vrijdag 13 juli 2012

Eerste indruk: Agricola tweepersoonsspel

Eind vorige week zijn Niek en ik een paar dagen naar Duitsland geweest en in de spellenwinkel in Lübeck kwam ik de tweepersoonsversie van Agricola tegen. In het Duits heet deze versie Die Bauern und das liebe veh. Op het plaatje op de achterkant zag ik niet al te veel tekst op het spelmateriaal staan en dus besloot ik de gok te wagen en het spel mee te nemen.

Op onze hotelkamer heb ik de regels doorgenomen. Als je Agricola al kent, dan komt veel bekend voor. Het kostte me dan ook niet veel moeite om de regels te lezen zodat Niek en ik snel naar de bar van ons hotel konden om onder het genot van een cocktail het spel te gaan spelen.

In deze tweepersoonsvariant kruip je wederom in de huid van een boerengezin. Dit keer begin je met drie gezinsleden en daar zal je het het hele spel mee moeten doen. Je woont weer in een kleine boerderij en hebt een aardige hoeveelheid land. Groene vingers heb je schijnbaar niet, want in deze variant draait het om de beesten (het lieve vee uit de titel). Net als in het originele Agricola moeten de beesten echter wel in omheinde weides of stallen wonen. Bij voorkeur staat er ook nog een trog in de wei of de staat.

Op een vierkant bordje staan de verschillende mogelijke acties. Iedere ronde kies je omstebeurt je acties uit. Dit doe je acht keer en dan is het spel afgelopen. Je krijgt punten voor het aantal dieren en voor sommige gebouwen. En wie de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

Het grote verschil met het originele Agricola is dat je in dit spel veel minder kan. Je bent vooral bezig met het creëren van onderkomens voor je dieren en je probeert die onderkomens zo vol mogelijk te krijgen. Er zijn vier speciale gebouwen die je kan bouwen. Wat wel nieuw is, is dat er twee percelen grond te koop zijn waarmee je je land kan uitbreiden. Niek wist die in ons potje beide voor mijn neus weg te kapen en daar was ik niet zo blij mee.

Het grote voordeel van dit spel is dat het veel handzamer is dan Agricola zelf. Het is een vierkant doosje en het spelmateriaal past op een klein tafeltje. Het is daardoor een prima spel om mee op vakantie te nemen. Je bent ook aangenaam snel klaar met het klaarzetten van dit spel.

Mijn eerste indruk van dit spel is positief. Het is een sterk versimpelde versie van Agricola waardoor het spel makkelijker mee kan, sneller klaar te zetten is en lekker vlot speelt. Tegelijkertijd ben je nog steeds bezig met het bouwen van je eigen boerderij en staat er aan het eind van het spel zo’n leuk speelbordje voor je neus met schattige houten diertjes en hekjes. Ik verwacht wel dat doordat het spel wat minder variatie biedt in wat je allemaal kan gaan doen, het spelverloop wat sneller in herhaling zal vallen. Maar misschien is het wel een aangename herhaling. Ik zie mezelf dit nog wel een flink aantal keer spelen in ieder geval.

woensdag 11 juli 2012

Eerste indruk: Hawaï

Afgelopen Spiel heb ik Hawaï gekocht omdat het een spel is van Hans im Glück en het thema me aansprak. Het heeft tot vorige week geduurd voor ik het spel ook daadwerkelijk ging spelen. De belangrijkste reden daarvoor was dat ik het spelmateriaal er erg intimiderend uit vond zien. De doos zit vol met kartonnen bordjes, randjes, fiches en vormpjes. En dan nog een zakje met verschillende formaten houten poppetjes, schelpjes, voetjes en cocosnoten. Ik zag er tegen op om uit te zoeken wat alles was en wat je er mee moest doen.

Vorige week was ik een weekje vrij en ben ik er toch maar even voor gaan zitten. Eerst heb ik op BGG wat video’s gekeken. De video van Tom Vasel was erg negatief (maar hilarisch), andere video’s waren juist positief. Nadat de video’s me al een beetje een beeld hadden gegeven van het spel, heb ik de spelregels gelezen. Doordat ik de grote lijnen inmiddels wist, kwam ik daar redelijk makkelijk door heen.

Het bord opbouwen was best veel werk (dat krijg je met zo veel spelmateriaal). Het lukte me vervolgens ook redelijk goed om het spel aan Niek uit te leggen en daarna konden we aan de slag!

Hawaii is in de kern een werkverschaffingsspel. Je bent een Hawaïaans stamhoofd en je mag je in je beurt acties uitvoeren. Om een actie uit te voeren, moet je eerst naar de juiste plaats lopen (dat kost de grondstof voetjes) en daarna betalen (dat kost schelpjes). De actie is telkens hetzelfde: je koopt een fiche dat je op je privé-eiland bouwt. Elke actie kan elke ronde maar een bepaald aantal keren gekozen worden. De fiches leveren je soms tijdens het spel al voordelen op (extra voetjes bijvoorbeeld), maar vaak bouw je ze vooral om op het eind van het spel punten mee te scoren. Je moet dus op zoek naar een goede balans in investeren in zaken die je tijdens het spel al iets opleveren en zaken die je aan het eind van het spel punten opleveren.

Elke actie die je kiest levert je ook een fiche op met een getal (de prijs van de actie). Aan het eind van de ronde moet je deze getallen optellen en boven een bepaalde drempelwaarde komen om wat punten te scoren (hoe meer punten je hebt, hoe meer je scoort).

Ik heb Hawaï met plezier gespeeld en wil het graag nog eens proberen. Tegelijkertijd vond ik dat het spel wel een aantal priegelregeltjes (het gedoe met de getalsfiches) heeft die niet veel speelplezier toevoegen, maar het spel wel moeilijker maken om te leren. Het Hawaï thema gaat niet heel diep. De afbeeldingen zijn Hawaïaans, maar tijdens het spelen kwam ik geen moment in tropische sferen. Misschien moeten we de volgende keer toch maar een Elvis cd opzetten met filmmuziek van een op Hawaï opgenomen film (Blue Hawaï ofzo) en een tropische cocktail mixen tijdens het spelen van dit spel.

Mijn eerste indruk is dus dat dit op zich een prima werkverschaffer is en liefhebbers van dit genre zullen dit spel met plezier spelen. Het is alleen niet het beste spel in het genre en dat komt vooral omdat het thema niet meer is dan een heel dun laagje vernis. Dat maakt dat dit spel niet de funfactor biedt die bijvoorbeeld Het Stenen Tijdperk wel heeft.

vrijdag 6 juli 2012

Gespeeld in juni

Juni was een diverse maand: in totaal speelde ik 41 verschillende spellen 75 keer. Slechts een daarvan kwam vaker dan drie keer op tafel (ik heb het natuurlijk over Dominion). Over nieuwe spellen had ik niet te klagen: zeven in totaal en daar zat niet één slechte bij. Tot mijn verrassing zijn de leukste drie allemaal werkverschaffers, een genre waarvan ik dacht dat ik het nu wel zo'n beetje gezien had. Wat ze gemeen hebben is dat ze allemaal lekker vlot spelen, niet teveel fratsen hebben en toch fris voelen. Stenen Tijdperk krijgt concurrentie!

De leukste nieuwe werkverschaffer van deze maand was Lords of Waterdeep. Deze ben ik al vaak tegengekomen op leukste-nieuwe-spel-van-de-maand-lijstjes en nu dus hier. De D&D-setting en de cheesy illustratie op de doos doen hun best om de indruk te wekken dat je hier te maken hebt met een heus fantasyspel, maar het spelidee is zo euro als het maar zijn kan. Het is nog het beste te omschrijven als Caylus-light. Hier zijn de spelers de machthebbers in de stad Waterdeep en huren ze avonturiers in om allerlei queestes te vervullen. Afhankelijk van het aantal spelers heb je een aantal pionnen beschikbaar om acties te kiezen. Met die acties kun je grondstoffen -sorry, avonturiers- nemen, opdrachten pakken, gebouwen maken, enzovoort. Voor iedereen die wel eens een werkverschaffer heeft gedaan is uitleg nauwelijks nodig, zo simpel is het. Het enige aspect dat je in werkverschaffers (en andere eurospellen) minder aantreft maar juist meer bij amerispellen zijn de intrigekaarten waarmee je je spelers af en toe een milde hak kunt zetten. Ik vond dit een verfrissende werkverschaffer. Het biedt weinig nieuws, maar als geheel werkt het erg goed en het thema is ook weer eens wat anders. Dit lijkt me een spel dat liefhebbers van Stenen Tijdperk ook wel kunnen waarderen. Ik heb mezelf op een streng dieet gezet wat betreft spellen kopen, maar hier zou ik een uitzondering voor kunnen maken.

Andere nieuwe spellen, van leuk naar minder leuk:

Lancaster: Nog een werkverschaffer, maar een met directere interactie dan we in dit genre gewend zijn. Hier beperkt die zich eens niet tot het inpikken van acties die anderen ook wilden. Met sterkere ridders kun je anderen ook gewoon wegsturen bij die acties. Lancaster speelt heel soepel weg (en is ook nauwelijks complexer dan iets als Stenen Tijdperk, toch wel de standaard op het gebied van toegankelijke werkverschaffers), maar lokt helaas ook wat meer keuzeverlamming bij de spelers uit. Normaal heb ik daar niet zo’n last van, maar hier overkwam het me toch een paar keer.

Ninjato: En ja, ook deze werkverschaffer deed me erg aan Stenen Tijdperk denken, tot en met de kaarten die aan het einde vette bonuspunten op kunnen leveren. Nieuw hier was het ‘push your luck’ mechanisme bij het roven van de schatten. Leuk, al hoef ik het niet direct aan te schaffen. Dit lijkt me namelijk juist minder leuk met twee spelers en dan valt een spel al snel af.

Giro Galoppo: Een kinderspel waar ik wel eens over heb gedacht om het aan te schaffen. Het is inderdaad erg leuk, maar inmiddels zijn mijn kinderen zo oud dat ik liever familiespellen met ze probeer (overigens met wisselend succes) dan iets dat toch vooral een kinderspel is.

Tricky Bid: Een slagenspel dat zowaar geschikt is voor twee. Mijn potje was met drie spelers. Het afwegen of je je hoge kaarten moet inzetten om een slag te halen of juist om punten te scoren vond ik erg leuk. Mijn medespelers waren helaas minder enthousiast vanwege het vermeende gebrek aan controle.

51st State: Hier was ik al een tijdje benieuwd naar vanwege de vergelijkingen met Race. Net als Race is het een combo-kaartspel met iconen die enige gewenning vereisen. Helaas is het spelverloop wel wat moeizamer. Je hebt eigenlijk voortdurend te weinig kaarten om iets leuks te kunnen en weinig mogelijkheden om aan meer kaarten te komen. Mijn beide potjes duurden beide langer dan een uur en dat is voor dit type spel eigenlijk te lang. Ik wil het nog wel een paar keer spelen om te zien of we met ervaring binnen het halfuur kunnen komen.

Maffiosi: Een chaotisch maar toch wel grappig familiespel van Hasbro. Heeft een hoge ‘pak aan!’-factor, maar dat past ook wel weer in het thema. Met het juiste publiek best te pruimen.

Ook kwamen er weer twee (te) lang niet gespeelde spellen op tafel:

Die Sieben Siegel (2004): Over dit slagenspel was ik destijds gek genoeg nooit zo enthousiast. Vreemd; de nieuwe titel 'Wizard Extreme' is wel op zijn plaats. Dit is een wat complexere boerenbridgevariant met hoge naaifactor. Dit spel beviel goed genoeg om direct een tweede potje te doen. Dat gebeurt normaal alleen met spellen als ze Dominion, Race for the Galaxy of Glory to Rome heten.

Genoa (2006): nog steeds een puik onderhandelingsspel en nog steeds een stevige zit. Pas halverwege kwam ik op het idee om eens iets anders te bieden dan alleen geld bij het onderhandelen over de bestemming van de handelaar. Daar wordt het spel wel een stuk leuker van. Je moet hier een beetje pittig onderhandelen en de vaart erin houden, anders valt het spel wel een beetje dood. Ervaring helpt daarbij denk ik, dus ik hoop het snel weer eens te kunnen doen.