vrijdag 31 december 2010

Mijn top 10 van 2010

2010 was vooral het jaar van uitbreidingen van twee van mijn favoriete spellen: Dominion (De Alchemisten en Prosperity) en Race for the Galaxy (The Brink of War). Als ik in mijn jaaroverzicht van beste spellen ook uitbreidingen op zou nemen, zouden deze er zeker bij staan.

Hieronder een overzicht van de voor mij leukste en beste spellen van het afgelopen jaar. Daar zitten een paar titels bij die (eind) 2009 verschenen, maar die ik pas in 2010 speelde.

10. Fresco
Fresco begeeft zich op het platgetreden pad van de werkverschaffingsspellen. Een overvol genre, waar een spel toch iets extra's moet bieden om te overtuigen. Bij Vasco da Gama lukte dat bijvoorbeeld niet, bij Fresco wel. Fresco werkt vooral goed doordat het zo'n soepel spel is. Het spelverloop is eigenlijk volstrekt logisch, wat in de eerste plaats komt door het goed werkende thema, dat naadloos aansluit bij het spel.
Dat Fresco nog zo laag in de top 10 staat komt doordat ik eigenlijk alleen de basisversie heb gespeeld. Met die regels is het een prima spelletje, maar niet iets om te blijven spelen. Ik vermoed dat de modules het spel een stuk meer pit geven. Mogelijk maken ze het spel tot een blijver.

9. Seeland
Net als Fresco is Seeland een familiespel met optionele regels om het spel voor veelspelers aantrekkelijker te maken. Daar slaagt Seeland bij deze veelspeler erg goed in; zelfs zonder de optionele regels vind ik het spel boeiend genoeg. Ik houd namelijk wel van de gebiedsontwikkelingspellen van Wolfgang Kramer, zoals bijvoorbeeld Tikal en Haciënda. Seeland is weer een aangename mix van planning, opportunisme en anderen de weg afsnijden. Ook met twee spelers werkt dit prima.

8. 7 Wonders
Als dit het beste is wat Spiel 2010 te bieden had, dan was het een heel doorsnee editie. 7 Wonders is een aangenaam spelletje met nog redelijk wat diepgang voor de korte speelduur, maar legt het in dat opzicht volledig af tegen Dominion en Race. Vooral de wederspeelbaarheid is door de geringere variatie in kaarten en wereldwonderen een stuk kleiner. Toch is 7 Wonders erg leuk om te spelen. Er lijkt niet één dominante strategie te zijn; wat je doet hangt ook af van je wereldwonder en wat de buren doen. Het unieke van 7 Wonders zit vooral in dat het voor veel verschillende spelersaantallen geschikt is, waaronder het vervelende aantal van 6. Een beter vlot spel met de nodige diepgang zul je voor dat aantal niet snel vinden.

7. Ra: The Dice Game
Uitbreidingen sluit ik uit van dit overzicht, maar dat geldt niet voor zelfstandige varianten van bestaande spellen. Goed nieuws voor Reiner Knizia, die zich de laatste jaren wel erg vaak door zichzelf laat inspireren. Maar als je de beste spelauteur uit de geschiedenis bent is dat misschien wel het beste. Ra: The Dice Game is weer zo'n voorbeeld van zijn klasse. Behalve delen van het scoresysteem heeft dit dobbelspel weinig gemeen met de veilingklassieker. Maar wat leent die puntentelling zich verrassend goed voor een dobbelspel. Ik heb het wel vaker gezegd over dobbelspellen van Knizia, maar dit is weer een van de beste dobbelspellen die ik ken. En dat zijn er ondertussen al heel veel.

6. Priests of Ra
Waar Ra (terecht) een verpletterende indruk maakte lijkt dit spel alleen opgemerkt door enkele Kniziafielen zoals ik. Onterecht natuurlijk. Dit spel lijkt zoveel op Ra als bijvoorbeeld de Märklin-editie van Ticket to Ride op het basisspel lijkt. Dat wil zeggen veel, maar door de andere puntentelling speelt het heel anders. Natuurlijk, het is minder baanbrekend en bijzonder dan het origineel, maar het steekt nog steeds met kop en schouders uit boven het gros van de borspellen dat ieder jaar verschijnt.

5. Keltis das Orakel
Hier zou ik een vergelijkbaar verhaal kunnen houden als bij Priests of Ra, ware het niet dat Keltis Das Orakel nog echt weer veel leuker is dan het originele Keltis. Dit vergt veel meer denkwerk en planning dan Keltis zelf en ook timing is van het grootste belang. Keltis is een echt familiespel, Das Orakel gaat richting spellen voor liefhebbers (al zullen sommige liefhebbers dat ontkennen vanwege het ontbreken van rekensommetjes). Zoals bij al die goede Knizia's barst dit weer van spanning en interactie.

4. Carson City
Dit was dit jaar mijn favoriete spel van Nederlandse bodem en ook van de beste spellen van het jaar. Dit is weer eens een echt goed werkverschaffingspel, dat herinneringen oproept aan de klassieker Caylus. Ook hier bouwen spelers samen een dorp op als basis van het scoren van punten. Carson City voegt daar mijn favoriete dilemma in bordspellen aan toe: langzaam je motor opbouwen om aan het eind flink te scoren, of vroeger voor de punten gaan als ze nog snel en goedkoop zijn? Te veel spellen focussen exclusief op dat eerste; in Carson City zijn ze beide belangrijk. De duels zijn ondanks hun geluksfactor een welkome toevoeging. En als de uitkomst van een duel echt desastreus blijkt had je het risico wellicht beter niet kunnen nemen... (ik spreek uit ervaring). Ik heb het alleen nog met 2 en 3 gespeeld, wat erg goed werkt. Met 4 wordt de sfeer vast grimmiger en met 5 voorzie ik een bloedbad. Laat maar komen!

3. Baltimore & Ohio
Ik maak er nooit een geheim van dat ik niet zo gecharmeerd ben van droge rekenspellen. Hoogspanning heeft me nog steeds niet kunnen bekoren en iets als Fabrieksmanger voelt meer aan als werk dan een spel (wat gezien het thema wel passend is). Baltimore & Ohio, een spel met zoveel gereken dat daar zelfs een tijdbesparend programma voor is geschreven, zou dus alle alarmbellen moeten doen rinkelen. Maar dat doet het niet.
Ik heb er veel over nagedacht, maar de oorzaak zit waarschijnlijk in het feit dat het spel te complex is om alles door te kunnen rekenen. Het is onmogelijk om alle gevolgen van je acties te overzien, laat staan van de reacties van anderen daarop. Goed rekenen blijft belangrijk, maar de rol van intuïtie wordt niet volledig ondergeschikt.
Daarnaast is B&O in vergelijking met 18xx (waar ik onlangs weer een oudgriekse incarnatie van speelde) veel meer op de opbouw gericht en heb je hier geen gedoe en gekonkel met spoorfiches en roestende treinen. Dat vind ik een groot voordeel van B&O en andere treinspellen uit de Winsomeschool, zoals Chicago Express en Stoom. Er zit toch een beetje een treinspeler in me.

2. Dixit
Eigenlijk houd ik best van partspellen, zolang ze maar leuk zijn. Dus niet de ongein van Party & Co of de voorspelbaarheid van Triviant, maar creativiteit en verrassing. Eerdere favorieten zijn 30 Seconds en Time's Up, dit jaar kwam daar Dixit bij. Dixit is weinig anders dan het woordenboekspel met plaatjes in plaats van woorden. Maar die plaatjes zijn zo goed surrealistisch getekend dat je met je omschrijvingen alle kanten op kunt. Dat betekent dat je je omschrijving probleemloos aan kunt passen aan verschillende gezelschappen (met kinderen van 10 bedenk ik wat anders dan met een groepje collega-geeks) of wanneer je het spel voor de zoveelste keer met dezelfde mensen speelt. Ik heb dit spel al een kleine twintig keer gespeeld met zeker zoveel verschillende mensen en het is altijd een groot succes. Een terecht winnaar van de Spiel des Jahres, dat ook in Nederland een steeds groter succes wordt. Ik heb al in verschillende spellenwinkels gestaan waar het uitverkocht was.

1. Hanzesteden
Dit jaar heb ik eens een onvervalst eurospel op 1 staan. Hanzesteden heeft een thema zonder betekenis, is gortdroog en heeft een ongeïnspireerde vormgeving. Maar ik heb mij het afgelopen jaar met geen enkel ander nieuw spel zo geamuseerd. Dat komt door de ongebreidelde speelruimte die Hanzesteden je biedt. Het is inmiddels een uitgekauwd cliché, maar in Hanzesteden zijn er talloze manieren om punten te scoren en te winnen. Bij veel spellen betekent dat echter dat je in veel verschillende categorieën wat punten scoort, met hier en daar wat verschillende accenten. Denk aan Agricola, Caylus of Goa. Bij Hanzesteden is dat anders: hier negeer je de ene scoremogelijkheid nagenoeg volledig om je helemaal op een andere te storten. Daarnaast is dit een heel interactief spel. Als je je medespelers hun gang laat gaan moet je niet vreemd opkijken als je achter het nest vist. Je bent dus voortdurend bezig om je plannen bij te stellen en je aan te passen aan je medespelers.
Hanzesteden kent nauwelijks toevalsfactoren maar is door de grote mogelijkheden voor creatief spel iedere keer weer anders. Dit is een spel dat je echt moet leren spelen; met een paar potjes komt het niet tot zijn recht. Hanzesteden schittert het meest als je het regelmatig speelt met dezelfde mensen. Daar hebben we ook direct het zwakke punt te pakken: want hoeveel tijd gun je aan één spel in een tijd waarin voortdurend het ene na het andere (goede) spel verschijnt?

2010: jaar in spellen (3)

In dit laatste blogje van dit jaar blik ik terug op de floppers. Hoe leuk ik spellen ook vind, er zijn ook echt spellen die ik niet leuk vind. Soms is een spel ronduit slecht, soms ook heeft het met mijn verwachtingen te maken (hoe groter het gat tussen verwachting en realiteit, hoe groter de vertekening). Ik moet er wel bij zeggen dat ik niet al deze spellen een herkansing heb gegeven. Het is dus mogelijk dat ik een spel leuker ga vinden als ik het nog een kans geef. Ik vrees echter voor een aantal van deze spellen dat die herkansing er niet gaat komen (er staan genoeg ongespeelde spellen in mijn kast waarvan ik wel de hoop heb dat ze leuk zijn).


De uitgever Zonnespel ligt tegenwoordig in steeds meer winkels. Ik heb dit jaar drie spellen van hun hand mogen spelen: twee kinderspellen (harvest time, sandcastles) en Archipel (of somewhere in China). Deze drie spellen vielen me alle drie behoorlijk tegen. Het spelmateriaal is nogal sober en heeft een nogal ouderwetse uitstraling. De spellen zelf zijn dit ook. Het lijkt wel of de bedenker en uitgever niet helemaal is aangehaakt op de ontwikkelingen in de spellenwereld. De spellen voelen vooral als bezigheidstherapy, maar dan van het niet al te leuke soort. Er zit te weinig lol en plezier in de spellen om ze de moeite van het spelen waard te maken. De zonnespellen laat ik dus voortaan als het even kan maar aan mijn neus voorbij gaan.


Op Spiel 2009 was Dungeon Lords uitverkocht tegen de tijd dat ik arriveerde. Ik baalde daar toen behoorlijk van én het maakte het spel voor mij een soort holy grail met bijbehorende verwachtingen. Ik heb het spel in de loop van dit jaar gekocht en het is me gelukt om het gespeeld te krijgen. Dat kostte me behoorlijk wat moeite omdat het een zeer pittig spel is met een zeer omvangrijk spelregelboek. Ik heb serieus uren zitten ploeteren en studeren voordat ik het spel een beetje begon door te hebben. En zelfs na al dat werk, vond ik het een lastig spel om uit te leggen. Er zijn gewoon te veel kleine regeltjes en gedoetjes. Het spel zelf vond ik vervolgens behoorlijk tegen vallen. De meeste tijd ben je bezig met boekhouden (je kiest een paar dingen en daarna volgen een heleboel stappen “automatisch”). Ik wil het spel graag nog een tweede kans geven, maar zie er tegelijkertijd erg tegenop. De investering die je moet doen om het spel te leren kennen, is niet in verhouding tot de hoeveelheid spelplezier die je er uit haalt. Daardoor is dit spel mijn grootste teleurstelling van dit jaar.


Ik ben dol op Catan. Het kaartspel was mijn eerste kennismaking met de moderne spellen en jullie weten wat daar van is gekomen. Ik heb dus een hoop om dankbaar voor te zijn. De meeste kolonisten spellen gaan er bij mij dan ook als zoete koek in. Helaas geldt dit niet voor alle kolonisten spellen. De teleurstelling van dit jaar is De Kolonisten van Amerika . Dit spel duurde me te lang en ik had het gevoel dat aan het eind van het spel de vaart er uit raakte. Dit was funest voor mijn speelplezier. Ik ben dol op Catan, maar geef mij maar één van de vele andere varianten.


Spellenuitgevers weten tegenwoordig prima hoe ze succes ten gelde moeten maken. Er komen ieder jaar meer spellen uit, waardoor het nog moeilijker wordt om op te vallen. Het is dan niet meer dan logisch om een nieuw spel te koppelen aan een oude succestitel (of om de markt te overspoelen met uitbreidingen). Dit levert helaas maar al te vaak teleurstellingen op. Het Set Dobbelspel is een klassiek voorbeeld hiervan. Set is een leuk reactiespel waarbij je in hoog tempo patronen moet herkennen. Het Set Dobbelspel daarentegen is een traag puzzelspelletje waarbij je blokjes moet aanleggen. Er zijn overeenkomsten, maar de verschillen zijn vele malen groter. Het grootste verschil is het speelplezier: Set is leuk, het Set Dobbelspel is dat niet.


Ik houd van heel veel spellen, maar heb geloof ik wel een lichte voorkeur voor het wat lichtere genre: een beperkte set regels met beperkte speelduur. Vasco Da Gama valt niet in deze categorie: het spel duurde lang en had veel regels. Ergens halverwege de spelregeluitleg begon ik al zo’n donkerbruin vermoeden te krijgen dat dit spel niet mijn kopje thee zou zijn. En dat bleek te kloppen. Ik kan me heel goed voorstellen dat er mensen zijn die dit spel wel leuk vinden, ik vond het allemaal too much. Doe mij maar wat lichtvoetiger vertier.

donderdag 30 december 2010

2010: jaar in spellen (2)

Zoals in mijn vorige blog gemeld: 2010 was geen goed spellenjaar voor mij. Dit wil niet zeggen dat er geen leuke nieuwe spellen zijn uitgekomen. Het wil alleen maar zeggen dat ik niet genoeg tijd (en medespelers) heb gehad om al dat lekkers te spelen. Tsja, soms zit het mee, en soms even niet.

Onder de vijf spellen die mij in positieve zin het meest hebben verrast zitten opvallend veel party-games. Dit genre scoort doorgaans niet heel goed onder hardcoregamers, maar de laatste tijd komen er toch echt party-games op de markt die los komen van het Triviant en Pictonary verleden van dit genre. Ik zet mijn vijf nieuwe ontdekkingen van dit jaar in alfabetische volgorde.


2010 was met recht het jaar van Dixit: het spel won de meest prestigieuze spellenprijs ter wereld. Dixit is een beauty om te zien. Nou moet een spel vooral leuk zijn, maar een mooi spel maakt het wel makkelijker om mensen over te halen om het te proberen. Het spel zelf doet vooral een beroep op je creativiteit en mensenkennis. Dit is een leuke combinatie omdat het soms heel verrassend is welke kaarten mensen koppelen aan welke afbeeldingen.


Het tweede party-game in mijn lijst is Identik. In dit spel word je aan het tekenen gezet. Nou blink ik zeker niet uit in artistiek talent (doe maar het tegenovergestelde), maar dat is geen enkel bezwaar bij Identik, misschien is het wel een voordeel. Want als je een beetje snel (slordig) werkt, krijg je meer getekend dan als je heel langzaam (maar mooi) tekent. Hilariteit gegarandeerd tijdens de nakijkronde: het blijft leuk om te zien wat anderen van de omschrijving van de meesterschilder hebben gemaakt.


Merkator krijgt gemengde reacties op internet. Sommige mensen vinden het spel te weinig origineel (het zoveelste spel waarin blokjes over het bord worden geschoven), anderen vinden het een elegant handelspel. Ik hoor bij de laatste categorie. Agricola vind ik top, maar Le Havre en Loyang kunnen me duidelijk minder bekoren. Ik begon daarom met lichte antipathie aan Merkator, én werd positief verrast. Je bent inderdaad ouderwets blokjes aan het verschuiven over het bord, maar ik vermaakte me daar prima mee. Ik zou dit spel graag nog een keer willen spelen. Alleen de looks vond ik niet echt om over naar huis te schrijven.


De wat oudere spellen van Cwali kunnen me niet echt bekoren. Ik begin er dan ook niet meer aan. Maar gelukkig denkt Eugène daar anders over en weet hij me nog over te halen om de spellen te proberen ook. Dit jaar schotelde hij me Gipsy King en Sun, Sea & Sand voor. De laatste zag er nogal priegelig uit en ook de looks vond ik niet erg geweldig. Maar tijdens het spelen was dat al snel niet meer belangrijk omdat dit gewoon een heel leuk werkverschaffingsspel is. Dit spel verdiend een rigoreuze make-over én een groter publiek.


De laatste aangename verrassing van dit jaar was Wie Verhext. Deze Alea is nooit een echte hype geweest, maar heeft langzaam maar zeker toch veel harten in de spellenwereld voor zich gewonnen. Het spel draait om het doe jij wat ik denk dat jij doet principe en een origineel veilingprincipe. Met en beetje bluffen en een goed gevoel voor wat je tegenstanders gaan doen, kom je een heel eind.

woensdag 29 december 2010

2010: jaar in spellen

Dit jaar was geen goed spellenjaar voor mij. De teller van aantal gespeelde spellen staat op dit moment op 225 en heel veel meer komt er niet meer bij, vrees ik. Ik ben nog steeds dol op het spelen van spellen, maar helaas is mijn directe omgeving minder spellengezind en dan is het lastig om veel te spelen. Combineer dit met een drukke baan en de behoefte aan veel slaap (ik behoor helaas niet tot het selecte gezelschap wat aan vier uur slaap genoeg heeft om blij en gelukkig de dag door te komen) en er blijft weinig ruimte over om te spelen.

Genoeg geklaagd!

Wat heb ik dan wel gespeeld. Mijn vijf meest gespeelde spellen zijn geen van allen vers van de spellenpers. Op zich is dit een goed teken, blijkbaar ben ik uit de ban van het nieuwste spel aan het raken en lukt het me om ook oudere spellen gewoon te blijven doen.

Dominion staat dominant op de eerste plek. Ik heb dit spel 60 keer gespeeld en ik sluit niet uit dat het deze laatste dagen van het jaar nog een keer op tafel gaat komen. Ik heb het Dominion-virus dit jaar ook overgebracht aan mijn beste vriendin die tijdelijk in de UK is gaan wonen. Toen we haar bezochten, zagen we in een locale spellenwinkel een doos staan en die heb ik toen voor haar als cadeau gekocht. Nog dezelfde dag stond hij op tafel en de rest van ons bezoek, stond een potje Dominion spelen boven aan haar verlanglijstje. Zo snel kan het dus gaan. Ik verwacht dat ze binnenkort zelf het Dominion-virus zal gaan doorgeven.

Tsja, de vaste volgers van het blog zullen hooguit verbaasd zijn dat Scrabble op de tweede plaats staat en niet op de eerste plaats van meest gespeelde spellen. In de overall lijst staat hij dit nog wel (161 keer gespeeld tegen 131 keer Dominion). Scrabble mag dan al jaren meegaan, het heeft nog geen flintertje van zijn glans verloren. Het spel gaat dan ook keurig met zijn tijd mee doordat de nieuwe woorden gewoon toegestaan zijn en er eens in de zoveel tijd een herwaardering van de letters plaatsvindt. De magnetische reisversie blijft hét spel voor in de vakantie van ons.

Sommige spellen speel je vaak in een korte tijd door het “nog een keer!” effect. Cities is zo’n spel. Het is een aangenaam leg/puzzelspelletje dat je door zijn korte tijdsduur altijd meerdere keren achter elkaar zal spelen. Ik ben erg gecharmeerd van dit spel, het is van een verfrissende lichtheid en heel geschikt om te spelen als je even geen zin hebt om de grijze massa stevig te belasten. Ik denk dat dit spel wel eens een blijvertje op mijn spellentafel zou kunnen zijn.

Pandemie staat dankzij het zogenaamde na-ijl-effect nog in deze lijst. Toen het spel vers en nieuw was, heb ik het het met veel plezier heel vaak gespeeld. Dit jaar is het nog wel een flink aantal keer op tafel gekomen, maar ik bespeur bij mezelf een lichte verzadiging. Ik vind het nog steeds een leuk spel, maar de nieuwigheid is er wel een beetje af. De uitbreiding is zeker leuk, maar voegt onvoldoende toe om het spel weer helemaal op te frissen.

Fits is een heerlijk puzzelspel. Het is bovendien zo uitgelegd en ook geschikt voor gelegenheidsspelers. Deze combinatie van elementen maakt het een spel dat op veel momenten uit de kast gehaald kan worden en dat maar weinig mensen niet leuk zullen vinden.

woensdag 8 december 2010

Meer B and O

Gisteravond mijn derde potje Baltimore & Ohio gespeeld. Een moedige onderneming met vier spelers op een doordeweekse avond, maar gelukkig redden we het in vier uur. Inmiddels heb ik ook alweer vier uur besteed aan napraten en terugdenken. Dit is het type zware economische spel dat je nog dagen bezig kan houden.

En ik won ook nog, wat dit spel op de een of andere manier extra bevredigend is. Alsof je een lange race hebt gelopen en aan het eind uitgeput over de finish komt. Een paar verdere gedachten:

-de eerste market round heeft grote impact op de rest van het spel, zeker op de eerste helft. Misschien dat hij daarom weer een halfuur duurde.

-de PRR is een cruciale maatschappij. Niet alleen heeft het goede toegang tot kolen, het bepaalt ook in grote mate de speelruimte van andere maatschappijen door de restrictie op de rode steden. Deze keer anticpeerde ik daar wat beter op dan de vorige keren. Ik begon nu als grootaandeelhouder in de PRR, maar ook met een groot minderheidsaandeel in B&O, de naaste buur en concurrent om de kolenfiches. Jasper deed het precies andersom, waarmee we een mooie tandem vormden.

-het manipuleren van de koersen door telkens aandelen te kopen en weer te verkopen is vooral nuttig voor het bepalen van de beurtvolgorde van de maatschappijen. Koersverlies veroorzaken bij maatschappijen van anderen is niet insignificant, maar het is vaak veel belangrijker dat jouw maatschappij op het juiste moment voor een andere aan de beurt is. Die les heb ik de vorige keer hardhandig geleerd.

-goede dividenduitkeringen hebben vaak een hogere prioriteit dan potentiële koerswinst. Alleen bij stabiele en gematigde groei is 'sandbagging' een beter alternatief. Je hebt die dividenden echt nodig om in de race te blijven voor (goede) aandelen.

-als laatste aandelen mogen kopen zuigt, maar als je dan genoeg kapitaal hebt om (bijna) een hele maatschappij in één keer op te kopen en te floaten is dat het meer dan waard.

-voorlopig heb ik aan B&O en Stoom genoeg in het zware treinspellensegment. In 18XX doe ik graag meer ervaring op (1830 en 18AL lijken me wel wat), maar voorlopig speel ik nog even liever B&O.

Al met al neigt mijn waardering nu naar een 4. Het is net wat te heftig en vooral lang om een 5 te geven. Ik vind het zeker zo goed als sommige 5-en, maar de toewijding die dit spel vereist is niet altijd aanwezig. Maar als mijn vaste speelgroep er in slaagt om de speelduur structureel binnen de 3 uur weet te krijgen zal het ongetwijfeld die 5 krijgen.

vrijdag 3 december 2010

Gespeeld in november

Dankzij Prosperity was november een echte Dominionmaand. Met 53 potjes was het goed voor ruim de helft van de gespeelde spellen. Wat de nieuwe spellen betreft heb ik het gras een beetje voor mijn eigen voeten gemaaid met de eerste indrukken in mijn vorige bijdrage. Veel is er namelijk niet bijgekomen.

Het was lastig om een favoriet spel aan te wijzen. er zaten deze maand veel solide spellen bij, maar geen echte topper. Als ik moest kiezen welk spel ik nu het liefst weer zou spelen ga ik voor:

Troyes
Een soort van werkverschaffingsspel met dobbelstenen. Het bevat een paar leuke ideeën, die het boven de middelmaat uit doen stijgen. Veel andere spellen in het genre van de laatste tijd slagen daar niet in. Slechts een potje gespeeld, met twee spelers. Benieuwd hoe het met meer speelt; ik vrees wel dat dit met trage spelers helemaal vastloopt.



Andere nieuwe spellen:

7 Wonders: vlot kaartspel met enige diepgang en geschikt voor veel spelers. Komt niet in de buurt van Dominion en Race, maar is boeiend genoeg. Ik vrees wel dat dit na een potje of 10 à 20 weinig verrassingen meer heeft. We zullen zien.


Haggis: leuk ladderspel voor 3. Voor als je zin hebt in Tai Pan maar een speler tekort komt.


Sun, Sea & Sand: eindelijk weer een leuke Cwali. Vlot werkverschaffingsspel met overtuigend thema.


Inca Empire: een stevig spel met potentie voor veel variatie, maar ook voor een uit de klauwen lopende speelduur. Verder is de grafische vormgeving fraai, maar onoverzichtelijk. De fiches en staafjes zijn wel klein, en waar is het mysterieuze 39e gebied op het bord voor drie spelers? We hielden een fiche over en konden die na een uitgebreide zoekpartij nergens vinden.


Merkator: voortkabbelend spel van het soort dat we wel meer gezien hebben. Niet goed en niet slecht.

zaterdag 20 november 2010

Spiel, een maand later

Tijdens een dagje Spiel kun je natuurlijk maar weinig spelen, zeker geen langere spellen. De afgelopen maand is er wel het een en ander op tafel gekomen, zowel aanwinsten van mezelf als van mijn medespelers. Nog veel spellen zijn ongespeeld gebleven (of zitten zelfs nog in het cellofaan), maar na een maand wordt het toch wel tijd voor een eerste indruk. Houd daarbij in de gaten dat het in alle gevallen om nog slechts één potje gaat.

Troyes (2 spelers)
Het debuutspel van de Belgische uitgever Pearl Games gooide hoge ogen op de Fairplaylijst. Die neem ik altijd met een korreltje zout. Deze lijst is vaak vergeven van spellen die een jaar later al bijna niemand meer speelt, terwijl soms erg goede en/of populaire spellen de lijst niet halen. Niet zo vreemd als je bedenkt dat alle spellen doorgaans niet meer dan een handvol spellen achter hun naam hebben.

Maar goed, Troyes dus. Troyes is een spel dat niet misstaan zou hebben in de catalogus van Ystari. Een ontwikkelspel met veel keuzes en aspecten, vol samengeraapte mechanismen maar zonder thema van betekenis. Niet zo gek dus dat het spel het zo goed deed tijdens Spiel. Zo'n combinatie van elementen benader ik de laatste jaren wat argwanend, omdat het nogal eens tot vrij zouteloze spellen kan leiden die niet veel nieuws te bieden hebben. Age of Empires III en Vasco da Gama bijvoorbeeld. Spellen als Amyitis en Caylus voldoen ook aan die omschrijving, maar hebben om de een of andere reden toch iets eigens dat ze de moeite waard maakt.

Gelukkig valt Troyes in het tweede kamp. Troyes voelt als een werkverschaffingspel, maar dan zonder arbeiders. Je hebt keuze uit verschillende acties, die betaald moeten worden met dobbelstenen. Het zijn er achttien in totaal, in drie kleuren. Iedere speler mag er een aantal gooien, afhankelijk van zijn werklieden (aha!) in de drie bijbehorende gebouwen. Bij het uitvoeren van een actie mag je tegen betaling ook andermans dobbelstenen gebruiken. Bij de meeste werkverschaffingspellen zijn de acties schaars: bezet is bezet. In Troyes kan iedereen in principe iedere actie kiezen, zolang de nodige dobbelstenen nog voorradig zijn. De schaarste doet zich elders voor.

Het leukste van Troyes zit echter in die acties zelf: welke acties beschikbaar zijn, wordt grotendeels bepaald door een set kaarten. Het spel bevat 27 actiekaarten, waarvan er per partij maar 9 gebruikt worden. Natuurlijk zit er enige logica in die kaarten, maar het zorgt er wel voor dat je bij Troyes niet zomaar een standaard optimale strategie kunt bepalen (waar Caylus nog wel last van heeft).

Mijn potje was met twee spelers en in die samenstelling bleek het spel erg goed te werken. Je hoeft de beschikbare dobbelstenen met minder spelers te delen, waardoor je je beurten beter kunt plannen. Met meer spelers voorzie ik meer opportunisme. Daar staan tegenover dat het spel dan meer ronden kent, waardoor je uiteindelijk een vergelijkbaar aantal acties kunt uitvoeren. waarschijnlijk leidt het ook tot meer AP; zo'n spel is het wel.

Mijn oordeel na een eerste keer spelen: prima spel, typisch voer voor liefhebbers van spellen als Caylus en Carson City. De kanttekening is natuurlijk wel dat dat een druk genre is, vol prima spellen. De vraag is of Troyes zich daartussen staande weet te houden, of dat het weer zo'n titel is die het na vijf keer spelen altijd af moet leggen tegen nieuwe spellen.

Sun, Sea & Sand (3 spelers)
Laat ik maar eerlijk zijn: ik ben geen groot fan van Cwali. De spellen zijn me vaak net iets te droog en gekunsteld. Logistico en Factory Fun (de meest misplaatste spellentitel die ik ken) staan met stip in de lijst met spellen die ik actief mijd. Toen Sun, Sea & Sand op tafel gelegd werd slikte ik even wat weg maar besloot ik me eens niet aan te stellen. Ik dwing mijn kinderen tenslotte ook om spruitjes te eten.

Daar kreeg ik geen spijt van; Sun, Sea & Sand is een vlot werkverschaffingsspel, waarbij de spelers strijden om toeristen. Er staan je twee resources ter beschikking: tijd en geld. Veel tijd investeren betekent dat je je mannetjes meerdere beurten kwijt bent. Maar soms is dat nodig, want voor je het weet zijn de grotere gezelschappen van de aankomende cruiseschepen al geworven door de concurrent. Geld heb je vooral nodig voor accommodaties en attracties. Die zijn nodig om toeristen te trekken en vast te houden. Uiteraard levert je dat weer extra geld op. Thematisch zit het dus allemaal goed in elkaar. Corné van Moorsel weet dat te bereiken zonder veel regelchroom of overbodige speelduur. Alleen de backpacker vond ik een lastig concept. Ik bedoel, wat doen die in hemelsnaam op een cruiseschip?

Eerste indruk: speelt lekker vlot weg maar biedt in de beperkte speelduur nog een interessante logistieke puzzel. Op de lange termijn heeft het misschien net iets te weinig variatie om te blijven boeien.

Haggis (3 spelers)
Aah, wat herinner ik mij m'n eerste potje Tai Pan nog goed. Zelf de dramatische Duitse regels lezen en er dan niets van begrijpen. Het ging zelfs zo ver dat sommige spelers de draak of feniks maar aan de tegenstanders gaven, dan hadden zij in ieder geval die ingewikkelde kaart niet meer. Het is allemaal goed gekomen.
Dat gevoel bekroop me bij Haggis weer een beetje. Als je Tai Pan gewend bent, zijn de kaartcombinaties vam Haggis even wennen. Veel overlap, maar ook weer niet. Weer ouderwets nadenken over hoe je je kaarten moet sorteren, laat staan spelen.
Na een paar rondjes kregen we toch een aardig beeld en werd er steeds strakker gespeeld. Aan het aangaan van een weddenschap waagden we ons nog niet veel, een goede hand liet zich nog niet direct herkennen. Wel was duidelijk waar de punten te halen zijn: snel uitgaan! Dat deed weer denken aan Gang of Four, dat ik wel eens deed in het pre-Tai Pan tijdperk. Nu Haggis er is, is er ook geen reden meer om Gang of Four met 3 te spelen (Tai Pan maakte het met 4 al overbodig). Arm spel: Gang of Four is misschien wel het beste overbodige spel ter wereld.
Eerste indruk: topper voor Tai Panjunks en andere kaartfanaten. Anderen laten dit beter links liggen. Wel jammer van die belachelijke prijs.

7 Wonders (4 spelers)

Over belachelijke prijs gesproken: dit spel gaat er met de titel vandoor. 40 euro voor een kaartspel met wat puntenfiches en kartonnen bordjes, het is de waanzin gekroond. Maar als je een combokaartspelliefhebber en/of hypegevoelig bent heb je natuurlijk geen enkele weerstand (en moet je dus eigenlijk je mond houden: als je het koopt, vind je het blijkbaar de prijs waard).
Of het die prijs ook bij nader inzien waard is? Mijn eerste indruk was positief, want precies wat ik ervan verwacht had. Dit is Fairy Tale met een wat gangbaarder thema, plus meer verschillende mogelijke combinaties. Het is nog steeds kaarten doorgeven, de interessantste houden en met jouw kaartcombinaties de meeste punten proberen te scoren. Ik houd van dat type spel en vind Fairy Tale nog steeds erg leuk. Mijn medespelers waren ook enthousiast en bovendien is het een snel en toegankelijk spel, geschikt voor grote spelersaantallen. Ik houd het dus goed voor mogelijk dat dit spel de grens van 1 euro per potje zou kunnen halen. Jammer alleen van die irritant grote doos: bij een spellenavond buiten de deur strijdt dit stevig om ruimte in de tas met andere spellen waarbij je wat meer moeite moet doen om ze op te tafel te krijgen.
Eerste indruk: helemaal mijn soort spel. Misschien geen Dominion of Race, maar enkele tientallen potjes moet haalbaar zijn. Geen spijt van de prijs, oh nee.

Merkator (4 spelers)

Wat is er toch met Uwe Rosenberg gebeurd, die man van die leuke kaartspelletjes? Boonanza, Mamma Mia, Schnäppchen Jagd: allemaal juweeltjes van spellen. Toen kwam Agricola. Stevig bordspel, tikje overschat, maar toch echt een blijver. Vervolgens ontpopte hij zich tot Martin Wallace-wannabee en vloog hij met Le Havre verschrikkelijk uit de bocht. Dat trauma maakte dat ik Loyang nog steeds niet heb gespeeld. Maar met een Rosenbergfan in de gelederen trof ik zomaar Merkator op tafel. De dingen die je voor elkaar doet.
Merkator is een spel van het type 'pick up and deliver'. Haal de blokjes op in de ene stad en bezorg ze in de andere voor inkomsten/winstpunten/enzovoort. Dit is de basis van Merkator, die wat meer complexiteit krijgt door allerhande toeters en bellen. Zo krijg je hier voor iedere levering een nieuw contract, dat net een stapje moeilijker is dan het contract dat je net vervulde. Maar daar krijg je dan aan het einde ook meer punten voor. Contracten kun je ook afkopen en het geld kun je besteden aan bonuskaarten (voor meer inkomsten in bepaalde steden) of aan kaarten voor bonuspunten aan het einde (dit zijn dan weer geen bonuskaarten). Die kaarten zijn trouwens wel weerzinwekkend duur voor een paar schamele punten. Maar ja, je moet je geld ergens aan uitgeven en de bonuskaarten (niet die van de bonuspunten) zijn zo op.
Merkator speelt heel makkelijk weg. Je gaat naar een stad, haalt de daar beschikbare goederen op en vervult eventueel een contract. Je hoeft niet na te denken over welk nieuw contract je krijgt, want je pakt gewoon de bovenste kaart. Om de spelers te kwellen ligt de bovenste kaart van iedere stapel open: oh, wat een schitterend 6-contract ligt daar. Maar ja, het duurt nog wel een paar beurten voor ik die van 5 kan vervullen, dus dan heeft speler X 'm al gepakt. Die er natuurlijk helemaal niks aan heeft.
Ik kreeg hier geen Le Havre-gevoelens bij, maar heel warm werd ik nog niet. Voor een goed pick-up-and-deliver spel kom ik nog steeds uit bij Genoa, of desnoods Die Händler (net opnieuw uitgegeven) of Serenissima. Alledrie spellen van pak 'm beet tien jaar oud. Ik vond in Merkator niets wat die andere spellen beter doen, of het moet in de iets kortere speelduur zitten.
Eerste indruk: mwoah, best OK, maar zullen we de volgende keer maar gewoon Genoa spelen?

Tikal II (3 spelers)
Tikal II, daar gaat natuurlijk geen ervaren spellengek onbevooroordeeld in. Tikal was voor veel spelers een openbaring. Dit was een van de meeste diepgaande en veelzijdige eurospellen in jaren en won nog eens de SdJ ook. Niet iedereen kon even goed omgaan met die diepgang en veelzijdigheid. In plaats van de mogelijkheid tot creatief spel zagen zij de mogelijkheid van eindeloos doorrekenen voor dat ene extra puntje. Ondertussen hun tafelgenoten tot wanhoop drijvend. Het maakt me nog steeds aarzelend om Tikal op tafel te leggen. Ik heb erger meegemaakt, maar sommige van mijn medespelers hebben soms nog steeds teveel last van overoptimalisatie.
Toen kwam Tikal II. Hadden we al niet drie AP-opvolgers gehad in de vorm van Java, Torres en Mexica? Tikal II is een heel ander spel, gelukkig maar. Thematisch zijn er natuurlijk overeenkomsten en het spel draagt duidelijk de signatuur van de auteurs: veel mogelijkheden om je eigen spel te spelen, maar beperkingen in wat je mag doen.
Een speelbeurt bij Tikal bestaat uit twee elementen: varen en lopen. Bij het varen pak je een tegel van de rand van het bord. Daarmee kun je iets toevoegen aan de tempel op het bord, of voordeeltjes voor jezelf inpikken (sleutels, geheime gangen, schatten of kaarten). Bij het lopen ontdek je nieuwe kamers en scoor je direct punten. Het lopen is daarmee vooral tactisch van karakter: wat levert mij nu de meeste punten op? Bij het varen neem je strategischer beslissingen. Breid je de tempel uit, dan kun je dit doen op de voor jou meest voordelige manier, waar je in de rest van het spel veel profijt van kunt hebben. Schatten, sleutels en kaarten bieden je extra geheime bronnen van punten, die extra interessant worden als je je daar verder in specialiseert.
Tactiek en strategie gaan hier hand in hand, waarbij de tactiek doorgaans de boventoon voert. Erg prettig aan Tikal II is dat het erg snel speelt. Je doet in je beurt maar twee dingen, waar je niet overdreven lang over na kunt denken. Het puzzelaspect, dat zo kenmerkend is voor Kramer & Kiesling, blijft behouden, maar dan op een manier dat je medespelers er niet snel last van hebben. Voor hardcore spellengekken is het daarom nisschien iets te luchtig, maar wie op zoek is naar een wat pittiger familiespel is hier aan het goede adres.
Eerste indruk: weer een prima spel, dat bovendien doet verlangen om Tikal weer eens te spelen. Op de lange termijn misschien iets te weinig variatie en kan het dus moeilijk krijgen tegen de eeuwige nieuwe spellen.
Dit was het voor zover. Binnenkort hoop ik meer van mijn Essenbuit te kunnen spelen. Van de spellen die ik niet gekocht heb ben ik op dit moment eigenlijk alleen benieuwd naar één spel: London, notabene van Martin Wallace. Dit lijkt echter van het type combokaartspel waar ik wel van houd, dus wie weet. (Age of) Steam vind ik tenslotte ook leuk.

woensdag 17 november 2010

Baltimore & Ohio

Treinspellen, het is een genre apart. Je hebt ze in alle soorten en maten, van het luchtige Ticket to Ride en Trans America (die door de echte puristen niet als treinspellen worden gezien) tot de hardcore 18xx-spellen. Baltimore & Ohio zit dichter bij de tweede groep dan bij de eerste, maar is toch geen echte 18xx, zoals bijvoorbeeld Tai Pan geen slagenspel is.

De belangrijkste verschillen met 18xx:

-spoor bouwen doe je simpelweg door het plaatsen van een blokje van de maatschappij in de gewenste hex, tegen vaste kosten. Geen gedoe met spoortegels in allerhande vormen
-geen limiet op het aantal aandelen dat je mag aanschaffen en in bezit houden
-treinen roesten niet en kunnen ook niet van de ene aan de andere maatschappij worden overgedragen. Ze worden simpelweg duurder in onderhoud

B&O is daardoor een stuk eenvoudiger dan 18xx en ook niet zo absurd lang.

Maar dat is relatief, want B&O is nog steeds ordes van grootte complexer om goed te spelen dan vrijwel iedere economisch eurospel en met een speelduur van een uur of 4 is het ook niet kort te noemen. Voeg daaraan toe dat je tijdens het spel veel zit te rekenen en het klinkt als een spel dat ik totaal niet leuk zou moeten vinden.

En toch is het zo. Dat zit 'm vooral in de gelaagdheid van het spel. Ondanks de relatief eenvoudige regels speelt B&O niet heel soepel weg. Alles wat je doet heeft consequenties voor zowel de korte als de lange termijn, en die moet je goed kunnen inschatten. Je kunt dit spel best op intuïtie spelen, maar dan ga je gegarandeerd kopje onder. Dat heb ik bij mijn tweede potje gemerkt, toen ik iets te ondoordacht de strijd om kolen aanging. Mijn maatschappij werd de pas afgesneden door een andere en kon daardoor niet meer goed bij de kolen komen. Wel had ik grote kosten gemaakt, die ik niet meer terug kon verdienen. Het spel was nog maar een paar beurten oud, maar deze maatschappij was volledig uitgerangeerd. Een pijnlijke, maar wijze les. Maar ondanks dat ik nu volstrekt kansloos was voor de eindzege kon ik me nog prima vermaken met het spel en leren van mijn fouten.

De twee potjes die ik gespeeld heb duurden samen ruim acht uur, maar sindsdien heb ik al bijna net zoveel tijd besteed aan het bedenken van een strategie voor de volgende keer. En er is zoveel om over na te denken: beurtvolgorde (van de spelers en de maatschappijen), bordpositie, koersmanipulatie, de timing van het starten van maatschappijen (en welke!), ga maar door. Liefhebbers van pittige economische spellen raad ik aan om Hoogspanning, Brass of Le Havre eens te laten liggen en in plaats daarvan B&O te proberen.

woensdag 3 november 2010

Gespeeld in oktober

Oktober is natuurlijk de maand van Spiel, zodat ik die maand altijd veel nieuwe spellen speel. Deze keer waren het er twaalf, waar veel bijzonder goede spellen bij zaten. Het was daarom een lastig om mijn leukste nieuwe spel aan te wijzen. Uiteindelijk viel die op:

Hanzesteden
Nog (steeds) maar een potje gespeeld, maar daar heb ik nog veel over nagedacht. Dit is een spel met veel diepgang en ongekend veel mogelijkheden, maar toch met een zeer bescheiden lengte. In ons potje met vijf spelers waren we in een uurtje klaar. Misschien dat dat lag aan mijn strategie, die erop gebaseerd was om snel een handelshuis te bouwen in de stad waar extra acties te verkijgen zijn (Göttingen als ik het goed heb). De andere spelers bleven daar maar handelsroutes bouwen, wat me iedere keer weer punten opleverde. Voor de eindtelling had ik daardoor 20 punten, tegen 3 punten voor de nummer 2. Die eindtelling trok het wel wat dichter bij elkaar, maar mijn strategie had gewerkt. Het leuke aan dit spel is dat het nog tal van andere mogelijke strategieën biedt, die je na een potje onmogelijk allemaal zult zien. Dit is een spel dat je veel mogelijkheden geeft om je creativiteit te botvieren, waarbij belangrijk is de anderen scherp in de gaten te houden en te reageren op hun acties. Samen met de korte speelduur zie ik hier een mogelijke nieuwe top-20 kandidaat. Daar neem ik het gortdroge 'thema' en uiterlijk voor lief.

Andere nieuwe spellen, van leuk naar minder leuk:

Baltimore & Ohio: een pittig maar geweldig treinspel dat erg dicht tegen 18xx aanschuurt. Hier moet je even voor gaan zitten. Mijn eerste potje duurde 5 uur, maar ik zie al uit naar de volgende keer! Een 4.

Samarkand: een lichter treinspel in een andere setting. Misschien niet zo leuk als Chicago Express, maar zeker een spel dat ik vaker wil doen. Een 4.

For Sale: kijk, korte kaartspellen kunnen heus nog wel ontzettend leuk zijn. Een biedspel waar Knizia trots op zou zijn. Dit kon zo maar eens een van mijn favoriete snelle kaartspelletjes worden. Een 4.

Tikal II: dankzij de naam is een vergelijking met de illustere voorganger logisch, maar dit is een heel ander beestje. Hier gaat het meer om opportunistisch scoren op de korte termijn, maar tegelijkertijd moet je ook werken aan een strategie om op lange termijn grote klappers te kunnen maken. Een echte Kramer & Kiesling; het strakke ontwerp en het soepele spelverloop voelen eigenlijk wel verfrissend na al die droge spreadsheetsommen van bijvoorbeeld Wallace, Friese en Rosenberg. Een 4.

Thunderstone: een kaartspel in de Dominionfamilie. Thematisch spreekt het een stuk meer aan dan Dominion (dat geen betekenisvol thema heeft), maar het legt het af op snelheid en veelzijdigheid, twee punten die Dominion zo sterk maken. Ik zou dit nog wel vaker willen doen, maar ik denk dat ik er eerder op uitgekeken raak dan op Dominion en Race. Geen echt eerlijke strijd, wel de realiteit. Een 4.

Gosu: weer een combokaartspel. Helaas van het type waarbij je veel moet lezen, zowel van je eigen kaarten als die van je tegenstander. Er wordt veel gemopperd op de iconen in Race, maar daardoor zie je tenminste in vrijwel één oogopslag wat je medespelers hebben liggen. Hier moet je veel beter kijken en verandert het ook om de haverklap. Leek me best leuk, maar voorlopig nog even niet. Een 3.

Recycle: een lollig en vlot kaartspelletje. Geen hoogvlieger, prima vermaak. Zie mijn recensie.

Mosaix: weer een spellensnack in de familie waar ook Finito en Highscore lid van zijn. Die zitten nooit in de weg. Een 3.

Kolonisten van Amerika: zie deze bijdrage voor een uitgebreider commentaar. Wil ik graag nog eens spelen, maar het zou zo maar de richting van Val van Rome op kunnen gaan. Een 3.

Moord in Maanlicht: uitgekleed Mastermind met een thema. Zie mijn recensie.

Set Dobbelspel: Set meets Scrabble. Dat zijn al niet mijn favoriete spellen, dit was nog saaier. Tijdverspilling, echt. Een 2.

Oh, en natuurlijk was Dominion weer het meest gespeelde spel met 27 potjes. Dankzij Prosperity zal dat wel even zo blijven. Dixit blijft het ook goed doen. Ik heb dit nu al met meer dan twintig verschillende mensen gespeeld en moet de eerste echt negatieve reactie nog horen.

maandag 25 oktober 2010

Een dagje Spiel

...is veel te kort. Dat weet ik natuurlijk al langer. Op één dag kom je gewoon te weinig aan spelen toe. Omdat ik dan maar beperkt de tijd heb, heb ik niet het geduld langere tijd te wachten bij de vele drukke stands tot er een plekje vrij is. Dit jaar had ik nog minder tijd, doordat ik eerst een uurtje buiten in de rij mocht wachten.

Op een zo'n dag ben ik dus vooral veel aan het rondlopen om wat indrukken op te doen, hier en daar toevallig toch een spelletje te doen en natuurlijk: kopen. De afgelopen jaargangen wist ik altijd wel een impulsieve miskoop te doen, nu was ik beter voorbereid. Ik hield me strak aan mijn shortlist, met mogelijke uitzonderingen voor oudere spellen die ik al een tijdje zoek, mits het budget het zou toelaten.

Sommige uitgevers hielpen mee: Biblios en German Railways waren niet op tijd klaar voor de beurs, dus die kon ik niet kopen. Dat gold ook voor The Hobbit, dat ik nergens heb kunnen vinden. Nu was de stand van Fantasy Flight Games ook een triest gebeuren; het was vooral Heidelberger dat daar zijn Duitse versies promootte. Raumkoloß: Todesengel? Nee, bedankt.

Thunderstone had ik mentaal al geschrapt; twee van mijn reguliere medespelers hebben dat al, dus een aanschaf vond ik niet echt nodig. Verder liet ik Gosu ook liggen, na een probeerspelletje met Eugene en een random German.

Gosu is een van de jongste loten aan de stam van combokaartspellen. Op de kaarten staan goblins van vijf verschillende stammen, in drie niveaus. Goblins van niveau 1 speel je gratis uit of door het betalen van kaarten. Hogere levels zijn gratis, mits je een goblin van dezelfde stam op een lager niveau hebt. De meeste Goblins hebben een effect als ze op tafel komen, sommige kun je activeren als ze al in het spel zijn. De bedoeling is om het sterkste leger op te bouwen. Wie aan het einde van een ronde het sterkste leger heeft, krijgt een punt. Drie punten en je wint.

Doordat we zelf de regels moesten leren uit het boek ging het begin wat stroef. Al spelende ging het beter, maar de kaarten bevatten veel informatie die je voortdurend moet raadplegen, zowel bij jezelf als bij je tegenstander. Na een ronde ging Eugene op kop; onze arme Duitse medespeler had toen nog maar drie kaarten over (tegen acht of negen bij Eugene en mij). De tweede ronde was weer voor Eugene. Ik vreesde toen dat een vroege voorsprong in het spel dodelijk zou zijn; tussen de rondes krijg je namelijk geen extra kaarten en er is ook geen nivellerend mechanisme.

Gelukkig bleek dit onterecht. Onze Duitse vriend wist de derde ronde te winnen en dankzij een speciale eigenschap leverde hem dat ineens twee punten op. De vierde ronde werd spannend; even dacht ik hem te kunnen winnen en daarmee het spel (dankzij weer een andere kaart), maar mijn medespelers stuurden mijn plannen in het honderd. Herman the German zegevierde weer en won verrassend.

Ondanks mijn score van nul punten had ik me best vermaakt. Toch zag ik van de aanschaf af: in dit genre heb ik al twee dominante spellen, dus een nieuwkomer moet van goeden huize komen om tafeltijd af te dwingen; helemaal bij Helen, die weinig geduld heeft met het soort van gepriegel waar Gosu in grossiert. Exit het vijfde spel van mijn groslijst.

Dat gaf wat ruimte voor de oudjes. Een paar van mijn eerste aankopen waren daarom Phoenicia (voor 15 euro een veel betere deal dan 40) en For Sale, waar ik al een tijdje naar op zoek was. Het hoge prijskaartje voor Baltimore & Ohio (45 euro voor een Winsome-deluxe uitvoering) was ook niet meer zo'n bezwaar.

Eerder speelde ik nog Prosperity, wat meer ter vermaak dan ter lering was; dat zou ik toch wel kopen. Interessanter was dus het spelen van Samarkand bij Queen. Dat spel leek me al een tijdje de moeite waard. Samarkand is een Winsome-treinspel in een ander jasje. In plaats van aandelen kopen sluit je huwelijken in handelsfamilies; in plaats van het verbinden van treinroutes zet je handelscontacten op. Met 'Harry Wu' als co-auteur doet het natuurlijk wat aan Chicago Express denken, maar dan nog wat luchtiger.

Die luchtigheid is trouwens vooral schijn: onder de oppervlakte verschuilt zich een subtiel spel van het sluiten van impliciete allianties en het heimelijk manipuleren van je medespelers. Ik geloof dat ik nu wat beter begrijp wat sommigen met 'torque the incentive grid' bedoelen. Je moet vooral inspelen op wat anderen doen: anticiperen op hoe ze de karavanen gaan uitbreiden en daarmee je voordeel doen in het kiezen van families waarin je mee wil liften. Ik draaide stevig aan het prikkelschema en won.

De verleiding was dus erg groot om dit aan te schaffen in plaats van German Railways. Maar Anton vond het ook erg leuk en kocht het meteen. Ik kon dus beter voor iets anders gaan.

Verder hield ik me strak aan mijn shortlist. De rest heb ik allemaal in huis, maar natuurlijk nog lang niet gespeeld. Wel gespeeld heb ik For Sale (dat de verwachtingen waarmaakte), Mosaix (een onvoorziene aankoop van een geslaagde 'vuller') en Tikal II. Daarover schrijf ik later wel een eerste indruk.

vrijdag 22 oktober 2010

The day after: terugblik op Spiel 2010

Gisteren was de leukste dag van het jaar (op spellengebied in ieder geval). Tegen achten trokken we de voordeur achter ons dicht, stapten in de auto, stelden de navi en gingen we naar Essen, de spellenhoofdstad van de wereld. In Nederland zijn we nog wat files tegengekomen, maar toen we Utrecht voorbij gingen, ging de reis heerlijk vlot. Toen we de grens voorbij waren ging de reis vanzelfsprekend nog iets vlotter. Ruim twee uur en 227 kilometer later zagen we de bekende borden al weer langs de weg hangen en nog even later reden we het parkeerterrein van Spiel op.

We schrokken wel een beetje van wat we daar aantroffen. Er stonden enorme mensenmassa’s te wachten om naar binnen te mogen. Nou verwacht je wel dat er rijen staan, maar de lengte van de rijen was ver boven onze verwachting. Helaas was er geen ontkomen aan en dus gingen we geduldig in de rij staan. Een rij waar nauwelijks beweging in leek te zitten. We stelden ons in op een uurtje wachten, als het niet langer zou worden.

En toen ging mijn telefoon. Peter Hein was eerder dan ons aangekomen en vrienden gemaakt in de rij waarin hij stond. Hij en een Duitse dame hadden bekokstoofd dat we beter groepstickets konden kopen. Dat is namelijk twee euro goedkoper. Peter Hein vroeg of wij ook mee wilden doen. Nou kon die twee euro me niet zo veel schelen, maar van het aanbod om een flink deel van de rij te skippen, werd ik toch behoorlijk blij. Snel gingen we dus op zoek naar Peter Hein (en de de Duitse Dame, Eugène, Anton en Antons kinderen). We moesten nog een kwartiertje in de rij staan en toen hadden we kaarten en konden we naar binnen.

Eerst konden we daar nog even in de rij om onze jassen op te laten hangen en een sanitaire stop te maken. Maar daarna konden we de holy ground van Spiel betreden. Niet verbazingwekkend was het ook binnen behoorlijk druk. Niek en ik gingen eerst maar eens een beetje als kip zonder kop rondlopen om wat eerste indrukken op te doen. En natuurlijk om wat eerste aankopen te plegen. Bij de Rio Grande stand ging Dominion Prosperity onmiddellijk in de trolly. En bij Alderac volgenden Thunderstone met beide uitbreidingen (met dank aan de gouden bergen aan speelplezier die Dominique op De Tafel Plakt heeft toegeschreven aan dit spel). Ik kreeg er nog een of ander klein coöperatief spelletje bij cadeau ook. Bij White Goblin volgde tenslotte Norenberc.

We wilden wel graag een spel doen, maar we zagen ook in dat dat best een uitdaging zou gaan worden. Het was namelijk nogal druk. We gingen kijken bij Z-man en daar werd Onirim gedemo’t. Aangezien dat spel op mijn radar stond, wilde ik het graag proberen. De stand van Z-man zat alleen helemaal vol. Op het doosje van Onirim stond dat het een speeltijd van een kwartier had en dus besloten we te wachten. Na een minuut of tien konden we aanschuiven en kregen we de tweepersoonsvariant uitgelegd.

Onirim is een coöperatief spelletje waarbij je een taak moet volbrengen (acht deuren openen) voordat je door de trekstapel heen bent. In de trekstapel zitten pestkaarten. Als je die trekt, moet je jezelf straffen door één van vier vervelende acties te kiezen en deze te ondergaan. Niek en ik verloren het spel, maar ik had het leuk genoeg gevonden om mee naar huis te nemen. Te zijner tijd dus meer over dit spelletje.

Het was inmiddels twaalf uur geweest en we wilden graag wat eten. We hoopten op een zitplaatsje om te eten en liepen dus maar een rondje op zoek naar een rustig plekje om te eten. Toeval bestaat niet, want we liepen Peter Hein, Anton (en kids) en Rogier tegen het lijf terwijl zij bezig waren met een potje Dominion aan een tafel met nog wat vrije stoelen in de buurt. Deze gouden kans om even te lunchen en te kletsen grepen we natuurlijk met beide handen aan. Rogier vertelde dat hij er een uur over had gedaan om binnen te komen. Eugène kwam ook nog aanwaaien. Hij had met een draai aan het rad van fortuin Klunker gewonnen. Omdat hij dat spel zelf al had, kreeg ik het van hem (waarvoor dank). Hij liet ook heel trots het doosje van de kleine uitbreiding van Agricola zien (Tannenbäumchendeck in het Duits, The legendary deck in het Engels) omdat zijn naam hierop prijkt omdat hij heeft geholpen met het bedenken en testen van de kaarten. Na de lunch scheidden onze wegen weer.


Niek en ik gingen naar de 2F-stand toe om daar inkopen te doen. Ik heb uiteindelijk alle nieuwe spellen gekocht. En natuurlijk een donatie gedaan voor het goede doel (en de extra kaartjes die je als beloning krijgt).

We wilden graag nog een spel doen en gingen dus op zoek naar een leeg plekje. Op dit soort drukke dagen moet je niet te kieskeurig zijn: als je niet kan spelen wat je wilt, speel dan wat je kunt en wellicht zorgt dit nog voor verassingen. We liepen langs de stand van Alderac en zagen daar een bijna lege tafel met Thunderstone. Dit was natuurlijk een kans die we niet gingen laten lopen. Het spel zat al in de trolly, maar als je het spel uitgelegd kan krijgen dan scheelt dat weer regellezen. Er zat al een Zweedse tiener te wachten en we schoven aan.

Thunderstone is vaak vergeleken met Dominion, maar het is in de eerste plaats een Dungeon Crawler. Het thema staat veel meer op de voorgrond, maar inderdaad het spelmechanisme is het Deckbuilden waar ook Dominion gebruik van maakt. Mijn eerste indruk is positief. Ik zal het spel nog vaker moeten doen om er echt feeling mee te krijgen, maar het spel heeft zeker potentie.

We begonnen de drukte wel een beetje zat te worden en dus besloten we richting de uitgang te gaan. Onderweg heb ik nog de uitbreiding voor Dixit gekocht voor mezelf en twee spellen voor Wendy (die helaas ziek was). Niek en ik zijn nog even naar Essen centrum gegaan voor nog wat “regulier” (niet spelgerelateerd) shoppen en een hapje en drankje. Rond 7 uur zijn we weer huiswaarts gekeerd.

Natuurlijk is Spiel veel te groot om in een paar uur alles te zien en beleven. Maar we zijn er lang genoeg geweest om de sfeer goed op te snuiven en flink wat nieuwe spellen in te slaan. Ik vond het dit jaar erg druk. Als het de andere dagen net zo druk is, dan gaan er vast bezoekersrecords gebroken worden.

Er lagen dit jaar veel stapels met goede koopjes. Als je nog wat oude spellen wilt, dan kan je voor 10 a 15 euro prachtige spellen vinden, zoals Genua, Reef Encounter, De Koningsburcht, Keltis, Fits, etc. Ik had het idee dat er meer koopjes waren dan vorig jaar. Verder viel me op dat er relatief weinig aandacht was voor SdJ winnaar Dixit. Je kon het spel wel op veel plaatsen kopen, maar er was weinig reclame voor het winnen van de prestigieuze prijs. Wellicht dat een uitgever dit zelf moet doen en dat de uitgever van Dixit hier geen tijd of geld voor heeft gehad. De uitbreiding van Dixit was bijvoorbeeld ook niet heel makkelijk te vinden en er waren ook geen combinatie-aanbiedingen. Dit lijkt me voor de uitgever een gemiste kans.

Dit is tenslotte mijn oogst aan nieuwe spellen. Komende zaterdag komen Jasper, Daniëlle en Eugène langs om spellen te doen en hoop ik de eerste spellen te kunnen spelen.

zondag 17 oktober 2010

Spiel: de shortlist

Met minder dan een week te gaan tot Spiel moet ik eindelijk kleur bekennen: welke spellen hebben mijn bijzondere aandacht? De totale lijst met nieuwe spellen is natuurlijk weer lang. Een eerste schifting van wat me interessant lijkt levert zo nog tientallen spellen op. Niet zo goed voor portemonnee en spellenkast, dus moet ik weer drastisch inperken.

Het resultaat is een shortlist met nog steeds 14 spellen. Sommige daarvan wil ik sowieso meenemen: Dominion: Prosperity omdat het Dominion is en Era of Inventions, Khan, Norenberc en Inca Empire omdat het nieuwe Nederlandse uitgaves zijn. Dan de rest:

7 Wonders (Asmodée/Repos)
Door velen (inclusief mijzelf) al betiteld als de hit van Spiel 2010. Ook zonder dat gehijg is dit het spel dat me het meeste trekt: een kaartspel met combo-elementen en een drafting-mechanisme, waar ik erg van houd. Boosterdraft was mijn favoriete Magic-format en ook Fairy Tale en Notre Dame vind ik (mede) om dat idee erg leuke spellen. Toen ik afgelopen voorjaar voor het eerst over dit spel las, was mijn eerste gedachte: wanneer kan ik dat kopen? Komende week dus.


Baltimore & Ohio (Eagle Games)
Eigenlijk ken ik maar weinig treinspellen. (Age of) Steam, Chicago Express, een paar 18XX-jes, daar houdt het wel mee op (nee, Ticket to Ride, Union Pacific en Stephensons Rocket tellen niet mee). Het lot wil dat ik dat allemaal leuke spellen vind. 18XX is een interessant genre, met als nadeel dat veel van die spellen vrij complex en lang zijn. Daar komt B&O om de hoek kijken. Het duurt nog steeds een uur of 4, maar de regels zijn ook maar 4 bladzijden lang. Het combineert bovendien elementen van 18XX met die van de Winsome-treinspellen (zoals Chicago Express), wat dit voor mij een interessante hybride maakt. Helaas is de vormgeving nauwelijks beter dan die van Winsome. Je kunt niet alles hebben.

Biblios (Iello)
Dit kaartspel circuleert al jaren op internet als een doe-het-zelf-spel, desnoods in elkaar gezet door de auteur zelf. Al die tijd las ik er goede verhalen over, maar was de beschikbaarheid niet optimaal. Ik ben niet zo'n klusser. Nu komt er van dit intelligente bied- en blufspel eindelijk een professionele versie. Voor leuke kaartspellen die ook goed met 2 werken ben ik altijd in.

German Railways (Queen Games)
Nog een treinspel. Net als Chicago Express is dit een Winsomespel dat door Queen in een nieuw jasje gestoken wordt. CE vond ik erg leuk en alls wat ik over Preussische Ostbahn (de titel van de Winsomeversie) lees doet me vermoeden dat ik deze ook erg leuk ga vinden. Wederom een kort, eenvoudig maar intens treinspel.

Gosu (Asmodée)
Dominion en Race for the Galaxy hebben het genre van 'combokaartspellen' weer een grote impuls gegeven. Gosu wordt door de makers omschreven als een mix tussen Magic en Race. Tja, dan zit ik automatisch rechtop. Van de recentie combokaartspellen lijkt me dit een van de leukste (leuker in ieder geval dan Ascension en Heroes of Graxia). De vraag is natuurlijk of er op de speeltafel tijd overblijft voor dit spel naast Race en Dominion, de alfamannetjes in mijn verzameling. Vooral eerst proberen, dus.

The Hobbit (Fantasy Flight Games)
Nieuwe bordspellen van Knizia hebben altijd mijn interesse. Dat pakt vaak goed uit, maar niet altijd. Vooral bij zijn familiespellen zit nog wel eens een mindere titel; Jäger und Sammler is daar een recent voorbeeld van. Nu heeft dit spel het thema mee; het boek De Hobbit wacht nog steeds op het eerste fatsoenlijke spel. Ik hoopte een beetje op een soort Beowulf, maar het lijkt toch meer een familiespel. Een typisch voorbeeld van eerst spelen, dan kopen. Dit hoop ik dus te kunnen proberen op de beurs.

Thunderstone (Alderac Entertainment)
Deze hoort in dit rijtje eigenlijk niet thuis: het wordt niet op Spiel (her)uitgegeven en ik heb het ook al een paar keer gespeeld. Dit lijkt op het eerste gezicht een Dominionkloon. Ik zie het meer als een kaartvariant van dungeoncrawls, dat gebruik maakt van het Dominionprincipe. Dominion is speltechnisch het betere spel, Thunderstone heeft het veel beter uitgewerkte thema als voordeel. De vraag is dus hoe vaak dit op tafel komt als je ook Dominion kunt doen; dat is nog een stuk sneller ook. Vooralsnog een twijfelgeval.

Tikal II (Asmodée/Gameworks)
Tikal was een van de eerste pittige eurospellen die ik speelde en maakte toen grote indruk. Ik vind het nog steeds leuk, maar zoals dat wel vaker gaat met oude spellen, speel ik het zelden meer. Het risico op vastlopende medespelers helpt ook niet. Maar oude liefde roest niet en dus vind ik dit automatisch interessant. Het bekende duo beperkt het aantal acties drastisch, tot 2. Daar valt minder aan te optimaliseren, maar keuzes moeten er natuurlijk nog steeds gemaakt worden. Gegeven hun ludografie moet dit minimaal een solide spel zijn en mogelijk zelfs schitterend. Het heeft het uiterlijk alvast mee.


Troyes (Pearl Games)
Een van de auteurs van dit spel is Xavier Georges. Beide spellen die ik van hem ken (Palais Royal en Carson City) bevallen me erg goed. Dat schept vertrouwen. Daarbij gebruikt dit dobbelstenen, waar ik niet vies ben, en bovendien op een innovatieve en intelligente manier. Vergelijkingen met Yspahan worden al gemaakt, waarbij dat spel er niet eens automatisch als beste uit komt! Interessant dus, mogelijk een kandidaat voor hoge notering bij Fairplay. Kleine uitgevers benader ik sinds een tijdje met gezond wantrouwen (wegens het meestal ontbreken van een gedegen ontwikkelproces), hier neig ik naar het voordeel van de twijfel.


Dit was mijn verlanglijstje. Ik verwacht niet met alle spellen terug te komen. ik verwacht ook niet dat ik zonder andere spellen naar huis ga. We zullen het zien, maar Spiel 2010 wordt ongetwijfeld weer een leuke beurs.

woensdag 13 oktober 2010

Spiel: de omgekeerde preview

Nog een week en dan begint Spiel. Hoogste tijd voor een vooruitblik met verlanglijstje dus. Maar eerst moet ik iets van me afschrijven: de spellen die me (erg) leuk lijken maar die ik beter niet mee kan nemen. Trouwe lezers herinneren zich wellicht dat ik wat meer dan gemiddeld gecharmeerd ben van een SF- of fantasythema. Niks mis mee (echt!), behalve dan dat voor mijn vaste medespelers niet bepaald geldt. Het zijn beste mensen en als ik beloof eens Hoogspanning met ze te spelen zijn ze voor veel in. Maar herhaaldelijk dat soort spellen spelen? No way. Er zijn grenzen aan barmhartigheid.

Dus kan ik bij al die spellen alleen maar verlangend zuchten en me troosten in de gedachte dat mijn portemonnee me dankbaar zal zijn. Een paar voorbeelden van enkele leuke nieuwe (her)uitgaves die toch echt beter niet mee naar huis kunnen.

Dungeons & Dragons: Castle Ravenloft.
Oooh, een dungeoncrawler met schitterende miniaturen! Een echt allen-tegen-een spel, niet met een halfzachte spelleider. Ha. Dit is natuurlijk gewoon Heroquest in een iets ander jasje. Voor mij dan, voor anderen is het gewoon Heroquest, dat langdradige spel voor kleine jongetjes. De spellenkast staat al vol met dubbele exemplaren Heroquest en het D&D-bordspel. Vergeet het maar. Zout in de wonde: de eerste variant verschijnt volgend jaar al.


Mansions of Madness
Vooruit, een ander thema? Cthulhu misschien? Da's toch geen fantasy? Wat, een nog groter nerdgehalte? Oh ja, weer met z'n allen tegen een, monsters bevechten in een onderaarse kerker, sorry huis. Maar je kunt hier ook krankzinning worden in plaats van alleen doodgaan! Het is echt spannend! Zucht, ik bied wel 13 op die kolencentrale.


Betrayal at House on the Hill
Ik begrijp het, een dungeoncrawl zit er niet. Maar horror is toch leuk? Hier lopen we ook door een huis, geen kerker. En echt geen monsters bevechten, nee, een spannend avontuur waarbij een van ons een verrader blijkt, waaraan de rest dan moet ontsnappen! Kom, jullie vinden Weerwolven en Shadows over Camelot ook leuk. Wat, mijn geekbuddies kraken dit spel zonder uitzondering af? Laat ook maar.


Tales of the Arabian Nights
Geekbuddies he? Nou, die houden anders wel van dit spel! En geen goblin of Grote Oude in zicht. Ha! Vooruit, het is een belevingsspel. En best lang. En kaarten dicteren zo'n beetje wat je doet. Maar je beleeft avonturen, net als Aladdin en Sindbad. Een soort sprookje dus, best creatief hoor! 'Speel het maar met je kinderen dan'? Maar die kunnen nog niet lezen!En het is in het Engels...


Runebound: The Frozen Wastes
Runebound dan? Dat vonden sommigen best leuk. Ja maar het duurt zo lang. En die basisversie was toch best leuk. Nou vooruit, een potje dan. Daar heb je toch wel 35 euro voor over?




Space Hulk: Death Angel
Eindelijk een spel dat zou moeten lukken. Space Hulk heb ik zeker met drie anderen gespeeld, en co-ops doen het altijd goed. Bovendien is het vast niet duur. En kort. Wat, na vijf keer spelen wordt het flauw? Ha, ik mocht willen dat ik al deze spellen samen vijf keer aan tafel kreeg.



Als mijn medespelers niet zo'n goede smaak hadden, was ik allang failliet.

zaterdag 9 oktober 2010

Eerste indruk: Kolonisten van Amerika

De Kolonisten van Amerika is het nieuwste zelfstandige spel in de Catan-familie. De auteur is natuurlijk weer Klaus Teuber, maar dit keer had de Amerikaanse uitgever Mayfair een groter aandeel in het spel dan thuisuitgever Kosmos; het is zelfs nog niet in het Duits verschenen. Natuurlijk vanwege de setting, maar vast ook omdat Mayfair ook grossiert in allerhande treinspellen, waaronder die in de 18XX familie. Treinen en sporen staan namelijk centraal.


Afgelopen week speelde ik het voor het eerst. Het basismechanisme van het spel is bekend: steden langs zeskantige vakken, dobbelen voor grondstoffen die je ruilt en gebruikt om van alles te bouwen. Kolonisten van Amerika gaat echter verder weg van het basisspel dan de meeste varianten.

Om te beginnen zijn er geen punten te verdienen in Amerika. Hier draait het om het vervoeren van goederen naar andermans steden. Daarvoor moet je met je trein naar een stad van een andere speler reizen waar nog geen goederenblokje bezorgd is. Reizen per trein gaat natuurlijk over het spoor. De stad moet dus op het spoornetwerk aangesloten zijn. Reis je over je eigen spoor dan zijn er geen bijkomende kosten. Gebruik van andermans netwerk kost je geld.

Klinkt nog eenvoudig genoeg, ware het niet dat de goederen die je moet bezorgen niet zomaar uit de lucht komen vallen. Je krijgt namelijk pas een nieuw blokje als je een nieuwe stad hebt gesticht. Alles wat je daarvoor hoeft te doen is een kolonist (in de vorm van een huifkar) te ronselen en die op pad te sturen. Geen gedoe van eerst allemaal straatjes neerleggen; gewoon drie grondstoffen betalen en daar is de kolonist al, klaar voor de reis.

Nieuwe steden bouwen is daarmee relatief goedkoop. Normaal verhoogt dat je productie. Maar bij de meeste nieuwe steden in het Westen wordt er nieuwe grond ontgonnen, wat vreemd genoeg betekent dat de oude gebieden in het Oosten ineens niets meer opleveren. In tegenstelling tot andere Catan-varianten neemt je productie daardoor tijdens het spel niet zoveel toe. Ook met al je 10 steden op het bord is een worp die 4 grondstoffen oplevert eerder uitzondering dan regel.

Dat zorgt ervoor dat het spel gedurende de hele lengte min of meer hetzelfde tempo heeft. Je begint met het stichten van nieuwe steden om nieuwe goederen te krijgen en het bouwen van spoor om die goederen te bezorgen en aan het eind doe je dat nog steeds. Hooguit ligt het accent in het begin iets meer op steden stichten en later op sporen maken en bezorgen, maar over het algemeen zul je die twee dingen afwisselen.

Wacht je namelijk te lang met bezorgen, dan zijn de makkelijk te bereiken steden snel bezet. Sneller bezorgen kan niet, want voor ieder blokje moet je eerst een stad gesticht hebben. Het spel dwingt je dus min of meer een zeker tempo aan te houden. Strategische vrijheid zit vooral in de nuances: waar sticht je die stad of leg je spoor, in welke stad bezorg je eerst, enzovoort.

Die nuances zijn interessant genoeg om het spel niet eendimensionaal te maken. Sterker nog, ze zijn zelfs bijzonder leuk! Totdat het spel ongeveer een uur duurt en blijkt dat je nauwelijks halverwege bent.


foto: TunaSled (BGG)

We speelden met z'n vieren en bij het begin was iedereen erg positief over het spel. Maar het duurde. En duurde. En was nog niet afgelopen. Ik heb in principe niets tegen een spel van 2 à 3 uur, maar dan moet er wel een zekere dynamiek in het spel zitten, met een duidelijk begin, midden en eind. Dat ontbrak bij dit potje Kolonisten van Amerika. Eigenlijk deden we het hele potje hetzelfde. Tegen het einde had iedereen nog maar twee of drie blokjes te bezorgen en had iedereen in zijn beurt kunnen winnen. Een al dan niet gelukkige worp zou daar zomaar een beslissende stem in kunnen hebben.

Uiteindelijk was het dus een beetje een afknapper. Nu zijn er wel meer varianten van Kolonisten die langer duren (denk aan de combinatie Zeevaarders+Steden en Ridders en Sternenfahrer von Catan), maar dat zijn spellen waarin het tempo langzaam maar gestaag opgevoerd wordt. Bovendien bieden beide legio manieren om punten te scoren, wat totaal afwezig is in KvC Amerika.

Was het spel (ruim) binnen de twee uur gebleven, dan had iedereen een leuke avond gehad. Nu sleepte het spel zich voort en waren we na een dikke tweeënhalf uur pas klaar. Jammer, want het spel heeft genoeg leuke elementen en weer een schitterende vormgeving. Misschien de volgende keer met twee blokjes minder spelen. Dan maak je vast minder gebruik van de hele kaart, maar als het een dik halfuur scheelt is het vast de moeite.