woensdag 14 november 2018

Recensie: Arraial

De straatfeesten die in Portugal in de zomer worden georganiseerd heten Arraial. Steden en straten proberen elkaar de loef af te streken door het beste straatfeest te organiseren. Succes wordt afgemeten aan het aantal bezoekers dat op een feestje afkomt. Het is dus zaak om in je straat een zo breed mogelijk aanbod van activiteiten te proppen zodat zo veel mogelijk soorten bezoekers zich tot jouw feestje aangetrokken voelen. In het bordspel Arraial mogen spellenliefhebbers een poging wagen om een geslaagd feestje te organiseren. 

Aan het begin van het spel krijgen alle spelers een eigen bordje met daarop afgebeeld de straat waar ze hun feestje mogen organiseren. Op ongeveer driekwart van de straat wordt een afzetting geplaatst om de ruimte aan te geven die je voor je feestje mag gebruiken.

Op het midden van de tafel komt een draaischijf te staan waarop drie kaartjes met daarop tetris-achtige vormen in vier kleuren komen te liggen. Dit stellen de verschillende activiteiten voor. Op de gele vormen staan muzikanten, op blauwe de dansvloer op de rode de marktkramen en op de groene stukken de foodtrucks.

De spelers mogen om de beurt drie acties uitvoeren. Je kan daarbij kiezen uit het pakken van een kaartje en vervolgens het bijbehorende tetris-stuk uit de voorraad op je bordje leggen (actie 1). Je moet het tetris-stukje daarbij precies zo neerleggen als het op het kaartje staat afgebeeld. Je mag het stuk dus niet draaien. Je moet het stuk ook op de tetris-manier plaatsen, of te wel van boven naar onderen laten zakken, waarbij je het stuk alleen nog een beetje naar links of rechts kan schuiven (nog steeds zonder het stuk te draaien). De tweede actie die je kan doen is de draaischijf waar de kaartjes op liggen een kwartslag draaien zodat de stukken gunstiger voor je komen te liggen.

Party-meeple in da house!
Eén muzikant/kok/verkoper/danser maakt in dit spel nog geen indruk. Pas als je een groepje van twee of meer aan elkaar grenzende tegels van dezelfde kleur hebt gemaakt, komt het feest op gang en dus de bezoekersstroom. Op ieder cluster van activiteiten komt één bezoeker (een party-meeple) af. Je mag in je straat meerdere keren een cluster van dezelfde kleur maken en ieder cluster krijgt dan één bezoeker. Maar voor iedere kleur is er ook een verliefd stelletje (twee bezoekers dus) dat naar het grootste cluster in de betreffende kleur gaat en daar net zo lang blijft tot ze via de sociale media vernemen dat ergens anders een nog groter cluster is.

Natuurlijk wil je de ruimte zo goed mogelijk benutten en probeer je dus alles  zo precies in elkaar te passen. Iedere keer als je een hele rij gevuld hebt, dan krijg je een extra rij in je straat voor je feestje én een extra neutrale bezoeker. Deze bezoeker gaat aan het begin van je straat staan twijfelen of hij naar je feestje wil komen. Twee keer in het spel (als de trekstapel leeg is) moet je het gebied waarin je je feestje houdt, twee rijen inkrimpen (ik gok dat een chagrijnige inspecteur heeft ontdekt dat je je stiekem extra stukjes straat hebt ingepikt en die weer terug eist). Als alle activiteiten dan nog in het afgezette gebied passen, dan komen de neutrale bezoekers ook binnen.

Op deze manier speel je drie rondes en wie aan het eind van het spel de meeste punten heeft, wint het spel en mag zich partyplanner van het jaar noemen.

…en de waardering

Ik vind Arraial een leuk puzzelspelletje dat lekker vlot wegspeelt. Het spel ziet ook nog heel feestelijk uit, met leuke strip-achtige afbeeldingen. Je kan verschillende strategieën volgen, zoals proberen zo veel mogelijk verliefde stellen binnen halen of juist precies bouwen en daarmee neutrale bezoekers lokken. Je bent in het spel alleen wel afhankelijk van uit welke kaarten je in je beurt mag kiezen en hoe de kaarten liggen op de draaischijf. Je moet natuurlijk zo proberen te spelen dat je een beetje flexibel  bent, maar soms krijg je precies wat je niet wil en niet kan gebruiken. Dit kan heel frustrerend zijn, vooral als een andere speler wel de door hem of haar gewenste kaarten krijgt om uit te kiezen en deze kaarten nog goed liggen ook. Ik heb me hier niet zo aan gestoord (of misschien heb ik nog nooit echt pech gehad met mijn kaarten), maar merk bij mijn medespelers dat dit een domper op de feestvreugde kan zetten. Ik vind daarom dat ik Arraial niet meer dan drie pionnen kan geven, maar de pionnen die ik geef zijn heel dik verdiend.








Uitgever: Mebo, 2018
Auteur: Nuno Bizarro Sentieiro en Paulo Soledade
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 15 minuten per speler
Prijs: circa 35 euro

woensdag 7 november 2018

Recensie: Realm of Sand


Realm of Sand is één van de nieuwe spel van de Taiwanese uitgever EmperorS4 die dit jaar op Spiel werden gepresenteerd. Ik had van te voren gelezen dat dit spel leentjebuur heeft gespeeld bij twee van mijn favoriete spellen, namelijk bij Splendor en Patchwork. Mijn interesse was gewekt!

In Realm of Sand heeft iedere speler een eigen spelersbordje voor zich liggen met daarop een raster waar je gekleurde tegels gaat neerleggen. Je mag de tegels alleen op de lichtgekleurde vlakken leggen aan het begin vn het spel. Met de gekleurde tegels probeer je bepaalde vormen na te bouwen die op opdrachtkaarten staan afgebeeld. Als dit lukt dan krijg je de betreffende opdrachtkaart waarmee je punten scoort en bonussen. Je kan een bonus krijgen waarmee je op een donker vakje mag bouwen of schijfjes die je later in het spel keer op keer kan inzetten (het Splendor-element).

Iedere speler heeft verder drie kartonnen fiches voor zich liggen die bestaan uit drie vakjes in combinaties van drie verschillende kleuren. Iedere ronde kies je één van deze fiches en bedenk je waar je deze op je eigen bord wil leggen. Je mag hierbij over eerder geplaatste tegels heen bouwen. Vervolgens pak je uit de algemene voorraad de bijbehorende vierkante tegeltjes en leg je deze neer op de plek die je uitgekozen had. Je vult je voorraad van kartonnen fiches vervolgens aan door één van de twee voorste fiches te pakken die op tafel in een rij liggen en je legt je gebruikte fiche achter aan in de rij (het Patchwork-element).

In plaats van het neerleggen van een fiche, mag je ook tot maximaal 3 bonusschijfjes neerleggen in een beurt. Omdat deze niet aan elkaar vast zitten, is het veel makkelijker om hiermee de gewenste vormen te maken. Met bepaalde opdrachten kan je ook blauwe en gele opdrachtschijfjes krijgen die je nodig hebt voor de meest complexe opdrachten (die kan je niet maken met alleen de kartonnen fiches).

Op deze manier probeer je dus de opdrachten te vervullen. Het is toegestaan om in een beurt meerdere vormen in één keer te scoren. De vormen mogen dan zelfs gedeeltelijk bestaan uit dezelfde tegels en schijfjes.  Als dat lukt dan haal je alle tegels en fiches weg die onderdeel zijn van de gemaakte vorm(en).

Behalve punten en bonussen staan op de opdrachtkaarten ook nog zandlopers. Het spel is afgelopen zodra een speler 10 of meer zandlopers heeft verzameld. De ronde wordt dan nog uitgespeeld zodat iedereen een gelijk aantal beurten heeft gehad. Daarna wint de speler die de meeste punten heeft gescoord.

De spelersbordjes zijn overigens dubbelzijdig. Met de achterzijde kan je een gevorderdenvariant van Realm of Sand spelen waarbij iedere speler een eigen speciale bonus krijgt als je een opdracht op een bepaald vakje weet te vervullen.


…en de waardering

Realm of Sand is een leuk abstract puzzelspelletje. Ik ben niet gezegend met een goed ruimtelijk inzicht en vind het nog best lastig om te zien de opdrachten na te bouwen. Het is dan ook zaak om aan het begin van het spel een paar eenvoudige opdrachten uit te voeren om zo wat bonusschijfjes te scoren waarmee je later in het spel makkelijker opdrachten kan uitvoeren omdat ze flexibeler in te zetten zijn. Heel af en toe lukt het me zelfs om twee opdrachten in één keer af te maken en dat is echt heel bevredigend.






Auteur: Ji-Hua Wei
Uitgever: EmperorS4
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 30-60 minuten
Prijs: circa 35 euro

zondag 4 november 2018

Maandoverzicht oktober 2018 (Dagmar)



Oktober is natuurlijk een van de beste spellenmaanden van het jaar doordat Spiel traditiegetrouw in deze maand valt. In de afgelopen blogjes hebben jullie al alles over dit spellenfeest kunnen lezen, dus dat ga ik hier niet herhalen. Maar niet alleen in de laatste dagen van deze maand stonden veel spellen op tafel, ook over de rest van de maand mag ik niet klagen. In totaal stond er 55 keer een spel op tafel, waarvan dus 20 tijdens Spiel. 

Naast alle Spiel-spellen, speelde ik nog drie spellen voor het eerst. Allereerst speelde ik Hansa Teutonica voor het eerst. Dat is niet helemaal waar, ik schijn het spel al eens eerder gedaan te hebben, maar daar kan ik me niets van herinneren dus het voelde als de eerste keer. Hansa Teutonica is een gortdroge, pittige Euro waar je een handelsnetwerk moet opbouwen in de Hanze-steden. Ik vond het erg lastig om aan het begin te verzinnen wat ik ging doen en klooide maar wat aan. Peter Hein en Anton waren wel gericht bezig en ik stond dan ook in no time kansloos achter. Dit is echt een spel dat je een paar keer achter elkaar moet doen om het goed te spelen. Ik vond er nu niet zo veel aan, maar kan me goed voorstellen dat als ik het nu snel weer zou doen het leuker zou zijn omdat ik dan slimmer zou spelen.

Het tweede nieuwe spel dat ik speelde was Kashgar. Dit is een deckbuilding spel tot de derde macht. Iedere speler begint met drie rijtjes (decks) met kaarten. Op de kaarten staan verschillende acties afgebeeld. Als je aan de beurt bent kies je één van de drie kaarten die voor aan liggen in de rijtjes uit om uit te voeren. Deze kaart schuif je vervolgens achteraan in het rijtje waar hij bij hoort. Een van de acties die je kan doen is nieuwe kaarten kopen die je ook weer achteraan het rijtje waar je op dat moment mee speelt aanschuift. Maar je moet dan dus wel weer eerst je hele rijtje doorspelen voor je die nieuwe lekkere kaart mag spelen. Ik vond dit een heel leuk mechanisme en heb het spel met veel plezier gespeeld.

Het laatste nieuwe spel dat ik heb gespeeld was Unstable Unicorns. Dit is een chaotisch kaartspelletje waarin eenhoorns de hoofdrol spelen. En dan niet de middeleeuwse variant, maar de zoete, moderne hipster eenhoorns die je nu overal ziet, of te wel eenhoorns met veel pastelkleuren, regenbogen en glitters. Alleen aan de looks zie je al dat die beesten naar aardbeienmilkshakes en suikerspinnen moeten ruiken. In dit spel moet je als eerste een aantal eenhoorns in je stal zien te krijgen. Iedere ronde speel je een kaart uit je hand. Op sommige kaarten staan eenhoorns (tsjakka, dan ben je weer een stap dichter bij je doel) en op andere staan acties. Met sommige acties help je jezelf, maar er zijn ook pestkaarten waarmee je het leven van de andere spelers zuur maakt. Ik had een kaart waardoor al mijn eenhoorns in eens panda’s waren geworden. Dat vond ik helemaal prima, want daardoor werkten pestkaarten niet op mijn als panda’s vermomde eenhoorns. Ik had namelijk ook een kaart waarmee ik de panda-vermomming weer weg kon halen zodra ik genoeg eenhoorns had om het spel te winnen. Helaas wist Peter Hein eerder zijn stal eerder vol met eenhoorns te stoppen en slaagde mijn mooie plannetje daardoor niet.  De geluksfactor in dit spel is gigantisch, maar soms kan je dus toch nog een vleugje tactiek of strategie toepassen. Tijdens het spel ben je bovendien te druk bezig met het bekijken van de grappige kaartjes die je krijgt om je heel erg druk te maken om de geluksfactor. Unstabel Unicorns is hetzelfde soort puberaal kaartspelletje als Exploding Kittens, Munchkin en Cards against Humanity. In deze spellen is meedoen en plezier hebben belangrijker dan strategie en tactiek. Veel spellenliefhebbers halen hier hun neus voor op, maar hele volksstammen vermaken zich kostelijk met dit soort spellen. En dat is natuurlijk prima. Mijn ding is het ook niet helemaal, maar ik vond het leuk om voor een keertje dit spel te doen en me onder te dompelen in de mierzoete wereld van de hedendaagse eenhoorn.

zaterdag 3 november 2018

Gespeeld op Spiel: de leukste spellen

Fertility stond op het interesse-lijstje van Anton en dus schoven we aan toen we de kans hadden. Fertility is een lekkere Euro-game waarin je de Egyptische woestijn weer tot bloei moet brengen. Iedere beurt leg je eerst een soort domino-tegel aan waarop twee stukjes landschap (verschillende of dezelfde) zijn afgebeeld. Als een van de landschappen horizontaal of verticaal aangrenzend naast hetzelfde landschap wordt gelegd, dan krijg je de bijbehorende opbrengst (druiven, steen, lotus, graan of buffels). Met deze opbrengsten kan je vervolgens tegels kopen waarop winkels staan afgebeeld waarin je de grondstoffen kan inzetten om op verschillende manieren punten te scoren. Dit levert een leuke puzzel op om te kijken welke grondstoffen je kan scoren en hoe je die vervolgens zo goed mogelijk in punten kan omzetten. Ik hoefde dan ook niet lang na te denken voordat ik bij de kassa stand om dit spel te kopen.

Emperor S4 is een Taiwanese uitgever die een neus heeft voor leuke spellen. Ik had in de aanloop naar Spiel de spellen van deze uitgever dan ook al met wat extra aandacht bestudeerd. Realm of Sand trok daarbij meteen mijn aandacht en daarom heb ik dit spel van te voren gereserveerd. Voor ik mijn reservering ging ophalen, lukte het gelukkig zelfs nog om het spel vast een keer te proberen. Dat was fijn, want als ik het toch niet leuk had gevonden had ik nog van de aankoop kunnen afzien. Realm of Sand doet een beetje denken aan Splendor en aan Patchwork. In dit spel moet je bepaalde figuren zien te bouwen op je spelersbord. Dit doe je door iedere beurt uit je persoonlijke voorraad één van de drie tetris-achtige stukken te kiezen en deze met losse tegels na te bouwen op je veld. Je mag daarbij gewoon over eerdere tegels heen bouwen. Vervolgens vul je je voorraad weer aan door één van de eerste twee stukken uit de rij te pakken (het Patchwork-element). Als het je lukt om een figuur na te bouwen, dan scoor je daarmee punten én een permanente bonus. Je krijgt namelijk één of meerdere ronde schijfjes die je later in het spel kan gebruiken om figuren na te bouwen (net als de juwelen in Splendor). Ik vond het nog best lastig om de figuren na te bouwen doordat deze figuren in vogelvlucht perspectief stonden afgebeeld. Mijn medespelers hadden hier duidelijk minder moeite mee. Maar dat neemt niet weg dat ik dit echt een leuk spel vond. Ik heb er geen moment aan getwijfeld of ik mijn gereserveerde spel moest gaan ophalen.

Emperor S4 had nog meer nieuwe spellen meegenomen en één daarvan was Walking in Burano. Dit is een spelletje waar je kleurrijke Venetiaanse huizen gaat bouwen. Elk huis bestaat uit drie lagen. In het midden van de tafel ligt de bouwplaats met daarop van ieder onderdeel van het huis vier voorbeelden. Iedere ronde mag je kiezen: één deel pakken (maar dan wel vanaf de onder of bovenkant dus je kan niet zo maar het middelste deel pakken) en twee geld krijgen, twee delen pakken en één geld krijgen of drie delen pakken. Vervolgens mag je gaan bouwen, maar hier moet je weer voor betalen: één geld voor één verdieping,  drie geld voor twee verdiepingen en zelfs vijf geld voor drie verdiepingen. De huizen die je bouwt moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals dat ze in één kleur zijn. Als je daarbij smokkelt, dan moet je een boete betalen aan het bouwtoezicht. Zodra je een huis afgebouwd hebt, kies je een bewoner of toerist uit die aan het eind van het spel punten oplevert. Zo zijn er toeristen die punten opleveren al ze voor een huis staan waar veel bloempotten te zien zijn of juist veel katten. Walking in Burano is een toegankelijk familiespelletje. Op zich is het niet echt bijzonder, maar ik viel voor de katten die overal op afgebeeld zijn. Ik vind het bovendien leuk om spellen op Spiel te kopen die je daarna zelden of nooit meer tegenkomt.

Emperor S4 was niet de enige Taiwanese uitgever die op Spiel was vertegenwoordigd. Een aantal andere Taiwanese uitgevers deelden een stand onder de naam Taiwan Boardgame Design. In deze stand speelden Anton en ik Fortune City tegen een Fransman. In Fortune City bouw je een stukje bij beetje een stad. Je kan je stad met verschillende soorten gebouwen uitbreiden waardoor je verschillende soorten bonussen krijgt (zoals meer geld in de inkomstenfase of meer punten aan het eind van het spel). Het spel ziet er uit als een kinderspel, maar is dat niet. Het spel speelt lekker vlot weg en ik verwacht dat het ook leuk is met twee spelers. En als kers op de taart, was de auteur in de stand aanwezig zodat ik zelfs met een gesigneerd exemplaar naar huis ben gegaan.

Technisch gezien heb ik Greedy Kingdoms niet op Spiel gespeeld en daarna gekocht, maar andersom. Ik heb het spel op Spiel blind gekocht en vervolgens ’s avonds met Anton in het natuurvriendenhuis gespeeld. In Greedy Kingdoms proberen de spelers als eerste twee kastelen te bouwen. Om een kasteel te bouwen moet je bepaalde grondstoffen verzamelen door middel van het uitspelen van karakters. Beide spelers hebben een identieke set met karakterkaarten. De karakters geven je bijvoorbeeld grondstoffen of het recht om grondstoffen te ruilen in andere grondstoffen. Als je aan de beurt bent kies je drie van deze kaarten uit. De andere spelers kiest uit zijn hand de drie kaarten uit waarvan hij denkt dat de speler die aan de beurt heeft ze heeft gekozen. De actieve speler mag vervolgens alleen de kaarten uitvoeren die niet ook door de andere speler zijn gekozen. Op deze manier verzamel je grondstoffen die je kan gebruiken om de karakterkaarten op te waarderen, andere nuttige kaarten te kopen én op een gegeven moment kastelen van te bouwen. Greedy Kingdoms is een leuk “denk jij wat ik denk dat jij denkt dat ik denk dat jij denkt” spelletje. Op sommige kaarten die je ook kan kopen staat tekst en het kostte de eerste keer nog best wat tijd om die teksten te lezen, maar ik verwacht dat als ik het spel vaker ga doen, dat steeds minder tijd gaat kosten omdat je de kaarten gaat herkennen.

Arraial stond hoog op mijn interesselijst en de laatste dag van de beurs besloten Anton en ik daarom bij opening meteen naar de stand waar dit spel gedemonstreerd werd te lopen om daar een tafeltje te claimen. Arraial is een spel van een Portugese uitgever waarin je een Portugees straatfeest moet organiseren. Het is passen en meten met de ruimte in dit spel. Iedere beurt mag je 3 acties uitvoeren. Je kan een kaart met daarop een attractie voor het feest pakken en die op je bord leggen (á la tetris: dus naar beneden schuiven en dan nog een beetje naar links of rechts) of je kan de draaischijf waarop de attracties liggen een kwartslag draaien zodat de attracties beter in je straat passen (als je een attractie pakt moet je die namelijk precies op dezelfde manier neerleggen in je straat). In dit spel wordt met het “één ei is geen ei, twee ei is een paas ei” principe gewerkt. Als je namelijk één muzikant neerlegt levert je dat nog niets op, maar als je twee aan elkaar grenzende muzikanten neerlegt heb je een band en beginnen de bezoekers toe te stromen. Er zijn vier soorten attracties en de speler die in ieder van deze kleuren de grootste attractie weet te maken, scoort als bonus nog het verliefde stelletje (een soort Siamese tweeling meeple). Aan het eind van het spel wint de speler die de meeste bezoekers heeft weten te trekken met zijn straatfeest. Arraial is een lekker vlot puzzelspelletje dat er ook nog eens heel feestelijk uitziet. Je speelt het in een half uurtje met zijn tweeën en dat is precies de perfecte lengte voor een spelletje om op een doordeweekse avond nog te doen. Deze ging dus ook mee naar huis en ik verwacht hem nog vaak op tafel te zetten.

vrijdag 2 november 2018

Gespeeld op Spiel 2018: de leuke spellen


Aan het eind van de drukke zaterdag schoven Anton en ik bij nog twee mensen aan voor een potje Dragons. Het bleek de perfecte afzakker voor de zaterdag te zijn: snel, simpel en vermakelijk. In dit spel zijn de spelers draken die een grote schat verdelen. Iedere beurt mag je kiezen tussen het pakken van een schatkaart die je neerlegt op één van de vier (net zo veel als het aantal spelers) stapeltjes óf het pakken van zo’n stapeltje. De speler die als laatste overblijft krijgt niet alleen het overgebleven stapeltje maar ook het restant van de trekstapel (als er al een restant is). Je moet dus een beetje proberen te onthouden in welke stapels de meest waardevolle kaarten zijn gestopt en inschatten wanneer je je slag moet slaan. Ik vond dit echt een leuk afzakkertje, maar omdat ik al genoeg van dit soort spellen thuis heb, hoefde ik hem niet zelf te hebben. Maar ik zou het zeker niet erg vinden om het spel nog eens te doen.

Klask is een tweepersoons behendigheidsspelletje dat mij een beetje aan tafelvoetbal en pong (het eerste computerspel) deed denken, maar dan anders. Je moet namelijk proberen een balletje in een cirkel van de andere speler zien te krijgen. Iedere speler heeft een pion met een magneet er in aan de onderkant. Onder het bord van Klask heb je een soort handvat met ook weer een magneet er in. Met dit handvat stuur je je pion op het spelbord aan. Dit valt nog niet mee en voor je het weet sta je met je eigen pion in je eigen doel waardoor de tegenstander ook een puntje scoort. Ik vond het erg leuk om dit spel te spelen, maar zie het thuis niet vaak genoeg op tafel komen om het te willen hebben.

Spirits of the Forest is een reïncarnatie van het uitstekende tweepersoonsspel Richelieu van Ravensburger uit 2003. In dit spel liggen een aantal rijen met gekleurde tegels op tafel. In je beurt mag je één tegel met twee symbolen er op pakken of twee tegels van dezelfde kleur met ieder één symbool er op. De tegels die je pakt moeten alleen aan het uiteinde van de rij liggen. Op sommige fiches ligt nog een bonusfiche om ze extra aantrekkelijk te maken of staat een extra symbool. Je moet proberen meerderheden te verzamelen voor de verschillende symbolen. Als dit lukt dan krijg je net zo veel punten als het aantal van het betreffende symbool dat je hebt verzameld. In dit spel moet je dus vaak de afweging maken tussen wat je wilt pakken en wat de ander daardoor kan pakken. Dit spelmechanisme vind ik nog net zo leuk als vijftien jaar geleden. Ik heb Richelieu al in de kast staan en dus heb ik dit spel niet gekocht, maar ik vind het absoluut een aanrader.

Het eerste spel dat Anton en ik op Spiel speelden was Honga van Haba. Dit spel speelt zich af in de prehistorie. Op het bord staan acht acties afgebeeld die je kan uitvoeren. Iedere ronde leg je een rondje neer waarop handjes verdeeld staan over de vier kwadranten. Je kan het rondje op vier plekken neerleggen op het bord en vervolgens mag je de acties uitvoeren waar de handjes naar wijzen. Dit mechaniekje ben ik nog nooit eerder tegengekomen, maar werkte heel goed. Je moet daarbij wel iedere ronde beslissen of je ook een handje richting Honga, de sabeltandtijger, laat wijzen. Als je hem op deze manier een vriendelijke aai over zijn bol geeft, is hij tevreden. Doe je dat niet, dan komt hij uit narrigheid wat eten van je jatten. Met verschillende acties kan je grondstoffen verzamelen die je met andere acties dan weer in punten om kan zetten. Ik vond dit een leuk familiespelletje dat ik graag nog eens zou doen. Het denk alleen dat het leuker is met meer dan twee spelers en daarom heb ik het niet mee naar huis genomen (ik speel de meeste spelletjes met alleen Niek als medespeler)

Blue Lagoon is een heerlijke tropische puntensalade van Knizia. In dit spel bouw je in een eilandenrijk een netwerk van bootjes, ontdekkers en huisjes. Op deze manier verbind je eilanden (waar je punten voor scoort), probeer je op de eilanden de meerderheid te krijgen (waar je punten voor scoort) en verzamel je verschillende grondstoffen (die ook weer punten opleveren en dan vooral als je er meerdere van een soort hebt of juist setjes van verschillende soorten). In je beurt leg je telkens één fiche of hut op het bord en zo vult het bord zich in no time met vrolijk gekleurde bootjes, ontdekkers en hutjes. Zodra het bord vol is, worden de punten geteld. Daarna wordt alles behalve de hutjes weggehaald en begint het spel nog een keer van voren af aan, alleen dit keer met de hutjes als startpunt. En als het bord dan weer vol is, dan worden nog een keer de punten geteld. En wie daarna de meeste punten heeft, heeft gewonnen. De twee Franse mannen waar wij dit spel mee deden wilden helaas de tweede fase niet spelen omdat ze na de eerste helft al wel genoeg gezien hadden van dit spel. Ik vond het spel op zich best lekker weg spelen, maar vond de telling te overdadig. Je krijgt echt voor alles en zijn moeder punten en daardoor is het lastig om goed in de gaten te houden hoe je er voor staat. De waarderingsfase wordt door al deze scoringsmogelijkheden ook een beetje te langdradig. Prima spel dus, maar net te veel gedoe voor mijn smaak en daarom heb ik het niet gekocht.

Bastille is een nieuw groot spel van Queen waarin de strijd tijdens de Franse revolutie centraal staat. Wees gerust, het is een echte euro-game dus niemand eindigt onder de guillotine. Bastille is een werkverschaffingsspel waar je wapenschilden inzet op de verschillende actievelden. Aan het begin van het spel heb je twee wapenschilden met een waarde 1 en één wapenschild met een waarde 2. Een van de acties die je kan kiezen is dat je je wapenschild opwaardeert. Dat is heel fijn want bij bijna alle velden bepaalt de waarde van je wapenschild hoe vaak je de actie mag uitvoeren en in welke volgorde de spelers hun acties mogen uitvoeren. Ik vond dit een erg leuk spel en zou het graag nog eens doen. Ik vond de uitvoering van het spel alleen nogal saai en het spel een beetje een dertien in een dozijn euro en dus voelde ik niet de behoefte om het spel mee naar huis te  nemen. Maar desondanks was dit een van de spellen die ik met het meeste plezier heb gespeeld.

donderdag 1 november 2018

Gespeeld op Spiel 2018: de middelmatige spellen


In Campus Cafè  ga je aan de slag als barista. En er staat inderdaad cafè en niet café, in dit Italiaanse spel staat campus koffie centraal en niet het campus café waar je de koffie serveert. In dit spel moet je proberen zo veel mogelijk punten te verdienen door verschillende soorten studenten hun favoriete drankjes te bezorgen. Eerst gooi je met een dobbelsteen om te bepalen welke drankjes je kan gaan verkopen (bij iedere worp heb je de keuze uit twee opties) en daarna kies je één of meerdere bestellingskaarten uit om te vervullen met deze drankjes. Als je bestellingen vervult dan krijg je vanaf dat moment een voordeeltje voor later in het spel, zoals bijvoorbeeld altijd één espresso extra om af te leveren of het kunnen vervullen van de bestelling van een sportieve studente. In dit spel moet je dus een match zien te maken tussen welke drankjes je met je dobbelstenen en eventuele eerdere bonussen  kan maken en welke bestellingen er liggen. Het was mij te veel gedoe waar ik bovendien niet goed in was (ik had die ochtend nog geen koffie gehad, dat verklaart misschien veel). Ik was dan ook blij dat het spel voorbij was en we weer door konden. Prima spel op zich, maar niet mijn smaak. Ik heb de Italiaanse uitlegger (Davide) nog even gevraagd wat hij van de Duitse koffie (cafè Tedesco) vond. Die was weer niet zijn smaak, hij vond het net bouillon (brodo).

Ghosts of the Moor gebruikt het spelmechanisme van That’s life. Ik vind That’s life een topper en was dus benieuwd naar wat Ghosts of the Moor met het spelsysteem zou gaan doen. Gelukkig kregen we de kans om het spel te proberen. In dit spel moet je met een aantal poppetjes over een spoor door het moeras lopen. Iedere beurt gooi je met een dobbelsteen en moet je één van je poppetjes net zo veel stappen verplaatsen als je ogen gegooid hebt. Als je een mannetje kiest dat als enige op een tegel staat, dan moet je die tegel oppakken. Op de tegels staan schatten (die wil je hebben) of spoken (die wil je liever niet hebben). Aan het eind van het moeras ontbreekt het moeras en moet je weer tegels inleveren als je op zo’n plekje landt. Het eerste wat me opviel was dat de tegels waar je over loopt wel heel klein zijn. Je kan er eigenlijk maar twee poppetjes op kwijt (max drie als je ze heel precies neerzet). In dit spel sta je zeker aan het begin regelmatig met een groter aantal poppetjes op een tegel en dit speelt dus niet lekker. Het spel vond ik ook minder leuk dan That’s life. Aan het begin van het spel is elke tegel die je pakt nog leuk omdat je eventuele spoken nog kunt dumpen zodra je aan het eind van het paadje komt. Hierdoor mist de spanning van That’s life waar je veel vaker moet kiezen tussen twee kwaden (een negatieve tegel pakken of een pop van een positieve tegel weghalen waar ook nog een andere speler staat). Soms toont een spel vooral aan hoe goed het origineel was en dat is wat mij betreft in dit geval aan de hand.

De doos van Mountains sprak me erg aan omdat het net een Plaatje van Mount Rainier leek. Niek en ik hebben deze berg in de buurt van Seattle deze zomer bezocht. Ik was dan ook benieuwd of het spel iets met deze berg te maken zou hebben. Het antwoord bleek nee te zijn. In Mountains zijn de spelers bergbeklimmers die klimtochten van verschillende moeilijkheidsgraden moeten maken. Hiervoor heb je wel de juiste uitrusting nodig. De uitrusting staat afgebeeld op kaarten, waarvan alle spelers er een paar hebben. Als je een klimtocht uitkiest draai je de bijbehorende kaart open en daar staat op welke uitrusting (zaklamp, aansteker, helm, etc.) je nodig hebt. Alles wat je niet zelf hebt, moet je gaan lenen bij de andere spelers. Dit doe je door een puntenblokje aan een andere speler te geven en te vragen of hij of zij soms een zaklamp te leen heeft. Bergbeklimmers zijn sociale mensen en als iemand de gevraagde zaklamp heeft dan leent hij hem uit. En als de ene speler de zaklamp niet heeft, dan mag je hem daarna gewoon aan een andere speler vragen (die je dan wel weer een blokje moet betalen). Je moet dus vooral goed onthouden wie welk item heeft zodat je meteen de juiste persoon vraagt om een stel klimijzers. Ik ben niet zo’n fan van memoriespelletjes (waarschijnlijk omdat ik er heel slecht in ben). Mountains werkte op zich prima en ik kan me goed voorstellen dat het leuk is om dit met kinderen te spelen. Mijn ding was het niet.

Ik word vrolijk van mooie bloemen en  daarom wilde ik dit spelletje waarin je bloemen kweekt van speelkaarten graag proberen. Blossoms bleek een push your luck spelletje te zijn. In het midden van de tafel zijn vier plekken om een bloem te laten groeien. Aan het begin van je beurt moet je altijd een kaart trekken en deze aan de juiste bloem aanleggen (de bloem groeit). Als je een nieuwe bloem trekt dan moet je hem in een lege bloempot stoppen en als er geen lege bloempot is dan ben je af. Je mag vervolgens nog zo vaak kaarten trekken en aanleggen als je wilt, maar als je een kaart trekt die je niet kan aanleggen ben je af. Als je op tijd stopt dan mag je een bloem plukken (alle kaarten pakken die samen een bloem vormen). Hoe langer een bloem is, hoe meer punten hij oplevert. In een goed push your luck spel moet je een inschatting van je kansen maken  en variëren de kansen of je succesvol gaat zijn of niet. Dat maakt de vraag interessant of je nog een keer durft te gaan of niet. Bij Blossoms is de kans iedere keer hetzelfde: vier van de zes bloemen zijn goed en twee niet en dit blijft het hele spel hetzelfde. Eigenlijk ga je dus altijd door tot er een beetje lange bloem is of je de verkeerde trekt. Het spel was daardoor een beetje saai en bood niet de zinderende spanning die bijvoorbeeld Can’t stop zo leuk maakt.

Handelen op de middellandse zee of welke andere zee dan ook, mij hoef je niet wakker te maken als er een spel met dit thema op de markt komt. Er zijn natuurlijk positieve uitzonderingen waardoor ik mijn weerzin voor dit saaie thema aan de kant zet (Concordia bijvoorbeeld), maar een spel moet dan wel van hele goede huize komen. Discovery: The Era of Voyage kwam helaas uit een ander huis. In dit spel vaar je met een bootje langs verschillende eilanden (afgebeeld op kaarten) waarop je verschillende goederen of geld kan verzamelen of ruilen. Met de verzamelde goederen en het geld kan je vervolgens investeren in de eilanden waardoor je er de volgende keer dat je er langs komt nog meer krijgt. Het spel zit op zich prima in elkaar, maar dat krijg je als je een heel standaard mechaniekje gebruikt en er zelf eigenlijk niets aan toevoegt. Ik vond Discovery daardoor een wat saai spel, in een saaie uitvoering met een verschrikkelijk saai thema.

woensdag 31 oktober 2018

Gespeeld op Spiel 2018: de matig tot ronduit slechte spellen


Een van de leukste dingen aan Spiel is dat je er zo veel spellen kan vinden uit verre landen. Omdat je vaak weinig tot niets van die spellen weet, ga je er vaak blanco in en kan je leuk verrast worden. Helaas gebeurde dat niet bij The tales of Ki-pataw. In dit spel spelen alle spelers een karakter die een aantal opdrachten in de stad Ki-pataw moet uitvoeren. De opdrachten bestaan uit het bezoeken van een aantal locaties en het ophalen van blokjes of kaartjes op de ene locatie om die vervolgens naar een andere locatie te brengen. Het spel voegt speltechnisch niets toe aan het genre van de “pick up and deliver” spellen en daardoor vond ik het nogal saai. Het was allemaal iets te recht toe recht aan en voelde daardoor behoorlijk ouderwets. Het enige wat ik leuk vond aan dit spel was dat mijn karakter een Capibara (een soort reuze cavia) was. Ik ben al veel geweest in spellenland, maar een capibara was ik nog nooit. Ik zou er zeker geen bezwaar tegen hebben om nog eens een capibara te zijn, maar dan wel graag in een ander spel.

GrimmoiR is een kaartspel met prachtige afbeeldingen van enge versies van sprookjesfiguren. Het is alsof je in de upside down van het sprookjesbos van de gebroeders Grimm terecht bent gekomen waar alle sprookjesfiguren elkaar naar het leven staan. Iedere speler heeft zes sprookjesfiguren voor zich liggen en deze twee groepen bevechten elkaar op leven en dood. Je doet dit door in je beurt een kaart te activeren en de actie die op de kaart staat uit te voeren, zoals bijvoorbeeld het aanvallen van een kaart van de tegenstander die daardoor levenspunten verliest of het genezen van een kaart van jezelf. De spelers gaan hier net zo lang mee door tot er nog maar één speler kaarten voor zich heeft en die heeft dan gewonnen. Er zijn vast mensen die dit spel leuk vinden, maar ik hoor daar niet bij. Ik vind het vermoeiend om al die verschillende kaarten goed in de gaten te houden. Vaak zijn deze spellen zo gebalanceerd dat als beide spellen  even goed (of slecht) spelen ze gelijk op gaan en je dus om de beurt een kaart van de ander uitschakelt en dat vind ik saai. Het voelt voor mij te veel als touwtrekken waarbij je nu weer eens iets verliest, maar daarna weer wint maar je ten opzichte van de ander ongeveer gelijk blijft. Ik heb liever wat meer variatie in het spelverloop.

Krosmaster Blast valt in dezelfde categorie als GrimmoiR Het is een spel waar je moet proberen de andere speler uit te schakelen door hem telkens aan te vallen. Dit keer zijn het twee prachtige miniatuur-poppetjes die vechten in een bos met 3D kartonnen bomen waar je je achter kan verstoppen. Alle poppetjes hebben weer hun eigen aanvalsarsenaal waarmee je elkaar om de beurt aanvalt tot één van de twee is uitgeschakeld. Je kon hier alleen ook nog winnen door bepaalde tegels te activeren door er op te gaan staan. Een van de uitleggers in deze stand liep rond in een korte broek met een hele mooie tattoo van een grote octopus en andere zeedieren. Ik denk dat het veelzeggend is dat ik meer plezier had van het bestuderen van deze tattoo  dan dat ik van het hele spel had.

Het slechtste spel dat ik dit jaar heb gespeeld was DIG IT UP. Inderdaad met schreeuwerige hoofdletters om nog een beetje aandacht te trekken in de enorme hoeveelheid spellen die dit jaar uit kwam. Het thema van dit spel sprak me aan en daarom wilde ik het spel wel proberen. In dit spel ben je een archeoloog die op verschillende plekken mag gaan graven. Maar meer positiefs valt er over dit spel niet te zeggen. Iedere ronde kies je op welke locatie je gaat graven. Iedere locatie bestaat uit een aantal kaartjes die in een rij liggen. Vervolgens gooi je met een dobbelsteen, tel je het aantal vakjes af en pak je de bijbehorende tegels. Je probeert op deze manier bepaalde setjes van kaarten te verzamelen, maar dat is dus vooral heel veel geluk en bijzonder weinig wijsheid. Het beetje wijsheid dat je nodig hebt is dat het slim is om de rij te kiezen waar de meeste voor jou nuttige fiches liggen. Dat is niet echt rocketscience. Alsof het geluks-feestje niet al groot genoeg was, kreeg je bij sommige tegels ook nog extra bonuskaarten met extra willekeurige opbrengsten of boetes. Ik snap werkelijk niet dat een uitgever dit spel nog heeft willen uitbrengen.

dinsdag 30 oktober 2018

Spiel 2018: het zit er weer op


Vorige week donderdag reisde ik samen met Anton af naar Essen voor vier dagen Spiel. Op zondag reden we weer naar huis met een auto vol met nieuwe spellen. In dit blogje zal ik vertellen hoe ik Spiel dit jaar heb ervaren. In de komende blogjes zal ik vertellen wat mijn eerste indruk was van de 20 spellen die ik heb gespeeld.

Zoals verwacht kwamen er dit jaar weer meer mensen naar Spiel en is het bezoekersrecord dus gebroken.  Ruim 190.000 mensen brachten een bezoekje aan de beurs. Donderdag was de rustigste dag en zaterdag de drukste. Vrijdag was denk ik nog iets drukker dan de zondag, maar misschien komt dat ook omdat op zondag de mensen die meerdere dagen gaan toch langzaam aan een beetje vermoeid raken en dus zelf wat minder hysterisch zijn. Gelukkig was het vloeroppervlak en het aantal exposanten ook toegenomen dus per saldo voelde het op de beurs niet heel veel drukker dan vorig jaar.

Je moet wel echt een beetje op tijd bij de beurs zijn om in een van de parkeergarages direct aangrenzend aan de beurs te kunnen parkeren. Wij waren op donderdag rond half 10 aanwezig en op de andere dagen zelfs al rond 9 uur en konden op dat moment nog in P9 parkeren. Maar als je een half uurtje later bent, zit die parkeergarage ook vol en moet je naar het verder weg gelegen P10 (ze brengen je dan met bussen naar de beurs).

De eerste twee dagen zijn we bij de ingang van hal 3 naar binnen gegaan. De beurs ging pas om 10 uur open en dus moet je dan in de hal wachten. In hal 3 wordt het dan echt heel warm. Op donderdag stonden we aan de zijkant bij de toiletten. Daar werd flink geduwd omdat mensen zich door de massa mensen naar het toilet worstelden en later weer weg probeerden te lopen. Op vrijdag zijn we helemaal achterin gaan staan en dat was een stuk prettiger omdat het daar koeler was en de mensen rustig bleven staan. Als de hal vol is, gaan de buitendeuren dicht om te voorkomen dat er mensen in het gedrang komen. Bij hal 3 moet je vervolgens nog je kaartje laten scannen om binnen te komen en dat daardoor kost het nog best wat tijd voor de hele massa door de deuren heen is en echt op de beurs staat.

Op zaterdag en zondag hebben we de ingang bij hal 1 genomen. Daar was het een stuk minder druk dan bij hal 3. Je moet er bovendien je kaartje al laten scannen op het moment dat je het gebouw in gaat, waardoor iedereen in de hal gewoon meteen door mag lopen als de deuren naar de beurs open gaan. Dat gaat dan ook echt heerlijk vlot. Op zaterdag hadden we een plekje aan de zijkant vlak bij de deur en waren we dus zo binnen. Op zondag zagen we nog twee lege barkrukken staan in het barretje aan de achterkant van de hal waar je staat te wachten. Omdat het naar binnen lopen zo snel gaat, zijn we daar lekker gaan zitten wachten. Toen de deuren open waren, waren we nog steeds in no time binnen.

Het was verder opvallend dat de deuren echt pas om 10 uur open gingen. In de voorgaande jaren gingen de deuren vaak al een kwartiertje eerder open. Ik vermoed dat ze dit deden omdat ze de hallen toen niet afsloten waardoor er gewoon mensen naar binnen bleven komen totdat het echt niet meer verantwoord was. Dit jaar was 10 uur starten ook echt 10 uur en geen minuut eerder. Op zaterdag en zondag stonden er bij hal 1 heel veel mensen met een camera te filmen hoe de enorme stortvloed aan mensen naar binnen stroomde toen de deuren open gingen. Dit moet een grappig gezicht zijn geweest.

Op de eerste dag hebben Anton en ik vooral in hal 3 rondgelopen. Dit is de grootste en populairste hal waar de grote, bekende uitgevers zitten. De ervaring leert dat je op de drukke vrijdag en zaterdag hier over de hoofden kan lopen en je dan dus beter ergens anders kan gaan kijken. Hal 6 is de minst populaire hal. Hier vind je stands met stripboeken en stripboekengerelateerde meuk (beeldjes, t-shirts, mokken, etc.), het aanbod voor LARP-ers (respectloos gezegd: de verkleedkleren), wat tweedehands spellenkramen en maar een enkele gewone spellenuitgever. We hebben deze hal op de drukke zaterdag bekeken en toen kon je daar op de meeste plekken nog redelijk lopen.

Het klimaat in de hallen is ook best goed te doen. Natuurlijk wordt het wel warm als de mensenmassa’s toestromen, maar als je in een gewoon (t-)shirt rondloopt is het wel uit te houden. Er is wel heel veel geluid de hele dag. Als je de beurs uitloopt merk je pas dat je de hele dag een constante stroom van geroezemoes hebt gehoord. De rijen bij de toiletten vielen me dit jaar ook alles mee. Grappig genoeg was het bij de mannen vaak juist drukker dan bij de vrouwen, dat is meestal toch omgekeerd. De toiletten worden de hele dag door ook schoongemaakt (er is altijd een schoonmaker aanwezig) dus ook op dat gebied viel er niets te klagen.

Ik heb redelijk veel spellen van mijn wens-lijstje kunnen spelen. Het loont om bij een stand waar een spel gedemonstreerd wordt dat je wil doen om even te vragen of er al bijna een tafel vrij komt. Zeker als een spel op meerdere tafels ligt, dan is de kans best groot dat je maar even hoeft te wachten voor je een spel van jouw keuze kan spelen. Natuurlijk kan je ook gewoon rondlopen en aanschuiven waar plek is, maar dan is het afwachten wat er op tafel komt. Met zijn tweeën lukt dit overigens makkelijker dan met zijn vieren. Anton en ik hebben meerdere keren met een ander tweetal een spel gedaan. Ik vind het ook echt leuk om met andere mensen te spelen. De ene keer klikt het beter dan de andere keer, maar vaak heb je toch even een leuk gesprekje.

Ik vond het niveau van de uitleggers heel goed dit jaar. De beurs is tegenwoordig zo internationaal dat uitgevers hun best doen om mensen te vinden die meerdere talen spreken, waaronder Engels. Ik heb zelfs twee keer speluitleg in het Nederlands gehad (Gert-Jan uit Den Haag bij Fortune City en Bart uit België bij Ghosts of the Moor). Alleen de Italiaanse uitlegger van Campus Cafè was benedenmaats. Hij was niet de uitzondering op de regel dat Italianen nauwelijks een woord buiten hun grenzen spreken. Het klonk bijna alsof het hem pijn deed om Engels te moeten praten.

Spiel is zo groot dat de kans groot is dat er mensen zijn die je kent, maar dat je die niet tegenkomt. Ik heb dit jaar minder bekenden gezien dan in andere jaren, maar ik weet dat ze er wel waren. Ik ben dit jaar ook even bij de BGG-stand langsgegaan om een paar pakken stroopwafels af te geven als bedankje voor de leuke bordspellencruise die Niek en ik deze zomer met hen hebben gemaakt. Ik heb nog een tijdje met BGG-ers Scott Alden (username Aldie) en Jeff Andersen (username CaptainQwix) over de cruise en Spiel staan kletsen. Toen ik op vrijdag nog even langs liep vertelden ze dat de stroopwafels ze goed gesmaakt hadden.

Peter Hein en zijn twee dochters, Wendy en haar oudste zoon, Frank en Roger waren dit jaar ook weer van de partij. Frank en Roger sliepen net als Anton en ik in het natuurvriendenhuis. Peter Hein en Wendy waren te laat geweest met boeken en sliepen op een andere locatie. Op donderdagavond zijn Anton en ik na de beurs bij hen op bezoek geweest zodat we toch samen konden eten en nog een spelletje konden doen (het werd Muse). Op vrijdagavond kwamen Peter Hein, Wendy en hun kinderen juist bij ons eten en spelen (Deception: Murder in Hong Kong). Het was super gezellig om rustig na de beurs bij te kletsen en ervaringen en tips uit te wisselen.

Traditiegetrouw moet ik dit blogje natuurlijk afsluiten met een foto van mijn spellenbuit. De oplettende lezer zal zien dat er één spel mist. Ik was van plan om Star Trek Galactic Enterprises te kopen. Toen ik op zaterdag bij de stand van Wizzkids kwam was dit spel helaas al uitverkocht. Er was namelijk iets mis gegaan bij de douane. Een pallet met spellen van Wizzkids was verwisseld met een pallet met kantoorbenodigdheden en daardoor hadden ze maar 10 exemplaren van Star Trek Galactic Enterprises gehad en die waren in no time uitverkocht geweest. Ik baalde er natuurlijk wel een beetje van, maar zoals jullie kunnen zien heb ik genoeg andere spellen gekocht om voorlopig te spelen. En op deze manier houd ik nog wat te wensen over!