woensdag 28 oktober 2015

Recensie: Qwinto

 Qwinto is de opvolger van het succesvolle dobbelspel Qwixx. De overeenkomsten tussen deze twee spellen zijn groot: in beide staan dobbelen en cijferreeksen centraal. De grote vraag is natuurlijk: is het spelplezier van Qwinto ook net zo groot als dat van grote broer Qwixx.

In Qwinto werken de spelers aan drie oplopende cijferreeksen. Iedere speler  heeft een velletje van een notitieblokje voor zich liggen met daarop een oranje, gele en paarse rij die tijdens het spelen met cijfers gevuld gaan worden.

In een spelersbeurt gooit de actieve speler met zo veel dobbelstenen als hij wil. Vervolgens telt hij de gegooide getallen bij elkaar op. Als de actieve speler niet blij is met de uitkomst, mag hij één keer overgooien, maar daarna moet je het doen met de worp. Het gegooide getal mag vervolgens ergens in één van de reeksen worden geplaatst. Daarbij moet je wel op de kleuren van de gebruikte dobbelstenen letten, want je mag alleen in rijtjes het getal zetten waarvan de dobbelsteen is meegegooid. Als je dus met de gele en paarse dobbelsteen een  3 en een 4 gooit, dan mag een zeven ergens in het gele of paarse rijtje worden gezet. De rijtjes moeten bovendien netjes oplopend zijn en elk getal mag maar één keer voorkomen in een rij. Verder moet je er nog op letten dat in een kolommetje elk getal ook maar één keer voor mag komen.

De actieve speler moet het getal gebruiken en als dat niet kan, dan moet hij het vakje mislukte worp aankruisen (dit levert aan het eind van het spel minpunten op). De andere spelers mogen het getal gebruiken, maar dat hoeft niet.

Het spel is afgelopen zodra bij één speler twee rijen helemaal zijn ingevuld of als één speler zijn vierde mislukte worp heeft moeten erkennen. Vervolgens wordt bepaald wie de meeste punten heeft. Voor rijtjes die helemaal netjes zijn ingevuld krijg je het hoogste getal aan punten, voor rijtjes die niet geheel zijn ingevuld krijg je net zo veel punten als je getallen hebt ingevuld. Vervolgens zijn er punten te vergeven voor de kolommetjes waar alle drie de getallen zijn ingevuld en waar een honingraadvormig vakje in staat. Als je de drie getallen in zo’n kolom hebt ingevuld krijg je ook nog eens de waarde van het honingraadvormige vakje. Tenslotte wordt er per mislukte worp nog vijf punten afgetrokken. Wie dan de meeste punten heeft wint!

...en de waardering

Qwinto is zeker net zo leuk als Qwixx, misschien nog wel leuker. Het is een uitdaging om tegelijkertijd de rijtjes en kolommen helemaal vol te krijgen, het rechter getal zo hoog mogelijk te laten zijn en de honingraadvormige vakjes ook nog te voorzien van hoge waardes. In het begin is elk getal goed, maar al snel moet je getallen tussen twee andere zien te gooien. En dan is het de vraag met welke combinatie van dobbelstenen je dat het beste kan doen! Het spel speelt lekker vlot door en doordat iedereen het gegooide getal mag invullen, is iedereen continue bij het spel betrokken. Het spel werkt bovendien goed met zowel weinig als met veel spelers. Liefhebbers van dobbelspellen in het algemeen en Qwixx in het bijzonder, kunnen zich aan dit leuke tussendoortje geen buil vallen. Als ik White Goblin Games, was zou ik niet te lang wachten met het verkopen van extra scoreblokken, want dit spel is zo leuk dat het blokje wat in het doosje zit snel gevuld zal zijn.










Auteur: Uwe Rapp en Bernhard Lach
Uitgever: White Goblin Games, 2015
Aantal spelers: 2-6
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 15 minuten
Prijs: circa 8 euro

woensdag 21 oktober 2015

Recensie: Kuh Vadis



De laatste tijd zijn er een aantal spellen uitgekomen waarbij je op een papiertje een route moet tekenen, denk aan Träxx en DoodleCity. Dit zijn leuke, korte spellen tussendoortjes. Kuh Vadis is een spel in dezelfde traditie, maar dan met een vleugje Yathzee erbij.

In Kuh Vadis moeten de spelers drie punten op een vierkant veld met elkaar verbinden. De ene speler probeert de kruizen met elkaar te verbinden terwijl de andere speler tegelijkertijd probeert de cirkels met elkaar te verbinden. Wie als eerste zijn cirkels/kruizen heeft verbonden, wint het spel.

De spelers gooien omstebeurt met vijf dobbelstenen. Je mag van deze dobbelstenen zo veel apart leggen als je wilt en dan nog een keer gooien. En daarna mag je wederom dobbelstenen laten liggen of toch opnieuw gooien. Na drie keer gooien moet je het doen met wat je hebt. Vervolgens mag je op het blok één vakje weg gaan strepen. Als je een koe wilt wegstrepen dan moet je minimaal twee koeien gegooid hebben, voor een getal moet je minimaal drie keer dat getal hebben liggen.

Als het je gelukt is om zelfs vier dezelfde getallen of koeien gegooid te hebben, dan mag je zelfs meteen nog een keer. Je bent dan wel verplicht om een vakje weg te strepen dat grenst aan het vakje dat je net daarvoor had weggestreept. En als je ook in deze beurt weer vier dezelfde getallen of koeien had gegooid ben je meteen nog een keer aan de beurt (maar met dezelfde beperking).

... en de waardering

Kuh Vadis is een heel licht en luchtig spelletje voor twee personen. Ik vind het zelfs iets te licht. In de praktijk komt het er op neer dat je gooit, kijkt welk getal (of de koe) je het vaakst hebt gegooid, daar gooi je mee verder en vervolgens kruis je dat getal (of de koe) weg. Je kan met bijna elke worp wel iets wat je vooruit helpt. En dan komt het neer op geluk: wie krijgt de meeste extra beurten of wie gooit als laatste net dat ene getal dat de boel met elkaar verbindt.







Auteur: Reinhard Staupe
Uitgever: NSV,2014
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 6 jaar
Speelduur: 10-15 minuten
Prijs: 10 euro

maandag 19 oktober 2015

Maandoverzicht september 2015 (Dagmar)



 In september kon het wat spellenpret niet op! Het begon met een spellendag van Spellenpret in Sassenheim, ging door met een spellenavond bij de spellenvereniging in Stuttgart en eindigde met een spellendag met Peter Hein, Anton en Coen. En tussendoor kwamen er ook nog flink wat spellen op tafel, waardoor aan het eind van de maand de teller op 37 spellen uit kwam. Mijn meest gespeelde spel was Scrabble (zes keer), op de voet gevolgd door Splendor (5 keer).

Ik speelde flink wat spellen voor het eerst namelijk:
  • Kuh Vadis: een heel licht tweepersoons dobbelspelletje, een beetje te licht naar mijn smaak
  • Broom Service: super spannend spel waarin “denk jij wat ik denk dat jij denkt” centraal staat
  • One Night Ultimate Werewolf: weerwolven variant die ik niet helemaal begreep
  • Concordia: complex spel dat ik echt nog eens moet spelen, maar waarvan de eerste indruk positief was
  • Dead of Winter: coöperatief zombiespel met mogelijk verborgen verrader, ik heb me er prima mee vermaakt
  • Dragon Parade: een Kniziaans touwtrek kaartspelletje, erg licht en luchtig maar best leuk voor een keertje


Van deze spellen vond ik Broom Service het leukste. Ik heb dit spel inmiddels drie keer gedaan, met telkens een verschillend aantal spelers (2/4/5). Het spelde werkte met ieder aantal spelers uitstekend. Het is een heerlijk spel waar je met een beetje goed denkwerk, wat blufwerk en een beetje geluk een heel eind komt. Het verraste me hoe ontzettend spannend dat spel met twee spelers was.

Verder kwamen er deze maand nog wat oudere spellen op tafel. Santiago was daarvan het spel dat mij in positieve zin het meest verraste. Ik speelde dit spel voor het laatst in 2005 en kon me er van herinneren dat ik het best leuk vond, maar een beetje thema-loos en droog. Het klopt wel dat het spel niet heel thematisch is en tamelijk abstract, maar er zat veel meer interactie tussen de spelers in dan ik me kon herinneren. In het spel leg je landbouwgronden aan, maar die moeten wel bewaterd worden. Iedere ronde wordt er echter maar één irrigatiekanaal aangelegd en wel door de speler die het minst geboden heeft voor de beurtvolgorde waarin de landbouwgronden worden vergeven. Deze speler mag echter niet zo maar ergens het kanaal graven, hij moet eerst de andere spelers laten bieden op waar zij vinden dat het kanaal komt. Vervolgens mag je één van deze biedingen accepteren of je legt het kanaal ergens anders maar dan moet je zelf aan de bank het hoogste bod+1 betalen. De spelers mogen bovendien samenwerken om een plaats voor het kanaal aantrekkelijk te maken. Dit geeft het spel een hele eigen dynamiek die mij wel beviel.

Verder kwam Pandemic the Cure weer op tafel. Eén keer op spellenpret, waar we een eind kwamen maar toch verloren. En twee keer op de spellendag met Peter Hein, Anton en Coen. Het eerste potje verloren we daar kansloos, maar het tweede potje wisten we te winnen. En omdat Pandemic the Cure een spel is waar je veel vaker wint dan verliest, smaakte deze overwinning zeer zoet. 

zaterdag 17 oktober 2015

Nog meer Spiel: Donderdag en vrijdag (Peter Hein)

Hoe goed de voorbereiding voor Spiel ook is, overdonderend en onvoorspelbaar blijft het. Ik zal hier niet de wederwaardigheden van de heenreis herhalen, maar twee uur later arriveren dan gepland is wel zonde tijd. De eerste dag bleef er daardoor jammer genoeg minder tijd over om te spelen. En te kopen, wat ik de volgende dag nog zou betreuren, want uitverkocht.

Mijn longlist bevatte dit jaar ruim dertig spellen, die ik natuurlijk niet allemaal zou gaan spelen of kopen. En dan zijn er natuurlijk altijd de spellen die je gemist hebt en tijdens de beurs erg populair blijken. Enfin, ook in twee dagen beleef je maar een fractie van wat Spiel te bieden heeft.

Ik speelde deze editie weer dezelfde spellen als Dagmar, maar sluit niet uit dat mijn indruk wat anders was.

Ik ben een liefhebber van slagenspellen en had daarom mijn gezinnen gezet op een potje Nyet bij Iello. De eerdere versie(s) van dit spel had ik gemist, nu was een goede gelegenheid om dat te corrigeren. De mooie vormgeving is een plus.

Nyet deed me nogal denken aan Mü: voor het slagenspel begint, moeten de spelers eerst samen bepalen welke kleur troef is, wie elkaars partner zijn en hoeveel punten de slagen opleveren. Net als in Mü bestaat er de mogelijkheid van een supertroef. Ook hier speel je met telkens wisselende partners, maar beide partners scoren nu in een ronde evenveel punten: niet meer stiekem slagen van je 'partner' afpakken om die puntenvoor jezelf te claimen. Dat maakt Nyet wat minder agressief en ook minder complex. Na vier rondes wist ik genoeg: dit spel past wel in mijn verzameling. Maar de dag was (relatief) jong, Iello had een grote stand, dus dat kon ik de volgende dag ook nog wel halen. In het Frans, dat dan weer wel.

Enkele rondzwervingen verder kwamen we bij de stand van Pegasus, waar Dagmar graag de uitbreiding van Takenoko wilde proberen. De uitbreiding voegt een roze vrouwtjespanda, meer tegels en nog wat extra's toe die ik verder vergeten ben. Sowieso liet de uitbreiding net als het basisspel een vergeetbare indruk achter: ik vind het een vrij zouteloos spel en de uitbreiding veranderde daar niets aan. Voor de liefhebbers dus, ook bij dit spel hadden we halverwege het potje wel een indruk.

Het volgende spel op het programma was weer een kaartspel: Blindes Huhn. Mijn Duits bleek nog roestiger dan ik dacht, ik was namelijk niet op de hoogte van het Duitse spreekwoord waar de titel naar verwijst. Maar gelukkig was auteur Heike Risthaus zeer bereid om alles uit te leggen (inclusief die titel). Blindes Huhn bleek een heel aardig verzamelspelletje te zijn, waarbij spelers om beurten een setje kaarten aanbieden. Daarop bied je met je eigen kaarten. Zo breidt je verzameling langzaam uit, maar verandert voortdurend van kleur. Ook dit bleek weer een alleraardigst kaartspel, dat ik opnieuw liet liggen.

Het laatste spel van de eerste beursdag was Ticket to Ride, met de Pennsylvaniakaart van de nieuwe uitbreiding. Ik was verrast dat er bij deze stand zoveel lege tafels waren. Blijkbaar is Ticket to Ride al zo'n evergreen dat mensen daar op de beurs niet heel warm meer voor lopen. Nieuw in deze versie zijn de aandelen: bij veel routes die je maakt kun je een aandeel scoren van een van de verschillende maatschappijen. Aan het einde krijg je bonuspunten voor je aandelenportefeuille. Wel aardig was dat het vooral kortere routes waren die aandelen opleverden. Juist de lange routes met veel punten (die in het basisspel zo dominant zijn) leverden geen aandeel op. Het geheel voelde als een geslaagde mix van Ticket to Ride en Union Pacific, ook van Alan Moon.

Aan het einde van de dag ging ik toch alvast wat inkopen doen, om niet de laatste dag volledig bepakt rond te lopen. Maar dat waren alleen uitbreidingen van spellen die ik al had (waaronder de nieuwe TtR-set), dus ik had welgeteld nul bijdrage aan de spellen die we 's avonds in het hostel zouden kunnen spelen.

Coen had dat gelukkig wel gedaan, al lag het accent van zijn inkopen op het 18xx-terrein ('buiten budget hoor', probeerde hij ons nog gerust te stellen). Bij een Belgische stand had hij een voordelig exemplaar van Ciúb gescoord, dat we vorig jaar aan het einde van de beurs nog gespeeld hadden maar vervolgens nog niet te koop bleek. We hadden nog wel een opfrisser nodig, maar uiteindelijk bleek het lang niet zo ingewikkeld te zijn als in onze herinnering. Dat zal er vast mee te maken hebben gehad dat je na twee dagen spellen spelen en rondlopen in overvolle beursgebouwen niet meer heel makkelijk nieuwe regels oppikt.

Dat bleek ook na afloop van Ciúb. Ik had Tournay nog bij me, dat ik de volgende dag over zou dragen aan een verkoper, en Anton en ik waren wel in voor een afscheidspotje. Bij Coen en Dagmar was het werkgeheugen helaas vol en besloten Anton en ik het maar zo te laten. Morgen weer een dag.

Op vrijdag waren we er vroeg bij. Zo vroeg dat de deuren nog dicht waren en er slechts zo'n duizend mensen voor ons stonden te wachten bij de ingang. Maar zijn de deuren eenmaal open, dan verspreidt zo'n meute zich snel. Ik liep vast vooruit naar de stand van Blue Orange voor een kennismakingspartij met New York 1901, een  familiespel waar ik veel positiefs over gelezen had. Het deed vaag wat aan Manhattan denken: gebieden claimen om daar gebouwen te maken. Maar uiteindelijk vonden we het allemaal erg tam. Iedereen deed zo'n beetje hetzelfde, waardoor het erg uitmaakte welke kaarten beschikbaar kwamen. Die met drie percelen waren een stuk geliefder: als je die kon pakken had je simpelweg meer opties. Misschien hebben we niet gezien wat het spel te bieden heeft, maar niemand was erg enthousiast. Zo gaat dat op een beurs: je krijgt één kans.

Bij Kosmos kregen we ook die ene kans: op een tafel. Die moet je grijpen en dan later wel zien wat er te spelen valt. Dat wist ik natuurlijk wel, dus haalde ik direct Steam Time, het nieuwe liefhebbersspel van Rüdiger Dorn. Een wat langer spel dus, en het feit dat we het helemaal uitgespeeld hebben zegt wel iets over ons enthousiasme. Ik denk dat ik wel kan zeggen dat dit het leukste spel was dat ik tijdens de beurs gespeeld heb. Dat verraste mezelf ook wel, want het spel heeft wel iets van de puntenbrijspellen waar bijvoorbeeld Stefan Feld in specialiseert. Van alles levert punten op, je moet dus een goede balans vinden tussen de verschillende manieren om punten te scoren. Maar waar ik bij Stefan Feld toch vaak het gevoel krijg dat ik een paar verschillende minispellen zit te spelen zonder duidelijke samenhang, was Steam Time onmiskenbaar een geheel, waar alles goed in elkaar greep. Anton en Dagmar vonden het leuk genoeg om mee te nemen. Ik minder zelf wat met de liefhebbersspellen van meer dan 90 minuten en kocht het zelf niet, maar ik zou het graag weer spelen.

Het werd nu meer tijd voor rondlopen, maar Spiel bezoek ik toch vooral ook om te spelen en daarom bleef ik toch op de uitkijk naar een tafel waar ik een spel kon spelen dat ik in het vizier had. Met enige moeite bemachtigden Dagmar en ik een tafeltje bij Amigo om daar Römisch Pokern te spelen met een Duits gezin, Römisch Pokern is een apart dobbelspelletje waarbij je geldige Romeinse getallen moet gooien. Op de dobbelstenen staan de Romeinse cijfers I, V en X afgebeeld. Het grootste getal dat je kunt gooien is 39 (XXXIX), maar verder zijn worpen met vier keer een X, of vier I's of twee V's waardeloos, omdat je er geen geldig getal van kunt maken. Je gooit de dobbelstenen één voor één, wat het spel een push-your-luck karakter geeft. Daarnaast gooi je in totaal zeven keer en moet je na ieder resultaat bepalen of dit het hoogste is dat je dit potje gaat gooien, het laagste of er iets tussenin. Ook weer het betere gokwerk en risicomanagement dus. Wat het spel voor mij toch de das omdeed was de lange wachttijd als je met vijf speelt en dat iedere worp toch vaak op dezelfde keuze neerkwam: gokken op een V of X, of de vierde I riskeren? Ik kan me voorstellen dat de sleur snel zijn intrede doet en zag dus af van een aankoop.

Uiteindelijk zagen we de heren weer bij de stand van Blam!, waar ik nog graag Celestia wilde spelen. Weer een push-your-luck spel, maar nu met een sociaal element. Met een luchtschip vlieg je met z'n allen naar verschillende steden om daar schatten te halen. Hoe verder je komt, hoe waardevoller de schatten, maar ook des te groter het risico op een crash, waarbij je geen schat kunt claimen. Je hebt dus bij iedere tussenstop de keuze om uit te stappen en een schat te nemen, of doorvliegen met kans op een waardevollere schat. Een beetje zoals Diamant, maar hier moet je je medespelers lezen om het risico in te schatten. Ik vond het een vlot en leuk familiespel, dat ik graag thuis zou introduceren. Met succes, want ruim een week later is het vrijwel iedere dag op tafel gekomen. Vermoedelijk dus mijn beste aankoop van deze jaargang.

Uiteindelijk was dit de buit:


Niet alles heb ik al gespeeld, maar van wat ik wel heb gedaan een paar eerste indrukken:
Karuba: een luchtig en plezierig puzzelspelletje in dezelfde geest als Cities en Limes. Het thema is wel een stuk geslaagder en de puntentelling als gevolg intuïtiever.
Isle of Skye: erg sterke mix tussen Glen More en Kingdom Builder. Lijkt me niet toegankelijk genoeg als familiespel, maar vond het wel erg goed. Mooie illustratie van het begrip inflatie ook :-)
Revoltaaa: simpel, maar vreemd en toch onderhoudend kaartspel van de Doctor. Ik heb nog geen idee hoe ik dit slim moet spelen, maar wil graag ontdekken of dat kan.
Dixit 4 & 6: meer mooie plaatjes. Van harte aanbevolen voor de fans.
Race for the Galaxy: Xeno Invasion: ook zonder het Invasion spel biedt deze uitbreiding al veel interessante nieuwe dingen. Het enige nadeel van Race is dat je na 100 potjes de kaarten wel zo'n beetje kent, maar met af en toe een nieuwe uitbreiding erbij kun je weer even vooruit.

Vooralsnog zijn er slechts twee spellen die ik gemist heb en toch interessant lijken: Mombasa, maar dat oogt voornamelijk als een degelijke euro die ik vanzelf een keer zal spelen; en Mysterium, dat het erg goed deed op de beurs, maar die wil ik op het Spellenspektakel eerst eens met mijn kinderen proberen om te zien of het ze wat lijkt.

Spiel 2015: zaterdag (Wendy)


Afgelopen zaterdag was het dan zover, Jurre ging voor het eerst mee naar Spiel! Toch wel een momentje in het leven van een spellengek als voor het eerst je kind mee gaat naar iets wat je zelf heel gaaf vindt. We gingen met de trein, vroeg op dus. Het liep allemaal voorspoedig tot de trein stopte in Essen Atenach en we niet de enigen waren die vertwijfeld stonden te dubben. De volgende halte was voorbij Essen HBF en dus moesten we (met een internationaal gezeldschap spellengekken) een trein weer terug nemen. Om 11.45 waren we dan toch bij de ingang waar mijn broer Gert en zijn vrienden Matijn, Mark en Gerland in hal 3 op ons stonden te wachten met de Dominion promo in handen.

We kwamen gezellig meteen wat bekenden tegen en gingen kijken waar er een tafeltje vrij was om te spelen. Bij de stand van Pegasus spiele hadden ze hele mooie reuzenvarianten van hun nieuwe spellen staan. Maar de xxl River Dragons zag er kennelijk uit als een showmodel en was vrij om te spelen (dit zag ik later vaker). Naast Gert, Jurre en mezelf schoof een duitse man aan, je kunt het met 5 mensen spelen dus dat was prima. De bedoeling van het spel is om met je poppetje (of in dit geval pop) via aangelegde planken over het water als eerste de overkant te bereiken. Iedere speler heeft 6 planken van verschillende lengte en een aantal actie kaarten. Je mag 5 kaarten uitkiezen en op speelvolgorde leggen (inderdaad net als roborally). Om planken aan te mogen leggen moeten er eerst stenen in het water worden gelegd. Er mogen nooit meer dan 3 planken op een steen rusten, en je mag de plank die je kiest niet van te voren meten. Past het niet, dan valt de plank in het water en ben je hem kwijt. Omdat er ook flink wat pestkaarten bij zitten weet je nooit of het je lukt om alle 5 kaarten uit te voeren. Het spelsysteem werkte eigenlijk heel goed. Het was echt spannend om te zien wat de anderen gedaan hadden dat je niet per ongeluk in het water zou lopen i.p.v. op een plank te stappen. Het werd aan het eind echt spannend, maar ondanks een familieverbond waarbij de arme Duitser maar liefts drie draken tegen zich kreeg in 1 ronde (= beurt overslaan) wist hij toch als eerste de overkant te bereiken. Een heel leuk familiespel, alleen niet geschikt voor tere zieltjes die niet tegen een fiks pestelement kunnen (nee we noemen geen namen).

Bij de Blackrock stand vonden we een statafel met daarop Piratoons. We kregen enthousiaste uitleg over dit biedspel. Je begint met een voor- en achtersteven van een piratenschip. Iedere ronde kan je je poppetjes inzetten op stukken die midden op tafel worden gelegd. Verlengstukken van het schip, stukken mast, relling, patrijspoorten, luiken, bemanningsleden. Bij gelijke stand gaat de derde er mee heen of als die er niet is krijgt niemand dat stuk. Voor de poppetjes die je niet hebt ingezet krijg je muntstukken. Die kan je later weer gebruiken om de stukken die zijn blijven liggen via een veiling te kopen. Het gaat in dit spel vooral om snelheid, maar je kunt niet klakkeloos overal je poppen op zetten, lege patrijspoorten, masten e.d. kunnen nml ook strafpunten opleveren. Schakel dus op tijd over van het vergroten van je schip naar het vullen van de onderdelen op je schip. Alweer een leuk familiespel dus, met wel een beetje ingewikkelde puntentelling op het eind.

Bij de Queen Games stand hebben we twee expansies van Escape zombie city aangeschaft, en Gert een dikke stapel in de aanbieding.

Na de lunchpauze vonden we iedereen weer bij .... Pictopia. Een disneyquizz. Eigenlijk wildem we snel doorlopen maar een aardig meisje vroeg of we een potje wilden spelen en aangezien er ook niet zoveel is dat we met z’n allen konden doen gingen we zitten. Op iedere kaart staan 4 Disneyfiguren afgebeeld. Bij iedere kaart horen 4 verschillden vragen, sommige vragen zijn individueel, anderen zijn groepsvragen, afhankelijk van waar de actieve speler op het bord komt. De actieve speler leest de vraag voor en de rest van de groep kan dus stappen op het bord winnen. De speler zelf mag met een dobbelsteen gooien om vooruit te komen. Het bleek heel behoorlijk gesteld met onze Disneykennis, al kende Jurre wel echt de meeste, en viel het dus reuze mee, het eerste kennisspel dat je met alle leeftijden kan spelen.

Het volgende spel waar we aan konden schuiven was een racespel: rush bash. Een hilarische wedstrijd met autotjes die om stenen en bommen heen moeten slalommen. Je positie in de race bepaald of je normale of hele sterke kaarten krijgt. Iedere beurt speel je een kaart waarbij je vaak twee dingen kan doen, altijd natuurlijk een aantal plaatsen vooruit, maar soms ook het wegtorpederen van obstakels onderweg, een ruk aan het stuur of het leggen van een bom achter je om tegenstanders te stoppen. Je mag ook tegen andere auto’s opbotsen, die dan een schadepunt krijgen. Ben je al je drie levens kwijt, dan moet je terug naar het laatste checkpoint, maar krijg je wel een extra eiegenschap doordat je een ster hebt gekregen. Deze eigenschap mag je maar 1x gebruiken, Je kunt ook wachten op je tweede of derde ster om zo een nog betere actie te kunnen gebruiken. De koppositie wisselde bij ons sterk af en in de finale leek Gerlach te gaan winnen, hij kwam echter net te kort waardoor Gert een paar bommen om hem heen kon leggen die hem in 1x naar het checkpoint terug bliezen. Maar ook Gert eindigde net voor de finish. Jurre kwam een heel eind en als laatste was ik, helemaal achteraan. Maar ik had 3 sterren gespaard en blies 15 plaatsen vooruit en kwam daarmee tot ieders verbazing als eerste over de finsh. Een erg leuke spellensnack, waarbij veel gelachen kan worden.

Sufste spel van de dag was push a monster, dat ik samen met Jure probeerde. Op een plateautje liggen een paar monsters. Een dobbelsteen bepaald welk monster je via een plankje en een stok op het plateau erbij moet schuiven. Voor de monsters die er af vallen krijg je strafkaarten. Wie aan het eind van het spel de meeste monsterkaarten heeft is de verliezer. Saaaaaaaiiii, was het oordeel van Jurre en ik kan dat alleen maar be-amen.

Op weg naar Mysterium kwamen we langs drie magier waar een tafeltje vrij was om Särge Schubsen uit te proberen. Een memorie reactiespelletje waarbij je als eerste je vampieren in een kist moet zien te krijgen en die kisten moet zien te lozen. Alle vampieren hebben een kleur en symbool. Als deze overeenkomen met een van jouw kaarten dan sla je zo snel mogelijk op de knoflook. Ben je de eerste dan mag je je vampier omdraaien. Je moet nu onthouden welke symbolen de vampier heeft, want er mag niet meer gekeken worden. Als je weer als eerste weet te slaan mag je de kist weg leggen (als kleur en symbool juist zijn). Is het fout dan ligt je vampier weer open. Je mag ook kisten van vampieren van je medespelers terug draaien als je bij hun symbolen als eerste slaat, maar wij hadden moeite genoeg met het onthouden van de symbolen van onze eigen dracula’s. Jurre vond het een leuk spel, de rest was niet zo enthousiast.

Het werd nu toch wel echt tijd om in de rij te gaan staan bij Mysterium, aangezien meerderen dit toch echt wilden spelen. Marc en ik gingen nog even op koopjesjacht. Terug bleken ze al te zijn begonnen. Het zag er werkelijk fantastisch uit en de gezichten stonden erg enthousiast. Marc en ik vroegen ons af waar het te koop was, want we hadden het niet zien liggen. Bij een kraam met Mysteriumposter gingen we binnen kijken, maar geen spel meer te vinden. Marc vroeg aan een man van de stand of het nog te krijgen was en tot onze verbazing zei hij dat hij voor ons de laatste doos uit de container ging halen, maar dan moesten we wel even wachten. Onder het wachten belden we met de spelers, Jurre riep dat het vet was en dat ik het moest kopen, meer heb ik natuurlijk niet nodig. Na zo’n 5 minuten kwam de man terug met een stapel van 6 dozen Mysterium ,waarvan wij er twee kregen. Verlekkerd vroegen andere mensen of ze ook een exemplaar mochten: nein zei de man, die gaan terug in de kluis. En weg waren ze. Wij gingen snel naar de kassa waar ze verbaasd uitriepen waar komen die vandaan, o ze zijn helmaal koud uit de contanier dus. Vraag me niet waaraan we dit te danken haddden, we vroegen het extact om 5.42, we waren de 1000e vragers ik weet het niet. Maar we waren er erg blij mee.

Na Mysterium gingen Jurre en ik met een volgepakte metro op weg naar het station, waar de trein uiteindelijk niet bleek te gaan en we via Vierssen en Venlo moesten reizen. In Vierssen was de trein naar Venlo al vertrokken. De uitbater van het enige zaakje wat nog open was keek even vreemd op toen er ineens allemaal Nederlanders in zijn zaak gingen zitten en spellen gingen doen. Wij begonnen met een reisgenoot die we ook al van de heenreis kenden aan Mysterium, dat Jurre ons kon uitleggen. Het is een mix tussen Cluedo en Dixit. De spelleider is een spook dat via prachtig geillustreerde kaarten aanwijzingen geeft over eerste de dader, als je die geraden hebt de plek des onheis en uiteindelijk het moordwapen. Het zit heel leuk in elkaar en beloofd een topper te worden. Op zondag hebben we het al 3 x gespeeld.


vrijdag 16 oktober 2015

Recensie: Broom Service


In 2008 verscheen onder het Alea-label van Ravensburger het excellente kaartspelletje Wie Verhext. Dit spel werd zelfs genomineerd voor de Spiel des Jahres, maar moest toen Keltis voor laten gaan. Wie Verhext is in 2015  omgetoverd (geupgrade) tot het bordspel Broom Service en werd wederom genomineerd voor de Spiel des Jahres (in de categorie expertspellen) én wist de jury dit keer wel te betoveren en ging er dus met de winst vandoor.

In Broom Service zijn de spelers heksen die toverdrankjes maken en afleveren bij hun klanten. En om dat te doen halen ze alles uit de kast, zelfs toverspreuken die het weer beïnvloeden zodat zelfs de zwaarste onweersbui niet voorkomt dat ze hun taak uitvoeren.

Het spel bestaat uit zeven rondes en in iedere ronde kiezen de spelers vier van de tien mogelijke acties uit. Deze acties staan op kaarten afgebeeld. Er zijn vier groepen van kaarten: de verzamelaars (die verzamelen de drankjes), de heksen (die vliegen naar de juiste gebieden), de druïden (die leveren de drankjes af) en de weerfee (die onweersbuitjes wegtovert).

Vervolgens kiest de startspeler een van zijn kaarten uit. Deze kaart kan hij laf spelen of moedig. Als je een kaart laf speelt, dan mag je vervolgens de bijbehorende actie uitvoeren. Als je de kaart moedig uitspeelt, moet je afwachten of anderen deze kaart ook hebben gekozen en hem moedig willen spelen. Er kan namelijk maar één speler moedig zijn en dat is de laatste speler die claimt moedig te zijn. De moedige speler krijgt naast de actie die de laffe speler heeft uitgevoerd altijd nog iets extra’s (extra punten, extra drankjes). Het is dus heel fijn om moedig te zijn, maar ja, het is niet zonder risico’s. Als je pech hebt en iemand anders is moediger, dan krijg je helemaal niets.

En alsof het niet al moeilijk genoeg is om de juiste rollen te kiezen en te beslissen of je laf of moedig bent, moet je ook nog rekening houden met het bord waarop de acties worden uitgevoerd. Sommige afnemers (degenen die in ronde torens wonen)  willen maar één keer een drankje en wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Ook onweerswolken laten zich maar één keer wegtoveren. En om het nog moeilijker (en leuker) te maken moet je er ook nog rekening mee houden dat kaarten niet altijd in de volgorde gespeeld worden die jij wilt. Het kan zo maar zijn dat je van plan was eerst een paars drankje te laten brouwen om vervolgens naar de bergen te vliegen en daar het drankje af te leveren, maar dat de eerste kaart de kaart is waarmee je het drankje af mag leveren. Aangezien je moet volgen, is je hele plan nu in deugen gevallen en is het te hopen dat je een plan B (en C en D) achter de hand hebt.

Tijdens het spel verzamel je punten door drankjes af te leveren. Bovendien wordt er elke ronde een gebeurtenissenkaart opengedraaid die vaak ook extra punten toekent aan spelers die aan de voorwaarden van die kaart voldoen (bijvoorbeeld minder dan vijf drankjes op voorraad hebben of je speelfiguur in het bos hebben staan). Aan het eind van het spel worden nog punten vergeven voor het aantal onweersbuien dat je weg getoverd hebt. Wie dan de meeste punten heeft wint het spel.

...en de waardering

Wie Verhext vind ik leuk en Broom Service doet daar wat mij betreft zeker niet voor onder. De kern is hetzelfde (welke kaarten kies je, in welke volgorde speel je ze en wanneer durf je het aan om moedig te zijn), maar door het bord krijgt het spel nog een hele nieuwe dimensie. Nu moet je ook nog opletten waar je speelfiguren staan om te bepalen wat je mogelijkheden zijn en wie je in de gaten moet houden. De beslissingen die je neemt, zijn op het scherpst van de snede en dat maakt dat Broom Service een super spannend spel is. Enig nadeel is dat er zo veel is om over na te denken dat trage spelers de boel op kunnen gaan houden (je kan blijven nadenken als je wilt). Het spel werkt goed met alle spelersaantallen, zelfs met twee (al speel ik het het liefst met vier of vijf spelers).  Broom Service is wat mij betreft dan ook een terechte winnaar van de Spiel des Jahres expertspellen.







Auteur: Andreas Pelikan & Alexander Pfister
Uitgever: Ravensburger, 2015
Aantal spelers: 2-5
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 60-90 minuten
Prijs: 40 euro

maandag 12 oktober 2015

Spiel 2015: de foto's

 Een foto zegt meer dan duizend woorden, dus vandaar dat ik in dit  (laatste) verslag over Spiel 2015 nog een aantal foto's met jullie wil delen die Anton en ik dit jaar hebben gemaakt. 

Alleerst een aantal foto's van spelauteurs en - illustratoren die op Spiel aanwezig waren om hun spellen te promoten, contacten te leggen met uitgevers en misschien zelf ook nog wat te spelen. 
Friedemann Friese valt niet te missen!
Antoine Bauza en Bruno Cathala signeren hun co-prouctie 7 wonders duel. Peter Hein heeft dit spel gekocht dus we wachten zijn oordeel af. 
Heike Risthaus legt hier ons haar spel Blindes Huhn uit. 
Gaeton Noir is de illustrator van Celestia en zet niet alleen zijn handtekening in de doos maar maakte er hele tekeningen bij (leuk, maar je moest daardoor wel wat geduld hebben)
Andreas Pelikan met zijn spel Isle of Skye.


Op spiel merk je ook altijd weer dat het uitleggen van een spel enige oefening vraagt. We hebben dit jaar gelukkig geen hele slechte uitleggers gehad en wel een paar heel goede. 

De uitlegger van New York 1901 maakte op mij vooral indruk door zijn looks. Gevalletje back to the seventies, toen alle vaders er ook zo bij liepen. Alleen de broek met wijde pijpen ontbrak nog. 
 Dit was de beste uitlegger die we getroffen hebben. Ondanks zijn Beierse accent, wist hij ons het complexe Steam Time vlot en met de nodige humor uit te leggen. Van dit soort uitleggers kan je er niet genoeg hebben. 


Uitgevers doen hun best om hun stands mooi aan te kleden. Jammer genoeg waren er dit jaar geen selfie-vakjes, maar desondanks hebben we een paar mooie kiekjes kunnen maken. 
 Hier doet Spinderella van Zoch een graai in de rugzak van Coen. 

 En hier probeert een coole pinguin Anton een kaartspelletje aan te smeren. Het is hem niet gelukt! Volgende keer beter. 

En natuurlijk zou Spiel, Spiel niet zijn zonder de nodige verkleedpartijen. 
Een elfje 
 Een stormtroeper
Geen idee wat dit waren, maar het lijkt me bloedheet om in zo'n pak rond te lopen. Ze roken nog fris toen we de foto maakten, maar ik kan me niet voorstellen dat dat aan het eind van de dag nog zo geweest is.  
 In de auto op de heenreis had ik verteld dat ik clowns niet leuk vond, dus toen er een clown ballonnen stond te vouwen, vonden de heren dat ik er mee op de foto moest. 
Ook buitenaardsen waren op de beurs te vinden.  
Waar is het verkleedfeestje? Hier is het verkleedfeestje.  
Een joker zijn op een spellenbeurs is dan wel weer toepasselijk. 
En ten slotte mijn favoriet Tattoo Bob in Sneeuwwitje jurk. Ik zie hem helemaal voor me in de metro op weg naar de beurs. 

Wat ook leuk is aan de beurs is dat je af en toe bekenden tegenkomt op de beursvloer. Altijd handig om even te vragen wat zij gespeeld hebben en wat ze er van vonden. 
Een bekende uit het Delftse spellencircuit.
Spellenpretters Saskia en Paul
Roger en Frank kwamen we ook meerdere keren tegen. Zelfs in het Natuurvriendenhuis bij het ontbijt 

Dit zijn wat losse foto's van zaken die mij opvielen.
Spiel zou Spiel niet zijn zonder koopjes. Ook dit jaar waren er stands waar grote stapels wat oudere spellen tegen zachte prijsjes naar een nieuwe eigenaar lagen te lonken. 
Dit vind ik zo lomp, gewoon weglopen als je een spel uitgespeeld hebt. Het is een kleine moeite om het spelmateriaal weer even op te ruimen en klaar te leggen voor de volgende groep.  
Behalve spellen zijn er ook nog wat andere zaken te koop op Spiel, zoals boeken. Ik vond het bordje bij deze doos met boeken wel intessant. Het is voor mij inderdaad een horror-scenario om dit soort romannetjes te moeten lezen, maar of dat nou de boodschap was?
In het afgelopen jaar hebben Niek en ik een nieuwe eetkamertafel gekocht. Natuurlijk moest een tafel zijn waar goed aan gespeeld kan worden (dus vlakke bovenkant en geen spleten waar spelmateriaal in kan vallen). Maar dat je baas boven baas hebt, blijkt wel uit deze tafel. Je kan een luik wegschuiven waaronder je het spel kan leggen en in de zijkant van de tafel zitten gleuven waar je handig bakjes in kan hangen waar je extra spelmateriaal in kan doen. 
In de vloer van hal 7 zaten meerdere van dit soort luiken. Heel fascinerend, wat zou er onder zitten, een heel gangenstelsel waardoor je kan ontsnappen?


Een blogje over Spiel moet natuurlijk eindigen met de stapel spellen die mee naar huis zijn gegaan.