dinsdag 26 mei 2020

Knizia Challenge deel 3/3


Van Regenwormen heb ik zelfs twee edities in huis. Ik heb de schattige reisversie in het kleine ronde blikje (dit jaar komt er een reprint van deze versie mocht je het nog niet hebben), maar ook de reguliere versie. We hebben de reguliere versie gespeeld (want we blijven zo veel mogelijk thuis conform de regels). Regenwormen is een dobbelspel waar je zo hoog mogelijk moet dobbelen om tegels te scoren die veel punten opleveren. Aan het begin van het spel leg je een rij fijne dikke plastic tegels neer waarop getallen en regenwormen staan (hoe hoger de getallen hoe meer regenwormen er op staan).  In je beurt gooi je de dobbelstenen en leg je vervolgens alle dobbelstenen van een bepaalde waarde weg. Deze dobbelstenen tellen mee voor het bepalen welke tegel je mag pakken (namelijk de tegel met dezelfde waarde). Vervolgens mag je nog een keer gooien. De keer daarna moet je weer een groepje dobbelstenen weg leggen, maar die mogen niet een getal hebben dat je al eerder afgelegd hebt. En alsof dat nog niet moeilijk genoeg is moet je tenminste één regenworm (die staat in plaats van de zes op de dobbelsteen en telt voor 5 punten) hebben gekozen. Als je van je worp niets meer kan afleggen (bijvoorbeeld omdat je alleen maar getallen gooit die je al eerder had afgelegd) dan ben je af en verlies je tegels (en dus punten) die je eerder gescoord had. Regenwormen is vooral leuk als je goed gooit. En dat deed ik niet, maar Niek wel. Ik zat dus lichtelijk gefrustreerd naar de stapel met tegels te kijken die hij moeiteloos bij elkaar gooide. Soms wil het geluk in dit spelletje nog wel eens keren en dan is het natuurlijk heerlijk als je vanuit een achterstand er toch met de winst vandoor weet te gaan (dit was helaas niet zo'n keer). Het fijne van Regenwormen is dat je tot op het laatst kan hopen dat het toch nog goed komt. Ik ben dus niet kapot van dit spel, maar vind het leuk genoeg om af en toe te spelen (al is het maar om die schattige reiseditie te kunnen gebruiken).

Regenwormen Uitbreiding is, zoals de naam al verklapt, een uitbreiding voor Regenwormen. Deze uitbreiding is helaas alleen voor de reguliere versie verkrijgbaar en niet voor de reiseditie. Bij deze uitbreiding worden een aantal elementen toegevoegd die het geluk wat temperen. Zo worden aan het begin van het spel op verschillende tegels schattige houten miniaturen gezet. Als je de betreffende tegel wint dan krijg je die miniatuur en bij elk miniatuur hoort een privilege. Als je bijvoorbeeld de eigenaar bent van de ingeblikte worm (echt, zo heet hij, ik heb het niet verzonnen), dan telt die als een worm als je geen wormen gegooid hebt. Dat is echt heel fijn. De hen gaat op jouw puntenstapel zitten en zorgt er voor dat deze stapel beschermd is tegen afleggen/afpakken (dan zet je in plaats daarvan de hen weg). Verder is er een nieuwe regel dat je een puntenfiche mag pakken als je in je beurt twee of meer 1-en aflegt. Ik denk wel dat deze uitbreiding met meer dan twee spelers beter uit de verf komt. Je mag namelijk maar één figuurtje voor je hebben staan, dus met twee spelers worden een hoop mogelijkheden niet benut. Maar desalniettemin was het potje met uitbreiding leuker dan het potje zonder. Maar ik sluit daarbij niet uit dat mijn waardering vertekend wordt doordat ik met de uitbreiding won en zonder verloor.

Samurai is een van de spellen die ik al het langst in mijn kast heb staan. Toen Niek en ik de spellenwereld ontdekten, lazen we in de folders van 999 games over iets wat het Spellenspektakel heette. Dat leek ons wel wat en in 2000 gingen we er volledig blanco naar toe en ging een wereld voor ons open. Eén van de spellen die we daar gedaan hebben is Samurai. Zo’n soort spel hadden we nog nooit gespeeld en we vonden het erg leuk. Zoals het een startende spellenliefhebber betaamd, kochten we toen alles wat we leuk vonden en dus ging Samurai mee naar huis. Samurai is een abstract spel op de kaart van Japan. Op de Japanse steden staan prachtige glanzend zwarte plastic figuurtjes (er zijn drie soorten) die je moet verzamelen. In je beurt leg je een tegel op het bord waarop staat hoeveel invloed hij op een bepaald figuur uitoefent. Sommige tegels oefenen invloed uit op alle drie de figuren, maar de meeste trekken aan maar één type. Zodra een veld waarop de figuren staan, volledig omsingeld is wordt gekeken wie de meeste invloed heeft op ieder figuur en die speler wint dat figuur. De eindwaardering gaat op zijn Kniziaas: lekker complex met maxi-min toe. Eerst moet je kijken of er iemand de meerderheid heeft in twee van de typen figuren. Zo ja, dan heeft die speler gewonnen (hier waren wij gelukkig al klaar, Niek won). Zo nee, dan vallen eerst alle spelers af die geen enkele meerderheid hebben. Daarna leggen de andere spelers de speelstukken af van de soort waarin ze een meerderheid hebben en tellen daarna de stukken die nog over zijn. En wie dan de meeste heeft, die wint. Het mooie van Samurai is dat je met een hele simpele regelset (afgezien van die complexe eindtelling), je een echte breinbreker hebt gemaakt. Het is echt een uitdaging om je tegels optimaal neer te leggen en je kan gewoon niet alles winnen dus je moet kiezen waar je voor gaat. Het zit heel knap in elkaar. Maar hoe goed het spel objectief ook is, ik ben er niet kapot van. Het is zo’n spel waar je het risico loopt dat iedereen heel lang heel diep in gedachten verzonken is om te bedenken wat de volgende zet gaat worden. Ik vind spellen doen vooral leuk vanwege de interactie met andere mensen en die valt bij dit soort breinbrekers een beetje dood. Goed spel dus, maar doe mij tegenwoordig maar iets met wat meer gezelligheid.

Schotten Totten behoort wat mij betreft tot de klassiekers van Knizia die iedere spellenliefhebber in de kast zou moeten hebben staan. Dit is een heerlijk vlot en spannend tweepersoons kaartspelletje. In dit spel vechten de spelers over een aantal grensstenen door aan hun kant kaarten neer te leggen. Je mag bij elke grenssteen drie kaarten neerleggen en als aan beide kanten drie kaarten liggen wordt er gekeken wie het sterkste rijtje heeft. Een straat in één kleur is bijvoorbeeld het beste wat je neer kan leggen.  Maar aan het begin van het spel weet je nog niet welke kaarten je gaat krijgen dus je moet soms een beetje gokken. Zeker als je al twee kaarten van een straatje hebt dan zou je die al neer kunnen leggen in de hoop dat de derde nog komt. Maar als je pech hebt kan de andere speler op dat moment laten zien dat hij de kaart(en) die jouw rijtje af kunnen maken op handen heeft en verlies je  de strijd om die grenssteen misschien wel meteen als de ander al een minder sterk maar toch compleet rijtje heeft gemaakt (bijvoorbeeld drie kaarten van dezelfde waarde). Schotten Totten is typisch zo’n spel waar het zelden bij één potje blijft en waar ik nooit genoeg van krijg.

Toen 999 games net begon, moesten ze nog een beetje ontdekken hoeveel spellen je in Nederland kon verkopen. In de begindagen overschatten ze dat voor sommige titels enorm waardoor een aantal van de eerste door 999 uitgegeven titels jarenlang voor een prikje (meestal 10 euro) gekocht konden worden. Hier zaten populaire spellen bij als Morgenland, Medina, Andromeda, Union Pacific én Stephenson’s Rocket. Pas toen mijn kast overvol zat, leerde ik dat een koopje alleen een koopje is als het een spel is dat je ook echt wilt hebben. In de periode daarvoor moest een spel wel heel slecht zijn wilde ik het niet kopen als het voor een spotprijs in de schappen lag. En zo ben ik aan Stephenson’s Rocket gekomen. Ik heb het in 2002 voor het laatst gespeeld en daarvan kon ik me nog herinneren dat ik heel ingewikkeld vond en niet zo leuk. Maar ja, het was goedkoop en dus heb ik het in die tijd gekocht. Er staat Knizia op de doos en dus moest het nu gespeeld worden in het kader van deze Challenge. Het regelboekje zag er nog hoopgevend kort uit, maar viel toch een beetje tegen. Niek en ik hebben er goed op moeten puzzelen voor we het spel begrepen. En toen bleek het toch niet zo ingewikkeld te zijn, maar ook weer wel omdat we dan wel wisten wat we in een beurt mochten doen, maar het lastig was om te begrijpen wat handig was om te doen.  In Stephenson’s Rocket bouw je spoor in Engeland. In je beurt mag je twee acties uitvoeren en daarbij kan je kiezen uit drie opties: spoor bouwen (voor één van de zes spoorwegmaatschappijen en als dank krijg je dan een aandeel), een station bouwen of industrie-fiches van de steden pakken (op de steden liggen drie fiches). Je kan geld scoren voor je industrie-fiches (die leveren geld op tijdens het spel als de stad waar je ze vandaan pakt wordt aangesloten op het spoor), met je stations (die leveren punten op, op het moment dat ze aan een route staan van een treinmaatschappij die een stad aandoet) en met je aandelen (die leveren punten op als ze worden overgenomen doordat ze aansluiten op een andere route). En dan leveren aan het eind van de spel meerderheden in de verschillende typen industrie-fiches en voor de aandelen die nog in het spel zijn ook nog geld op. Het is dus eigenlijk een beetje een puntensalade uit de tijd dat dat woord nog niet bestond. Het was mij een beetje te grote breinbreker. Ik denk bovendien dat dit een spel is dat echt leuker is als je met meer dan twee spelers bent. Ik vermoed dat het namelijk leuk is als je soms twee mensen iets kan laten uitvechten en ondertussen in de schaduw je eigen ding kan opzetten waarmee je in eens langszij komt. Ik denk dat je dan meer dynamiek krijgt. Maar dan nog denk ik dat dit spel me wat te breinbrekerig is om me echt te bekoren.

Nabeschouwing
Reinier Knizia is één van de meest productieve spelauteurs. Op BGG staan er op dit moment 587 spellen achter zijn naam. Hij heeft een flinke lijst nominaties en overwinningen met deze spellen in de wacht gesleept, waarvan de meest belangrijke vast de winst van de Spiel des Jahres met Keltis in 2008 was. Ik vind het knap hoe vaak Knizia een idee van een spel hergebruikt en er een nieuw spel van maakt dat aan de ene kant heel vertrouwd is maar anders genoeg om toch een nieuwe spelbeleving op te leveren. Het belangrijkste voorbeeld hiervan zijn de Lost Cities en Keltis spellen. De basis van die spellen is hetzelfde, maar toch is ieder spel anders. In deze challenge kwamen we ook spellen tegen waar wel op de doos staat dat ze met twee spelers gespeeld kunnen worden, maar die dan toch niet echt tot hun recht komen. Denk aan Stephenson’s Rocket en Beowulf.  Niet al zijn spellen zijn natuurlijk toppers (dat kan ook bijna niet als je honderden spellen uitbrengt), maar er zitten veel juweeltjes tussen. Ik houd vooral van zijn spellen met simpele regels, zoals Dürch die Wüste, Genius, Keltis kaartspel en Schotten Totten. Deze spellen spelen bedrieglijk snel weg, maar zijn spannend van de eerste tot de laatste minuut. Het zegt denk ik ook veel over de kwaliteit van de spellen van Knizia dat velen van hen keer op keer opnieuw worden uitgegeven. Zelfs spellen van inmiddels twintig jaar oud worden nu nog in een nieuw jasje gehesen en weer op de markt gebracht (zoals bijvoorbeeld Stephenson’s Rocket en Samurai). Er zijn toch veel spellen uit die periode die dat niet na hebben gedaan.

Ik vond het erg leuk om via deze Challenge eens al mijn Kniziaatjes (mits geschikt voor twee personen en niet coöperatief) na elkaar te spelen. Het is leuk om te merken hoe breed de spellenportefeuille van Knizia is en tegelijkertijd hoe veel elementen hergebruikt worden in verschillende spellen. De maximin-telling en het maken van reeksen getallen zijn bijvoorbeeld elementen waar hij graag mee speelt. En dan te bedenken dat ik maar een fractie van zijn spellen nu weer (of zelfs überhaupt) heb gespeeld….

Geen opmerkingen: