vrijdag 30 december 2011

2011 in spellen

Met nog twee dagen op de teller is het tijd om de balans voor 2011 op te maken. Ik heb dit jaar 251 keer een spelletje gedaan. Dat is ietsje meer dan vorig jaar, maar minder dan ik zou willen. Hierbij moet ik wel aantekenen dat ik alleen “echte spelletjes”mee tel, of te wel, spellen die ik speel met iemand die live in dezelfde kamer aanwezig is. Ik heb namelijk best veel gespeeld op mijn iPhone en iPad. Volgens mijn definitie tellen de potjes wordfeud die ik tegen Niek heb gespeeld dus wel mee (als scrabble), maar alle potjes die ik tegen anderen gespeeld heb niet.

Mijn meest gespeelde spel was Scrabble (waaronder dus ook een aantal digitale potjes wordfeud met Niek). De teller staat op 56 en misschien komt daar nog wel een spelletje bij. In de tweede helft van het jaar heb ik heel veel wordfeud gespeeld. Gelukkig ben ik niet de enige die verslingerd is aan dit spel en speel ik inmiddels nagenoeg alleen met bekenden. Dat vind ik eigenlijk toch net iets leuker dan met onbekenden. De kans dat ze een potje niet uitspelen is bovendien een stuk kleiner.

Aan het begin van het jaar heb ik nog een flink aantal keer Dominion gespeeld, al begon mijn belangstelling toen al terug te lopen. Ik ben dit jaar niet verder gekomen dan 20 potjes. Ik verwacht dat ik zelfs dat volgend jaar niet ga halen. Mijn Dominion-moeheid is nog niet opgelost.

Er zijn vier spellen die ik vijf keer heb gespeeld, namelijk Bits, Glory to Rome, Pergamon en Take it Easy. Van deze vier vind ik Glory to Rome het leukste en ik hoop nog steeds op een mooie editie in het Engels of nog beter, Nederlands.

Van de spellen die ik dit jaar voor het eerst heb gespeeld vond ik de volgende spellen het leukst:

• Number Rumba: een oud twee persoons spelletje waarbij je blokjes in een bepaalde volgorde moet stapelen. Vooral leuk om te doen met iemand die ongeveer even goed is.
• Famiglia: lekker vlot tweepersoons kaartspelletje van Friedemann met voldoende diepgang om het lang leuk te houden
• Het snelle kolonisten kaartspel: leuke bewerking van het bekende kaartspel, ik zit met smart te wachten op uitbreidingen!
• Vlotte Geesten: mooi en leuk reactiespelletje in de traditie van Oeps, mis! en Set.
• Glory to Rome: chaotisch maar erg leuk kaartspel dat je ook nog met een grote groep kan spelen. Waar blijft toch die Nederlandse editie!

De grootste afknapper en miskoop van dit jaar was het Carcassonne dobbelspel. Wat een deceptie dat in zo’n mooi blikje zo’n onbenullig spel zat.

Bijzonder aan dit jaar was verder dat ik eindelijk achterhaalde door welk spel ik als kind zo gefascineerd was (appeltjes plukken) en dit spel ook nog via Eugène te pakken kreeg. En dat ik eindelijk mijn rommelmarkt aankoop Spookslot een keer in elkaar heb gezet en dat met veel plezier heb gespeeld. De charme van beide spellen zit niet in het spelen zelf, maar in het herinneren hoe magisch die spellen waren toen ik zelf nog kind was.

Ik ben dit jaar twee keer mee geweest met een spellenweekend. Ik vond het de eerste keer (in het voorjaar) best eng (want allemaal mensen die ik niet ken) maar heb het reuze naar mijn zin gehad. Ik hoefde dan ook niet lang na te denken over de vraag of ik in het najaar weer mee wilde. En wederom heb ik het heel erg naar mijn zin gehad.

En natuurlijk is de belangrijkste verandering op spellengebied de verhuizing geweest naar een huis waar ruimte is voor een inloop spellenkast waar al mijn spellen bij elkaar staan in plaats van dat ze verspreid staan over het hele huis. Wat een genot!

Nadeel van de verhuizing is alleen wel dat ik nu te ver van Peter Hein en Wendy af woon om op een door de weekse avond met ze af te spreken voor een avond spelletjes doen. Een goed alternatief zouden de spellenavonden van Phoenix in Leiden kunnen zijn. Ik ben in oktober een avond mee wezen spelen en vond het heel gezellig. Ze spelen alleen op woensdagavond en die avond komt mij eigenlijk niet zo goed uit (vaak afspraken en op mijn vaste vrije dag, de enige dag dus dat ik niet hoef te reizen en dus ’s avonds niet zo’n zin heb om de deur uit te gaan, zeker nu het in de winter al zo vroeg donker is). Afgelopen woensdag ben ik ook naar de spellendag van Phoenix geweest en ook daar heb ik het super naar mijn zin gehad. Misschien moet ik dus wat harder mijn best doen om de woensdag vrij te houden en even door de zure (reis)appel door bijten.

donderdag 29 december 2011

Een gegeven paard…

Spellen geven aan een spellengek met een volle spellenkast is riskant. Toch zijn er met enige regelmaat mensen die het proberen. Soms gaat het goed (onze oude buren die ons het Da Vinci Code gaven), maar vaker gaat het mis en kreeg ik spellen die ik al had of spellen die de naam spel niet mogen dragen maar meer met merchandise te maken hebben.

Mijn moeder heeft me bijvoorbeeld een keer het Fryslân monopoly spel gegeven. “Want een spel en een link met de provincie waarin ik ben opgegroeid.” Zo ben ik ook ooit verblijd met het Rotterdam spel in de tijd dat onze verhuisplannen vorm begonnen te krijgen. Beide spellen zijn ongespeeld gebleven.

Deze kerst was het raak doordat een gulle gever me het Hyves Ranking Game-bordspel gaf (wat aan de reclame uitingen op de doos te zien ook nog uit een kerstpakket kwam). Het spel staat nog in het plastic en ik denk niet dat het voorlopig gespeeld gaat worden.

Ons bezoekje aan de rommelmarkt afgelopen jaar, doet me vermoeden dat ik niet de enige ben die spellen heeft gekregen waar ik niet heel erg op zat te wachten. We zagen toen bij meerdere kleedjes de kolonisten van de lage landen liggen. Gelet op de enorme aantallen van dit spel en de keren dat het zelfs nog in plastic zat, hadden we het vermoeden dat ook dit cadeaus waren die niet in goede aarde waren gevallen. Nou vond ik dit een prima spel, maar als je geen spellenliefhebber bent dan vind je het waarschijnlijk net zo aantrekkelijk als ik het Hyves Ranking Game-bordspel vind.

Moraal van het verhaal: geef geen spellen, tenzij je zeker weet dat je een spel geeft dat de ontvanger leuk gaat vinden en nog niet heeft. Als je een spel geeft vanwege het leuke thema (hier vallen in ieder geval alle monopoly edities en triviant spellen onder), doe het niet!

zaterdag 3 december 2011

Gespeeld in november

In tegenstelling tot oktober was november niet zo'n spectaculaire maand wat betreft nieuwe spellen. Het menu bestond vooral uit vlotte kaartspellen (Dominion, The City, Glory to Rome). Van de vier nieuwe spellen was German Railways de leukste.

Net als Chicago Express is German Railways oorspronkelijk uitgegeven door de treinenspeluitgever bij uitstek, Winsome Games. Ook hier investeren de spelers weer in treinmaatschappijen om met slim sporen leggen de meeste dividenden te genereren. Beide zijn spellen met eenvoudige regels, maar met een bijzonder subtiel en ondoorzichtig speelverloop, althans voor de doorsnee speler van eurospellen. Je eerste paar potjes tast je in het duister wat nu een goede strategie is; welke maatschappij moet je op welk moment uitbouwen, en waar koop je wanneer aandelen van. Mijn eerste potje kende door de gebrekkige Nederlandse vertaling twee keer een valse start, maar uiteindelijk lukte het. Ik bakte er niks van, maar ik denk een beetje begrepen te hebben waar het misging. Een volgend potje zal dat idee ongetwijfeld logenstraffen.

Andere spellen die nieuw waren deze maand, de leukste voorop:

Paris Connection: weer een ex-Winsome van Queen. Luchtiger dan German Railways, maar zeker zo subtiel. Het lijkt een simpel spelletje, maar onder de oppervlakte gebeurt hier meer dan in menige euro met meer dan 10 bladzijden regels. De spelers moeten dan wel een beetje meewerken: als iedereen domweg de maatschappijen promoot waarvan hij in het begin een paar aandelen kreeg is het een slap en suf spelletje. Mijn pogingen om juist andere maatschappijen te saboteren stuitten bij mijn medespelers op onbegrip: "Doe niet zo flauw en ga gewoon voor jezelf." Dat moet je bij die Winsomespellen dus niet doen. Ik kan me voorstellen dat als je dit spel benadert als een simpele euro, je er weinig plezier aan beleeft. Komen treinenspellen dan uit een andere dimensie?

Powerboats: een aardig racespelletje waarin het thema verrassend goed naar voren komt. Drie races duurden me eigenlijk net wat te lang. Je blijft dobbelen en heel veel variatie of spannende momenten zitten er ook weer niet in.

Pergamon: ik weet niet wat hier gebeurde, maar op dit spel kreeg ik geen enkele grip. Ik was een ster in het kiezen van de verkeerde opgraaflocatie op het verkeerde moment: nam ik een gok, kreeg ik geen geld, speelde ik op safe, ging iemand anders er met tien drachmen vandoor (of hoe die munten heten). Ik zou het misschien nog eens moeten spelen voor een eerlijk oordeel, maar zou het geen enkel bezwaar vinden om het nooit meer te spelen.

zondag 6 november 2011

Gespeeld in oktober

Dankzij Spiel speel ik in de oktobermaand altijd veel nieuwe spellen. Dit jaar was het wel een hele goed, want ik speelde maar liefst 18 spellen voor het eerst. Daar waren behoorlijk wat leuke spellen bij, maar de leukste is tevens de oudste titel:

1830
De klassieker onder de 18xx-titels. Een pittig economisch spel, maar niet onoverkomelijk complex. Tenminste, als je het met mensen speelt met een vergelijkbaar niveau. Anders begrijp je niets van wat er gebeurt. Enig minpunt is de speelduur. Het zijn 5 of 6 heerlijke uurtjes, maar met zo'n speelduur moet je hier echt een dag voor inplannen. Daardoor is het praktisch niet haalbaar dit veel vaker dan een of twee keer per jaar te doen. Lees hier meer.

Andere nieuwe spellen, van leuk naar minder leuk:

Pantheon: weer zo'n euro met een lekker vaag thema: de spelers bouwen namens verschillende beschavingen uit de Oudheid monumenten voor fictieve goden (een pleonasme als je het mij vraagt). Het spel kent wat priegelige administratieve regels, maar werkt als geheel verrassend goed. Geluk speelt een rol met het trekken van sommige goden en bonusfiches, maar het spel is niet gespeend van mogelijkheden tot het volgen van lange-termijnstrategieën. Van de auteur van Sint Petersburg en Stenen Tijdperk en weer typisch zo'n familiespel met pit van Hans im Glück. Een aanrader voor de liefhebber van eurospellen. Goede zaak dat 999 'm heeft vertaald.

The City: de ultralight versie van Race for the Galaxy en het Puerto Rico kaartspel. Bouw een stad op met het spelen van kaarten, die je betaalt door het afleggen van kaarten uit je hand. Dat is zo'n beetje het enige wat je iedere beurt doet. Kaarten leveren inkomsten op (meer kaarten)en/of punten. Een stevige geluksfactor, minder diepgang dan de illustere voorgangers en ook nog eens nauwelijks interactie. Maar wel hetzelfde speelgevoel in een fractie van de tijd en minimale voorbereiding. Het feit dat ik er al bijna 20 potjes op heb zitten zegt genoeg.

Kingdom Builder: sinds Spiel niet meer gespeeld (zie hier), maar wil ik graag snel weer doen. Benieuwd naar de herspeelbaarheid en de geschiktheid voor twee spelers. Wordt vrij negatief ontvangen, maar ik heb nog hoop.

Coerceo: een abstract tweepersoonsspel van vaderlandse bodem. Als ik niet door de uitgever benaderd was had ik er niet van gehoord. Een potje doet vermoeden dat dat volledig onterecht is, want dit is een interessant spel dat niet lijkt te misstaan in de Gipf-reeks. Dit verdient meer verkenning.

Innovation: van de auteur van Glory to Rome, maar dan nog vele malen chaotischer. Door de krankzinnige krachten van alle kaarten vliegt het spel voortdurend alle kanten op, maar het heeft wel een wegloopwinnaarprobleem in zich. Je moet als eerste een aantal tijdperk zien te domineren, waar je invloed voor nodig hebt. Maar wie een tijperk gedomineerd heeft, heeft minstens zoveel kans als de rest om het volgende ook te domineren. De extra dominantiekaarten zijn erg moeilijk te halen en bieden dus geen goede inhaalmogelijkheden. Maar ik houd wel van dit genre kaartspellen, dus ik heb me er ondanks die problemen wel mee vermaakt.

Rallyman: na Spiel nog een keertje gespeeld. Mijn tweede potje beviel wat minder goed. Ik kreeg nu de indruk dat spelers snel geneigd zullen zijn dezelfde aanpak te kiezen voor een parcours en dat vervolgens de dobbelstenen bepalen wie er met extra tijd wordt opgezadeld. Maar tegen vervolgpotjes zeg ik nog geen nee, het is snel genoeg.

Ascension: niet meer gespeeld sinds Spiel

Rozenoorlog: een pittig maar chaotisch spel dat geïnspireerd lijkt door spellen als El Grande en Wallenstein. Heeft veel potentie, maar chaos regeert. Doel is om de meeste invloed in verschillende regio's van Engeland te halen om zo de meeste punten te scoren. Maar het spel is zero-sum: als de een iets wil winnen, moet een ander iets verliezen. En omdat anderen kunnen proberen dezelfde stad te veroveren of bisschop om te kopen, kan het voorkomen dat al je ingezette en zuurverdiende centen verspilde moeite zijn. Ik zou het nog eens met twee spelers willen proberen, dat moet al een hoop chaos elimineren lijkt me.

Paperclip Railways: een lollig spelletje met amateuristische vormgeving dat ondanks het thema weinig met treintjes te maken heeft. Je moet vooral nieuwe locaties spelen en die aansluiten op je netwerk van paperclips (!) om daarmee de meeste punten te scoren. Heeft daardoor iets van een combokaartspel in zich. Niet al te serieus, maar wel leuk.

Blockers!: een degelijk familiespel waarbij je letters, cijfers en symbolen op een bord legt en daarmee probeert zo weinig mogelijk verschillende groepen van je eigen fiches te creëren. Heeft oppervlakkige gelijkenissen met spellen als Genius en Scrabble. Veel minder leuk dan de eerste, maar leuker dan de tweede.

Atlantis: Colovini geeft zijn eigen Cartagena nog eens een draai en haalt er ook elementen van That's Life bij. Niet onaardig, maar met een stevige dosis geluk en -paradoxaal genoeg- uitnodigend tot teveel nadenken. Tip: speel dit niet teveel als Cartagena door je mannetjes gelijkmatig naar voren te halen. Zorg ervoor dat je zo snel mogelijk een mannetje laat finishen, anders kun je het wel schudden.

Strasbourg: niet meer gespeeld sinds Spiel

Babel: een al wat ouder abstract spel van de makers van Cuboro, de Zwitserse maker van die krankzinnig dure knikkerbanen. De spelers maken samen een toren van blokken met uitsparingen en uitstulpingen. Beide spelers hebben dezelfde set blokken en plaatsen om beurten een in de toren. Je verliest als je geen blok kunt plaatsen zonder een uitstulping aan de buitenkant te zien. Een leuk idee, maar volgens mij heeft de startspeler een gigantisch voordeel, doordat alleen hij de ander telkens voor het blok kan plaatsen. Ik hoop maar dat we gemist hebben dat er een regel is die voorschrijft dat de spelers afwisselend startspeler zijn bij de volgende verdieping. Maar ook in dat geval heb ik te weinig ruimtelijk inzicht om dit echt leuk te vinden.

Castelli: niet meer gespeeld sinds Spiel

Daarnaast nog drie nieuwe kinderspellen:

Labyrinth: een leuke klassieker, zelfs met een SpongeBob-thema. Komt binnenkort op de iPad uit, dus mijn aanschaf zou wel eens voor niks kunnen blijken.

Ramses Return: Ramses Pyramid was al niet zo'n geweldig spel van Lego, dit is helaas niet veel beter. Reiner Knizia heeft in zijn jeugd vast te weinig met Lego gespeeld.

Sunblock: een zo mogelijk nog suffer Legospelletje. Wanner levert deze combinatie nu eens een echt goed spel op?

En twee nieuwe uitbreidingen:

Dominion: Hinterlands: een uitbreiding voor Dominionveteranen. Hier zitten veel kaarten bij die je op het tweede (of derde) gezicht allemaal mogelijkheden bieden die je pas bij herhaaldelijk spelen ontdekt. Ik heb nog niet alle kaarten een keer langs zien komen, dus ik kan me nog op een lange ontdekkingsreis door het achterland verheugen.

Ticket to Ride: Asia: alleen nog de Legendary Asia kaart gespeeld. Best OK, maar niet heel bijzonder. Het idee van de bergen die treintjes kosten vond ik we een leuke vondst, net als de bonus voor het hebben van de meeste steden in een netwerk. Worden die korte routes eindelijk eens echt beloond.

woensdag 2 november 2011

Spellendag bij Anton

Vandaag hadden Peter Hein, Eugène en Anton afgesproken voor een dagje ouderwetse spellenpret. Rond half 10 waren we er alle vier en kon het spellenfestijn beginnen.

We begonnen met Powerboats van Cwali. In dit spel moet je drie races doen waarbij je om een aantal boeien heen moet varen, onderwijl kleine eilandjes ontwijkend. Driezijdige dobbelstenen (jawel, ze bestaan) bepalen hoe hard je gaat. Iedere ronde mag je een dobbelsteen weg doen of er bij pakken en bepalen of je je oude worp laat liggen of dat je (een deel van je stenen) opnieuw gooit. De eerste ronde kon ik nog aardig blij blijven (ik werd tweede), maar de andere twee rondes deed ik het tamelijk belabberd. Op cruciale momenten gooide ik te hoog, waardoor ik faliekant uit de bocht vloog. En voor je dan weer op koers ligt…… Gelukkig (voor mij dan) bakte ook Anton er niets van waardoor hij me van de laatste plaats stootte.

Vervolgens kwam Innovation op tafel “van de maker van Glory to Rome”. De doos vond ik erg lelijk, maar gelukkig was het spelmateriaal wat er uit kwam een stuk mooier om te zien. Ik vind het erg lastig om te beschrijven wat voor een spel dit is. Ik heb erg geprofiteerd van Anton en ben verder volkomen korte termijn bezig geweest. Volgens mij was het dan ook meer geluk dan wijsheid dat ik behoorlijk overweldigend won. Ik ben alleen bang dat dit geluk ook meteen de doorslaggevende factor is in dit spel. Peter Hein had bijvoorbeeld heel weinig geluk en kwam voor geen meter op stoom. Gelukkig was het een kort spelletje en dan is een hoge geluksfactor minder erg.

Na Innovation kwam Glory to Rome op tafel. Dit keer in de Duitse editie die er wat mij betreft een stuk beter uit ziet dan de Engelse. Doordat het alleen een behoorlijk taalafhankelijk spel is, ben ik bang dat ik thuis de Duitse niet makkelijk gespeeld krijg en blijf ik hopen nog eens de Engelse versie te vinden. Of nog beter, dat een Nederlandse uitgever dit spel ook uitbrengt in een Nederlandse versie (en dan het uiterlijk van de Duitse versie). Het was een tijd geleden dat ik het spel voor het laatst gedaan heb en ik had misschien wel mede daardoor een beetje moeite om op stoom te komen. Er lagen telkens te weinig kaarten in het midden van de tafel en ik trok te vaak kaarten van dezelfde kleur die ik net op dat moment niet wilde. Ik werd dan ook kansloos laatste, maar het spel smaakte absoluut naar meer.

Na de lunch werd het tijd voor het zwaardere werk: German Railways. Dit is een pittig spel waarin je aandelen in treinbedrijven moet kopen en de treinbedrijven moet uitbreiden (en hier gebruik je dan weer het door de aandeelhouders gestorte kapitaal voor). Al gaande weg bleek dat de Nederlandse spelregels niet helemaal goed waren opgeschreven. Er zit één grote blunder in en ergens anders een formulering die je op het verkeerde been zet. Peter Hein en Eugène zullen hier nog uitgebreid op in gaan. We ontdekten deze fouten telkens na plus minus een uur spelen. De impact op het spel was zo groot dat we het spel daarom niet uitgespeeld hebben. We zijn dus twee keer begonnen, maar hebben de eindstreep niet gehaald. De eerste indruk is echter wel positief, als je met de juiste regels speelt (lees vooral de Engelse of Duitse versies) dan verwacht ik dat dit een leuk, maar erg pittig spel is.

We besloten vervolgens Pergamon te gaan doen. Dit is een familiespel waarin je met een beetje wijsheid en een beetje geluk moet proberen fondsen te werven om vervolgens opgravingen te doen. De opgegraven stukken mogen vervolgens in het museum tentoongesteld worden. Ik zal binnenkort een recensie over dit spel schrijven. Ik vind het een leuk spel, maar de reacties van de heren waren wat gemengder. Gevalletje try for you buy dus.

Als laatste spel van de middag kwam Rozenoorlog op tafel. Wat vooral aan dit spel opvalt is de grote van de borden en schermen. Gelukkig had Anton een grote tafel en konden we het kwijt, maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die dit spel niet kunnen spelen doordat hun tafel te klein is. Het duurde even voor ik het spel door had. Je krijgt punten door meerderheden in regio’s te hebben en die krijg je door enerzijds iedere ronde een paar dingen cadeau te krijgen aan het begin van de ronde en anderzijds door ze van andere spelers te veroveren. Je bent dus vooral bezig met elkaar aanvallen en sommige locaties/personen wisselen iedere beurt ongeveer van eigenaar. Het voelde daardoor een beetje oppervlakkig aanvallen om het aanvallen zonder dat je een bepaalde strategie hoefde te hebben). De eerste rondes lag ik hopeloos achteraan, maar gaande weg het spel kreeg ik het door. Ik kreeg bovendien iedere ronde veel geld waardoor ik aan het eind van het spel een stevige oorlogskas had waarmee ik het halve bord kon veroveren. Dit was net genoeg voor de winst. Ik zou het spel graag nog eens doen om te kijken hoe het speelt als je het hele spel weet waar je mee bezig bent. De eerste indruk is voorzichtig positief. Een aandachtspuntje is wel dat er wel veel administratieve afhandeling in het spel zit: je kiest wat je gaat doen en daarna ben je een flinke tijd zoet met het uitvoeren van de gemaakte keuzes.

Na Rozenoorlog was het tijd voor de warme maaltijd. Anton en zijn vrouw zetten in no time een maaltijd voor zeven op tafel (respect!). Na het eten heeft Anton mij nog even naar de trein gebracht en ben ik terug naar huis gegaan. Ik vond de dag super geslaagd: leuke spellen met gezellige mensen en niet te vergeten kroelkater Moos. Wordt hopelijk nog vaak vervolgd!

vrijdag 28 oktober 2011

1830

Een van de meest langverwachte uitgaves van de afgelopen jaargang van Spiel was zonder twijfel 1830. Deze bewerkte heruitgave klassieker van Francis Tresham stond al lang op het punt van verschijnen, maar werd telkens weer uitgesteld. Met inmiddels twee exemplaren in het bezit van mijn vaste tafelpartners was het onvermijdelijk dat ik deze legende eens zou spelen. Woensdag was het zover.









Als ik eerlijk ben: ik zag er een beetje tegenop. Mijn ervaring met 18xx beperkte zich tot de wat toegankelijker titels (1825, Steam over Holland en Poseidon), die ik bovendien allemaal slechts een keer gespeeld had. Mijn tegenspelers hadden wel een stukje meer ervaring en 1830 bovendien allemaal al eens gespeeld. Tel daarbij op dat 1830 een stuk minder vriendelijk is je komt al snel uit op knikkende knietjes en zweterige handjes.

Voor wie het allemaal niks zegt: in 18xx beheren spelers treinmaatschappijen door het hebben van de meeste aandelen in zo'n maatschappij. De meerderheidsaandeelhouder ('president') kiest hoe de maatschappij zijn sporen aanlegt, welke treinen deze koopt en langs welke steden deze rijdt. De belangrijkste beslissing is zo'n beetje de keuze van het uitkeren van dividend of niet. Die keuze beïnvloedt de koers van het aandeel en de financiële positie van de aandeelhouders.

Dat klinkt nog niet boosaardig (ingewikkeld kan het wel worden), totdat de president besluit dat de maatschappij over zijn hoogtepunt heen is en zijn aandelen verkoopt. De maatschappij komt vervolgens in handen van de speler met na hem de meeste aandelen. Klinkt niet slecht, tot ineens blijkt dat de maatschappij (binnenkort) geen trein meer heeft en ook geen geld in kas om er een te kopen. Dan zul je moeten bijlappen uit je eigen kas. O wee wie dit lot treft, want bankroet is vaak het gevolg, of in ieder geval een hopeloze achterstand.

1830 heeft nog een hoop kleine regeltjes, maar bovenstaande is de kern van vrijwel iedere 18xx. In een van mijn vorige ervaringen (1825 meen ik) ben ik getuige geweest van zo'n dumpactie. Dat was een onaangenaam gezicht en ik had mijn doelstelling voor deze kennismakingspot dan ook laag ingezet: geen gekke dingen doen en vooral een bankroet voorkomen. Het werd veel leuker dan dat.

Ik begon met de Canadian Pacific (of iets dat daar op lijkt), op veilige afstand van de rest. Uitbreiden ging aardig en ik had weinig last van spelers die de koers manipuleerden. Toen de rek er een beetje uit was en ik wat meer vertrouwen begon te krijgen bedacht ik om zelf die dumptruc uit te halen. Maar helaas waren er al te veel verkochte aandelen en moest ik hopen dat een andere speler een aandeel uit de pool zou kopen. Eugene zag dat wel zitten. Blijkbaar vond hij Anton een grotere bedreiging, want door zijn aanschaf was Anton ineens de gelukkige nieuwe eigenaar van CP. Dat kon hij er best bijhebben, want hij had al een paar andere maatschappijen. Helaas hadden die samen maar twee treinen. De tweede helft van het spel was Anton daardoor vooral bezig om zijn treinen heen en weer te schuiven tussen de maatschappijen. Wel had hij veel aandelen, waardoor hij toch aardig verdiende.

De mooiste maatschappij (Baltimore & Ohio) was in handen van Eugene. Tegen het einde reed B&O met zijn dieseltrein voor bijna $80 per aandeel. Helaas voor hem bezat hij maar 4 aandelen, tegenover 3 voor Jasper en mij. Hij profiteerde dus maar matig. Ondertussen had ik met Boston & Maine een nieuwe maatschappij opgestart. Maar doortdat de 4-trein van deze maatschappij vrij snel roestte reed hij uiteindelijk voor maar $22 per aandeel.

Met zijn conservatieve speelstijl stoomde Jasper rustig richting overwinning. Hij had al sinds het begin dezelfde maatschappij, New York, New Haven & Hartford. Evenmin als B&M was deze erg profijtelijk, maar Jasper had slim belegd in enkele van de meest succesvolle maatschappijen.

Tegen het einde was het voor Eugene duidelijk dat hij iets moest doen. Hij bezat twee mooie maatschappijen, maar veel minder aandelen dan de rest. Hij waagde de gok en nam het bestuur in de Erie Railroad over van Anton, die daarmee geen treinloze maatschappij meer bezat. Eugene moest diep in de buidel tasten voor een trein voor Erie, maar met voldoende operating rounds zou hij er dat ruimschoots uit halen.

Ik zag wat hij wilde bereiken en ging mee in het kopen van Erie. Helaas maar een aandeel, dus ook voor mij was die extra volledige ronde van belang, omdat Jasper toch uit begon te lopen.

Helaas mocht het niet zo zijn. Het geld van de bank was net een operating round te vroeg op, waardoor Eugene en ik niet meer optimaal konden profiteren van Erie, of Anton van zijn drie inmiddels behoorlijk goede maatschappijen. Ik verloor dus nipt van Jasper, die het allemaal net iets gewiekster had gespeeld dan de rest.













Een voorbeeld van een eindsituatie (foto: Bill Byrd)

Ik houd niet van overdreven lange spellen. Aan veel gereken in spellen heb ik een broertje dood. 1830 had 6 uur geduurd en het een grote reeks van sommetjes maken. Ik kan dus wel zeggen dat ik me uitstekend vermaakt heb. Sterker nog, ik had graag gehad dat het spel nog een volledige ronde geduurd had, want dan had ik mogelijk gewonnen.

In 1830 merk je weinig van hoe snel de tijd gaat. Ook het rekenwerk is vooral veel administratie; alleen af en toe moet je heel goed narekenen wat een bepaalde opzet kost en hoe je (of je maatschappij) aan dat geld moet kopen. De keuzes die je in het spel maakt hebben grotendeels dezelfde 'bronnen' als in veel eurospellen: intuïte, anticiperen op de acties van je medespelers en soms bot opportunisme. Wel is 1830 een stuk strategischer van aard. Als je een maatschappij opstart moet je een goed plan hebben wat je ermee wilt bereiken. De beginase van het spel is eigenlijk het meest complex, als ook de privémaatschappijen geveild worden en je moet kiezen met welke maatschappij je begint en of je met iemand meegaat.

1830 is vooral ook veel psychologie: ga je met iemand mee omdat je verwacht dat hij een maatschappij tot bloei wil brengen, of is het een val om een lege huls op je te dumpen? Iedere beslissing die je neemt zet een hele keten van daaropvolgende acties van alle spelers in werking. Je kunt wel denken 'als ik toen niet X had gedaan maar Y had ik nu wel dat aandeel gehad'. Maar als je Y had gedaan hadden je medespelers weer andere dingen gedaan waardoo je dat aandeel ook niet had gehad en misschien andere zaken ook wel niet.

Dat maakt 1830 een rijke en meeslepende ervaring, met veel wederspeelbaarheid. Je moet er wel een dag voor uittrekken, en daarom is het alleen geschikt om incidenteel te spelen. Maar de beloning is er ook naar.

maandag 24 oktober 2011

Spiel 2011: het vlees was weer zwak

...maar ook gewillig. Voor het eerst ging ik dit jaar twee dagen naar Spiel. Daarbij moet ik wel zeggen dat donderdag de gezinsdag was. Dus weinig 'serieuze' spellen doen, maar wat meer spelen in de brede zin van het woord, je met je kinderen vermaken en soms ook spellen doen die je zelf niet zo snel uit zult kiezen. Toch doe je op zo'n dag veel indrukken op, waardoor ik op vrijdag veel gerichter bij diverse stands langs kon om daar spellen te proberen dan wel te kopen.

Algemene indruk

Van te voren had ik me schrap gezet: dit zou een dure Spiel worden, met veel spellen in de buurt van de 40 euro. Misschien was ik te pessimistisch, misschien was het echt niet zo duur, maar de prijzen vielen me alleszins mee. Bij Queen kon ik gewoon voor minder dan 65 euro met twee gloednieuwe spellen weglopen en zelfs mijn duurste aanschaf was niet meer dan 40 euro. Maar het is wel duidelijk dat de tijd voorbij is dat spellen van meer dan 30 euro uitzonderingen zijn. Je weet hoe laat het is als een uitgever een prijs van 32,50 voor een middelgroot spel als 'speciale beursaanbieding' neerzet. Dan denk ik toch aan een prijs van duidelijk onder de 30 euro. Ik zal oud worden.

Verder was het op donderdag en vrijdag redelijk rustig. Dat merk je vooral buiten de stands van de grote uitgevers. Bij Kosmos, Queen en Schmidt is het altijd druk. Maar nu tenminste niet krankzinnig druk. Maar over het algemeen hoefde ik nooit lang te wachten op een vrij plekje.

Donderdag

Zoals gezegd, donderdag was de familiedag. Toch wisten Roger en ik even aan de aandacht te ontsnappen toen de rest aan het knutselen en spelen was. We waren in hal 5, om de hoek van Quined Games. Het toeval wilde dat een demoër daar net met de uitleg van Alba Longa begon.


In Alba Longa beheren de spelers ieder een eigen Italiaanse stam, in de tijd dat de Romeinen nog een stelletje parvenus waren. Iedereen heeft een eigen bordje met daarop vier actievelden. Per actieveld is er een bijzondere achtzijdige dobbelsteen. De actieve speler gooit ze alle vier en kiest er een uit om een aantal mannetjes gelijk aan de worp op het actieveld van die kleur te plaatsen. Andere spelers mogen tegen betaling volgen en een andere dobbelsteeen nemen. Dit gaat zo door totdat de startspeler geen nieuwe worp kan of wil betalen, waarna de volgende speler startspeler wordt.
Met de actievelden kun je troepen inzetten, geld verwerven, aan monumenten bouwen of de goden vereren. In het najaar kun je ook nog graan oogsten. Met overtollig graan kun je extra mannetjes werven. Doel is om al eerste een bepaald aantal mannetjes en monumenten te hebben.
Omdat de vaderlijke plichtgevoelens toch op begonnen te spelen hebben we het bij een speelronde gelaten. Het spel liet toen een nog wat onduidelijke indruk achter. Het oogt allemaal vrij rechttoe-rechtaan: grondstofjes verzamelen een een spelmotor opbouwen. Andere spelers aanvallen kan nog wat roet in het eten gooien, maar omdat een aanval de aanvaller zelf niets oplevert zul je je mannetjes toch liever iets anders laten doen. Tegen de tijd dat het wel zinvol wordt om iemand af te stoppen kan dat vast snel tot frustratie leiden: waarom pak je mij maar niet hem?
Zover kwam het bij ons niet. Ik zou nog wel eens een volledig spel willen spelen, maar deze proefronde deed niet direct naar meer smaken.

Alba Longa was direct het enige serieuze spel dat ik die dag deed. Verder stond het in het teken van een paar Lego-spelletjes (meer wil je niet weten), Weykick (wat erg lollig blijft), knikkerbanen bouwen en een tijdje rondhangen bij de stand van het door spellengekken zo geliefde Hasbro. Op expliciet verzoek van mijn kinderen hebben Helen en ik het nog tegen elkaar opgenomen bij een potje Twister. Ik kan alleen maar hopen dat daar geen bewijzen van zijn vastgelegd. Het wreef me bovendien weer met de neus in het feit dat de lichamelijke aftakeling na de 30 echt begint.

Aan het einde van de dag maakten we nog een rondgang langs een paar stands om in ieder geval iets te kopen. Je moet 's avonds in het hotel toch wat te doen hebben, nietwaar? Een van de spellen die ik kocht en diezelfde avond nog gespeeld heb was The City.


Een klein kaartspelletje van Tom Lehmann omschreven als Race for the Galaxy-light. Daar wilde ik wel zes euro aan wagen. Geheel terecht zo bleek. The City is een razendsnel spel waarbij iedere speler elke beurt een gebouw kiest om neer te leggen. De gebouwen hebben verschillende kosten, die je betaalt door evenveel kaarten af te leggen (net als in Race of het Puerto Rico kaartspel). De gebouwen leveren een combinatie op van inkomsten (meer kaarten) en punten. Sommige gebouwen bieden daarnaast nog een extra voordeel. Kwestie dus van je inkomen opbouwen en daarna als een razende voor de grote punten gaan. En natuurlijk combineren naar hartelust, wat dit soort spellen zo luek maakt. Heeft niet de diepgang en veelzijdigheid van zijn voorgangers, maar compenseert dat met een ultrakorte speelduur en een voorbereidingstijd van bijna nul. Voor mij nu al een van de hoogtepunten van Spiel. Ik heb er al bijna tien potjes opzitten.

Vrijdag

Deze dag zou de speeldag worden. Vooral Queen Games stond hoog op de probeerlijst, vanwege spellen als Kingdom Builder, Paris Connection en Castelli. Onderweg spotte ik een leeg tafeltje met Rallyman. Daar had ik aardige verhalen over gehoord en omdat Roger een fan van racespellen is kostte het weinig moeite om hem over te halen.


Zoals de titel al doet vermoeden gaat het in dit spel niet om de eerste plaats, maar om de snelste tijd. Met de vier borden kun je een schier oneindig aantal verschillende parcours uitzetten. Racen gaat met dobbelstenen: vijf voor de verschillende versnellingen en twee om een ingezette versnelling aan te houden. Tijdens een beurt kun je alleen omhoog of omlaag schakelen, dus je moet je beurten goed plannen en rekening houden met wat er komen gaat. Geheel conform het thema kun je risico's nemen door het gas wat extra in te trappen of bochten af te snijden. Dat ging mij wat minder goed af dan Roger, maar ik heb me kostelijk vermaakt. Een race kostte ons nog geen halfuur, dus je doet er zo een paar achter elkaar. Ik was dan ook blij dat Roger hem besloot mee te nemen. Deze zie ik in de toekomst hier ook nog wel eens in de kast verschijnen.

De volgende stop was dan toch echt Queen. Deze uitgever had weer twee grote stands, waar vooral veel tafels waren ingeruimd voor Kingdom Builder. Blijkbaar verwacht de uitgever daar veel van.


Kingdom Builder is een tactisch legspel dat wel vergeleken wordt met Heersers der Woestijn. Iedere beurt plaats je drie nederzettingen. Een kaart die je van de stapel trekt bepaalt in wat voor gebied ze moeten komen. Bovendien moet je ze zoveel mogelijk aangrenzend plaatsen. Dat is allemaal vrij beperkend, maar gelukkig kun je speciale fiches verdienen waarmee je extra nederzettingen kunt plaatsen of verplaatsen. Punten verdien je met bepaalde plekken op het bord, maar vooral met de speciale kaarten. Daarvan zijn er tien, waarvan er drie getrokken worden. Samen met het variabele speelbord is geen potje gelijk.
Kingdom Builder speelt razendsnel en zit vol tactische beslissingen. Al heeft het minder diepgang, ik begrijp de vergelijking met Heersers der Woestijn wel. Mijn testpotje beviel me meer dan genoeg om het spel mee naar huis te nemen.

Later op de dag speelde ik bij Queen ook nog Castelli. Dat was onder anderen door Dominique aangeprezen als een familiespel met pit en dat vergrootte natuurlijk mijn interesse. Helaas bleek die pit zich vooral te vertalen in veel gedoe. In Castelli draai je een voor een een fiche om, met daarop aan iedere kant een wapen in de kleur van een speler. Na het omdraaien leg je het fiche zo neer als je wilt. De wapens wijzen naar gebieden waar grondstoffen te halen zijn. Zijn alle kanten van een landschap bepaald dan krijgt de speler met daar de hoogste invloed in wapens de bijbehorende grondstoffen. Met die grondstoffen koop je dan weer burchten, die punten opleveren. Tijdens het spel voor steden en dorpen in de rij en kolom van de burcht, aan het einde voor alle dorpen en steden waar jij de meeste invloed hebt met burchten in de dezelfde rij en kolom.
Dat klinkt allemaal vrij abstract en dat is het ook. Dat wordt nog eens versterkt door het puzzelaspect van het spel. Uitrekenen wie wat krijgt afhankelijk van hoe je een tegel draait, uitrekenen op welke plaats een burcht de meeste punten oplevert, ga zo maar door. De nadruk lag voor mij meer op sommetjes maken dan op het maken van tactische keuzes, die ik in een familiespel met pit verwacht. De gekunstelde mechanismes van het spel waren iets te zichtbaar. Dit kon ik dus vrij snel van mijn aanschaflijst schrappen.

Roger was ondertussen erg benieuwd naar Casa Grande, een nieuw spel van Ravensburger. Bij de stand kwam net een tafeltje vrij en met een Duits stel begonnen we torens te bouwen.


Wat direct opvalt aan Casa Grande zijn de vreemde denominaties van het geld: 3, 4, 5, 6, 9 en 25 lire. van de laatste is er bovendien maar een. Wie nu vreest met een nieuwe versie van het MAD bordspel te maken te hebben kan ik gerust stellen. In Casa Grande bouwen de speler torens om daar vervolgens plateaus op te leggen. Afhankelijk van de omvang en de hoogte van het plateau (denk Torres) krijg je punten.
Zo'n beetje halverwege hadden de Duitsers een indruk en vroegen of we bezwaar hadden het spel af te breken. Wwij hadden net zo'n indruk en vonden het best. Casa Grande is een lollig familiespel maar niet veel meer dan dat. Voor slim stapelen speel ik liever Torres of Pueblo, toch ook geen loodzware spellen.

Tijdens onze rondwandeling kwamen we ook nog langs de stand van Pegasus. Daar viel de blik van Roger op Strasbourg, dat hij graag eens zou proberen. Omdat het genomineerd was voor de expertprijs van de Spiel des Jahres was ik ook wel benieuwd.

Strasbourg tilt blind bieden naar het volgende niveau. Het spel telt vijf rondes waarin er op verschillende zaken geboden wordt. Door de bank genomen zijn dat het plaatsen van mannetjes en daarbij eventueel een goederenfiche krijgen dan wel het verkopen van de goederenfiches. Geld heb je weer nodig om mannetjes te plaatsen in een raster dat de stad moet voorstellen (denk ik). Dat aspect deed met vaag wat aan Hermagor denken. Het blinde bieden zit in hem het aspect dat je aan het begin van de ronde een voor een biedkaarten omdraait en daarmee stapeltjes maakt. Ieder stapeltje mag je één keer inzetten bij een bieding. je moet dus van tevoren bepalen bij hoeveel biedingen je meedoet en wat je daar op gaat bieden. Volstrekte chaos dus. De ene keer blijkt je stapel met waarde 10 nog niet voldoende, de andere keer ga je met een bod van 4 met de winst aan de haal omdat niemand meebiedt.
Het spel zal bij herhaald spelen ongetwijfeld charme laten zien, zo'n eerste keer heb je geen idee wat je aan het doen bent. Bij een pittig spel verwacht ik toch wel een beetje controle en dat miste ik teveel bij Strasbourg. Het spel was daarbij ook vrij droog en sfeerloos, dus voor het thema hoef je het ook niet te doen. Wat mij betreft (weer) een misser van Stefan Feld. Hij heeft bijzonder aardige spellen gemaakt, maar spellen als Strasbourg en Macao maken dat zijn spellen voor mij geen automatische aanschaf zijn.

Als laatste spel van de beurs speelde ik Ascension. Roger is niet zo van het deckbouwen en al helemaal niet van een fantasythema en bedankte voor de eer. Gelukkig offerde een demoër zich op.

In Ascension bouw je een deck op om daarmee 'honor' te verdienen. Die verkrijg je in kleine edelsteentjes bij het verslaan van monsters, daarnaast zijn de meeste kaarten een hoeveelheid honor waard. Waar je bij Dominion en Thunderstone een bepaalde set kaarten hebt die iedereen kan kopen, zitten alle kaarten bij Ascension in één grote stapel. Er liggen altijd zes open die je naar keuze kunt kopen of bevechten. Dit geeft het spel een heel andere dynamiek. Het is nu vaak meer opportunistisch kaarten nemen en minder een van tevoren opgezet plan uitvoeren. Dat maakt het voldoende anders dvan iets als Dominion om eigen speeltijd op te eisen (iets wat ik bij Thunderstone minder zie). Ik vond het dus een leuk spel, maar nam het uiteindelijk niet mee. Ik voorzag dat Helen snel af zou haken bij de vele informatie op de kaarten onder het slaken van een verzuchtend 'Zullen we maar gewoon Dominion spelen'.
Een klein beetje spijt heb ik wel, want de prijs was vrij scherp. Als de spijt er volgend jaar nog is zou ik het zo maar alsnog kunnen kopen. Met een uitbreiding of twee.

Wat ging er mee en vind ik er al wat van?

Na Ascension was er niet zoveel tijd meer en moesten de aankopen in een dik halfuur gedaan worden. Dit was uiteindelijk de oogst:

The City - zie boven
Dominion: Hinterlands - OK, deze zou ik niet gaan kopen. Maar toen bleek dat a) het maar 25 euro kostte en b) er een gratis promo bijzat (Governor) bedacht ik me geen seconde. Inmiddels al tien keer gespeeld. Ook nog geen seconde spijt gehad.
Minen von Zavandor - nog niet gespeeld. Ik kreeg de mensen van Lookout nog wel aan het lachen met mijn exemplaar van Spongebob Labyrinth. Ze waren vast jaloers omdat zij de hele dag Ora et Labora moesten demoën. Daar zou ik ook melig van worden.
Kingdom Builder - zie boven
Paris Connection - nog niet gespeeld, maar bordspellen voor 6 spelers zijn relatief zeldzaam
Puerto Rico Jubileumeditie - die trok mij op voorhand wel al was de prijs met 60 euro afschrikwekkend hoog. Op vrijdag zag ik alleen dat het bij All-Games fors was afgeprijsd naar 40 euro (donderdag nog 55) en toen rook ik een buitenkans. Ik gok dat hij zondag nog goedkoper was. De muntjes zijn alvast erg mooi.
Ticket to Ride: Asia - zou ik ook niet gaan kopen, maar de prijs was vrij scherp en ik speel TtR vaak genoeg om nog een uitbreiding te kopen
Tournay - nog niet gespeeld, maar het was wel nummer 1 bij Fairplay. Komt dus vast goed.

zondag 23 oktober 2011

Spiel 2011: mensen, mensen, wat een mensen!

Dit jaar zijn we op zaterdag naar Spiel geweest (de vrije dagen zijn schaars met dank aan de verhuizing). We vertrokken rond 8 uur en de wereld liet zich van zijn beste kant zien met een mooie opkomende zon (Catan waardig als je het mij vraagt). Iets na 10 uur reden we het Messe-terrein op. We werden keurig naar een parkeerplekje gedirigeerd. We hebben de bus naar de ingang genomen, een minuutje of 10 in de rij gestaan om kaartjes te kopen en toen konden we naar binnen.

Het eerste wat opviel was dat er, in vergelijking met de andere keren dat we naar Spiel zijn geweest, erg veel kinderen aanwezig waren. Ik had al op internet gelezen dat de herfstvakantie dit keer nog niet begonnen was en dus kwamen uit de regio massaal gezinnen met kleine kinderen en jeugdgroepen een bezoekje brengen aan Spiel. Het was zo druk, dat het ook geen zin had om gericht een bepaald spel te willen gaan spelen, maar dat je maar beter genoegen kon nemen met wat er toevallig beschikbaar was.

Nadat we een beetje hadden rondgelopen om de sfeer te proeven, zagen we een leeg tafeltje bij Mayfair waar we Ablaze konden proberen. Er was helaas geen uitlegger beschikbaar, dus we hebben zelf de regels maar even door genomen. Het bleek een kort spelletje te zijn waarbij iedere beurt een nieuwe tegel omgedraaid wordt met daarop een getal (dat de zwaarte van de brandhaard weergeeft). Vervolgens mag je maximaal drie brandweermannen op een willekeurige tegel zetten. Aan het eind van het spel bepaal je hoeveel punten je krijgt door per groep aaneengesloten tegels waar jouw brandweermannen op staan de waardes op te tellen en dit te delen door het laagste getal in deze groep. We vonden het wel een aardig spelletje, maar niets bijzonders. Dit spel ging dus zonder twijfel niet mee naar huis.

Vervolgens gingen we weer rondlopen. De spellen zijn natuurlijk de belangrijkste reden om naar de beurs te gaan, maar de mensen die er rond lopen zijn ook zeker de moeite van het bekijken waard. En dan vooral degenen die verkleed zijn. We hebben aardig wat elfen, orcs, ridders, jonkvrouwen en rare monster voorbij zien komen. Maar ook een normaal geklede bezoeker op blote voeten. De beursorganisatoren weten schijnbaar dat er onder de spellenliefhebbers veel mannen zitten en dus was er voor hen ook wat vrouwelijk schoon te bewonderen.

We besloten weer op zoek te gaan naar een spel om te spelen. Het was inmiddels echter super druk geworden. Het was schuifelen door de paden ondertussen speuren naar een plekje. Dit viel niet mee, maar uiteindelijk vonden we wederom bij Mayfair een plekje. Dit keer bij het spel Nuns on the Run. Ik heb op BGG hier wel een aantal positieve verhalen over gelezen dus ik was nieuwsgierig. De vaste speluitlegger was even met pauze en de collega die het over nam, had het spel nog niet helemaal in de vingers. De uitleg verliep hierdoor niet echt vloeiend wat het speelplezier niet ten goede kwam. We hebben uiteindelijk maar een ronde of drie gespeeld (van de vijftien). In het kort komt het spel er op neer dat één of twee spelers de nonnen spelen die toezicht houden in het klooster. De rest van de spelers (maximaal 5) spelen de novices die stiekem in het midden van de nacht uit hun kamers komen om stiekeme dingen uit te spoken in het klooster (bijvoorbeeld een slaapmiddeltje halen in de apotheek). De nonnen proberen de novices te pakken. De novices lopen niet met een pion over het bord, maar schrijven op een blok waar ze zijn. En als de nonnen in de buurt zijn als ze lopen, dan maken ze geluid wat een aanwijzing oplevert voor de nonnen. Ik kan me voorstellen dat dit een leuk spel is om met een wat grotere groep te doen. Ik speel alleen niet zo vaak met grotere groepen, dus ik heb het spel, ondanks de aantrekkelijke prijs, niet meegenomen.

Na Nuns on the Run gingen we weer aan de wandel. We hoopten nog wat spellen te kunnen spelen, maar dit bleef lastig. Het is gelukt om Crokinole te spelen. Dit is behendigheidsspel dat een beetje op een ronde sjoelbaan lijkt. Je moet proberen je schijven in het midden van het bord in een gaatje te krijgen of in ieder geval in het middelste vak. Wij speelden tegen twee Italianen die veel bedrevener waren in het goed wegschuiven van onze stenen. Ik vond Crokinole best vermakelijk en zou het wel vaker willen doen. De grootte van het bord (sta in de weg) met de vermoedelijke prijs (hoog) maakten het alleen geen spel dat ik ook zelf zou willen bezitten.


Het was inmiddels een uur of drie en door de drukte begonnen we er wel genoeg van te krijgen. We besloten nog wat laatste aankopen te doen. Dit was door de drukte al lastig genoeg en bovendien heb ik altijd moeite om bepaalde zalen terug te vinden. En in één van die onvindbare zalen was een spel dat ik mee wilde nemen. Gelukkig wist Niek de zaal te vinden en ik in de zaal de stand zodat mijn missie slaagde.

Wat ik nog wel aardig vind om te vermelden is dat bij Queen een poster hing waarop ze aankondigden dat ze spellen gaan uitbrengen voor de iPad/iPhone/iPod. Ravensburger en Days of Wonder hebben deze stap al gezet en hun apps lopen volgens mij goed. Het verbaasd me dan ook niet dat ook andere uitgevers hun voorbeeld gaan volgen.

We zijn met de auto naar het hotel gegaan wat we geboekt hadden. Nadat we waren ingecheckt zijn we nog even Essen zelf in gegaan om daar nog wat te slenteren (verademend rustig in vergelijking met de beurs) en een hapje te eten. In het hotel zaten in de bar allemaal mensen spellen te doen toen we terug kwamen, maar Niek was het zat dus wij zijn lekker naar onze kamer gegaan om naar Deutschland sucht ein Super Star (of zo iets dergelijks) te kijken. Op zondagochtend zijn we weer uitgerust huiswaarts gekeerd.

Terugkijkend op ons dagje Spiel, kom ik tot de conclusie dat je echt niet op zaterdag moet gaan. Het is gewoon te druk. Je kan daardoor niet spelen wat je wilt en de hele tijd in die mensenmassa zijn, is super vermoeiend. Bovendien zijn op zaterdag de eerste spellen al uitverkocht. Naar aanleiding van berichten op internet had ik bijvoorbeeld mijn zinnen gezet op een uitbreiding voor Cash ’n Guns en Gepakt en Gezakt voor weinig, maar die waren al op. Ook bij de Heidelberger stand die normaal enorme stapels heeft staan, was al behoorlijk geplunderd waardoor hij een wat kale indruk maakte. Ik heb mijn aankopen verder redelijk door mijn wensenlijstje laten sturen. Twee nieuwe spellen die ik graag wilden waren helaas niet verkrijgbaar (Das Dorf helemaal niet en Ora et Labora alleen in het Duits) doordat ze niet op tijd waren afgeleverd. Verder had ik gehoopt Glory to Rome te kopen, maar die heb ik niet kunnen vinden. Wel was er een Duitse versie (die er ook veel verzorgder uitzag), maar omdat er zo veel tekst op de kaarten staat, wil ik heel graag de Engelse versie, maar die is ongeveer nergens te koop. Ach, je moet wat te wensen over houden!

zaterdag 15 oktober 2011

Voorpret Spiel 2011

Nog een klein weekje en de deuren van de Messe in Essen openen weer voor het spellenwalhalla (Spiel 2011). Ik ben erg druk geweest met de verhuizing en heb daarom wat minder tijd dan normaal besteed aan het verkennen van de vele spellen die uit gaan komen. De lijst met Spiel releases op BGG is weer ongelofelijk lang. Ik heb hem een paar keer gelezen, evenals de lijst op Bordspel.com. Verder heb ik wat Geeklistjes voorbij zien komen met wensenlijstjes van andere BGG-ers. En op basis hiervan heb ook ik een lijstje met spellen die een grotere kans maken om mee naar huis te gaan gemaakt.

Omdat er zo ontzettend veel spellen zijn en de tijd nog beperkter was dan andere jaren, ga ik vooral af op het uiterlijk van de doos (sommige illustraties spreken me nou eenmaal meer aan dan andere), het thema van een spel (ik zal vast verklappen dat het thema dorp dit jaar hoog bij mij scoort), en de reputatie van de Uitgever en Auteur. Op basis van deze zeer onzorgvuldige methode waarmee ik vast pareltjes van spellen mis, ben ik tot de volgende shortlist gekomen:

Freitag
Ik heb een zwak voor Friedemann en er moet wel veel zijn wat me aan een spel tegen staat, wil ik het niet meenemen. Met Freitag is niets mis. Enige twijfelpuntje is nog dat ik zou kunnen wachten op de Nederlandse versie die aangekondigd is voor volgend jaar. Maar dat is nog wel lang wachten. Als het spel er niet te taalafhankelijk uit ziet, dan ga ik deze meteen meenemen.

Power Grid First Sparks

Het andere grote spel van Friedemann is gebaseerd op zijn topper Funkenschlag en gebaseerd in een historische periode die mij zeer aanspreekt. Ook die gaat dus zeker mee. Ik ben erg benieuwd naar deze variant. Er is ook nog een uitbreiding voor Funkenschlag zelf (een robot).Vaak heeft Friedemann als beursaanbieding dat als je al zijn nieuwe spellen in één keer koopt dat je een kleine korting krijgt. Grote kans dat de robot op die manier ook mijn rollator terecht gaat komen.

Hawaï
Hans im Gluck maakt voor Spiel eigenlijk nooit heel veel bekend over zijn nieuwe spellen. Het nieuwe grote spel van hen heet Hawaï. Hans im Gluck heeft wat mij betreft een goede neus voor mooie spellen en op basis van die reputatie is de kans groot dat dit spel mee mag (natuurlijk wel op voorwaarde dat het er een beetje mooi uitziet).

Uitbreiding Stone Age
Hans im Gluck brengt verder nog een uitbreiding voor Stone Age. Stone Age hebben Niek en ik met veel plezier gespeeld dus die uitbreiding gaat in principe mee naar huis. Dealbreakers zouden kunnen zijn als de eerste berichten negatief gaan zijn of als de prijs/materiaal verhouding nergens op slaat.

Star TrekReiner Knizia heeft een coöperatief spel gemaakt dat zich afspeelt in het Star Trek Universum. Nou heb ik een heel warm plekje in mijn hart voor Star Trek en dat maakt dit spel heel aantrekkelijk. Van de naam Knizia krijg ik bovendien ook geen knikkende knietjes, dus dit spel mag mee. Ik weet dat er ook nog een paar andere Star Trek spellen recent zijn uitgekomen, maar deze heeft de grootste aantrekkingskracht op me.

Helvetia

Er komen dit jaar opvallend veel spellen uit die zich afspelen in dorpen. Drie ervan spreken me erg aan. Zou het er iets mee te maken hebben dat ik zelf nu in een dorp woon? De eerste is in ieder geval Helvetia. De doos vind ik niet super mooi, maar dat hij van Kosmos is maakt veel goed. Kosmos slaat de plank ook echt wel eens mis, maar de kans op een echt slecht spel is bij zo’n mega uitgever toch altijd een stuk kleiner dan bij kleinere uitgevers.

Ora et LaboraOok Uwe Rosenberg heeft zich op het dorp gestort. De vormgeving lijkt erg op Agricola dus dat is een plusje. En Uwe zelf is natuurlijk een plus. Ik vond Loyang wat minder leuk, maar de andere grote spellen van hem heb ik met veel plezier gespeeld. Ora et Labora schijnt een beetje Le Havre-achtig te zijn. Maar dan dus met een aansprekender thema (al kon ik het wel waarderen dat de uitgever als gadget kaartjes weggaf met boten met namen, waaronder een boot met de naam Dagmar. Ora et Labora heeft mijn interesse in ieder geval gewekt.

Village (Das Dorf)

Het derde dorp-spel waar ik warme gevoelens voor koester heet Village en wordt uitgegeven door Eggert Spiele. Eggert Spiele heeft de laatste jaren ook laten zien een goede neus te hebben voor goede spellen. De looks van dit spel spreken me ook nog eens heel erg aan. Maar ja, misschien is het wat overdreven om drie spellen over het leven in een dorp te kopen.

En natuurlijk zijn er nog wat andere spellen die mijn aandacht in meer of mindere mate hebben, zoals Small World Underground, Glory to Rome, de uitbreiding van Ghost Stories en de uitbreiding voor Ticket to Ride.

Ook dit jaar zal ik dus zeker niet met lege handen thuis komen. Naast deze spellen op de radar, zijn er nog de koopjes waar zo maar een lekkertje tussen kan zitten, de spellen die ik misschien ter plekke kan proberen en die leuk genoeg blijken te zijn voor een aanschaf, spellen die vanuit het niets hoog in de populariteitspolls komen te staan of spellen die in het echt er veel aantrekkelijker uitzien dan op het scherm. Ik ben benieuwd!

donderdag 13 oktober 2011

Spiel preview (toch maar)

Het is weer echt herfst en dat betekent dat het leukste evenement van het jaar er weer aankomt. Dat zou het hart van iedere spellenliefhebber sneller moeten laten kloppen. Toch knaagt er iets, en dit jaar niet voor het eerst. Als ik naar de (lange, lange) lijst van nieuwe spellen bekijk vind ik daarop welgeteld nul (0) spellen waarvan ik denk: wow, die moet ik spelen/kopen. Nou ja, Dominion: Hinterlands dan, maar het is wel een beetje sneu als je alleen naar een uitbreiding echt uitkijkt.

Misschien word ik blasé of een azijnpisser, feit is dat ik de laatste tijd geen enkele moeite meer heb om spellen te laten liggen. Het helpt ook niet dat mijn spellenverzameling inmiddels al veel te groot begint te worden. Ik zit niet te wachten op weer een paar dozen erbij die ik misschien drie keer zal spelen en vervolgens jaren niet. Ik ben dus al wat makkelijker geworden in het direct dumpen van spellen die, hoe aardig ze ook mogen zijn, weinig aan mijn verzameling toevoegen. Maar dat is een onderwerp voor een andere keer.

Met die kritische kanttekening in het achterhoofd heb ik de lijst braaf doorgeploegd en vond daarbij maar liefst drie titels die me een mogelijke dan wel waarschijnlijke aanschaf waard lijken:

Tournay
Van de uitgevers, auteur en vormgever van Troyes, een van de leukste spellen van de vorige jaargang. Dat geeft het spel al een pre. Afgaand op de beschrijving klinkt dit als een boeiend kaartspel dat werkverschaffing combineert met het maken van combo's. Ik ben niet de enige die er zo over denkt, dus ik gok dat dit spel hoog zal scoren in de populariteitslijstjes.

The City
Een kaartspelletje van Tom 'Race for the Galaxy' Lehmann. Sinds Race ben ik vrijwel ieder spel van hem geïnteresseerd, niet altijd met evenveel succes. Maar The City klinkt als een (sterk) vereenvoudigde versie van Race en het Puerto Rico kaartspel, dat nog vlotter wegspeelt. Voor de prijs van een Amigo-kaartspelletje kan ik me daar nauwelijks een buil aan vallen.

Kingdom Builder
Ook hier ga ik voornaleijk af op de naam van de auteur, namelijk Donald Vaccarino (u weet wel, van Dominion). Wordt hier en daar al vergeleken met Heersers der Woestijn, een van mijn favoriete Knizia's. Maar de prijzen van Queen zijn de laatste jaren zo belachelijk hoog (ik verwacht dat ze hier minstens €45 voor vragen) dat ik deze zeker eerst wil proberen.

En dat was mijn Spiel-preview. Nederlandse uitgevers schuif ik even door naar latere beurzen (al laat ik me graag verleiden door de mythische lege demotafel). De Frieses, Rosenbergjes en Wallaces laat ik uiteraard voor wat ze zijn en het enige soort-van-nieuwe grotere Kniziaspel spreekt me ook niet echt aan. Star Trek: Expeditions is een coöperatief spel, waarvoor ik sowieso al nauwelijks medespelers kan vinden (In de Ban van de Ring iemand? Pandemie dan misschien?) en een Trekkie ben ik ook niet echt. Misschien dat ik een Star Trek-fan in de omgeving zo gek krijg.

Maar op Spiel is gelukkig meer te krijgen dan alleen het allernieuwste. Naar sommige spellen van vorig jaar of eerder dit jaar ben ik misschien nog wel meer benieuwd dan naar de hierboven genoemde drie. Ik noem:

Ascension: Chronicle of the Godslayer: heb ik vorig jaar laten schieten als zijnde een mogelijk te oppervlakkige Dominion-kloon, maar ik geloof dat ik dat moet herzien. Speelt vlotter weg dan Thunderstone en is bij uitstek geschikt voor twee. Ga ik graag proberen en als het bevalt mag het mee. En anders kan het altijd nog op de iPad.

Glen More: houd ik al een tijdje in de gaten en kan niet anders zeggen dat het een spel lijkt dat het hier thuis erg goed zou doen. Is alweer mee dan een jaar oud, dus die zal nergens te proberen zijn. Ongezien kopen dan maar.

Minen von Zavandor: dwergen op pad sturen om edelstenen te verzamelen en daarmee opdrachten vervullen. Klinkt erg als Silberzwerg, dat ik nog steeds een leuk spel vind. Deze variant maakt gebruik van (blind) bieden en ruilen en daar ben ik niet vies van. Bovendien zijn mijn geekbuddies enthousiast en kost het nog geen 25 euro. Kom daar nu op Spiel nog maar eens om.

Paris Connection: hier aasde ik vorig jaar al op, maar door problemen bij een drukker was deze bij lange na niet op tijd beschikbaar. Hoe meer ik hierover lees, des te leuker het me lijkt. Enige bezwaar: ga ik 45 euro neertellen voor een kort tussendoortje? Hetzelfde geldt voor German Railways, dat volgens John Bohrer echt op Spiel zal verschijnen, maar daar heeft zich al een koper uit mijn omgeving voor aangediend.

Ruhm für Rom: Glory to Rome is het eerste spel dat ik echt niet heb gekocht vanwege de beroerde vormgeving. Dat, en de wetenschap dat er binnenkort een bijgewerkte en aanzienlijk verfraaide versie van zou verschijnen: Uchronia. Maar door juridische haarkloverijen staat dat op losse schroeven. Gelukkig heeft Lookout nu een fraaiere Duitse versie van GtR uitgegeven die nog goedkoper is ook. Helaas wel veel Duitse tekst op de kaarten, maar met al die reserveduitsers (Limburgers en Groningers) in mijn spellenkring moet dat geen probleem zijn.

En Hinterlands? Als ik dit jaar nog maar één spel mocht kopen zou het dat zijn. Maar omdat daar deze maand nog een Nederlandse versie van verschijnt durf ik mijn aankoop nog wel uit te stellen tot na Spiel. Heus, ik kan het.

dinsdag 11 oktober 2011

Inloopkast

Elk meisje wil er één en ik heb hem: een heuse inloopkast. In de mijne vind je alleen geen kleren en schoenen, maar spellen. Heel veel spellen.

Een kleine maand geleden hebben we de sleutels van ons nieuwe huis gekregen en ruim een week geleden zijn we verhuisd. In het vorige huis stonden mijn spellen verspreid over meerdere kasten en meerdere verdiepingen. Sommige spellen stonden zelfs in verhuisdozen in een donker hoekje weggestopt omdat de kasten vol waren. In ons nieuwe huis, hebben we van een studeerkamertje een heuse inloopspellenkast gemaakt. Kwestie van magazijnrekken halen, ze in elkaar zetten en ze vullen met spellen. Al mijn spellen staan nu weer netjes bij elkaar. Ik ben er super blij mee. Nu nog tijd vinden om ze te spelen, maar dat gaat vast lukken nu de verhuizing zo goed als achter de rug is. Ik hoop dat de frequentie van mijn bijdragen aan deze site dan ook weer omhoog gaat.

Linkerkant spellenkamer

Kast aan de rechterzijde van de kamer

Alle kolonisten verzamelen

Het groene hoekje

Pret voor twee

Kaartspellen in een ladeblokje

zaterdag 1 oktober 2011

Gespeeld in september

September was weer een echte Dominion-maand. Het spel was goed voor meer dan de helft van de gespeelde potjes. Dat kwam vooral dankzij Cornucopia, dat ik deze maand eindelijk in bezit kreeg. En de Walled Village niet te vergeten natuurlijk :-)
Helaas speelde ik niet echt bijzonder leuke nieuwe spellen deze maand. Van de vier wijs ik dan maar een kinderspel aan als leukste nieuwe spel, maar dat kan ook door het gezelschap komen.

Heroica
Ik heb er natuurlijk al een recensie over geschreven en veel valt daar niet aan toe te voegen. Ik heb de set Fortaan en Waldurk gespeeld, de andere sets heb ik nog niet in een winkel zien liggen. Ze zijn vrij inwisselbaar, met als belangrijkste verschil dat het grotere (en duurdere) Fortaan wat meer Lego bevat. Met kinderen een prima dungeoncrawl, maar voor het echte werk moet ik ze nodig aan de Heroquest krijgen. Dat heeft alleen als nadeel dat het eigenlijk niet zo geschikt is voor twee, waar Heroica dan weer geen last van heeft.
Andere nieuwe spellen:
Hex: een go-achtig spel waarbij je om beurten een steen op een raster plaatst en als eerste de twee overliggende zijden van het bord moet zien te verbinden. Daar, ik heb de regels in één zin uitgelegd. Het is zo snel als het simpel is. Gelukkig niet zonder de nodige diepgang, met één nadeel: als beide spelers een beetje geoefend zijn wint de startspeler. Daar is wel een ingenieus truukje op bedacht, maar als je zover bent kun je misschien beter overstappen op go. Met kinderen lijkt me dit bij wijze van introductie nog wel een aardig abstract spel.
Discworld: Ankh-Morpork: Wallace doet Discworld. Tja, dan verwacht je natuurlijk een spel waar het thema er dik bovenop ligt. Dat krijg je ook, als je tenminste niet te goed kijkt. Normaal brengt Wallace chroom in zijn spellen aan door middel van overbodige, wollige of gekunstelde regels om de speler het thema maar in de neus te wrijven. In Discworld gebruikt hij de klassieke Amerikaanse benadering: als je er maar genoeg kaarten tegenaan gooit met namen en illustraties die bij het thema horen, geloven de mensen vanzelf dat het thema 'er vanaf druipt'. Dat klinkt wat zuurder dan is het is, want ik heb wel om de kaarten gelachen. Ze zijn een feest der herkenning voor zelfs de kleinste Discworldfan zoals ik.
Het spel zelf is er een van onvervalste chaos. Je kunt alleen winnen als jouw overwinningsvoorwaarde aan het begin van je beurt geldt. Die moet je dus zien te bereiken tijdens je beurt en dan hopen dat de anderen te slecht opletten om daar iets aan te doen. Allemaal niet zo serieus dus, maar doe mij toch maar dit in plaats van een gedrocht als Automobile.

Fortuna: het nieuwe spel van The Game Master speelde ik op Spellen aan Zee. De titel is juist gekozen: geluk speelt een grote rol in het gooien van de dobbelstenen. Daar moet je tegen kunnen, maar je kunt er ook wel een beetje omheen spelen. Het spelidee is dat je iedere beurt een kaart mag kiezen om te spelen. Die kaart moet wel voor je liggen, dus je moet 'm in een vorige beurt al van een andere speler hebben genomen. Na het spelen ruil je deze kaart met kaart van een ander. Twee beurten achter elkaar dezelfde actie uitvoeren kan dus niet. Je moet je acties goed timen en ook de volgorde in de gaten houden. Uiteraard kunnen je medespelers je plannen in de war sturen, wat weer een extra bron van chaos oplevert. Na je actie gooi je je dobbelsteen om te zien wat voor belasting je 'mag' betalen. Hoog gooien is vaak beter dan laag. De prijs is dan wel hoger, het kan ook meer opleveren. Gelukkig kun je dobbelstenen bijkopen en je geluk op andere manieren beheersen. Het belangrijkste zijn de bonuskaarten, die vooral veel extra punten kunnen opleveren. Zoveel zelfs dat in mijn potje de winnaar meer dan de helft van zijn punten scoorde met bonuspunten. Iets om de volgende keer in de gaten te houden dus.
Mijn eerste indruk was er een van chaos en onvoorspelbaarheid. Ik vond het intrigerend genoeg om nog eens te willen spelen, maar vooralsnog is het niet om mijn verlanglijst verschenen.

zaterdag 10 september 2011

Gespeeld in augustus

In augustus kwam ik een stuk minder vaak aan spelen toe dan ik wel zou willen. Zelfs Dominion verscheen maar één keer op tafel. Daarentegen wel vier varianten van Ticket to Ride in een week tijd en dat gebeurt me niet zo vaak. Het basisspel was dan ook mijn meest gespeelde spel van de maand.

Veel nieuwe spellen speelde ik niet en over het beste heb ik gemengde gevoelens:

Dominant Species
Dit is een Amerikaanse hybride van twee erg 'Europese' genres: werkverschaffing en meerderheden. Iedere speler beheert een klasse in het dierenrijk, zoals zoogdieren of insecten. Het doel is om voordat de ijstijd zijn intrede doet, je dieren zo alomtegenwoordig en dominant mogelijk te maken.
Het hart van het spel is het kiezen van de acties volgens een Caylussysteem. Eerst kiest iedereen om beurten een actie, waarna alle acties in een vaste volgorde worden uitgevoerd. Met die acties kun je je voortplanten, verspreiden, je genenpool verrijken, noem maar op. Met de laatste acties kun je een puntentelling in een regio starten. Dit kan ook een dominantiekaart opleveren met allerlei interessante effecten.
Thematisch is het allemaal erg Amerikaans, speltechnisch is DS een redelijk zware euro. Dat kan een goede mix opleveren, maar in dit geval is het mij allemaal wat te topzwaar. Door alle mogelijkheden en hoe die elkaar beïnvloeden krijgt DS een chaotisch en stroperig verloop. Het is onmogelijk om alle potentiële gevolgen van de acties van de anderen door te rekenen, maar spelen als een kip zonder kop gaat je zeker die kop kosten. Het is daarom een lang, erg lang spel. In combinatie met de chaos geen gelukkige combinatie. Ik vond het boeiend genoeg om een paar keer te spelen, maar uiteindelijk is Dominant Species vooral 'te veel'.

Verder speelde ik nog twee nieuwe spellen, eentje wel leuk en eentje niet zo:

Kolonisten van Catan - het snelle kaartspel: in ieder geval sneller dan het bord- en kaartspel heeft dit een wel plezierig spelverloop. Geen handelen deze keer, maar wel elkaar een beetje jennen met het aftroggelen van ridders en straten. Heeft op de lange termijn waarschijnlijk wat te weinig variatie om leuk te blijven, maar prima voor een spel of vijf.

Carcassonne - het dobbelspel: blech, zelfs voor verstokte Carcassonnefans (u weet wel, het type dat gewoon de Katapult koopt en speelt) kan dit toch niet leuk zijn? Doet zich voor als push your luck, maar het vooral geluk en weinig geduw. Een volstrekt overbodig spel en zonde van de gebruikte grondstoffen om te maken.

donderdag 1 september 2011

iPhone: Wordfeud

Allereerst mijn allerhartelijkste excuses voor de schermverdovende stilte op spellengek. Ik heb het even super druk en kom nauwelijks aan spelen en al helemaal niet aan schrijven toe (en helaas geldt hetzelfde een beetje voor een niet nader te noemen andere spellengek). Ik heb goede hoop dat ik het in het laatste kwartaal van dit jaar goed ga maken. Nog even geduld dus.

Als goedmakertje heb ik een tip om de tijd mee te vullen die je normaal besteedde aan het lezen van deze site: Wordfeud. Je hebt dan wel een iPhone of iPad nodig, maar als je er nog geen had, dan heb je nu meteen een goede reden om er een te gaan.

Wordfeud is een kloon van scrabble. Mattel heeft de licensie van scrabble en heeft daar ook een iPhone en iPad-versie van uitgebracht. Het grote nadeel daarvan is dat ze in het Engels zijn. En dat maakt spelen toch net ietsje moeilijker en minder leuk.

Wordfeud is wel gewoon speelbaar in het Nederlands. Het grote verschil met scrabble is het bord waarop je speelt. De vakjes voor dubbele en driedubbele letter- en woordwaardes staan namelijk op andere plaatsen. Verder mag je in plaats van maar één keer passen om je letters te wisselen dit onbeperkt doen.

Je speelt op een iPhone of iPad tegen iemand anders met een eigen iPad of iPhone. Diegene mag best in dezelfde kamer zitten (dan moet je zoeken op zijn naam), maar je kan het programma je ook aan een willekeurig ander laten koppelen. Met meerdere mensen op dezelfde iPhone of iPad spelen kan niet.

Het grote pluspunt van Wordfeud is dat je dus ook als je alleen bent, lekker soort van kan scrabbelen. Er zijn ook twee nadelen. Het belangrijkste nadeel vind ik dat het spel woorden afkeurt waarvan ik heel zeker weet dat ze in mijn scrabblewoordenboek staan (hij heeft bijvoorbeeld wat moeite met verkleinwoordjes en werkwoordvervoegingen, maar ook ondoden, yo en aqua keurt hij genadeloos af). Het andere nadeel vind ik het gedrag van sommige mensen die zich online laten koppelen. Niet iedereen heeft namelijk het fatsoen om een potje dat je begint ook uit te spelen. En als ze dat nou via de chatfunctie zouden aangeven, zou het nog tot daar aan toe zijn. Maar het komt serieus voor dat iemand gewoon weg gaat en jij dus zit te wachten tot hij of zij zijn woord neerlegt. Op een later tijdstip kan zo iemand het potje dan gewoon weer op pakken. Dat is dan wel weer grappig.

Al met al vind ik Wordfeud een leuke tijdvulling. Niet zo goed als off-line scrabbelen met Niek (en al zeker niet als we dat op een terrasje in de zon doen), maar een prima activiteit voor de momenten dat je even thuis alleen bent en niets te doen hebt. Hopelijk importeren ze nog een keer een goede woordenlijst en dan wordt het echt interessant.

Naam: Wordfeud
Prijs: 0 euro (of EUR2.39 als je geen reclame wilt)
Waardering: 3 pionnen

woensdag 24 augustus 2011

Gespeeld in juli

Het is alweer eind augustus, maar ik moet nog steeds wat schrijven over de nieuwe spellen die ik juli speelde. Omdat daar nog wel wat interessante titels bij zitten: beter laat dan nooit! In totaal speelde ik 93 spellen, waarvan Dominion weer eens het vaakst op tafel kwam. Dankzij de iPad werd Ticket to Ride tijdens de vakantie een goede tweede. Vandaar dat het best nieuwe spel was:

Ticket to Ride Europe
Het enige lid van de TtR-familie die ik nog niet gespeeld had. Niet de leukste kaart, maar nog steeds een aardige variant. Het maken van routes is een hele toer (hier en daar is het zelfs opletten hoe twee steden verbonden zijn), maar gelukkig zijn er de stations. Ik hoef het fysieke exemplaar denk ik niet in huis te hebben, maar zal het altijd met plezier spelen.




Andere nieuw gespeelde spellen, in aflopende volgorde van hoe leuk ik ze vond:

K2: een sfeervol racespel rond de beklimming van de K2. Na twee potjes is de duidelijkste conclusie dat ik er niks van bak. Er gaat altijd wel een klimmer dood. Het spel zelf is best aardig, maar misschien een beetje te voorspelbaar als je het een paar keer hebt gedaan. Veel verrassingen zitten er niet in, wat de wederspeelbaarheid op termijn zal drukken. Er zijn leukere racespellen, maar niet veel meer originele.

World of Warcraft: the Board Game: een soort spel dat ik zou moeten waarderen. Vond het ook best OK, maar het duurde eigenlijk niet alleen te lang, maar ook te kort. Met zijn vieren zijn me makkelijk drie uur bezig geweest. Maar toen het spel net een beetje op gang begon te komen werden we er ineens met de haren bijgesleept om de Eindbaas te bevechten. Kansloze missie natuurlijk, wat een wat onbevredigd gevoel achterliet voor iedereen. Het spel heeft nog meer gedoe en chroom dan Runebound, waar ik dus duidelijk de voorkeur aan geef. Het is wel een stukje sneller als je met vier of meer bent, maar dat is zo'n beetje het enige voordeel. Maar ik ben wel te porren voor nog een potje.

Roads & Boats: Ondanks dat ik het nog nooit gespeeld had, had ik voldoende over het spel gelezen om een indruk te vormen. Laat ik zeggen dat R&B voor de volle 100% aan mijn verwachtingen voldeed. Het is namelijk een gortdroge logistieke puzzel. Grondstofjes verzamelen om gebouwen te maken die dan weer andere grondstoffen leveren voor nog betere gebouwen, je routes efficiënt plannen, zzzzzz... Voor wie spellen als Automobile en Le Havre eigenlijk te weinig uitdaging bieden op het gebied van het betere spreadsheetwerk moet dit smullen zijn. Ik loop er vanaf nu met een wijde boog omheen en ben blij dat het me maar twee uur van mijn leven heeft gekost (en dat schijnt nog een snelle partij te zijn).

woensdag 6 juli 2011

Gespeeld in juni

Juni was weer een tamelijk slappe maand, met maar 50 gespeelde spellen. Daar zaten helaas geen geweldige nieuwe spellen bij. Van de nieuwe spellen die ik speelde was de leukste

Seeräuber: niet eens echt een nieuw spel, want alweer vijf jaar oud. De spelers stellen ploegen van zeerovers samen die al samenwerkend schepen proberen te enteren. Hoe waardevoller de buit, des te meer zeerovers er nodig zijn. Groepen zeerovers maak je door de piraten (houten schijfjes) te stapelen. De speler van de bovenste is de kapitein en bepaalt of hij zijn groep uitbreidt of een schip entert. In het laatste geval moet hij de rest eerst uitbetalen. Wat er nog overblijft van de buit is voor hem. Zo is het soms lucratiever om voor soldij te plunderen dan om kapitein te zijn. Nee, zo makkelijk had Roodbaard het niet.
Seeräuber is een vrij luchtig spel dat nagenoeg vrij is van toeval. De enige geluksfactor zit in de volgorde waarin de schepen langskomen. Verder zit er veel chaos in de acties van je medespelers. We hebben de auteur Stefan Dorra dit wel vaker zien doen, bijvoorbeeld bij MarraCash en Medina. Je kunt dus redelijk plannen, als je je medespelers maar in de gaten houdt. Ik vond het een vermakelijk spelletje dat ik best nog eens zou willen spelen.

Andere nieuwe spellen:

Tulipmania 1637: een relatief eenvoudig spel over het manipuleren van de prijzen van tulpenbollen tijdens de bekende hausse. Een Nederlands thema is natuurlijk altijd leuk, maar helaas bleef dit spel lastig te doorgronden. De eerste zetten zijn vrij willekeurig, want je weet dan toch niet wat de prijzen gaan doen. Als de prijzen van de verschillende kleuren wat uiteen beginnen te lopen is het vooral een kwestie van het bezitten van de juiste tulpen op het juiste moment, bij voorkeur in combinatie met bijbehorende koperkaarten. Als dat lukt kun je aardig verdienen en ook bij de volgende kleuren goed binnenlopen. De keerzijde is dat als je de eerste uitbetalingen misloopt je relatieve positie zo verslechtert dat je achterstand moeilijk lijkt in te halen.
Tulipmania is vast een listig spelletje met mogelijkheden tot slim spelen, maar misschien is het ook wel een oefening in willekeur. Voor mij was het in ieder geval te ongrijpbaar om er heel veel plezier aan te beleven.

Beverbende: een vlot kinderspelletje van 999 Games. Beetje kaartjes omdraaien en inwisselen en vooral goed onthouden wat je hebt. Nog maar eens met de kinderen proberen; voor alleen volwassenen is er weinig aan.

woensdag 1 juni 2011

Gespeeld in mei

Mei was een mager spellenmaandje, met maar 52 gespeelde potjes en twee nieuwe spellen. Maar dat waren wel twee spellen waar ik erg veel plezier mee heb beleefd. Ondanks dat ze erg verschillend zijn, had ik moeite om er eentje als beste uit te kiezen. Maar het hoofd zegeviert weer eens over het hart (of de onderbuik?), dus mijn beste nieuwe spel van mei is:

Container
Dit is een van de laatste spellen van wijlen Franz-Benno Delonge. Hij is vooral bekend van familiespellen als Trans America en Big City, maar Container is een wat pittiger economisch spel. Eigenlijk zou je Container als het ultieme economische spel kunnen beschouwen: vrij van 18xx-gedoe, Wallace-chroom of overdadig gereken slaagt het erin om met een minimum aan regels een levend vraag- en aanbodsysteem te simuleren. En het levert nog een goed spel op ook.

In Container draait alles om marges en het geleidelijk aan boeken van steeds meer kleine winsten. In tegenstelling tot veel andere economische spellen is hier alleen geen sprake van het manipuleren van een spelsysteem. Niks opbouwen van een grondstofmotor om die om te zetten in punten. Nee, het zijn je medespelers die gemanipuleerd moeten worden. Telkens weer bied je containers aan in de verschillende onderdelen van de economische keten om die zo te prijzen dat ze aantrekkelijk genoeg zijn voor anderen om te kopen, maar je toch nog winst opleveren.

Container is een subtiel spel dat zich moeilijk laat doorgronden. Het is daardoor ook breekbaar, want als alle spelers teveel dezelfde richting opgaan stort de economie in elkaar en loopt het spel hopeloos vast. Als je daar mee om weet te gaan is Container een bijzonder intrigerend spel. Ik wil het dus nog zeker vaker spelen.

Het andere nieuwe spel is van een geheel andere orde: Dungeons & Dragons: Castle Ravenloft. Zo subtiel en ondoorgrondelijk als Container is, zo direct en oppervlakkig is Castle Ravenloft. Dit is de zoveelste dungeoncrawler waarbij je allerhande monsters tot moes moet slaan, maar met een groot verschil met zijn voorgangers: dit is een zuivere co-op zonder spelleider. De monsters in het spel hebben een ingebouwde 'AI', die voorschrijft hoe ze zich zullen gedragen met helden in de buurt. In de praktijk betekent dat vrijwel altijd dichterbij komen en/of aanvallen.

Het prettige van Castle Ravenloft is het moorddadige tempo dat het oplegt aan de spelers. Hier geen gedreutel om de meest effectieve aanvalspositie te te bepalen. Ontdekken en vechten zul je, op straffe van nog meer gespuis. Het heeft wel wat van de stress gemeen die je ook in Space Hulk ziet. Bovendien is het aardige van de scenario's dat ze iedere keer anders verlopen, waardoor je ze vaker kunt spelen. Dit is nog eens wat anders dan Pandemie.