woensdag 30 december 2015

Recensie: Ticket to Ride: United Kingdom en Pennsylvania

In 2004 kwam Ticket to Ride op de markt. Dit spel was onmiddellijk een succes en is geliefd bij zowel mensen die af en toe eens een spelletje doen  als bij verwende veelspelers. Een spel dat zo succesvol is vraagt natuurlijk om varianten en uitbreidingen en Days of Wonder heeft dan ook bijna elk jaar wel één of meerdere Ticket to Ride producten op de markt gebracht. Alleen in 2010 sloegen ze een jaartje over. Wat ik heel knap vind is dat Days of Wonder er in slaagt om het niveau van de varianten en uitbreidingen hoog te houden. Er zit nog geen enkele flop tussen. In 2015 kwam Days of Wonder met een hele grote uitbreiding, namelijk met een dubbelzijdige kaart met op de ene kant Het Verenigd Koninkrijk en aan de andere kant Pennsylvania.  

Days of Wonder heeft zich er niet makkelijk afgemaakt door alleen nieuwe kaarten uit te brengen, maar beide varianten hebben nog iets extra’s waardoor ze weer heel anders spelen dan de vorige Ticket to Ride spellen. Ik zal de beide varianten dan ook apart bespreken.

Bij de Verenigd Koninkrijk variant worden de spelers (maximaal 4) voor het eerst geconfronteerd met techniek en vergunningen. Aan het begin van het spel mogen de spelers alleen routes van 1 of 2 lengte claimen in Engeland. Als je ook langere routes wilt bouwen of in de andere landen van het Verenigd Koninkrijk dan moet je daarvoor investeren in techniek en vergunningen. Aan het begin van iedere ronde mag je een techniek- of vergunningskaart kopen waardoor je iets extra’s mag. Deze kaarten moet je betalen met jokers (de prijs varieert van 1 tot 4 jokers). Gelukkig zitten er extra jokers in de stapel, maar zelf dan nog blijven ze wel zo schaars dat je niet alles kan doen wat je wilt.


Bij de Pennsylvania variant moeten de spelers (maximaal 5) ook investeren, maar dit keer in aandelen van treinmaatschappijen. Dit klinkt complexer dan het is. Naast bijna alle routes op het bord staan één of meer aandelen afgebeeld. Als je zo’n route claimt dan mag je één van de bijbehorende aandelen kiezen. Bij de puntentelling krijg je dan ook punten voor de aandelen. Op de aandelenkaarten staat aangegeven hoeveel punten de speler krijgt die de meeste (en op één na meeste, enz.) aandelen van die soort heeft. De aandelen zijn genummerd en als meerdere spelers evenveel aandelen van een bepaalde soort hebben, dan wint de speler die als eerste een aandeel van die maatschappij heeft gekocht.

...en de waardering

Days of Wonder is er wat mij betreft weer in geslaagd om een leuke uitbreiding voor Ticket to Ride uit te brengen. Vooral de Pennsylvania-variant vind ik heel erg leuk omdat je met dezelfde moeite meer krijgt. Routes bouw je toch al en dan krijg je er gewoon een aandeel bij. Als je een beetje oplet welke aandelen je daarbij kiest, dan kan je daar flink wat extra punten mee scoren. Deze variant waardeer ik met 4 pionnen.

De Verenigd Koninkrijk variant vind ik ook leuk, maar deze heeft wel een groot nadeel. Je moet heel goed opletten welke technieken en vergunningen je nodig hebt voor een bepaald stukje spoor en daarbij zie je zo maar wat over het hoofd omdat voor sommige routes je wel drie extra kaarten nodig hebt (voor bijvoorbeeld een ferry-route in Schotland van een lengte 3 heb je de concessie nodig om in Schotland te mogen bouwen en de technieken voor een lengte drie route en het mogen maken van een ferry route). Omdat er zo veel verschillende kaarten zijn, is het lastig om het overzicht te bewaren. In de potjes die ik gespeeld heb ging er dan ook altijd wel ergens een keer iets mis. Ik vind deze variant daardoor iets minder leuk en waardeer hem met 3 pionnen.

Maar de uitbreiding als geheel is zijn vier pionnen zeker waard. Je krijgt zeker waar voor je geld. In de doos zit namelijk niet alleen een nieuwe dubbelzijdige kaart, maar ook veel extra speelmateriaal.  Beide varianten zijn leuk, al heb ik dus wel een voorkeur voor de Pennsylvania variant. 







Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2015 
Aantal spelers: 2-5
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 45-90 minuten
Prijs: 35 euro

dinsdag 29 december 2015

Recensie: Elvis Yahtzee


In een relatie is het geven en nemen. En dus gaat Niek soms mee naar spellenbeurzen en spellenwinkels en ga ik op mijn beurt mee naar Elvis-evenementen en winkels (ja, die zijn er). Een paar weken geleden werd er in Hoogeveen een Elvis-fandag georganiseerd waar Niek graag naar toe wilde. Ik ging gezellig mee. Op de beurs waren veel kraampjes waar de nieuwste Elvis cd’s te koop waren (ja, die zijn er), optredens, een veiling, een tombola én een bingo. Jullie zullen begrijpen dat mijn spellenhart sneller begon te kloppen. Iedere bezoeker had een bingo-formulier gekregen bij binnenkomst en kon dus gezellig mee bingoën. Zo’n kans laat ik natuurlijk ook niet aan me voorbij gaan. Er waren drie prijzen te winnen: een set ansichtkaarten, een Elvis-vrachtwagen én een heuse Elvis-Yahtzee. En raad eens waar ik mee naar huis ging….

Elvis Yathzee “shake rattle and roll” lijkt heel erg op gewoon Yahtzee. Het grote verschil is dat op de custom made dobbelstenen Elvis gerelateerde plaatjes staan (zoals zijn gitaar, zijn Rock&Roll-houding, zijn handtekening). De getallen (1 t/m 6) staan nog net heel klein afgebeeld in een hoekje van de dobbelsteen.

Tijdens je beurt mag je drie keer met de dobbelstenen gooien, je mag daarbij zoveel dobbelstenen opnieuw gooien als je wilt. Na drie keer gooien moet je het doen met wat je gegooid hebt en daar een combinatie mee vormen (zo veel mogelijk 6-en, een straatje, een full house, etc.). Als je geen geldige combinatie hebt gegooid, dan moet je een vakje wegstrepen. Na 13 rondes is je briefje vol en kunnen de punten geteld worden. Hierbij zijn bonussen te krijgen als je in het bovenste deel van het formuliermeer dan 63 punten hebt gescoord. Verder kan je flinke bonussen krijgen als je meer dan één keer een Yahtzee hebt gegooid (5 keer hetzelfde symbool).


Wie de meeste punten heeft wint en mag zich een dag de king of dice & roll noemen. 

...en de waardering

Yahtzee is zo’n klassieker die iedereen wel eens gespeeld heeft. Ik kan me herinneren dat ik dit als kind heel veel met mijn moeder deed en ik heb ook een keer een vakantie op Terschelling Yahtzeeënd doorgebracht. Het is een spel waar je hoopt op gelukt en er ondertussen het best van probeert te maken. Het heeft weinig om het lijf, maar stiekem vind ik het eigenlijk best leuk om te doen (guilty pleasure). Er zijn (zo ontdekte ik op Boardgamegeek) heel veel verschillende thema-versies van dit spel en ze zijn waarschijnlijk allemaal net zo leuk als good old yahtzee met gewone dobbelstenen. Ik vind de Elvis editie wel goed geslaagd voor een thema-editie. Het spelmateriaal ziet er gelikt uit en het is briljant dat de subtitel van deze editie (shake, rattle and roll) verwijst naar een Elvis-hit maar tegelijkertijd een hele goede beschrijving is van wat je tijdens het spel doet: dobbelstenen schudden zodat je tegen elkaar hoort botsen en dan gooien.







Uitgever: USAopoly, 2009 
Aantal spelers: 1 tot 6 
Leeftijd: vanaf 8 jaar 
Speelduur: 30-60 minuten

vrijdag 25 december 2015

Recensie: Pandemic Legacy


Op Spiel 2015 was mijn belangrijkste doel om een doos van Pandemic Legacy te bemachtigen. Pandemie behoort tot mijn favoriete spellen en een legacy variant klonk mij dan ook als muziek in de oren. Een legacy variant wil zeggen dat de basis van een spel wordt gebruikt om er een verhaal om heen te bouwen dat je door middel van het spelen van scenario’s beleefd. Het ene spel begint daarbij waar het vorige eindigde en zo ontvouwd langzaam het verhaal. (lees gerust deze recensie, ik ga geen verrassingen verklappen)

Pandemic Legacy begint als een normaal potje Pandemie. Er zijn vier virusuitbraken en de spelers moeten die zien te beheersen en geneesmiddelen ontdekken om te voorkomen dat de mensheid uitsterft. Alle regels zijn hetzelfde als in Pandemie (zie de recensie van Pandemie als je niet bekend bent met dit spel). De spelers kruipen dus ook in de huid van een karakter en elk karakter heeft zijn eigen bijzondere eigenschap (mag iets dat de anderen niet mogen). In Legacy hebben de karakters paspoortjes en word je uitgenodigd om de karakters aan het begin van het spel een naam te geven en die naam in het paspoort te schrijven (inderdaad je schrijft met niet uitwisbare inkt op het spelmateriaal).  Mijn spelgroepje heeft bijvoorbeeld de generalist Janine Modale genoemd (de vrouwelijke variant van Jan Modaal) en de arts heet George House (afgeleid van George “ER” Cloony en de serie House).

Als er een outbreak plaatsvindt in ene stad, dan moet je een (niet verwijderbare) sticker op het bord plakken bij die stad. De eerste keer is dat nog niet zo erg (de stad is onstabiel geworden maar verder verandert er nog niets), maar als er vaker uitbraken plaatsvinden dan wordt het steeds moeilijker om zo’n stad te bereiken (je kan er bijvoorbeeld niet meer naar toe vliegen of je moet zelfs extra kaarten afleggen om de stad binnen te lopen). Als een karakter in een stad is als er een outbreak plaatsvindt, dan komt het karakter er ook niet ongeschonden uit. Je moet dan een scar-sticker kiezen en in het paspoort van het karakter plakken. Op deze sticker staat een vervelende eigenschap en ieder karakter kan maximaal 2 scars oplopen. Als een karakter een derde scar oploopt, dan gaat het karakter helaas dood. Je moet dan het paspoort van het karakter verscheuren en verder spelen met een ander karakter. De stickers zitten vast op het bord en in de paspoorten en neem je dus mee als je het spel een volgende keer verder speelt.

In de doos zit een stapel Legacy-kaarten. Op bepaalde momenten van het spel (vaak aan het begin of eind van een scenario) moet je kaarten van deze stapel lezen. Door middel van deze kaarten wordt het verhaal verteld en het spel verandert doordat de regels net anders worden of je nieuwe mogelijkheden krijgt. In de doos zitten allemaal spannende zwarte doosjes en kartonnen Dossiers (soort van adventkalenders met vakjes waar iets achter zit verstopt). Op bepaalde momenten in het spel moet je zo’n doosje of vakje open maken.


Aan het eind van een scenario mag je altijd twee upgrades kiezen (dit mag je doen of je nou wint of verliest). Je hebt verschillende soorten upgrades. Je kan bijvoorbeeld een event-sticker plakken op een city-card waardoor deze kaart vanaf dan niet alleen speelbaar is als een stadskaart maar ook als gebeurteniskaart. Verder kan je op de plaats waar je een onderzoeksstation hebt gebouwd een sticker plakken die aangeeft dat het onderzoeksstation permanent is (het volgende spel begin je al met een extra onderzoeksstation). Je kan ook een karakter op bijscholingscursus sturen waardoor hij nieuwe mogelijkheden krijgt (je plakt dan de bijbehorende sticker in het paspoort van het karakter). De laatste optie is dat je een virus dat je in het spel had uitgeroeid laat muteren (je plakt dan een sticker op het bord met de positieve mutatie die er voor zorgt dat het virus in de toekomst makkelijker aan te pakken is). En de eerste keer dat je een virus uitroeit, mag je het ook een naam geven (door op het bord te schrijven).

In Pandemic Legacy zitten 12 scenario’s (vernoemd naar de maanden van het jaar). Als je een scenario wint dan mag je door naar het volgende scenario. Als je een scenario de eerste keer verliest, dan mag je het nog één keer proberen en als het dan weer niet lukt dan moet je toch verder naar de volgende maand. Het is heel normaal om af en toe te verliezen, soms zelfs meerdere keren achter elkaar. Maar voor teams die het echt zwaar hebben, is er hulp onderweg. Als je vier keer achter elkaar verliest, dan mag je doosje 8 open maken voor extra hulp.

...en de waardering

Laat ik maar met de deur in huis vallen: vijf pionnen is te weinig voor dit spel. Pandemie vind ik al een fantastisch spel, maar dit spel doet er nog een schepje bij. Het is echt leuk om het verhaal ontdekken en je wilt echt weten hoe het verder gaat (het is net zo verslavend als een goede spannende serie waar je het nooit bij één aflevering kan laten en het voor je weet ver na middernacht is).  Ik vind het ook echt leuk dat je het spel beetje en beetje vormt doordat je de karakters namen geeft en door de upgrades langzaam het spel beetje bij beetje verandert. Het is ook een bijzondere ervaring om op een spel te moeten schrijven of spelmateriaal te moeten vernietigen (dit is dus geen spel dat je tweedehands moet kopen). En oe! wat is het leuk als je zwarte doosjes of vakjes open mag maken (denk Kerst, Sinterklaas, je verjaardag, Valentijnsdag, Oud & Nieuw en Pasen tegelijkertijd).

Ik raad wel aan om dit spel met een vaste groep ervaren spellenliefhebbers te spelen omdat het verhalende karakter van het spel dan het best tot zijn recht komt. Doordat er continue kleine en grote dingen veranderen in het spel is het denk ik  wel vooral geschikt voor ervaren spelers. Je moet verder niet te veel tijd tussen een paar sessies laten zitten omdat je anders misschien kleine (nieuwe) regels vergeet. Maar als je dat doet, dan heb je gegarandeerd een toptijd!







Auteur: Matt Leacock en Rob Daviau
Uitgever: Z-Man Games, 2015 
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 13 jaar
Prijs: 50 euro
Speelduur: 60 minuten

zaterdag 5 december 2015

Recensie: Qwixx Big Points

De eerste uitbreiding (Qwixx Mixx) van Qwixx beviel mij niet heel erg. Maar omdat ik Qwixx wel echt heel leuk vindt, en de tweede uitbreiding maar een paar euro kost, heb ik me toch laten verleiden om de tweede uitbreiding aan te schaffen. Deze uitbreiding heet Big Points en de vraag is of hij ook Big fun oplevert.

De uitbreiding bestaat uit een nieuw scoreblok (met natuurlijk nieuwe regels). Het eerste wat opvalt is dat het blok flink groter is dan het blok van Qwixx of de blokken van de eerste uitbreidingen. De reden hiervoor is dat er niet 4, maar zelfs zes rijen met cijfers op het blok staan.

Naast de standaard rode, gele, groene en blauwe rijtjes, staan er namelijk nog twee extra rijtjes op het vel. Eéntje tussen geel en rood (met half geel en half rode bolletjes) en één tussen groen en blauw (met half groen en half blauwe bolletjes).

Het spel zelf blijft hetzelfde, er komt alleen een extra mogelijkheid bij. Als je namelijk voor de tweede keer een getal van een bepaalde kleur mag aankruisen, dan mag je het getal in geel/rode of groen/blauwe rijtje aankruisen. Dus stel je hebt al de gele 3 aangekruisd, en er wordt nog een keer een 3 gegooid (of je kan in je eigen beurt een drie maken met behulp van een witte en een gele dobbelsteen), dan mag je de 3 in het gele/rode rijtje aankruisen. Hierbij geldt natuurlijk wel weer dat je de getallen van links naar rechts moet aankruisen en dat als je dus een getal overslaat, je deze later niet alsnog mag aankruisen.

Bij de puntentelling tellen de kruisjes in de geel/rode rij mee voor zowel de gele rij als voor de rode rij (en de groen/blauwe rij werkt hetzelfde). Je zal daardoor dus veel meer kruisjes hebben en daardoor hoger scoren (tot maximaal 120 punten per kleur). De speler met de meeste punten wint natuurlijk.

...en de waardering


De eerste uitbreiding bracht mij niet het speelplezier dat ik had gehoopt. Van deze uitbreiding leerde ik dat het moeilijk is om een uitbreiding te maken voor Qwixx die net zo leuk is als het origineel. De  tweede uitbreiding laat gelukkig zien dat het niet onmogelijk is om toch nog een leuke variant van Qwixx te bedenken. Het is met recht de Big versie van Qwixx. Het spel verandert eigenlijk niet, het duurt alleen net iets langer doordat je wat meer getallen kan aankruisen (die anders wellicht een misworp zouden zijn geworden) en je kan daardor flink meer punten scoren. Hier is echt niets vervelends aan te ontdekken. Deze uitbreiding kan mijn goedkeuring daardoor zeker dragen. Het is gewoon Qwixx met een plusje. Als je Qwixx met plezier speelt, dan zal je dit spel ook met plezier spelen. 







Auteur: Steffen Benndorf
Uitgever: White Goblin Games, 2015
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: 8 jaar
Speelduur: 15 minuten
Prijs: 5 euro

vrijdag 4 december 2015

Recensie: Spyrium

 In 2005 verscheen het door Wiliam Atta ontworpen spel Caylus, een gortdroge workerplacer. Dit spel sloeg al snel aan bij spellenliefhebbers all over the world en won een berg prijzen waar je u tegen zegt (waaronder de Deutscher Spiele Prijs). In 2007 kwam nog een kaartspel-variant van Caylus uit (Caylus Magna Carta), maar afgezien van twee kleine spelletjes die niet veel stof hebben doen opwaaien, verschenen er geen nieuwe spellen van William Atta, totdat op Spiel 2013 Spyrium werd gepresenteerd. Ook dit spel is redelijk onopgemerkt gebleven. De vraag is of dat terecht is.

Wat Spyrium deelt met Caylus is dat het wederom een gortdroog spel is. Thematisch speelt het zich af in een soort steampunk-achtige wereld. Spyrium is een mineraal met allemaal bijzondere eigenschappen en is dan ook bijzonder gewild in deze wereld. In het spel speelt het krijgen en verkopen (voor geld of punten) van Spyrium dan ook een belangrijke rol.

Het spel wordt over verschillende rondes gespeeld. Iedere ronde worden negen kaarten in een 3*3 opstelling neergelegd. Vervolgens bestaat een ronde uit twee fases: in de eerste fase plaats je poppetjes op het bord en in de tweede fase haal je ze weer van het bord af. Spelers mogen zelf weten wanneer ze overstappen van fase 1 naar fase 2 en kunnen er dus voor kiezen om niet al hun poppetjes te plaatsen maar in plaats daarvan eerder te beginnen met het terughalen van de poppetjes.

Bij het plaatsen van de poppetjes moet je ze tussen twee kaarten in zetten. Bij het terughalen van de poppetjes mag je kiezen wat je met het terug gehaalde poppetje wilt doen. Je kan hem geld laten verdienen, je krijgt dan net zo veel geld als er andere poppetjes om de kaart waar de pop aan stond staan (je moet kiezen welk van de twee kaarten je bekijkt). De andere optie is dat je met het poppetje een kaartactie uitvoert van een kaart waar hij aanligt. Er zijn verschillende soorten kaarten, sommige geven het recht om een actie uit te voeren (pak geld, pak spyrium-kristallen, krijg punten). Deze kaarten kunnen door meerdere spelers geactiveerd worden (als er maar een poppetje naast staat). Andere kaarten kan je kopen en zijn daarna van jou. Vaak geven deze kaarten de mogelijkheid om een extra actie uit te voeren (een kaart met een mijn levert je bijvoorbeeld extra spyrium op).

Als je een pop terughaalt om een kaartactie uit te voeren, dan moet je daarvoor net zo veel geld betalen als er poppen van anderen om de kaart heen staan. Tijdens het spel wil je dus vaak aan de ene kant graag poppen vroeg terughalen zodat je er veel geld voor krijgt (want nog veel andere poppen die op het bord staan), maar aan de andere kant worden interessante kaarten daardoor weer goedkoper voor de andere spelers.

Na 6 rondes is het spel afgelopen en wie dan de meeste punten heeft wint.

...en de waardering

Spyrium is een degelijk liefhebbersspel voor de hardcore gamer. Het is een toegankelijk spel met weinig regels die ook nog logisch in elkaar zitten waardoor ze goed te onthouden zijn. Maar het is wel een heel pittig spel, dat op het scherpst van de snede gespeeld wordt. Je komt altijd van alles te kort, je wilt altijd meer dan je kan en de aantrekkelijke acties worden in rap tempo voor je neus weggekaapt. Je moet dus een goed plan hebben en tegelijkertijd flexibel in kunnen spelen op de veranderende omstandigheden. Ik vind dit daardoor een lastig spel om te waarderen. Aan de ene kant is het spel echt heel goed, maar aan de andere kant is het wel een spel vol frustratie doordat er zo veel mis kan gaan. Ik speel zelf liever spellen die iets vriendelijker zijn, maar dat is echt een smaakdingetje. Ik vind het spel te goed om het geen 4 pionnen te geven, maar wil er wel graag de waarschuwing blij plaatsen dat je er tegen moet kunnen dat het er hard aan toe gaat in dit spel. Als je daar niet van houdt (of niet tegen kan), dan zou het zo maar kunnen dat een potje Spyrium een frustrerende ervaring gaat worden.








Auteur: William Atta
Uitgever: Asmodee, 2013 
Aantal spelers: 2-5
Speelduur: circa 45-90 minuten
Leeftijd: vanaf 13 jaar
Prijs: circa 25 euro

woensdag 2 december 2015

Maandoverzicht: november 2015 (Dagmar)

 

Ook november was weer een topmaand op spellengebied. Niet alleen kwam er 27 keer een spel op tafel, ook wist ik nog flink wat spellen te verkopen waardoor er nu lekker veel ruimte in mijn spellenkasten is. Het spellenspektakel viel een beetje tegen (ik was een beetje ziek), maar aan het eind van de maand heb ik nog een volle dag spellen kunnen doen met Peter Hein, Anton en Coen dus dat maakte veel goed.

Het leukste nieuwe spel (by far) was Pandemic Legacy. Pandemic Legacy is een variant van Pandemic waar je een serie van scenario’s speelt. De uitkomsten van een scenario zijn van invloed op de volgende keren dat je het spel speelt. En dit gebeurt op nogal extreme wijze. Zo moet je (niet verwijderbare) stickers op het bord plakken, schrijven op kaarten of zelfs kaarten verscheuren. Op bepaalde momenten in het spel krijg je nieuwe instructies waardoor het spel verandert. Ik wil het speelplezier van groepen die nog moeten beginnen niet verpesten, dus ik houd het bewust vaag wat er gebeurt maar het is echt super gaaf en leuk.  Omdat dit een spel is waar je niet even over nieuw kan beginnen (de stickers zin al  geplakt, de kaarten verscheurd) is het slim om met een vaste groep te spelen. Ik heb drie collega’s gestrikt om met mij een interventie-team te vormen om dit avontuur aan te gaan. Onze eerste poging verliep nog niet heel succesvol, maar ik moet met het schaamrood op mijn kaken bekennen dat dat mijn schuld was. Ik had een regel verkeerd gelezen waardoor we in te veel steden blokjes bijplaatsten bij een epidemie-kaart. Je mag elk scenario twee keer proberen en de tweede keer waren we echt maar een haar verwijderd van winst. Met de juiste regels hadden we zeker gewonnen. Morgen gaan we weer verder spelen dus ik hoop dat we dan wel gaan winnen.

De andere spellen die ik deze maand voor het eerst speelde waren:
  • Qwixx Big Points: een kleine variant op Qwixx met grote gevolgen. Leuk!
  • Cherry Picking: een interessant kaartspelletje waar je fruit, mandjes en ladders verzameld die ieder op hun eigen manier worden gewaardeerd. Leuke filler.
  • Daxu: tweepersoons spelletje waarin het draait om “denk jij wat ik denk dat jij denkt dat ik denk”. Best aardig.
  • Favor of the Pharaoh: dobbelen om de gunst van de farao, afhankelijk van de uitkomst van je worp krijg je weer meer dobbelstenen voor de volgende keer,  best aardig maar niet zo leuk als ik had gehoopt.
  • RevoltaaA: een typisch Kniziaans kaartspelletje waarin de badeendjes het opnemen tegen de robots, een beetje vreemd maar wel lekker.
  • Terra: party/kennis-spel waarin aardrijkskunde en geschiedenis centraal staan, het kon mij niet echt bekoren
  • Träxx: lekker, simpel, toegankelijk, licht puzzelspelletje dat me goed beviel.


Van de Gouwe Oude spellen die op tafel kwamen was Kraków 1325 AD de meest opvallende. Dit spel had ik in 2009 voor het laatst gespeeld en kwam eindelijk weer eens op tafel. Het is een beetje schizofreen kaartspel waar je aan de ene kant samen met een partner probeert punten te scoren ten koste van een ander team, maar waar je tegelijkertijd een geheime rol hebt die je ook zo goed mogelijk wil laten scoren. Het kan dus zijn dat het beter voor je geheime rol is om het andere team te laten winnen, maar tegelijkertijd wil je dat ook niet want het is wel het andere team. Het spel is ook nog eens ontzettend mooi om te zien. Het enige minpuntje is dat het wel een beetje lang duurt als je het voor het eerst doet. Maar als je het vaker speelt met dezelfde groep dan moet het steeds beter gaan. Ik heb me prima vermaakt met deze hernieuwde kennismaking. Leuk om die weer eens onder het stof vandaan te hebben gehaald.


En deze maand speelde ik voor het eerst de nieuwe editie van Mysterium. Ik heb de Poolse editie (Tajemnicze Domowostwo) al heel vaak gespeeld en was erg benieuwd naar de veranderingen die zijn doorgevoerd in de nieuwe internationale editie. De verandering die het meest opvalt is het spelmateriaal. Alles heeft een make-over gehad. Zelf vind ik de stijl van Tajemnicze Domowostwo net iets leuker, maar dat is een kwestie van smaak. Wat ik wel een grote verbetering vind, is het scherm dat het spook krijgt om de kaarten in te stoppen die de paragnosten moeten raden. In Tajemnicze Domowostwo had je gewoon stapeltjes kaarten voor je liggen en moest je die dus telkens oppakken om te kijken wie ook al weer wat moest raden. Een scherm werkt een stuk prettiger. Verder is een kleine verandering doorgevoerd in de spelregels. De spelers mogen met fiches aangeven of ze denken dat de andere spelers goed of juist fout gokken. Als je dit goed doet, dan verdien je punten op het “helderziendheids-spoor”. Hoe hoger je hier scoort hoe meer kaarten je in de slotronde te zien krijgt om de echte dader te ontmaskeren. Deze extra regels hadden van mij niet gehoeven, het voegt vooral gedoe toe en weinig pret. En wat ik heel storend vind is dat de fiches waarmee je de herlderziendheids-score moet bijhouden echt ieniemienie klein zijn. Als je die los in de doos stopt, dan zij ze gegarandeerd binnen de kortste keren weg (die van mij zitten dus nu in een ziplockje). Maar welke editie je ook speelt, dit is gewoon een heel sfeervol topspel. Ik hoop dan ook dat de Sint en de Kerstman dit spel deze maand op veel plaatsen zullen afgeven. 

zaterdag 21 november 2015

Recensie: Isle of Skye:from chieftain to king

Looks can be deceiving! Zo ook bij Isle of Skye. Als je dit spel voor het eerst ziet dan denk je dat je met een Carcassonne-kloon te maken hebt, maar als je het spel gaat spelen kom je er al snel achter dat andere spelmechanismes in dit spel veel belangrijker zijn dan het leggen van tegels. Isle of Skye is namelijk vooral schatplichtig aan Kingdom Builder en biedpellen.

In Isle of Skye bouw je met vierkante tegels een landschap waar je punten mee probeert te verdienen. Nou denk je vast, ja maar, het leek toch niet op Carcassonne en dit klinkt exact als Carcassonne. Dat klopt. De overeenkomst houdt hier namelijk op doordat je op een heel andere manier aan tegels en punten komt.

Aan het begin van iedere ronde (nadat de spelers geld hebben gekregen) trekken alle spelers drie tegels. Eén daarvan gooien ze weer terug in de zak en de twee andere leggen ze achter hun eigen spelersschermpje neer. Vervolgens bepalen de spelers de prijs voor deze tegels. Daarna mogen de spelers omstebeurt één tegel kopen van de andere spelers (je moet je tegels dus niet te hoog prijzen). De tegels die je over houdt, mag je vervolgens zelf houden, maar je moet er wel de prijs voor betalen die je zelf gesteld hebt (je wilt je tegels dus ook weer niet te hoog prijzen).

Vervolgens bouw je je tegels aan in je koninkrijkje. Iedereen start met een tegel met een kasteel en daaromheen moeten de tegels passend worden aangelegd (de landschappen dan, dat wegen in het niets eindigen of vanuit het niets beginnen, boeit niemand). En daarna worden er punten vergeven.

Waarvoor vraag je je nu af? Dat weet ik ook niet. Elk potje is namelijk anders. Er zijn zestien verschillende tegels die bepalen waarvoor je punten krijgt en daarvan worden er elk spel maar 4 gebruikt. Soms krijg je punten voor het aantal schapen in je koninkrijk, soms juist voor wie de meeste schepen heeft of voor wie de meeste afgemaakte landschapselementen (meren, bergen, weilanden heeft). Op het centrale bord staat aangegeven welke elementen in welke ronde gewaardeerd worden. Elk element komt drie keer aan bod.

Naast deze tussentijdse tellingen, kan je ook aan het eind van het spel nog punten verzamelen. Op sommige tegels staat namelijk een banderol met daarop nog iets waar je punten voor krijgt (boerderijen, whisky-vaten, dieren). En als je banderol ook nog in een landschapselement ligt, wat is afgemaakt, scoor je zelfs dubbel.

... en de waardering


Isle of Skye is me erg goed bevallen. Het spel duurt maar vijf rondes, maar in elke ronde moet je lastige keuzes maken. Welke tegels doe je terug in de zak, welke prijs vraag je voor de tegels die je wel houdt, koop je een tegel en zo ja welke dan en waar leg je je nieuwe tegels neer. Keuzes, keuzes, keuzes. Het spel werkt prima met twee, maar wat mij betreft geldt bij dit spel: hoe meer spelers, hoe beter omdat met meerdere spelers er de kans bestaat dat van één speler beide tegels worden gekocht (en dus zwemt in het geld voor de volgende ronde waardoor hij zijn tegels dan duur kan prijzen en/of de beste tegel kan kopen)  en iemand anders juist beide tegels overhoudt (maar waarschijnlijk weinig geld meer heeft).  Ik vind het knap dat ondanks de korte speelduur (maar vijf rondes, het is echt voorbij voor je het door hebt), zo veel spanning en speelplezier zit. Dit is geen spel waar je even rustig op gang kan komen, je moet meteen vol aan de bak. Maar ik heb daar nog niemand over horen klagen! 







Auteur: Alexander Pfister en Andreas Pelikan
Uitgever: Mayfair Games, 2015
Aantal spelers: 2-5
Speelduur: circa 60 minuten
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Prijs: circa 30 euro


woensdag 11 november 2015

Spellenspektakel 2015 (Dagmar)



Ik had er zin in dit jaar. Het plan was om op zaterdag te gaan omdat ik zelf zondag jarig zou zijn. Op zaterdag zouden flink wat spellenvrienden en – vriendinnen de beurs bezoeken en ik keek er naar uit om met hen ergens een potje te spelen. Op de overzichten met spellen die gedemoot werden zag ik interessante titels staan. Helaas liep het anders.

De dagen voor het spellenspektakel werd ik namelijk geveld door een griepvirus. Op zaterdag had ik al wel weer de weg naar boven gevonden, maar helemaal top was ik zeker nog niet. Maar na een hoop wishfull thinking  gingen Niek en ik toch op pad. Net als vorig jaar reden namen we de verkeerde afslag voor de parkeergarage (er is geen aparte parkeergarage voor het beursgebouw, maar je moet in de parkeergarage van de Bijenkorf gaan staan, maar dat waren we even vergeten). Maar de tweede poging slaagde. We waren rond half 11 bij de ingang en we konden meteen doorlopen naar de kassa en stonden dus in no time binnen.

Bij binnenkomst kregen we meteen een goodiebag in onze handen geduwd met daarin onder andere een puzzel, een bouwsetje én een kortingsbon voor zuiderspel. Vooral met de kortingsbon was ik blij, dus die heb ik veilig opgeborgen (en nu maar hopen dat ik niet vergeet waar). De andere puzzels en bouwsetjes zagen er goed uit, maar is toch meer iets voor kinderen. Ik heb onze setjes dan ook weggegeven met een collega met jonge kinderen en die was er erg blij mee.

Zelf liepen we met drie tassen te sjouwen. Twee daarvan waren bestemd voor GraSpAc (of te wel voluit: gratis spellen actie), een organisatie die spellen inzamelt voor kansarme jongeren zodat die ook af en toe een spelletje kunnen doen. Voor zo’n goed doel wil ik best wat spellen doneren die ik toch zelf niet speel. Ik had op internet gelezen dat het inzamelpunt ergens bij de ingang was, maar ik zag niets. Gelukkig werd ik geholpen door een vriendelijke vrijwilliger van Bordspelmania die even voor me uitzocht waar het inzamelpunt was (in de entree, recht tegenover de jassen).

Nadat we onze spellen hadden afgegeven kwamen we Peter Hein, Wendy en hun kinderen tegen. Wendy had ook een tas voor GraSpAc en had ook al lopen zoeken waar ze ze af kon geven. Snel bracht zij ook haar spellen weg. In de goodiebags van Peter Hein en zijn dochters zat een dubbel exemplaar van de puzzel (er waren drie verschillende), dus ze wilden weten welke wij hadden. Gelukkig hadden wij het voor hen ontbrekende exemplaar en konden we dus ruilen. Met zijn zevenen een plek zoeken om een spel te spelen, leek ons geen slimme zet, dus we besloten te splitsen en Niek en ik gingen op zoek naar een plek om een spel te doen.

Het viel ons op dat de tafels al goed gevuld waren, maar bij de stand van White Goblin Games vonden we nog een leeg tafeltje met het tweepersoonsspel Daxu. Snel schoven we aan en al snel kwam een Goblin ons het spel uitleggen. Het is een spel waar iedere ronde drie kaarten worden verdeeld. Beide spelers hebben vier kaarten waar ze mee aangeven wat zij vinden dat er met de kaarten moet gebeuren (zelf krijgen, weg geven, het tegenovergestelde doen van wat de ander wil of juist de ander zijn zin geven). Het doel is nou eens niet om de meeste kaarten te hebben maar om net iets meer kaarten dan de ander te hebben, maar zeker niet heel veel meer kaarten (want dan krijg je strafpunten). Iedere ronde moet je je dus afvragen of je de kaarten zelf wilt of liever weggeeft en vervolgens hoe je dat het beste bereikt. Als je kaarten wilt hebben kan je natuurlijk gewoon de zelf krijgen kaart spelen maar als de ander dan de het tegenovergestelde doen speelt, dan krijg je de kaarten dus niet. Je bent dus de hele tijd aan het inschatten wat de ander gaat doen zodat je dit zo kan manipuleren dat jouw wensen uitkomen. Niek was hier beter in dan ik en vermaakte zich kostelijk om mijn licht gefrustreerde gezicht als hij mijn plannen weer eens wist te dwarsbomen. Ik vond het ook best een grappig spelletje. De kern is echt het inschatten wat de ander denkt en daar op reageren, maar die ander doet hetzelfde en dat zorgt voor chaos in je hoofd. Ik ervaar dat als een redelijk hoge geluksfactor (soms gok je goed, soms niet), maar misschien is dat omdat ik een slechte verliezer ben………

Tijdens het spelen kwam Diederik nog even een praatje met ons maken. Hij vertelde dat het helaas niet gelukt was om Codenames op tijd voor de beurs geleverd te krijgen. Gelukkig waren er nog wel twee demo-exemplaren zodat het spel alvast geprobeerd kon worden, maar kopen zat er nog niet in. Ik hoor veel goede dingen over dit spel en wil het graag eens proberen.  Naar verwachting ligt het eind november in de winkel, dus ik moet nog even geduld hebben.

Na ons potje Daxu zagen we een lege tafel aan de andere kant van het pad bij Terra. Ik was wel benieuwd naar dit spel omdat het een party-kennis-game van Friedemann Friese is. Snel schoven we aan. Er schoven nog twee mannen aan zodat we het spel met zijn vieren konden doen. In Terra krijg je elke ronde drie vragen rondom een bepaald onderwerp. Op het bord moet je vervolgens aangeven wat de goede antwoorden zijn. Een van de onderwerpen was bijvoorbeeld de Amazone en daarbij hoorden de vragen (i) door welke gebieden stroomt deze rivier, (ii) hoe lang is de rivier en (iii) wat is het oppervlak van deze rivier. Je hebt wedstenen die je neerlegt op het bord waar een wereldkaart op is afgebeeld en drie sporen met cijfers. Op ieder vak mag maar één steen liggen, maar je krijgt ook punten voor stenen die op aangrenzende vakken liggen. Zelf wist ik vaak nog wel waar op de kaart iets was of had ik een vaag idee van jaartallen, maar heb ik meer moeite om lengtes en hoogtes te schatten. Ik vind het een beetje suf dat op elk vak maar één steen mag liggen, de beginspeler heeft hierdoor een enorm voordeel voor zaken die maar in één gebied voorkomen (voor goede antwoorden krijg je meer punten dan voor de aangrenzende vakjes). Ik kan me voorstellen dat voor de laatste groepen van de basisschool dit nog best een leuk educatief spel is om tijdens de aardrijkskundeles te doen. Zelf vond ik het niet echt leuk. De locatievragen waren te makkelijk, de periode-vragen wist ik soms en de lengtes wist ik nooit. Ook de anderen waren niet echt enthousiast over dit spel.

Tijdens het spel was ik nog even heen en weer gelopen om de derde tas met spellen te legen. Daar zaten namelijk spellen in die ik had verkocht en waarvoor ik om 12 uur op de stand van BSM had afgesproken voor de overdracht. Beide kopers wist ik vlot te vinden en beide verkopen werden vlot afgehandeld. Dit was daardoor (en door de donatie aan GraSpaC) de eerste beurs waarna er minder spellen in mijn kast stonden, dan daarvoor.

Niek en ik besloten dat het tijd was voor de lunch en dus gingen we naar het restaurant op de eerste verdieping. Ik vond het fijn om even uit de drukte en warmte te zijn. Na de lunch gingen we weer op zoek naar een plek om wat te spelen, maar overal was het vol en druk. En dat trok ik toch niet zo heel erg goed. We besloten dan ook om te gaan afronden. Ik heb nog wel even 7 wonders duel gekocht omdat de beursprijs daarvan wel heel aantrekkelijk was (de rest van de prijzen waren normaal en voor de tweedehandsspellen zelfs hoog). Gelukkig kwamen we Peter Hein, Wendy, Saskia, Lody en Ronald tegen zodat ik hen nog even gedag kon zeggen. Ik vond het echt jammer dat het niet meer lukte om een spel te doen, maar ik was afgeragd (stomme nasleep van de griep) en dus was het helaas tijd om af te taaien.


Ik ben uiteindelijk dus maar een uurtje of twee op de beurs geweest. Het was goed te merken dat het veel drukker was dan vorig jaar. Dat is een goed teken voor de hobby. Het viel me ook op dat er relatief veel gezinnen met (jonge) kinderen op de beurs waren en dat de beurs was. Op de beurs was ook genoeg voor deze groep te doen doordat er veel familiespellen werden gedemoot en voor de echte kleintjes was zelfs een heuse kinderopvang met kinderactiviteiten. Het is knap van de organisatie dat ze het spellenspektakel in een paar jaar weer naar deze hoogte hebben weten te takelen. Ik hoop wel dat de beurs niet veel verder groeit (tenzij het vloeroppervlak evenredig meegroeit), want de topjaren wat betreft bezoekersaantallen waren wat mij betreft niet de topjaren wat bezoek-pret (te druk, te warm, te lawaaïg). Ik heb de data voor volgend jaar in ieder geval vast in mijn agenda gezet, hopelijk ben ik dan wel helemaal fris en fruitig waardoor ik de hele dag naar de beurs kan. 

zondag 1 november 2015

Maandoverzicht oktober (Dagmar)


 

Dat oktober een goede spellenmaand is geworden, zal niet als een verrassing komen. In oktober ben ik twee heerlijke dagen naar Spiel geweest, ben ik naar Spellenpret geweest, heb ik een spellenavond op kantoor georganiseerd en heb ik tussendoor nog met een aantal spellenvrienden afgesproken voor een middagje/avondje spellen doen. Ik heb deze maand dan ook 16 nieuwe spellen voor het eerst geprobeerd (bijna allemaal verse Spiel-oogst).

Mijn meest gespeelde spel was wederom Splendor. Deze maand heb ik dit spel aan mijn beste vriendin geleerd en het was weer een instant hit. We speelden het meteen vier keer achter elkaar en het staat nu op haar verlanglijstje voor Sinterklaas.

Voor mijn eerste indrukken van de spellen die ik Spiel speelde, verwijs ik graag naar mijn blogjes: hier, hier en hier! En voor Qwinto naar mijn recensie: hier!

Verder speelde ik deze spellen voor het eerst:

Hearts of Atrraction: Gimmick of spel, that’s the question. In dit spel liggen hartvormige magneten op tafel. Als je aan de beurt bent pak je één magneet en die schuif je over de tafel in de hoop dat er zo veel mogelijk andere magneten aan vast klikken. Als je te hard schuift en magneten van tafel vallen, dan mogen die door de andere spelers met hun magneten gevangen worden. Als alle hartjes gevangen zijn, wint de speler met de meeste harten. Een spelletje duurt maar een paar minuten (vol hilariteit) en heeft een hoge nog een keer factor. Ik heb me hier prima mee vermaakt en zou het best nog eens willen doen.

Isle of Skye: één van mijn Spiel-aankopen. Dit spel heeft het goed gedaan op Spiel (het haalde zelfs de Fair Play lijst). Ik heb het spel inmiddels drie keer gedaan en het is een heel leuk spelletje dat spelmechanismes op een interessante manier mixt. Het is tegelijkertijd een legspelletje, een biedspelletje en dat met iedere keer andere scoremanieren. Het spel duurt maar zeven rondes en is daardoor vliegt het voorbij. Voor een spel dat zo kort is, zit het bomvol interessante keuzes. Het speelt prima met twee, maar met komt beter tot zijn recht met meer spelers. Op dit spel ben ik voorlopig nog niet uitgekeken.

Royal Goods: het nieuws dat dit kleine kaartspelletje leuk was, ging als een lopend vuurtje rond op Spiel. Het was dan ook in no time uitverkocht. Het is een spelletje waarin weer eens goederen moeten worden geproduceerd, maar wel met een leuke twist. In het midden van de tafel worden een aantal kaarten met grondstoffen opengedraaid die iedereen mag gebruiken. Vervolgens moet je beslissen met welk van je fabrieken je wilt produceren. Vervolgens worden er nog een aantal kaarten opengedraaid. Met een beetje geluk liggen alle grondstoffen er die je nodig hebt, zo niet dan moet je ze uit je hand aanvullen. Je moet dus een beetje gokken, een beetje plannen en een beetje geluk hebben. Een spel dat zo positief ontvangen wordt, wordt vast binnenkort wel opgepikt door een Nederlandse uitgever. Als het snel gebeurt, dan is dit een perfect schoencadeautje voor een spellengek!

Between two Cities: dit is het spel met de leukste pionnen dat ik deze maand heb gezien. In het spel zitten namelijk pionnen in de vorm van gebouwen. Ik was het Colosseum in mijn potje, maar had ook de Eiffeltoren  of een Pagode kunnen zijn. De spelers bouwen tussen de verschillende gebouwen steden. Iedere ronde krijg je een aantal tegels en die mag je verdelen over de twee steden die aan je grenzen. Vervolgens worden de steden op verschillende manieren gewaardeerd. Je bouwt dus samen met de buren aan dezelfde stad. Met zijn drieën wint de speler die niet  aan de goedkoopste stad ligt. Ik vond dit een grappig spel om een keer gedaan te hebben. Met zijn tweeën zal het niet werken, dus ik zal het niet aanschaffen, maar ik wil het met alle plezier nog eens proberen.

The Builders of Antiquity: spellen over het oude Egypte trekken altijd mijn aandacht omdat ik Niek met dat thema altijd goed kan paaien. Op dit kleine blikje staat de Sphinx prominent op de voorkant, maar omdat ik de tekeningen lelijk vond, heb ik dit spel verder genegeerd. En dat had ik misschien niet moeten doen want ook dit is weer een leuk, klein, vlot kaartspelletje. Je huurt bouwlieden in met verschillende vaardigheden. Die kan je vervolgens aan gebouwen laten werken. Je moet dus een beetje opletten dat je bouwplannen aansluiten bij de capaciteiten van je werkvolk. Je kan ze eventueel nog op cursus sturen, maar dat is wel prijzig!

Ciúb:  vorig jaar hadden Peter Hein, Anton en Coen dit spel al op Spiel gedaan. Ik had tegen die tijd vierkante oogjes en heb dus alleen gekeken en ik snapte er niets van. Dit jaar kocht Coen het spel en hebben we het ’s avonds gespeeld. Er wordt een hoop in gedobbeld in de hoop bepaalde combinaties te gooien om daarmee kaarten te kopen. Ik vond het best een aardig spelletje, maar te lelijk om het zelf te willen hebben.

Discoveries: in dit spel wordt ook heel wat af gedobbeld, dit keer om landen, dieren en planten te ontdekken en daar vervolgens over te schrijven in je dagboek. Het was nog even puzzelen met de regels hoe alles nou precies werkte, maar al gaandeweg het potje begonnen de stukjes op hun plek te vallen en speelde het spel steeds vlotter door en werd het daardoor steeds leuker. Ik vind het lastig om hier een eerste oordeel over te vellen, maar ik vond het zeker leuk genoeg om het nog eens te willen proberen.

Toen ik thuis probeerde mijn spellen weer in de kast te stoppen, had ik een beetje een probleem: het paste niet meer. En dus vond ik dat ik in actie moest komen, want ik heb niets te klagen als het om kastruimte voor mijn spellen gaat (vijf stellingkasten). Ik besloot daarom op BoardGameGeek de spellen waar ik best afscheid van zou willen nemen aan te vinken. Dit lijstje heb ik eerst in mijn directe omgeving verspreid en op die manier heb ik al wat spellen weten te verkopen. Daarna heb ik het lijstje op het forum van Bordspelmania gezet en ook dat is niet zonder resultaat gebleven. Ik vind het allemaal best lastig (wat moet je vragen, hoe regel je de overdracht, wat doe je als meerdere mensen interesse tonen in hetzelfde spel), maar ben tevreden over het resultaat tot nu toe (de spellen passen weer in de kast en ik ben nog geen creeps tegen gekomen maar wel veel vriendelijke mensen).


Desalniettemin heb ik ook flink wat spellen nog niet verkocht en is wat reserve-ruimte in mijn spellenkasten best fijn. Mocht je interesse hebben, kijk dan eens hier, en stuur me een mailtje als je ergens interesse in hebt (spellengekdagmar@hotmail.com). Ik heb Nederlandse, Engelse en Duitse edities, maar houd op BGG niet bij welke editie ik heb, maar vraag het me gerust. Verder wil ik sommige spellen alleen in combinatie met elkaar verkopen (bijvoorbeeld de uitbreidingen van Mémoir ’44, BatteLore en Thunderstone). 

woensdag 28 oktober 2015

Recensie: Qwinto

 Qwinto is de opvolger van het succesvolle dobbelspel Qwixx. De overeenkomsten tussen deze twee spellen zijn groot: in beide staan dobbelen en cijferreeksen centraal. De grote vraag is natuurlijk: is het spelplezier van Qwinto ook net zo groot als dat van grote broer Qwixx.

In Qwinto werken de spelers aan drie oplopende cijferreeksen. Iedere speler  heeft een velletje van een notitieblokje voor zich liggen met daarop een oranje, gele en paarse rij die tijdens het spelen met cijfers gevuld gaan worden.

In een spelersbeurt gooit de actieve speler met zo veel dobbelstenen als hij wil. Vervolgens telt hij de gegooide getallen bij elkaar op. Als de actieve speler niet blij is met de uitkomst, mag hij één keer overgooien, maar daarna moet je het doen met de worp. Het gegooide getal mag vervolgens ergens in één van de reeksen worden geplaatst. Daarbij moet je wel op de kleuren van de gebruikte dobbelstenen letten, want je mag alleen in rijtjes het getal zetten waarvan de dobbelsteen is meegegooid. Als je dus met de gele en paarse dobbelsteen een  3 en een 4 gooit, dan mag een zeven ergens in het gele of paarse rijtje worden gezet. De rijtjes moeten bovendien netjes oplopend zijn en elk getal mag maar één keer voorkomen in een rij. Verder moet je er nog op letten dat in een kolommetje elk getal ook maar één keer voor mag komen.

De actieve speler moet het getal gebruiken en als dat niet kan, dan moet hij het vakje mislukte worp aankruisen (dit levert aan het eind van het spel minpunten op). De andere spelers mogen het getal gebruiken, maar dat hoeft niet.

Het spel is afgelopen zodra bij één speler twee rijen helemaal zijn ingevuld of als één speler zijn vierde mislukte worp heeft moeten erkennen. Vervolgens wordt bepaald wie de meeste punten heeft. Voor rijtjes die helemaal netjes zijn ingevuld krijg je het hoogste getal aan punten, voor rijtjes die niet geheel zijn ingevuld krijg je net zo veel punten als je getallen hebt ingevuld. Vervolgens zijn er punten te vergeven voor de kolommetjes waar alle drie de getallen zijn ingevuld en waar een honingraadvormig vakje in staat. Als je de drie getallen in zo’n kolom hebt ingevuld krijg je ook nog eens de waarde van het honingraadvormige vakje. Tenslotte wordt er per mislukte worp nog vijf punten afgetrokken. Wie dan de meeste punten heeft wint!

...en de waardering

Qwinto is zeker net zo leuk als Qwixx, misschien nog wel leuker. Het is een uitdaging om tegelijkertijd de rijtjes en kolommen helemaal vol te krijgen, het rechter getal zo hoog mogelijk te laten zijn en de honingraadvormige vakjes ook nog te voorzien van hoge waardes. In het begin is elk getal goed, maar al snel moet je getallen tussen twee andere zien te gooien. En dan is het de vraag met welke combinatie van dobbelstenen je dat het beste kan doen! Het spel speelt lekker vlot door en doordat iedereen het gegooide getal mag invullen, is iedereen continue bij het spel betrokken. Het spel werkt bovendien goed met zowel weinig als met veel spelers. Liefhebbers van dobbelspellen in het algemeen en Qwixx in het bijzonder, kunnen zich aan dit leuke tussendoortje geen buil vallen. Als ik White Goblin Games, was zou ik niet te lang wachten met het verkopen van extra scoreblokken, want dit spel is zo leuk dat het blokje wat in het doosje zit snel gevuld zal zijn.










Auteur: Uwe Rapp en Bernhard Lach
Uitgever: White Goblin Games, 2015
Aantal spelers: 2-6
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 15 minuten
Prijs: circa 8 euro