maandag 25 mei 2020

Knizia Challenge deel 2/3


In de ban van de Ring: de Strijd is een tweepersoons spelletje van Knizia waarin de epische strijd om de Ring te vernietigen centraal staat. De Strijd is een Stratego-kloon waar de ene speler met het reisgezelschap speelt dat mogelijk wil maken dat Frodo naar Mordor reist om daar de Ring in de Doemberg te gooien. De andere speler speelt met het kwaad en probeert Frodo te vangen of de macht over te nemen in de Gouw. Beide spelers hebben negen speelstukken waarop de hoofdrolspelers van het bekende verhaal staan. Ieder figuur heeft een speciale eigenschap. Aan het begin van het spel zetten beide spelers hun speelstukken op het bord waarbij de andere speler tegen de achterkant aankijkt en niet weet wie waar staat. In je beurt moet je telkens één speelstuk naar voren verplaatsen en als je daarbij op een veld komt te staan waar de andere speler ook staat, dan wordt het vechten. Dat doe je door eerst de speciale eigenschappen van de speelfiguren te vergelijken en als de strijd dan nog niet beslist is speelt iedere speler nog een handkaart waar óf een vechtwaarde op staat of een speciale eigenschap. De speler die als eerste zijn doel bereikt, wint het spel. Ik ben niet zo’n fan van Stratego-achtige spellen en dus vond ik dit spel ook niet heel leuk. Wat ik wel leuk vond, was dat de eigenschappen van de speelfiguren goed aansluiten bij het boek en je thematisch dus echt een beetje het gevoel hebt dat je het verhaal naspeelt. Zo zijn de hobbits bijvoorbeeld heel zwak, maar als Sam voor Frodo moet vechten dan is hij in eens beresterk. Dit verhalende element maakte dat ik toch nog wel wat plezier heb beleefd aan ons potje. Maar niet genoeg om het te denken dat dit spel nog eens op tafel terug keert de komende tijd.

Keltis das Kartenspiel is de kaartspelversie van het bordspel van Keltis dat op zijn beurt eigenlijk weer de bordspelversie is van het Lost Cities kaartspel voor twee spelers (kan je het nog volgen?). Wat al deze spellen met elkaar (en met de vele andere spellen die later in de Lost Cities en Keltis series zijn verschenen) gemeen hebben is dat er rijtjes met oplopende of aflopende getallen in verschillende kleuren gevormd moeten worden. Knizia heeft het tot een kunst verheven om met dit simpele uitgangspunt eindeloos nieuwe (leuke!) spellen te bedenken. Het kaartspel bestaat uit een dek kaarten in vijf kleuren met waardes van 0 tot en met 10 en sluitstenen. Verder zijn er nog genummerde kaarten (1-9) met geluksstenen er op. Alle spelers krijgen een hand kaarten en moeten in hun beurt een kaart leggen en dan hun hand weer aanvullen. Je mag met de kaarten rijtjes maken waarbij de kaarten zowel oplopend als aflopend mogen zijn. De sluitstenen gebruik je om een rijtje af te sluiten (dan mogen er geen genummerde kaarten meer opgelegd worden). Je mag een kaart ook in het midden afleggen als je hem niet meer wilt (maar dan mag die kaart later gepakt worden dus je wil liever geen kaarten dumpen die de ander goed kan gebruiken). De derde mogelijkheid is dat je twee kaarten met dezelfde waarde (kleur is daarbij irrelevant) mag spelen en de daarbij horende kaart met de gelukssteen mag pakken. Als het spel is afgelopen (als vijf rijtjes met sluitstenen zijn afgesloten of als de trekstapel op is), dan worden de rijtjes gewaardeerd. Hoe langer een rijtje is, hoe meer punten het oplevert (en hele korte rijtjes leveren zelfs minpunten op). Ik ben erg gecharmeerd van dit kaartspelletje. Ik vind het leuk dat je zelf mag weten of je rijtjes op- of aflopend bouwt, zodat je wat meer flexibiliteit hebt. Ook vind ik de manier waarop je geluksstenen krijgt erg leuk. Met geluksstenen kan je veel punten scoren, maar het komt zelden voor dat je twee gelijk-genummerde kaarten hebt die je beide niet nodig hebt. Je moet dan dus kiezen of je de kaarten gebruikt om de gelukssteen te pakken en daarbij hopen dat je de kaart die je zelf had willen gebruiken in een volgende beurt  er nog ligt zodat je hem weer terug op handen kan nemen. Of dat je het risico dat je een lekkere kaart verliest te hoog vindt en het dus niet doet. Dit kaartspelletje heeft alles in zich dat Keltis/Lost Cities zo leuk maakt, maar dan in een heel handzaam doosje voor een zacht prijsje. Persoonlijk vind ik dat een winnende combinatie (waarbij ik helaas wel moet aantekenen dat het kaartspel  inmiddels out of print is en je dus geluk moet hebben om het nog ergens te vinden).

Keltis das Würfelspiel is een dobbelvariant van Keltis, uitgegeven in eenzelfde formaat kubusvormig doosje als waarin ook het Einfach Genial dobbelspel zit dat we gisteren al bij de Challenge tegen kwamen. In deze variant staan de scoresporen op een klein bordje waar iedere speler op bijhoudt met een klavertje vier in zijn spelerskleur hoe ver hij of zij gevorderd is. In een beurt gooien de spelers met vijf dobbelstenen waarop ieder van de vijf sporen voorkomen én natuurlijk weer de geluksstenen. Je mag daarna nog één keer zo veel dobbelstenen als je wilt overgooien en daarna moet je het doen met wat Vrouwe Fortuna je heeft toebedeeld. Eerst check je of je minimaal twee dobbelstenen met geluksstenen gegooid hebt. Als dat zo is, pak je een gelukssteenfiche. Daarna kies je één kleur uit en daarin beweeg je je klavertje vier op dat spoor net zo veel stapjes als je gegooid hebt. Op sommige vakjes staan bonusjes afgebeeld, als je je beurt op zo’n vakje eindigt dan voer je meteen de bonus uit (een gelukssteen pakken, op één spoor nog een stapje zetten of nog een hele beurt extra krijgen). Het spel is afgelopen zodra een bepaald aantal geluksstenen boven aan zijn gekomen (vijf met twee spelers). Daarna scoor je weer (min)punten voor hoe ver je op de verschillende sporen bent gekomen en voor hoeveel geluksstenen je verzameld hebt. De speler met de meeste punten wint. Op de achterzijde van het bordje staat nog een variant voor gevorderden waarbij bepaalde velden op de sporen zijn doorgestreept om aan te geven dat je daar niet mag staan. Dat beperkt dus je keuzemogelijkheden in het spel. Zeker als twee vakken na elkaar zijn doorgestreept, word je gedwongen daar vol voor te gaan omdat je anders het risico loopt met lege handen achter te blijven. In tegenstelling tot het Einfach Genial dobbelspel is deze dobbelvariant wel goed te pruimen. Het blijft een heel luchtig tussendoortje, maar het speelt lekker snel weg en zorgt daardoor toch voor een aangenaam kwartiertje. Ik vind de gevorderden variant net wat meer bite hebben dan de standaard versie en daardoor nog net wat leuker.

Vorig jaar waren wij voor een tussenstop een nachtje in Hamburg (aanrader voor als we weer city-trips mogen maken). Natuurlijk zijn we even de stad in gegaan om daar het spellenaanbod in de warenhuizen te verkennen (er zit zo ver ik weet geen spellenwinkel in het centrum zelf). L.L.A.M.A (de Nederlandse titel is één L korter) was toen net genomineerd voor de Spies des Jahres, het is een klein kaartspelletje met een klein prijsje en meer was niet nodig om met dit spel naar de kassa te lopen. We speelden het al op het terras tijdens het eten en later op de avond ook nog in de bar van het hotel. L.L.A.M.A is een heel kleurrijk spelletje, met op de achterkant van de kaarten regenboogkleurige stroken. Terwijl wij in Hamburg waren was het daar Pride-Week en zag je ook overal regenboogvlaggen. Als ik L.L.A.M.A uit de kast haal, denk ik dus altijd even aan Hamburg en deze vakantie. In L.L.A.M.A krijg je zes kaarten (met nummers 1 tot en met 6 of een lama er op) en mag je in je beurt kiezen uit een kaart trekken, een kaart spelen of passen. Als je een kaart wil afleggen dan moet je een kaart spelen met dezelfde waarde of exact één hoger dan de laatst gespeelde kaart (na de 6 komt de lama en daarna weer de 1). Idealiter speel je zo je hand leeg, maar vaak blijf je net met één of meerdere kaarten zitten. Je mag dan gewoon passen en dan krijg je minpunten voor de typen kaarten die je over hebt (bijvoorbeeld alle kaarten met een 2 erop leveren samen twee minpunten op, dus niet minpunten per kaart maar per set van dezelfde kaarten). De catch is dat als één speler past (of zijn hand leeg gespeeld heeft) de andere spelers alleen nog maar mogen spelen of passen en niet meer mogen trekken. Soms is het dus handig om te passen als je denkt dat de ander een cruciaal gat in zijn reeks heeft waardoor hij zijn hand niet leeg kan spelen. Je pakt dan zelf ook wat minpunten, maar dat is niet zo erg als de ander er maar (veel) meer pakt. Als het iemand lukt om zijn hand leeg te spelen dan mag je een minpunt-fiche inleveren. Wie als eerste veertig minpunten heeft verliest. L.L.A.M.A is echt een leuk tussendoortje om even te doen. Een ronde is zo gespeeld, maar het is zo heerlijk als je op het juiste moment hebt weten te passen en je die blik van paniek bij de ander ziet. Ik denk dat het spel nog leuker is met meer dan twee spelers, maar zelfs met twee spelers levert het heerlijk speelplezier op.

Lost Cities is een van de eerste spellen van Knizia dat ik ooit gekocht hebt. Dit spel maakt deel uit van de tweepersoonsspellen die door Kosmos op de markt zijn gebracht (en vaak door 999 games in het Nederlands zijn uitgegeven). Zeker zo rond de millenniumwisseling kocht ik elk spel dat in deze serie uitkwam en vond ik ze bijna altijd leuk. Lost Cities is op deze regel geen uitzondering. In dit spel moet je oplopende nummer-reeksen maken. Iedere speler begint met acht kaarten en in je beurt speel je een kaart en daarna vul je je hand weer aan. Als je geen kaart af wilt leggen aan je eigen rijtjes, mag je de kaart ook afleggen (maar dan mag de andere speler hem in zijn beurt trekken bij het aanvullen van zijn hand). Aan het eind van het spel worden alle rijtjes die je gemaakt hebt gewaardeerd. Van de som van de waardes van de kaarten trek je twintig punten af (en wordt de uitkomst nog keer twee, drie of vier vermenigvuldigd als je multiplier kaarten heb gespeeld). De regels zijn dus echt super simpel, maar je tijdens het spel moet je regelmatig je hoofd breken over vragen als “durf ik nog een rijtje te starten”, “leg ik die wat hogere kaart neer waardoor ik bepaalde lagere kaarten niet meer mag aanleggen als ik ze trek” en “ik wil niet spelen maar alles wat ik afleg is lekker voor de ander en dat wil ik ook niet”. Het spelsysteem dat Knizia in dit spel introduceerde heeft hij later ook nog succesvol toegepast op de Keltis-spellen. In het Engels heet Keltis dan ook niet voor het niets Lost Cities the boardgame (waarbij natuurlijk ook bij de vormgeving van Lost Cities is aangesloten).

Ra moet zeker tot de klassiekers van Knizia gerekend worden. Ra is een veilingspel met een Egyptisch thematisch sausje er over. Volgens de doos heb je minimaal 3 spelers nodig en daarom viel dit spel in eerste instantie af voor de Challenge, maar Peter Hein tipte me dat Ra ook prima met twee spelers te spelen is met een variant die je op BGG kan vinden. Ik had zo mijn twijfels of een veilingspel met twee spelers leuk zou zijn voor we begonnen. In Ra hebben beide spelers vier houten biedstenen met een waarde voor zich liggen die ze in een ronde mogen inzetten om te bieden (alle houten biedstenen hebben een unieke waarde). Tijdens je beurt mag je of een extra fiche opendraaien dat aan het te verkopen kavel wordt toegevoegd (er zijn verschillende soorten fiches die op verschillende manieren gewaardeerd worden) óf je mag de veiling openen. Afhankelijk van welke houten biedstenen je hebt, wil je soms snel gaan bieden (met lage waardes omdat je anders niets krijgt) of juist lang wachten (als je hoge getallen hebt). En alsof dit nog niet genoeg dynamiek oplevert zijn er ook nog de Ra-fiches die het einde van een ronde bespoedigen. Als er al flink wat Ra-fiches liggen (en de ronde heel snel afgelopen zou kunnen zijn) dan wil je zelfs je hoge biedstenen misschien wel inzetten voor een bescheiden opbrengst. Iets is dan beter dan niets. Ik vind Ra echt een super leuk spel doordat de prikkels om fiches te trekken of Ra te roepen sterk beïnvloed worden dor welke biedstenen je hebt en hoeveel Ra-fiches er al liggen. Ook het push your luck element waarbij gekeken wordt of je zenuwen van staal zijn als je blijft trekken als er al veel Ra-fiches liggen vind ik veel speelplezier opleveren. Nu ik weet dat Ra ook met twee spelers te spelen is, verwacht ik dat hij vaker op tafel zal komen. Dit spel is een terechte klassieker.

De eerste twee letters van de naam verklappen al van welk spel Razzia een remake is. Inderdaad van Ra. Maar in plaats van in het oude Egypte vindt Razzia zich plaats in een crimineel milieu waar de politie af en toe met een razzia het rustige leven van de boeven komt verstoren. De twee spellen zijn exact hetzelfde, maar de uitvoering is volledig anders. Razzia is de budget versie van Ra waarin de fiches vervangen zijn door kleine kaartjes, de houten biedstenen door kleine kartonnen fiches en het speelbord door een smal kartonnen strookje. Maar het spel is verder identiek is dus even leuk. Het Egyptische thema van Ra spreekt mij meer aan dan de crimi’s in Razzia en ik vind de luxere uitvoering ook leuker. Maar als je klein behuisd bent of  op zoek bent naar een reiseditie van Ra, dan is Razzia een uitstekende keus (als je hem nog ergens kan vinden).

Geen opmerkingen: