maandag 28 januari 2013

Laatste indruk: Monopoly

Tijdens het lezen van het boek over Monopoly (zie mijn vorige blogje), begon het toch een beetje te kriebelen. Ik heb jarenlang met veel plezier Monopoly gespeeld. Pas toen ik moderne spellen begon te spelen (beginnend met het Catan kaartspel), kwam ik tot ontdekking dat spellen nog veel leuker konden zijn. Maar door het lezen over al die mensen in al die decennia die Monopoly fantastisch vonden, wilde ik het spel toch nog een keer een kans geven.

Een eerlijke kans welteverstaan. Dat betekende dat ik bij de basis ben begonnen: de spelregels. Ik weet niet wie de spelregels van Monopoly ooit heeft gelezen, maar ik niet. Ik heb het spel van mijn ouders geleerd en die hebben het ongetwijfeld ook weer van anderen geleerd, die op hun beurt vast ook nooit de spelregels hebben gelezen. In de loop van de tijd heb ik van vrienden ook nog wat “huisregels” geleerd die de speelvreugde tot nog grotere hoogte zouden brengen.

Mijn Monopolyspel is ook nog van mijn ouders geweest. Ik weet niet precies hoe oud het is, maar ik vermoed dat ze het ergens aan het eind van de jaren ’60 of begin van de jaren ’70 gekocht zullen hebben. De regels waren dan ook een beetje verouderd. Zo wordt het woord “vendumeester” gebruikt (veilingmeester in hedendaags Nederlands) en staan er nog heel wat keren het woordje “der” in de regels (bijvoorbeeld: treedt één der spelers….). Wat ik ook erg grappig vond was dat in de regels staat dat als er vijf of zes spelers meedoen, het gebruikelijk is dat één van deze spelers het beheren van de bank op zich neemt, maar verder niet meespeelt. Als je de bank was, dan was je dus eigenlijk een beetje de Bob avant la lettre. En natuurlijk werd er toen nog met guldens gespeeld. Het was grappig om te merken dat Niek en ik tijdens het spelen het woord gulden niet over onze lippen kregen, maar consequent euro zeiden. De euro is bij ons is bij ons dus in ieder geval goed ingeburgerd.

Ik bleek het spel inderdaad altijd verkeerd gespeeld te hebben. De eerste huisregel die ontmaskerd werd, was dat boetes e.d. gewoon aan de bank betaald moeten worden in plaats van dat ze in het midden van het bord worden gelegd en vervolgens opgeëist mogen worden door de speler die op vrij parkeren land. Het bleek ook niet waar te zijn dat als je op start land, dat je dan twee keer 20.000 gulden kreeg. Deze beide fouten zorgen er voor dat er te veel geld in omloop is, waardoor het spel gerekt wordt. Ook ben je niet verplicht om als alle straten zijn verkocht, net zo lang te ruilen tot alle straten van één kleur in het bezit zijn van één speler (en niemand dus meer losse straten heeft). De laatste grote fout was wat er gebeurd als iemand op een straat land die nog niet verkocht is. De betreffende speler krijgt dan eerst de keus om de straat voor het bedrag dat er op staat te kopen. Als hij dat niet doet, dan wordt de straat bij opbod verkocht (waarbij de speler zelf ook mag meebieden).

Het spel kan, zo bleek uit de regels, op twee manieren gespeeld worden. Je kan spelen totdat iemand alle andere spelers blut heeft gespeeld (en hij dus de monopolist is geworden) of je kan van te voren afspreken hoe lang je speelt en wie dan het rijkst is, heeft gewonnen. Niek en ik besloten dat we in principe tot een bepaalde tijd zouden spelen en dan zouden stoppen tenzij we beide door wilden spelen. Ik begon lekker doordat ik twee keer een straat kocht, waarop Niek de volgende beurt meteen landde. Na een aantal ronden spelen en wat ruilen had ik de ene helft van het bord (grofweg vanaf de Houtstraat in Haarlem tot de L. Poten in Den Haag) in handen en Niek de rest van het bord. Het spel ging redelijk gelijk op (ik betaalde Niek, Niek betaalde mij, we bouwden beide wat huizen). We hielden alleen beide te weinig geld achter de hand. Dit werd Niek fataal omdat hij de kanskaart “u wordt aangeslagen voor straatgeld; f 4.000 per huis; f 11.500 per hotel” trok. Om deze belasting te betalen moest hij ongeveer alles verkopen wat hij had en toen was het duidelijk dat ik zou winnen. We zijn toen maar gestopt. Als ik die kaart had getrokken, dan had Niek gewonnen omdat ik die belasting ook niet had kunnen opbrengen zonder mijn positie op het bord extreem te verzwakken.

Ik heb vanwege “good old times” nostalgie het spel met plezier gespeeld. Tegelijkertijd werd me nog duidelijker hoe ongebalanceerd het spel is. De kans en algemeen fonds kaarten zijn de grootste stoorzender. Als je pech hebt moet je enorme bedragen betalen, als je geluk hebt krijg je bakken met geld in je schoot geworpen. De dobbelsteen bepaald ook op welke vakjes je land en ook hiermee kan je geluk of pech hebben. Als je lekker vaak op je eigen vastgoed of neutrale vakken (drie van de vier hoeken) landt, dan gaat het spel een stuk makkelijker dan als je telkens op bezoek gaat bij je medespelers en dus huur moet betalen.

Tegelijkertijd bevat het spel op basis van de echte regels wel wat meer zinvolle keuzes dan hoe ik het spel altijd gespeeld heb. Zo is de keuze of je een straat voor de nominale waarde wilt kopen of het wilt laten veilen waarbij je zelf mag meebieden, een interessante. Hiermee kan je een andere speler een flinke poot uitdraaien als je het geluk (dat dan weer wel) hebt dat je net op die straat land die die speler graag wil hebben. Het is ook niet slim om maar alles te kopen waar je op land, sommige straten zijn beter om te hebben dan andere (Arnhem schijnt het beste rendement te hebben en de straten tussen de gevangenis en het vakje “ga naar de gevangenis” zijn ook interessant omdat er vaker op geland wordt).

Ondanks de lol die ik heb gehad tijdens het spelen van het spel, denk ik niet dat Monopoly nog eens uit de kast gehaald zal worden. Daarvoor blijft de geluksfactor toch te dominant, zeker gelet op de speelduur (als je eenmaal begint, wil je het toch gewoon uitspelen). Het was wel echt leuk om die oude doos (die zoals het hoort met tape is gerepareerd omdat de hoekjes kapot waren) weer eens op tafel te zetten. Het was leuk om het oude spelmateriaal te zien (kan iemand mij vertellen waar ik nog 7% rendement op aandelen kan maken?) en mijn tong te breken over de bedragen in guldens. Monopoly blijft dus lekker onderin mijn spellenkast staan en wie weet, mag hij over een jaar of tien nog een keer op tafel komen, for good old time’s sake. Het zou helemaal mooi zijn als ik het dan zou spelen met de vriendin waar ik het als kind ook mee speelde. Wie weet…

donderdag 24 januari 2013

Monopoly: the world’s most famous game

Een tijdje terug vond ik bij de Slegte een boek over de geschiedenis van Monopoly. Nou vind ik Monopoly een verschrikkelijk slecht spel (daarover in een volgend blog meer), maar ik vond het fascinerend dat je over een spel een heel boek vol kan schrijven. Ik heb het boek meegenomen en toen ik er in begon te lezen, heb ik het boek in één ruk uitgelezen. Ik had nooit verwacht dat je zo’n leuk boek over dat suffe spel kon schrijven.

De geschiedenis van Monopoly gaat inmiddels al meer dan een eeuw (!!!) terug. In 1903 zag het spel The Landlord’s Game het levenslicht. Dit spel is bedacht door Elizabeth Magie Phillips. Zij had dit spel uitgevonden omdat ze mensen op speelse wijze wilde overtuigen van haar (vaders) politieke ideeën over een eerlijke manier van belastingheffing (single tax systeem waarbij alleen belasting wordt geheven over grondbezit) en de schadelijkheid van sectoren die gemonopoliseerd waren. In het boek wordt de ontwikkeling van het spel, de mensen die daarbij een rol speelden en de betrokken uitgevers heel mooi in het tijdbeeld geplaatst waardoor je niet alleen wat opsteekt over de ontstaansgeschiedenis van Monopoly, maar meteen wat oppikt over de geschiedenis van mededingingswetgeving (beginnend met de Sherman Antitrust Act uit 1890).

In het boek staat ook het patent afgedrukt wat Elizabeth Magie Philips heeft aangevraagd voor haar spel. Als je dit leest, zie je meteen de overeenkomsten met Monopoly. De vorm van het bord, het doel van het spel, het gebruik van dobbelstenen. Zelfs de vakjes “Jail”, “Free Parking” en “Go to Jail” zaten al in haar spel. Het meest innovatieve idee van haar was dat je in het spel meerdere keren het bord rond moest racen in plaats van dat je een begin en eindpunt had. Het lukte Elizabeth Magie Philips echter niet om de grote uitgevers geïnteresseerd te krijgen in haar spel. Ze vonden het te complex, te lang duren en te veel concepten gebruiken die de mensen uit die tijd niet kenden. De uitgevers bedankten dus vriendelijk voor de eer.

Dit wil echter niet zeggen dat het spel niet gespeeld werd. Het spel werd namelijk wel door een paar kleine uitgevers uitgebracht en vooral door mensen zelf (na)gemaakt. Het spel belande ook op universiteiten waar studenten het namaakten en vervolgens, na afstuderen, weer mee naar huis terug namen. Verschillende mensen voegden elementen toe om het spel aantrekkelijker te maken, zoals bijvoorbeeld het gebruik van bekende straatnamen en de vormgeving (bijvoorbeeld dat de vakjes op het bord vierkant zijn en er aan de bovenkant een gekleurde rand zit).

Langzaamaan raakte de bedenkster van het spel in de vergetelheid waardoor Charles Darrow in 1933 zijn eigen Monopoly op de markt kon brengen (en claimde de auteur te zijn) en het ging verkopen. Dit spel werd opgepikt door een aantal winkels en de verkopen van Monopoly namen toe. De Parker Brothers (een grote uitgever van spellen die het spel al een paar keer hadden afgewezen) kregen ook lucht van het succes van Monopoly en besloten de rechten te kopen (1935). Vanaf dit moment zou het sneeuwbaleffect alleen maar versnellen.

In het boek wordt prachtig beschreven hoe de verkopen van Monopoly meebewogen met het ritme van de economie. De Amerikaanse soldaten speelden bijvoorbeeld Monopoly tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Na afloop van de oorlog wilden zij massaal het spel waar zij zo veel plezier aan hadden beleefd zelf hebben. Toen de kinderen van deze soldaten oud genoeg waren om op zichzelf te gaan wonen, kochten zij op hun beurt weer het spel dat zij thuis met zo veel plezier hadden gespeeld. Monopoly was het soort spel dat mensen die het bij een ander gespeeld hadden, zelf ook wilden hebben.

Het boek staat bol van de interessante weetjes en annekdotes, zoals de rechtszaken tussen de maker van Monopoly en het Anti-Monopoly spel over inbreuken op intellectuele eigendomsrechten, het tentoonstellen van een Monopoly-spel in Moskou ten tijde van de Koude Oorlog en de spanning die dat opleverde, James Bond waardige Monopoly spellen uit de Tweede Wereld Oorlog die krijgsgevangenen moesten helpen ontsnappen en de herkomst van de tinnen miniatuurtjes. Ik ga die prachtige verhalen natuurlijk niet allemaal herhalen, maar kan iedere spellenliefhebber aanraden om dit boek te lezen. Dank zij dit boek kijk ik in ieder geval met iets meer respect naar die welbekende langerekte witte doos met rode band in mijn spellenkast.

vrijdag 18 januari 2013

Gespeeld en spellen gewogen

Je hoeft niet eens zo ver terug in de tijd om in het pre-internet-tijdperk terecht te komen. Pas toen ik ging studeren (zo’n 16 jaar geleden) ging ik voor het eerst online. Ik heb zelfs nog op een papiertje een stappenplan gehad waarin stond hoe je een e-mail moest schrijven en versturen. Als je tegenwoordig informatie zoekt over boeken, films, cd’s, elektronische apparaten of spellen, dan pak je tablet er bij en heb je binnen een seconde met Google gevonden wat je zoekt. In het pre-internet-tijdperk ging dat net even anders. Mond-op-mond reclame zal heel belangrijk geweest zijn. Ook zullen winkeliers een belangrijke advies functie hebben vervuld voor hun klanten. In de Slegte heb ik een paar jaar geleden een alleraardigst voorbeeld gevonden van hoe spellenliefhebbers daarnaast ook nog aan hun informatie over spellen kwamen. Ik vond daar namelijk het boekje “Gespeeld en spellen gewogen” uit 1985.

Dit is een bundeling van columns uit de rubriek Speltest uit Het Parool die geschreven zijn door Anthony Verhulst (een pseudoniem voor vinoloog Hubrecht Duijker). In iedere column werd een spel beschreven en beoordeeld dat door Hubrecht Duijker en een groep spelenthousiasten (mooi woord) was getest. Op de achterkant van het boek staat wat het doel was van de rubriek: “Om uw spelaankopen – voor kinderen, volwassenen of allebei – meer gericht te laten plaatsvinden, zodat u gevrijwaard wordt voor het risico een teleurstellend spel te kopen”. Nou durf ik als spelrecensent niet te claimen dat mijn beschrijving en waardering de lezer vrijwaarden van miskopen (smaken verschillen per slot van rekening), maar je kan wel een betere keus maken als je van te voren weet wat de sterke en zwakke punten van een spel zijn volgens iemand anders.
In het boek worden 120 spellen beschreven, beginnend met acquire en eindigend met zeeslag. Het boek geeft de hedendaagse lezer een leuk kijkje in het spellenaanbod van midden jaren tachtig. Er staan een hoop spellen in die ook nu nog gespeeld worden, zoals acquire, barricade, can’t stop, cluedo, diplomacy, mah jong, mens erger je niet, monopoly, risk, rummikub, scotland yard, scrabble, stratego, triomino, triviant, vier op een rij en yahtzee. Maar er staan ook spellen in die inmiddels in de vergetelheid beginnen te verdwijnen zoals Boer Krelis, Nintai, Pac-Man en Wordt Vervolgd.
In de colums wordt vaak wat achtergrondinformatie over het spel gegeven (sinds wanneer op de markt, wie heeft het bedacht, in welke landen wordt het nog meer gespeeld, hoe ziet het spel er uit). Verder wordt vanzelfsprekend kort uitgelegd hoe het spel gespeeld wordt en hoe het gewaardeerd wordt. Elk spel krijgt ook nog eens score, uitgedrukt in hartjes (variërend van een half hartje tot vijf hartjes). Eénentwintig spellen krijgen de maximale score (uitstekend) en het doet mij deugd dat Scrabble hier tussen zit. Drie spellen blijven op een half hartje onvoldoende steken (D’r op of d’r onder, Je geld of je leven en Het Grote Smurfenspel).
De columns zijn prettig geschreven en geven een goed beeld van de verschillende spellen. Ook wordt goed aangegeven waarom de spellen wel of niet leuk zijn. Het boek is vast al jaren uit de boekwinkel, maar op internet is het nog wel te vinden. Dit boekje is aangenaam leesvoer voor iedereen die het leuk vindt om wat spelherinneringen aan de jaren tachtig op te halen én voor de mensen die het leuk vinden om op rommelmarkten oude spellen te kopen. Met de kennis uit dit boekje kan je ook dan nog miskopen voorkomen. Missie geslaagd dus voor Hubrecht Duijker en zijn spelenthousiastelingen.


woensdag 16 januari 2013

The games we played

Mijn ouders zijn op vakantie geweest naar Amerika en hebben voor mij een prachtig boek meegenomen over “The Golden Age of Board & Table Games”, of te wel over Amerikaanse spellen van circa 1840 tot 1920. Het boek staat vol met prachtige platen van spellen afgewisseld met korte introducties op verschillende spellengenres. Het boek hoort bij een tentoonstelling die in 2002/2003 is georganiseerd door de New York Historical Society. De basis voor boek en tentoonstelling is de spellenverzameling van een Amerikaans echtpaar die jarenlang stad en land hebben afgezocht naar bijzondere spellen.

Het eerste hoofdstuk gaat over wat de auteurs “parlor games” noemen. Het enige Nederlandse voorbeeld van dit type spel dat ik ken is het Advertentiespel. Hierbij trek je drie stukjes zin om bizarre advertenties te maken. Op de basisschool heb ik hier samen met mijn klasgenoten veel lol in gehad. Het is alleen meer een leuke bezigheid dan een spel. In deze categorie vallen ook allemaal “toekomstvoorspel-spellen” (handlezen, kaartjes trekken). Je kan hier best een leuke avond mee beleven, maar ook dit zijn nauwelijks spellen te noemen.
Het tweede hoofdstuk gaat over trivia-spellen. Spellen werden door de spelfabrikanten gepromoot als goed middel om kinderen te helpen leren en dus was er een keur aan trivia-achtige spellen op de markt die op speelse wijze hielpen om de hoofdsteden van de verschillende staten, historische gebeurtenissen of het spellen van moeilijke woorden te leren.
Het derde hoofdstuk laat zien dat vanaf 1880 spellen ontstonden die financieel succes promoten (van krantenjongen tot miljonair). In het boek staat zelfs een spel dat ik in mijn spellenkast heb staan, namelijk Pit. Het meest bekende spel uit deze category is Monopoly.
Natuurlijk gaat er ook een hoofdstuk over oorlogsspellen. Allerhande oorlogen en conflicten werden aan de keukentafel nagespeeld. Dit was niet alleen leuk, maar stimuleerde ook patriottische gevoelens en trots op het leger en hun prestaties.
Een ander gebied waar de Amerikaanse trots in tot uiting komt, is in de sport. Het is dan ook niet gek dat er ook flink wat sportspellen zijn gemaakt over typisch Amerikaanse sporten als baseball, basketbal, (American) footbal en golf. Binnen dit genre werden ook veel race-spellen gemaakt (racen met boten, fietsen of paarden). Soms werden de spelers zelfs uitgedaagd om actief te worden door middel van behendigheidsspelletjes, zoals het bekende hengelspel (hengel met een miniatuur hengeltje vissen uit een aquarium) of het vlooienspel (dat in Amerika Tiddledy Winks heet).
Een ander thema dat de Amerikanen flink bezig hield en dus zijn weg vond naar het spelbord was de ontwikkeling van steden. Dit leverde vooral veel spellen op die terug vallen op het “Parlor Game” principe. Spelers moeten dan bijvoorbeeld een verhaal lezen waar op bepaalde plaatsen woorden missen, die aangevuld moeten worden door ze te trekken uit een zakje. Je krijgt dan “hilarische” zinnen als: On the tribune building he could see a sea of turtle soup above a policeman.
Het laatste hoofdstuk in het boek gaat over spellen waarin gereisd moet worden. In dit soort spellen stond een reis om de wereld of door Amerika centraal.
Ik heb dit boek met veel plezier gelezen en vooral bekeken. De spellen die er in staan zijn prachtig om te zien en het is leuk om wat te lezen over de ontwikkeling van spellen door de tijd heen. Ik heb niet de indruk dat veel titels uit die tijd nu nog een doorslaand succes zouden zijn, maar wie weet vinden ze dat over honderd jaar ook wel van de spellen die wij nu met veel plezier spelen. Spellen en spelen zijn duidelijk van alle tijden!De spellenverzameling waarop dit boek is gebaseerd is online toegankelijk. Als je meer wilt weten en of zien, neem hier dan eens een kijkje!







dinsdag 1 januari 2013

2012: nog een jaaroverzicht

Op deze eerste dag van het jaar kan het nog gemakkelijk, dus laat ik beginnen om al onze lezers een gelukkig, gezond en spellenrijk 2013 te wensen! Mijn goede voornemens voor het nieuwe jaar deel ik straks, eerst is het tijd voor de terugblik over 2012.

In 2012 speelde ik weer wat minder spellen dan in het jaar ervoor. Een kwantitatieve mijlpaal was mijn duizendste potje Dominion (aan tafel, online tel ik niet mee). Wel deed ik meer verschillende spellen, maar daarvan waren er slechts 61 nieuw, tegen 77 in 2011. Bij die nieuwe spellen zaten weinig echte toppers, waardoor het niet moeilijk is om me tot een top-5 van leukste nieuwe spellen van het afgelopen jaar te beperken. Ik neem daarvoor alleen spellen in aanmerking die ik minstens twee keer gespeeld heb.

1. Hanabi
Van alle spellen die ik dit jaar voor het eerst deed vond ik Hanabi het leukst. Bovendien kwam het het vaakst op tafel. En dat in twee maanden tijd, want het verscheen (in deze versie) pas op Spiel. Hanabi is een coöperatief en deductief spel waarbij de communicatie minimaal en indirect is. Dat maakt het erg bijzonder en compleet anders afhankelijk van de groep met wie je het speelt. De maximale score heb ik nog niet gehaald, dus de extra moeilijke varianten hoef ik nog niet eens te proberen.


2. Seasons
Nieuw voor mij sinds het Spellenspektakel. Maakte na de eerste keer een redelijke indruk, maar met iedere keer spelen vind ik het leuker worden. En dan heb ik het draften nog niet eens geprobeerd, omdat ik het telkens met nieuwe spelers deed. De combinatie van samenwerkende kaarten (denk Magic/Dominion/Race c.s.) en slim resourcemanagement is er eentje die wel aan mij besteed is. Ik kan me goed voorstellen dat je dit beter niet met vier kunt doen vanwege de exploderende speelduur. Een risico dat ik alleen met zeer ervaren spelers zou nemen.

3. Tournay

Verscheen op Spiel 2011, maar mijn eerste potje was pas dit jaar. Het lijkt alweer een

beetje vergeten, want ik lees er weinig meer over. Onterecht als je het mij vraagt. Misschien verwachtten mensen te veel een soort stevige werkverschaffer zoals Troyes. In plaats daarvan is het meer een tactisch kaartcombinatiespel waarbij je snel moet schakelen en soms opportunistisch moet spelen. Net als bij Troyes hangen ook hier de 'rampen' er een beetje bij, maar echt storend is dat niet. Net als bij Hanabi en Seasons heb ik hier de uitbreidingskaarten nog niet geprobeerd, dus ik heb nog wat variatie te gaan.

4. Lancaster
Ook alweer een spel van vorig jaar dat ik nu voor het eerst deed. Nieuwe werkverschaffers bekijk ik al een tijdje wantrouwend, maar Lancaster was aangenaam anders. Doordat je andermans ridders van gekozen acties kunt verdrijven heeft het een stuk meer directe interactie, zonder naargeestig te worden. De provoost van Caylus is nog steeds een stuk akeliger. Er zou wel iets meer variatie in de wetten mogen zitten zonder direct een uitbreiding te hoeven kopen, maar vooralsnog is het leuk genoeg voor een potje of tien. Jammer dat het niet zo geschikt lijkt voor twee.

5. Homesteaders
Dit zou misschien hoger kunnen eindigen, maar van de twee potjes die ik speelde was er een met twee spelers en dan komt het spel toch beduidend minder uit de verf. Dit is een groeispel waarbij het plannen van je 'technologieboom' erg belangrijk is. Dat soort strategie ligt mij wat minder, maar boeiend vind ik het wel. Misschien dat de klik wat meer komt als ik de gebouwen wat beter ken. Ik zie er in ieder geval naar uit om dit vaker te spelen.



Met dat 'vaker spelen' kom ik direct bij mijn goede voornemen. Ieder jaar weer komen er meer spellen in de verzameling bij die ik een of twee keer speel en daarna alweer van tafel verdrongen worden voor weer de volgende lading nieuwe spellen. Tegelijk raak ik steeds minder enthousiast over nieuwe spellen. Als je eenmaal een bepaalde hoeveelheid spellen hebt voegen nieuwe steeds minder toe aan de spellen die je al hebt. Van de bovengenoemde is alleen Hanabi 'anders' genoeg.

Ik heb me daarom voorgenomen om in 2013 niet of nauwelijks nieuwe spellen te kopen. Alleen uitbreidingen van bewezen goede spellen (Dominion, Race) kan ik ongezien kopen, voor de rest geldt 'eerst spelen, dan pas kopen'. In plaats daarvan wil ik mijn weinig gespeelde spellen vaker op tafel krijgen. Daarbij krijgen spellen die ik al lang niet gespeeld heb (zeg 2008 of eerder) of die ik minder dan vijf keer gespeeld heb voorrang. Die zijn nog zo vers dat ze bijkans als nieuw gelden.

Dat zal ongetwijfeld betekenen dat ik (nog) minder vaak nieuwe spellen zal doen, maar eigenlijk ben ik net zo benieuwd naar mijn hernieuwde indrukken van al die tientallen kastdochters.

2012: jaaroverzicht

Het nieuwe jaar is nu echt begonnen en dus is het allereerst tijd voor de beste wensen voor 2013! Bij deze. Daarnaast is het tijd om terug te blikken op het jaar dat achter ons ligt. Ik heb 296 keer een spelletje gedaan in 2012. Dat komt neer op 25 spellen gemiddeld per maand. Mijn “score” is daarmee 18% hoger uitgevallen dan in 2011 (toen heb ik 251 spellen gespeeld, of te wel 21 spellen gemiddeld per maand).

Er zijn vier spellen die tien keer of vaker op tafel kwamen. Scrabble voert de lijst aan met 52 potjes. Een groot deel hiervan is digitaal geweest, aangezien ik mijn wordfeud potjes tegen Niek ook meetel als scrabble. Naast Niek heb ik nog een aantal vaste tegenspelers, als ik de potjes tegen hen ook had meegerekend, dan was dit aantal zeker vier keer zo hoog geworden. Dominion is tot mijn eigen verbazing op de tweede plaats geëindigd met 25 potjes. Eind vorig jaar verwachtte ik nog dat mijn Dominion-moeheid zeker nog een jaar zou gaan duren, maar die voorspelling is niet uitgekomen. Op de derde plaats is Memoir ’44 geëindigd met 11 potjes. Al deze potjes heb ik in de afgelopen kerstvakantie gespeeld. Ik hoop dat het lukt om alle scenario’s uit het basisspel uit te spelen. Agricola: all creatures big and small heb ik exact tien keer gespeeld, waarvan drie keer met de uitbreiding.

Voor de rest heb ik een mix van oude en nieuwe spellen gespeeld. Ik vond het vooral leuk om spellen die al een tijd ongespeeld in de kast stonden, weer eens op tafel te zetten. Daar zaten aangename verrassingen tussen zoals Kupferkessel & Co, de Kolonisten van Catan met Steden en Ridders en Zeevaarders uitbreidingen, Entdecker, Amon Ra, Jambo, Thebes, Eufraat en Tigris en Torres. Natuurlijk heb ik ook veel nieuwe spellen gespeeld, maar ik heb het gevoel dat het me gelukt is om meer oudjes op tafel te krijgen dan voorheen.

Ook dit jaar heb ik weer nieuwe spellen gekocht. Ik heb ze niet geteld, maar het zijn er vast minder geweest dan in voorgaande jaren. Het is me in ieder geval ook beter gelukt om mijn aankopen snel gespeeld te krijgen. Alleen City of Horror en Star Fleet Captains moet ik nog spelen. Voor City of Horror heb ik drie spelers nodig (ik speel meestal tweepersoonsspellen) en de regels van Star Trek Fleet Captains kosten me nogal wat moeite om door heen te worstelen. Ik heb het idee dat het spel niet zo moeilijk is, maar dat ze het enorm ingewikkeld hebben opgeschreven.

Mijn favoriete spel van 2012 is Agricola: all creatures big and small. Dit spel is een versimpelde versie van Agricola, maar heeft niets aan spanning ingeleverd. De animeeples zijn bovendien gebleven dus aan het eind van het spel staat een schattige miniboerderij voor je neus. Met twee speel ik dit spel liever dan het echte Agricola. Het verbaast me dat dit juweeltje nog steeds niet door een Nederlandse uitgever is opgepakt. Andere eervolle vermeldingen gaan wat mij betreft naar Fundstücke, Copycat, The Palaces of Carrara en Kolejka.

De grootste tegenvaller was Tokaido. Dit spel werd in aanloop naar Spiel erg gehyped, maar maakte de belofte niet waar. Ja, het spel zit in een witte doos, ziet er goed uit, maar speelt bijna zichzelf. Het boonanza dobbelspel en Einfach Genial Würfelspiel vond ik ook tegenvallen, maar die kostten samen nog niet de helft van wat ik voor Tokaido heb betaald, waardoor dit toch iets minder pijn doet.

Ik hoop voor 2013 door te gaan op de weg die ik in 2012 al ben ingegaan: meer spelen, minder kopen. Vooral de wat oudere spellen in mijn collectie verdienen het om vaker op tafel te komen.