maandag 21 april 2008

Spellen top-100

Het is bewezen. Iedereen houdt van lijstjes, en spellengekken zijn geen uitzondering. Op het forum van het Spellenspektakel bieden verschillende gebruikers tegen elkaar op met hun eigen top-10, en ook Maarten is in zijn weblog gezwicht. Het wordt dus tijd voor de enige echte Nederlandse spellen top-100!

Dit idee is losjes geïnspireerd door het The One Hundred-project, dat een paar jaar geleden al dan niet erkende Amerikaanse spellenliefhebbers naar hun voorkeuren vroeg.

Nog een lijst, hoor ik velen denken? We hebben toch al de hitlijst op Boardgamegeek en de spellendatabase van het Spellenspektakel? Dat is waar, maar die lijstjes hebben een grote zwakte wat mij betreft: ze zijn gebaseerd op gemiddelde waarderingen van allerlei spelers, op een tienpuntsschaal. Dat is alleen enigzins betrouwbaar als voldoende mensen hun stemmen uitbrengen, want niet iedereen gebruikt dezelfde schaal. Zo gebruik ik op BGG alleen de cijfers 2, 4, 6, 8 en 10, geven anderen bijna nooit hoger dan een 8, enzovoort.

Nu worden er op BGG veel waarderingen voor spellen gegeven, dus gemiddeld genomen is de lijst wel redelijk betrouwbaar waar het de populariteit van spellen onder internationale spellenliefhebbers betreft. Waar ik echter benieuwd naar ben, is wat de populairste spellen hier in het Nederlandse taalgebied zijn. De database van het Spellenspektakel is dan een logische plek om te kijken, maar het aantal waarderingen is daar zo laag dat dat een te slecht beeld geeft van wat nu de populaire spellen in ons taalgebied zijn.

Vandaar bij deze een oproep aan alle Nederlandse en Vlaamse spellengekken om hun lijstje met 20 favoriete spellen op te sturen voor:

De Nederlandse Spellen top-100!

Hoe werkt het?

Geen gedoe met cijfers, stuur gewoon een lijst met de 20 spellen die je het liefste speelt naar spellengekpeterhein@hotmail.com.
Om toch nog een beetje gewicht aan de verschillende favorieten te geven, maak ik onderscheid tussen:
-je favoriete spel
-de andere 9 spellen in je top-10
-de andere 10 spellen in je top-20

De nummer 1 krijgt 3 punten, nummer 2-10 elk 2 punten en de nummers 11-20 ieder 1 punt. Een ranglijst van 1-20 is dus niet nodig, zo lang maar duidelijk is wat je nummer 1 is en welke andere spellen in je top-10 staan.

Zodra ik genoeg stemmen heb (laat ik zeggen van honderd mensen) of het lang genoeg heeft geduurd (een maand?) maak ik de lijst op en zal ik die hier plaatsen.

Waar kan ik op stemmen?

Eigenlijk alles, zolang het maar enigzins een gezelschapsspel te noemen is. Geen computerspellen dus, of kroeg- en soossporten als darts en sjoelen. Verder sluit ik alle uitbreidingen uit van deelname. Een spel moet zelfstandig speelbaar zijn. Stem je per ongeluk toch op een uitbreiding, dan tel ik dat als stem voor het basisspel.

Uitdrukkelijk toegestaan zijn dus:
-wargames en aanverwanten (go ASL!)
-verzamelkaartspellen (Magic komt in ieder geval in mijn top-20)
-rollenspellen
-traditionele spellen (klaverjassen, schaken, ganzebord, etc, etc)
-en natuurlijk alle eurospellen die straks 90% van de lijst uit zullen maken, vrees ik

Wordt Puerto Rico niet gewoon nummer 1?

Tja, Puerto Rico is het Stairway to Heaven onder de bordspellen. Maar er is hoop, misschien valt de eer te beurt aan Funkenschlag (Child in Time), Caylus (One), Eufraat en Tigris (Bohemian Rhapsody) of een andere 'onvoorspelbare' titel. Of Monkey Auto Races (Schnappi). En anders zet ik eigenhandig Tai Pan op de eerste plaats. We zullen zien!

Is dit niet ontzettend geeky?

Ja, wat dacht je dan? Dit is een spellenblog, duh! Het feit dat je dit leest is genoeg bewijs voor je geekyness. Neem dan gewoon die laatste stap en stuur je lijst op naar spellengekpeterhein@hotmail.com.

Vragen?

Stel algemene vragen hier in een reactie (dan kan iedereen de vraag en het antwoord zien), specifieke vragen kun je op de mail zetten.

En dan ga ik nu eens bedenken wat mijn subtop-10 is...

UPDATE:

Een paar kleine dingetjes:

-ik kreeg de vraag of je ook minder dan 20 spellen kunt opgeven, of zelfs helemaal geen nr 1 of wat voor volgorde dan ook. Het antwoord: natuurlijk! Heb je bijvoorbeeld alleen een top-10 en geen nummer 1, dan krijgen die spellen allemaal 2 punten. Heb je geen top-20 maar een top-13, dan krijgen de nrs 11-13 gewoon 1 punt en vervallen de punten van de posities 14-20.

-wie dat leuk vindt kan bij de spellen een kleine motivatie geven (zeg 1-3 regels). Bij het samenstellen van de top-100 zal ik daar dan uit citeren om het een minder droge opsomming te maken.
Een voorbeeld bij Family Business: "Family Business is voornamelijk leuk door de atmosfeer, het role-playen. En de foute Italiaanse accenten."

En inmiddels heb ik mijn lijstje van 20 compleet. Mijn nummers 11-20 zijn, in alfabetische volgorde:

Can't Stop: Het beste dobbelspel dat ik ken, met een licht verslavende werking. Ik kan gewoon niet stoppen!

Caylus: Nog steeds het beste werkverschaffingsspel. Volgend jaar staat hier misschien Agricola.

HeroQuest: Ik hou van fantasy-avonturenspellen. HeroQuest is een tijdloze klassieker, misschien wel de leukste in het genre.

Lost Cities: Ook na meer dan 100 keer spelen nog steeds een solide tweepersoonsspel.

Magic: the Gathering: Ik speel het nooit meer, maar dit is waarschijnlijk mijn meest gespeelde spel ooit (zowel in aantallen potjes als gespeelde uren). Een uniek spel.

Pitch Car (Carabande): Zelfs Stef Stuntpiloot is geen beter behendigheidsspel. Met drie uitbreidingen genoeg variatie om jaren mee te gaan.

Torres: ik ben een fan van de AP-spellen van Kramer & Kiesling, en dit is mijn favoriet. Strakke regels, strakke vormgeving en met de juiste instelling in een uurtje te spelen.

Turmbau zu Babel: een van de beste medium-complexe spellen van Knizia. Een onontdekt juweel.

Wizard: na Tai Pan mijn favoriete 'modern-traditionele' kaartspel. Simpel en toch altijd weer lastig.

Yinsh: van de Gipf-reeks had ik zo drie spellen in mijn top-20 kunnen zetten, maar als ik me tot een moet beperken kies ik voor Yinsh. Mijn favoriete abstracte spel voor twee spelers.

zaterdag 19 april 2008

Spelen met Agricola

Spellengewijs is deze week een hele goede week voor mij. Dinsdag een Spel aan de Maas spellenavond, donderdag een spellenavond op kantoor en vrijdag een spellenavond met mijn ex-collega’s. Het grappige is dat hoe meer spellen ik doe, hoe meer ik wil spelen, dus wie weet lukt het me nog om dit weekend Niek over te halen tot een potje scrabble of iets anders leuks.

Gisteravond heb ik na wat korte opwarmspelletjes (Stef Stuntpiloot en een voorloper van Hick Hack genaamd Razzia) eindelijk eens Agricola gespeeld. Peter Hein en Eugène hebben me beide al meerdere malen ingepeperd hoe leuk Agricola is en ook op verschillende websites (waaronder Boardgamegeek) staan enthousiaste verhalen over Agricola. Ik was dus zo onderhand wel een beetje nieuwsgierig geworden naar dit spel.

Voor wie het spel (nog) niet kent, Agricola is een ontwikkelspel waarin je door middel van acties je boerenbedrijfje langzaam uitbouwt. Elke actie kan iedere ronde maar door één iemand worden uitgevoerd (denk Caylus en de Kathedraal) waardoor het belangrijk is dat je een beetje flexibel bent. Je kan je op verschillende manieren ontwikkelen. Je kan bijvoorbeeld je simpele houten boerderij flink uitbouwen en wellicht vervangen door een lemen of zelfs stenen exemplaar. Het is ook mogelijk je gezin te laten bezoeken door de ooievaar en op deze manier wat extra werknemers……eh……kinderen aan je gezin toe te voegen. Daarnaast kan je je toeleggen op de landbouw of veeteelt. Je moet er wel voor zorgen dat je voedselvoorraad op pijl blijft, want anders moet je gaan bedelen.

Ik heb echt een topavond gehad met dit spel. Het spel is tegelijkertijd simpel en complex. Simpel omdat je vrij snel door hebt dat je gewoon iedere ronde twee acties (of meer als je kinderen hebt) moet uitvoeren en je hierdoor je boerenbedrijf succesvol maakt. Complex omdat er zo veel dingen zijn waar je aan het eind punten mee kan scoren dat het onmogelijk is om hier al goed mee om te gaan (werkelijk alles levert punten en strafpunten op). Gelukkig had Eugène hier al voor gewaarschuwd en had iedereen gewoon lekker gespeeld en behaalden de spelers die het spel al vaker hadden gedaan inderdaad meer punten dan de beginners. De meest ervaren speler (Eugène) won dan ook.

Het leuke van het spel vond ik dat het echt een spel is dat je speelt. Net als je als kind met poppen speelt, speel je in Agricola met je boerderijtje. Je mag zelf bedenken wat voor soort boer je wilt zijn en als het lukt om je persoonlijke doel te verwezenlijken ben je blij, ook als je daarmee laatste bent geworden. Ik vond het geweldig dat je varkens, schapen en koeien kon nemen en legde me er dus op toe om een grote veestapel te verwerven. Ik vond het hilarisch dat in je huis één dier mag wonen (je huisdier) en dat ik dus eindelijk een varken als huisdier kon hebben. Ik heb ook goed voor mijn varkens gezorgd door een weiland om te ploegen en zie hierin te laten modderbaden. Ik ging zo op in het zorgen voor mijn beestjes dat ik bijna vergat om mijn gezinsleden van voedsel te voorzien. Mijn beesten “verworsten” was natuurlijk geen optie en dus ging ik maar bakstenen maken uit leem om zo voor voedsel te zorgen. Hier kon ik helaas niet van rondkomen, maar gelukkig kan je in het spel als neveninkomsten er voor kiezen om een avondje op het podium te gaan staan of te gaan vissen en op deze manier kon ik het hoofd boven water houden.

Het spelmateriaal is ook heel indrukwekkend, niet alleen door de hoeveelheid stevig karton en hout, maar ook door de details in de tekeningen. In sommige boerderijen ligt Boonanza op tafel (van dezelfde maker als Agricola) of… Agricola zelf. En op sommige daken nestelt een ooievaar zodat meteen duidelijk is waar de kinderen vandaan komen. Ik ben dol op dit soort kleine details. Ik geloof dat de houten blokjes inmiddels ook vervangen zijn door echte miniatuur beestjes en dat gaat het spel alleen maar leuker maken. Gelukkig gaat 999 games dit spel ook uitbrengen en volgens Bordspel.com hoef ik daar niet eens meer heel lang op te wachten (ergens in mei). Ik kan dus naast de aanschaf van Chinatown uit gaan kijken naar de aanschaf van Agricola. Nu alleen nog spellenavonden regelen om beide spellen te kunnen gaan spelen!

woensdag 16 april 2008

Het spel dat ik als kind gehad had moeten hebben

Gisteravond waren Niek en ik het gastgezin voor de wekelijkse spellenavond van Spel aan de Maas. Het was te lang geleden dat we een keer hadden meegespeeld (werk, ziek, etc.) dus ik had er zin in. Nieks grote hobby is het oude Egypte en dan shabtis in het bijzonder (dit zijn Egyptische grafbeeldjes). Peter Hein had al meerdere keren “subtiel” laten vallen dat hij een nieuw spel had waar een shabti in voor komt (Thebes). Het was dus wel duidelijk dat wij dit spel zouden gaan spelen. Helène deed ook mee en zo speelden we met vier spelers.

In Thebes mag je tijdens twee jaren je uitleven als archeoloog. Een goede archeoloog wordt je door flink te studeren en mooie opgravingen uit te voeren. Opgraven doe je door uit een zakje fiches te grabbelen. Sommige fiches zijn leeg op andere staat een mooie schat (en daar is het natuurlijk allemaal om te doen). De schatten mag je houden, maar de lege fiches moeten weer terug in het zakje waardoor de kans dat een volgende speler leuke schatten vindt in eens een stuk kleiner is geworden. Een ander origineel element aan dit spel is dat alles wat je doet tijd kost en deze tijd op een soort scorespoor wordt bijgehouden. De speler die de minste tijd heeft verbruikt is altijd aan de beurt. Als je dus rustig aan hebt gedaan op een moment dat je tegenspelers druk in de weer zijn met grote projecten, dan kan het zo maar zijn dat je lekker achteraan ligt op het tijdspoor en je een paar acties achter elkaar mag doen. Verder mag je zelf weten hoe veel tijd je aan een opgraving wilt besteden. Hoe meer weken je graaft, hoe meer fiches je mag grabbelen, maar dan kan het wel zo zijn dat je een tijdje moet wachten voor je weer aan de beurt bent.

Het spel heeft een redelijk hoge geluksfactor. Het meest duidelijk is dat bij het uitvoeren van een opgraving. Ik had veel geluk en trok vaak veel en ook nog waardevolle schatten uit het zakje. Niek wist juist vooral lege fiches naar boven te halen. Maar daarnaast zijn er ook nog een soort ontwikkelkaarten en ook daarbij kan je het geluk hebben dat er net een aantrekkelijke kaart wordt opengedraaid in een plaats waar jij bent terwijl een andere speler verplicht moet reizen naar een kaart waar hij niet heel erg op zit te wachten. Maar omdat het groot bordspel is, heeft doorgaans iedereen wel eens geluk of pech en middelt het dus wel uit waardoor iedereen kans maakt op de overwinning.

Ik was erg onder de indruk van dit spel. Sterker nog, dit is een spel waar ik als kind zo veel plezier van zou hebben gehad. Als je mij toen ik op de basisschool zat had gevraagd wat ik later wilde worden zou ik je verteld hebben dat archeoloog me wel wat leek. Toen ik het spel De wraak van Toetanchamon kreeg, hoopte ik dan ook op een spel waarin ik me een echte archeoloog kon wanen. Dat viel helaas behoorlijk tegen. Als Thebes toen had bestaan, had dat spel de verwachting volgens mij wel waargemaakt. Het leuke van Thebes vind ik dat het een echt spel is (je moet je ontwikkelen, bedenken welke acties je in welke volgorde wilt doen, hoe veel tijd je aan iets wilt besteden), maar door het gegrabbel in de zakjes heb je ook de spanning van een opgraving waarin je hoopt dat jij de meeste en vooral mooiste schatten boven water haalt. Ik weet zeker dat ik hier als pak hem beet tien/twaalf-jarige van zou hebben genoten.

Peter Hein en Helène vonden Thebes net zo leuk als ik het vond. Niek vond er ondanks het thema niet zoveel aan. Hij vond de geluksfactor te hoog (lees: hij had veel pech bij het opgraven). Zelfs de door hem zo begeerde shabti werd door Peter Hein uit het hete Egyptische zand gehaald. Toen Niek een Egyptisch perkament-fragment opgroef met dezelfde waarde als de shabti van Peter Hein, was deze wel zo vriendelijk om met Niek te ruilen zodat Niek de schat die hij het liefst wilde hebben in zijn bezit had.

woensdag 9 april 2008

Nieuwe top-10

Een tijdje terug schreef Dagmar hier over haar favorieten. Dat zette me aan het denken over wat mijn favoriete spellen eigenlijk zijn. Mijn lijstje van tien favoriete spellen staat al een tijdje ongewijzigd op Spellengek en mijn al dan niet expliciete nummer 1 was al jaren lang Steden en Ridders. Toen ik dat lijstje weer eens bekeek zag ik tot mijn schok dat ik veel van die spellen al wel erg lang niet meer gespeeld had, of überhaupt erg weinig.

Dus vroeg ik me af: wanneer verdient een spel het eigenlijk om in mijn top-10 te komen? (hierbij stel ik mijn top-10 voor het gemak maar even gelijk aan mijn favoriete spellen). In de eerste plaats moet ik het natuurlijk de hoogste waardering geven. Dat hoeft niet per se in mijn recensies zijn, want veel spellen ben ik sinds het schrijven van een recensie meer of juist minder gaan waarderen.

Daarnaast moet het spel ook iets bijzonders hebben, of een combinatie van eigenschappen die ik bij andere spellen mis of die in andere spellen net iets minder goed is. Ten slotte moet ik het spel natuurlijk vaak genoeg gespeeld hebben. Vijf keer is toch wat weinig om een spel maar direct in mijn top-10 te stoppen. Tien keer lijkt me toch wel het absolute minimum.

Ik ging alle spellen die ik hoog waardeer nog eens langs en kwam op de volgende nieuwe lijst:

1. Tai Pan
Ik zou mezelf voor de gek houden als ik dit niet op 1 zou zetten. Dit heb ik twee jaar tijd bijna 300 keer gespeeld (BSW niet meegerekend) en dat is genoeg om mezelf een redelijk capabele speler te vinden (mijn collega's kunnen daar anders over denken). Tai Pan is niet alleen het beste kaartspel dat ik ken, het is het beste spel full stop. Het doorgeven van kaarten, Tai Pan roepen, het uitspelen van je hand: allemaal momenten waarop je vaak moeilijke keuzes moet maken. Bovendien is het samenspel tussen de spelers in een team nog belangrijker dan in de andere partnerspellen die ik ken. Dit samenspel geeft het spel nog een extra dimensie. Eindeloos wederspeelbaar en ontzettend verslavend, wat maakt het dan nog uit dat we hier te maken hebben met een gewoon pak kaarten met vier speciale kaarten?

2. Race for the Galaxy
Jep, alweer een kaartspel. Sommige (ik zou haast zeggen de meeste) veelspelers hebben een duidelijk voorkeur voor vrij complexe bordspellen met een stevige speelduur. Zeg maar het type Caylus en Funkenschlag. Nu kan ik veel van die spellen ook wel waarderen (Funkenschlag iets minder), maar de speelduur vind ik vaak een ernstig nadeel. Een spel als Race for the Galaxy biedt minstens zoveel variatie en keuzemogelijkheden als die spellen en doet dat in een fractie van de speelduur. Inmiddels heb ik het regelmatig met andere ervaren spelers gedaan, en dan is een potje in 20-30 minuten geklaard. Als ik moet kiezen tussen 4 potjes RftG of 1 potje Caylus, dan weet ik het wel!

3. Kolonisten van Catan - Steden en Ridders
Als ik kijk hoe vaak ik Kolonisten heb gespeeld en hoe veel plezier ik er nog steeds aan beleef, zou ik met gemak de basisversie hier kunnen zetten. Maar omdat ik het bijna altijd liever met Steden en Ridders speel, zet ik hier toch de uitbreiding neer. Er wordt nog wel eens op S&R gemopperd vanwege de speelduur. Het is mij echter een raadsel hoe je er veel langer over kunt doen dan anderhalf uur. Tenzij je natuurlijk ook Zeevaarders erbij doet en tot 16 punten gaat...

4. El Grande
Voor mij is El Grande nog steeds het beste stevige bordspel voor liefhebbers. Al meer dan tien jaar oud en nog steeds niet gedateerd. Ik speel het helaas niet zo vaak meer (ongeveer eens per jaar), maar iedere keer ben ik weer verrast over hoe goed het ook alweer was. Dit spel kan zo nog tien jaar mee zonder iets van zijn glans te verliezen.

5. In de Ban van de Ring
Tot mijn grote verdriet heb ik steeds meer moeite om hier medespelers voor te vinden. Willen mensen te graag zelf winnen in plaats van samen te spelen? Hoe dan ook, dit spel wordt door te veel mensen onderschat omdat het allemaal een kwestie van geluk zou zijn. De tegels en de kaarten bepalen toch of je wint of niet? Die mensen hebben òf het spel niet begrepen, òf het verkeerd gespeeld. Dit spel barst gewoon van de moeilijke (en belangrijke) keuzes, is een van de meest interactie spellen die ik ken en heeft ook nog eens een geweldig uitgewerkt thema. Alledrie (!) elementen van veel Kniziaspellen. Het spel is gewoon spannend.

6. Ra
Als we dan ik dan toch Knizia mijn favoriete auteur noem, moet ik daad bij woord voegen en nog een spel van hem in mijn top-10 zetten. Knizia staat bekend om zijn veilingspellen, waarvan hij veel goede varianten heeft ontworpen. Ra staat nog steeds op eenzame hoogte. Je moet de waarde van wat geveild wordt goed kunnen inschatten, je biedingen goed timen, aan risicomanagement doen en goed in de gaten houden wat je medespelers hebben. En dat alles in minder dan drie kwartier!

7. Kolonisten van Catan kaartspel
Mijn favoriete spel voor twee spelers. Ook zonder uitbreidingen kent het spel variatie genoeg om tientallen potjes te spelen zonder dat het gaat vervelen. Kom daar maar eens om bij een verzameling Magic die bestaat uit evenveel verschillende kaarten. Dit speel ik veel te weinig, wat niet in het minst ligt aan de, voor een tweepersoonsspel, soms stevige speelduur.

8. Vorsten van Florence
Weer eentje van Kramer en Ulrich. Bijna even intens al El Grande, maar op een andere manier. Je eigen plan goed doordenken is hier erg belangrijk. Als ik zin heb in een spel waarbij je vooral bezig bent om de rest van het spel vooruit te plannen en te bedenken wat je daarvoor nodig hebt, is dit vaak mijn eerste keuze. En met ervaren spelers is dit makkelijk in een uurtje te doen (hoor je dat, Caylus?)

9. Puerto Rico
Hoe lager ik op de ranglijst kom, des te willekeuriger de volgorde wordt. Ik heb Puerto Rico op 9 gezet, maar had net zo goed 7 of 10 kunnen zijn. Wat mij betreft zeker niet het beste spel ooit, maar het behoort wel tot de absolute top. Relatief eenvoudige regels met een bijzonder complex spelverloop. Heeft potentieel last van onervaren spelers die hun linkerbuurman bevoordelen, of bemoeizuchtige spelers die daar erg slecht tegen kunnen. Niet voor niets het meest gespeelde bordspel bij Spel a/d Maas.

10. Heersers der Woestijn
Ik sluit af met weer eentje van Knizia. Heersers der Woestijn is het prototype van het soort spellen waar Knizia als geen ander in uitblinkt: korte speelduur, simpele regels, een subtiel spelverloop, veel interactie, geen overbodig chroom (wat sommige mensen nog wel eens verwarren met een slecht uitgewerkt thema) en -helaas- relatief genegeerd door veel Nederlandse spellengekken. Heersers der Woestijn heeft nog een extra, het is namelijk erg goed te spelen met twee spelers.

Dit zijn nu mijn tien favorieten. Maar zeker vanaf de tweede plaats is de volgorde wat willekeurig. Van de andere spellen had ik de volgorde makkelijk kunnen wijzigen door de positie van alle spellen een of twee posities te wijzigen, en dan had ik nog steeds een lijst gehad waar ik het wel mee eens was. Maar je moet wat.

Gesneuveld zijn Caylus en Torres (te weinig en te lang geleden gespeeld) en Sticheln en Mü. Nog steeds goede kaartspellen, maar ik speel bijna altijd liever Tai Pan. Omdat ik toch wat meer kortere spellen in mijn lijst wilde hebben (zoals Ra en Heersers der Woestijn) moesten deze er aan geloven. Ach, over een jaar denk ik er misschien weer anders over.

vrijdag 4 april 2008

Spelverslagen?

Sinds september 2001 speel ik bijna iedere dinsdag bij Spel aan de Maas in Rotterdam. Omdat ik in die tijd graag spelverslagen las, leek het me wel leuk om dat zelf ook bij te gaan houden. Inmiddels is er ruim zes jaar aan Rotterdamse spelavonden vastgelegd, met daarmee veel spelimpressies.

Zes jaar is een lange tijd en ik ben op een moment gekomen dat het schrijven van de spelverslagen steeds meer als een verplichting gaat voelen dan iets dat ik voor mijn plezier doe (wat ik met recensies totaal niet heb, trouwens). Bovendien heb ik geen idee of ze buiten de kleine kring van deze spellenclub veel gelezen worden. Eerlijk gezegd twijfel ik daar erg aan. Dat maakt de motivatie om het bij te houden ook niet bepaald groter.

Natuurlijk ben (gelukkig) niet de enige die spelverslagen van Spel aan de Maas schrijft. Ik zal de anderen niet aanmoedigen mijn voorbeeld te volgen, maar zou ze het zeker niet aanrekenen.

Nu is het niet zo dat ik helemaal niets meer ga schrijven over wat ik op mijn Rotterdamse spelavonden zoal speel. Juist dit weblog is een ideaal medium om daar op een meer persoonlijke en minder routineuze manier vorm aan te geven. Bovendien is er wat meer ruimte voor analyse en het vormen van indrukken voor het eventuele schrijven van een recensie.

Maar genoeg navelgestaar. Laat ik het hebben over een spel dat ik dinsdag voor het eerst speelde en vrij atypisch is voor het soort spellen dat ik normaal speel:

Das Ende des Triumvirats

Ik had het spel een jaar geleden tweedehands gekocht, vanwege de lage prijs en de goede verhalen die ik er op de 'geek over had gelezen. Het duurde even voor ik het op tafel kreeg, omdat het voor exact drie spelers is (met twee spelers kan, maar dat schijnt toch een slap aftreksel te zijn), het thema niet iedereen aanspreekt en het spelverloop, hoe zal ik het zeggen, nogal wargamerig overkomt.

Een Duits wargame, bij dezelfde uitgever die twee jaar later de über-Euro Agricola uitgaf? De doorgewinterde wargamer zal hier waarschijnlijk om moeten lachen, want een echte oorlogssimulatie is Triumvirat bepaald niet. Geen uitzonderingen op uitzonderingen om de historische werkelijkheid maar zoveel mogelijk te benaderen, of complexe tabellen voor het opzoeken van het resultaat van dobbelsteenworpen, die er überhaupt niet zijn.

Maar voor mij als wargameleek heeft Triumvirat toch een duidelijk kenmerk dat misschien wel alle wargames kenmerkt: militair conflict tegen de achtergrond van een historische (of gefingeerde) werkelijkheid. In Triumvirat zijn de spelers voortdurend bezig met landjepik en proberen daarvoor zoveel mogelijk legioenen op de been te brengen. Maar een zuiver wargame is het niet, want andere, niet-militaire zaken spelen een minstens even belangrijke rol.

De provincies die je op elkaar kunt veroveren levern namelijk niet alleen legioenen, maar ook geld. Dat geld heb je nodig voor het uitvoeren van acties, een typisch kenmerk van eurospellen. Met dat geld kun je je militaire positie versterken, maar ook je politieke invloed.

Dat laatste is interessant omdat je het spel ook kunt winnen zonder veel gebieden te veroveren. Je kunt het spel op drie manieren winnen: via een politieke overwinning, waar je veel geld voor nodig hebt, een militaire, waarvoor je veel legioenen nodig hebt, en een mengvorm, de zogeheten 'competentie-overwinning', waarbij je laat zien dat je zowel een goede militaire als politieke strateeg bent.

Mijn eerste spel eindigde in een politieke zege voor Crassus, gespeeld door Bas. Hij zamelde voortdurend veel geld in en besteedde dat aan het beïnvloeden van het burgerforum. Daardoor werd hij twee keer achter elkaar tot consul gekozen en was een politieke zege een feit. Caesar (Wendy) en Pompeus (ik) hadden dat misschien kunnen voorkomen als ze wat beter hadden opgelet op de geldstroom van Crassus en zijn omkoperijen.

Ik had een goede eerste indruk, maar tegelijk de nodige twijfels. Duidelijk positief vond ik de grote interactie in het spel. Je bent in de eerste plaats natuurlijk bezig met je eigen positie en de kans op de eindzege. Tegelijk moet je de anderen in de gaten houden en daarbij gelegenheidscoalities aangaan om een dreigende winnaar af te remmen.

Bij sommige spellen (zoals Risk) kan dit leiden tot nare situaties. Als een speler die op voorsprong staat door de twee anderen wordt aangepakt, kan hij de zege meestal wel vergeten. Ik heb niet de indruk dat dat hier zo is. Als je namelijk iemand anders van de overwinning moet afhouden, betekent dat dat je niet de dingen kunt doen die jou de overwinning moeten opleveren. De speler die door de anderen wordt dwarsgezeten wint nu misschien even niet, maar een paar rondes later misschien wel.

Dat heeft alles te maken met de verschillende manieren om te winnen. Waren Wendy en ik erin geslaagd om Bas' tweede uitverkiezing te voorkomen, dan had hij zich alsnog kunnen richten op een competentie-zege. Tegelijkertijd had dit betekend dat Wendy of ik consul was geworden, en had die speler als gevolg daarvan misschien de te volgen strategie aangepast. Met andere woorden: het spel kent veel dynamiek, waarbij individuele beurten het spelverloop drastisch kunnen veranderen.

Nog een positief punt vind ik de speelduur. Ons eerste potje was inclusief regeluitleg in een dik uur gespeeld. Dit doet mij vermoeden dat drie ervaren spelers het spel in drie kwartier moeten kunnen klaren.

Ondanks dat mijn eerste indruk positief was, heb ik wel zorgen over de wederspeelbaarheid. Vanuit het oogpunt van balans heeft het spel een vaste startopstelling. Crassus begint met geldrijke provincies, Pompeus met veel militaire provincies en Caesar met iets daar tussenin. Dat dwingt de spelers al in een bepaalde richting voor de te volgen strategie. Nu heb ik het natuurlijk nog maar een keer gespeeld, maar dit kan tot een enigszins voorspelbaar spelverloop leiden.

Hoe dan ook, ik vond het een origineel spel dat elementen van eurospellen en wargames op een goede manier weet te combineren. Ik hoop het binnenkort snel eens weer te spelen.