maandag 31 maart 2008

Gespeeld in maart

Weer een maand (bijna) voorbij en dus tijd voor weer een terugblik op wat ik zoal gespeeld heb. Zoals je ziet mag ik niet klagen:

Tai Pan 12x
Race for the Galaxy 11x
Stef Stuntpiloot 6x
Kikeriki 4x
Flowerpower, Notre Dame, Rat Hot 3x
Agricola, Rommelkoffer, Wortelroof, Kinderen van Catan en Kupferkessel Co. 2x
Take 5!, Chinatown, Cosmic Eidex, Regenboogslang, Hippe Kippen, Traumfabrik, Jambo, Lost Cities, Louis XIV, Geschenkt, De Kathedraal, Puerto Rico kaartspel, Thebes, Um Krone und Kragen, Land Unter, Wizard en Bokken Schieten allemaal 1x

In totaal 69 spellen; zoveel heb ik nog nooit eerder in een maand gedaan. Goed, er zitten veel kinderspellen en tweepersoonsspellen bij, maar ook aardig wat steviger bordspellen.

Erg tevreden ben ik met mijn 11 potjes Race for the Galaxy. Ik heb het nu ruim 20 keer gespeeld en begin een beetje een idee van de strategische mogelijkheden te krijgen. Ik heb nu ook regelmatig de 'gewone' versie gedaan, waarbij je zes kaarten krijgt en er vier mag houden. Een stuk leuker dan de versie voor beginners, waarbij je telkens met een van de vier vaste startsets begint. Noodzakelijk als je het doet met onervaren spelers, maar na een tijdje wil je wel wat meer variatie.

Leuk om weer eens te spelen waren Chinatown en Louis XIV. De eerste wilde ik graag weer eens spelen omdat ik met de vertaling bezig ben. Het helpt dan als het spel goed in je geheugen zit. Ik was vergeten hoe zo'n goed onderhandelingsspel het is; die moet ik vaker gaan spelen. Aan de speelduur moet het niet liggen. Louis XIV was ook weer leuk, maar ik maak me een beetje zorgen over de mogelijke strategieën. Net als in mijn enige eerdere potje focuste ik me volledig op het verkrijgen van privilegefiches (of hoe ze heten) om kaarten te kopen. Dit bleek weer te werken, maar misschien speelde ook mee dat de andere spelers minder met de privilegefiches bezig waren...

Leukste nieuwe spel van de maand was zonder twijfel Stef Stuntpiloot. Ik ben al jaren op de hoogte van de populariteit van het spel in sommige kringen, maar had het nooit kunnen spelen. Tot Dagmar de gok waagte en het aanschafte. Een erg hilarisch spel, dat je makkelijk tien keer achter elkaar speelt. Mijn zes potjes zijn eigenlijk zes 'sessies' waarin iemand minstens een aantal potjes moet winnen. Als ik individuele potjes moet tellen kom ik makkelijk boven de 50. Veel gehoorde reactie: 'Wat een stom spel. Nog een keer?'

zaterdag 29 maart 2008

Magic Bowlen

Gisteren was Niek jarig. Hij had dit jaar geen zin in weer een verjaardag waarin iedereen in een kringetje zit en de augurkjes in een plakje worst doorgeeft. Een tijdje geleden was hij met zijn werk wezen bowlen en had hij een hele leuke avond gehad en daarom vierde hij dit jaar zijn verjaardag op de bowlingbaan.

Vanaf half tien verzamelden onze vrienden zich in dok 99. De meesten van ons hadden niet meer gebowld sinds de tijd dat we dit deden op kinderfeestjes. Gelukkig zijn de regels van bowlen vrij simpel: je neemt een bal en probeert daarmee zoveel mogelijk kegels om te gooien. Vervolgens mag je nog een tweede poging doen om de kegels die nog staan ook nog om te krijgen. Voor de puntentelling heb je gelukkig een computer dus we hoefden ons alleen maar te concentreren op de bal. We gingen ook niet gewoon bowlen, maar magic bowlen (a.k.a. disco bowlen) dus met lekker-fout-kan-heel-goed-zijn muziek (genre apres-ski), lichteffecten en zelfs wat rook.

Terwijl het personeel ons voorzag van hapjes en drankjes werd er druk gebowld en druk gekletst. Het leuke van iets doen met een groep is dat je op zo’n avond met veel meer mensen praat en ook makkelijker aan de praat raakt met mensen die je minder goed kent. Zouden het de bowlingschoenen zijn waardoor grenzen vervagen en iedereen gelijk wordt? Het uur vloog werkelijk om.

Ik bleek geen natuurtalent. Mijn zwager probeerde me nog te helpen door uit te leggen dat je op de stipjes in de vloer moest letten omdat die het midden van de baan markeren, maar dat mocht niet baten. Maar na mijn één na laatste worp zag hij ineens wat ik fout deed. Ik hield de bal verkeerd vast. Ik pakte de bal vast met mijn duim en de twee vingers naast mijn duim, maar ik had in plaats van die vingers, mijn twee middelste vingers moeten gebruiken. Met mijn laatste worp ging het inderdaad ook meteen een stuk beter.

De jarige had uiteindelijk de meeste punten verzameld, met name doordat hij als enige (zo ver ik weet) drie strikes na elkaar had gegooid (ik ben niet verder gekomen dan drie gutters achter elkaar, of te wel beide ballen in het gootje waardoor je geen enkele pion raakt). Helen was degene met de meest originele baltechniek (steevast eindigend op haar bips, maar ze gooide regelmatig een strike dus het was zeker een succesformule). Edwin en Ingeborg gingen voor de mooiste overwinningsdansjes. Maar uiteindelijk was dat allemaal bijzaak, het was gewoon een hele leuke, gezellige avond.

PS: voor wie zich afvraagt wat een blog over bowlen op een spellensite doet, bowlen is gewoon een behendigheidsspel waar je gezellig met een groep mensen bezig bent en vooral een hoop lol hebt.

Oud en vertrouwd

De laatste tijd heb ik het erg druk op mijn werk en daardoor gebeurt het vaker dan me lief is dat het me niet lukt om naar een spellenavond te gaan (te laat thuis om op tijd te komen, te moe of de combinatie daarvan). Hierdoor lukt het me ook niet om nieuwe spellen te spelen en heb ik dus ook geen voer voor nieuwe recensies.

Afgelopen donderdag was ik uitgenodigd om met mee te spelen op de spellenavond met mijn oud collega’s (waaronder Peter Hein). Ik was wel wat later dan ik eigenlijk had gewild, maar ik was erg blij dat het me gelukt was om te gaan. Ik was net op tijd binnen om door te geven wat ik bij mijn frietjes wilde en terwijl de friet met toebehoren werd gehaald speelde ik met de andere achterblijvers vast een potje Bokken Schieten (derde keer en dus nu recensierijp!). Bokken Schieten is een heel simpel slagenspelletje wat leuker is dan het klinkt. Ook mijn medespelers keken niet echt enthousiast toen ik het spel uitlegde, maar al snel begon iedereen er toch wel lol in te krijgen. Toen de frietjes kwamen stopten we met spelen.

Toen onze magen gevuld waren werd het tijd voor een groot spel. Maar voor we daar aan begonnen werd Stef Stuntpiloot uit zijn doos gehaald voor een korte demonstratie. Gelukkig had ik al extra batterijen gehaald want conform mijn verwachting, viel Stef zo in de smaak dat één rondje er al snel een stuk of tien werden. Daarna werd het tijd voor steviger kost, Chinese stevige kost wel te verstaan.

Peter Hein had met het oog op de heruitgave van Chinatown door QWG de Alea-versie meegenomen. Ik heb dit spel een paar keer met veel plezier gedaan en baalde er erg van dat het spel nergens tegen normale bedragen meer te krijgen was. Ik kijk dan ook erg uit naar de nieuwe versie (hoeveel nachtjes slapen zou het nog duren?). Het leuke van Chinatown is de chaos die door het onderhandelen ontstaat. Iedereen praat door elkaar en alle beleefdheden (iemand laten uitspreken enzo) verdwijnen als sneeuw voor de zon. Tot mijn verbazing lagen de eindscores redelijk dicht bij elkaar.

Het was inmiddels ongeveer half tien en dus te laat voor nog een groot spel. De keuze viel op……….. Stef Stuntpiloot! We hebben twee keer gespeeld tot dat iemand 5 potjes achter elkaar had gewonnen. Omdat iedereen het zo leuk vond, werd er fanatiek voor gezorgd dat de speler die voor lag flink onder vuur werd genomen zodat de eindstand iets van 4-4-3-5 werd. De mooiste actie was die van Jasper. Hij dacht dat de laatste kip van Ilona werd weggetikt en slaakte dus een grote overwinningskreet waarbij de handjes in de lucht gingen. De kip van Ilona bleef echter tegen alle verwachtingen in toch op zijn plek, maar toen had Jasper niet meer genoeg tijd om zijn kip te beschermen en ging Ilona er met de winst vandoor. Je moet er vast bij geweest zijn om de lol er van in te zien, maar Peter Hein en ik kwamen niet meer bij (we lachten tranen met tuiten). Rond kwart over tien vond ik het mooi geweest en ben ik naar huis gegaan. Peter Hein is nog een tijdje gebleven, maar dat verteld hij vast zelf wel.

Om terug te komen op de titel van dit blog, ik heb een topavond gehad. Ik vond het heel erg leuk om mijn oud-collega’s weer te zien en heb (vooral) oude spellen gedaan waarvan ik van te voren wist dat ik er veel plezier aan zou beleven. Oud en vertrouwd is dus zo gek nog niet.

vrijdag 21 maart 2008

Spellenavond: Agricola, Race for the Galaxy en meer

Gisteravond had ik een spellenavond met twee collega's en mocht ik het genoegen weer eens smaken om de twee meest succesvolle spellen van Spiel '07 te spelen. Dan heb ik het natuurlijk over Agricola en Race for the Galaxy.

Van Agricola was het mijn derde keer. De eerste keer was de geavanceerde versie (met ik geloof de E-stapel), de tweede keer de familieversie. Gisteravond was het de eerste keer voor Christel en stelde ik voor om maar weer de familieversie te spelen (wat mij ook wel goed uitkwam, want na twee keer spelen had ik het nog niet helemaal in de vingers).

Uiteraard won Eugene. Weer. Christel en ik waren nog niet echt bezig met welke nieuwe acties deze ronde zouden komen en maar marginaal met wat zoal punten oplevert.

Toch had ik een goed gevoel over het spelverloop. Ik werd voor het eerst geen laatste (sorry Christel), maar belangrijker: ik had nu een beetje een idee wat ik aan het doen was. Aan het einde van het spel was ik zelfs de enige die alle dier- en gewassoorten had. In kleine hoeveelheden, zodat het weinig punten oplevert, maar toch.

Al spelende en met dit resultaat werd het voor mij des te duidelijker waar de charme van Agricola ligt: het is vooral een ervaringsspel. Daar bedoel ik mee dat je het spel echt om het spel kunt spelen, zonder je zorgen te maken over je eindpositie. Je kunt jezelf een bepaald doel stellen en daar naar toe werken, zoals een grote familie in een mooi huis, of een enorme veestapel, noem maar op. Het spel kan al erg bevredigend zijn als je je eigen doelen haalt, ook al word je ondertussen laatste.

Bij de geavanceerde versie, met opleidingen en kleine-aanschafkaarten zal dat waarschijnlijk nog meer zo zijn. Die kaarten reiken je namelijk vantevoren al een paar mogelijke doelen aan om naar toe te werken. En omdat de set kaarten die je krijgt iedere keer anders is (wat wil je met zo'n 350 verschillende kaarten), zijn je doelen, en dus het spelverloop, iedere keer anders.

Agricola is daarom voor mij een veel minder puur tactisch/strategisch monsterspel zoals Caylus, waar het om begrijpelijke reden nogal eens mee wordt vergeleken. Caylus is vooral een oefening in optimalisatie, waarin de variatie eigenlijk alleen zit in de toevallige volgorde van de zes roze startgebouwen en de interactie tussen de spelers. Zo kun je Agricola ook spelen, en ik ken genoeg mensen die dat ongetwijfeld zullen doen, maar als je daar geen trek in hebt kun je nog steeds veel plezier beleven aan Agricola (in tegenstelling tot Caylus). Het verbaast me dus eigenlijk weinig dat Helen, met wie ik het de tweede keer speelde, het een leuk spel vindt.

Na Agricola speelden we nog wat korte spelletjes. Hippe Kippen, een typisch Alan Moonspel: je hebt voortdurend de keuze tussen of kaarten nemen om later te spelen, of nu kaarten spelen om voorbereid te zijn op een aankomende puntentelling. Met enige fantasie zou je het 'Union Pacific - Het kaartspel' kunnen noemen. Wat mij betreft een geslaagd spel. Daarna nog twee rondjes Geschenkt, waarin ik weer eens aantoonde dat ik harder zuig dan een Dyson in dat spel. Maar toch leuk.

Als uitsmijter speelde ik nog drie rondjes Race for the Galaxy met Eugene. Hij heeft het spel inmiddels ook vaak genoeg gespeeld (ik geloof dat het inmiddels zijn top-11 heeft gehaald), dus konden we eens met een variabele openingshand spelen. Deze potjes maakten weer eens duidelijk waarom Race for the Galaxy zo'n goed spel is. Elke ronde verliep totaal anders.

Het eerste spel kon Eugene razendsnel een mooie productie-consumptiecyclus opbouwen, waarmee hij massa's puntenfiches verdiende. Mijn cyclus kwam een paar beurten te laat, zodat ik jammerlijk verloor. De puntenfiches waren al op voordat een van ons zijn achtste kaart had neergelegd!

Het tweede potje had ik weer het nakijken, maar nu doordat Eugene een kolossale militaire macht opbouwde. Dankzij twee 6-development kaarten scoorde hij veel bonuspunten voor Alien werelden en militaire macht. Dit betekende dat hij sommige Alienplaneten gratis kon opleggen voor bijna tien punten. Schandalig.

Het derde potje was dan eindelijk voor mij, en goed ook. Ik kwam snel goed te zitten in blauwe werelden, en twee ontwikkelingen die daar erg goed bij passen. Ik kwam in een mooie productie-consumptiecyclus terecht die me om de beurt twaalf punten en onfatsoenlijk veel kaarten opleverde. In combinatie met de 6-ontwikkeling die een blauwe strategie beloont haalde ik een persoonlijk record van 53 punten. Zo kon ik de schande van twee verloren potjes toch nog aan :-).

Al met al een erg geslaagde avond. Wanneer speel je nu Agricola en drie potjes Race for the Galaxy op een avond, in goed gezelschap?

woensdag 19 maart 2008

Favorieten

De lastigste vraag voor een spellengek is volgens mij “Wat is je favoriete spel?”. Wat moet je hier nou op antwoorden. Ik heb niet echt een favoriet spel, maar favoriete spellen voor elke gelegenheid.

Ik trek andere spellen uit de kast als ik met mijn moeder speel dan als ik met andere spellenliefhebbers speel. Mijn moeder is het schoolvoorbeeld van een speler die halverwege (als je dat al haalt) de uitleg roept “laten we maar vast beginnen, dan pik ik het gaandeweg wel op”. Dus met haar probeer ik spellen mee te nemen die vooral snel uitgelegd zijn en toch nog enige diepgang hebben (ze houdt niet zo van een grote geluksfactor).

Met andere spellenliefhebbers trek ik doorgaans eerst het zwaardere werk uit de kast en dan ook nog vaak de nieuwe titels (zodat ik ze kan gaan recenseren) om de avond af te sluiten met een kort, vlot spelletje. En bij sommige vrienden weet je dat ze eenkennig zijn en alleen een spelletje met je willen doen als het Wizard heet.

Mijn favoriete vakantiespel (voor de vakanties met Niek) is scrabble. Onze trouwkaart was zelfs een afbeelding van een scrabble-bord met allemaal woorden die met ons of de trouwerij te maken hebben. We hebben dan ook de magnetische reisversie voor onderweg en een scrabble-woordenboek (om ruzies te voorkomen). Tijdens onze huwelijksreis zaten we in Londen in de Starbucks te scrabbelen en vroeg de jongen aan het tafeltje naast ons (in het Nederlands) wat we aan het spelen waren omdat hij de reiseditie niet had herkend. Hij zal ons wel een stel nerds hebben gevonden, maar dat overkomt ons wel vaker als we op "vreemde" plaatsen zitten te scrabbelen.

Terug naar het hoofdonderwerp van dit blog. Vorig jaar ben ik van baan gewisseld en ik had onder hobby’s ook Spellengek gezet. Aan het eind van het eerste gesprek werd de gevreesde vraag gesteld. Een verhandeling over “verschillende spellen voor verschillende gelegenheden” leek me erg complex en omdat ik probeerde een beetje slim over te komen heb ik dus verteld dat Funkenschlag mijn favoriete spel is (en dacht daarbij voor het geval ik een avond te vullen heb met drie andere spellengekke medespelers).

Ik mocht op een tweede gesprek komen met twee nieuwe gesprekspartners en aan het eind van dat gesprek werd me verteld dat naar aanleiding van mijn enthousiaste beschrijving één van de gesprekspartners uit het eerste gesprek Funkenschlag had gekocht. Ik ben ook door het tweede gesprek gekomen en werk nu al weer ruim een half jaar op mijn nieuwe werkplek. Er zijn daar al twee spellenavonden gehouden (waarop iedere keer met veel plezier Funkenschlag is gespeeld) dus ik blijf voorlopig nog wel even.

vrijdag 7 maart 2008

Speurtocht

Gisteren ben ik naar de Tefaf geweest. Inderdaad dat is die beurs voor mensen met een diepe beurs waar je Van Goghjes en Rembrandjes kan kopen. Naast schilderijen kan je op deze beurs ook sieraden, gebruiksvoorwerpen (doorgaans antiek of zeer kunstzinnig) en antiquiteiten kopen. Ik was er naar toe gegaan met het idee om leuk rond te kijken (vooral naar de mensen) en er een gezellige dag van te maken. Maar het ging mis toen ik een winkel inliep waar oude klokken en fascinerende instrumenten lagen. Daar lag tussen al deze objecten ineens een grote, zwarte, aparte dobbelsteen. Na eens even door het glas te hebben gekeken, heb ik mijn moed verzameld en een verkoper om verder informatie te vragen. Volgens de verkoper was het een dobbelsteen uit Duitsland uit om en nabij 1750. Hij wist niet voor welk spel de dobbelsteen was gebruikt. Heel voorzichtig informeerde ik naar de prijs en tot mijn stomme verbazing was deze dobbelsteen “betaalbaar”. Ik heb dan ook niet lang getwijfeld en heb de dobbelsteen gekocht voor mijn verzameling oude dobbelstenen.

Mijn verzameling bestaat uit een aantal echte dobbelstenen en een aantal replica’s. Er zit(ten) Egyptische, Romeinse, Middeleeuwse, 19e eeuwse en nu dus een 18e eeuwse exemplaar bij. Het is een bescheiden verzamelingetje waar niet heel fanatiek aan gewerkt wordt. Als ik tegen een oude dobbelsteen of leuke replica aanloop en deze een beetje betaalbaar is, dan mag hij mee naar huis.














Op de Tefaf werden overigens ook schitterende Egyptische pionnen voor (vermoedelijk) het Senet-spel verkocht. Deze lagen met een prijs die in de vijf cijfers (voor de komma!) iets boven mijn budget. Verder was er nog een Egyptisch spel met stokjes (het zag er een beetje uit als egeltje-prik-me). Gezien het formaat heb ik maar niet eens gekeken wat dat spel kostte, dat zou alleen maar demotiverend zijn.

Dit blog heb ik echter niet voor niets speurtocht genoemd. Ik wil nu heel graag weten waar mijn nieuwe dobbelsteen voor gebruikt is. Het is een 18-zijdige dobbelsteen met daarop de cijfers (in stipjes) van 1 tot 12 en daarnaast 6 vakjes met twee letters er op (TA, NG, ND, NH, LS, ZS). Ik heb werkelijk geen idee voor welk spel dit zou kunnen dienen. Maar misschien kan jij, lieve lezer, me helpen!



Behalve dit concrete raadsel ben ik ook op zoek (ik weet niet of het bestaat) naar een boekje over dobbelstenen en dan vooral over hoe je de leeftijd van dobbelstenen kan herleiden. Ik heb namelijk geen idee en ben dus een ideaal slachtoffer voor oplichters. Gelukkig heb ik mijn dobbelstenen gekocht bij dealers die ik ken en vertrouw en die aangesloten zijn bij beroepsverenigingen. En aanvullend heb ik in de oudheidkundige musea goed naar de dobbelstenen die daar in de collectie liggen gekeken en die lijken inderdaad verdacht veel op die van mij. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat mijn dobbelstenen echt zijn, maar toch zou ik het leuk vinden om er wat meer van af te weten.

Dus als je een tip voor me hebt, die me kan helpen op mijn dobbelsteen-speurtochten, dan hoor ik het graag. Als je liever geen berichtje achter laat onder dit artikel, dan kan je mailen naar spellengekdagmar@hotmail.com. Ik ben benieuwd!

donderdag 6 maart 2008

Het probleem met geluk

Vorige week speelde ik voor het eerst Thebes. Een uitstekend familiespel, met interessante keuzes en een goed gelukt thema. Er zit echter een 'maar' bij: de geluksfactor. Een van de belangrijkste acties is namelijk het opgraven van schatten, waarbij je moet grabbelen in een stoffen tasje. De schatten die daar in zitten variëren aardig in waarde, maar wat nog erger is, is dat meer dan de helft van de fiches geen schat bevat! Je begrijpt dat het een bron van frustratie kan zijn als je kostbare tijd besteed aan het graven naar veel schatten en er maar eentje (of helemaal niks) tevoorschijn tovert, terwijl iemand anders met weinig moeite het ene na de andere kostbare voorwerp opgraaft.

Toen ik Thebes speelde, moest ik weer denken aan de rol van geluk in spellen en de misverstanden die daaromtrent bestaan. Als veel zichzelf serieus noemende spellengekken ergens een hekel aan hebben, is het wel een geluksfactor. Hoe groter de geluksfactor, des te lager hun waardering van het spel. Die mening was ik vroeger ook toegedaan, maar inmiddels kijk ik er wat genuanceerder tegenaan.

Risicomanagement versus rekenen

Want is een geluksfactor wel altijd een probleem? Ik denk dat het wat minder simpel ligt dan dat. Laat ik daarom bij het grote misverstand beginnen: een geluksfactor zou de kans verkleinen dat de 'beste' speler (wat dat dan ook betekent) het spel wint. Ik ben er namelijk van overtuigd dat dit in veel, zo niet de meeste gevallen niet zo is. De reden voor dit misverstand is dat veel spelers een te beperkte opvatting hebben voor wat belangrijke vaardigheden zijn om een spel te kunnen winnen. Meestal bedoelen ze daar alleen analytische vaardigheden mee, zoals resource management.

Deze vaardigheden kun je samenvatten onder de noemer 'rekenwerk'. Het gaat daarbij doorgaans om het doorrekenen van allerlei opties, om daaruit de beste te kiezen. Bekende voorbeelden zijn het besteden van actiepunten in spellen als Tikal en Java, het plaatsen van arbeiders bij Caylus, alle mogelijke zetten en tegenzetten in schaken, enzovoort. Deze spellen worden doorgaans gewonnen door de speler die bereid is de meeste tijd te besteden aan het doorrekenen van alle opties. Speel je meer op intuïtie of ben je ongeduldig, dan verlies je doorgaans van de analytisch ingestelde spelers.

Rekenwerk geeft een gevoel van grote controle, en daar houden veel spelers van. Maar betekent de aanwezigheid van een geluksfactor automatisch dat de controle afneemt of zelfs verdwijnt? Wat mij betreft niet. Geluk introduceert namelijk een andere belangrijke vaardigheid: risicomanagement. Dat is het afwegen van kansen van bepaalde gebeurtenissen tegen de opbrengsten van die gebeurtenissen, en het handelen naar die afweging. Risicomanagement is iets dat veel spelers onbewust doen: iedereen (nou ja, bijna) weet dat je in Kolonisten een begindorp beter naast een '6' of '8' kunt plaatsen dan naast een '2' of '12'. Daar is niet veel inzicht voor nodig.

Maar vaak is risicomanagement veel subtieler dan dat. Soms zelfs zo subtiel dat het niet goed opgemerkt wordt en het net lijkt of een spel voor bijna 100% uit geluk bestaat. Een goed voorbeeld is Lost Cities. Op het eerste gezicht lijkt dit vooral een kwestie van het trekken van de goede kaarten, maar als je beter kijkt, of het vaker speelt, blijkt daar niets van waar. Je moet goed bedenken wat je kansen zijn om bepaalde kaarten te trekken, welke kaarten je veilig af kunt leggen en wat je beter nog even in de hand kunt houden. Ik ben er van overtuigd dat een ervaren Lost Cities-speler gehakt zal maken van iedere onervaren speler. Hij zal niet alleen winnen, hij zal de onervaren tegenstander verpletteren.

Reiner Knizia, doctor van het toeval

Niet toevallig is Reiner Knizia de auteur van Lost Cities. Knizia is sowieso een meester in het verwerken van risicomanagement in zijn spellen. Wat dat betreft is hij bijna de tegenpool van Wolfgang Kramer, in wiens spellen analyse vaak de overhand heeft. Twee andere spellen van Knizia met een belangrijke rol voor risicomanagement zijn Beowulf en In de Ban van de Ring. Als je de fout maakt te denken dat geluk doorslaggevend is in deze spellen en je daarnaar speelt, zul je ook vreselijk verliezen. Kijk je verder dan een eerste indruk, dan wordt snel duidelijk dat je veel meer controle hebt over je eigen resultaat dan je denkt.

Het zal geen toeval zijn dat Knizia een gepromoveerd wiskundige is, die lang in de financiële sector heeft gewerkt. Dit heeft hem van de nodige bagage voorzien, waardoor hij als geen ander het belang van risicomanagement ziet. Hij weet dat op subtiele wijze in zijn spellen te verwerken. Niet iedereen weet zijn spellen op waarde te schatten, maar ik vind dat Knizia een bijzonder veelzijdig auteur is, met enkele baanbrekende en vernieuwende spellen op zijn naam. Daar zijn overigens meer redenen voor, waar ik later nog wel eens op terugkom.

Maar er is meer

Naast het accent op andere vaardigheden heeft geluk ook nog andere voordelen te bieden. Zo creëert een geluksfactor onzekerheid en daarmee spanning. Iedereen die wel een keertje heeft gezweet bij het omdraaien van een tegel bij In de Ban van de Ring weet wat ik bedoel.

In de tweede plaats resulteert een geluksfactor ook in een grote verscheidenheid aan spelsituaties. Dit resulteert vaak in een grote wederspeelbaarheid van het spel; ieder potje is immers weer anders. Dit zal liefhebbers van kaartspellen bekend voorkomen. Lees dit artikel van Shannon Appelcline over de rol van toeval in kaartspellen er anders nog maar eens op na.

Ten slotte heeft het toeval nog een eigenschap die niet iedereen kan waarderen, maar die ik juist prettig vind: het effect op de speelduur. Als je niet precies kunt weten wat het gevolg is van je acties, is het ook minder mogelijk om al je opties door te rekenen. Dit voorkomt dat trage spelers met hun gepeins alles in het honderd sturen, waardoor een spel minder snel eindeloos duurt. Het is geen toeval dat er maar weinig spellen zijn van Knizia die structureel langer dan twee uur duren; vergelijk dat eens met de spellen van Kramer, waar analyse vaak de hoofdrol speelt.

In de tijd dat ik actief veel spellen speel, is mijn waardering voor het belang van geluk alleen maar toegenomen, vooral ten koste van het pure rekenwerk. Ik heb hier duidelijk geprobeerd te maken waarom. Ik hoop dus dat degenen die een geluksfactor in een spel per definitie een slechte zaak vinden, de rol van geluk meer op waarde kunnen schatten en die 'geluksspellen' in het vervolg in een ander licht kunnen zien. Ik hoop dat het de belachelijke lengte van dit stukje waard is.

zondag 2 maart 2008

Gespeeld in februari

Als echte geek houd ik natuurlijk bij welke spellen ik speel en wanneer. Dit is de oogst voor februari:

Tai Pan 11x
Dier op Dier 7x
Puerto Rico kaartspel 5x
Wortelroof 4x
Can't Stop 2x
Kinderen van Catan 2x
Ticket to Ride Switzerland 2x
Amyitis, Burg Appenzell, Coloretto, Dokter Egel, Fairy Tale, Im Jahr des Drachen, Race for the Galaxy, Kolonisten van Catan, Thebes en Wits & Wagers allemaal 1x

Weinig verrassingen eigenlijk. Het enige dat me zelf opvalt is het hoge aantal kinderspellen (hoera!) en het feit dat er maar twee spellen zijn die ik zowel in januari als februari gespeeld heb: Tai Pan en Race for the Galaxy. Die laatste mag wel wat vaker.

Het Puerto Rico kaartspel heb ik vorig jaar niet een keer gespeeld en ik ben blij dat die weer eens op tafel komt. Hetzelfde geldt voor Kolonisten. Dat is een klassieker die toch wel een paar keer per jaar op tafel mag komen.
Ook erg tevreden ben ik met Im Jahr des Drachen. De meeste wat langere bordspellen komen niet zo snel meer op tafel als ik ze eenmaal gerecenseerd heb, dankzij de druk van al die nieuwe en glimmende spellen (die bovendien nog gerecenseerd moeten worden). Ik moet gewoon wat meer mijn best doen al dat nieuws eens op zijn beurt te laten wachten...

Beste nieuwe spel van de maand: zonder twijfel Thebes. Dat speelde ik de afgelopen week voor het eerst. Een bijzonder aangenaam familiespel, dat wat mij betreft de Spiel des Jahres had mogen winnen in plaats van dat duffe Zooloretto. Amerizuurpruimen die altijd mopperen over het gebrek aan thema in eurospellen zouden dit zeker eens moeten proberen.