proberen omdat ik ook nog niet het gevoel heb dat ik helemaal goed door heb wat handig en slim is om te doen.

En verder speelden we deze maand vooral snelle spelletjes als Ganz schön Clever en Keer op Keer. Met dit hete weer komt het er gewoon niet zo van om een groot spel op tafel te zetten, al is het maar omdat we vaak buiten spelen (bij een strandtent of in onze eigen tuin).

zaterdag 28 juli 2018

Recensie: Orléans

Van de vele spellentrends van de afgelopen jaren waren er twee wel heel zichtbaar: deckbouwen en puntensalades. Het was dus een kwestie van tijd dat een spel beide zou combineren. Orléans is dat spel.

Het spelidee van Orléans is erg vergelijkbaar met veel andere puntenpakkers: je kunt allemaal verschillende acties doen om op dito manieren punten te scoren. Veeg al die rekensommetjes bij elkaar en voilà, je hebt weer een spel bedacht. Orléans pakt het gelukkig wat minder cynisch aan dan dat. Met de acties scoor namelijk niet alleen punten, ze hebben ook invloed op welke acties je later in het spel kunt doen.


Voor de acties heb je namelijk fiches in verschillende kleuren nodig, die verschillende beroepen voorstellen, zoals boeren, ridders en handelaren. Je begint met vier fiches, die je in voorgeschreven combinaties inzet om bepaalde acties uit te voeren. Bij veel acties die je doet krijg je er een nieuw fiche bij. Hier komt het idee van deckbuilden om de hoek krijgen: alle fiches die je hebt ingezet en er bij hebt gekregen gaan in een zakje, waaruit je aan het begin weer nieuwe fiches trekt. Kies je dus vaak voor de actie waarbij je ook een boer krijgt, dan wordt het steeds lastiger om acties uit te voeren die geen boer vereisen. Je moet je voorraad fiches verstandig beheren.


De acties die punten leveren zijn vooral gericht op het centrale bord, waarop Orléans en de omliggende dorpen en steden staan afgebeeld. Punten scoor je door goederen op te pakken bij het reizen tussen de plaatsen en huisjes te bouwen in die plaatsen zelf. Daar moet je op tijd bij zijn, dus houd je tegenstanders in de gaten. Het spel eindigt na een vast aantal rondes, waarna de eindtelling volgt. Tijdens het spel kun je al punten verdienen, maar de meeste scoor je aan het eind, vooral op basis hoe je positie op het bord hebt ontwikkeld.

…en de waardering

Ik ben geen groot fan van spreadsheetspellen zoals Terra Mystica en Burgen von Burgund. Ze zijn me te droog en fantasieloos, met te veel nadruk op rekenwerk en te weinig focus op een centraal spelidee. Orléans overstijgt dit genre gelukkig door op een slimme manier het principe van deckbuilden te gebruiken. Je moet je acties goed op elkaar afstemmen om jezelf later niet helemaal vast te zetten, maar ook moet je vaak kortetermijngewin niet uit het oog verliezen. Met sommige acties kun je ook privégebouwen krijgen, met acties die alleen jij uit kunt voeren. Dat geeft Orléans allemaal wat meer schwung en de nodige variatie. Ik ben nog steeds geen fan van het genre, maar daarbinnen is Orléans erg goed te pruimen.







Auteur: Reiner Stockhausen
Uitgever: White Goblin Games, 2014
Aantal spelers: 2 tot 4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: ca. 90 minuten
Prijs: ca 40 euro

woensdag 25 juli 2018

Kickstarter: geduld is een schone zaak


Begin 2015 kocht ik mijn eerste bordspel via Kickstarter, namelijk het coöperatieve bordspel Thunderbirds. Ik vond het heel spannend om op deze manier een spel te kopen omdat je iets koopt dat nog niet bestaat en je er dus maar op moet vertrouwen dat alles goed gaat. Gelukkig ging alles goed (al weet ik niet meer of de planning werd gehaald) en kreeg ik op een gegeven moment een pakketje afgeleverd met daarin het Thunderbirds bordspel. In dit project werden we via e-mails heel goed op de hoogte gehouden over de voortgang van het spel. Het was voor mij de eerste keer dat ik op die manier een kijkje achter de schermen kreeg van een spellenuitgeverij. Ik vond het heel interessant om te lezen wat er allemaal moest gebeuren voor een spel in de winkel lag. Het was veel meer werk dan ik had verwacht. Helaas viel het spel wel een beetje tegen.

Omdat ik het zo leuk had gevonden om via het Kickstarter-project meegenomen te worden in het proces dat doorlopen moet worden voor een spel in de winkel lag, keek ik af en toe op Kickstarter of ik een ander spel zag wat me wat leek. Op een gegeven moment kwam This war of mine voorbij. Dit spel viel op door het bijzondere thema en ik besloot de gok te wagen. Ook bij dit spel vond ik het heel leuk dat de makers regelmatig berichten verstuurden waarin ze uitlegden waar ze mee bezig waren en waarin ze achtergrondinformatie gaven over het spel. En waarin ze op een gegeven moment toe moesten geven dat het project vertraging ging op lopen. En vervolgens kwamen er berichten over nog meer vertraging, gevolgd door nog meer vertraging en vertraging op vertraging. Iedere planning die de makers uitbrachten wisten ze mijlenver te missen. Maar, na heel veel geduld, werd het spel uiteindelijk bezorgd. Het enige wat me tegenviel was dat de speelduur uren langer was dan wat ze hadden aangegeven tijdens de campagne. Als ik geweten had dat het spel zo lang duurde, had ik het niet gekocht. Maar het spel zelf vind ik geweldig en ik ben er nog steeds heel blij mee.

Het volgende Kickstarter-project waar ik aan mee deed was Clans of Caledonia. Heel veel Kickstarter-projecten werken met stretchgoals (hoe meer mensen mee doen, hoe meer je krijgt) en ad-ons (extra dingen kopen, zoals uitbreidingen, upgrades of andere spellen van dezelfde uitgever). De Uitgever van Clans of Caledonia deed dit allemaal niet. Er waren een paar kleine stretchgoals, je kon kiezen uit een gewone of deluxe editie (met metalen munten in plaats van karton en nog een extra schuifhoes over de doos) en dat was het. Daardoor hield hij het project voor zichzelf zo simpel mogelijk zo dat de kans op vertragingen en problemen zo klein mogelijk waren. Het spel werd dan ook keurig op tijd bezorgd.  Ik had de deluxe editie gekozen en ben daar nog steeds heel blij mee. Clans is een geweldig spel en het is leuk om een mooie versie hiervan te hebben (al had de schuifhoes van mij niet gehoeven).

En ergens na Clans of Caledonia ging het “mis” en ben ik steeds makkelijker in Kickstarter-projecten gestapt. Ik vind het leuk om spellen via Kickstarter te kopen omdat je op die manier betrokken wordt bij het hele ontwerp- en productieproces (via de updates van de uitgever) en je vaak leuke extra’s krijgt (mooiere editie, promokaarten en/of kleine (exclusieve) uitbreidingen). Ik heb na Clans of Caledonia nog 10 spellen gebackt, namelijk Star Realms Frontiers, Mint Delivery, Dice Hospital, Everdeall, Seize the Bean, Dinosaur Island, Fireball Island, Neta-Tanka, Fantastic Factories en Wreck Raiders. Al deze spellen moeten nog worden afgeleverd, waarvan een paar “binnenkort”.

Ik heb van mijn Kickstarter-ervaringen veel geleerd over geduld hebben en hoe moeilijk dat soms is. In de maand dat een project op Kickstarter loopt, is de uitgever druk bezig om zo veel mogelijk mensen te interesseren in zijn project en geeft hij dus veel informatie over hoe mooi, leuk, interessant en vernieuwend het spel is. Van deze berichten word ik altijd heel hebberig. Eigenlijk wil je het spel gewoon meteen hebben, maar dat kan niet want vaak is het spel nog niet meer dan een goed uitgewerkt prototype.

Na afloop van de campagne neemt het aantal berichten dat je van de uitgever krijgt altijd drastisch af. Het is niet raar als je maandelijks berichten krijgt in plaats van dagelijks (en soms nog minder). Ik vind de berichten die ik krijg vaak wel heel interessant omdat de uitgever hierin verantwoording aflegt over wat hij doet om het spel dat jij gekocht hebt zo snel mogelijk op jouw stoep te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan het perfectioneren van de spelregels, het laten maken van alle illustraties en het controleren van de proefdrukken van al het spelmateriaal (vaak verschillende rondes). Er moet vaak nog heel veel gebeuren en dan kan er dus ook heel veel mis gaan. Bij Dice Hospital keurde de uitgever bijvoorbeeld alle geproduceerde dobbelstenen af omdat ze een andere kleur hadden dan was afgesproken. Dit betekende dat alle dobbelstenen voor alle spellen eerst opnieuw gemaakt moesten worden en dus vertraging. Er zijn maar weinig projecten waar alles zonder problemen verloopt (maar ze zijn er wel).  In deze fase vind ik het doorgaans niet zo moeilijk om te wachten. De berichten focussen veel meer op het productieproces en dat is toch minder spellustopwekkend dan de verhalen tijdens de Kickstartercampagne waarin vooral het speelplezier centraal staat.

Vervolgens breekt de fase aan waarin het spel geproduceerd is en verstuurd gaat worden. Dit is de fase waarin ik het wachten het vervelendst vind. Vaak wordt gecommuniceerd vanaf welk moment met verzenden begonnen gaat worden en mijn natuurlijke reactie is om dan te verwachten dat ik een paar dagen later het spel in de bus zal hebben. Maar helaas gaat het nooit zo snel. Succesvolle Kickstarter-projecten worden door duizenden mensen gesteund. Er moeten dus duizenden pakketjes worden verstuurd en zelfs als je dit vanuit één centrale locatie doet kost dit dus heel veel tijd.

Het maakt daarbij verschil hoeveel verschillende soorten pakketten verstuurd moeten worden. Bij Clans of Caledonia waren er maar twee soorten spellen (de gewone en de deluxe editie) die verstuurd hoefden te worden. Dat is redelijk simpel. Maar bij sommige spellen is de hoeveelheid ad-ons enorm. Dit zorgt er voor dat er heel veel verschillende pakketjes verstuurd moeten worden. Dit kost natuurlijk al snel extra tijd.

Maar vaak worden de pakketjes niet vanuit één centrale locatie verstuurd, maar worden ze verdeeld over verschillende centra die de pakketjes van de mensen uit bepaalde landen (bijvoorbeeld Europa) vervolgens verder versturen. Dit doen uitgevers omdat op deze manier er voor gezorgd kan worden dat de backers geen invoerrechten meer hoeven te betalen als het pakket wordt bezorgd. Maar het nadeel is dat het vaak extra tijd kost voor de spellen in de locale distributiecentra (fulfillment-centre) zijn. De meeste spellen worden buiten Europa (vaak in China) gemaakt en moeten dus eerst naar Europa gebracht worden. Vaak gebeurt dit per boot (want dat is de goedkoopste manier om pakketten te verzenden). Een spel staat dan niet alleen een paar weken op de boot, maar het kost ook tijd om het spel op de boot te krijgen en het kost tijd om de spellen uit te laden, door de douane te krijgen en vervolgens moeten ze nog naar het distributiecentrum gebracht worden. Je bent zo een maand verder.

De reis naar sommige distributiecentra is korter dan naar andere en dus zie je vaak dat terwijl jij nog aan het wachten bent op je pakket, dat er in andere landen al pakketten worden bezorgd. En door het internet weet je dat nog ook. Mensen die hun spellen namelijk al ontvangen hebben laten dit vaak weten op de Kickstarter-pagina van het project (bij de comments) of via bijvoorbeeld Boardgamegeek. 

De Star Realms Frontiers campagne is hier een goed voorbeeld van. Het spel is in Amerika geproduceerd en wordt in Amerika op dit moment uitgeleverd naar alle Kickstarter-backers. Daar zijn ze al een paar weken mee bezig. Het spel gaat zelfs binnenkort in Amerika al verkocht worden in de winkels. Het spel vertrekt echter pas deze week op de boot naar de distributiecentra in de rest van de Wereld. De verwachting is dat de boot naar Europa (waar mijn spellen op staan) pas begin augustus aankomt. En dan kost het nog een paar weken om de spellen in het Europese distributiecentrum te krijgen. Ik hoop dat het pakket volgende maand bezorgd wordt, maar ik ben er niet zeker van. De mensen in Australië moeten nog langer wachten, daar komt de boot pas begin september aan en dan duurt het nog  ook weer een paar weken voor met het verzenden kan worden begonnen.

Omdat een aantal van de spellen die ik via Kickstarter gebackt heb, “binnenkort” bezorgd worden (of te wel hopelijk binnen twee maanden) ben ik op dit moment ontzettend ongeduldig. Ik heb via de updates al zo veel over de spellen gehoord dat ik ontzettend veel zin heb om ze eindelijk te gaan spelen. Natuurlijk heb ik genoeg andere spellen om de tijd door te komen (en daar zitten zelfs nog veel te veel ongespeelde spellen tussen), maar die wetenschap helpt maar matig.  Ik ben benieuwd hoe andere Kickstarter-backers hiermee omgaan.