zaterdag 20 november 2010

Spiel, een maand later

Tijdens een dagje Spiel kun je natuurlijk maar weinig spelen, zeker geen langere spellen. De afgelopen maand is er wel het een en ander op tafel gekomen, zowel aanwinsten van mezelf als van mijn medespelers. Nog veel spellen zijn ongespeeld gebleven (of zitten zelfs nog in het cellofaan), maar na een maand wordt het toch wel tijd voor een eerste indruk. Houd daarbij in de gaten dat het in alle gevallen om nog slechts één potje gaat.

Troyes (2 spelers)
Het debuutspel van de Belgische uitgever Pearl Games gooide hoge ogen op de Fairplaylijst. Die neem ik altijd met een korreltje zout. Deze lijst is vaak vergeven van spellen die een jaar later al bijna niemand meer speelt, terwijl soms erg goede en/of populaire spellen de lijst niet halen. Niet zo vreemd als je bedenkt dat alle spellen doorgaans niet meer dan een handvol spellen achter hun naam hebben.

Maar goed, Troyes dus. Troyes is een spel dat niet misstaan zou hebben in de catalogus van Ystari. Een ontwikkelspel met veel keuzes en aspecten, vol samengeraapte mechanismen maar zonder thema van betekenis. Niet zo gek dus dat het spel het zo goed deed tijdens Spiel. Zo'n combinatie van elementen benader ik de laatste jaren wat argwanend, omdat het nogal eens tot vrij zouteloze spellen kan leiden die niet veel nieuws te bieden hebben. Age of Empires III en Vasco da Gama bijvoorbeeld. Spellen als Amyitis en Caylus voldoen ook aan die omschrijving, maar hebben om de een of andere reden toch iets eigens dat ze de moeite waard maakt.

Gelukkig valt Troyes in het tweede kamp. Troyes voelt als een werkverschaffingspel, maar dan zonder arbeiders. Je hebt keuze uit verschillende acties, die betaald moeten worden met dobbelstenen. Het zijn er achttien in totaal, in drie kleuren. Iedere speler mag er een aantal gooien, afhankelijk van zijn werklieden (aha!) in de drie bijbehorende gebouwen. Bij het uitvoeren van een actie mag je tegen betaling ook andermans dobbelstenen gebruiken. Bij de meeste werkverschaffingspellen zijn de acties schaars: bezet is bezet. In Troyes kan iedereen in principe iedere actie kiezen, zolang de nodige dobbelstenen nog voorradig zijn. De schaarste doet zich elders voor.

Het leukste van Troyes zit echter in die acties zelf: welke acties beschikbaar zijn, wordt grotendeels bepaald door een set kaarten. Het spel bevat 27 actiekaarten, waarvan er per partij maar 9 gebruikt worden. Natuurlijk zit er enige logica in die kaarten, maar het zorgt er wel voor dat je bij Troyes niet zomaar een standaard optimale strategie kunt bepalen (waar Caylus nog wel last van heeft).

Mijn potje was met twee spelers en in die samenstelling bleek het spel erg goed te werken. Je hoeft de beschikbare dobbelstenen met minder spelers te delen, waardoor je je beurten beter kunt plannen. Met meer spelers voorzie ik meer opportunisme. Daar staan tegenover dat het spel dan meer ronden kent, waardoor je uiteindelijk een vergelijkbaar aantal acties kunt uitvoeren. waarschijnlijk leidt het ook tot meer AP; zo'n spel is het wel.

Mijn oordeel na een eerste keer spelen: prima spel, typisch voer voor liefhebbers van spellen als Caylus en Carson City. De kanttekening is natuurlijk wel dat dat een druk genre is, vol prima spellen. De vraag is of Troyes zich daartussen staande weet te houden, of dat het weer zo'n titel is die het na vijf keer spelen altijd af moet leggen tegen nieuwe spellen.

Sun, Sea & Sand (3 spelers)
Laat ik maar eerlijk zijn: ik ben geen groot fan van Cwali. De spellen zijn me vaak net iets te droog en gekunsteld. Logistico en Factory Fun (de meest misplaatste spellentitel die ik ken) staan met stip in de lijst met spellen die ik actief mijd. Toen Sun, Sea & Sand op tafel gelegd werd slikte ik even wat weg maar besloot ik me eens niet aan te stellen. Ik dwing mijn kinderen tenslotte ook om spruitjes te eten.

Daar kreeg ik geen spijt van; Sun, Sea & Sand is een vlot werkverschaffingsspel, waarbij de spelers strijden om toeristen. Er staan je twee resources ter beschikking: tijd en geld. Veel tijd investeren betekent dat je je mannetjes meerdere beurten kwijt bent. Maar soms is dat nodig, want voor je het weet zijn de grotere gezelschappen van de aankomende cruiseschepen al geworven door de concurrent. Geld heb je vooral nodig voor accommodaties en attracties. Die zijn nodig om toeristen te trekken en vast te houden. Uiteraard levert je dat weer extra geld op. Thematisch zit het dus allemaal goed in elkaar. Corné van Moorsel weet dat te bereiken zonder veel regelchroom of overbodige speelduur. Alleen de backpacker vond ik een lastig concept. Ik bedoel, wat doen die in hemelsnaam op een cruiseschip?

Eerste indruk: speelt lekker vlot weg maar biedt in de beperkte speelduur nog een interessante logistieke puzzel. Op de lange termijn heeft het misschien net iets te weinig variatie om te blijven boeien.

Haggis (3 spelers)
Aah, wat herinner ik mij m'n eerste potje Tai Pan nog goed. Zelf de dramatische Duitse regels lezen en er dan niets van begrijpen. Het ging zelfs zo ver dat sommige spelers de draak of feniks maar aan de tegenstanders gaven, dan hadden zij in ieder geval die ingewikkelde kaart niet meer. Het is allemaal goed gekomen.
Dat gevoel bekroop me bij Haggis weer een beetje. Als je Tai Pan gewend bent, zijn de kaartcombinaties vam Haggis even wennen. Veel overlap, maar ook weer niet. Weer ouderwets nadenken over hoe je je kaarten moet sorteren, laat staan spelen.
Na een paar rondjes kregen we toch een aardig beeld en werd er steeds strakker gespeeld. Aan het aangaan van een weddenschap waagden we ons nog niet veel, een goede hand liet zich nog niet direct herkennen. Wel was duidelijk waar de punten te halen zijn: snel uitgaan! Dat deed weer denken aan Gang of Four, dat ik wel eens deed in het pre-Tai Pan tijdperk. Nu Haggis er is, is er ook geen reden meer om Gang of Four met 3 te spelen (Tai Pan maakte het met 4 al overbodig). Arm spel: Gang of Four is misschien wel het beste overbodige spel ter wereld.
Eerste indruk: topper voor Tai Panjunks en andere kaartfanaten. Anderen laten dit beter links liggen. Wel jammer van die belachelijke prijs.

7 Wonders (4 spelers)

Over belachelijke prijs gesproken: dit spel gaat er met de titel vandoor. 40 euro voor een kaartspel met wat puntenfiches en kartonnen bordjes, het is de waanzin gekroond. Maar als je een combokaartspelliefhebber en/of hypegevoelig bent heb je natuurlijk geen enkele weerstand (en moet je dus eigenlijk je mond houden: als je het koopt, vind je het blijkbaar de prijs waard).
Of het die prijs ook bij nader inzien waard is? Mijn eerste indruk was positief, want precies wat ik ervan verwacht had. Dit is Fairy Tale met een wat gangbaarder thema, plus meer verschillende mogelijke combinaties. Het is nog steeds kaarten doorgeven, de interessantste houden en met jouw kaartcombinaties de meeste punten proberen te scoren. Ik houd van dat type spel en vind Fairy Tale nog steeds erg leuk. Mijn medespelers waren ook enthousiast en bovendien is het een snel en toegankelijk spel, geschikt voor grote spelersaantallen. Ik houd het dus goed voor mogelijk dat dit spel de grens van 1 euro per potje zou kunnen halen. Jammer alleen van die irritant grote doos: bij een spellenavond buiten de deur strijdt dit stevig om ruimte in de tas met andere spellen waarbij je wat meer moeite moet doen om ze op te tafel te krijgen.
Eerste indruk: helemaal mijn soort spel. Misschien geen Dominion of Race, maar enkele tientallen potjes moet haalbaar zijn. Geen spijt van de prijs, oh nee.

Merkator (4 spelers)

Wat is er toch met Uwe Rosenberg gebeurd, die man van die leuke kaartspelletjes? Boonanza, Mamma Mia, Schnäppchen Jagd: allemaal juweeltjes van spellen. Toen kwam Agricola. Stevig bordspel, tikje overschat, maar toch echt een blijver. Vervolgens ontpopte hij zich tot Martin Wallace-wannabee en vloog hij met Le Havre verschrikkelijk uit de bocht. Dat trauma maakte dat ik Loyang nog steeds niet heb gespeeld. Maar met een Rosenbergfan in de gelederen trof ik zomaar Merkator op tafel. De dingen die je voor elkaar doet.
Merkator is een spel van het type 'pick up and deliver'. Haal de blokjes op in de ene stad en bezorg ze in de andere voor inkomsten/winstpunten/enzovoort. Dit is de basis van Merkator, die wat meer complexiteit krijgt door allerhande toeters en bellen. Zo krijg je hier voor iedere levering een nieuw contract, dat net een stapje moeilijker is dan het contract dat je net vervulde. Maar daar krijg je dan aan het einde ook meer punten voor. Contracten kun je ook afkopen en het geld kun je besteden aan bonuskaarten (voor meer inkomsten in bepaalde steden) of aan kaarten voor bonuspunten aan het einde (dit zijn dan weer geen bonuskaarten). Die kaarten zijn trouwens wel weerzinwekkend duur voor een paar schamele punten. Maar ja, je moet je geld ergens aan uitgeven en de bonuskaarten (niet die van de bonuspunten) zijn zo op.
Merkator speelt heel makkelijk weg. Je gaat naar een stad, haalt de daar beschikbare goederen op en vervult eventueel een contract. Je hoeft niet na te denken over welk nieuw contract je krijgt, want je pakt gewoon de bovenste kaart. Om de spelers te kwellen ligt de bovenste kaart van iedere stapel open: oh, wat een schitterend 6-contract ligt daar. Maar ja, het duurt nog wel een paar beurten voor ik die van 5 kan vervullen, dus dan heeft speler X 'm al gepakt. Die er natuurlijk helemaal niks aan heeft.
Ik kreeg hier geen Le Havre-gevoelens bij, maar heel warm werd ik nog niet. Voor een goed pick-up-and-deliver spel kom ik nog steeds uit bij Genoa, of desnoods Die Händler (net opnieuw uitgegeven) of Serenissima. Alledrie spellen van pak 'm beet tien jaar oud. Ik vond in Merkator niets wat die andere spellen beter doen, of het moet in de iets kortere speelduur zitten.
Eerste indruk: mwoah, best OK, maar zullen we de volgende keer maar gewoon Genoa spelen?

Tikal II (3 spelers)
Tikal II, daar gaat natuurlijk geen ervaren spellengek onbevooroordeeld in. Tikal was voor veel spelers een openbaring. Dit was een van de meeste diepgaande en veelzijdige eurospellen in jaren en won nog eens de SdJ ook. Niet iedereen kon even goed omgaan met die diepgang en veelzijdigheid. In plaats van de mogelijkheid tot creatief spel zagen zij de mogelijkheid van eindeloos doorrekenen voor dat ene extra puntje. Ondertussen hun tafelgenoten tot wanhoop drijvend. Het maakt me nog steeds aarzelend om Tikal op tafel te leggen. Ik heb erger meegemaakt, maar sommige van mijn medespelers hebben soms nog steeds teveel last van overoptimalisatie.
Toen kwam Tikal II. Hadden we al niet drie AP-opvolgers gehad in de vorm van Java, Torres en Mexica? Tikal II is een heel ander spel, gelukkig maar. Thematisch zijn er natuurlijk overeenkomsten en het spel draagt duidelijk de signatuur van de auteurs: veel mogelijkheden om je eigen spel te spelen, maar beperkingen in wat je mag doen.
Een speelbeurt bij Tikal bestaat uit twee elementen: varen en lopen. Bij het varen pak je een tegel van de rand van het bord. Daarmee kun je iets toevoegen aan de tempel op het bord, of voordeeltjes voor jezelf inpikken (sleutels, geheime gangen, schatten of kaarten). Bij het lopen ontdek je nieuwe kamers en scoor je direct punten. Het lopen is daarmee vooral tactisch van karakter: wat levert mij nu de meeste punten op? Bij het varen neem je strategischer beslissingen. Breid je de tempel uit, dan kun je dit doen op de voor jou meest voordelige manier, waar je in de rest van het spel veel profijt van kunt hebben. Schatten, sleutels en kaarten bieden je extra geheime bronnen van punten, die extra interessant worden als je je daar verder in specialiseert.
Tactiek en strategie gaan hier hand in hand, waarbij de tactiek doorgaans de boventoon voert. Erg prettig aan Tikal II is dat het erg snel speelt. Je doet in je beurt maar twee dingen, waar je niet overdreven lang over na kunt denken. Het puzzelaspect, dat zo kenmerkend is voor Kramer & Kiesling, blijft behouden, maar dan op een manier dat je medespelers er niet snel last van hebben. Voor hardcore spellengekken is het daarom nisschien iets te luchtig, maar wie op zoek is naar een wat pittiger familiespel is hier aan het goede adres.
Eerste indruk: weer een prima spel, dat bovendien doet verlangen om Tikal weer eens te spelen. Op de lange termijn misschien iets te weinig variatie en kan het dus moeilijk krijgen tegen de eeuwige nieuwe spellen.
Dit was het voor zover. Binnenkort hoop ik meer van mijn Essenbuit te kunnen spelen. Van de spellen die ik niet gekocht heb ben ik op dit moment eigenlijk alleen benieuwd naar één spel: London, notabene van Martin Wallace. Dit lijkt echter van het type combokaartspel waar ik wel van houd, dus wie weet. (Age of) Steam vind ik tenslotte ook leuk.

woensdag 17 november 2010

Baltimore & Ohio

Treinspellen, het is een genre apart. Je hebt ze in alle soorten en maten, van het luchtige Ticket to Ride en Trans America (die door de echte puristen niet als treinspellen worden gezien) tot de hardcore 18xx-spellen. Baltimore & Ohio zit dichter bij de tweede groep dan bij de eerste, maar is toch geen echte 18xx, zoals bijvoorbeeld Tai Pan geen slagenspel is.

De belangrijkste verschillen met 18xx:

-spoor bouwen doe je simpelweg door het plaatsen van een blokje van de maatschappij in de gewenste hex, tegen vaste kosten. Geen gedoe met spoortegels in allerhande vormen
-geen limiet op het aantal aandelen dat je mag aanschaffen en in bezit houden
-treinen roesten niet en kunnen ook niet van de ene aan de andere maatschappij worden overgedragen. Ze worden simpelweg duurder in onderhoud

B&O is daardoor een stuk eenvoudiger dan 18xx en ook niet zo absurd lang.

Maar dat is relatief, want B&O is nog steeds ordes van grootte complexer om goed te spelen dan vrijwel iedere economisch eurospel en met een speelduur van een uur of 4 is het ook niet kort te noemen. Voeg daaraan toe dat je tijdens het spel veel zit te rekenen en het klinkt als een spel dat ik totaal niet leuk zou moeten vinden.

En toch is het zo. Dat zit 'm vooral in de gelaagdheid van het spel. Ondanks de relatief eenvoudige regels speelt B&O niet heel soepel weg. Alles wat je doet heeft consequenties voor zowel de korte als de lange termijn, en die moet je goed kunnen inschatten. Je kunt dit spel best op intuïtie spelen, maar dan ga je gegarandeerd kopje onder. Dat heb ik bij mijn tweede potje gemerkt, toen ik iets te ondoordacht de strijd om kolen aanging. Mijn maatschappij werd de pas afgesneden door een andere en kon daardoor niet meer goed bij de kolen komen. Wel had ik grote kosten gemaakt, die ik niet meer terug kon verdienen. Het spel was nog maar een paar beurten oud, maar deze maatschappij was volledig uitgerangeerd. Een pijnlijke, maar wijze les. Maar ondanks dat ik nu volstrekt kansloos was voor de eindzege kon ik me nog prima vermaken met het spel en leren van mijn fouten.

De twee potjes die ik gespeeld heb duurden samen ruim acht uur, maar sindsdien heb ik al bijna net zoveel tijd besteed aan het bedenken van een strategie voor de volgende keer. En er is zoveel om over na te denken: beurtvolgorde (van de spelers en de maatschappijen), bordpositie, koersmanipulatie, de timing van het starten van maatschappijen (en welke!), ga maar door. Liefhebbers van pittige economische spellen raad ik aan om Hoogspanning, Brass of Le Havre eens te laten liggen en in plaats daarvan B&O te proberen.

woensdag 3 november 2010

Gespeeld in oktober

Oktober is natuurlijk de maand van Spiel, zodat ik die maand altijd veel nieuwe spellen speel. Deze keer waren het er twaalf, waar veel bijzonder goede spellen bij zaten. Het was daarom een lastig om mijn leukste nieuwe spel aan te wijzen. Uiteindelijk viel die op:

Hanzesteden
Nog (steeds) maar een potje gespeeld, maar daar heb ik nog veel over nagedacht. Dit is een spel met veel diepgang en ongekend veel mogelijkheden, maar toch met een zeer bescheiden lengte. In ons potje met vijf spelers waren we in een uurtje klaar. Misschien dat dat lag aan mijn strategie, die erop gebaseerd was om snel een handelshuis te bouwen in de stad waar extra acties te verkijgen zijn (Göttingen als ik het goed heb). De andere spelers bleven daar maar handelsroutes bouwen, wat me iedere keer weer punten opleverde. Voor de eindtelling had ik daardoor 20 punten, tegen 3 punten voor de nummer 2. Die eindtelling trok het wel wat dichter bij elkaar, maar mijn strategie had gewerkt. Het leuke aan dit spel is dat het nog tal van andere mogelijke strategieën biedt, die je na een potje onmogelijk allemaal zult zien. Dit is een spel dat je veel mogelijkheden geeft om je creativiteit te botvieren, waarbij belangrijk is de anderen scherp in de gaten te houden en te reageren op hun acties. Samen met de korte speelduur zie ik hier een mogelijke nieuwe top-20 kandidaat. Daar neem ik het gortdroge 'thema' en uiterlijk voor lief.

Andere nieuwe spellen, van leuk naar minder leuk:

Baltimore & Ohio: een pittig maar geweldig treinspel dat erg dicht tegen 18xx aanschuurt. Hier moet je even voor gaan zitten. Mijn eerste potje duurde 5 uur, maar ik zie al uit naar de volgende keer! Een 4.

Samarkand: een lichter treinspel in een andere setting. Misschien niet zo leuk als Chicago Express, maar zeker een spel dat ik vaker wil doen. Een 4.

For Sale: kijk, korte kaartspellen kunnen heus nog wel ontzettend leuk zijn. Een biedspel waar Knizia trots op zou zijn. Dit kon zo maar eens een van mijn favoriete snelle kaartspelletjes worden. Een 4.

Tikal II: dankzij de naam is een vergelijking met de illustere voorganger logisch, maar dit is een heel ander beestje. Hier gaat het meer om opportunistisch scoren op de korte termijn, maar tegelijkertijd moet je ook werken aan een strategie om op lange termijn grote klappers te kunnen maken. Een echte Kramer & Kiesling; het strakke ontwerp en het soepele spelverloop voelen eigenlijk wel verfrissend na al die droge spreadsheetsommen van bijvoorbeeld Wallace, Friese en Rosenberg. Een 4.

Thunderstone: een kaartspel in de Dominionfamilie. Thematisch spreekt het een stuk meer aan dan Dominion (dat geen betekenisvol thema heeft), maar het legt het af op snelheid en veelzijdigheid, twee punten die Dominion zo sterk maken. Ik zou dit nog wel vaker willen doen, maar ik denk dat ik er eerder op uitgekeken raak dan op Dominion en Race. Geen echt eerlijke strijd, wel de realiteit. Een 4.

Gosu: weer een combokaartspel. Helaas van het type waarbij je veel moet lezen, zowel van je eigen kaarten als die van je tegenstander. Er wordt veel gemopperd op de iconen in Race, maar daardoor zie je tenminste in vrijwel één oogopslag wat je medespelers hebben liggen. Hier moet je veel beter kijken en verandert het ook om de haverklap. Leek me best leuk, maar voorlopig nog even niet. Een 3.

Recycle: een lollig en vlot kaartspelletje. Geen hoogvlieger, prima vermaak. Zie mijn recensie.

Mosaix: weer een spellensnack in de familie waar ook Finito en Highscore lid van zijn. Die zitten nooit in de weg. Een 3.

Kolonisten van Amerika: zie deze bijdrage voor een uitgebreider commentaar. Wil ik graag nog eens spelen, maar het zou zo maar de richting van Val van Rome op kunnen gaan. Een 3.

Moord in Maanlicht: uitgekleed Mastermind met een thema. Zie mijn recensie.

Set Dobbelspel: Set meets Scrabble. Dat zijn al niet mijn favoriete spellen, dit was nog saaier. Tijdverspilling, echt. Een 2.

Oh, en natuurlijk was Dominion weer het meest gespeelde spel met 27 potjes. Dankzij Prosperity zal dat wel even zo blijven. Dixit blijft het ook goed doen. Ik heb dit nu al met meer dan twintig verschillende mensen gespeeld en moet de eerste echt negatieve reactie nog horen.