maandag 29 december 2008

Memoir '44

Onder de kerstboom lagen bij ons op 24 december 3 nieuwe spellen waaronder Memoir ’44. Memoir ’44 is in 2004 uitgebracht in het kader van de herdenking van de zestigste verjaardag van de landing in Normandië en de daarop volgende bevrijding van Frankrijk (en natuurlijk daar weer na de rest van Europa).

Memoir ’44 heeft me al sinds dat het spel uitkwam gefascineerd. Het spel werd goed ontvangen door de spellenwereld en viel zelfs in de prijzen (International Gamers Award 2004). Het spel is sindsdien onverminderd populair gebleven en er verschijnen nog steeds met enige regelmaat uitbreidingen (nieuwe landschappen, nieuwe eenheden, nieuwe wapens, nieuwe landen, etc.) die gretig aftrek vinden.

Ik heb het alleen altijd een beetje raar gevonden om een gebeurtenis na te gaan spelen die zo ontzettend veel levens heeft gekost. Ik weet dat in klassieke wargames altijd veldslagen worden nagespeeld, maar die spellen richten zich op een klein groepje volwassen mannen (er zijn vast uitzonderingen, maar dit is mijn beeld van de liefhebbers van wargames) en die zouden oud en wijs genoeg moeten zijn om te beseffen dat een echte oorlog écht niet leuk is. Memoir ’44 daarentegen is een familie wargame dat gespeeld kan worden met kinderen vanaf 8 jaar.

Ik kan me herinneren dat ik, toen ik ongeveer 12 jaar oud was, een groot fan was van Tour of Duty. Ik vond het een hele spannende serie en had nog te weinig geschiedenis gehad om te weten hoe gruwelijk de oorlog in Vietnam is geweest en dat je er op zijn minst kanttekeningen bij kan plaatsen of de Amerikanen inderdaad de helden waren zoals ze in de tv-serie werden voorgesteld.

Een nog jonger kind kan nog minder goed relativeren en beseffen dat de landing bij Normandië een verschrikkelijke slachting is geweest die aan beide kanten veel levens heeft gekost. Met zo veel leed mag je best een beetje voorzichtig om gaan en dus is een gezelschapsspel voor de hele familie (volgens het voorwoord in de regels “a uniquely fun, simple and engaging boardgame for the whole family”) niet het eerste waar ik aan zou denken.

Maar mijn nieuwsgierigheid naar dit spel won en ik ben om. Niet alleen is het een fantastisch goed spel (we hebben het in drie dagen tijd negen keer gespeeld en ik verwacht dat het de komende dagen nog wel een paar keer op tafel zal komen), maar in de scenario’s wordt ook aandacht besteed aan de echte gebeurtenissen. In de vijftien scenario’s die zijn bijgeleverd staan een aantal van de belangrijkste gevechten centraal. De borden laten dan een vereenvoudigde weergave van het landschap zien en de aantallen manschappen die de spelers tot hun beschikking hebben zijn een weergave van de krachtverhouding tussen de geallieerden en de Duitsers in de betreffende slag. Het spel is dus geen simulatie waarin elk detail terug komt, maar de scenario’s geven wel de startsituatie van een slag in essentie weer. Verder staat in de beschrijving van de regels kort hoe de echte slag verliep en hierbij wordt niet nagelaten om ook te vertellen dat het de soldaten het verschrikkelijk zwaar hadden en dat de geallieerden er niet altijd in slaagden om hun doel voor die dag te bereiken.

Ik ben onder de indruk van hoe goed de makers van Memoir ’44 er in zijn geslaagd om een spel af te leveren dat zowel ontzettend leuk is om te spelen maar tegelijkertijd laat zien wat er in de tweede wereldoorlog is gebeurt. Doordat je vanuit dezelfde uitgangspositie echte gevechten naspeelt krijg je meer gevoel voor hoe zwaar de mannen het toen gehad moeten hebben. En zeker als in jouw spel de Duitsers winnen (en dat gebeurt regelmatig), besef je dat het dus ook anders had kunnen gaan, de overwinning is zwaar bevochten en stond van te voren bij lange na niet vast.

Als ouders de moeite nemen om het spelen van dit spel aan te grijpen om meer te vertellen over de echte gevechten, dan lijkt me dat een heel aansprekende manier om kinderen meer kennis te laten opdoen van de landing op Normandië en de daarop volgende gevechten. Het spel geeft genoeg handvatten om dit te doen en zet dus aan tot reflectie. Ik vind dat heel belangrijk voor een spel dat zo expliciet de gevechten van een oorlog als thema heeft. BattleLore werkt grotendeels op dezelfde manier, maar speelt zich af in een fantasy-wereld en blijft daardoor gewoon een spel. De makers van Memoir ’44 hebben er voor gekozen om de gevechten uit de tweede wereldoorlog centraal te zetten en ik vind het fijn dat ze dat op zo’n respectvolle manier hebben gedaan.

En voor wie nog een stap verder wil gaan, kan ik aanraden om een keer een bezoek te brengen aan de begraafplaats bij Omaha Beach. Op deze begraafplaats liggen 9.386 graven van Amerikaanse soldaten die zijn omgekomen tijdens de slag om Omaha Beach en de daarop volgende dagen. Verder staan er nog de namen van 1.557 soldaten die nooit zijn terug gevonden. Dat is dus tienduizendnegenhonderddrieënveertig keer één mens die vrienden, familie en wellicht zelfs wel een gezin had. En dat is nog maar een fractie van het totale aantal mensen dat is omgekomen door de tweede wereldoorlog (denk aan de mensen die zijn omgekomen tijdens andere gevechten, mensen van andere nationaliteiten (waaronder Duitsers), de burgerslachtoffers en de mensen die zijn omgebracht in de concentratiekampen).

Ik ben tweemaal op deze plaats geweest en je wordt er stil van als je al die graven ziet, met al die namen van al die jonge mannen die van de andere kant van de wereld zijn gekomen om op de Normandische kusten te sterven voor de vrijheid van mensen die ze niet eens kenden. (Link: http://www.normandiememoire.com/lieux_historiques/index_bis.php?marq=1&id=182&lg=nl&parcours=)

zondag 28 december 2008

2008: een terugblik

Het jaar is nog niet voorbij, maar omdat ik me deze laatste paar dagen geen nieuwe spellen meer zie doen, kan ik al aan een terugblik beginnen.

2008 was wat mij betreft een redelijk jaar. Er waren vooral veel nieuwe best goede spellen, zonder echte uitschieters. Met werkverschaffingspellen heb ik het nu echt wel een beetje gehad, en leuke nieuwe meerderhedenspellen heb ik ook niet echt gezien. Bovendien merk ik dat mijn tolerantie voor langdurige rekenspellen steeds lager wordt. Zo staan Cavum en Le Havre nog op mijn lijst van te spelen spellen, maar tegen allebei zie ik een beetje op. Doe mij dan maar een vlot en subtiel kaartspel of een middelzwaar biedspel van Knizia.

Voor het jaaroverzicht gebruik ik weer dezelfde indeling als vorig jaar: een top-5 en dan nog verder wat categorieën. In alle gevallen begint 2008 bij mij met Spiel 2007, omdat ik veel spellen die toen uitkwamen pas dit jaar voor het eerst kon spelen. Zo heb ik van deze Spiel-jaargang ook veel nog niet gedaan (bijvoorbeeld Diamonds Club of Ghost Stories), dus misschien dat die volgend jaar op mijn lijstje opduiken.

Voor de top-5 had ik het nog moeilijk. Eigenlijk waren er maar twee spellen die er echt een beetje bovenuit steken. De andere drie hadden er evengoed buiten kunnen vallen en vervangen kunnen zijn door andere spellen. Zoals ik al zei, voor veel best goede spellen. Maar daar gaan we dan:

5. Caylus Magna Carta
Deze heb ik lang aan me voorbij laten gaan, omdat het zo veel op Caylus zou lijken. Dat blijkt waar, maar ook weer niet. Het is een stuk sneller en door de toevalsfactor ook een stuk variabeler dan Caylus. Er worden daarvoor wel wat offers gebracht in diepgang en complexiteit, maar per saldo vind ik het zeker zo leuk als de grote broer. Van verdringing is nog geen sprake, want Caylus zelf heb ik dit jaar twee keer weer met veel plezier gespeeld.

4. Chicago Express
Misschien is het met pas twee potjes onder de riem nog wat te vroeg om te zeggen, maar ik heb er wel vertrouwen in dat Chicago Express een blijvertje is. Ik ben niet zo lyrisch als sommige 18xx-fans, maar ik ben dan ook geen 18xx-fan.

3. Strozzi
Ja hoor, weer een (soort van) biedspel van Knizia, hebben we daar niet genoeg van? Niet als ze zo leuk zijn als Strozzi. Intuïtie, een klein beetje rekenen, wat risicomanagement en een korte speelduur, allemaal ingrediënten die maken dat Knizia mijn favoriete spelauteur is geworden. Klein minpuntje is dat er eigenlijk vier spelers nodig zijn. Maar ach, met drie doen we toch gewoon Ra?

2. Agricola
Daar is natuurlijk al genoeg over geschreven. Ik vind Agricola een leuk spel, dat ik ook in 2009 weer regelmatig verwacht te spelen. Maar dat komt vooral omdat het zo goed met twee spelers te doen is. Het spel springt er niet zo ontzettend bovenuit dat ik het met meer spelers keer op keer wil blijven spelen. In mijn recensie gaf ik het destijd vier pionnen en daar sta ik nog steeds achter. Ondanks alle verschillende kaarten is het soms toch wat te rechtlijnig.

1. Dominion
Dat zal geen verrassing zijn. Ik houd van dit genre kaartspellen, waar efficiency, flexibiliteit en combinaties een grote rol spelen. Andere favorieten in dit genre zijn Magic, het Kolonisten kaartspel en Race for the Galaxy. Van die vier vind ik Dominion het minste spel. Inmiddels heb ik het zo vaak gedaan dat ik bij de selectie van de tien actiekaarten (ik speel altijd met een willekeurige selectie) al een behoorlijk beeld heb van hoe het spel zich gaat ontvouwen. Niet altijd, maar het berooft het spel van een deel van zijn charme. Maar het blijft een verschikkelijk verslavend en flexibel spel, dat met gemak de concurrentie van dit jaar achter zich laat. Ik heb het deze maand met ruim twintig potjes voor het eerst grootschalig 'echt' gespeeld (dus niet op BSW) en ondanks het vele geschud lust ik zo nog eens twintig.

Ook leuk, maar (net) buiten de top-5:
-Handelsfürsten, een erg leuk Knizia-kaartspel (en hij heeft veel slechte gemaakt);
-Keltis, een geslaagde bewerking van Lost Cities met een duidelijk eigen karakter;
-Thebes, sfeervol spel met minder geluk dan je eerst zou denken;
-Ticket to Ride kaartspel, lekker vlot en makkelijk mee te nemen.

Oudere spellen, maar nieuw voor mij:
-Kutschfahrt zur Teufelsburg, mijn keuze als er zes spelers zijn;
-Risk Express, uitstekend dobbelspel. bijna net zo leuk als Can't Stop en vele malen leuker dan het matige Kolonisten dobbelspel.

Leuke en vlotte tweepersoonsspellen:
-Hängenden Gärten, doet wat aan Alhambra denken en is net zo goed voor twee. Haalt toch zeker de 20 potjes wel.
-Big Points, abstract, simpel, maar leuk. Misschien iets te voorspelbaar, maar zeker goed voor 10 spelletjes;
-zie ook Ticket to Ride kaartspel.

Tegenvallers:
De twee enige echte tegenvallers zitten dit jaar allebei bij QWG Games. Dat zijn Demetra en League of Six. Demetra loopt op de ene of andere manier altijd volledig vast als ik het spel (en dat komt niet door foute regelinterpretatie), omdat het systeem van tegels aanbieden gewoon niet goed werkt. League of Six is gewoon een vrij saai en monotoon spel, zonder enig sprankje leven.
En dan is er nog Stenen Tijdperk. Het is niet slecht genoeg om een echte tegenvaller te zijn, maar het was ook zeker niet wat ik ervan verwacht had. Weer meer van hetzelfde, dat gelukkig wel snel speelt. Doe mij dan toch maar Caylus en consorten.

Herontdekking van het jaar:
30 seconds! De eerste editie is alweer een paar jaar oud, en ik heb altijd spijt gehad dat ik mijn exemplaar destijds weg heb gedaan. Ik was dus erg blij met de nieuwe editie van 999 Games. Het spel is verder nog wat gestroomlijnd en up-to-date gemaakt. Als je niet van lachen houdt, moet je dit spel zeker laten liggen. Anders moet je het echt eens met een groep van een man of zes (of meer) spelen. Plezier gegarandeerd! Ik citeer:
Omschrijving: "We hebben een paar publieke zenders, die zijn genummerd 1, 2, en...?"
Antwoord: "Uh, RTL 4?"

Verwachting voor 2009:
Daar heb ik me nog te weinig mee bezig gehouden. De lijst te spelen spellen van Spiel is nog lang genoeg, dus ik steek mijn kop nog even in het zand. Wel ben ik erg benieuwd naar Municipium, het nieuwe topspel van Knizia. Die 40 euro is het vast wel waard.

woensdag 24 december 2008

Le Havre vs Agricola

Het afgelopen jaar was op spellengebied absoluut het jaar van Agricola. Deze hype was begonnen op Spiel 2007 waar Agricola voor het eerst werd verkocht. De reacties op dit spel waren zo overweldigend positief dat het al snel het spel werd dat je gespeeld moest hebben of eigenlijk dat in geen spellenkast mag ontbreken, bij voorkeur aangevuld met allerlei kleine hebbedingen (variërend van stickers om de gezinsledenfiches op te leuken tot extra decks en zelfs speciale speelstukken om de simpele houten blokjes en schijfjes te vervangen).

De maker van Agricola, Uwe Rosenberg, werd door het bedenken van dit spel ook onmiddellijk verheven tot spellengoeroe. Op Spiel 2008 werd er weer een pittig nieuw spel van Uwe Rosenberg gepresenteerd. Om de link met het über-succesvolle Agricola nog wat duidelijker te maken werd het spel ook in dezelfde doos gestopt (zou dit het begin zijn van een nieuwe serie?). Deze combinatie zorgde weer voor hooggespannen verwachtingen en veel kopers.

Ik heb het spel niet gekocht, maar Eugène wel en ik heb inmiddels twee keer met hem zijn Le Havre gespeeld. We hebben eerst een keer met zijn tweeën de korte variant gespeeld en gisteren samen met Guus de lange variant. Gezien de warme belangstelling lijken mijn ervaringen met Le Havre me een goed onderwerp voor een blogje, dus bij deze.

In Le Havre varen de spelers door de haven van Le Havre op een haasje over manier. De achterste boot vaart telkens naar voren. Op ieder vakje staan twee zaken afgebeeld (geld, koeien, vissen, graan, hout, etc.) en zodra een schip langs vaart worden deze op de kade gelegd. Iedere beurt mag je kiezen wat je wilt doen, je mag één stapel van iets van de kade pakken (bijvoorbeeld al het hout) of je mag met je mannetje een gebouw bezoeken en de daarbij horende actie uitvoeren. In het begin zijn er een paar startgebouwen van de gemeente, maar tijdens het spel kunnen spelers de actie "gebouw bouwen" kiezen en zelf ook gebouwen bouwen waardoor er meer acties in het spel komen. Zodra één schip weer van voren af aan moet beginnen is er een soort oogstfase. In deze fase moeten er weer eens familieleden van voedsel worden voorzien (steeds meer voedsel terwijl pa de enige kostwinner blijft) en soms krijg je zelfs een extra koe (als je er al twee hebt) of extra graan (als je er al één hebt).Nadat de schepen een bepaald aantal keer langs de kade zijn gevaren (afhankelijk van of je de korte of lange variant speelt), mag iedereen nog één actie uitvoeren en daarna is het spel afgelopen en is de rijkste speler (som van waarde gebouwen en geld).

In Le Havre zitten een hoop elementen die we al uit andere spellen kennen, zoals het langzaam groeien van voorraden, de oogsttijd, acties die gekoppeld zijn aan een gebouw en het moeten betalen van de eigenaar van een gebouw. Het spel lijkt me zo op het eerste gezicht prima in elkaar te zitten. Je kan altijd wel wat leuks doen maar als je sommige doelen wilt bereiken (vooral die veel punten opleveren) moet je handig manoeuvreren om ze voor elkaar te krijgen en vooral hopen dat niet iemand anders je net voor is. Het minpunt van Le Havre lijkt me dat het spel een beetje eentonig verloopt, het spel kabbelt voort zonder dat je ooit een stroomversnelling tegenkomt. Je vaart maar met je scheepje heen en weer en doet telkens een actietje. Op het eind van het spel wordt het nog wat erger want dan zijn vaak alle gebouwen wel gebouwd en is het een kwestie van afronden (pak de punten die je nog kan krijgen)

In vergelijking met Agricola mist het spel vooral emotie. In Agricola heb je (vooral de eerste keer dat je het spel speelt) echt het gevoel dat je een boerenfamilie aan het bestieren bent. Ik heb in Le Havre nooit het gevoel gehad dat ik met mijn bootje aan het varen was. Het spel blijft sfeervol abstract, maar meer ook niet. Ik denk dat de populariteit van Agricola vooral te danken is aan de mogelijkheden voor spelers om zich in te leven in het spel.

Ik zal het spel vaker moeten doen om een echt grondig oordeel te vellen en dit is niet iets waar ik heel erg tegen op ziet. Op een bepaalde manier zorgt Le Havre toch wel voor speelplezier, het is alleen wat subtieler dan in Agricola. Na twee keer heb ik nog wel het gevoel dat ik het handiger kan spelen. Nu had ik op het laatst niet meer zo veel te doen en ik denk dat je daar beter op moet anticiperen. Als dit zo is dan is Le Havre een spel dat je echt moet leren waarderen door het een paar keer te doen.

Uwe Rosenberg heeft zo op het eerste gezicht weer een prima veelspelersspel afgeleverd, maar is niet in de val getrapt om een soort Agricola-II te maken. Sommige spelers zullen hierdoor teleurgesteld worden, maar op de lange termijn is de spellenwereld gelukkiger met een auteur die vernieuwend bezig is in plaats van één die in herhaling valt.

dinsdag 23 december 2008

Dominion: enkele tactische tips

Na ruim anderhalve maand wordt het wel weer eens tijd voor een blogje van mijn kant. Af en toe zit het echte leven soms danig in de weg, en dat was de afgelopen weken voor mij zeker het geval. Ik was al blij dat ik af en toe nog een recensie kon schrijven. En als ik in een drukke periode 's avonds moet kiezen tussen een spelletje spelen of over spellen schrijven, dan weet ik het wel.

Maar goed, Dominion dus. Natuurlijk was het de hit van Spiel en stond het al binnen een maand in de top-10 van Boardgamegeek, dus populair is het in ieder geval. Nu reken ik het (nog) niet tot mijn favorieten, maar de populariteit is eenvoudig te begrijpen. Het is simpel, snel, erg variabel, maar heeft vooral die ongrijpbare X-factor die tot verslaving leidt: na een potje is de kans erg groot dat je denkt, kom, nog één keer. En omdat Dominion een subtiel kaartspel is waarbij je na ieder potje wel wat extra inzicht krijgt, wordt je met dat extra potje nog beloond ook. Om met Helen na tien potjes te spreken:"Dit spel is zo verslavend, ik zou het wel de hele dag kunnen spelen".

Na enkele tientallen potjes wil ik me dus wel eens wagen op te schrijven wat zoal mijn inzichten zijn. Natuurlijk met een grote slag om de arm, want ondanks dat ik dit soort spellen erg leuk vind, ben ik er niet bijzonder goed in. Maar zelfs ik leer na 80 potjes nog wel iets.

Het belangrijkste om bij Dominion in de gaten te houden, is dat het om efficiëntie draait. Je begint iedere beurt met maar vijf kaarten in de hand, en daar wil je het meeste uithalen. Aan het begin van het spel start je met tien inefficiënte kaarten, met weinig geld of punten per kaart. Natuurlijk wil je daar zo snel mogelijk kaarten met veel geld of punten voor in de plaats hebben.

Daarnaast moet je flexibel zijn. Wat een de optimale strategie is, hangt vooral af van de beschikbare actiekaarten. Je kunt het spel dus niet met een vooropgezet plan spelen, maar je moet roeien met de riemen die je hebt. Daaraan ontleent Dominion ook een groot deel van zijn charme.

Maar ongeacht de actiekaarten, wil je zo snel mogelijk de waardevolle geldkaarten hebben. Het is dus meestal een goede zet om in je eerste twee beurten minstens een Zilver te kopen. Ook actiekaarten die je extra geld opleveren, zoals de Houthakker of de Militie, kunnen je een snelle start geven, net als kaarten waarmee je extra kaarten kunt trekken (en dus hopelijk geld), zoals de Smidse of de Slotgracht.

Behalve het verkrijgen van meer waardevolle kaarten, wil je eigenlijk ook de minder waardevolle kaarten lozen. Zo wordt de kans groter dat je goede kaarten trekt, waarmee je de dure puntenkaarten mee kunt kopen. De Geldschieter en de Mijn zijn nuttige kaarten om van het bijna waardeloze Koper af te komen, maar zijn vrij duur of maar beperkt in hun gebruik. Met de Kapel kun je zowel van je Koper als je Landgoederen afkomen, die maar één punt opleveren. Bovendien is de Kapel erg goedkoop, zodat je al snel kunt beginnen met het dumpen van inefficiënte kaarten. Als de Kapel in het spel is, zijn mijn eerste twee aankopen meestal een Kapel en een Zilver. Slaag ik er daarna in om nog wat Zilver te kopen en mijn Koper en Landgoederen te vernietigen, dan heb ik snel een klein en efficiënt deck, waarmee ik iedere beurt wel minstens vier geldstukken tot mijn beschikking heb. Een Goudkaart ligt dan snel binnen handbereik.

Daarnaast zijn er nog de combinaties. De eerste waar beginnende spelers doorgaans kennis mee maken is die van Dorp-Smidse. Met deze combinatie heb je ineens zeven kaarten in je hand, en nog een actie vrij om een actiekaart te spelen. Sowieso zijn alle kaartcombinaties waarmee je extra acties en kaarten krijgt de moeite waard, vooral als je ook nog extra geld krijgt of meer aankopen mag doen (het Festival is niet voor niets een van mijn favoriete kaarten). Maar ook andere soorten combinaties werken goed, zoals bijvoorbeeld Troonzaal-Werkplaats. Als je dat in je hand hebt en er ook nog Tuinen in het spel zijn, kun je het je medespelers erg moeilijk maken.

Maar pas op. Je moet te allen tijde in de gaten houden dat het gaat om het verkrijgen van puntenkaarten. En daar heb je vooral geld voor nodig. Als je dus voortdurend meer actiekaarten in je hand hebt dan je uit kunt spelen, ben je niet goed bezig. Dan had je beter wat meer geldkaarten in je hand kunnen hebben. Koop dus ook weer niet teveel actiekaarten en zeker niet teveel verschillende. In de potjes die ik met groot verschil verlies, merk ik altijd dat mijn tegenstander veel minder (soorten) actiekaarten gekocht heeft dan ik, en juist meer geld.

En dan de belangrijkste beslissing: het moment waarop je ophoudt met het bouwen van je deck en overgaat tot het kopen van punten. Doe je dit te vroeg, dan loopt je deck minder goed en vertraag je je speeltempo. Te laat, en je hebt geen kans meer om je medespelers in te halen. Wanneer dat moment precies is, is moeilijk te zeggen. Mijn vuistregel is dat zodra ik voor de tweede keer acht geldstukken in mijn hand heb, het moment daar is. Maar die vuistregel werkt natuurlijk niet altijd, vooral in een potje met weinig actiekaarten die geld of extra kaarten opleveren, of als de Tuinen in het spel zijn. De kosten maar vier en zijn aan het einde vaak wel vier en soms wel vijf punten waard, een geweldige prijs/punten-verhouding.

Dat was het wat de algemene tips betreft, die iedereen met een beetje speelervaring wel zal herkennen. Aanvullingen zijn natuurlijk welkom. Misschien dat ik me in een volgend blog nog over de individuele kaarten buig, maar daarvoor heb ik het nog wat te weinig gespeeld.

maandag 22 december 2008

Steam over Holland

Ik houd van spellen, maar ik houd bij lange na niet van alle spellen. Bijvoeglijke naamwoorden die voor spellen staan die ik leuk vindt zijn sfeervol, vlot, toegankelijk, thematisch en mooi uitgevoerd. Dit zijn doorgaans de wat lichtere veelspelersspellen of zwaardere familiespellen. Waar ik minder mee heb zijn spellen waar je elke beurt tot in het kleinste detail door moet denken en rekenen en daarbij ook nog rekening moet houden met alle volgende beurten en alle mogelijke acties van andere spelers. Daar kan ik niet goed genoeg voor rekenen en ben ik bovendien te lui voor. Bij complexere spellen (die speel ik ook echt wel met plezier) kies ik doorgaans op gevoel een beetje wat waarschijnlijk de beste acties zijn en daar wil ik dan best even over na denken, maar vooral niet te lang.

Afgelopen week heb ik met Peter Hein en Eugène Steam over Holland gespeeld. Ze hadden me van te voren gewaarschuwd dat dit waarschijnlijk niet helemaal mijn spel zou zijn, maar dat het ook geen dramatische vormen aan zou nemen. En om de pijn wat te verzachten zouden we daarna andere spellen gaan doen. Ik had wel zin in een spelletje en besloot de gok te nemen.

Steam over Holland is een spel uit de 18XX serie. Dit is een serie spellen waarin treinmaatschappijen de hoofdrol spelen (kijk vooral op BGG voor meer informatie) en waar sommige mensen helemaal idolaat van zijn. In het spel kan je aandelen kopen van treinmaatschappijen en de speler met de meeste aandelen (en dit kan wisselen tijdens het spel) mag deze treinmaatschappij vervolgens besturen (spoor aanleggen, treinen kopen, dividend uitkeren). Ik vond het een leuke vondst dat de verschillende treinmaatschappijen hun eigen cash hebben dat gescheiden is van dat van de eigenaar. In het spel moet je dus zowel voor je zelf de juiste beslissingen nemen (met name welke aandelen koop je) als de treinmaatschappijen waar je directeur groot aandeelhouder van bent goed besturen (daar profiteer je privé bovendien doorgaans het meest van mij omdat je de meeste aandelen hebt).

Het begin van het spel vond ik best leuk maar ergens halverwege was het omslagpunt waar het spel ontaarde in een grote maximalisatiepuzzel. De treinmaatschappijen moeten namelijk verplicht op een bepaald aantal momenten hun treinen laten rijden op die route die ze het meeste geld oplevert. Op het moment dat het bord nog redelijk leeg is, is dit nog wel snel te zien, maar zeker als het bord voller begint te raken zijn er erg veel mogelijkheden die dus allemaal moeten worden doorgerekend. En zo als ik aan het begin van mijn stukje al schreef, ik kan niet zo goed rekenen en vind het bovendien niet leuk.

Gelukkig staat in de spelregels dat de andere spelers moeten/mogen helpen met het zoeken van de meest winstgevende route. Dit is bovendien ook in hun belang als ze zelf aandelen in deze treinmaatschappij hebben. Peter Hein en Eugène rekenen heel wat sneller en met minder fouten dan ik, dus in mijn beurten waren ze zo vriendelijk (of verstandig) om voor mij te bepalen hoe mijn trein(en) gingen rijden.

Na 15 rondes was het spel afgelopen en Eugène de winnaar. Tot onze verbazing was het verschil tussen Eugène en de nummer laatst (heel verrassend was dit Peter Hein) maar heel gering. Ik denk niet dat ik dit spel nog eens wil spelen omdat ik de tweede helft van het spel niet leuk genoeg vond (te veel doorrekenen en analyseren).

Bij Queen Games is dit jaar Chicago Express uitgekomen. Het schijnt dat Chicago Express ook trekjes van de 18XX spellen heeft, maar wel een stuk vlotter is. Omdat ik bepaalde elementen uit Steam over Holland wel erg leuk vond, maar het spel vooral in de tweede helft langdradig vond worden, zou het kunnen dat ik Chicago Express leuker vindt. Gelukkig heeft Peter Hein dit spel, dus misschien moet ik binnenkort maar eens met hem afspreken…..

Goede voornemens voor 2009

Het einde van 2008 is in zicht. Het was wat mij betreft een fantastisch spellenjaar met toppers als Agricola, Stenen Tijdperk, Pandemic en de Koningsburcht. Ik ben benieuwd of 2009 dit niveau gaat evenaren. Behalve terug kijken is het einde van het jaar ook een periode om vooruit te kijken. En omdat de grootste hypes altijd de spellen zijn die nog net niet in de winkel liggen, wil ik dit blogje gebruiken voor mijn goede voornemens op spellengebied.

Golden Oldies
Veel van mijn spellentijd gaat zitten in het spelen van de nieuwste spellen. Dit is maar goed ook, want de lezers van Spellengek zitten niet te wachten op een vernieuwde recensie van reeds gerecenseerde spellen, maar willen weten of de spellen die nieuw in de winkel liggen een beetje de moeite waard zijn. De keerzijde is dat ik heel veel oude toppers echt niet meer speel. Spellen als De kolonisten van Catan, El Grande, Morgenland en Funkenschlag komen echt te weinig op tafel. Mijn eerste goede voornemen is om volgend jaar wat meer tijd vrij te maken voor oude favorieten.

Goedkoop is duurkoop
Ik ben dol op spellenkoopjes. Het is heerlijk om een spel dat je graag wil hebben ergens met korting te vinden. Dit gaat vooral op als het ook nog een super gaaf spel blijkt te zijn. Ik sta mezelf echter te vaak toe om een spel te kopen omdat het goedkoop is. Voor dat geld kan ik het niet laten liggen. Het nadeel is dat ik spellen heb die ik nooit heb gespeeld omdat ze me eigenlijk bij nader inzien toch niet zo leuk lijken. Op Spiel 2008 heb ik heel netjes de koopjes genegeerd en me gericht op de nieuwe spellen die ik echt graag wilde hebben. Ik heb daardoor nauwelijks koopjes gescoord, maar de spellen die ik heb gekocht vind ik wel echt leuk. En daar gaat het toch allemaal om? Mijn tweede goede voornemen is dus dat ik alleen afgeprijsde spellen mag kopen als ik ze ook voor de volle prijs zou willen hebben.

Kwaliteit voor kwantiteit
Voor Spellengek hanteren we een stelregel dat we een spel tenminste drie keer gespeeld moeten hebben voor we het mogen recenseren. In veel gevallen speel ik een spel daarom drie keer en verdwijnt het daarna in de kast en richt ik me op een nieuw spel voor de volgende recensie. Dit betekent dat ik nieuwe spellen eigenlijk minder vaak speel dan ik eigenlijk zou willen. Zodra ik een spel vaak genoeg heb gespeeld om het te mogen recenseren zet ik er als het ware een vinkje achter (been there, done that) en ga weer door naar het volgende spel. Het voordeel hiervan is dat ik lekker veel recensies kan schrijven maar het nadeel is dat ik van mijn spellenpartners verwacht dat ze constant nieuwe spellen leren en daar heeft niet altijd iedereen zin in. Ik wil me dus minder laten leiden door de recensie-druk en meer door het plezier van een leuk spel.

Ongespeelde spellen
Mede dank zij de koopjes die ik in de loop der jaren heb gedaan heb ik een flinke stapel spellen liggen die ik nog nooit heb gespeeld. Vooral op koninginnedag heb ik flinke stapels spellen gekocht (wie laat nou een spel voor 2 euro liggen) en heel veel daarvan heb ik nog nooit gespeeld. Ik wil dit jaar dus proberen om mijn stapel ongespeelde spellen te laten slinken. En misschien dat ik dit wel ga doen door een paar spellen gewoon weg te gooien omdat ik ze echt niet wil spelen en ik me niet voor kan stellen dat ik er iemand een plezier mee kan doen.

Mijn goede voornemens laten zich denk ik samenvatten met meer tijd voor kwaliteit en eerst spelen wat ik heb voor ik weer nieuwe spellen koop. Ik ben benieuwd hoe ver ik ga komen.

zaterdag 22 november 2008

Opgeruimd staat netjes

Na Spiel en het Spellenspektakel zijn er weer een flinke stapel spellen aan mijn collectie toegevoegd. Ik heb geen idee hoeveel spellen ik precies heb (een paar honderd haal ik zeker wel) en dus wordt het ruimtegebrek steeds nijpender. Ik heb in de woonkamer flink wat ruimte geclaimd voor mijn spellen, maar daar past nog steeds maar een deel van mijn collectie in. De rest staat op zolder in de logeerkamer. Daar hebben we planken laten ophangen, maar die zijn inmiddels ook al vol en dus staan er stapels spellen op de grond en in tassen.

Eigenlijk moet ik van mezelf een keer verhuisdozen regelen en daar maar flink wat spellen in doen en die stapelen. Dat zou een stuk netter staan. Ik ben alleen niet zo opruimerig van aard en omdat de logeerkamer niet echt een plek is waar ik vaak kom (zo vaak hebben we geen logees), stoort de rommel me niet vaak genoeg om op te wegen tegen het genot van kijken naar stapels spellen (my preciousssssss) als ik aan het wachten ben tot de wasmachine klaar is met centrifugeren. In den beginne kon ik het me nog veroorloven om alleen spellen naar zolder te sturen die ik minder leuk vond, maar inmiddels staan er ook spellen op zolder die ik echt leuk vindt, maar die plaats hebben moeten maken voor nieuwe aankopen.

De spellenoogst van dit najaar (en als ik heel eerlijk ben ook nog een paar zomeraanwinsten) stonden nog pontificaal in de woonkamer. Er lag een stapeltje in de vensterbank en de rest stond te pronken op een laag kastje. Iedere opruimgoeroe zou er spontaan jeukende handen van krijgen (zeker als je daar de rest van de troepjes, boeken en ander rondslingerend spul bij op tellen waar we het in dit blog niet over gaan hebben).Ik begon me er zo onderhand toch ook wel een beetje voor te schamen en omdat we straks visite krijgen heb ik zojuist mijn spellenkast heringedeeld.

In totaal heb drie tassen met spellen kunnen vullen die verhuizen van de woonkamer naar de zolder zodat mijn nieuwe aankopen hun plekje kunnen krijgen. Onder deze spellen zit bijvoorbeeld mijn hele Carcassonne-collectie. Ik vind het er zo leuk uitzien als ze allemaal bij elkaar staan, maar eigenlijk speel ik ze bijna nooit. Hetzelfde lot deelden de actiepunt-spellen van Kramer en Kiesling. Maar mijn Friedemann-collectie is gebleven en zelfs uitgebreid (met Flussfieber).

Ik vind het altijd lastig om te kiezen welke spellen mogen blijven en welke moeten verkassen, maar als ik dan klaar ben, is het wel weer extra leuk om naar de open spellenkast in de woonkamer te kijken. Ik heb ook nog een kastje met de tweepersoons- en kaartspelletjes (en wat andere spellen waaronder veel Catan), maar die zit dicht is en is dus rommelig. Al die kleine kaartspelletjes stapelen toch altijd minder lekker.

Het eindresultaat van mijn opruimactie mag er zijn en wil ik daarom met jullie delen. Bij deze.

woensdag 19 november 2008

Spellenspektakel 2008: verslag van Dagmar

Het Spellenspektakel werd dit jaar voor de tweede keer in de Zwolse IJsselhallen georganiseerd. Niek en ik zijn dit jaar twee dagen geweest. Op zaterdag hebben we als bezoeker rondgelopen en op zondag hebben we in de stand van Boosterbox geholpen met uitleggen van spellen.

Op zaterdag liepen we om een uur of 11 de IJsselhallen binnen. Meteen bij de ingang kwamen we de stand van Goliath tegen en daar zagen we een spel met letters liggen dat we nog niet kenden. Mijn scrabblehart begon harder te kloppen en snel schoven we aan voor een potje Woordzoeker. In Woordzoeker moet je in een letterbrei bepaalde woorden zien te vinden. Alle spelers moeten tegelijkertijd hetzelfde woord zoeken en als je het ziet moet je snel in een soort piepspeeltje knijpen en mag je doorzichtige lensjes in jouw kleur over het woord leggen. Niek ging als een dolle van start en het duurde even voor ik de slag te pakken begon te krijgen. Maar toen was het al te laat en Niek slaagde er in om al zijn lensjes kwijt te raken en had dus gewonnen. Ik vond het nog best een grappig spelletje, al vond ik de hoeveelheid woordzoekers die in de doos zaten nogal beperkt waardoor ik vrees voor de wederspeelbaarheid van dit spel.

We liepen door en kwamen langs de (grote!) stand van QWG. Deze stand zat flink vol dus we besloten die maar even over te slaan. In onze omgeving zijn bovendien genoeg mensen met de spellen van QWG en dus konden we de spellen op een later tijdstip altijd nog een keer gaan proberen. Op beurzen probeer ik altijd een beetje de spellen te doen die ik op andere momenten niet kon spelen. Om die reden hebben we nog een aantal andere stands overgeslagen.

Aan het eind van de hal kon je doorlopen naar de hal met de miniatuurbeurs. Niek had nog gehoopt dat daar ook tinnen oorlogspoppetjes en dergelijke te vinden zouden zijn. Maar helaas bleken er vooral op afstand bestuurbare auto’s en andere vervoermiddelen te zijn. Er tufte nog een oude man rond op zijn mini stoomtreintje. Het kost vast veel tijd en geld om die miniaturen te maken, maar mijn ding is het niet. Zelfs Niek (die toch niet vies is van auto’s) had het al heel snel gezien en we gingen snel terug naar de spellenzaal.

We kwamen langs de stand van Hasbro waar vooral veel aandacht werd besteed aan twee nieuwe Risk-versies, waaronder een tweepersoonsversie. Ik was wel nieuwsgierig en Niek was vroeger ook niet vies van een potje Risk en dus schoven we aan. Een jong meisje gaf een heel slechte uitleg, maar met de spelregels erbij kwamen we er toch uit. In de tweepersoonsversie speel je alleen in Europa. Sommige landen zijn door een neutraal leger bezet. In deze landen bevinden zich doelen en je wint als je de andere speler hebt geëlimineerd of een bepaald aantal doelen hebt veroverd. Het aanvallen gaat met de bekende rode en blauwe dobbelstenen. Ik vond het spel niet echt leuk. Het blijft veel dobbelgeweld en als je op een gegeven moment een paar keer het onderspit delft, houd je minder landen over, krijg je dus minder versterkingen en moet er een wonder plaatsvinden (lees: een kwestie van 6 gooien) wil je niet van het bord geveegd worden. Gelukkig was Niek zo vriendelijk om veel zessen te gooien en was het spel snel afgelopen. We besloten maar eens op zoek te gaan naar de stand van Boosterbox om te kijken waar we morgen de hele dag zouden zijn.

Boosterbox bleek een grote stand te hebben aan het begin van de zaal. We zagen een leeg plekje bij een vrolijk gekleurd abstract spelletje (Pixel) en we besloten het te proberen. Het bleek een leuke vier op een rij variant te zijn. Op een vierkant moet je omstebeurt een speelstuk plaatsen. Je mag alleen niet overal plaatsen maar op het kruispunt van twee pijlen die op de zijkant van het bord staan. Je mag iedere beurt één van deze pijlen verzetten om de plaats van je speelstuk te bepalen. Het spel speelt lekker vlot weg en dus volgde na het eerste potje nog een tweede, derde en zelfs vierde.

We liepen daarna langs de stand van Hodin waar we aan konden schuiven bij een potje Pit. Dit spel is volgens BGG al meer dan een eeuw oud, dat is toch een hele prestatie. De meeste spellen halen de tien jaar niet eens. In Pit krijg je een aantal kaarten. Op de kaarten staan verschillende soorten koeien en je moet proberen om een set van gelijke koeien te krijgen door te ruilen. Je mag alleen niet zeggen welke koeien je in de aanbieding hebt of wilt hebben. Je mag alleen zeggen hoeveel kaarten je wilt ruilen. En doordat iedereen dat tegelijkertijd doet, wordt het een vrolijke en vooral luidruchtige chaos (DRIE! DRIE! DRIE!). De zeer enthousiaste uitlegster had nog een paar tips hoe je het spel anders kon spelen (niet zeggen maar gebaren of de cijfers vervangen door codewoorden). Wij vonden dit minder leuk klinken dan het origineel en de rest van de spelers haakte daarbij aan en dus deden we nog een keer het oorverdovende origineel.

Na Pit legde de demonstratrice Kakerlaken Salade op tafel. In dit spel moeten de spelers tongbrekende capriolen uithalen met groenten. Omstebeurt draai je een kaartje open en hier staat een groente op. Je moet dan de naam zeggen van deze groente, tenzij de speler voor je dezelfde groente ook al had, dan moet je heel snel een andere groente die in het spel voorkomt opnoemen. Op een gegeven moment komen er kaarten in het spel waardoor nog een extra groente taboe wordt. Ik vond het wel een grappig kinderspelletje. Het is lastiger dan het lijkt, maar je moet wel flink streng zijn voor elkaar anders is er niets aan.

Na Pit hebben we nog in wat winkeltjes gekeken en daarna vonden we het mooi geweest voor de zaterdag.

Op zondagmorgen moesten we vroeg op om op tijd in Zwolle te zijn. Om kwart voor tien liepen we de zaal binnen en legden we snel de spellen klaar voor het eerste potje. Niek heeft Chang Cheng uitgelegd en ik Nefertiti. En tussendoor hebben we ingesprongen bij de uitleg van Meander, Pixel en de verschillende Ticket to Ride bordspellen.

Het was voor ons de eerste keer dat we een hele dag spellen kwamen uitleggen en ik vond het heel leuk om te doen maar ook ontzettend vermoeiend. Zeker als er meer tafels bezet zijn waar je hebt uitgelegd ben je constant bezit om in de gaten te houden of iedereen nog lekker aan het spelen is of dat je nog iets extra’s moet uitleggen. Wat ik heel leuk vond is dat je met mensen aan de praat raakt.

Ik heb onder andere een groepje Belgen aan mijn speeltafel met Nefertiti gehad. Tijdens het spelen kwam ik van hen te weten dat ze een webwinkel hebben (http://www.mwmproducts.be/). In deze webwinkel verkopen ze alleen spellen die ze zelf leuk vinden en die ze zelf gespeeld hebben. Naast de webwinkel staan ze (als het droog is) ook met hun spellen op de …….markt! Tot ook hun eigen verbazing verkopen ze op de markt niet alleen gezinsspellen, maar vliegen ook de pittige spellen voor liefhebbers over de toonbank. Ik vind dit echt een topvoorbeeld van hoe je aan grote groepen mensen kan laten zien dat er meer te koop is dan Monopolie, Risk en Triviant. Als je niets met spellen hebt, zal je niet zo snel in een spellenwinkel komen. Maar een marktkraam zie je niet zo over het hoofd en wie weet worden mensen daar nieuwsgierig. Tel daar de spellenkennis van deze marktkoopman en –vrouw bij op en ik kan me niet voorstellen dat er niet af en toe via dit kanaal een zieltje wordt gewonnen voor de spellenwereld.

Verder heb ik regelmatig gevraagd wat mensen nou van de beurs vonden en of ze al eerder naar het spellenspektakel geweest waren. Er waren best veel mensen waarvoor de beurs nieuw was. De belangrijkste reden leek te zijn dat deze groep uit het Noorden van het land kwam en Eindhoven voorheen te ver rijden vond maar wel naar Zwolle wilde komen. Al luisterend naar het geroezemoes had ik ook het idee dat ik wat meer accentjes uit het hoge Noorden hoorde en wat minder Zuidelijk. De verplaatsing van de beurs heeft dus wel invloed gehad op wie er komen. De spellenliefhebbers komen altijd wel, maar de gelegenheidsspelers komen alleen als het niet te ver reizen is.

De mensen die ook in Eindhoven waren geweest waren vooral positief over de ruimere opzet van de beurs. In Eindhoven was het vaak wel erg dringen en werd het vaak erg warm. In Zwolle is alles net wat ruimer opgezet en lijkt de airco een stuk beter te werken waardoor het niet te warm wordt. Ik heb verder niet echt klachten gehoord, dus ik denk dat de beurs vanuit bezoekersperspectief ook geslaagd genoemd kan worden.

Vanaf een uur of 5 werd het merkbaar rustiger en begon de beurs op zijn eind te lopen. Het werd nog wel even druk bij de winkelstands, maar de demoërs konden hun spellen al rustig gaan inpakken. Even na zessen vertrokken ook wij weer terug naar Rotjeknor.

woensdag 5 november 2008

Eerste indruk Spiel 2008 spellen

Spiel ligt al weer anderhalve week achter ons en de blikken in Nederland worden gericht op het Spellenspektakel dat van 14 tot en met 16 november in Zwolle zal worden gehouden. Ik heb inmiddels al een flink deel van mijn nieuwe aankopen gespeeld of de regels gelezen en wil dit blog gebruiken om een korte eerste indruk te geven.

Die Hängende Garten
Ik had dit spel al een keer met Peter Hein en Niek gedaan en dat beviel toen zo goed dat ik het spel zelf graag wilde hebben. Toen ik het op Spiel voor een aardig prijsje zag liggen, heb ik snel mijn slag geslagen. Niek en ik hebben dit spel inmiddels één keer samen gedaan. We hebben ons beide prima vermaakt. Het spel is niet ingewikkeld, maar het is nog een heel gepuzzel om je kaarten goed te spelen. En ik vind de bloementuintjes er leuk uit zien.

Flussfieber
Friedemann lijkt met dit spel weer een wat soepeler groot spel te hebben afgeleverd. Foute Vrienden Vette Feesten vind ik best leuk maar speelt niet echt soepel (ik blijf de telefoontjes gedoe vinden) en Fürchterliche Feinde is ook best ok maar haalt het niveau van spellen als Funkenschlag, Fische Fluppen Frikadellen en Finstere Flure niet. Flussfieber doet denken aan Mississippi Queen en Finstere Flure. Het is een vlot racespel waar je elkaar flink dwars kan zitten. Met zijn tweetjes was de rivier nog niet echt dichtbevolkt en kon je dus nog redelijk je eigen ding doen, maar ik denk dat iedere extra speler het spel leuker zal maken. Ik was aangenaam verrast door dit spel.

Pandemie
Pandemie hebben Niek en ik inmiddels al twee keer gedaan. Toen ik de regels dacht was ik nog bang dat het moeilijk zou zijn om alle mogelijke acties te onthouden, maar als je het spel gaat spelen valt dat reuze mee en is wat je mag redelijk intuïtief. We hebben beide keren redelijk makkelijk gewonnen en dus gaan we het voor onszelf de volgende keer moeilijker maken (meer viruskaarten gebruiken). Pandemie vind ik erg leuk. Het is echt een coöperatief spel dat je samen speelt, maar omdat het spel niet ingewikkeld is ontstaat er niet de situatie dat één speler de leiding neemt en iedereen gaat vertellen wat ze moeten doen. Dit overkomt me bij In de Ban van de Ring bijvoorbeeld wel altijd, al zal dat er ook mee te maken hebben dat ik dat spel zelf niet goed snap (ingewikkeld gedoe). Gelukkig is Peter Hein altijd bereid om de voortrekkersrol op te nemen in dit spel. Kortom: Pandemie is een spel met geweldig thema dat lekker vlot wegspeelt. Van mij mag dit nog heel vaak op tafel komen.

Der Hexer von Salem
Ook der Hexer von Salem is een coöperatief spel. Maar wel één met een verrassend duister thema voor een spel van één van de grootste uitgevers van Duitsland. De spelers moeten hier samenwerken om te voorkomen dat een boze super geest weer tot leven komt. Maar voor je aan het grote werk kan beginnen moet je eerst zijn kleine en grotere knechten verslaan en de scheuren tussen de geestdimensie en je eigen dimensie repareren. Het spelmateriaal ziet er ook lekker duister uit, kleine kinderen zou je er flink de stuipen mee op het lijf kunnen jagen. Niek en ik hebben dit spel één keer gedaan en verloren. Het is een stuk moeilijker om hier te winnen dan in Pandemie. Er zijn te veel dingen die moeten gebeuren. Het lukt nog best om de kleine geesten te verslaan, maar op een gegeven moment moet je ook scheuren gaan repareren en jagen op de grote knechten en tenslotte op de super geest. En dat is het moment dat het moeilijk wordt, nemen de krachten van dat waar je niet op jaagt toe. Ik heb me er prima mee vermaakt en kijk er naar uit om het weer op tafel te zetten. Het gaat toch aan je knagen dat we verloren hebben…….. En als dat gebeurt weet je dat je een interessant spel te pakken hebt.

Die Siedler von Catan Deutschland edition
Vanwege de looks wilde ik dit spel heel graag spelen. Maar ja, een derde (en vierde) speler waren in geen velden of wegen te bekennen. En dus hebben Niek en ik het spel met zijn tweetjes gespeeld. Met zijn tweeën is het bord veel te groot en kan je elkaar veel te makkelijk ontwijken. Het spel doet sterk denken aan het basisspel van Catan met een paar kleine aanpassingen. De grootste hiervan is dat je geen steden hebt, maar monumenten. Als je een monument bouwt dan krijg je meteen een beloning (twee grondstoffen, een weg) en het monument is een punt waard. Met zijn tweeën was het bord eigenlijk groot genoeg om alleen dorpen te bouwen (die zijn aantrekkelijker want ze leveren de rest van het spel grondstoffen op). Met meer spelers worden de monumenten denk ik aantrekkelijker omdat een nieuw dorp gewoon te ver weg is. Maar dit is koffiedikkijken. Mijn eerste indruk is dat dit spel alleen leuk is voor de echte Catan-fanaat. Het biedt weinig extra’s ten opzichte van alles wat er al is. Het verschil zit hem vooral in de looks. Voor mij is dat genoeg, maar ik kan me heel goed voorstellen dat veel mensen dan liever iets anders kopen.

Suleika
Dit spel hadden we al in de Spielwiese in Berlijn gedaan en inmiddels hebben we het thuis ook een keer gespeeld. Het is een echt familiespel. De regels zijn zo simpel dat ook kleine kinderen ze moeten kunnen begrijpen, maar het spel biedt genoeg speelplezier om ook leuk te zijn voor volwassenen. Het is echt een spel dat je als afzakker nog even uit de kast haalt of dat je met zijn tweetjes een paar keer achter elkaar doet. Van dit soort spellen kan je er niet genoeg hebben. Het spel ligt trouwens in Nederlandse winkels onder de naam Marakech van Gigamic.

Auf der Reeperbahn
De naam van dit spel zou in het Nederlands zo iets worden als “Op de Wallen”. Zo iets verwacht je niet van een grote, serieuze spellenuitgever. Misschien dat de naam de Duitse klanten heeft afgeschrikt want het spel lag op veel plaatsen in de ramsj op Spiel. Voor drie euro kon ik het niet laten liggen. Niek en ik hebben het inmiddels gespeeld. We hebben hard moeten lachen om de dubieuze speluitleg (Blonde Hans lokt met zijn klokkenspel de dames naar zich toe, zou dit in het Duits ook een dubbele betekenis hebben?). Het spel zelf vond ik maar zozo. Het is een beetje getouwtrek met kaarten en omdat je beide dezelfde set hebt, blijft het lang in evenwicht. Ik kon er nog niet echt grip op krijgen maar kan me voorstellen dat ik het handiger had kunnen spelen. Maar als mijn tegenspeler het net zo veel handiger gaat doen houd je elkaar weer in evenwicht. Ik zal het spel dus echt vaker moeten doen om er meer gevoel bij te krijgen. Hè, wat akelig, spelletjes doen……

M
M is een oudje dat ik jaren geleden een paar keer heb gedaan en waarvan ik me herinnerde dat ik het leuk vond. Hoe en waarom wist ik niet meer. Maar als je het dan voor 2,50 ziet liggen, mag het mee. Een glaasje wijn in de kroeg is duurder. Niek en ik hebben het spel één keer gedaan en het was niet helemaal wat ik ervan verwachtte. Het voelde een beetje aan of er vaak maar één logische zet was en dan speelt het spel een beetje zichzelf. Ook dit spel zal ik dus nog wat vaker moeten doen om er meer gevoel voor te krijgen.

Space Alert
Ik heb Space Alert nog niet gespeeld omdat aangeraden wordt om dit spel de eerste keer met vier of vijf spelers te doen. Een derde speler was al niet te vinden deze week en dus ben ik niet verder gekomen dan de spelregels. Mijn verwachtingen zijn na het lezen van de spelregels wel hooggespannen. De regeluitleg zijn op geniale wijze verwerkt in een soort verslag van de training van een nieuwe lichting cadetten door een oude, cynische docent op de Galactic Military Academy. De cadetten moeten in een beperkt aantal lessen en trainingssessies leren hoe ze moeten omgaan met hun schip van de Sitting Duck klasse. Als lezer zit je meteen helemaal in het thema en krijg je handvaten aangereikt om dit spel op een leuke manier uit te leggen. Op internet lees je inmiddels ook veel positieve verhalen over dit spel. Het enige minpuntje is dat sommige mensen vinden dat de cd die je draait tijdens het spel niet goed te verstaan is. Ik kan me dit wel een beetje voorstellen, maar omdat ik het spel nog niet gespeeld heb, weet ik niet hoe het in het echt uitpakt. Ik kan iedereen die niet vies is van een portie SF aanraden om op BGG het Handboek van dit spel down te loaden en door te lezen.

Ghost Stories
Ook van Ghost Stories ben ik nog niet verder gekomen dan de regels. Of beter gezegd, ik ben nog niet eens door de regels gekomen. De regels zijn echt heel slecht opgeschreven en ik zal er dus nog even stevig op moeten studeren voor ik er chocola van kan maken. Het schijnt dat de Duitse regels duidelijker zijn, dus misschien moet ik die maar opsnorren van internet. Zo blijkt maar weer dat het een kunst is om goede spelregels te schrijven. Een goede set spelregels neemt je aan de hand en voert je stapsgewijs door de regels en geeft je handvaten om ze te onthouden. In Ghost Stories worden de regels als een emmer water over je heen gestort en moet je er zelf één geheel van zien te maken. Wordt hopelijk vervolgt…

zaterdag 1 november 2008

Gespeeld in oktober

Oktober is altijd een maand waarin ik veel speel, niet in het minst door Spiel. Deze maand deed ik 74 keer een spel, een persoonlijk record. De spellen die ik vaker dan één keer gespeeld heb:

22x Race for the Galaxy
14x Tai Pan
7x Big Points
5x Yspahan
4x Mr. Jack
3x Agricola
2x Einfach Genial - wer zu viel riskiert, verliert en Fluxx

Big Points en Yspahan zijn nieuwe tweepersoonshits met Helen. Ook Race heb ik deze maand vaak met haar gedaan en dat merk ik dan direct. Ik ben nu wel weer even uitgespeeld met Agricola; ik heb het weer verhuisd van de spellenkast in de woonkamer naar die op zolder. Het X-deck heeft wel grappige kaarten, maar meer van het niveau 'melig' (bewijsstuk A: de kleine investering 'X-vijlen'). Die blijven nog even ongespeeld.

Het leukste nieuwe spel: dat is moeilijk. Na een keer spelen was ik erg onder de indruk van Dominion, Chicago Express en Strozzi. Op basis van een potje kan ik tussen die drie niet echt een keuze maken. Laat ik zeggen dat ik ze allemaal snel weer hoop te spelen!

Andere nieuwe spellen:
-Big Points: snel, simpel en goed speelbaar met twee. Kom maar door!
-Einfach Genial enzo: matig. Knizia in een luie bui. Doe mij maar Can't Stop als ik wil Vrouwe Fortuna uit wil dagen
-Mr. Jack: leuker dan ik verwacht had. Voor Jack is het wel een stuk moeilijk om te winnen, maar dat maakt het spel er niet minder spannend van. Waarschijnlijk niet een spel om heel vaak achter elkaar te doen, maar voor af en toe een leuk kat-en-muisspel.
-Batavia: best OK, niks bijzonders. Zie Dagmars verslag van de eerste dag van Spiel.
-Picteureka!: gespeeld met Vera, zonder de echte regels te gebruiken. Ze vond het wel OK geloof ik, maar heeft een tweede potje tot nu weten te voorkomen. Ze herkent de tv-reclame in ieder geval wel.
-Wasabi: leuk. Zie weer Dagmars verslag.

Spellenavond

Gisteravond had ik weer een spelletjesavond met enkele spellengekke collega's. Een goede gelegenheid om wat van mijn nieuwe spellen van Essen te proberen!


Als eerste stelde ik Chicago Express voor, de heruitgave van Wabash Cannonball. Daar is veel positiefs over geschreven, dus ik was erg benieuwd.
Na de startveiling van het eerste aandeel van ieder van de vier maatschappijen ging ik eerst wat aandelen veilen om de waarde van de maatschappijen wat te 'verdunnen' en om te zien met wie ik mede-aandeelhouder zou zijn. Dat is erg belangrijk, want dit creëert bondgenootschappen.
Ik kreeg zo een tweede blauwe aandeel, terwijl Eugene er een had. Ik hoopte dat het laatste aandeel ook naar hem zou gaan, want dan konden we deze maatschappij gezamenlijk opbouwen zonder dat een van ons in het voordeel was. Helaas ging Jasper met het vierde aandeel aan de haal en zat ik met twee minderheidsaandeelhouders.
Mijn geluk was dat Susanne de meeste had bij groen en rood, en daar erg veel dividenden mee verdiende. Jasper en Eugene hadden er dus meer belang bij om 'mijn' blauwe maatschappij verder uit te bouwen. Ik kon me zo lekker op geel richten, waar ik lange tijd enig aandeelhouder was (en omdat ik daar goed voor betaald had, had geel voldoende geld in kas om die uitbreidingen te kunnen doen).
Omdat iedereen maar aandelen bleef veilen waren de aandelen van drie maatschappijen in een recordtempo op. Chicago was nog lang niet in zicht, zodat de Wabash Company zich niet liet zien. Bij de eindtelling bleek ik, met dank aan Jasper en Eugene, net een dollar meer verdiend te hebben dan Susanne. Door het vroege einde was mijn score met $56 aan de lage kant.
Ik was erg onder de indruk van het spel. Simpele regels, korte speelduur, maar wat een keuzes en variatie!

Daarna een kortje: Einfach Genial - wer zu viel riskiert, verliert. Deze mix tussen Can't Stop en Genius kon niet iedereen bekoren. Ik ben er zelf ook nog niet weg van. Het push-your-luck idee is leuk, maar het is bijna altijd wel duidelijk wat het beste is om te doen. Heel veel risico-analyse hoef je er niet op los te laten.

Aan de andere tafel was Wasabi ook klaar en konden we mixen. Eugene wilde graag het Koreabord van Funkenschlag proberen, dus mijn keuze voor Pueblo was snel gemaakt. Het was alweer een tijdje geleden dat ik dit gespeeld had.
Hoewel het daar in het begin niet naar uitzag, werd ik uiteindelijk toch eerste. Ik was de enige die geen blokken boven het tweede niveau had, de anderen zaten allemaal zelfs op niveau vier. Ik zou dat graag aan mijn inzicht wijten, maar het feit dat ik startspeler was heeft waarschijnlijk meer invloed gehad. Ik vind het startvoordeel toch een minpuntje aan de basisversie van het spel, maar het spel zelf is leuk genoeg om dat grotendeels te compenseren.

Na Pueblo kwam er weer een nieuw spel op tafel: Strozzi van Reiner Knizia. Het derde spel in de Medici/Strozzi/Bardi-reeks (blijkbaar komt er ook nog een spel over de Bardi). Op basis van de spelregels kreeg ik nogal een gevoel van 'is dit alles?'. Het gaat vooral om de evaluatie van de waarden van verschillende schepen die je kunt claimen. Maar zoals wel vaker bij Knizia is de schijn van eenvoud bedrog, want er is heel wat om over na te denken in dit spel!
In Venetië en Napels moest ik vrij snel afhaken op de goederenmarkt, maar in Florence en Rome kon ik goed bijblijven. Dankzij enkele snelle schepen haalde ik hier en daar zelfs nog de meeste inkomsten, maar ik wist dat mijn echte score pas bij de eindtelling van de promotiefiches zou komen. Ik had mijn best gedaan om alledrie de soorten te verwerven, wat me als enige lukte. Omdat ik verder wat minder had verdiend dan Frank en Jasper wist ik niet zeker hoe ik zou eindigen. Uiteindelijk bleek ik toch gewonnen te hebben en lagen de scores nog verder uit elkaar dan ik dacht (295, 255, 230).
We waren unaniem over onze waardering van het spel: leuk! Leuk genoeg om een tweede keer te doen, maar omdat de anderen al vrij ver gevorderd waren met Funkenschlag besloten we tot iets korters.

Om in de sfeer te blijven had ik nog een spel van Knizia met handelsschepen in de aanbieding: Handelsfürsten. Jasper kocht al snel een waardebrief en toen ik eenmaal geld genoeg had deed ik met hem mee. Frank was vooral bezig zijn hand op te bouwen en liep wat achter in de inkomsten. Hij had alleen wel twee keer zoveel kaarten als Jasper en ik samen!
Toen hij op stoom kwam kocht hij beide havenarbeiders en een schip, zodat hij maximale flexibiliteit had met het verschepen van goederen. Vanaf dat moment verdiende hij iedere keer als hij aan de beurt was meer dan tien goudstukken. Gelukkig had ik wat extra schepen gekocht, met daarop zoveel mogelijk verschillende goederen, zodat ik altijd wel mee kon liften met zijn inkomsten (geholpen door de waardebrief). Wel liep hij langzaam in, dus ging ik ook maar kaarten trekken om het spel sneller te beëindigen.
Het einde kwam snel genoeg en Frank mistte nog wat goudstukken voor de winst. Jasper was na een goed begin wat achterop geraakt. Hij had misschien wat eerder extra schepen moeten kopen.
Wederom vonden we het alledrie erg leuk. Het was dat de anderen zo goed als klaar waren met hun spel, anders was er nog wel een potje gevolgd...

Nu kwamen we in de late uurtjes terecht en dat betekent Race! Jasper wilde het graag weer eens spelen en Eugene is ook altijd van de partij. Deze keer met The Gathering Storm, inclusief bonusfiches.
Jasper moest er nog een beetje inkomen, Eugene en ik hadden een vliegende start. Met New Sparta en de nieuwe Space Mercenaries had ik snel een Alien windfall wereld liggen. Vanaf dat moment kwam alles in een stroomversnelling: de ene na de andere Alienwereld, en natuurlijk ook het Alien Tech Institute. Als het een beetje werkt, is Alien een hele fijne strategie om uit te voeren. Eugene kende een monsterachtige consume/produce-machine, maar was niet snel genoeg om mijn Aliens bij te benen.
Een tweede potje dan. Nu zat Eugene goed in de military, wederom dankzij New Sparta. Maar het lot was me goed gezind en dankzij de nieuwe Terraforming Guild (een hele goede 6-ontwikkeling!) en de nieuwe Lost Alien World kon ik weer vaak Alien werelden settelen. Het Alien Tech Institute kwam ook weer langs en samen met de Terraforming Guild was die goed voor de helft van mijn puntentotaal. The Gathering Storm heeft niet zoveel nieuwe kaarten, maar zij zijn allemaal erg interessant en geven bestaande strategieën (vooral Alien dus) een nieuwe impuls en maken nieuwe mogelijk. Ik zal dit nog wel even blijven spelen.

Eugene en ik speelden nog een derde potje met ons twee, maar nu kwamen we allebei wat minder goed op gang. Dankzij de bonusfiches en de Seti-ontwikkeling haalde ik nog aardig wat bonuspunten, maar geweldig was het allemaal niet. Eugene bakte er nog minder van en kwam niet eens boven de 30. Soms zijn er geen killer-combo's nodig om te winnen :-)

vrijdag 31 oktober 2008

Mag dat zo maar?

Afgelopen week googelde ik eens Spellengek om te kijken wat er boven zou komen drijven. Ik stuitte hierbij op de website waybackmachine. Op deze website kan je kopietjes van oude versies van Spellengek vinden (en daarnaast nog van heel veel andere websites). Het archief gaat terug tot 2001 en van ieder jaar zijn meerdere kopieën opgeslagen. Ik wist niets af van het bestaan van deze website. Ik vind het een beetje raar dat een derde zonder het te vragen en zonder het ons te vertellen kopieën van onze website maakt en die weer op internet zet.

Het lijkt me voor Spellengek geen nadelige gevolgen hebben, maar in het algemeen kan ik me situaties voorstellen waarin het niet leuk is als ergens nog een kopie van een website blijkt te zijn. Denk aan de mensen die spijt kregen over hun uitlatingen in discussiefora op het internet of op hyves op het moment dat collega’s of een toekomstige werkgever deze onder ogen kwam. Krijg dit soort dingen nog maar eens definitief verwijderd. Of om het naar Spellengek te vertalen, stel nou dat we iemand achteraf bezwaar maakt tegen een stukje uit een verslag van Spel aan de Maas (als je de context niet kent kunnen de verslagen van Foute Vrienden Vette Feesten heel verkeerd vallen). Ik kan het dan wel op onze huidige website aanpassen, maar aan al die archief-kopieën kan ik (zo ver ik weet) niet komen.

Los daarvan snap ik niet zo goed waarom iemand wil betalen om kopieën beschikbaar te stellen van oude versies van websites. Spellengek is geen hele grote website, maar toch moeten al die kopieën bij elkaar best wat ruimte in beslag nemen en zo ver ik weet is serverruimte nog steeds niet gratis. Ik zie ook geen reclame staan waaruit deze activiteiten worden gefinancierd.

Ik ben er dus nog niet uit wat ik hier van vind. Vooralsnog verbaas ik me er vooral over. Ik ben benieuwd wat jullie denken. Het is een beetje off (spellen spelen) topic maar toch heb ik drie vragen waarvan ik hoop dat jullie er op willen reageren.
1) Wie wil er betalen om oude kopietjes van Spellengek online te zetten en waarom?
2) Mag dat zo maar? Hoe zit het bijvoorbeeld met het copyright op onze teksten?
3) Is het erg dat het gebeurt?

De kopietjes van Spellengek vind je op: (http://web.archive.org/web/*/http:/www.spellengek.nl)

woensdag 29 oktober 2008

Spiel 2008: een impressie van de eerste dag, door Peter Hein

Zoals ieder jaar ging ik ook nu maar een dagje naar Spiel. Ik probeer altijd een goede mix tussen spelen en kopen te bereiken, in de wetenschap dat ik maximaal drie of vier spellen kan (uit)spelen. Normaal is dat niet zo'n probleem, omdat ik me vantevoren goed inlees in welke spellen mogelijk interessant zijn en die ik graag zou willen spelen voor een indruk. Helaas had ik daar dit jaar niet voldoende tijd voor. De lijst van aankomende spellen op Boardgamenews had ik maar oppervlakkig gelezen, dus veel meer dan een (lange) lijst met mogelijke spellen had ik niet. Die lijst was bovendien vooral gebaseerd op voor mij redelijk betrouwbare namen van auteurs en uitgevers. Er zat dus niet veel anders op dan efficiënt met mijn tijd om te gaan.

Dankzij opstoppingen op de ringweg van Eindhoven arriveerden Eugene en ik pas om halfelf bij de Messe. In tegenstelling tot vorige jaren betekende dit niet dat we zo naar binnen konden. De rijen bij de kassa's waren vrij lang en binnen was het al erg druk. En dat op een donderdag, vlak na de opening. Bij de Kosmosstand zaten al overal mensen op de vloer te spelen (vooral Keltis) en ook de tafeltjes bij andere publieksfavorieten als Hans im Glück en Ravensburger waren allemaal bezet. Bekende kost; bij deze uitgevers is een tafeltje bemachtigen een kwestie van geluk en geduld.

We maakten dus maar een rondje over de beurs en deden inmiddels de eerste (kleine) aankopen. Bij Rio Grande was wel een tafeltje vrij, maar helaas geen exemplaar van Dominion. Strozzi was er wel, maar helaas was die voor drie of meer spelers. Bovendien was er geen uitlegger te bekennen. The Gathering Storm was nog een optie, maar hoe leuk ik Race ook vind, dat speel ik na Spiel ook wel genoeg dus was het niet echt nodig om nu te proberen.

We gingen weer verder en kwamen Dagmar en Niek tegen. Die waren ook bezig met het doen van een rondje in hal 5. Dagmar en Eugene wilden graag bij de Lookout-stand langs voor de vegimeeples en dergelijke. Ik volg het Agricola-nieuws al een tijdje niet meer, maar die vegimeeples leken me wel aardig. Helaas dachten meer mensen er zo over, zodat er bij de Lookout-stand een forse rij stond, die van geen oplossen wist. Na veel te lange tijd stonden we nog steeds maar halverwege en ging ik eens poolshoogte bij de stand nemen. De aanblik: van beide kanten een rij, met daartussenin op de balie een grote stapel ansichtkaarten. De ansichtkaart was het enige waar ik voor kwam. Met toestemming van een Lookout-dame (die het nu al gehad leek te hebben) nam ik eentje van de stapel en dat was het dan.

Zoals je hieronder kunt lezen hadden Dagmar en Niek het ook wel gehad en gingen we op zoek naar iets om te spelen. De keuze viel op Batavia van Queen. Die keuze werd 100% ingegeven doordat daar een tafel vrij was. Het spel kwam niet voor op mijn radar of die van Dagmar en ook na afloop bleek het geen aanschaf waard. Liever had ik Chicago Express gedaan, maar daarvan waren geen tafels vrij en na ruim anderhalf uur rondgelopen te hebben is het wel lekker om even een spel te doen.

Met Eugene gingen we weer naar Rio Grande, waar we nu wel Dominion konden spelen. Nog steeds geen uitlegger, maar Eugene kende het al van Brettspielwelt en kon het zo uitleggen. Mijn eerste indruk was een goede, zoals verwacht. Het maakt van het deckbouwen van spellen als Magic een spel op zich. Daarnaast is het vooral een 'economic engine' spel zoals bijvoorbeeld Sint Petersburg. De belangrijkste beslissing is eigenlijk vanaf welk moment je je op punten gaat richten en niet of nauwelijks meer aan het schaven van je economische motor. Door de verschillende actiekaarten is het zoeken en vinden van interessante combinaties iets dat Dominion een verslavingsfactor geeft, vergelijkbaar met Magic en Race for the Galaxy. Het is wel een stuk minder veelzijdig dan die spellen, maar potentie heeft het zeker. Ik heb het inmiddels ook een paar keer op BSW gespeeld en blijf het leuk vinden.

In regels lezen hadden we geen zin, dus Strozzi zou ik thuis maar eens moeten proberen. Samen met The Gathering Storm nam ik die mee. Met nog een rondje door de hallen 10-12 bleken er nog steeds geen tafels vrij. Ik nam dus maar een goed kijkje wat daar zoal gespeeld werd. Vooraf had ik mijn oog laten vallen op Palais Royal en Diamonds Club. Beide zag ik aan veel tafels gespeeld worden, wat ik een goed teken vond. Bij de Kaufhof waren ze samen te krijgen voor 45 euro, en daarvoor kon ik ze moeilijk laten liggen. Sowieso waren de prijzen bij Kaufhof (zoals altijd) erg scherp, zowel van nieuwe spellen als van oude titels. Ramsjtoppers waren Blue Moon City en Elasund. Deze puike spellen van Knizia en Teuber gingen allebei voor 9 euro weg!

We wilden nog wat spelen en gingen weer naar hal 9 met de kleine uitgevers. Dagmar en ik waren erg benieuwd naar Ghost Stories, maar Repos had daarvoor maar twee tafels beschikbaar, die natuurlijk permanent bezet waren (en veel toeschouwers hadden). Overbuurman Z-Man had wel plaats bij Wasabi, dat de interesse had van Eugene. Dagmar heeft al een beschrijving gegeven. Het spelidee van Wasabi heb ik al wel meer gezien, maar de uitvoering, zowel speltechnisch als fysiek, vond ik erg de moeite waard. Ik ben blij dat Eugene het kocht, want dan kan ik het vast nog wel eens spelen.

Omdat ik toch wel benieuwd was naar Cthulhu Rising van Knizia zat er niets anders op dan me in hal 6 te begeven. Dit is de hal voor liefhebbers van live action role play en alles wat met fantasy te maken heeft. Voor mij een paar bruggen te ver, maar het levert soms aardige plaatjes op (zie Dagmars verslag). Daar vond ik de uitgever Twilight Creations, het meest bekend van Zombies!, ook niet helemaal mijn genre. Mogelijkheid tot proberen was er niet, een korte uitleg was wel mogelijk. Ik heb me daar ook nog Gravediggers van dezelfde auteur laten aansmeren, dat wel interessant leek, ondanks het macabere thema. Afgaande op de waarderingen op BGG moet dat een stuk fatsoenlijker zijn dan Cthulhu Rising. We zullen zien.

De anderen hadden een veilige afstand gehouden tot de stand (al kwam Eugene nog wel even de Bag o' Babes bekijken) en na mijn transactie maakten we nog een laatste gezamenlijke ronde om nog wat aankopen te doen. Nu was het tijd om de grote dozen in te slaan, die je anders maar de hele dag meezeult. In mijn geval waren dat Chicago Express en Pitch Car Stunt Race. Bij de stand van Ferti hadden ze een mooie Pitch Car-baan gemaakt, maar bizar genoeg mocht je die niet aanraken. Pitch Car is juist een spel om aan te raken, en als het gespeeld wordt trekt dat altijd een kleine menigte. Slecht marketingbeleid, als je het mij vraagt.

Voor het wisselgeld kocht ik nog twee kaartspelletjes van Pegasus, Tatort Themse en Circus Maximus. De laatste was bij een paar stands al uitverkocht, volgens een standhouder doordat het 'vrij goed schijnt te zijn'. In de Fairplay-lijst ben ik het nergens tegengekomen, dus ik vraag me af hoe populair het nu op de beurs was. Bij Pegasus hadden ze het in ieder geval nog wel.

Samenvattend: het was weer een leuke dag, en ik werd weer eens met de neus op het feit gedrukt dat een dag eigenlijk te weinig is. Je hebt dan maar weinig tijd om spellen te doen, waardoor ik hier weinig spelimpressies heb kunnen geven. De meeste aankopen heb ik gedaan op basis van gevoel, namen en uiterlijk. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd. Van de spellen die ik gekocht heb was er slechts eentje die de uiteindelijke Fairplay top-10 haalde, namelijk Diamonds Club. Aan de andere kant is de betrouwbaarheid van Fairplay niet altijd even goed. Het komt regelmatig voor dat spellen die daar hoog in eindigen uiteindelijk in de vergetelheid verdwijnen.

Hoe dan ook, ik heb weer aardig wat nieuwe spellen in mijn bezit. Over een maand hoop ik daar wat eerste indrukken van te geven.

zaterdag 25 oktober 2008

Spiel 2008: de tweede dag, het verslag van Dagmar

Na een nogal korte en onrustige nacht gingen Niek en ik voor de tweede dag naar de beurshal in Essen voor nog een dagje Spiel. We waren net na tien uur bij de Messe en konden dus op het grote parkeerterrein gaan staan (gelukkig niet weer de onbegrijpelijke parkeergarage). We pakten lekker de bus naar de ingang. Tot onze verbazing reed de bus niet naar de hoofdingang maar naar de zij-ingang. Dat zou meteen verklaren waarom het daar gisteren zo druk was. Bij de hoofdingang zijn ze bezig met werkzaamheden op de plaats waar normaal de bus stopt en dus wordt je naar een andere ingang gestuurd. Er stonden net als de dag ervoor flinke rijen, maar omdat we gisteren al twee extra kaartjes hadden gekocht konden we nu gewoon doorlopen. Binnen leek het gelukkig wel wat minder druk dan op donderdag.

We begonnen met wat winkelen in de tweedehandsstandjes. Eigenlijk koop ik er nooit wat, maar toch vind ik het leuk om er even een blik op te werpen. Ik hoopte nu om Oeps, mis! van Haba te vinden (Knapp daneben in het Duits). Dit spel heb ik dit jaar in een opruimingsuitverkoop op de kop getikt en was een doorslaand succes bij mijn collega’s. Eén collega in het bijzonder wil heel graag ook een exemplaar hebben, maar helaas is het spel nergens meer te krijgen. Helaas lag het ook niet bij de tweedehandsstandjes op Spiel, dus hiermee kon ik haar niet blij maken. Het is ook altijd grappig om te zien hoeveel geld er nog voor sommige tweedehands titels wordt gevraagd die tegelijkertijd op de beurs worden gedumpt. Je betaald dan voor een nieuw exemplaar minder dan voor een tweedehandsje. Die keus is natuurlijk snel gemaakt. Aan de andere kant liggen de tweedehands exemplaren er volgend jaar nog steeds voor ongeveer dezelfde prijs terwijl ze dan nieuw niet meer te krijgen zijn.

Vervolgens sloegen we nog wat nieuwe spellen in bij verschillende kraampjes en liepen we naar de Gipf-stand. Ik heb Tzaar een paar keer met Peter Hein gespeeld en vond het een leuk spel. Zelf hebben we dit spel niet en dus greep ik mijn kans om Niek dit spel ook een keer te laten doen. De regels wist ik ook niet meer, maar de auteur Kris Burm wist ze snel en duidelijk uit te leggen. Tzaar is, net als alle andere spellen in de Gipf-serie, een abstract spel. In Tzaar moet je proberen alle stukken van één van de drie soorten speelstukken van je tegenstander te slaan (of zorgen dat je tegenstander zelf in zijn beurt niet meer kan slaan). De regels zijn niet ingewikkeld en ben je binnen een paar zetten al lekker aan het spelen. Niek en ik hebben twee potjes gespeeld. Het was dat mijn budget al flink was uitgedund anders had ik het spel misschien wel meegenomen.

Vervolgens liepen we langs de kratjes met Agri-cola voor het goede doel. De cola zag er niet echt lekker uit, maar het idee is natuurlijk wel grappig. Vooral omdat toen ik mijn exemplaar van Agrícola (klemtoon an op de i) een paar maanden geleden bestelde bij een Nederlandse winkelier, deze toen bevestigde dat hij voor mij een exemplaar van Agricóla (klemtoon op de o) apart zou leggen.

Vervolgens wierpen we nog een blik op de Phalanx stand. Niek werd vooral aangetrokken door de het prototype van Battles of Napoleon. Wargames zijn niet zo mijn ding, maar Niek heeft een zwak(je) voor wargames waar Napoleon in voorkomen en dus moeten we altijd even kijken naar deze spellen. Dit prototype beviel hem zeker omdat dezelfde poppetjes die hij heeft gebruikt voor het nabouwen van de slag van Waterloo waren gebruikt als speelstukken in dit spel.

Vervolgens liepen we door naar de enige zaal waar we nog niet geweest waren (de grote zaal direct bij de hoofdingang). Maar net voor we daar naar binnen liepen zagen wij Drei Magier Spiele een leeg tafeltje met een driedimensionaal spel er op. Omdat Drei Magier een aantal leuke korte spelletjes heeft wilde ik dit spel graag proberen. Clickado, zoals het spel bleek te heten, is een soort omgekeerde mikado met magneetjes. Er hangt een klein magnetisch egeltje aan een rekstok en de spelers krijgen een stapel stokjes. De grootste stokjes hebben een magneetje in het midden en de middelste en korte stokjes zijn gewoon van hout. De spelers moeten proberen om al hun stokjes kwijt te raken. De magnetische stokjes zijn natuurlijk lekker makkelijk, maar het venijn zit hem in de houten stokjes. Ik vond het spel uiteindelijk een beetje tegenvallen. Het idee van het spel was duidelijk leuker dan de uitvoering. Er vielen te vaak stokjes af en dat gaat snel vervelen. Maar als het dan lukt om een aantal stokjes op te hangen, ziet het er wel geweldig leuk uit.

Vervolgens liepen we door naar de grote zaal. We zagen een leeg plekje bij Ticket to Ride met de nieuwe dobbeluitbreiding. Omdat de prijs voor deze uitbreiding nogal hoog is in vergelijking met het spelmateriaal dat je krijgt, was dit nou echt iets wat ik echt eerst wil proberen. In de dobbelvariant worden de treinkaartjes vervangen door de dobbelstenen. Je krijgt vijf dobbelstenen die je moet gooien om te bepalen wat je mogelijkheden zijn. Je mag vervolgens zo veel dobbelstenen als je wilt opnieuw gooien om het resultaat gunstig te beïnvloeden. Op de dobbelstenen staan symbolen voor enkele sporen, dubbele sporen, jokers en bestemmingskaarten. Om op een dubbelspoor te bouwen moet je net zo veel dobbelstenen afleggen als het betreffende spoor lang is. Idem dito voor enkel spoor. En als je tickets bij wilt trekken dan mag je zoveel kaarten pakken als je bestemmingskaartsymbolen hebt gegooid. Per twee dobbelstenen die je niet gebruikt mag je vervolgens een fiche pakken dat je later in kan zetten als enkel spoor of dubbelspoor. Zonder deze fiches kan je ook nooit een route van meer dan vijf claimen (want je hebt maar vijf dobbelstenen). Het meest opvallende aan deze uitbreiding is dat het spel ineens veel sneller gespeeld wordt. Iedere beurt wordt er gebouwd en de administratieve handelingen die betrekking hebben op de treinkaartjes hoef je niet meer uit te voeren. De speelduur halveert hier ongeveer door. Ik vond het best aardig om te doen, maar was na één keer niet overtuigd genoeg om de beursprijs van 15 Euro neer te leggen voor deze kleine uitbreiding.

Na nog een rondje te hebben gelopen en nog wat te hebben geshopt (I love spellenshoppen) kwamen we aan bij de stand van Amigo waar we een leeg tafeltje zagen met Herr der Ziegen er op. In dit spel spelen dezelfde bokken de hoofdrol als in Bokken Schieten. De bokken hebben alleen inmiddels een vak geleerd (van Elvis imitator tot monnik). De kaartjes zijn erg grappig en dat prikkelt de nieuwsgierigheid natuurlijk wel. In het spel loop je met je grote bok rondjes om de kaartjes die in een raster op de tafel liggen. Iedere beurt speel je een kaart met een plaatje en een nummer. Het nummer bepaald hoeveel stappen je grote bok moet zetten en het plaatje leg je voor je op tafel. Vervolgens pak je uit de rij waar je grote bok voorstaat één kaart op (het gat wordt weer opgevuld). Je kijkt daarna of er voor je op tafel rijtjes van dezelfde soort bokken zijn die een waarde van 8 of meer vertegenwoordigen. Als dit zo is mag je de resterende bokken van deze soort claimen (je zet er een klein bokje op). Aan het eind van het spel leveren de kaarten waar een klein bokje op staat punten op. Wij vonden Herr der Ziegen beide een grappig spelletje. Het speelt lekker vlot weg, maar er zijn genoeg manieren om elkaar dwars te zitten om het leuk te houden.

Ik begon inmiddels al wel een beetje moe te worden en dus besloten we nog één spelletje te gaan doen en daarna huiswaarts te keren. Bij Zoch zagen we een leeg tafeltje met een speelbord met een grappig poppetje er op en dus schoven we aan. Er bleek nog een andere tafel te zijn waar ook mensen zaten te wachten om dit spel uitgelegd te krijgen en dus stelde de uitlegger voor om deze twee tafels samen te voegen zodat hij in één klap het spel uit kon leggen. Wij vonden dit prima en het Duitse gezin ook. Het spel heet Professor Punschge en het bleek een soort deductiespel te zijn. De professor loopt over een paadje naar zijn huis via stapstenen. Eén speler neemt de rol van de professor op zich. Deze speler kiest een kaartje waarop staat op welke stenen de professor gaat staan (alle stenen behalve die in het bos). Hij legt vervolgens fiches neer op de stenen waarop de professor gaat staan en de andere spelers moeten zien te ontdekken via welke stenen de professor naar huis gaat. Dit is lastiger dan het klinkt omdat er heel veel variatie is op het bord (vorm, kleur, achtergrond, plaatjes, aantallen plaatjes, plaats op het bord) en er dus ontzettend veel manieren zijn waarop de professor kan lopen. Ik houd niet zo van dit soort spellen en was blij toen we de opdracht hadden opgelost. Het Duitse gezin vond het wel helemaal leuk en ik kon me dit ook wel voorstellen. Het is dus echt een spel dat je eerst moet proberen. Sommige mensen zullen het ontzettend leuk vinden, anderen juist helemaal niet.

We besloten terug te lopen naar de auto omdat we geen zin hadden om helemaal naar de zij-ingang te lopen waar de bussen naar de parkeerplaats stoppen. Na een klein kwartiertje stonden we bij de auto. Met enig passen en meten kregen we onze nieuwe aankopen in de achterbak bij de rest van de bagage en keerden we huiswaarts.

De oogst van dit jaar is geworden: Pandemie, Suleika, M, Die hängende Garten, Ghost Stories, Siedler von Catan Deutschland Edition, der Hexer von Salem, Auf der Reeperbahn, Flussfieber, Agricola X-deck, Die 3 Geboten, Space Alert en de Funkenschlag uitbreiding China/Korea. Op dit lijstje staan toch een flink aantal spellen die ik op mijn Spellenradar had staan (zie het blogje hierover). De meest opvallende ontbrekende is Zug um Zug Nordic Countries. Dit spel is echter wel mee naar huis gegaan, maar dan in de tas van Niek en het zou zo maar kunnen dat ik deze over twee weken voor mijn verjaardag ga krijgen.

donderdag 23 oktober 2008

Spiel 2008: de eerste dag, het verslag van Dagmar

Het jaarlijks spellenhoogtepunt begon natuurlijk met de rit naar Essen. Er waren wel wat files, maar al met al viel het mee en om elf uur kwamen we aan bij het beursgebouw. We werden naar de (voor ons tot nu toe onbekende) parkeerkelder geloodst om de auto te parkeren. Vandaar konden we met de voet (helaas rijden er geen bussen vanaf de parkeergarage naar de ingang) naar de zij-ingang alwaar we in een flinke rij aan moesten sluiten om onze kaartjes te kopen. Het duurde een klein kwartiertje, maar toen mochten we dan ook naar binnen.

Ons eerste doel was natuurlijk de sanitaire stop (gratis en schoon). Omdat we wisten dat Peter Hein en Eugène al binnen waren belden we hen even op en ze bleken in een aangrenzende hal te zijn. Net toen we daar naar toe wilden lopen kwamen we de eigenaar van de Spielewiese (Michael) tegen. Hij was ook net aangekomen en had helaas nog geen tips voor ons dus er zat niets anders op dan zelf de boel te gaan verkennen (en vervelend dat we dat toch vonden….).

Peter Hein en Eugène vonden we vervolgens bij de Go-stand waar Eugène zich stond te verlekkeren op een Go bord van meer dan 500 euro. Dit lag toch iets boven zijn budget en dus besloten we op zoek te gaan naar de veggi-meeples uitbreiding voor Agricola (houten graan- en groentefiches). De rij die voor de stand waar deze uitbreiding te vinden was, hadden we al snel gevonden en vol verwachting sloten we achteraan. De rij ging tergend langzaam omdat de speelstukjes nog uitgeteld en ingepakt moesten worden voor ze konden worden verkocht. Maar de hebzucht was groot, dus we hielden dapper vol. Na ruim een half uur in de rij te hebben gestaan (we waren net over de helft) was de stand door zijn voorraad heen. Rond drie uur zou een nieuw voorraadje arriveren. Dit was wel een beetje een koude douche. Eugène had Le Havre gereserveerd dus die wilde in de rij blijven staan. Peter Hein drong even giga voor en pikte de postkaart met kleine seizoens-uitbreiding en daarna besloten Niek, Peter Hein en ik om het wachten voor gezien te houden.

Na een snelle blik op de All Games winkel (afgeladen druk) liepen we door naar de volgende hal in de hoop een spelletje te kunnen doen. Bij Queen Games kwam net een tafel vrij waar je Batavia kon spelen en snel schoven we aan. Het leek dit jaar drukker op de beurs dan vorig jaar dus dan is het pakken wat je pakken kunt als het op spelen aankomt. Tenzij je bereid bent om in een stand te gaan wachten tot er een plek vrij komt, maar persoonlijk heb ik daar nooit zin in. Batavia werd in het Engels uitgelegd en al snel konden we van start. Batavia is een toegankelijk spelletje dat vlot wegspeelt. In het spel worden er elke ronde een aantal kaarten geveild en de opbrengst van deze veiling gaat naar de andere spelers. Met de kaarten kan je vervolgens investeren in de vloot van bepaalde landen en een stukje meevaren om exotische goederen op te pikken. Vervolgens kan je punten krijgen door meerderheden in de verschillende goederen te krijgen en door setjes van verschillende landen te sparen. Het spel was in drie kwartier gepiept. We hadden het alledrie best aardig gevonden, maar geen hoogvlieger (drie pionnen, met de kans dat het zakt als je vaker speelt).

Vervolgens hebben we weer een stukje gelopen en bij de Kaufhof een stapel spellen ingeslagen (daar lagen veel spellen voor lage prijzen). Ook liepen we even langs de stand van Friedemann Friese om daar Flussfieber en de nieuwe kaart voor Funkenschlag te kopen. Omdat het spel er toch mooier uitzag dan ik had verwacht en er het in een leuke combi met Flussfieber te krijgen was heb ik als gokje ook Die drie Gebote meegenomen. Tenslotte gaf Friedemann een kaartje met een fabriek voor Funkenschlag weg en daar heb ik er ook één van meegenomen.

Peter Hein en Eugène hadden ondertussen ook nog wat geshopt en we waren wel weer toe aan een spelletje. Bij de Rio Grande stand was een sta-tafeltje vrij en meer ruimte heb je niet nodig voor Dominion. Eugène had dit spel al een paar keer op internet gespeeld en kon het dus vlot uitleggen. Dominion is een kaartspel waar je met een paar kaarten begint en met klauwen vol kaarten eindigt. Je hebt vijf kaarten in je handen en deze kaarten mag je gebruiken om acties te doen. Je hebt kaarten waarmee je een actie kan uitvoeren, er zijn geld kaarten om nieuwe kaarten te kopen en er zijn puntenkaarten. Deze vijf kaarten leg je aan het eind van je beurt af en de voor de volgende beurt trek je weer vijf nieuwe kaarten van je trekstapel. Zodra je trekstapel op is mag je je aflegstapel schudden. De kaarten die je koopt komen dus telkens terug. Je hebt punten nodig om te winnen, maar als je te vroeg puntenkaarten koopt dan zitten er steeds meer punten in je stapel en daar kan je verder niets mee. Peter Hein en Eugène waren wel enthousiast over dit spel. Niek en ik vonden het niet zo geweldig (of zouden we slechte verliezers zijn). Ik had het gevoel dat als je het spel vaak genoeg doet er te weinig verschillende manieren zijn om een goede stapel op te bouwen en dat je dus misschien iedere keer hetzelfde gaat doen. Maar om daar echt wat van te zeggen moet je het spel vaker dan één keer doen.

We besloten om bij Z-man games te gaan kijken in de hoop daar Wasabi te kunnen spelen. We hadden geluk, er kwam net een tafeltje vrij dus snel schoven we aan. Wasabi is een spel waarbij je in je beurt telkens één ingrediënt voor Sushi mag neerleggen in een matrix. Alle spelers werken aan drie recepten tegelijkertijd. Als de ingrediënten voor jouw sushi-recept op een rijtje liggen is het recept klaar en krijg je er punten voor. Als de ingredënten ook nog op precies de goede volgorde liggen dan krijg je bonuspunten (groene wasabi-blokjes). We hebben alle vier een aangenaam half uurtje beleefd met dit spel. Het spel speelt lekker weg en ziet er echt waanzinnig goed uit. De wasabi-blokjes bewaar je bijvoorbeeld in een klein Japans kommetje en de recepten zitten in een echte menukaart.

Peter Hein wilde nog een aantal spellen kopen en dus liepen we nog een rondje. We kwamen in dit rondje onder andere in de zaal met magic-kaarten en LARP-atributen (life action role playing) terecht. Hier lopen mensen rond die zich helemaal hebben uitgeleefd op hun outfit. Peter Hein viel in deze zaal voor een heuse elf en ik heb een orkje geschaakt voor een foto. Het blijft heel grappig om al die nepzwaarden en middeleeuwse kostuums te zien hangen. Maar het is me weer gelukt om niets te kopen. We waren inmiddels uitgeshopt en dus besloten Niek en ik richting het hotel te gaan. Voor we vertrokken hebben we nog even snel een foto van de gezamenlijke oogst gemaakt. Ik was heel blij dat we onze bejaardentrolley weer mee hadden genomen. Peter Hein en Eugène moeten echt striemen in hun handen gehad hebben van al die tassen vol met spellen.

Op de terugweg naar de uitgang liepen Niek en ik langs de stand van QWG. Er was een plekje vrij voor Bloom en dus besloten we die die als afzakkertje nog even te proberen. Frank van QWG speelde een potje mee. Bloom is een legspelletje waar iedere speler negen tegels heeft met 1 tot en met 9 bloemenvelden er op. Deze tegels moet je aan de reeds geplaatste tegels aanleggen met als enige voorwaarde dat tenminste één veld van de tegel niet over een andere tegel heen ligt. Alle reeds geplaatste bloemvelden die je met jouw tegel bedekt leveren jouw in die kleur bloemetjes op die je om kan zetten in punten. Aan het eind van het spel zijn ook nog punten te verdienen door grote velden met bloemen over te hebben. Ik vond Bloom best aardig, maar minder leuk dan ik had gehoopt. Die Hängende Garten werkt ook met het gestapeld neerleggen van tegels en dat spel vond ik toch meer te bieden hebben. Ik vond het materiaal van Bloom wel heel mooi. De tegels zijn van een materiaal wat tussen papier en plastic in lijkt te zitten en wat heel plat is en dus goed stapelbaar.

Het was inmiddels ruim na half zes en dus liepen we echt door naar de parkeergarage. Het kostte wat moeite om de auto terug te vinden (de nummering in de garage begrepen we niet helemaal), maar gelukkig wisten we de aandacht van een parkeerwacht te trekken door een deur te openen die niet open mocht en daardoor activeerden we een inbraakalarm. De bewaker heeft ons (waarschijnlijk om meer onterechte alarmbellen te voorkomen) naar onze auto gebracht en toen zijn we naar ons hotel gereden.

Vandaag overdenkend heb ik het echt super naar mijn zin gehad. Ik heb leuke spellen gedaan (Wasabi was de leukste) en ik heb al een heerlijke stapel nieuwe spellen gekocht. Het was wel beduidend drukker op de beurs dan vorig jaar, maar nog niet zo druk dat het vervelend begint te worden. Ik heb dan ook al helemaal zin in morgen!