woensdag 27 december 2017

Recensie: Cities of Splendor

Echt goede spellen zijn vaak hele simpele spellen. Die nemen een goed idee en voeren dat perfect uit. Splendor hoort onmiskenbaar tot deze categorie. Dit spel heeft zijn sporen in spellenland inmiddels meer dan verdiend en is geliefd bij het grote publiek. Doordat Splendor zo perfect uitgevoerd is, is er eigenlijk geen ruimte voor een uitbreiding. Het risico is namelijk levensgroot dat alles wat je toevoegt al snel overbodige ballast wordt waardoor de prettige vaart uit het spel wordt gehaald. Ik zou er dan ook heel wat onder verwed hebben dat er voor dit spel nooit een uitbreiding zou uitkomen. Gelukkig heb ik dat niet gedaan, want het onmogelijke is gebeurd. Afgelopen herfst werd, drie jaar na het origineel, Cities of Splendor gepresenteerd, de niet-verwachte uitbreiding van Splendor. Mijn achterdochtige nieuwsgierigheid was gewekt!

Cities of Splendor is eigenlijk niet eens één uitbreiding, het zijn er zelfs vier. In de doos zitten vier verschillende modules die je toe kan voegen aan het spel. Als je wilt dan kan je zelfs meerdere of alle modules tegelijkertijd aan het spel toevoegen. Alle modules voegen iets kleins aan het spel toe, zonder de kern van het spel aan te tasten. De spelregels van iedere module staan op een apart regelblad van dik papier. Je hoeft dus niet te zoeken in een regelboekje naar waar de regels van de ene module beginnen.

De eerste module heet Steden. In deze module worden de tegels met edellieden uit het normale spel vervangen door drie stadstegels. Op deze stadstegels staan (net als bij de edellieden) aangegeven welke combinatie van kaarten je moet verzamelen om ze te claimen. Nieuw is daarbij dat er ook een puntenaantal staat dat je moet hebben om de kaart te mogen claimen. Het spel is afgelopen zodra de ronde is uitgespeeld waarin tenminste één stadskaart is geclaimd. Als er maar één speler een stadskaart heeft, dan is deze speler de winnaar. Als meerdere spelers een stadskaart hebben, dan wint de speler die van deze spelers de meeste punten heeft het spel.

De tweede module heet handelsposten. Deze handelsposten staan afgebeeld op een apart kartonnen bordje dat bij het spelmateriaal op tafel wordt gelegd. Op dit kaartjes staan vijf verschillende combinaties van kaarten afgebeeld. Als je zo’n combinatie hebt verzameld, dan markeer je de betreffende combinatie met een wapenfiche (iedere speler heeft zijn eigen wapen). Vanaf dat moment mag je het voordeeltje dat bij de combinatie hoort gebruiken (bijvoorbeeld een goudstuk is twee identieke edelstenen waard of je krijgt ook een edelsteen als je een kaart claimt).

De derde module heet forten. Alle spelers krijgen drie plastic forten in een eigen spelerskleur. Op het moment dat je een kaart koopt mag je óf een fort van jezelf op een kaart op het bord zetten óf je mag een fort van een andere speler weghalen. Je mag daarbij nooit jouw fort bij een fort van een andere spelers plaatsen. Kaarten waar een fort op staan mogen vervolgens alleen gekocht worden door de speler van wie het fort er op staat. Als het je lukt om je drie forten op dezelfde kaart te krijgen, dan mag je deze kaart vanaf de volgende beurt kopen zonder dat het je een beurt kost.

De laatste module heet het verre Oosten. Deze module bestaat uit een extra set kaarten. Naast elke rij komen twee extra kaarten te liggen die je op de reguliere manier mag claimen. Deze kaarten leveren nieuwe voordeeltjes op. Zo zijn er kaarten die je eenmalig kan inzetten als twee jokers en kaarten waar niet één maar zelfs twee edelstenen op staan afgebeeld.

…en de waardering

Splendor hebben Niek en ik grijs gespeeld, al moet ik bekennen dat het tegenwoordig niet zo vaak meer op tafel komt. Ik hoopte dat de uitbreiding wat nieuw leven in Splendor zou blazen. Dat is helaas niet helemaal gelukt. Alle modules werken op zich wel (al vind ik de forten uitbreiding niet echt leuk). Ze zorgen er voor dat je niet meer op de automatische piloot speelt en dat je weer even goed moet nadenken over wat je aan het doen bent. Maar ik vind niet dat ze het spel echt leuker maken dan het was. De uitbreidingen zorgen dus voor wat variatie en dat is best leuk als je het spel ontzettend vaak gespeeld heb, maar eigenlijk is het spel leuker zonder deze extra toevoegingen.







Auteur: Marc André
Uitgever: Space Cowboys, 2017
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: circa 30 euro

woensdag 20 december 2017

Recensie: Indian Summer

Uwe Rosenberg heeft zich dit jaar door mijn favoriete seizoen (de herfst) laten inspireren voor een nieuw puzzelspel, Indian Summer genaamd. In Indian Summer maak je op een prachtige zonnige dag een wandeling door een schitterend herfstbos waar je je vergaapt aan de kleurenpracht van alle herfstbomen (leaf-peeping noemen ze dat in Amerika). Als je geluk hebt zie je ook nog wat zeldzame bosdieren zoals egels, eekhoorns of misschien zelfs wel een vosje. Ondertussen pluk je de bessen en paddenstoelen, raap je nootjes van de grond of vind je een prachtige veer. Dit klinkt heel idyllisch, maar onder dit prachtige thematische laagje zit een vlot puzzelspel verstopt.

Alle spelers hebben hun eigen spelersbordje met daarop een stukje bos dat ze moeten vol puzzelen. Op sommige vakjes staan de bessen, paddenstoelen, nootjes en veertjes afgebeeld, maar de meeste vakjes zijn leeg. Iedere speler krijgt 5 tetris-vormige tegels met daarop herfstbladeren en één gaatje. 

In je beurt leg je telkens zo’n tegel op je bordje en probeer je daarbij de gaatjes op de bessen, paddenstoelen, nootjes of veertjes te leggen. Als je dit doet dan krijg je namelijk een rond fiche met de betreffende bos-vondst er op. Natuurlijk houd je op een gegeven moment rottige losse vakjes over. In plaats van een tegel mag je dan ook één vakje bedekken met een eekhoorn.

En deze fiches kan je inleveren voor leuke extra’s. Met een nootje krijg je bijvoorbeeld gratis en voor niets een eekhoorn waarmee je één vakje op je bosvloer kan afdekken (maar dan zonder dat dat je beurt kost). Met bessen kan je je voorraad tegels tussentijds aanvullen. Normaal moet je namelijk wachten tot al je tegels op zijn en vul je je voorraad dan in één klap aan tot weer  tegels door de voorste vijf tegels uit de algemene voorraad te pakken. Met een paddenstoel mag je een keer een extra tegel in een beurt plaatsen. En met een veertje mag je de voorste tegel van je beide buurmannen afpakken en plaatsen in je beurt.

In het midden van de tafel liggen een aantal tegels met bosbewoners. Als het je lukt om met de gaatjes van de tegels precies het patroon van zo’n tegel te maken, dan mag je de bosbewoner op je bordje leggen en krijg je alle bosvondsten die door de gaatjes te zien zijn nog een keer.

Doel van het spel is om zo snel mogelijk je bordje vol te puzzelen. De speler die dit als eerste doet, wint namelijk het spel. Pas als meerder mensen even snel hun bord vol hebben gepuzzeld, tellen de bosvondsten als tiebreaker. Je moet dus vooral niet te veel energie stoppen in het verzamelen van deze fiches. Als je ze kan scoren is dat fijn, maar als  het je extra beurten kost dan is het al snel niet de moeite.

...en de waardering

Indian Summer is een spel dat mij op het verkeerde been had gezet. Ik had verwacht dat het een middellang familiespel zou zijn. Dit bleek niet te kloppen. Indian Summer is namelijk een tussendoortje dat razendsnel speelt. Met zijn tweeën speel je het vaak al in ongeveer een kwartiertje.  Zelfs met de volledige bezetting moet je denk ik je best doen om er langer dan een half uur over te doen. Dat een spel kort is, is natuurlijk niet per definitie slecht. Maar bij Indian Summer heb ik het gevoel dat het spel te kort is. Je moet namelijk soms ook gewoon een beetje geluk hebben met de tegels die je krijgt. Als die allemaal lekker in elkaar passen en je ook nog door de gaatjes de bodemvondsten kan scoren, dan kan het snel gaan. Het spel duurt alleen te kort om het geluk een beetje eerlijk te verdelen. Als de ene speler lekkere tegels krijgt en de andere rottige dan is het spel eigenlijk al beslist. Er zijn een hoop redenen waarom ik verwacht had dat dit een leuk spel zou zijn (het thema, de vormgeving, de uitgever, de auteur), maar helaas heeft het mijn verwachtingen niet waargemaakt. 








Auteur: Uwe Rosenberg
Uitgever: White Goblin, 2017
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 15-45 minuten
Prijs: circa 40 euro

woensdag 13 december 2017

Recensie: Chimera Station

In sommige spellen herken je meteen het vonkje inspiratie dat de basis is geweest van het spel. Bij Chimera Station is dat het idee geweest dat het leuk zou zijn om de workers in een workerplacemantspel te kunnen veranderen waardoor ze extra mogelijkheden krijgen. Dit idee is zelfs in de uitvoering doorgevoerd. De workers zijn namelijk een soort Duplo-versies van de Minions uit de film Verschikkelijke Ikke die je uit elkaar kan halen om er stukken tussen te bouwen. Als je dit spel op tafel zet, weet je dan ook zeker dat mensen het niet kunnen laten om even met het spelmateriaal te spelen.

In Chimera Station ben je bouwopzichter bij de bouw van een ruimtestation. Je stuurt een groepje buitenaardse wezens aan die voor jou het ruimtestation steeds verder uitbouwen met nuttige ruimtes. Iedere buitenaardse werknemer kan iedere ronde één actie uitvoeren. Aan het begin van het spel is het aantal acties dat je kan uitvoeren redelijk beperkt, maar doordat iedere kamer die aan het ruimtestation gebouwd wordt ook weer een nieuwe actiemogelijkheid biedt, neemt het aantal mogelijke acties tijdens het spel snel toe.

Er zijn heel veel verschillende acties, maar de belangrijkste is wel de actie waar mee je een nieuwe kamer aan het ruimtestation bouwt. Je betaalt hier geld voor en dan mag je de kamer aanbouwen. Elke nieuwe kamer levert direct punten op. Daarnaast krijg je altijd iets extra’s, namelijk datgene wat op het bord staat afgebeeld op het vakje waar je over heen bouwt. Dit kan van alles zijn: van geld, voedsel en punten tot het mogen activeren van een aangrenzende tegel of het mogen terughalen van een eerder geplaatste buitenaardse werknemer. En nadat je de ruimte gebouwd hebt, mag je ook onmiddellijk de bijbehorende actie uitvoeren. Er zijn veertig verschillende ruimtes die je kan bouwen met ieder hun eigen actie. Met veel acties kan je bijvoorbeeld geld en voedsel verzamelen of krijg je punten voor bijvoorbeeld het aantal aangrenzende kamers om de betreffende tegel.

Met sommige acties kan je nieuwe lichaamsdelen voor je werknemers verzamelen om ze nog efficiënter hun werk te laten doen. Zo helpen tentakels bij het verzamelen van geld, voedsel en lichaamsdelen en hersens maken je slimmer zodat je meer punten scoort. Ieder buitenaards wezen kan uitgebreid worden met maximaal 2 extra lichaamsdelen (daar is een speciale actie-locatie voor).
Natuurlijk werken ook de buitenaardse werknemers niet op een lege maag. Aan het eind van de ronde moeten ze gevoed worden met een hamburger. Alleen buitenaardse werknemers waar een extra plant-handen, hoeft geen eten maar snackt gewoon van zichzelf (en als hij twee plant-handen heeft, dan kunnen ook nog twee collega’s van hem mee eten).

Na 5 rondes is het spel afgelopen. Bij de punten die je tijdens het spel hebt verzameld, worden nog de punten uit de eindtelling opgeteld (voor hamburgers, geld en lichaamsdelen die je over hebt en voor bepaalde bonuskaarten die je verzameld kan hebben). Wie dan de meeste punten heeft, wint het spel.

...en de waardering

Ik vind Chimera Station een lastig spel om te waarderen. Aan de ene kant is het een simpel spel (poppetje plaatsen, actie uitvoeren) dat er ook nog prachtig uitziet. Aan het begin van het spel gaat alles dan ook lekker vlot. Het is echt leuk bedacht dat je je poppetjes fysiek kan uitbouwen voor extra mogelijkheden. Er zit bovendien veel humor verwerkt in de namen van de ruimtes die je kan aanbouwen. Zo kan je naar een Shady Restaurant waar je een lichaamsdeel kan ruilen voor voedsel of naar de Think Tank voor een extra stel hersens.

Maar aan de andere kant is het spel waarin wel heel veel verschillende acties voorbij komen waardoor je regelmatig in de regels moet duiken om te kijken wat er nou precies bedoeld wordt met de soms toch wat onduidelijke symbolen. En hoe verder je in het spel komt, hoe meer ruimtes er zijn gebouwd en hoe meer acties je dus hebt om uit te kiezen en te onthouden. Dit haalt wel erg de vaart uit het spel. Hoe vaker je het doet, hoe sneller het gaat, maar zeker de eerste keer kan je rustig een uur optellen bij de speelduur die op de doos staat aangegeven. En dan duurt het spel eigenlijk net te lang. Soms is “more is more”, maar in dit geval denk ik dat “a little less” beter was geweest.







Auteur: Mark Major
Uitgever: Game Brewer, 2017
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 60-120 minuten
Prijs: circa 55 euro

vrijdag 1 december 2017

Maandoverzicht: november 2017 (Dagmar)


Spiel viel dit jaar in de laatste week van oktober. Ik kwam thuis met een stevige stapel nieuwe spellen. En alsof dat nog niet genoeg was, was ik begin november jarig waardoor er nog wat nieuwe spellen in mijn kast zijn beland (maar waardoor ik helaas geen tijd had om naar het Spellenspektakel te gaan). Het is dan ook niet verbazingwekkend dat november een geweldige spellenmaand werd waarin 47 keer een spel op tafel stond, waaronder twee keer (tromgeroffel) Pandemic Legacy Season 2! Maar omdat ik het beste tot het laatst zal bewaren, zal ik eerst kort iets vertellen over de andere spellen die ik deze maand voor het eerst speelde en waar ik nog geen recensie over heb geschreven.

Eén van mijn verjaardagcadeaus was Chimera Station. Dit is een werkverschaffingsspel waarin aliens (de werkers) een ruimtestation bouwen. Elke kamer in het ruimtestation is meteen weer een nieuw actieveld dat leuke voordeeltjes, punten, geld of eten (hamburgers) oplevert. Tot zo ver is het spel niet bijster origineel. Maar wat wel nieuw is, is dat er acties zijn waarmee je je werkers kan aanpassen waardoor ze zelf bepaalde voordelen hebben. Dit aanpassen doe je erg letterlijk, je werkers bestaan namelijk aan het begin van het spel uit een paar voeten met daarom een hoofd. Als je je werkers aanpast dan trek je die even van elkaar en bouw je er een extra stel armen tussen (het is net of je een duplo-poppetje aanpast). Er zijn vier soorten armen die het leven op allemaal verschillende manieren makkelijker maken. Ik moet de eerste speler nog tegenkomen die het niet leuk vindt om met de schattige aliens te spelen en even wat verschillend combo’s uit te proberen. Ik heb Chimera Station met veel plezier gespeeld. Ik vond wel dat er wel erg veel verschillende mogelijkheden waren die met niet altijd even duidelijke symbolen worden aangegeven waardoor je regelmatig in de regels moet duiken om op te zoeken wat een tegel of kaart nou ook al weer precies doet. Hierdoor duurt het spel ook een stuk langer dan op de doos staat aangegeven.

Op Spiel heb ik blind Indian Summer gekocht. Dit is een nieuw puzzelspel van Uwe Rosenberg. Tot mijn verbazing bleek Indian Summer een spel met de speelduur van een tussendoortje te zijn. In een kwartier tot half uurtje puzzel je in dit spel met tetrisvormige stukjes een stukje bos vol. In elk tetris-stukje zit één gaatje. Als je dit gaatje zo weet neer te leggen dat het bovenop één van de afgebeelde bos-vondsten (nootjes, bessen, veertjes of paddestoelen) komt dan mag je het bijbehorende fiche pakken. Elk fiche kan je vervolgens inzetten voor een voordeeltje. Verder zijn er extra fiches te verdienen als je met de gaatjes van de tegels bepaalde patronen weet te leggen. Het is zeker handig om af en toe zo’n voordeeltje mee te snaaien, maar dat is uiteindelijk niet waar het spel om gaat. Je moet proberen zo snel mogelijk je bordje vol te krijgen. Als één speler zijn bordje vol heeft, dan spelen de andere spelers de ronde nog uit. Daarna mag je nog eventuele voordeeltjes inzetten om je bord verder vol te bouwen. En daarna wint de speler die zijn bordje vol heeft. Pas als meerdere spelers hun bordje vol hebben, geven de fiches de doorslag als tiebreaker. Als ik eerlijk ben, dan valt Indian Summer me een beetje tegen. Het spel ziet er prachtig uit en zit in een flink grote doos, maar blijkt vervolgens een tamelijk licht spellensnackje te zijn dat in een zucht is uitgespeeld. Het heeft allemaal net wat te weinig om het lijf. Echt slecht is het spel ook weer niet, maar ik had er gewoon meer van gehoopt.

Magic Maze was dit jaar één van de drie genomineerden voor de prestigieuze Spiel des Jahres prijs. Het spel wist de prijs niet te winnen (die eer viel Kingdomino ten eer), maar een nominatie voor deze prijs is al een prijs op zich. Magic Maze is een coöperatief spel waar de spelers samen een aantal avonturiers door een winkelcentrum moeten loodsen naar hun favoriete winkels voor een minuutje proletarisch shoppen. Na afloop van dit minuutje moeten de spelers snel weer terug rennen naar de uitgang. De catch met dit spel is dat elke speler maar één beweging mag doen. Zo mocht ik een keer alleen avonturiers naar rechts verplaatsen. Je moet dus samenwerken om de vier daar te krijgen waar ze willen zijn.  Dit klinkt niet zo lastig, maar dat is het wel. Je mag namelijk niet met elkaar praten tijdens het spel. Je kan dus niet even zeggen dat iemand anders een bepaalde zet moet doen. Het voordeel hiervan is dat je geen last hebt van Alpha-spelers die iedereen wel even vertellen wat ze moeten doen. Gelukkig is er nog wel één mogelijkheid om iemand duidelijk te maken dat hij wat moet doen. Er zit namelijk een grote rode pion in de doos en die mag je (passief-agressief) neerzetten voor een speler die volgens jou in actie moet komen. En dan maar hopen snel doorheeft welk van de vier poppetjes hij moet gaan verzetten. Ik vind Magic Maze een heel origineel coöperatief spel. De regels zijn simpel, maar doordat je niet mag praten is het best lastig om samen te werken. Het spel is daardoor heel intens. Een potje is in een paar minuten gespeeld, maar het zal zelden bij één potje blijven. Ik vind het jammer dat dit spel de Spiel des Jahres niet gewonnen heeft want ik had meer plezier met dit spel dan met mijn ene potje Kingdomino.

Een van mijn blinde aankopen op Spiel was Mystery of the Temples. In dit kaartspelletje moet je vloeken opheffen van mysterieuze oosterse tempels. Wie wil dat nou niet! In het midden van de tafel worden een aantal kaarten in een cirkel neergelegd die de verschillende tempels en wildernis-locaties voorstellen. Op ieder van deze locaties kan je op verschillende manieren gekleurde edelstenen verzamelen. Als je de juiste combinatie van edelstenen hebt verzameld, dan mag je bij een tempel een vloek opheffen. Je krijgt dan als bewijs van je daad een rune-steen. Op de tempels en wildernis-kaarten staan ook deze rune-stenen. Als je vervolgens stenen verzamelt op een locatie waarvan je een bijpassende rune-steen hebt, dan krijg je extra edelstenen. Het klinkt daardoor heel aantrekkelijk om zo veel mogelijk dezelfde rune-stenen te verzamelen zodat je door telkens de bijbehorende locaties te bezoeken je snel heel veel edelstenen verdient waarmee je nog meer vloeken kan opheffen. Dit is aan de ene kant waar, maar aan de andere kant krijg je bij de eindtelling ook nog punten voor hoeveel verschillende soorten rune-stenen je hebt verzameld. Ik heb zeker geen spijt van deze aankoop. Mystery of the Temples is een lekker vlot kaartspelletje dat er ook nog eens prachtig uitziet. Ik heb het alleen nog maar met twee spelers gedaan en vond dat al best leuk, maar ik denk dat het spel nog beter tot zijn recht komt als je het met meer mensen speelt doordat je elkaar dan nog wat meer in de weg kan zitten.

Het was voor mij een no-brainer dat ik op Spiel de uitbreiding voor Potion Explotion mee zou nemen. De uitbreiding bestaat uit drie soorten nieuwigheden. Allereerst zit in de uitbreiding een nieuw ingrediënt, namelijk Ghost Ectoplasm (witte knikkers). Iedere witte knikker is een joker. In de doos zitten verder een aantal nieuwe drankjes die je kan gaan brouwen voor extra variatie. Met sommige van deze drankjes maak je Ghost Ectoplasm. De laatste nieuwigheid is dat je elk spel een docent kan kiezen die een extra regel introduceert waar je je in dat spel aan moet houden. Zo is er een professor die je hulpfiches laat afkopen door ongebruikte ingrediënten in te leveren. En een ander professor die je bestraft met strafpunten als je ingrediënten laat vallen. Niek en ik hebben nu twee keer met de uitbreiding gespeeld en dat beviel me goed. Het spel blijft eigenlijk hetzelfde (en dat is positief), maar dan met kleine mogelijkheden om wat variatie toe te voegen.

Peter Hein had op Spiel de Deluxe versie van Lovecraft Letter gekocht. Mijn innerlijke nerd vindt het briljant dat iemand bedacht heeft om een Loveletter variant te maken met een Lovecraft thema (of te wel Cthulhu thema) waarvan de naam een samenvoeging van deze beide woorden is. Voor wie het niet kent: Loveletter is een kaartspelletje waar je één kaart op handen hebt, in je beurt er één bij trekt en vervolgens één van beide kaarten speelt. Op iedere prachtig geïllustreerde kaart staat een speciale actie die je uitvoert als je de kaart speelt. Zo zijn er kaarten die je beschermen tegen aanvallen van andere spelers of zijn er kaarten waarmee je jouw resterende kaart vergelijkt met de kaart van een andere speler. De speler met de laagste waarde is vervolgens uit het spel. Wie als laatste nog over is, wint de ronde en als je een bepaald aantal rondes gewonnen hebt, dan win je het spel. In deze Lovecraft-versie staat op een deel van de kaarten een insanity-teken. Deze kaarten zijn extra sterk, maar als je eenmaal zo’n kaart gespeeld hebt, dan moet je aan het begin van elke ronde een kaart opendraaien. Als deze kaart ook een insanity-symbool heeft dan lig je uit het spel. De kaarten zijn dus goed, maar risicovol. Ik vind Loveletter een fascinerend spelletje dat ik te weinig gespeeld heb om het echt goed en slim te spelen. En omdat Lovecraft Letter heel erg op Loveletter lijkt, was ik tijdens het spelen ook vooral bezig om te kijken welke kaarten er ook al weer allemaal zijn en wat ze doen en welke informatie je dus kan afleiden uit de kaarten die iemand speelt. Loveletter en Lovecraft Letter komen denk ik beide het best tot hun recht als je het spel door en door kent. En zo ver ben ik dus nog niet, maar ik zou het zeker geen straf vinden om dit spel vaker te doen.

Zoals ik aan het begin van dit blog al aangaf, het beste nieuwe spel heb ik tot het laatst bewaard, namelijk Pandemic Legacy Season 2. Pandemic Legacy Season 1 is echt mijn favoriete spel aller tijden. Geen enkel spel was zo intens en zo leuk om te spelen als Pandemic Legacy Season 1. Ik ben dan ook super blij dat er (na heel lang wachten) nu een vervolg op dit spel is uitgebracht. Pandemic Legacy Season 1 begint nog als gewoon Pandemie, waarna het snel verandert (en tot het eind toe blijft veranderen). Pandemic Legacy Season 2 gooit je meteen in het diepe doordat het echt een heel ander spel is (lees hier de hoofdlijnen op basis van de regels). Ik speel dit spel met hetzelfde groepje collega's waarmee ik ook Season 1 heb gespeeld. Omdat het spel echt heel anders is dan het gewone Pandemie, hebben we eerst een avond een proloog gespeeld om aan de regels te wennen. Je speelt dan het spel volgens de regels, maar negeert alle Legacy-elementen waardoor het spel gaat veranderen. We verloren de proloog op het nippertje met de eindstreep in zicht doordat we een verkeerde kaart opendraaiden.

We hebben nog even getwijfeld of we nog een keer de proloog wilden doen om te oefenen, maar we waren te nieuwsgierig naar hoe het spel zou gaan verlopen als we het echt zouden gaan spelen en dus hebben we de tweede keer het eerste echte scenario gespeeld. Ik ga natuurlijk niets verklappen over wat ons in deze maand is overkomen, maar wat was het leuk. In de proloog stond er nog niets op het spel, maar toen we echt los gingen was dat meteen anders. Je wilt geen fouten maken want je wilt niet dat er negatieve effecten worden getriggerd doordat je karakters scars oplopen of doordat je iets negatiefs op het bord triggert. Het spel is daardoor veel intenser dan de proloog. We hebben uiteindelijk gewonnen, maar dat was in de laatste beurt van het spel. Als het in die beurt niet was gelukt, dan was de trekstapel op geweest en hadden we dus verloren. En een overwinning die zo zwaar bevochten is, smaakt heel zoet kan ik jullie vertellen. We hebben voor dit jaar nog één afspraak staan voor nog een avondje Pandemic Legacy Season 2 en ik kijk er reikhalzend naar uit.