zaterdag 26 september 2020

Recensie: Marco Polo II: Op bevel van de Khan

Hun bordspel Marco Polo was een grote hit bij spelliefhebbers, maar het auteursduo Luciani & Tascini was nog niet helemaal tevreden. Teveel ideeën uit de ontwikkelfase hadden de definitieve versie niet gehaald. Bij een succesvol spel resulteert dat al snel in een handvol uitbreidingen. Maar soms is een uitbreiding niet genoeg om al die rijkdom aan inspiratie een plekje te geven en is een zelfstandig spel de enige uitweg. Ziedaar de beknopte ontstaansgeschiedenis van Marco Polo II.

Zoals je mag verwachten is de basis van het tweede deel identiek aan zijn voorganger. Ook hier reis je weer langs steden in Azië om daar handelsposten te stichten en verzamel je goederen om lucratieve handelscontracten te vervullen. Acties kies je weer door dobbelstenen in ze zetten. Hogere waardes geven meer flexibiliteit, maar zijn ook vaak gruwelijk duur om in te zetten.

Tot zover de overeenkomsten. De verschillen laten zich vooral samenvatten in één woord: méér. Nog meer dan het eerste deel is dit een echte puntensalade, met allemaal nieuwe manieren om punten te scoren. Zo vinden we hier een nieuwe grondstof, jade. Die heb je vaak nodig voor het reizen en vervullen van contracten. Je kunt er interessante deals mee sluiten op de warenmarkt, die er iedere ronde weer anders uitziet. Ook nieuw zijn de zegels, die een mooi bonusinkomen op kunnen leveren sommige steden beter bereikbaar maken. Die steden bieden lucratieve acties, die nog beter worden als je het juiste zegel hebt bemachtigd en opgewaardeerd.

Maar of je punten scoort met een uitgebreid netwerk aan handelsposten, vervulde opdrachten of opgewaardeerde zegels: uiteindelijk moet je gewoon na vijf rondes de meeste punten verzameld hebben om te winnen.


...en de waardering

Een belangrijk kenmerk van Marco Polo is schaarste: alles is krap bemeten en het spel gunt je weinig bewegingsruimte. Voor sommigen een grote aantrekkingskracht, voor anderen een bron van frustratie. Ik zit meer in het tweede kamp en zodoende was Marco Polo II voor mij een verademing. Er zijn veel meer verschillende acties beschikbaar en meestal hoef je maar een enkele dobbelsteen in te zetten. Vooral het reizen is er een stuk eenvoudiger op geworden. Je zit elkaar nog steeds regelmatig in de weg, maar het is hier een stuk makkelijker om je tactiek bij te sturen en toch je plan uit te voeren.

Dat heeft een prijs in de vorm van meer gedoe en toeters en bellen en daarmee ook complexiteit. Eenmaal opgezet ziet het bord er met alle symbolen en actievelden bijzonder intimiderend uit. Voor mij levert het per saldo een leuker spel op, maar hoe die balans uitvalt is een kwestie van smaak. In beide gevallen zullen liefhebbers van het eerste deel deze vast ook met plezier spelen.







Auteurs: Simone Luciani en Daniele Tascini
Uitgever: 999 Games (2020)
Aantal spelers: 2 tot 4, vanaf 14 jaar
Speelduur: 60-120 minuten
Prijs: ca 50 euro

Recensie: Overseers

Dat het coronavirus een streep zet door Spiel 2020 is voor veel spelliefhebbers een bittere pil. Nergens anders kun je namelijk tegen onverwachte spellen aanlopen die je elders niet maar vindt. Dat is het mooie van de beurs: je kunt niet alleen spellen doen bij de grote namen als Kosmos, Ravensburger en Days of Wonder, maar ook bij obscure uitgevers wier spellen anders onbekend blijven.

Een zo’n spel is Overseers, een doorgeefspel van Taiwanese origine. In dat genre moet je inmiddels iets speciaals uithalen om de aandacht te trekken. Bij Overseers zal bij de meeste mensen de vormgeving het meest in het oog springen: uitdagende, bijna soft-erotische illustraties in een Jugendstilachtige stijl.

Spellengekken geven uiteraard meer om de inhoud, en die bevat veel bekende kost. In drie rondes geven de spelers elkaar kaarten door met verschillende puntenwaardes. Maar Overseers heeft een twist: nadat alle kaarten rond zijn gegaan, leggen de spelers drie van hun kaarten open voor zich neer en twee gesloten. Vervolgens stemmen ze wie de hoogste score heeft. Deze gulzigaard kan zich bij dat besluit neerleggen of het ontkennen. In het eerste geval kies je twee kaarten om weg te leggen. Ontken je en blijk je bij de telling toch de meeste punten te hebben, dan bepalen de andere spelers welke je inlevert. Ben je valselijk beschuldigd, dan krijg je er juist kaarten bij, en dus punten.

Het spel wordt in drie rondes gespeeld, en elke ronde krijgen de spelers een bijzonder geïllustreerde karakterkaart. Deze geven je in verschillende fases een voordeel. De speler met de hoogste score na de derde ronde wint het spel.



...en de waardering

Met de grote concurrentie aan doorgeefspellen is het moeilijk om je te onderscheiden van de rest. Niet iedere variant is de volgende 7 Wonders en dat geldt ook voor Overseers. De beschuldigingsfase is een leuke noviteit die een interessant blufelement toevoegt. Daar staat tegenover dat de doorgeeffase wat futloos is, omdat de waarde van de meeste kaarten vastligt. Ook de variatie die de karakters toevoegen is vaak maar beperkt.

Bij elkaar is Overseers een niet onaardig kaartspel met unieke elementen, maar niet uniek genoeg om zich duidelijk in het genre te onderscheiden. Mensen met een zeker gevoel voor esthetiek kunnen daar overigens anders over denken.





Auteur: Guan Chi Huang
Uitgever: Thundergryph Games (2015)
Aantal spelers: 3 tot 6, vanaf 12 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: ca 20 euro

woensdag 23 september 2020

Recensie: Calico

Calico is een ander woord voor lapjeskat. En dat is een heel toepasselijk naam voor een spel waar je van lapjes stof een quilt gaat maken waarop katten graag willen liggen. De katten in kwestie zijn helaas niet snel tevreden en dus is het nog best een uitdaging om een goed kattenplekje voor ze maken van al die kleine stukjes stof.

Calico is een puzzelspel waarin de spelers aan het begin van het spel een leeg bordje krijgen waarop ze hun quilt gaan maken met zeshoekige tegels in verschillende kleuren en patronen. Het spel zelf is heel simpel: iedere ronde leg je uit je persoonlijke voorraad van twee zeshoekige tegels er één op je spelersbordje. Daarna vul je je voorraad weer aan door één van drie openliggende tegels te kiezen. Ten slotte vul je de plek van de gekozen tegel weer op door een tegel uit de zak te trekken.

De uitdaging in dit spel zit in het bepalen waar je elke tegel op je bordje legt. Je kan namelijk op drie verschillende manieren punten scoren door de juiste tegels naast elkaar te leggen. Aan het begin van het spel heeft iedere speler drie opdrachttegels op zijn bord gelegd. Om deze opdrachten te vervullen (en dus de punten te scoren) moet je de op de opdracht aangeven combinatie van kleuren of patronen rondom de opdrachttegel leggen. Maar je kan ook punten scoren door groepjes tegels in dezelfde kleur neer te leggen. Als je namelijk ten minste drie tegels van dezelfde kleur aangrenzend aan elkaar neerlegt, dan mag je een knoopje pakken (drie punten). 

En de laatste manier om punten te scoren is door je quilt zo te maken dat katten er op komen liggen. Aan het begin van het spel worden drie katten neergelegd die zo hun eigen ideeën hebben over hoe het plekje waar ze gaan liggen er uit moet zien (een bepaald patroon en een bepaalde vorm of aantal tegels).


Het spel is afgelopen als de bordjes vol zijn en dan worden de punten geteld. Wie dan de meeste punten heeft, wint het spel.

…en de waardering

Wat een leuk spel is dit! De regels zijn reuze simpel, maar je bent het hele spel lekker bezig doordat je moet puzzelen bent om de tegels zo te leggen dat ze zo veel mogelijk punten opleveren. Als je de tegels een beetje handig neerlegt, dan kan een tegel zelfs aan meerdere doelen bijdragen (bijvoorbeeld zowel de kleur voor een knoopje als het patroon om een kat te lokken). Natuurlijk komt het regelmatig voor dat die ene tegel die perfect zou passen net niet voorbij komt en moet je kiezen welk doel je opgeeft (wel het knoopje scoren en daarmee accepteren dat de kat niet bij jou komt liggen of andersom). Maar als de perfecte tegel wel voorbij komt, dan levert dat even zo’n heerlijk geluksmomentje op doordat even alles klopt. Dit spel is door zijn eenvoud en schattige thema aantrekkelijk voor families en gelegenheidsspelers, maar door het puzzelen uitdagend genoeg om ook bij verwende veelspelers in de smaak te vallen. Het zou me dan ook verbazen als dit spel niet heel veel harten gaat veroveren in de spellenwereld en daarbuiten.

 

Auteur: Kevin Russ
Uitgever: AEG, 2020
Aantal spelers: 1-
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: circa 35 euro

zondag 20 september 2020

Recensie: Arboretum

Mensen verzamelen van alles, tot bomen aan toe.  Een bomenverzameling heet met een moeilijk woord Arboretum. In het gelijknamige kaartspelletje mag je zelf een poging doen om prachtige bomen te verzamelen en deze zo te planten dat je er heerlijk tussendoor kan lopen.

In de doos van Arboretum vind je genummerde kaarten met afbeeldingen van  prachtige bomen. Afhankelijk van met hoeveel spelers je het spel speelt, gebruik je 6, 8 of 10 soorten bomen (iedere set bestaat uit 9 genummerde kaarten). Nadat de kaarten geschud zijn, krijgen alle spelers zeven kaarten en daarna kan het spel beginnen.

Aan het begin je beurt trek je altijd twee kaarten en daarna speel je één kaart en leg je één kaart op een eigen aflegstapel af. Op het moment dat je zelf kaarten moet trekken, mag je kiezen uit een blinde kaart van de trekstapel of een openliggende kaart van één van de trekstapels (waaronder die van jezelf). Je moet dus een beetje opletten dat je geen kaart aflegt waar je zelf niets aan hebt, maar waar een andere speler heel erg blij van wordt.

Maar waar wordt een speler nou blij van? Nou, van kaarten waarmee hij mooie looproutes langs bomen in zijn arboretum kan maken. Met de kaarten die je uit speelt, bouw je namelijk aan je arboretum. Je probeert hierbij zo veel mogelijk routes (horizontaal en verticaal aan elkaar grenzende rijtjes in oplopende waarde) te maken waarvan de laagste en hoogste kaart van dezelfde bomensoort zijn. Hoe langer zo’n rijtje is, hoe meer punten je bij de waardering scoort. Je mag kaarten in meerdere routes gebruiken. Als het je lukt om een rijtje van minimaal 4 kaarten lang in één soort te maken, dan scoor je daarvoor extra punten. En je krijgt ook extra punten als je de 1 en/of de 8 hebt gebruikt.

Het spel is afgelopen als de trekstapel leeg is. Het maakt niet uit dat er dan nog kaarten op de aflegstapels van de spelers liggen. Op dat moment maken de spelers bekend welke zeven kaarten ze nog in hun hand hebben. De speler(s) die van een bepaalde bomensoort de hoogste waarde over heeft, mag  één pad van bomen in die soort waarderen. De andere spelers krijgen niets. Wie de meeste punten haalt wint natuurlijk het spel.

…en de waardering

Ondanks de simpele regels, is Arboretum geen lichte kost, maar een echte hersenkraker. De regels zijn zo simpel: trek twee extra kaarten, speel uit je hand vervolgens één kaart en leg een kaart af. Maar oh, wat is het lastig om te bepalen welke kaart je speelt en welke je aflegt. Je moet er daarbij namelijk niet alleen op letten dat je zelf een mooi arboretum bouwt, maar ook opletten dat je van de bomen waar je mooie (waardevolle) routes hebt gebouwd aan het eind van het spel ook de hoogste waarde over hebt om die route te mogen waarderen en er dan ook nog op letten dat je geen kaarten aflegt waar een andere speler mooie dingen mee kan doen. Echt elke keus doet pijn omdat elke keuze die je maakt betekent dat je een kaart op twee andere manieren niet gebruikt (terwijl je dat vaak ook had gewild). Je wil zo veel in dit spel, maar je mag zo weinig. En die spanning levert veel speelplezier op.


Auteur: Dan Cassar
Uitgever: Renegade 2015
Aantal spelers 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 20-40 minuten
Prijs: circa 18 euro

woensdag 16 september 2020

Recensie: Keyflower

Bieden en mannetjes plaatsen zijn twee van de populairste mechanismen in bordspellen, maar je komt ze zelden samen tegen. Een uitzondering is de klassieker Morgenland, waarbij de spelers met fiches (‘mannetjes’) bieden op het recht een actie uit te voeren. Jaren later zien we deze combinatie terug in Keyflower, niet toevallig van dezelfde (co-)auteur.

Keyflower speelt in vier seizoenen, waarin telkens een aantal nieuwe tegels beschikbaar zijn. Die tegels stellen gebouwen voor waarmee je grondstoffen, gereedschappen, punten of meer mannetjes kunt verdienen. Met meeples in drie kleuren bieden de spelers op deze gebouwen om ze in te lijven in hun eigen dorp. Maar je kunt je meeples ook op een gebouw zetten om het voordeel direct te gebruiken. Gaat het gebouw uiteindelijk naar een medespeler, dan krijgt hij jouw mannetjes er gratis bij.

De grap is dat de meeples waarmee op een gebouw geboden wordt dezelfde kleur moeten hebben als degene die het gebouw gebruiken. Zo bepaalt de speler die als eerste een gebouw gebruikt of erop biedt welke kleur iedereen voor dat gebouw moet gebruiken. Handig als je veel mannetjes in dezelfde kleur hebt.


Vanaf het tweede seizoen mag je alle gebouwen die de spelers in eerdere rondes hebben gekregen nog steeds gebruiken. Zetten anderen hun mannetjes in op jouw gebouwen, dan mag je die houden voor de volgende ronde. Dat maakt het nog eens extra aantrekkelijk om gebouwen te verwerven.

De winter is het laatste seizoen en dan worden er alleen gebouwen aangeboden die flink punten op kunnen leveren voor de eigenaar. In deze ronde worden ook de schepen geveild die de voorgaande seizoenen nieuwe kolonisten (ja, echt) aanvoerden. Ook die schepen kunnen nog een leuke bonus opleveren. De speler die uiteindelijk de meeste punten in zijn dorp heeft gerealiseerd mag zich de winnaar noemen.


... en de waardering

Keyflower integreert op bijzonder ingenieuze manier twee populaire spelmechanismen. Dat werkt bewonderenswaardig goed. De keuze tussen bieden en inzetten is nooit gemakkelijk en soms moet je door de zure appel heen bijten en andermans gebouw gebruiken en hem zo jouw mannetjes geven. Daarbij moet je ook goed opletten dat de gebouwen die je verkrijgt een beetje bij elkaar passen. Het is handig als je zelf zwarte blokjes kunt produceren als een ander gebouw zwarte blokjes nodig heeft om veel punten op te leveren.


Dat Keyflower zo slim in elkaar zit, is ook een beetje een nadeel: het zit soms net te slim in elkaar. Ondanks de goed doordachte mechanismen wil het spel vaak niet echt tot leven komen. Alles werkt zoals het hoort, maar ik mis een beetje de bezieling in het spel. Dat leidt tot de wat paradoxale uitkomst dat ik Keyflower met plezier en veel bewondering speel, maar dat het uiteindelijk toch wat onbevredigend voelt. Met zo’n slim spelidee moet toch ook een meeslepend spel te maken zijn?







Auteurs: Richard Breese en Sebastian Bleasdale
Uitgever: Quined Games (2012)
Aantal spelers: 2 tot 6, vanaf 14 jaar
Speelduur: 90-120 minuten
Prijs: ca 40 euro

Recensie: Rondo

In een hobby waar de trend naar groter, complexer, langer en uitbundiger neigt kan het soms verfrissend zijn om eens een kort, sober en elegant spel te spelen. En wie anders dan Reiner Knizia kan dat soort spellen ontwerpen?

Rondo verscheen in 2012 en is dus alweer een paar jaar oud, maar het ontwerp is tijdloos. Hier geen fratsen met vergezochte thema’s en overdadige vormgeving. Nee, gewoon fraaie fiches plaatsen op een overzichtelijk bord.

Het bord is dubbelzijdig en op beide kanten staat een wiel met spaken afgebeeld, onderverdeeld in vakjes met cijfers in vijf kleuren. In je beurt mag je extra fiches uit de zak trekken of ze op het bord plaatsen. Je begint daarmee vanuit de as van het wiel, waarna iedereen fiches aan mag leggen aan reeds geplaatste. Komt de kleur van een fiche overeen met de kleur van een vakje, dan mag je er meerdere van die kleur leggen en scoor je voor ieder fiche de waarde van het vakje. Heb je de kleur niet, dan leg je een fiche dicht op een vakje, maar scoor je geen punten. Dit is aantrekkelijk als je zo een vakje kunt bereiken waar je flink mee kunt scoren, of als je de andere spelers wilt verhinderen dat te doen.

Op het wiel staan verschillende vakjes met een grijze achtergrond. Als deze allemaal bezet zijn wordt de ronde uitgespeeld en eindigt het spel. De speler met de meeste punten wint.

... en de waardering

Op het eerste gezicht doet Rondo erg denken aan het succesvolle Genius van dezelfde auteur: gekleurde fiches plaatsen, punten scoren en klaar. De verwantschap is duidelijk, maar Rondo is een stuk eenvoudiger en vriendelijker dan de grote broer. Je kunt je tegenstanders wel in de weg zitten, maar ze genadeloos blokkeren is er niet bij. Elkaar dwarsbomen is een stuk opportunistischer: liever slechts één fiche op die 5 leggen en minder goed scoren dan de ander de kans geven er wel drie op te plaatsen voor vijftien punten.

Waar Genius ook geschikt is voor de competitief ingestelde veelspeler is, is Rondo meer het vriendelijke alternatief voor alle leeftijden. De esthetisch aantrekkelijke vormgeving en de lekker in de hand liggende kunststof fiches dragen daar zeker aan bij. 

Auteur: Reiner Knizia
Uitgever: Schmidt Spiele (2012)
Aantal spelers: 2 tot 4, vanaf 8 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: ca 30 euro

donderdag 10 september 2020

Opgeruimd staat netjes: mijn spellenkamer

Sinds we in half maart allemaal thuis moesten gaan werken, werk ik aan de eetkamertafel in de woonkamer en werkt Niek in de spellenkamer. Het was daar nogal een bende (en dan zeg ik het netjes). In de loop van de jaren waren steeds meer dingen waarvan we even niet wisten wat we er mee wilden, in de spellenkamer gezet. Op de kasten stonden dan ook allemaal dozen met spullen waarvan veel hoognodig moest worden weggegooid. Ik had bovendien inmiddels meer spellen dan er in de kasten pasten waardoor er her en der nog wat stapels spellen stonden. De oude eetkamertafel waar Niek aan zat was bovendien te laag voor hem en had hij daarom (heel creatief) opgehoogd door stapels oude Suske en Wiskes onder de poten te schuiven. Ik heb geen before foto's gemaakt (sommige dingen wil je niet op internet zetten). We hebben in de afgelopen week de spellenkamer eindelijk eens grondig opgeruimd. Overbodige spullen (waaronder een stapel oude spellen en de oude eetkamertafel) hebben we naar de Kringloop of het Milieupark gebracht. We hebben een paar extra ladekastjes besteld die nog in een hoekje pasten en een nieuw in hoogte verstelbaar bureau gekocht. En alle spellen staan nu weer netjes in de kast. In dit blogje geef ik jullie een inkijkje in mijn spellenkamer en (tot nader order) thuiswerkplek van Niek.


Deze overzichtsfoto heb ik genomen vanuit de deuropening. 

Aan de linkerkant staan twee stellingkasten en is een tafeltje waar ik mijn Dominion-spullen en kratten heb gezet met daarin ziplockjes, bakjes en pokerfiches (reuze handig als je buiten speelt en iets zwaar zoekt om te voorkomen dat kaarten wegwaaien). 

Aan de rechterkant van de kamer staan zelfs drie stellingkasten. 


En achter de deur staan deze twee nieuwe ladekastjes. Ik ben heel blij met deze kastjes omdat ik er flink wat kleine spelletjes en troepjes in kwijt kan. 

In twee lades heb ik bijvoorbeeld kaartspelletjes opgeborgen. Enige nadeel is dat ze niet zo strak er in zitten dat ze soms nog een beetje open gaan. Maar elastiekjes drogen na verloop van tijd altijd uit en gaan dan aan de doosjes kleven, dat is ook niet fijn. Vooralsnog laat ik het dus maar zo.

Ik heb ook een la gebruikt voor al mijn kleine reisspelletjes. Die stonden eerst gewoon in de kast op de randjes van planken, maar dat zag er best een beetje rommelig uit. 


En ik heb een paar lades gevuld met rommeltjes, zoals vervangende scoreblokken voor roll & write spellen en losse speelstukken en dobbelstenen die ik in de loop der jaren heb verzameld (die zitten in het rode doosje met het Berlijnse stoplichtmannetje).


Ik heb natuurlijk geprobeerd om spellen een beetje soort bij soort te zetten. Dat lukt niet altijd, maar al mijn Ticket to Ride spellen staan nu lekker overzichtelijk bij elkaar. 


Ik heb veel losse troepjes die op de randjes van de planken stonden weggegooid of naar de Kringloop gebracht. Maar er zijn nog wel een paar dingen blijven staan waar ik aan gehecht ben. Zoals deze slangen. Die zijn gemaakt door mijn verstandelijk gehandicapte zus. Ze heeft de dopjes van flesjes bier en fris (waar iemand anders al een gaatje in had gemaakt) aan een ijzerdraadje geregen. Haar begeleiders hebben er een kop en staart (van een stukje tak van een boom) aan gezet.  Ik vind het leuk dat ik iets heb wat mijn zus heeft gemaakt en kijk er daarom graag naar. 

Ik ben heel blij dat de kamer netjes is opgeruimd. Ik ben benieuwd hoe lang het zo netjes blijft. 

zaterdag 5 september 2020

Recensie: Teotihuacan

De Midden-Amerikaanse stad Teotihuacán is een mysterie. Ooit woonden er meer dan 100 duizend mensen, maar het was al eeuwen verlaten toen de Azteken de ruïnes ontdekten en het de naam ‘Stad der Goden’ gaven. Over de oorspronkelijke bewoners is vrijwel niets bekend. Een ideale setting voor spelauteurs met een fascinatie voor het precolumbiaanse Midden-Amerika zoals Daniele Tascini, een van de twee auteurs van Tzolk’in.

In Teotihuacan beschik je over drie werkers in de vorm van dobbelstenen. Aan het begin zijn ze onervaren en hebben ze een waarde van 1. Je werkers reizen het bord rond langs acht verschillende locaties en bij het uitvoeren van een actie stijgen ze een niveau. Bij het bereiken van niveau 6 gaat een werker hemelen en wordt hij bijgezet in de befaamde Laan der Doden. Dat levert een leuke bonus op en een nazaat in de vorm van een vervangende werker die weer op het laagste niveau begint.

Met de acties kun je, wat een verrassing, grondstoffen verzamelen of deze spenderen voor het scoren van punten. Het systeem van grondstoffen nemen doet denken aan Marco Polo, een ander spel van Tascini: hoe meer werkers je inzet en hoe hoger hun waarde, des te meer je krijgt.

Er zijn legio manieren om punten te scoren, maar uiteindelijk levert het bouwen en verfraaien van de Grote Piramide de meeste punten op. Wie daarvan na drie rondes de meest heeft verzameld wint het spel.


...en de waardering

In de basis lijkt Teotihuacan een soort eendimensionaal Istanbul. Je reist voortdurend rondjes langs dezelfde locaties om zo efficiënt mogelijk grondstoffen te verzamelen en om te zetten in punten. De extra dimensies zitten in andere zaken: technologieën waarmee je acties profijtelijker kunt maken, tempelsporen voor gratis punten, grondstoffen en cacao en overal kun je tegels oppikken voor eenmalige bonussen.

Leest u daar cacao? Al lang voordat Belgen en Zwitsers ontdekten wat je daar allemaal mee kon doen wisten de oorspronkelijke bewoners aan gene zijde van de oceaan dit goedje op waarde te schatten. Voortdurend heb je cacao nodig om je mannetjes iets te laten doen en na elke ronde krijgen ze nog eens een vast salaris. Zelfs de goden vereren doen ze niet gratis.


Die voortdurende behoefte aan cacao zorgt voor nog weer een extra puzzelelement. Dat wil nog wel eens leiden tot een moeizaam en stroperig spel, maar omdat individuele acties kort en snel zijn valt dat hier wel mee. Helaas geldt dat niet voor de administratie bij dit spel. Met zeer grote regelmaat moet je weer ergens een schijfje verschuiven, bonuspunten geven of meer van dat gedoe. Dat haalt de vaart uit het spel en anders wordt het makkelijk vergeten, wat het verloop van het spel toch beïnvloedt. Maar al werpt dat wel een smet op het spelplezier, Teotihuacan is een aanwinst voor de liefhebber van het stevige puzzelspel.







Auteur: Daniele Tascini
Uitgever: Jumping Turtle Games (2019)
Aantal spelers: 2 tot 4, vanaf 14 jaar
Speelduur: 90 tot 120 minuten
Prijs: ca 45 euro

dinsdag 1 september 2020

Maandoverzicht: augustus 2020 (Dagmar)


Twee jaar terug zijn Niek en ik mee geweest met de BGG@SEA-cruise naar Alaska. Dat was echt een fantastische vakantie. Alaska was prachtig en het was echt super leuk dat er aan boord van de cruiseboot een soort mini-spellenbeurs was waar je lekker veel nieuwe spellen kon proberen en leuke nieuwe mensen kon leren kennen. Dit jaar zou de BGG@SEA-cruise nog leuker worden: een extra lange cruise van Vancouver naar Japan met zeven zeedagen (lees: spellendagen). Wij hebben ons vorig jaar meteen aangemeld toen dat kon en vanaf dat moment begon voor mij het aftellen. Toen in het voorjaar het corona-virus steeds meer om zich heel begon te grijpen en er op cruiseschepen grote uitbraken waren, werd langzaam duidelijk dat de cruise dit jaar niet door zou gaan. Door het virus is onze droomvakantie dus veranderd in een staycation in ons eigen huis. En alsof dat nog niet zuur genoeg is, is het de hele zomer (terwijl wij werkten)  geweldig weer geweest, maar begon de herfst op de eerste dag van onze vakantie met flink lagere temperaturen, veel regen en wind. Dat drukt de pret natuurlijk wel een beetje, maar we zijn blij dat we vakantie hebben en vermaken ons met de dingen die wel kunnen: musea’s, dierentuinen, netflix, boeken en natuurlijk bordspellen.

Aan het begin van de maand had ik ook nog een spellendagje met Anton, Peter Hein en zijn jongste dochter. Op spellengebied had ik deze maand dus niets te klagen en kwam er 64 keer een spel op tafel en speelde ik 9 spellen voor het eerst. Over Parijs: De lichtstad schreef ik al een recensie (zie hier) en Pechvogel en Konijnen Hokken heb ik besproken in mijn blogje over de nieuwe Tiny Tins (zie hier), dus deze spellen sla ik in dit maandoverzicht over.

Stay Cool is een nieuwe partygame waarin het niet meevalt om je hoofd koel te houden (lees hier de recensie van Peter Hein over dit spel). In dit spel moet je binnen twee minuten tijd verschillende simpele vragen beantwoorden en eenvoudige opdrachten uitvoeren. Dit klinkt niet heel uitdagend, maar dat is het wel omdat je tegelijkertijd een vraag en een opdracht krijgt en je dus twee dingen tegelijkertijd moet doen. En dat kunnen mensen helemaal niet. Dit zorgt voor stress voor de speler die zich door de vragen en opdrachten zwoegt en hilariteit bij de toekijkende spelers. Bij de tweede en derde ronde komt er nog een extra uitdaging bij doordat je zelf de tijd in de gaten moet gaan houden (de zandloper omdraaien). Ik heb me kostelijk vermaakt met dit spelletje. Het is confronterend om te constateren hoe lastig het is om zelf meerdere simpele dingen tegelijkertijd te doen en het is hilarisch om andere spelers hier mee te zien worstelen.

Marco Polo II: Op bevel van de Khan is de opvolger van het pittige bordspel In de voetsporen van Marco Polo. Ik heb In de voetsporen van  Marco Polo twee keer gedaan. Het is een flink pittig spel met heel veel mogelijkheden waarin je altijd te weinig van alles hebt om te doen wat je wilt. De eerste keer liep ik helemaal vast en vond ik er daardoor weinig aan. De tweede keer ging het beter en beleefde ik wat meer lol aan het spel, maar dit type spel is en blijft niet mijn kopje thee. Marco Polo II lijkt erg op zijn voorganger, maar ik heb de indruk dat het spel iets vergevingsgezinder is doordat het lastiger is om je zelf in een hoek te manoeuvreren waar je niets meer kan (zoals ik in mijn eerste potje Marco Polo gedaan had). Ook in dit spel is het spelbord ontzettend intimiderend. Er staat zo veel op dat je je aan het begin van de uitleg afvraagt of je het allemaal zal gaan onthouden. De uitlegger is dan ook best een tijdje aan het woord voor je aan het spelen kan gaan. En op dat moment heb je werkelijk geen idee wat je moet gaan doen omdat er zo veel mogelijkheden zijn. En de truc is dan om maar gewoon iets te kiezen en dat te gaan proberen. Ik had van In de voetsporen van Marco Polo onthouden dat reizen heel belangrijk was dus daar ging ik me maar op richten. En dat lukte me nog best aardig. De andere spelers kozen andere strategieën en na een paar rondjes begonnen de verschillende onderdelen van het spel een beetje op hun plaats te vallen.  Ik heb me best vermaakt met Marco Polo II, maar ook dit spel is niet helemaal mijn ding. Daarvoor duurt het spel me te lang en is het te complex. Prima spel dus, maar ik ben niet de doelgroep.

Koryŏ is een kaartspel uit Korea. Het spel duurt acht rondes en in iedere ronde krijg je een aantal kaarten en kies je hiervan één soort uit die je vervolgens speelt. Voor iedere soort wordt vervolgens gekeken welke speler de meeste van die kaart heeft en die speler mag de speciale actie die bij die soort hoort uitvoeren. De niet gekozen kaarten worden vervolgens weer met de trekstapel geschud voordat de kaarten voor de nieuwe ronde worden gedeeld. Ik vond dit een grappig spelletje waarin het nog niet meevalt om te bepalen welke kaarten je wilt houden. Niet alleen moet je rekening houden met welke actie je graag wil uitvoeren, maar je moet ook nog eens inschatten of je wel de meerderheid gaat krijgen. Het spel speelde lekker vlot weg. Prima tussendoortje dus.

Pocket Escape Room: De Vloek van de Sphinx is een escaperoomkaartspelletje. Ik vind het erg leuk om escaperoom spellen te spelen en heb goede herinneringen aan de andere spellen uit deze serie die ik gedaan heb. Maar mijn lieftallige echtgenoot houdt niet zo van dit genre spellen. Ik hoopte hem met het thema van dit spel over de streep te trekken. En dat lukte! En zo begonnen we met zijn tweeën aan dit avontuur in een doosje. Helaas kwamen we al snel raadsels tegen waar we geen snars van begrepen. Soms snapten we ze nog steeds niet als we de hint of zelfs de oplossing hadden bekeken. En dan zakt het speelplezier snel weg. Niek haakte dus na een tijdje af en ik heb het spel in mijn eentje uitgespeeld. Waarbij ik moet bekennen dat ik vooral het verhaaltje van het spel heb bekeken en de raadsels vaak al snel opgaf. Dit spelletje haalde wat mij betreft het niveau niet van de andere Pocket Escape Room-spellen. Jammer, want het thema vond ik wel erg leuk verwerkt.

Songbirds is een schattig abstract kaartspelletje. Het spel bestaat uit vier sets genummerde kaarten met schattige vogeltjes er op. Eén kaart komt in het midden van een vijf bij vijf raster te liggen, één andere kaart gaat uit het spel en van de rest van de kaarten krijgen beide spelers de helft. Vervolgens leg je om de beurt een kaart uit je hand in het raster neer. Zodra een rij of kolom vol is wordt gekeken welke vogel daar de hoogste score haalt. Deze vogel krijgt het puntenfiche dat bij deze rij of kolom hoort. Aan het eind van het spel hebben beide spelers nog één kaart over en dit is de vogel waar zij de punten van scoren. En natuurlijk wint dan de speler met de hoogste score. Ik houd van spellen die met simpele regels toch voor interessante keuzes kunnen zorgen en Songbird is zo’n spel. Je legt iedere ronde een kaart aan, maar het is vaak lastig kiezen welke kaart je wil spelen. Je wil natuurlijk de vogel die de meeste punten scoort over houden, maar die vogel heeft dus een kaart minder in het spel waardoor het lastiger is om daar de meeste punten mee te scoren. En je probeert ondertussen ook nog in te schatten voor welke vogel de andere speler gaat en die te blokkeren met de vogels waar je niet voor gaat. Dit levert een leuk kwartiertje speelplezier op.

Arboretum is ook een schattig abstract kaartspelletje, maar dan wat pittiger en daardoor nog leuker dan Songbirds. In dit spel speel je met genummerde kaarten waarop prachtige bomen staan afgebeeld. Aan het begin van het spel krijg je zeven kaarten. Tijdens een beurt trek je twee kaarten en leg je vervolgens van de negen kaarten die je dan hebt een kaart op tafel in je eigen bos en een andere kaart af. Iedere speler heeft een eigen aflegstapel en tijdens de trekfase mogen alle spelers in plaats van te trekken van de dichte trekstapel ook de bovenste kaart van een aflegstapel (waaronder die van henzelf) pakken. Met de kaarten die je op tafel legt bouw je een bos waarbij je probeert paadjes te maken van oplopende (maar niet verplicht opvolgende) waardes waarbij de hoogste en laagste kaarten van dezelfde boomsoort zijn. Als de trekstapel op is, worden de bossen gescoord. Eerst leggen alle spelers hun resterende zeven kaarten op tafel. Alleen de spelers die de hoogste waarde van een boomsoort hebben, scoren punten voor die boomsoort. Je scoort dan net zo veel punten als je paadje lang is, waarbij je nog bonuspunten kan krijgen als alle bomen van dezelfde soort zijn of de één of de acht in de rij zitten. Dit spel zit vol duivelse dilemma’s doordat je altijd een kaart moet afleggen terwijl je dat eigenlijk helemaal niet wil. Niet alleen kan de andere speler die kaart pakken, maar je zou er vaak zelf ook wat leuks mee kunnen. Vervolgens moet je niet alleen leuke paadjes met bomen bouwen waarbij je probeert bomen slim in meerdere paden op te nemen, maar er ook nog voor zorgen dat je wel genoeg kaarten over hebt aan het eind om in die kleur de  hoogste waarde te hebben. Elke beurt heb je dus negen kaarten waar van je er graag meerdere wil spelen, maar dat om verschillende redenen niet mag en je er ook nog een kaart van moet afleggen terwijl je dat eigenlijk helemaal niet wil. Kortom ook weer een spel met simpele regels maar vol met lastige keuzes en dus veel speelplezier.