vrijdag 31 juli 2020

Recensie: Carpe Diem

Alea was aan het begin van deze eeuw hét merk dat je als spellenliefhebber goed in de gaten hield omdat er interessante, innovatieve spellen verschenen. Alea is sindsdien blijven doen wat het toen ook deed, maar de spellenwereld is wel veranderd. Zo is het uiterlijk van spellen veel belangrijker geworden en op dat punt slaat Alea tegenwoordig regelmatig de plank mis. En dat is jammer, want veel van de spellen die onder dit label uitgebracht worden zijn nog steeds zeer de moeite waard. Twee jaar geleden verscheen Carpe Diem bij Alea. Het spel is echt een grijze muis in het spellenschap door de grijze doos en de kleurloze en fantasieloze afbeelding op de doos. Het spelmateriaal ziet er helaas niet veel beter uit, met veel nauwelijks van elkaar te onderscheiden groen en bruintinten. Ik snap dus dat veel mensen dit spel geen tweede blik waardig hebben gegund, maar misschien is er ook in dit geval more than meets the eye…

In Carpe Diem zijn de spelers Romeinse patriciërs die een nieuwe wijk gaan volbouwen. Iedere speler krijgt een vier kartonnen stroken waar je een vierkant van maakt waarbinnen je het raster plaatst waarop de wijk gebouwd gaat worden. 

De kern van het spel is de manier waarop je de tegels selecteert waarmee je je wijk bouwt. Centraal op de tafel ligt een ander bord waarop in groepjes van vier de gebouwen staan die je kan gaan bouwen.Aan het begin van het spel plaats je je pion bij een van deze groepjes en kies je hier een gebouwtegel van af. Op sommige tegels staan complete gebouwen (bijvoorbeeld een bakkerij), op andere staan delen van één of meer gebouwen (bijvoorbeeld villa’s)  of landschappen (bijvoorbeeld een vijver). Deze tegel leg je ergens op je bordje neer. Alle groepjes met gebouwen zijn via twee verbindingen verbonden met andere groepjes. Als je weer aan de beurt bent moet je via deze verbindingen naar één van deze groepjes gaan en daar een tegel pakken. Deze tegel leg je vervolgens op je eigen spelersbordje neer. De tegel moet je daarbij wel horizontaal of verticaal grenzend tegen een eerder gelegde tegel aanleggen. Heel vaak kan je dus niet direct bij de tegel komen die je eigenlijk wilt, maar moet je een beetje plannen via welke stapjes je er kan komen en dan maar hopen dat niemand hem voor je neus heeft weggepakt.

Dit bouwen doe je natuurlijk niet voor niets, maar levert op verschillende manieren direct en indirect punten op. Aan het eind van ieder van de zeven rondes volgt een waardering van twee elementen die je zelf mag kiezen door een fiche te leggen tussen kaartjes waarop deze elementen staan. Elk plekje kan echter maar één keer gekozen worden, dus je moet wel opletten wat de anderen doen om zo te voorkomen dat het plekje dat jij wilde al weg was voor je aan de beurt was om te kiezen. Aan het eind van het spel volgt dan nog een waardering waarbij veel punten te scoren zijn als je gebouwen en landschappen op de juiste plek hebt gebouwd. Op de stroken waarmee je je wijk hebt afgebakend staat namelijk aangegeven in welke kolommen en rijen je punten kan scoren als je er een bepaald gebouw of landschap gebouwd hebt. Verder leveren je afgebouwde villa’s bij de eindwaardering ook nog punten op (hoe groter een villa is, hoe meer punten hij oplevert).

De speler met de meeste punten wint vervolgens natuurlijk het spel.






…en de waardering

Zoek de verschillen
Bruin vs Geel
Donker vs Licht Groen

Het wordt echt tijd dat Alea een nieuwe vormgever in de hand neemt. Carpe Diem ziet er ronduit saai uit en (alsof dat nog niet erg genoeg is) lijken sommige kleuren zo sterk op elkaar dat het lastig is om ze uit elkaar te houden. En dat is jammer want het is een erg leuk spel om te doen. Het is een rasechte puntensalade die verstopt zit onder een uitdagende logistieke uitdaging om aan de juiste tegels te komen om je wijk te bouwen. Je moet daarbij zowel de korte termijn doelen (het scoren van punten aan het eind van een ronde) als de lange termijn doelen (de eindwaardering)  goed in de gaten houden. Het spel speelt lekker met alle spelersaantallen doordat van de groepjes tegels de laatste (bij drie spelers) of de laatste twee (bij twee spelers) worden weggehaald zodra de andere tegels worden gekozen.

 

Auteur: Stefan Feld
Uitgever: Ravensburger, 2018
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 45-75 minuten
Prijs: circa 35 euro

zaterdag 25 juli 2020

Recensie: Herrlof


Slagenspelletjes, ik ben er dol op. Het is alleen jammer dat de meeste slagenspellen pas leuk worden als je met meer dan twee spelers bent, zeker in deze tijd van social distancing. Maar gelukkig zijn er uitzonderingen op deze regel en verscheen recent daarvan een nieuw voorbeeld: Herrlof.

Herrlof is een slagenspel voor twee of drie spelers dat duidelijk leentjebuur heeft gespeeld bij twee slagen-toppers, namelijk De Vos in het Bos en Wizard. Uit De Vos in het Bos heeft Herrlof geleend dat sommige kaarten een speciale eigenschap hebben. Zo mag je als je met een 6 een slag wint, een kaart uit de hand van de andere speler trekken en die als je wilt houden (dan moet je wel een kaart uit je eigen hand terug geven natuurlijk) en als het je lukt om met een 1 een slag te winnen, dan mag je zelfs een slag van een andere speler afpakken.

Van Wizard heeft Herrlof geleend dat je aan het begin van iedere ronde moet voorspellen hoeveel slagen je gaat halen. Je doet dit in het geheim zodat je niet weet wat de andere speler(s) heeft/hebben voorspeld. Aan het eind van een ronde krijg je net zo veel punten als je slagen hebt gehaald én tien bonuspunten als je het door jou voorspelde aantal slagen hebt gehaald. Je kan verder nog bonuspunten scoren als je exact drie of vier slagen hebt. Verder zijn er nog twee bijzondere kaarten die doen denken aan de Nar en Tovenaar uit Wizard. Met de ene bijzondere kaart pas je als het ware en win je dus de slag niet (tenzij alle spelers op deze manier passen, dan wint de eerste speler). Met de andere kaart vernietig je de slag waardoor hij uit het spel verdwijnt. Niemand wint dan die slag.

Er worden maximaal tien rondes gespeeld of tot de ronde waarin een speler door de magische vijftig punten grens gaat. Wie dan de meeste punten heeft, wint het spel.

…en de waardering

Ik vind Herrlof tegelijkertijd een leuk en een frustrerend spel. Dat komt doordat de speciale kaarten en speciale eigenschappen net te veel chaos veroorzaken waardoor het erg lastig is om goed te voorspellen hoeveel slagen je gaat halen. In Wizard heb je alleen te vrezen van de Nar (waarmee je slagen ontwijkt) en de Tovenaar (een soort supertroef). Dat is al lastig genoeg. Maar hier komen er nog de zessen bij waardoor er zo maar een goede kaart uit je hand kan worden getrokken en de enen waardoor slagen die je gehaald hebt ineens toch naar de ander gaan. Daar valt niet tegen op te voorspellen. De chaos en onvoorspelbaarheid van de speciale kaarten en eigenschappen zorgen daardoor dus regelmatig voor frustratie als alles de verkeerde kant op valt. Maar ze zorgen ook voor blijdschap als het een keer wel lukt om je voorspelling te doen uitkomen door slim gebruik te maken van de speciale kaarten en eigenschappen. En door de hoop dat ik de chaos nog een keer onder controle krijg, krijgt dit spel toch iets verslavends waardoor ik het telkens opnieuw wil spelen. Misschien zelfs tegen beter weten in.







Auteur: Alexander Kneepkens en Inge van Dasselaar
Uitgever: Jolly Dutch, 2020
Aantal spelers: 2-3
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 13 euro

Ticket to Ride: Blijf thuis knutselproject

Days of Wonder heeft een print and play uitbreiding uitgebracht voor Ticket to Ride, speciaal voor deze tijd waarin mensen in veel landen zo veel mogelijk thuis moeten blijven om de verspreiding van het Corona-virus onder controle te krijgen. In deze uitbreiding blijf je ook op het speelbord thuis (lees hier de recensie die ik eerder schreef). Ik vond het alleen een beetje gek om vervolgens routes te bouwen met treinen in deze editie. Het leek me leuker als de treinen vervangen zouden worden door een wat huiselijker voorwerp, zoals sokken. Nou heb ik niet zo veel knutsel-talent, maar sokken kleien leek me zelfs voor mij haalbaar. En dus bestelde ik online vier pakjes fimo-klei in de kleuren van de gezinsleden (blauw, groen, roze en oranje)  uit de Blijf Thuis uitbreiding en ik ging aan de slag. In dit blog zal ik stap voor stap laten zien hoe ik mijn sokken heb gekleid en wat het resultaat is geworden.

Om bij het begin te beginnen. Ik heb fimo-klei gebruikt. Er zijn vast andere merken die ook geschikt zijn, maar ik koos deze omdat ik dit merk van naam ken. Ik had bij het bestellen alleen op de kleur gelet en verder niet om de omschrijving. Bij het bezorgen bleek ik drie verschillende soorten fimo-klei besteld te hebben: de normale, een effect klei (met kleine glitters er in) en de soft variant. Uiteindelijk heb ik met alle vier kunnen doen wat ik wilde, maar de moeite die het kostte verschillende wel enorm. De reguliere fimo-klei is echt loeihard en heel korrelig. Die moet je heel lang kneden voor je er wat mee kan. De effect-klei was al iets beter hanteerbaar, maar nog steeds erg hard. De zachte klei was met grote afstand het prettigst om mee te werken. Een tip die ik op internet vond was om de klei voor gebruik op een warme kruik te leggen om hem beter hanteerbaar te maken (kruik van te voren even in aluminiumfolie wikkelen en ook iets over de klei leggen om de warmte lekker vast te houden). Deze tip maakte mijn klei-leven een stuk makkelijker. 

De eerste stap was telkens (nadat ik de klein lang genoeg gekneed had om hem goed hanteerbaar te maken) om kleine rolletjes te maken.

Daar maakte ik vervolgens een kleine buiging in en duwde ik de sok een beetje plat. Ik heb er op gelet dat ze allemaal dezelfde kant op buigen omdat ik dat er leuker uit vond zien. 

Vervolgens drukte ik met een verbogen paperclip bij de hiel en de tenen een half rondje in de klei. 

En daarna duwde ik met een rechte kant van de paperclip aan de bovenkant een horizontaal streepje en vervolgens haaks daarop wat kleine streepjes om de bovenste rand van de sok te maken. 

Als laatste stap duwde ik met en cocktailprikker de randjes een beetje recht. 

Nadat ik voor elk van de vier kleuren 32 sokken had gekleid (dat zijn dus in totaal 128 sokken), heb ik nog vier tel-stenen gemaakt. Ik had niet meer inspiratie dan om er een soort afgeplatte knikkers van te maken. 

Ik had op internet gelezen dat het heel belangrijk is dat je de oven niet te heet zet bij het afbakken. Met bakken heb ik meer ervaring dan met kleien en ik weet daardoor dat ovens niet altijd heel netjes precies de temperatuur hebben die is ingesteld. Ik heb daarom eerst één sok gebakken om te kijken of hij als ik mijn oven op de voorgeschreven 110 graden (ik heb een heteluchtoven) had ingesteld, er na een half uur netjes uit kwam. Dat bleek het geval en daarna heb ik de rest van de sokken gebakken. 

En toen konden Niek en ik een potje Ticket to Ride: Blijf Thuis gaan doen waarin onze familieleden hun sokken door het huis lieten slingeren. Mijn sokken heb ik misschien nog wat te groot gemaakt, maar met twee spelers lukt het prima en zag het er grappig uit. Echt handige Harries of Harriëttes hadden het vast ook voor elkaar gekregen om de sokken in verschillende maten te maken. Het baby-broertje heeft in mijn exemplaar net zulke grote sokken als zijn ouders. Laten we het er op houden dat die gewoon op de groei zijn gekocht. 

Moraal van het verhaal: het idee was beter dan de uitvoering. En ik heb ontdekt dat ik vrij weinig lol aan kleien beleef. Maar het hield me wel weer een middag van de straat en dat past dan wel weer goed bij het thema.

zondag 19 juli 2020

Recensie: De Crew

Als iets te mooi is om waar te zijn, is het meestal niet waar. Slagenspellen en samenwerkingsspellen zijn twee van mijn favoriete spelgenres. Toen ik dus hoorde van De Crew, dat die twee combineert, voelde ik een mengeling van enthousiasme en scepsis: kan het echt wat zijn?

Het slecht passende thema helpt alvast niet: spelers werken samen in missies om de voorheen onbekende negende planeet van het zonnestelsel te ontdekken. De missie-omschrijvingen komen niet direct in aanmerking voor literaire prijzen en wekken eerder de lachlust op dan nieuwsgierigheid naar wat het spel nu weer in petto heeft.

Gelukkig wordt met handige symbolen en een kernachtige omschrijving duidelijk gemaakt wat iedere missie de bedoeling is. Meestal betekent dit dat de spelers vooraf een bepaalde slag moeten claimen. De missie slaagt als iedereen zijn of haar geclaimde slagen heeft gehaald.


Dat werkt zo: van alle kaarten in het spel is er ook een kleine versie, waarvan er een aantal wordt omgedraaid. Om beurten nemen de spelers een van die kaarten, tot ze allemaal verdeeld zijn. Het kan dus zijn dat jij de slag moet halen waar de roze 3 in zit, je buurvrouw die met de gele 9, enzovoort. De missie is geslaagd als iedereen ‘zijn’ slagen heeft gehaald en mislukt direct als iemand een slag haalt die voor een ander bedoeld was.

Naarmate het spel vordert worden de opdrachten lastiger. Soms moeten de slagen in een bepaalde volgorde gehaald worden, of gelden er heel andere voorwaarden. Je kunt zoveel missies spelen in een spelsessie als je wilt. Alle vijftig in één ruk uitspelen lijkt me een uitdaging, drie tot vijf per keer is zeker haalbaar.


...en de waardering

Soms, heel soms, is de waarheid zo mooi als ze lijkt. Dat is het geval bij De Crew. Na een soms onwennige start kom je met je team snel op gang en raak je steeds beter op elkaar ingespeeld. Voor liefhebbers van teamspellen zoals Tai Pan, klaverjassen en bridge is De Crew vooral erg geschikt. Alles draait om het samenspel met je partners, alleen is er nu geen ander team dat je dwarszit. Het spel zelf is al lastig genoeg. Soms is het spel ook grillig. Een missie is een stuk lastiger als alle te behalen slagen van dezelfde kleur zijn, en soms valt het allemaal net verkeerd. Maar van je fouten leer je, en ook met een slecht gezind lot moet je om zien te gaan. Met vijftig missies is het speelplezier waarschijnlijk eindig, maar tot die tijd is het een bijzondere ruimtereis.







Auteur: Thomas Sing
Uitgever: 999 Games (2020)
Aantal spelers: 3-5, vanaf 12 jaar
Speelduur: 15 tot 60 minuten
Prijs: ca 15 euro

woensdag 15 juli 2020

Recensie: Catan: Kosmonauten

To boldly go where no one has gone before”. Deze missie uit Star Trek is door Klaus Teuber met zijn succesvolle Catanfamilie inmiddels wel zo’n beetje voltooid. Het is nog geen Monopoly, maar er lijkt inmiddels geen thema meer te bestaan of er bestaat een Catanversie van. Inderdaad, inclusief Star Trek.

In zo’n geval zit er weinig anders op dan oude bestemmingen opnieuw te bezoeken. Dat is wat er is gebeurd met de oorspronkelijke ruimteversie van Catan, Sternenfahrer. Dit twintig jaar oude spel was destijds best succesvol, maar heeft dat succes minder lang vol kunnen houden dan het origineel. Tijd dus voor een bijgewerkte versie, die nu ook in het Nederlands is verschenen. Catan is hier tenslotte nog een stuk populairder dan aan het begin van de eeuw.


Voor mensen die Sternenfahrer kennen bevat Kosmonauten weinig nieuws, het is voor 95 procent hetzelfde spel. Opnieuw gebruik je grondstoffen vooral voor het bouwen van ruimteschepen, die je door het heelal navigeert, aangestuurd door je (vrij kolossale) moederschip. Dat moederschip kun je ook uitbouwen, waardoor je sneller vliegt, meer handelsposten kunt stichten en de lastige ruimtepiraten van het lijf kunt houden.

Zoals in de meeste Catanvarianten draait ook hier alles om het dobbelen en ruilen van grondstoffen en daar vervolgens leuke dingen mee doen. Die leuke dingen leveren als het goed is punten op. Degene die als eerste vijftien verzamelt wint het spel.


...en de waardering

Als er een woord van toepassing is op Kosmonauten, dan is het wel episch. Dat betreft de omvang van de doos, het spelmateriaal, de beleving maar vooral de speelduur. Waar het origineel een tactisch steekspel is dat met gemak in een uur te spelen valt, is Kosmonauten een groots avonturenspel dat zonder problemen de twee uur aantikt. Niet aan te raden voor ongeduldige spelers die lekker willen plannen, maar des te meer voor spelers die met het spel graag een belevenis ervaren, die best wat tijd mag kosten. In Kosmonauten staat die beleving namelijk voorop, meer nog dan de strijd om de winst. Hier is de verre reis duidelijk belangrijker dan de bestemming. Wie er wint is uiteindelijk maar bijzaak. Ook voor de andere spelers valt hier genoeg te beleven, en dat is de charme van dit monsterspel.







Auteur: Klaus Teuber
Uitgever: 999 Games (2020)
Aantal spelers: 3-4, vanaf 12 jaar
Speelduur: 120 minuten
Prijs: ca 85 euro

zaterdag 11 juli 2020

Recensie: Ticket to Ride Blijf Thuis


Het was voor ons allemaal toch wel even schrikken toen we in het voorjaar van 2020 toch nog redelijk onverwacht in Nederland allemaal zo veel mogelijk thuis moesten blijven om de Corona-uitbraak te beteugelen. Het was even wennen om zo veel thuis te zijn en daar je vertier te moeten zoeken. Naast opruimen en klussen, sloegen mensen ook massaal weer aan het spelen van spellen. Sommige uitgevers droegen hun steentje bij aan het stimuleren van mensen om thuis te blijven door gratis print en play spellen en uitbreidingen op hun website te zetten. Nou ben ik normaal niet zo’n liefhebber van het zelf knutselen van spellen (laten we het op een gebrek aan talent op dit vlak houden), maar toen ik las dat er een print en play uitbreiding van Ticket to Ride was verschenen, wilde ik die wel heel graag uitproberen.

Op de website van Asmodee kan je het bestand vinden dat je nodig hebt om deze uitbreiding te maken. Er is zelfs een Nederlandse editie (ik had dat even gemist en heb dus de Engelse editie gebruikt). Ik heb het bestand geprint en de spelonderdelen vervolgens gelamineerd. Het bord bestaat uit vier delen en verder moet je een grote stapel tickets maken. Het is een uitbreiding, dus om deze versie te spelen heb je daarnaast natuurlijk nog de treintjes en treinkaarten van een Ticket to Ride spel nodig.


De uitbreiding heet niet alleen Blijf Thuis om je te stimuleren zo veel mogelijk thuis te blijven om de verspreiding van het virus te beperken. Maar deze naam verwijst ook naar de plaats waar dit spel zich afspeelt: in huis. De plattegrond is duidelijk Amerikaans georiënteerd, gelet op de omvang van de slaapkamers en het aantal badkamers. 

In Ticket to Ride Blijf Thuis krijgen alle spelers een rol toebedeeld: vader, moeder, zus of broertje. Voor iedere rol zitten er vier tickets in het spel waar je er twee van krijgt. Dit zijn altijd wat langere routes die die past bij het karakter, zoals een route van de kinderbedjes naar de kinderbadkamer. Daarnaast krijg je nog twee gewone tickets (bijvoorbeeld van de koelkast naar de T.V.). Van deze vier tickets moet je er twee houden en daarna kan het spel beginnen.

Het spelverloop is vervolgens recht toe recht aan Ticket to Ride: kaarten trekken, routes bouwen of extra tickets trekken. Alleen bij het bouwen is er nog een kleine twist aan het spel toegevoegd. Er zijn een aantal zogenaamde familie-routes in het huis. Deze routes herken je doordat je er meerdere kleuren kaarten voor moet neerleggen. Zo ’n route bouw je niet in één keer, maar door telkens één stukje neer te leggen. Alle spelers mogen meebouwen aan zo’n route en alle spelers die meegebouwd hebben mogen de route gebruiken voor het vervullen van hun tickets.

…en de waardering

Ik vind het echt een super sympathieke gebaar van Days of Wonder en Alan R. Moon dat ze een gratis uitbreiding hebben uitgebracht voor ongetwijfeld het meest succesvolle spel in hun catalogus. Ik ben niet de meest handige knutselaar en dus ziet mijn exemplaar er nog een beetje knullig uit, maar het werkt allemaal prima. Ik weet zeker dat mensen met meer knutsel-talent er een heel mooi exemplaar van weten te maken.

Het spel zelf speelt lekker vlot weg. De familieroutes zijn een leuke twist. Het enige nadeel van deze routes is dat als een speler er veel van in zijn eentje moet bouwen (zonder hulp van andere spelers), deze speler een beetje in het nadeel is omdat het veel beurten kost om stukje voor stukje zo’n route te bouwen. Ik vind het verder grappig dat je vaak heel erg om moet bouwen voor bepaalde verbindingen. Het lijkt dan of twee locaties vlak bij elkaar liggen, maar als er een muur tussen staat, dan kan de route best lang zijn als je van de ene kamer in de andere moet komen. Je moet dus echt even goed kijken hoe routes lopen, want dat is vaak anders dan je verwacht als je het reguliere Ticket to Ride gewend bent.

Gelukkig hoeven wij op het moment dat ik dit schrijf (juli 2020) niet meer verplicht zo veel mogelijk thuis te blijven. Je kan deze uitbreiding dus ook gewoon knutselen om mee te nemen naar je vakantieadres. Het is even een knutsel-klus, maar ik denk dat je er geen spijt van gaat krijgen.







Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2020
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 20-45 minuten
Prijs: GRATIS!

Recensie: Ticket to Ride: Frankrijk en het Wilde Westen


Aan het begin van de Corona-periode waarin we zo veel mogelijk thuis moesten blijven (de intelligente lockdown), hebben Niek en ik alle Ticket to Ride spellen gespeeld die we hebben. Dat was een leuke challenge die weer eens liet zien wat een geweldig spel Ticket to Ride is. En daardoor begon ik toch nieuwsgierig te worden naar de paar uitbreidingen die ik niet heb. Ik heb ze niet meteen alle drie gekocht, maar ben begonnen met de zesde Map Collection waarin Frankrijk en Het Wilde Westen centraal staan.

Op de Frankrijk kant van het bord valt onmiddellijk op dat er iets mist. Bijna alle routes zijn namelijk nog niet ingekleurd. De twist in deze variant is dan ook dat de spelers dat zelf gaan doen. Als je treinkaarten trekt, dan moet je daarbij namelijk een gekleurd kartonnen strookje op een route op het bord plaatsen waarmee je aangeeft welke kleur die route heeft. Vervolgens kan je alleen maar de routes bouwen die op deze manier gemarkeerd zijn (naast de paar routes van één lang die al ingekleurd en al op het bord staan.

In het Wilde Westen is de twist dat je verplicht bent om verder te bouwen vanuit de routes die je al gemaakt hebt. Je kan dus niet zo maar ergens op het bord even vast een cruciaal stukje spoor claimen. Je hebt verder drie stads-miniaturen. De eerste daarvan zet je aan het begin van het spel op het bord en is het startpunt van je spoor-netwerk. De andere twee kan je bouwen (door twee extra kaarten te betalen in de kleur van het spoor dat je in dezelfde beurt gebouwd hebt en dan plaats je het station in één van de twee plaatsen aan dat stukje spoor). Als later in het spel spelers een stuk spoor willen claimen dat grenst aan jouw stad, dan krijg jij de punten voor dit stukje spoor.

Bij de Wild West kaart komt verder Alvin de Alien terug als mini-uitbreiding. Alvin was eerder al samen met Dexter de Dinosaurus een op zich zelf staande uitbreiding (Alvin & Dexter genaamd). Alvin is dit keer geen leuke miniatuur, maar een klein rond fiche. Alvin begint natuurlijk in Roswell (bekend van het incident uit 1947 waar volgens velen een buitenaards ruimteschip is neergestort). Als een speler een route naar Roswell aanlegt, dan krijgt hij 10 punten en mag hij Alvin in een eigen stad neerzetten. Als een andere speler hier weer naar toe bouwt, krijgt deze speler tien punten en mag die Alvin weer verplaatsen.

…en de waardering

Eigenlijk zijn ook dit weer twee uitbreidingen in één, dus ik zal beide kanten van het bord apart bespreken. De Frankrijk variant is echt weer een echte briljante Ticket to Ride uitbreiding waar met weinig regels een heel groots effect wordt bereikt. Doordat je eerste de routes met een gekleurd strookje moet markeren voor je ze kan bouwen, ben je gedwongen om informatie weg te geven over waar je naar toe wil bouwen. Soms kan je een keer een dwaalspoor route neerleggen, maar meestal wil je er liever voor zorgen dat je eigen netwerk wordt voorbereid. Het geeft heel veel extra spanning dat je op deze manier je plannen een beetje inzichtelijk aan het maken bent. Ik was de hele tijd bang dat Niek even een route zou claimen die ik net had klaargelegd, bijvoorbeeld met trein-kaarten in een kleur die hij voor zijn eigen route niet nodig zou hebben. Je zit bij deze uitbreiding dus vanaf het begin van het spel op het puntje van je stoel.

Bij het Wilde Westen hoef je wat minder bang te zijn voor kapers op de kust zolang ze met hun netwerk niet bij je in de buurt komen. Met twee spelers heb je alle ruimte op het bord en daardoor verliest het spel wat aan spanning. Ook de steden komen met twee spelers wat minder tot hun recht. Tenzij een speler echt in een stad moet zijn, is het veel aantrekkelijker om gewoon even om te bouwen (ruimte zat per slot van rekening). Met meer spelers zal dit vast beter van de grond komen. De meeste Ticket to Ride varianten kunnen (net als de basisversie) met maximaal vijf spelers gespeeld worden, in het Wilde Westen kunnen zelfs zes spelers aan de slag (het extra spelmateriaal hiervoor zit gewoon in de uitbreiding). Met zo veel spelers zal het spel vast langer duren, maar komen de steden en Alvin wel beter tot hun recht.






Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2017
Aantal spelers: 2-6, leeftijd vanaf 8 jaar
Speelduur: 60-90 minuten
Prijs: circa 40 euro

woensdag 1 juli 2020

Maandoverzicht: juni 2020 (Dagmar)


De afgelopen maand zijn met stapjes de Corona-regels wat versoepeld. De Corona-cijfers zijn geruststellend laag en dus durf ik langzaam en heel voorzichtig weer wat meer met mensen af te spreken en te doen (waarbij ik me natuurlijk zo goed mogelijk aan de regels houd) Een van de nadelen van de versoepelingen is dat Nieks sportlessen weer begonnen zijn. Dat is fijn voor hem, maar daardoor is er minder tijd om een spelletje te doen. En dus kwam de teller deze maand niet verder dan 38 gespeelde spellen. Ik speelde deze maand geen enkel spel voor het eerst. Dit wordt dus een kort maandoverzicht.

Scrabble is voor een spel dat echt bij de zomer en vakanties hoort. Dit spel spelen Niek en ik namelijk vooral buitenshuis (lang leve de magnetische reiseditie). In de afgelopen maand was het vaak heerlijk weer en hebben we dus weer de eerste Scrabble-potjes gespeeld. Drie van de vier keer was dat op een bankje op de boulevard van Katwijk. Daar liggen op dit moment meerdere grote schepen, waaronder een aantal cruiseschepen voor de kust voor anker te wachten op betere tijden. Het uitzicht op een cruiseschip geeft me een instant vakantiegevoel (we zouden dit jaar weer mee met de cruise van Boardgamegeek, maar die is inmiddels gecanceld). Het vierde potje was op een terras van een strandtent waar we op een rustige maandagavond een hapje hebben gegeten met een potje Scrabble toe. 

Ik speelde verder weer een aantal keer spellen op BoardGameArena. Niek en ik hebben op deze manier onder andere een keer een spellenavond georganiseerd met een neef van Niek en zijn vrouw. We belden dan ondertussen met Google Meet om tijdens het spelen te kletsen. Het blijft natuurlijk een inferieur alternatief voor een echte spellenavond, maar in deze tijd is het wel een heel veilig alternatief en op zich werkt het wel. Ik speel op deze manier ook om de paar weken met een paar collega’s waar ik op kantoor normaal ook regelmatig een spelletje mee doe. In mijn kluis op kantoor ligt nog steeds Machi Koro Legacy, we moesten nog één scenario spelen om dit spel uit te spelen toen de Corona-crisis uitbrak. Ik ben heel benieuwd wanneer we dit laatste potje kunnen gaan spelen en of we er dan nog zin in hebben.

Ik wilde al heel lang een hele grote play-mat hebben om tijdens het spelen op tafel te leggen. Maar waar vind je die? De meeste die ik tegen kwam waren play-mats voor spellen als Magic, maar ik wilde toch nog graag een flinke slag groter. Op Bordspelmania kwam ik een tijdje terug een discussie tegen waarin iemand vertelde dat hij (het was geloof ik een hij, ik kan de discussie zo snel niet terugvinden) bij een website een custom made play-mat had besteld. Dat was de tip waar ik op zat te wachten! Ik heb een play-mat van circa 1 meter breed bij 1 meter 40 lang besteld met daarop een print van foto van onze vakantie vorig jaar waar we in IJsland op een grijze bewolkte dag tijdens een whalewatching-tour een bultrug uit het water zagen springen. Ik heb deze foto gekozen omdat het grootste deel van de foto rustig van kleur is. Zowel de zee als de lucht zijn grijzig met een vleugje zilver (de zee) en blauw (de lucht), maar aan de zijkant van de play-mat zie je nog net een paar rotsen én de springende bultrug. Als je een spel doet wil je per slot van rekening geen hele drukke ondergrond omdat dat af kan leiden van het spel. De mat werd binnen een paar dagen gemaakt. Hij moest uit Engeland komen, dus ook het verzenden duurde een paar dagen. Ik ben heel blij met het resultaat. De zijkanten hadden iets netter gekund (ze zijn nu niet helemaal strak), maar het materiaal is echt heel fijn om op te spelen. Het is bijvoorbeeld veel makkelijker om kaarten op te pakken en dobbelstenen maken geen herrie als je ze gooit maar rollen nog steeds heel goed. En het is echt super leuk om die mooie foto van het hoogtepunt van onze vakantie van vorig jaar op zo’n groot formaat op tafel te hebben liggen. Helaas zat er geen goede koker of iets dergelijks bij dus het is nog wel lastig om hem op te ruimen doordat hij zo groot is. Als je hem dubbel vouwt dan zie je die vouwen terug (als kreukels) als je hem weer op tafel legt. Die kreukels trekken er wel weer langzaam uit. Ik rol de mat dus nu op als hij niet op tafel kan liggen en leg hem dan ergens plat weg. Hier moet ik nog een keer een oplossing voor verzinnen (misschien dat ik bij de bouwmarkt wel een stuk regenpijp kan halen voor dit doel).