maandag 29 december 2008

Memoir '44

Onder de kerstboom lagen bij ons op 24 december 3 nieuwe spellen waaronder Memoir ’44. Memoir ’44 is in 2004 uitgebracht in het kader van de herdenking van de zestigste verjaardag van de landing in Normandië en de daarop volgende bevrijding van Frankrijk (en natuurlijk daar weer na de rest van Europa).

Memoir ’44 heeft me al sinds dat het spel uitkwam gefascineerd. Het spel werd goed ontvangen door de spellenwereld en viel zelfs in de prijzen (International Gamers Award 2004). Het spel is sindsdien onverminderd populair gebleven en er verschijnen nog steeds met enige regelmaat uitbreidingen (nieuwe landschappen, nieuwe eenheden, nieuwe wapens, nieuwe landen, etc.) die gretig aftrek vinden.

Ik heb het alleen altijd een beetje raar gevonden om een gebeurtenis na te gaan spelen die zo ontzettend veel levens heeft gekost. Ik weet dat in klassieke wargames altijd veldslagen worden nagespeeld, maar die spellen richten zich op een klein groepje volwassen mannen (er zijn vast uitzonderingen, maar dit is mijn beeld van de liefhebbers van wargames) en die zouden oud en wijs genoeg moeten zijn om te beseffen dat een echte oorlog écht niet leuk is. Memoir ’44 daarentegen is een familie wargame dat gespeeld kan worden met kinderen vanaf 8 jaar.

Ik kan me herinneren dat ik, toen ik ongeveer 12 jaar oud was, een groot fan was van Tour of Duty. Ik vond het een hele spannende serie en had nog te weinig geschiedenis gehad om te weten hoe gruwelijk de oorlog in Vietnam is geweest en dat je er op zijn minst kanttekeningen bij kan plaatsen of de Amerikanen inderdaad de helden waren zoals ze in de tv-serie werden voorgesteld.

Een nog jonger kind kan nog minder goed relativeren en beseffen dat de landing bij Normandië een verschrikkelijke slachting is geweest die aan beide kanten veel levens heeft gekost. Met zo veel leed mag je best een beetje voorzichtig om gaan en dus is een gezelschapsspel voor de hele familie (volgens het voorwoord in de regels “a uniquely fun, simple and engaging boardgame for the whole family”) niet het eerste waar ik aan zou denken.

Maar mijn nieuwsgierigheid naar dit spel won en ik ben om. Niet alleen is het een fantastisch goed spel (we hebben het in drie dagen tijd negen keer gespeeld en ik verwacht dat het de komende dagen nog wel een paar keer op tafel zal komen), maar in de scenario’s wordt ook aandacht besteed aan de echte gebeurtenissen. In de vijftien scenario’s die zijn bijgeleverd staan een aantal van de belangrijkste gevechten centraal. De borden laten dan een vereenvoudigde weergave van het landschap zien en de aantallen manschappen die de spelers tot hun beschikking hebben zijn een weergave van de krachtverhouding tussen de geallieerden en de Duitsers in de betreffende slag. Het spel is dus geen simulatie waarin elk detail terug komt, maar de scenario’s geven wel de startsituatie van een slag in essentie weer. Verder staat in de beschrijving van de regels kort hoe de echte slag verliep en hierbij wordt niet nagelaten om ook te vertellen dat het de soldaten het verschrikkelijk zwaar hadden en dat de geallieerden er niet altijd in slaagden om hun doel voor die dag te bereiken.

Ik ben onder de indruk van hoe goed de makers van Memoir ’44 er in zijn geslaagd om een spel af te leveren dat zowel ontzettend leuk is om te spelen maar tegelijkertijd laat zien wat er in de tweede wereldoorlog is gebeurt. Doordat je vanuit dezelfde uitgangspositie echte gevechten naspeelt krijg je meer gevoel voor hoe zwaar de mannen het toen gehad moeten hebben. En zeker als in jouw spel de Duitsers winnen (en dat gebeurt regelmatig), besef je dat het dus ook anders had kunnen gaan, de overwinning is zwaar bevochten en stond van te voren bij lange na niet vast.

Als ouders de moeite nemen om het spelen van dit spel aan te grijpen om meer te vertellen over de echte gevechten, dan lijkt me dat een heel aansprekende manier om kinderen meer kennis te laten opdoen van de landing op Normandië en de daarop volgende gevechten. Het spel geeft genoeg handvatten om dit te doen en zet dus aan tot reflectie. Ik vind dat heel belangrijk voor een spel dat zo expliciet de gevechten van een oorlog als thema heeft. BattleLore werkt grotendeels op dezelfde manier, maar speelt zich af in een fantasy-wereld en blijft daardoor gewoon een spel. De makers van Memoir ’44 hebben er voor gekozen om de gevechten uit de tweede wereldoorlog centraal te zetten en ik vind het fijn dat ze dat op zo’n respectvolle manier hebben gedaan.

En voor wie nog een stap verder wil gaan, kan ik aanraden om een keer een bezoek te brengen aan de begraafplaats bij Omaha Beach. Op deze begraafplaats liggen 9.386 graven van Amerikaanse soldaten die zijn omgekomen tijdens de slag om Omaha Beach en de daarop volgende dagen. Verder staan er nog de namen van 1.557 soldaten die nooit zijn terug gevonden. Dat is dus tienduizendnegenhonderddrieënveertig keer één mens die vrienden, familie en wellicht zelfs wel een gezin had. En dat is nog maar een fractie van het totale aantal mensen dat is omgekomen door de tweede wereldoorlog (denk aan de mensen die zijn omgekomen tijdens andere gevechten, mensen van andere nationaliteiten (waaronder Duitsers), de burgerslachtoffers en de mensen die zijn omgebracht in de concentratiekampen).

Ik ben tweemaal op deze plaats geweest en je wordt er stil van als je al die graven ziet, met al die namen van al die jonge mannen die van de andere kant van de wereld zijn gekomen om op de Normandische kusten te sterven voor de vrijheid van mensen die ze niet eens kenden. (Link: http://www.normandiememoire.com/lieux_historiques/index_bis.php?marq=1&id=182&lg=nl&parcours=)

zondag 28 december 2008

2008: een terugblik

Het jaar is nog niet voorbij, maar omdat ik me deze laatste paar dagen geen nieuwe spellen meer zie doen, kan ik al aan een terugblik beginnen.

2008 was wat mij betreft een redelijk jaar. Er waren vooral veel nieuwe best goede spellen, zonder echte uitschieters. Met werkverschaffingspellen heb ik het nu echt wel een beetje gehad, en leuke nieuwe meerderhedenspellen heb ik ook niet echt gezien. Bovendien merk ik dat mijn tolerantie voor langdurige rekenspellen steeds lager wordt. Zo staan Cavum en Le Havre nog op mijn lijst van te spelen spellen, maar tegen allebei zie ik een beetje op. Doe mij dan maar een vlot en subtiel kaartspel of een middelzwaar biedspel van Knizia.

Voor het jaaroverzicht gebruik ik weer dezelfde indeling als vorig jaar: een top-5 en dan nog verder wat categorieën. In alle gevallen begint 2008 bij mij met Spiel 2007, omdat ik veel spellen die toen uitkwamen pas dit jaar voor het eerst kon spelen. Zo heb ik van deze Spiel-jaargang ook veel nog niet gedaan (bijvoorbeeld Diamonds Club of Ghost Stories), dus misschien dat die volgend jaar op mijn lijstje opduiken.

Voor de top-5 had ik het nog moeilijk. Eigenlijk waren er maar twee spellen die er echt een beetje bovenuit steken. De andere drie hadden er evengoed buiten kunnen vallen en vervangen kunnen zijn door andere spellen. Zoals ik al zei, voor veel best goede spellen. Maar daar gaan we dan:

5. Caylus Magna Carta
Deze heb ik lang aan me voorbij laten gaan, omdat het zo veel op Caylus zou lijken. Dat blijkt waar, maar ook weer niet. Het is een stuk sneller en door de toevalsfactor ook een stuk variabeler dan Caylus. Er worden daarvoor wel wat offers gebracht in diepgang en complexiteit, maar per saldo vind ik het zeker zo leuk als de grote broer. Van verdringing is nog geen sprake, want Caylus zelf heb ik dit jaar twee keer weer met veel plezier gespeeld.

4. Chicago Express
Misschien is het met pas twee potjes onder de riem nog wat te vroeg om te zeggen, maar ik heb er wel vertrouwen in dat Chicago Express een blijvertje is. Ik ben niet zo lyrisch als sommige 18xx-fans, maar ik ben dan ook geen 18xx-fan.

3. Strozzi
Ja hoor, weer een (soort van) biedspel van Knizia, hebben we daar niet genoeg van? Niet als ze zo leuk zijn als Strozzi. Intuïtie, een klein beetje rekenen, wat risicomanagement en een korte speelduur, allemaal ingrediënten die maken dat Knizia mijn favoriete spelauteur is geworden. Klein minpuntje is dat er eigenlijk vier spelers nodig zijn. Maar ach, met drie doen we toch gewoon Ra?

2. Agricola
Daar is natuurlijk al genoeg over geschreven. Ik vind Agricola een leuk spel, dat ik ook in 2009 weer regelmatig verwacht te spelen. Maar dat komt vooral omdat het zo goed met twee spelers te doen is. Het spel springt er niet zo ontzettend bovenuit dat ik het met meer spelers keer op keer wil blijven spelen. In mijn recensie gaf ik het destijd vier pionnen en daar sta ik nog steeds achter. Ondanks alle verschillende kaarten is het soms toch wat te rechtlijnig.

1. Dominion
Dat zal geen verrassing zijn. Ik houd van dit genre kaartspellen, waar efficiency, flexibiliteit en combinaties een grote rol spelen. Andere favorieten in dit genre zijn Magic, het Kolonisten kaartspel en Race for the Galaxy. Van die vier vind ik Dominion het minste spel. Inmiddels heb ik het zo vaak gedaan dat ik bij de selectie van de tien actiekaarten (ik speel altijd met een willekeurige selectie) al een behoorlijk beeld heb van hoe het spel zich gaat ontvouwen. Niet altijd, maar het berooft het spel van een deel van zijn charme. Maar het blijft een verschikkelijk verslavend en flexibel spel, dat met gemak de concurrentie van dit jaar achter zich laat. Ik heb het deze maand met ruim twintig potjes voor het eerst grootschalig 'echt' gespeeld (dus niet op BSW) en ondanks het vele geschud lust ik zo nog eens twintig.

Ook leuk, maar (net) buiten de top-5:
-Handelsfürsten, een erg leuk Knizia-kaartspel (en hij heeft veel slechte gemaakt);
-Keltis, een geslaagde bewerking van Lost Cities met een duidelijk eigen karakter;
-Thebes, sfeervol spel met minder geluk dan je eerst zou denken;
-Ticket to Ride kaartspel, lekker vlot en makkelijk mee te nemen.

Oudere spellen, maar nieuw voor mij:
-Kutschfahrt zur Teufelsburg, mijn keuze als er zes spelers zijn;
-Risk Express, uitstekend dobbelspel. bijna net zo leuk als Can't Stop en vele malen leuker dan het matige Kolonisten dobbelspel.

Leuke en vlotte tweepersoonsspellen:
-Hängenden Gärten, doet wat aan Alhambra denken en is net zo goed voor twee. Haalt toch zeker de 20 potjes wel.
-Big Points, abstract, simpel, maar leuk. Misschien iets te voorspelbaar, maar zeker goed voor 10 spelletjes;
-zie ook Ticket to Ride kaartspel.

Tegenvallers:
De twee enige echte tegenvallers zitten dit jaar allebei bij QWG Games. Dat zijn Demetra en League of Six. Demetra loopt op de ene of andere manier altijd volledig vast als ik het spel (en dat komt niet door foute regelinterpretatie), omdat het systeem van tegels aanbieden gewoon niet goed werkt. League of Six is gewoon een vrij saai en monotoon spel, zonder enig sprankje leven.
En dan is er nog Stenen Tijdperk. Het is niet slecht genoeg om een echte tegenvaller te zijn, maar het was ook zeker niet wat ik ervan verwacht had. Weer meer van hetzelfde, dat gelukkig wel snel speelt. Doe mij dan toch maar Caylus en consorten.

Herontdekking van het jaar:
30 seconds! De eerste editie is alweer een paar jaar oud, en ik heb altijd spijt gehad dat ik mijn exemplaar destijds weg heb gedaan. Ik was dus erg blij met de nieuwe editie van 999 Games. Het spel is verder nog wat gestroomlijnd en up-to-date gemaakt. Als je niet van lachen houdt, moet je dit spel zeker laten liggen. Anders moet je het echt eens met een groep van een man of zes (of meer) spelen. Plezier gegarandeerd! Ik citeer:
Omschrijving: "We hebben een paar publieke zenders, die zijn genummerd 1, 2, en...?"
Antwoord: "Uh, RTL 4?"

Verwachting voor 2009:
Daar heb ik me nog te weinig mee bezig gehouden. De lijst te spelen spellen van Spiel is nog lang genoeg, dus ik steek mijn kop nog even in het zand. Wel ben ik erg benieuwd naar Municipium, het nieuwe topspel van Knizia. Die 40 euro is het vast wel waard.

woensdag 24 december 2008

Le Havre vs Agricola

Het afgelopen jaar was op spellengebied absoluut het jaar van Agricola. Deze hype was begonnen op Spiel 2007 waar Agricola voor het eerst werd verkocht. De reacties op dit spel waren zo overweldigend positief dat het al snel het spel werd dat je gespeeld moest hebben of eigenlijk dat in geen spellenkast mag ontbreken, bij voorkeur aangevuld met allerlei kleine hebbedingen (variërend van stickers om de gezinsledenfiches op te leuken tot extra decks en zelfs speciale speelstukken om de simpele houten blokjes en schijfjes te vervangen).

De maker van Agricola, Uwe Rosenberg, werd door het bedenken van dit spel ook onmiddellijk verheven tot spellengoeroe. Op Spiel 2008 werd er weer een pittig nieuw spel van Uwe Rosenberg gepresenteerd. Om de link met het über-succesvolle Agricola nog wat duidelijker te maken werd het spel ook in dezelfde doos gestopt (zou dit het begin zijn van een nieuwe serie?). Deze combinatie zorgde weer voor hooggespannen verwachtingen en veel kopers.

Ik heb het spel niet gekocht, maar Eugène wel en ik heb inmiddels twee keer met hem zijn Le Havre gespeeld. We hebben eerst een keer met zijn tweeën de korte variant gespeeld en gisteren samen met Guus de lange variant. Gezien de warme belangstelling lijken mijn ervaringen met Le Havre me een goed onderwerp voor een blogje, dus bij deze.

In Le Havre varen de spelers door de haven van Le Havre op een haasje over manier. De achterste boot vaart telkens naar voren. Op ieder vakje staan twee zaken afgebeeld (geld, koeien, vissen, graan, hout, etc.) en zodra een schip langs vaart worden deze op de kade gelegd. Iedere beurt mag je kiezen wat je wilt doen, je mag één stapel van iets van de kade pakken (bijvoorbeeld al het hout) of je mag met je mannetje een gebouw bezoeken en de daarbij horende actie uitvoeren. In het begin zijn er een paar startgebouwen van de gemeente, maar tijdens het spel kunnen spelers de actie "gebouw bouwen" kiezen en zelf ook gebouwen bouwen waardoor er meer acties in het spel komen. Zodra één schip weer van voren af aan moet beginnen is er een soort oogstfase. In deze fase moeten er weer eens familieleden van voedsel worden voorzien (steeds meer voedsel terwijl pa de enige kostwinner blijft) en soms krijg je zelfs een extra koe (als je er al twee hebt) of extra graan (als je er al één hebt).Nadat de schepen een bepaald aantal keer langs de kade zijn gevaren (afhankelijk van of je de korte of lange variant speelt), mag iedereen nog één actie uitvoeren en daarna is het spel afgelopen en is de rijkste speler (som van waarde gebouwen en geld).

In Le Havre zitten een hoop elementen die we al uit andere spellen kennen, zoals het langzaam groeien van voorraden, de oogsttijd, acties die gekoppeld zijn aan een gebouw en het moeten betalen van de eigenaar van een gebouw. Het spel lijkt me zo op het eerste gezicht prima in elkaar te zitten. Je kan altijd wel wat leuks doen maar als je sommige doelen wilt bereiken (vooral die veel punten opleveren) moet je handig manoeuvreren om ze voor elkaar te krijgen en vooral hopen dat niet iemand anders je net voor is. Het minpunt van Le Havre lijkt me dat het spel een beetje eentonig verloopt, het spel kabbelt voort zonder dat je ooit een stroomversnelling tegenkomt. Je vaart maar met je scheepje heen en weer en doet telkens een actietje. Op het eind van het spel wordt het nog wat erger want dan zijn vaak alle gebouwen wel gebouwd en is het een kwestie van afronden (pak de punten die je nog kan krijgen)

In vergelijking met Agricola mist het spel vooral emotie. In Agricola heb je (vooral de eerste keer dat je het spel speelt) echt het gevoel dat je een boerenfamilie aan het bestieren bent. Ik heb in Le Havre nooit het gevoel gehad dat ik met mijn bootje aan het varen was. Het spel blijft sfeervol abstract, maar meer ook niet. Ik denk dat de populariteit van Agricola vooral te danken is aan de mogelijkheden voor spelers om zich in te leven in het spel.

Ik zal het spel vaker moeten doen om een echt grondig oordeel te vellen en dit is niet iets waar ik heel erg tegen op ziet. Op een bepaalde manier zorgt Le Havre toch wel voor speelplezier, het is alleen wat subtieler dan in Agricola. Na twee keer heb ik nog wel het gevoel dat ik het handiger kan spelen. Nu had ik op het laatst niet meer zo veel te doen en ik denk dat je daar beter op moet anticiperen. Als dit zo is dan is Le Havre een spel dat je echt moet leren waarderen door het een paar keer te doen.

Uwe Rosenberg heeft zo op het eerste gezicht weer een prima veelspelersspel afgeleverd, maar is niet in de val getrapt om een soort Agricola-II te maken. Sommige spelers zullen hierdoor teleurgesteld worden, maar op de lange termijn is de spellenwereld gelukkiger met een auteur die vernieuwend bezig is in plaats van één die in herhaling valt.

dinsdag 23 december 2008

Dominion: enkele tactische tips

Na ruim anderhalve maand wordt het wel weer eens tijd voor een blogje van mijn kant. Af en toe zit het echte leven soms danig in de weg, en dat was de afgelopen weken voor mij zeker het geval. Ik was al blij dat ik af en toe nog een recensie kon schrijven. En als ik in een drukke periode 's avonds moet kiezen tussen een spelletje spelen of over spellen schrijven, dan weet ik het wel.

Maar goed, Dominion dus. Natuurlijk was het de hit van Spiel en stond het al binnen een maand in de top-10 van Boardgamegeek, dus populair is het in ieder geval. Nu reken ik het (nog) niet tot mijn favorieten, maar de populariteit is eenvoudig te begrijpen. Het is simpel, snel, erg variabel, maar heeft vooral die ongrijpbare X-factor die tot verslaving leidt: na een potje is de kans erg groot dat je denkt, kom, nog één keer. En omdat Dominion een subtiel kaartspel is waarbij je na ieder potje wel wat extra inzicht krijgt, wordt je met dat extra potje nog beloond ook. Om met Helen na tien potjes te spreken:"Dit spel is zo verslavend, ik zou het wel de hele dag kunnen spelen".

Na enkele tientallen potjes wil ik me dus wel eens wagen op te schrijven wat zoal mijn inzichten zijn. Natuurlijk met een grote slag om de arm, want ondanks dat ik dit soort spellen erg leuk vind, ben ik er niet bijzonder goed in. Maar zelfs ik leer na 80 potjes nog wel iets.

Het belangrijkste om bij Dominion in de gaten te houden, is dat het om efficiëntie draait. Je begint iedere beurt met maar vijf kaarten in de hand, en daar wil je het meeste uithalen. Aan het begin van het spel start je met tien inefficiënte kaarten, met weinig geld of punten per kaart. Natuurlijk wil je daar zo snel mogelijk kaarten met veel geld of punten voor in de plaats hebben.

Daarnaast moet je flexibel zijn. Wat een de optimale strategie is, hangt vooral af van de beschikbare actiekaarten. Je kunt het spel dus niet met een vooropgezet plan spelen, maar je moet roeien met de riemen die je hebt. Daaraan ontleent Dominion ook een groot deel van zijn charme.

Maar ongeacht de actiekaarten, wil je zo snel mogelijk de waardevolle geldkaarten hebben. Het is dus meestal een goede zet om in je eerste twee beurten minstens een Zilver te kopen. Ook actiekaarten die je extra geld opleveren, zoals de Houthakker of de Militie, kunnen je een snelle start geven, net als kaarten waarmee je extra kaarten kunt trekken (en dus hopelijk geld), zoals de Smidse of de Slotgracht.

Behalve het verkrijgen van meer waardevolle kaarten, wil je eigenlijk ook de minder waardevolle kaarten lozen. Zo wordt de kans groter dat je goede kaarten trekt, waarmee je de dure puntenkaarten mee kunt kopen. De Geldschieter en de Mijn zijn nuttige kaarten om van het bijna waardeloze Koper af te komen, maar zijn vrij duur of maar beperkt in hun gebruik. Met de Kapel kun je zowel van je Koper als je Landgoederen afkomen, die maar één punt opleveren. Bovendien is de Kapel erg goedkoop, zodat je al snel kunt beginnen met het dumpen van inefficiënte kaarten. Als de Kapel in het spel is, zijn mijn eerste twee aankopen meestal een Kapel en een Zilver. Slaag ik er daarna in om nog wat Zilver te kopen en mijn Koper en Landgoederen te vernietigen, dan heb ik snel een klein en efficiënt deck, waarmee ik iedere beurt wel minstens vier geldstukken tot mijn beschikking heb. Een Goudkaart ligt dan snel binnen handbereik.

Daarnaast zijn er nog de combinaties. De eerste waar beginnende spelers doorgaans kennis mee maken is die van Dorp-Smidse. Met deze combinatie heb je ineens zeven kaarten in je hand, en nog een actie vrij om een actiekaart te spelen. Sowieso zijn alle kaartcombinaties waarmee je extra acties en kaarten krijgt de moeite waard, vooral als je ook nog extra geld krijgt of meer aankopen mag doen (het Festival is niet voor niets een van mijn favoriete kaarten). Maar ook andere soorten combinaties werken goed, zoals bijvoorbeeld Troonzaal-Werkplaats. Als je dat in je hand hebt en er ook nog Tuinen in het spel zijn, kun je het je medespelers erg moeilijk maken.

Maar pas op. Je moet te allen tijde in de gaten houden dat het gaat om het verkrijgen van puntenkaarten. En daar heb je vooral geld voor nodig. Als je dus voortdurend meer actiekaarten in je hand hebt dan je uit kunt spelen, ben je niet goed bezig. Dan had je beter wat meer geldkaarten in je hand kunnen hebben. Koop dus ook weer niet teveel actiekaarten en zeker niet teveel verschillende. In de potjes die ik met groot verschil verlies, merk ik altijd dat mijn tegenstander veel minder (soorten) actiekaarten gekocht heeft dan ik, en juist meer geld.

En dan de belangrijkste beslissing: het moment waarop je ophoudt met het bouwen van je deck en overgaat tot het kopen van punten. Doe je dit te vroeg, dan loopt je deck minder goed en vertraag je je speeltempo. Te laat, en je hebt geen kans meer om je medespelers in te halen. Wanneer dat moment precies is, is moeilijk te zeggen. Mijn vuistregel is dat zodra ik voor de tweede keer acht geldstukken in mijn hand heb, het moment daar is. Maar die vuistregel werkt natuurlijk niet altijd, vooral in een potje met weinig actiekaarten die geld of extra kaarten opleveren, of als de Tuinen in het spel zijn. De kosten maar vier en zijn aan het einde vaak wel vier en soms wel vijf punten waard, een geweldige prijs/punten-verhouding.

Dat was het wat de algemene tips betreft, die iedereen met een beetje speelervaring wel zal herkennen. Aanvullingen zijn natuurlijk welkom. Misschien dat ik me in een volgend blog nog over de individuele kaarten buig, maar daarvoor heb ik het nog wat te weinig gespeeld.

maandag 22 december 2008

Steam over Holland

Ik houd van spellen, maar ik houd bij lange na niet van alle spellen. Bijvoeglijke naamwoorden die voor spellen staan die ik leuk vindt zijn sfeervol, vlot, toegankelijk, thematisch en mooi uitgevoerd. Dit zijn doorgaans de wat lichtere veelspelersspellen of zwaardere familiespellen. Waar ik minder mee heb zijn spellen waar je elke beurt tot in het kleinste detail door moet denken en rekenen en daarbij ook nog rekening moet houden met alle volgende beurten en alle mogelijke acties van andere spelers. Daar kan ik niet goed genoeg voor rekenen en ben ik bovendien te lui voor. Bij complexere spellen (die speel ik ook echt wel met plezier) kies ik doorgaans op gevoel een beetje wat waarschijnlijk de beste acties zijn en daar wil ik dan best even over na denken, maar vooral niet te lang.

Afgelopen week heb ik met Peter Hein en Eugène Steam over Holland gespeeld. Ze hadden me van te voren gewaarschuwd dat dit waarschijnlijk niet helemaal mijn spel zou zijn, maar dat het ook geen dramatische vormen aan zou nemen. En om de pijn wat te verzachten zouden we daarna andere spellen gaan doen. Ik had wel zin in een spelletje en besloot de gok te nemen.

Steam over Holland is een spel uit de 18XX serie. Dit is een serie spellen waarin treinmaatschappijen de hoofdrol spelen (kijk vooral op BGG voor meer informatie) en waar sommige mensen helemaal idolaat van zijn. In het spel kan je aandelen kopen van treinmaatschappijen en de speler met de meeste aandelen (en dit kan wisselen tijdens het spel) mag deze treinmaatschappij vervolgens besturen (spoor aanleggen, treinen kopen, dividend uitkeren). Ik vond het een leuke vondst dat de verschillende treinmaatschappijen hun eigen cash hebben dat gescheiden is van dat van de eigenaar. In het spel moet je dus zowel voor je zelf de juiste beslissingen nemen (met name welke aandelen koop je) als de treinmaatschappijen waar je directeur groot aandeelhouder van bent goed besturen (daar profiteer je privé bovendien doorgaans het meest van mij omdat je de meeste aandelen hebt).

Het begin van het spel vond ik best leuk maar ergens halverwege was het omslagpunt waar het spel ontaarde in een grote maximalisatiepuzzel. De treinmaatschappijen moeten namelijk verplicht op een bepaald aantal momenten hun treinen laten rijden op die route die ze het meeste geld oplevert. Op het moment dat het bord nog redelijk leeg is, is dit nog wel snel te zien, maar zeker als het bord voller begint te raken zijn er erg veel mogelijkheden die dus allemaal moeten worden doorgerekend. En zo als ik aan het begin van mijn stukje al schreef, ik kan niet zo goed rekenen en vind het bovendien niet leuk.

Gelukkig staat in de spelregels dat de andere spelers moeten/mogen helpen met het zoeken van de meest winstgevende route. Dit is bovendien ook in hun belang als ze zelf aandelen in deze treinmaatschappij hebben. Peter Hein en Eugène rekenen heel wat sneller en met minder fouten dan ik, dus in mijn beurten waren ze zo vriendelijk (of verstandig) om voor mij te bepalen hoe mijn trein(en) gingen rijden.

Na 15 rondes was het spel afgelopen en Eugène de winnaar. Tot onze verbazing was het verschil tussen Eugène en de nummer laatst (heel verrassend was dit Peter Hein) maar heel gering. Ik denk niet dat ik dit spel nog eens wil spelen omdat ik de tweede helft van het spel niet leuk genoeg vond (te veel doorrekenen en analyseren).

Bij Queen Games is dit jaar Chicago Express uitgekomen. Het schijnt dat Chicago Express ook trekjes van de 18XX spellen heeft, maar wel een stuk vlotter is. Omdat ik bepaalde elementen uit Steam over Holland wel erg leuk vond, maar het spel vooral in de tweede helft langdradig vond worden, zou het kunnen dat ik Chicago Express leuker vindt. Gelukkig heeft Peter Hein dit spel, dus misschien moet ik binnenkort maar eens met hem afspreken…..

Goede voornemens voor 2009

Het einde van 2008 is in zicht. Het was wat mij betreft een fantastisch spellenjaar met toppers als Agricola, Stenen Tijdperk, Pandemic en de Koningsburcht. Ik ben benieuwd of 2009 dit niveau gaat evenaren. Behalve terug kijken is het einde van het jaar ook een periode om vooruit te kijken. En omdat de grootste hypes altijd de spellen zijn die nog net niet in de winkel liggen, wil ik dit blogje gebruiken voor mijn goede voornemens op spellengebied.

Golden Oldies
Veel van mijn spellentijd gaat zitten in het spelen van de nieuwste spellen. Dit is maar goed ook, want de lezers van Spellengek zitten niet te wachten op een vernieuwde recensie van reeds gerecenseerde spellen, maar willen weten of de spellen die nieuw in de winkel liggen een beetje de moeite waard zijn. De keerzijde is dat ik heel veel oude toppers echt niet meer speel. Spellen als De kolonisten van Catan, El Grande, Morgenland en Funkenschlag komen echt te weinig op tafel. Mijn eerste goede voornemen is om volgend jaar wat meer tijd vrij te maken voor oude favorieten.

Goedkoop is duurkoop
Ik ben dol op spellenkoopjes. Het is heerlijk om een spel dat je graag wil hebben ergens met korting te vinden. Dit gaat vooral op als het ook nog een super gaaf spel blijkt te zijn. Ik sta mezelf echter te vaak toe om een spel te kopen omdat het goedkoop is. Voor dat geld kan ik het niet laten liggen. Het nadeel is dat ik spellen heb die ik nooit heb gespeeld omdat ze me eigenlijk bij nader inzien toch niet zo leuk lijken. Op Spiel 2008 heb ik heel netjes de koopjes genegeerd en me gericht op de nieuwe spellen die ik echt graag wilde hebben. Ik heb daardoor nauwelijks koopjes gescoord, maar de spellen die ik heb gekocht vind ik wel echt leuk. En daar gaat het toch allemaal om? Mijn tweede goede voornemen is dus dat ik alleen afgeprijsde spellen mag kopen als ik ze ook voor de volle prijs zou willen hebben.

Kwaliteit voor kwantiteit
Voor Spellengek hanteren we een stelregel dat we een spel tenminste drie keer gespeeld moeten hebben voor we het mogen recenseren. In veel gevallen speel ik een spel daarom drie keer en verdwijnt het daarna in de kast en richt ik me op een nieuw spel voor de volgende recensie. Dit betekent dat ik nieuwe spellen eigenlijk minder vaak speel dan ik eigenlijk zou willen. Zodra ik een spel vaak genoeg heb gespeeld om het te mogen recenseren zet ik er als het ware een vinkje achter (been there, done that) en ga weer door naar het volgende spel. Het voordeel hiervan is dat ik lekker veel recensies kan schrijven maar het nadeel is dat ik van mijn spellenpartners verwacht dat ze constant nieuwe spellen leren en daar heeft niet altijd iedereen zin in. Ik wil me dus minder laten leiden door de recensie-druk en meer door het plezier van een leuk spel.

Ongespeelde spellen
Mede dank zij de koopjes die ik in de loop der jaren heb gedaan heb ik een flinke stapel spellen liggen die ik nog nooit heb gespeeld. Vooral op koninginnedag heb ik flinke stapels spellen gekocht (wie laat nou een spel voor 2 euro liggen) en heel veel daarvan heb ik nog nooit gespeeld. Ik wil dit jaar dus proberen om mijn stapel ongespeelde spellen te laten slinken. En misschien dat ik dit wel ga doen door een paar spellen gewoon weg te gooien omdat ik ze echt niet wil spelen en ik me niet voor kan stellen dat ik er iemand een plezier mee kan doen.

Mijn goede voornemens laten zich denk ik samenvatten met meer tijd voor kwaliteit en eerst spelen wat ik heb voor ik weer nieuwe spellen koop. Ik ben benieuwd hoe ver ik ga komen.