woensdag 27 februari 2013

iPhone: en iPad: Ascension

De app van Ascension wordt in de spellenwereld alom geprezen voor zijn gebruiksgemak en vormgeving. Het is een van de soepelst spelende spellen die ik ben tegengekomen. Ascension is een deckbuilder: je trekt vijf kaarten van een stapel, gebruikt deze kaarten om onder andere nieuwe kaarten van te kopen, zodra je trekstapel leeg is wordt deze geschud en vormt de nieuwe trekstapel. Op deze manier komen de kaarten die je koopt vanzelf weer terug.
Je hebt twee soorten “geld” op de kaarten staan. Runengeld om kaarten mee te kopen en Vechtgeld om monsters mee te verslaan. De app laat keurig zien welke kaarten je met de door jou gespeelde kaarten kan verslaan. Gekochte kaarten vertegenwoordigen een honor-waarde en verslagen monsters ook. Wie de meeste eer heeft, wint het spel.
In het spel wordt de een of andere epische stijd nagespeeld, maar eigenlijk is dit bijzaak. Wel een belangrijke bijzaak, omdat het thema terug komt in de vormgeving van het spel. Het spelsysteem had vast ook met My Little Pony’s gemaakt kunnen worden, maar ik weet niet of het dan zo’n succes was geworden als het nu is.

Natuurlijk kan je het spel tegen de AI spelen, maar leuker is het om tegen een vriend te spelen via het Game Center. Je hoeft daarvoor niet op hetzelfde moment te willen spelen, je kan het spel na een zet rustig wegleggen en een dag later (als de ander heeft gespeeld) weer door gaan. Dit werkt prima, maar een potje kan zo wel heel erg lang duren. Leuker is het als je, net als bij een normaal spel, gewoon omstebeurt speelt en een potje op die manier in een half uurtje afhandelt.

Je kan ook meerdere potjes tegelijkertijd hebben lopen (zowel tegen verschillende als tegen een zelfde tegenstander). Bij andere apps (zoals Stone Age) moet je in zo geval via een menuknop, eerst weer naar een overzicht met je lopende potjes voor je een zet in een ander potje kan doen. Zo niet in Ascension, als je aan de beurt bent in een ander potje, dan krijg je na je zet de optie om direct naar dat potje te gaan. Dit werkt echt super fijn.

De app bevat een prima tutorial, maar als je het spel al kent, dan lukt het denk ik ook wel om te spelen zonder de tutorial te doorlopen. Het werkt redelijk intuïtief.

In de app koop je Ascension Chronicle of the Godslayer, maar via in app-purchases kan je ook de Return of the Fallen, Strom of Souls en een pak met promokaarten kopen voor nog meer verschillende kaarten en variatie. Je kan zelf bepalen of je met één van deze sets wil spelen, of dat je ze wil laten mixen.

De app heeft een paar voordelen boven het bordspel. Hij is bijvoorbeeld veel goedkoper, je hebt geen tafel nodig om te spelen (je hoeft niet eens in dezelfde ruimte te zijn) en hij neemt wat taken van je over zoals het schudden van de kaarten en het bijhouden van de punten waardoor je sneller kan spelen. Veel mensen geven dan ook de voorkeur aan de app boven het bordspel.

Ik vind Ascension een leuk spel en de app is zo gemakkelijk in het gebruik dat het spel nog soepeler speelt dan in de papieren versie. Ik vind deze app dan ook een aanrader. Wat niet wegneemt, dat ik ook echt mijn papieren versie nog wel op tafel zal zetten. Er gaat per slot van rekening niets boven de geur van een vers spel!

Naam: Ascension, Chronicle of the Godslayer
Prijs: Ascension Chronicle of the Godslayer EUR4,49 en via in app purchase: Return of the Fallen EUR 2,69; Storm of Souls EUR 3,59; Promocards EUR0,89
Waardering: 4 pionnen

woensdag 20 februari 2013

Bordspellen: het begin van het einde….

De ontwikkelingen op computer-gebied gaan razendsnel. Computers worden sneller, kunnen meer, worden kleiner en nemen op steeds meer gebieden taken over. Kijk bijvoorbeeld eens naar muziek. Je moet tegenwoordig echt je best doen om een platenzaak te vinden om een cd te kopen. Schijnbaar loont het uitbaten van zo’n winkel niet meer omdat mensen hun muziek online downloaden. Hetzelfde geldt voor de verkoop van dvd’s. Films en series kan je nu “on demand” downloaden bij je kabelbedrijf. Een ander gebied waarop het fysieke product het lijkt te gaan afleggen tegen de digitale variant is het boek. E-readers worden steeds beter en handzamer en steeds meer mensen stappen daarom over van papier naar pixels. Ik ben nog niet zo ver, maar vrees dat ik hopeloos ouderwets aan het worden ben.

Op spellengebied zie je nu vooral dat van succesvolle spellen, apps worden gemaakt waardoor je het spel ook op je tablet kan spelen. Het voordeel van een app is dat ze veel goedkoper zijn dan het spel zelf, dat je ze ook alleen kan spelen en dat je ze meestal ook online kan spelen tegen mensen die op een heel andere plaats zijn. Ik speel bijvoorbeeld regelmatig samen met Niek en Peter Hein een potje Stone Age. Dit kan gewoon terwijl Peter Hein in Delft is, ik thuis in Voorhout op de bank zit en Niek op zakenreis is in het buitenland. Helaas zit er geen chatfunctie in Stone Age, dus daarvoor gebruiken we dan What’s app.

Kosmos heeft recent aangekondigd dat ze apps gaan inzetten om bestaande spellen leuker te maken. Hoe dat precies gaat werken, weet ik niet. Maar ik kan me voorstellen dat je op bepaalde momenten tijdens het spel filmpjes kan laten zien (net als in computerspellen) die sfeerverhogend werken. Of misschien kan je wel een “augmented reality” maken waarbij je op je scherm ziet wat er op het bord gebeurd. Bijvoorbeeld dat je bij Catan je iPhone boven het bord houdt en dat als je dan de camera op de rover richt je in plaats van die zwarte pion je een echte rover ziet die je misschien nog wel een speltip geeft ofzo. Ik kan me tenslotte voorstellen dat de puntentelling soms overgenomen kan worden door de iPad.

De vraag is of alle online toepassingen, het bordspel zelf (net als bij cd’s, dvd’s en boeken) zal gaan verdringen. Ik hoop van niet. Ik vind het gezelliger om gezamenlijk aan tafel een spel te doen dan online. Je hebt meer contact met elkaar als je samen om de tafel zit. En dan is het leuker om een mooi bord, met mooie speelstukken op tafel te hebben staan dan om samen naar een tablet te staren. Ik vind het bovendien leuk om naar mijn spellenkasten te kijken en te zien welke spellen ik heb. En het downloaden van een app is in de verste verte niet zo leuk als de stanspret die een vers spel oplevert.

Ik denk dus dat de virtuele spellen een mooie aanvulling zijn op het ouderwetse bordspel. Ze hebben beide hun eigen functie en kunnen dus prima naast elkaar bestaan. Ik ben vast niet de enige die het liefst gewoon met andere spelers om een tafel zit en een echt spel doet, maar die bij gebrek aan medespelers of in de trein met veel plezier genoegen neemt met een spelletje op de iPad.

Ik verwacht wel dat spellenmakers meer gebruik gaan maken van de mogelijkheden om via apps iets extra’s te doen voor de kopers van een spel. Ik ben dan ook erg benieuwd wat Kosmos precies gaat aanbieden. Verder kan ik me voorstellen dat spelfabrikanten kopers van hun spellen gaan helpen met het uitvogelen van de regels door “tutorials” beschikbaar te stellen. Dit zou al heel makkelijk kunnen door de tutorials van bestaande apps beschikbaar te stellen. En wie weet kunnen de tutorials ook wel zo gemaakt worden dat die gebruikt kunnen worden om meerdere mensen het spel tegelijkertijd te leren. Dit zou de populariteit van spellen wel eens een zetje in de goede richting kunnen geven, aangezien voor veel mensen de spelregels een struikelblok zijn.

Ik voorzie dus zeker nog niet het einde van het bordspel, de spellenwinkel en de spellenavond! Ik ben benieuwd hoe jullie dit zien.

vrijdag 8 februari 2013

Gespeeld in januari

Januari staat natuurlijk in het teken van de goede voornemens. Mijn belangrijkste goede voornemen op spellengebied dit jaar is om vaker spellen te spelen die al in de kast staan, met de nadruk op spellen die ik al lang niet gespeeld heb of nog maar erg weinig. Wat dat betreft begon het jaar goed, want ik speelde acht keer zo'n spel. Gelukkig ging dat niet helemaal ten koste van nieuwe spellen. Maar van de drie die ik er speelde was de leukste er wel een die nog ongespeeld in de kast stond: Glen More.

Dit is een interessant tegellegspel dat het tijdmechanisme uit Thebes gebruikt. De spelers zetten een pion op een spoor waar ook de tegels komen te liggen. De achterste speler mag naar een tegel naar keuze springen en die nemen. Is hij dan nog steeds de achterste speler, dan is hij weer aan de beurt. Je kunt dus ver naar voren springen om een interessante tegel op te rapen, maar dan sla je er ook een heleboel over en ben je bovendien lange tijd niet aan de beurt. Verder heeft het spel wel interessante topologische aspecten (hoe organiseer je de tegels) een leuk combinatiespel. Met twee vond ik het al erg leuk, dus ik kijk wel uit naar het volgende potje.

Verder waren nieuw, van leuk naar minder leuk:

De Mol: een teamspel met verborgen rollen, waarbij de infiltranten (die elkaar kennen) proberen de missies van het verzet te dwarsbomen. Best een aardig psychologisch spelletje, maar het zit erg dicht tegen Kutschfahrt aan, dat toch echt een stuk leuker is (al komt dat met een oneven aantal spelers minder tot zijn recht).

Through the Ages: eindelijk mocht ik dan een keer de nummer 2 van Boardgamegeek spelen. Ja beste mensen, Puerto Rico is inmiddels naar een vierde plek gedegradeerd. Voor sommige mensen vast iets om schande van te spreken (en daar heb ik wel sympathie voor), maar het is vooral een weergave van een trend dat de doorsnee gebruiker van die site nu eenmaal een voorkeur heeft voor lange en complexe spelen met als het even kan een krijgshaftig thema. Dat laatste heeft TtA niet echt, maar lang en complex is het wel. Hoewel complex: het is vooral erg veel gedoe en administratie, zelfs in de introductieversie die ik speelde (dus nog zonder het door velen verguisde militaire systeem). Over de volledige regels kan ik dus geen oordeel vellen, maar na dit ene potje voel ik wel aan waar dat naar toe gaat: steeds langere beurten met steeds meer gereken om te kijken hoe je je mannetjes en grondstoffen nu weer het beste kunt inzetten. En oh ja, voor anderen is er in jouw beurt welgeteld niets te doen. Ik zie wat de fans er leuk aan vinden, voor mij is dit het type spel dat je het beste in je eentje op een computer of tablet kunt doen. Aan de andere kant zou ik hiervan de volledige versie nog wel eens willen proberen (zij het niet met de volle bezetting) en dat wil ik van het sterk verwante Roads & Boats niet zeggen.

Dan kwamen er natuurlijk gelukkig nog veel kastdochters op tafel, in volgorde van wanneer ik ze het laatst gedaan had:

Leeuwenhart: de familieversie van Löwenherz. Het biedproces is vervangen door een eenvoudig systeem van het kopen en verkopen van kaarten. Een stuk gestroomlijnder en daardoor de helft korter. Duidelijk meer gericht op families dan fijnproevers, maar er zijn genoeg fijnproevers die deze versie prefereren. Ik zie wel waarom en begin me af te vragen of het origineel dat extra uur speeltijd wel waard is. Eerst nog maar eens spelen :-)

Reef Encounter: nog steeds aardig, toch minder leuk dan ik me van de eerste keer herinnerde. Het opbouwen en daarna afbreken van de koralen is nog best een leuke puzzel, maar lieve heer, wat een gekunsteld spelsysteem is daarvoor nodig met larvenblokjes, algenblokjes, koraalkrachttegels en hoe die dingen allemaal ook mogen heten. Het spel wordt vaak vergeleken met Eufraat en Tigris. Dat moet ik maar niet doen, want dan valt Reef Encounter ernstig door de mand. Ik vond het leuk genoeg om nog eens te spelen, maar vrees toch wel voor het langetermijnspeelplezier.

Blue Moon City: Knizia in het genre waarin hij een meester is: stevige familiespellen waar de liefhebber ook nog wel wat uit kan halen. Dit heeft wel raakvlakken met Het achtste wereldwonder, waar je ook met z'n allen aan verschillende gebouwen werkt. Ook hier zit de winst weer in het oog voor detail en de juiste timing. Dit mag nog veel vaker op tafel komen.

Cathedral: in mijn studietijd deed ik regelmatig een snel potje Cathedral, maar erg diepgaand is het natuurlijk niet. Nu vind ik het vooral een mooi spel dat geschikt is om mijn kinderen kennis te laten maken met abstracte spellen. Als ze dit een beetje onder de knie hebben wordt het tijd voor Yinsh en consorten. Of wie weet wel go!

Rasende Roboter: dit is natuurlijk meer een puzzel dan een spel, maar wat voor één! Dit is wel het soort puzzel waar ik van houd. Je weet dat er een oplossing is, dat die ook bijna altijd minder dan twintig zetten bevat en toch kost het soms best moeite om die te vinden. Zelfs solo kan dat nog best aardig zijn, maar dan mis je natuurlijk de tijdsdruk van het spelen om de winst. Nog steeds een bijzonder origineel spel. Zie je wel dat er van het programmeren van robots in een fabriekshal best een leuk spel te maken is?

Wallenstein: Wallenstein is een lang spel. Vaak betekent 'lang' dat je een groeimotor moet opbouwen: eerst je positie uitbouwen, daarna punten pakken. Als je dat in Wallenstein probeert kun je het wel vergeten. Hier moet je vanaf het begin punten gaan pakken, maar natuurlijk wel zo dat je ze niet makkelijk kwijtraakt. Een gebied voorzien van meer dan twintig legers is natuurlijk best intimiderend, maar je kunt daarmee maar een paar keer een aanval uitvoeren voor het spel ten einde is. Opportunistisch spelen is het devies, en hopen dat de toren een beetje meewerkt. Nog steeds een leuke mix van El Grande en Risk.

Gespeeld in december

Tja, februari is alweer ruim een week onderweg, dus ben ik erg laat met het maandoverzicht van december 2012. Een erg spannende maand was het ook niet: 60 potjes verdeeld over 29 verschillende spellen, waarvan er één nieuw was: Trajan. En dat is dan automatisch het leukste nieuwe spel van de maand.

En was het leuk? Om maar met de deur in huis te vallen: Trajan is een onvervalste JASE, oftewel de zoveelste zielloze euro. Daar worden de de laatste jaren mee doodgegooid en Stefan Feld is de onbetwiste koning van het genre. Nu ben ik niet iemand die zweert bij aansprekende thema's, dus sommige zielloze euro's vind ik nog best te pruimen. Zo valt Hawaii voor mij net aan de goede kant van de scheidslijn, maar is Het Dorp een goed substituut voor slaappillen. Trajan viel na het eerste potje daar een beetje tussenin: ik weet nog niet wat ik ervan moet vinden. Het is natuurlijk weer een reuze knappe puntenoptimalisatiespreadsheet, maar ik slaag er niet in hier een overkoepelend spel in te herkennen. Eerder zijn het zes losstaande minispelletjes, die je afzonderlijk best had kunnen weglaten of vervangen door iets anders. Dat maakt het ook een onoverzichtelijk spel: de eerste keer deed ik maar wat en richtte me op twee à drie van de minispellen. En verloor kansloos. Inmiddels is het kwartje wat meer gevallen, maar sterke liefde zal ik voor dit spel waarschijnlijk niet gaan voelen. Het bevestigt in ieder geval mijn huidige houding ten aanzien van Feld: eerst spelen voor ik zo'n spel koop.

Van mijn kastdochterproject speelde ik slechts een titel en dat was Capitol. Dit is een oud meerderhedenspel van Alan Moon en destijds vaste partner Aaron Weissblum. Was best leuk om te doen, maar ik zou het waarschijnlijk niet missen in de collectie. In het genre zijn China/K&K, El Grande en San Marco toch stuk voor stuk leukere alternatieven.