dinsdag 26 mei 2020

Knizia Challenge deel 3/3


Van Regenwormen heb ik zelfs twee edities in huis. Ik heb de schattige reisversie in het kleine ronde blikje (dit jaar komt er een reprint van deze versie mocht je het nog niet hebben), maar ook de reguliere versie. We hebben de reguliere versie gespeeld (want we blijven zo veel mogelijk thuis conform de regels). Regenwormen is een dobbelspel waar je zo hoog mogelijk moet dobbelen om tegels te scoren die veel punten opleveren. Aan het begin van het spel leg je een rij fijne dikke plastic tegels neer waarop getallen en regenwormen staan (hoe hoger de getallen hoe meer regenwormen er op staan).  In je beurt gooi je de dobbelstenen en leg je vervolgens alle dobbelstenen van een bepaalde waarde weg. Deze dobbelstenen tellen mee voor het bepalen welke tegel je mag pakken (namelijk de tegel met dezelfde waarde). Vervolgens mag je nog een keer gooien. De keer daarna moet je weer een groepje dobbelstenen weg leggen, maar die mogen niet een getal hebben dat je al eerder afgelegd hebt. En alsof dat nog niet moeilijk genoeg is moet je tenminste één regenworm (die staat in plaats van de zes op de dobbelsteen en telt voor 5 punten) hebben gekozen. Als je van je worp niets meer kan afleggen (bijvoorbeeld omdat je alleen maar getallen gooit die je al eerder had afgelegd) dan ben je af en verlies je tegels (en dus punten) die je eerder gescoord had. Regenwormen is vooral leuk als je goed gooit. En dat deed ik niet, maar Niek wel. Ik zat dus lichtelijk gefrustreerd naar de stapel met tegels te kijken die hij moeiteloos bij elkaar gooide. Soms wil het geluk in dit spelletje nog wel eens keren en dan is het natuurlijk heerlijk als je vanuit een achterstand er toch met de winst vandoor weet te gaan (dit was helaas niet zo'n keer). Het fijne van Regenwormen is dat je tot op het laatst kan hopen dat het toch nog goed komt. Ik ben dus niet kapot van dit spel, maar vind het leuk genoeg om af en toe te spelen (al is het maar om die schattige reiseditie te kunnen gebruiken).

Regenwormen Uitbreiding is, zoals de naam al verklapt, een uitbreiding voor Regenwormen. Deze uitbreiding is helaas alleen voor de reguliere versie verkrijgbaar en niet voor de reiseditie. Bij deze uitbreiding worden een aantal elementen toegevoegd die het geluk wat temperen. Zo worden aan het begin van het spel op verschillende tegels schattige houten miniaturen gezet. Als je de betreffende tegel wint dan krijg je die miniatuur en bij elk miniatuur hoort een privilege. Als je bijvoorbeeld de eigenaar bent van de ingeblikte worm (echt, zo heet hij, ik heb het niet verzonnen), dan telt die als een worm als je geen wormen gegooid hebt. Dat is echt heel fijn. De hen gaat op jouw puntenstapel zitten en zorgt er voor dat deze stapel beschermd is tegen afleggen/afpakken (dan zet je in plaats daarvan de hen weg). Verder is er een nieuwe regel dat je een puntenfiche mag pakken als je in je beurt twee of meer 1-en aflegt. Ik denk wel dat deze uitbreiding met meer dan twee spelers beter uit de verf komt. Je mag namelijk maar één figuurtje voor je hebben staan, dus met twee spelers worden een hoop mogelijkheden niet benut. Maar desalniettemin was het potje met uitbreiding leuker dan het potje zonder. Maar ik sluit daarbij niet uit dat mijn waardering vertekend wordt doordat ik met de uitbreiding won en zonder verloor.

Samurai is een van de spellen die ik al het langst in mijn kast heb staan. Toen Niek en ik de spellenwereld ontdekten, lazen we in de folders van 999 games over iets wat het Spellenspektakel heette. Dat leek ons wel wat en in 2000 gingen we er volledig blanco naar toe en ging een wereld voor ons open. Eén van de spellen die we daar gedaan hebben is Samurai. Zo’n soort spel hadden we nog nooit gespeeld en we vonden het erg leuk. Zoals het een startende spellenliefhebber betaamd, kochten we toen alles wat we leuk vonden en dus ging Samurai mee naar huis. Samurai is een abstract spel op de kaart van Japan. Op de Japanse steden staan prachtige glanzend zwarte plastic figuurtjes (er zijn drie soorten) die je moet verzamelen. In je beurt leg je een tegel op het bord waarop staat hoeveel invloed hij op een bepaald figuur uitoefent. Sommige tegels oefenen invloed uit op alle drie de figuren, maar de meeste trekken aan maar één type. Zodra een veld waarop de figuren staan, volledig omsingeld is wordt gekeken wie de meeste invloed heeft op ieder figuur en die speler wint dat figuur. De eindwaardering gaat op zijn Kniziaas: lekker complex met maxi-min toe. Eerst moet je kijken of er iemand de meerderheid heeft in twee van de typen figuren. Zo ja, dan heeft die speler gewonnen (hier waren wij gelukkig al klaar, Niek won). Zo nee, dan vallen eerst alle spelers af die geen enkele meerderheid hebben. Daarna leggen de andere spelers de speelstukken af van de soort waarin ze een meerderheid hebben en tellen daarna de stukken die nog over zijn. En wie dan de meeste heeft, die wint. Het mooie van Samurai is dat je met een hele simpele regelset (afgezien van die complexe eindtelling), je een echte breinbreker hebt gemaakt. Het is echt een uitdaging om je tegels optimaal neer te leggen en je kan gewoon niet alles winnen dus je moet kiezen waar je voor gaat. Het zit heel knap in elkaar. Maar hoe goed het spel objectief ook is, ik ben er niet kapot van. Het is zo’n spel waar je het risico loopt dat iedereen heel lang heel diep in gedachten verzonken is om te bedenken wat de volgende zet gaat worden. Ik vind spellen doen vooral leuk vanwege de interactie met andere mensen en die valt bij dit soort breinbrekers een beetje dood. Goed spel dus, maar doe mij tegenwoordig maar iets met wat meer gezelligheid.

Schotten Totten behoort wat mij betreft tot de klassiekers van Knizia die iedere spellenliefhebber in de kast zou moeten hebben staan. Dit is een heerlijk vlot en spannend tweepersoons kaartspelletje. In dit spel vechten de spelers over een aantal grensstenen door aan hun kant kaarten neer te leggen. Je mag bij elke grenssteen drie kaarten neerleggen en als aan beide kanten drie kaarten liggen wordt er gekeken wie het sterkste rijtje heeft. Een straat in één kleur is bijvoorbeeld het beste wat je neer kan leggen.  Maar aan het begin van het spel weet je nog niet welke kaarten je gaat krijgen dus je moet soms een beetje gokken. Zeker als je al twee kaarten van een straatje hebt dan zou je die al neer kunnen leggen in de hoop dat de derde nog komt. Maar als je pech hebt kan de andere speler op dat moment laten zien dat hij de kaart(en) die jouw rijtje af kunnen maken op handen heeft en verlies je  de strijd om die grenssteen misschien wel meteen als de ander al een minder sterk maar toch compleet rijtje heeft gemaakt (bijvoorbeeld drie kaarten van dezelfde waarde). Schotten Totten is typisch zo’n spel waar het zelden bij één potje blijft en waar ik nooit genoeg van krijg.

Toen 999 games net begon, moesten ze nog een beetje ontdekken hoeveel spellen je in Nederland kon verkopen. In de begindagen overschatten ze dat voor sommige titels enorm waardoor een aantal van de eerste door 999 uitgegeven titels jarenlang voor een prikje (meestal 10 euro) gekocht konden worden. Hier zaten populaire spellen bij als Morgenland, Medina, Andromeda, Union Pacific én Stephenson’s Rocket. Pas toen mijn kast overvol zat, leerde ik dat een koopje alleen een koopje is als het een spel is dat je ook echt wilt hebben. In de periode daarvoor moest een spel wel heel slecht zijn wilde ik het niet kopen als het voor een spotprijs in de schappen lag. En zo ben ik aan Stephenson’s Rocket gekomen. Ik heb het in 2002 voor het laatst gespeeld en daarvan kon ik me nog herinneren dat ik heel ingewikkeld vond en niet zo leuk. Maar ja, het was goedkoop en dus heb ik het in die tijd gekocht. Er staat Knizia op de doos en dus moest het nu gespeeld worden in het kader van deze Challenge. Het regelboekje zag er nog hoopgevend kort uit, maar viel toch een beetje tegen. Niek en ik hebben er goed op moeten puzzelen voor we het spel begrepen. En toen bleek het toch niet zo ingewikkeld te zijn, maar ook weer wel omdat we dan wel wisten wat we in een beurt mochten doen, maar het lastig was om te begrijpen wat handig was om te doen.  In Stephenson’s Rocket bouw je spoor in Engeland. In je beurt mag je twee acties uitvoeren en daarbij kan je kiezen uit drie opties: spoor bouwen (voor één van de zes spoorwegmaatschappijen en als dank krijg je dan een aandeel), een station bouwen of industrie-fiches van de steden pakken (op de steden liggen drie fiches). Je kan geld scoren voor je industrie-fiches (die leveren geld op tijdens het spel als de stad waar je ze vandaan pakt wordt aangesloten op het spoor), met je stations (die leveren punten op, op het moment dat ze aan een route staan van een treinmaatschappij die een stad aandoet) en met je aandelen (die leveren punten op als ze worden overgenomen doordat ze aansluiten op een andere route). En dan leveren aan het eind van de spel meerderheden in de verschillende typen industrie-fiches en voor de aandelen die nog in het spel zijn ook nog geld op. Het is dus eigenlijk een beetje een puntensalade uit de tijd dat dat woord nog niet bestond. Het was mij een beetje te grote breinbreker. Ik denk bovendien dat dit een spel is dat echt leuker is als je met meer dan twee spelers bent. Ik vermoed dat het namelijk leuk is als je soms twee mensen iets kan laten uitvechten en ondertussen in de schaduw je eigen ding kan opzetten waarmee je in eens langszij komt. Ik denk dat je dan meer dynamiek krijgt. Maar dan nog denk ik dat dit spel me wat te breinbrekerig is om me echt te bekoren.

Nabeschouwing
Reinier Knizia is één van de meest productieve spelauteurs. Op BGG staan er op dit moment 587 spellen achter zijn naam. Hij heeft een flinke lijst nominaties en overwinningen met deze spellen in de wacht gesleept, waarvan de meest belangrijke vast de winst van de Spiel des Jahres met Keltis in 2008 was. Ik vind het knap hoe vaak Knizia een idee van een spel hergebruikt en er een nieuw spel van maakt dat aan de ene kant heel vertrouwd is maar anders genoeg om toch een nieuwe spelbeleving op te leveren. Het belangrijkste voorbeeld hiervan zijn de Lost Cities en Keltis spellen. De basis van die spellen is hetzelfde, maar toch is ieder spel anders. In deze challenge kwamen we ook spellen tegen waar wel op de doos staat dat ze met twee spelers gespeeld kunnen worden, maar die dan toch niet echt tot hun recht komen. Denk aan Stephenson’s Rocket en Beowulf.  Niet al zijn spellen zijn natuurlijk toppers (dat kan ook bijna niet als je honderden spellen uitbrengt), maar er zitten veel juweeltjes tussen. Ik houd vooral van zijn spellen met simpele regels, zoals Dürch die Wüste, Genius, Keltis kaartspel en Schotten Totten. Deze spellen spelen bedrieglijk snel weg, maar zijn spannend van de eerste tot de laatste minuut. Het zegt denk ik ook veel over de kwaliteit van de spellen van Knizia dat velen van hen keer op keer opnieuw worden uitgegeven. Zelfs spellen van inmiddels twintig jaar oud worden nu nog in een nieuw jasje gehesen en weer op de markt gebracht (zoals bijvoorbeeld Stephenson’s Rocket en Samurai). Er zijn toch veel spellen uit die periode die dat niet na hebben gedaan.

Ik vond het erg leuk om via deze Challenge eens al mijn Kniziaatjes (mits geschikt voor twee personen en niet coöperatief) na elkaar te spelen. Het is leuk om te merken hoe breed de spellenportefeuille van Knizia is en tegelijkertijd hoe veel elementen hergebruikt worden in verschillende spellen. De maximin-telling en het maken van reeksen getallen zijn bijvoorbeeld elementen waar hij graag mee speelt. En dan te bedenken dat ik maar een fractie van zijn spellen nu weer (of zelfs überhaupt) heb gespeeld….

maandag 25 mei 2020

Knizia Challenge deel 2/3


In de ban van de Ring: de Strijd is een tweepersoons spelletje van Knizia waarin de epische strijd om de Ring te vernietigen centraal staat. De Strijd is een Stratego-kloon waar de ene speler met het reisgezelschap speelt dat mogelijk wil maken dat Frodo naar Mordor reist om daar de Ring in de Doemberg te gooien. De andere speler speelt met het kwaad en probeert Frodo te vangen of de macht over te nemen in de Gouw. Beide spelers hebben negen speelstukken waarop de hoofdrolspelers van het bekende verhaal staan. Ieder figuur heeft een speciale eigenschap. Aan het begin van het spel zetten beide spelers hun speelstukken op het bord waarbij de andere speler tegen de achterkant aankijkt en niet weet wie waar staat. In je beurt moet je telkens één speelstuk naar voren verplaatsen en als je daarbij op een veld komt te staan waar de andere speler ook staat, dan wordt het vechten. Dat doe je door eerst de speciale eigenschappen van de speelfiguren te vergelijken en als de strijd dan nog niet beslist is speelt iedere speler nog een handkaart waar óf een vechtwaarde op staat of een speciale eigenschap. De speler die als eerste zijn doel bereikt, wint het spel. Ik ben niet zo’n fan van Stratego-achtige spellen en dus vond ik dit spel ook niet heel leuk. Wat ik wel leuk vond, was dat de eigenschappen van de speelfiguren goed aansluiten bij het boek en je thematisch dus echt een beetje het gevoel hebt dat je het verhaal naspeelt. Zo zijn de hobbits bijvoorbeeld heel zwak, maar als Sam voor Frodo moet vechten dan is hij in eens beresterk. Dit verhalende element maakte dat ik toch nog wel wat plezier heb beleefd aan ons potje. Maar niet genoeg om het te denken dat dit spel nog eens op tafel terug keert de komende tijd.

Keltis das Kartenspiel is de kaartspelversie van het bordspel van Keltis dat op zijn beurt eigenlijk weer de bordspelversie is van het Lost Cities kaartspel voor twee spelers (kan je het nog volgen?). Wat al deze spellen met elkaar (en met de vele andere spellen die later in de Lost Cities en Keltis series zijn verschenen) gemeen hebben is dat er rijtjes met oplopende of aflopende getallen in verschillende kleuren gevormd moeten worden. Knizia heeft het tot een kunst verheven om met dit simpele uitgangspunt eindeloos nieuwe (leuke!) spellen te bedenken. Het kaartspel bestaat uit een dek kaarten in vijf kleuren met waardes van 0 tot en met 10 en sluitstenen. Verder zijn er nog genummerde kaarten (1-9) met geluksstenen er op. Alle spelers krijgen een hand kaarten en moeten in hun beurt een kaart leggen en dan hun hand weer aanvullen. Je mag met de kaarten rijtjes maken waarbij de kaarten zowel oplopend als aflopend mogen zijn. De sluitstenen gebruik je om een rijtje af te sluiten (dan mogen er geen genummerde kaarten meer opgelegd worden). Je mag een kaart ook in het midden afleggen als je hem niet meer wilt (maar dan mag die kaart later gepakt worden dus je wil liever geen kaarten dumpen die de ander goed kan gebruiken). De derde mogelijkheid is dat je twee kaarten met dezelfde waarde (kleur is daarbij irrelevant) mag spelen en de daarbij horende kaart met de gelukssteen mag pakken. Als het spel is afgelopen (als vijf rijtjes met sluitstenen zijn afgesloten of als de trekstapel op is), dan worden de rijtjes gewaardeerd. Hoe langer een rijtje is, hoe meer punten het oplevert (en hele korte rijtjes leveren zelfs minpunten op). Ik ben erg gecharmeerd van dit kaartspelletje. Ik vind het leuk dat je zelf mag weten of je rijtjes op- of aflopend bouwt, zodat je wat meer flexibiliteit hebt. Ook vind ik de manier waarop je geluksstenen krijgt erg leuk. Met geluksstenen kan je veel punten scoren, maar het komt zelden voor dat je twee gelijk-genummerde kaarten hebt die je beide niet nodig hebt. Je moet dan dus kiezen of je de kaarten gebruikt om de gelukssteen te pakken en daarbij hopen dat je de kaart die je zelf had willen gebruiken in een volgende beurt  er nog ligt zodat je hem weer terug op handen kan nemen. Of dat je het risico dat je een lekkere kaart verliest te hoog vindt en het dus niet doet. Dit kaartspelletje heeft alles in zich dat Keltis/Lost Cities zo leuk maakt, maar dan in een heel handzaam doosje voor een zacht prijsje. Persoonlijk vind ik dat een winnende combinatie (waarbij ik helaas wel moet aantekenen dat het kaartspel  inmiddels out of print is en je dus geluk moet hebben om het nog ergens te vinden).

Keltis das Würfelspiel is een dobbelvariant van Keltis, uitgegeven in eenzelfde formaat kubusvormig doosje als waarin ook het Einfach Genial dobbelspel zit dat we gisteren al bij de Challenge tegen kwamen. In deze variant staan de scoresporen op een klein bordje waar iedere speler op bijhoudt met een klavertje vier in zijn spelerskleur hoe ver hij of zij gevorderd is. In een beurt gooien de spelers met vijf dobbelstenen waarop ieder van de vijf sporen voorkomen én natuurlijk weer de geluksstenen. Je mag daarna nog één keer zo veel dobbelstenen als je wilt overgooien en daarna moet je het doen met wat Vrouwe Fortuna je heeft toebedeeld. Eerst check je of je minimaal twee dobbelstenen met geluksstenen gegooid hebt. Als dat zo is, pak je een gelukssteenfiche. Daarna kies je één kleur uit en daarin beweeg je je klavertje vier op dat spoor net zo veel stapjes als je gegooid hebt. Op sommige vakjes staan bonusjes afgebeeld, als je je beurt op zo’n vakje eindigt dan voer je meteen de bonus uit (een gelukssteen pakken, op één spoor nog een stapje zetten of nog een hele beurt extra krijgen). Het spel is afgelopen zodra een bepaald aantal geluksstenen boven aan zijn gekomen (vijf met twee spelers). Daarna scoor je weer (min)punten voor hoe ver je op de verschillende sporen bent gekomen en voor hoeveel geluksstenen je verzameld hebt. De speler met de meeste punten wint. Op de achterzijde van het bordje staat nog een variant voor gevorderden waarbij bepaalde velden op de sporen zijn doorgestreept om aan te geven dat je daar niet mag staan. Dat beperkt dus je keuzemogelijkheden in het spel. Zeker als twee vakken na elkaar zijn doorgestreept, word je gedwongen daar vol voor te gaan omdat je anders het risico loopt met lege handen achter te blijven. In tegenstelling tot het Einfach Genial dobbelspel is deze dobbelvariant wel goed te pruimen. Het blijft een heel luchtig tussendoortje, maar het speelt lekker snel weg en zorgt daardoor toch voor een aangenaam kwartiertje. Ik vind de gevorderden variant net wat meer bite hebben dan de standaard versie en daardoor nog net wat leuker.

Vorig jaar waren wij voor een tussenstop een nachtje in Hamburg (aanrader voor als we weer city-trips mogen maken). Natuurlijk zijn we even de stad in gegaan om daar het spellenaanbod in de warenhuizen te verkennen (er zit zo ver ik weet geen spellenwinkel in het centrum zelf). L.L.A.M.A (de Nederlandse titel is één L korter) was toen net genomineerd voor de Spies des Jahres, het is een klein kaartspelletje met een klein prijsje en meer was niet nodig om met dit spel naar de kassa te lopen. We speelden het al op het terras tijdens het eten en later op de avond ook nog in de bar van het hotel. L.L.A.M.A is een heel kleurrijk spelletje, met op de achterkant van de kaarten regenboogkleurige stroken. Terwijl wij in Hamburg waren was het daar Pride-Week en zag je ook overal regenboogvlaggen. Als ik L.L.A.M.A uit de kast haal, denk ik dus altijd even aan Hamburg en deze vakantie. In L.L.A.M.A krijg je zes kaarten (met nummers 1 tot en met 6 of een lama er op) en mag je in je beurt kiezen uit een kaart trekken, een kaart spelen of passen. Als je een kaart wil afleggen dan moet je een kaart spelen met dezelfde waarde of exact één hoger dan de laatst gespeelde kaart (na de 6 komt de lama en daarna weer de 1). Idealiter speel je zo je hand leeg, maar vaak blijf je net met één of meerdere kaarten zitten. Je mag dan gewoon passen en dan krijg je minpunten voor de typen kaarten die je over hebt (bijvoorbeeld alle kaarten met een 2 erop leveren samen twee minpunten op, dus niet minpunten per kaart maar per set van dezelfde kaarten). De catch is dat als één speler past (of zijn hand leeg gespeeld heeft) de andere spelers alleen nog maar mogen spelen of passen en niet meer mogen trekken. Soms is het dus handig om te passen als je denkt dat de ander een cruciaal gat in zijn reeks heeft waardoor hij zijn hand niet leeg kan spelen. Je pakt dan zelf ook wat minpunten, maar dat is niet zo erg als de ander er maar (veel) meer pakt. Als het iemand lukt om zijn hand leeg te spelen dan mag je een minpunt-fiche inleveren. Wie als eerste veertig minpunten heeft verliest. L.L.A.M.A is echt een leuk tussendoortje om even te doen. Een ronde is zo gespeeld, maar het is zo heerlijk als je op het juiste moment hebt weten te passen en je die blik van paniek bij de ander ziet. Ik denk dat het spel nog leuker is met meer dan twee spelers, maar zelfs met twee spelers levert het heerlijk speelplezier op.

Lost Cities is een van de eerste spellen van Knizia dat ik ooit gekocht hebt. Dit spel maakt deel uit van de tweepersoonsspellen die door Kosmos op de markt zijn gebracht (en vaak door 999 games in het Nederlands zijn uitgegeven). Zeker zo rond de millenniumwisseling kocht ik elk spel dat in deze serie uitkwam en vond ik ze bijna altijd leuk. Lost Cities is op deze regel geen uitzondering. In dit spel moet je oplopende nummer-reeksen maken. Iedere speler begint met acht kaarten en in je beurt speel je een kaart en daarna vul je je hand weer aan. Als je geen kaart af wilt leggen aan je eigen rijtjes, mag je de kaart ook afleggen (maar dan mag de andere speler hem in zijn beurt trekken bij het aanvullen van zijn hand). Aan het eind van het spel worden alle rijtjes die je gemaakt hebt gewaardeerd. Van de som van de waardes van de kaarten trek je twintig punten af (en wordt de uitkomst nog keer twee, drie of vier vermenigvuldigd als je multiplier kaarten heb gespeeld). De regels zijn dus echt super simpel, maar je tijdens het spel moet je regelmatig je hoofd breken over vragen als “durf ik nog een rijtje te starten”, “leg ik die wat hogere kaart neer waardoor ik bepaalde lagere kaarten niet meer mag aanleggen als ik ze trek” en “ik wil niet spelen maar alles wat ik afleg is lekker voor de ander en dat wil ik ook niet”. Het spelsysteem dat Knizia in dit spel introduceerde heeft hij later ook nog succesvol toegepast op de Keltis-spellen. In het Engels heet Keltis dan ook niet voor het niets Lost Cities the boardgame (waarbij natuurlijk ook bij de vormgeving van Lost Cities is aangesloten).

Ra moet zeker tot de klassiekers van Knizia gerekend worden. Ra is een veilingspel met een Egyptisch thematisch sausje er over. Volgens de doos heb je minimaal 3 spelers nodig en daarom viel dit spel in eerste instantie af voor de Challenge, maar Peter Hein tipte me dat Ra ook prima met twee spelers te spelen is met een variant die je op BGG kan vinden. Ik had zo mijn twijfels of een veilingspel met twee spelers leuk zou zijn voor we begonnen. In Ra hebben beide spelers vier houten biedstenen met een waarde voor zich liggen die ze in een ronde mogen inzetten om te bieden (alle houten biedstenen hebben een unieke waarde). Tijdens je beurt mag je of een extra fiche opendraaien dat aan het te verkopen kavel wordt toegevoegd (er zijn verschillende soorten fiches die op verschillende manieren gewaardeerd worden) óf je mag de veiling openen. Afhankelijk van welke houten biedstenen je hebt, wil je soms snel gaan bieden (met lage waardes omdat je anders niets krijgt) of juist lang wachten (als je hoge getallen hebt). En alsof dit nog niet genoeg dynamiek oplevert zijn er ook nog de Ra-fiches die het einde van een ronde bespoedigen. Als er al flink wat Ra-fiches liggen (en de ronde heel snel afgelopen zou kunnen zijn) dan wil je zelfs je hoge biedstenen misschien wel inzetten voor een bescheiden opbrengst. Iets is dan beter dan niets. Ik vind Ra echt een super leuk spel doordat de prikkels om fiches te trekken of Ra te roepen sterk beïnvloed worden dor welke biedstenen je hebt en hoeveel Ra-fiches er al liggen. Ook het push your luck element waarbij gekeken wordt of je zenuwen van staal zijn als je blijft trekken als er al veel Ra-fiches liggen vind ik veel speelplezier opleveren. Nu ik weet dat Ra ook met twee spelers te spelen is, verwacht ik dat hij vaker op tafel zal komen. Dit spel is een terechte klassieker.

De eerste twee letters van de naam verklappen al van welk spel Razzia een remake is. Inderdaad van Ra. Maar in plaats van in het oude Egypte vindt Razzia zich plaats in een crimineel milieu waar de politie af en toe met een razzia het rustige leven van de boeven komt verstoren. De twee spellen zijn exact hetzelfde, maar de uitvoering is volledig anders. Razzia is de budget versie van Ra waarin de fiches vervangen zijn door kleine kaartjes, de houten biedstenen door kleine kartonnen fiches en het speelbord door een smal kartonnen strookje. Maar het spel is verder identiek is dus even leuk. Het Egyptische thema van Ra spreekt mij meer aan dan de crimi’s in Razzia en ik vind de luxere uitvoering ook leuker. Maar als je klein behuisd bent of  op zoek bent naar een reiseditie van Ra, dan is Razzia een uitstekende keus (als je hem nog ergens kan vinden).

zondag 24 mei 2020

Knizia Challenge deel 1/3

Na de Ticket to Ride Challenge, hebben Niek en ik een nieuwe Challenge voor onszelf bedacht: de Knizia Challenge. We wilden al onze competitieve Knizia spellen spelen die geschikt zijn voor 2 spelers. Het moge duidelijk zijn waarom we ons beperken tot de spellen die je met zijn tweeën kan doen. Door deze beperking vallen kastdochters Amon Ra, De Veilingmeesters van Amsterdam, Royal Turf en Taj Mahal af. De andere beperking (competitieve) heb ik toegevoegd omdat Niek een hekel heeft aan coöperatieve spellen. Om de sfeer hier in huis dus een beetje goed te houden, is het dus beter om de coöperatieve spellen  buiten de Challenge te houden. Dat betekent dus dat In de ban van de Ring (en zijn drie uitbreidingen) en Star Trek Expeditions niet op tafel zijn gekomen. Al onze andere Knizia’s hebben we gespeeld. Ik bespreek ze in alfabetische volgorde (waarbij ik spellen uit dezelfde spellen-familie wel bij elkaar heb gezet). Van veel van deze spellen zijn verschillende edities in omloop, ik heb het plaatje gebruikt van de editie die ik in de kast heb staan. En omdat het wel een heel lang blog zou worden als ik ze alle spellen achter elkaar bespreek, heb ik ze over drie blogjes verdeeld. Het laatste blogje eindigt natuurlijk met de nabeschouwing.

Beowulf is een spel dat in meerdere opzichten doet denken aan de coöperatieve klassieker In de ban van de Ring. Allereerst is het spel ook gebaseerd op een episch heldenverhaal. Beowulf is namelijk een gedicht uit waarschijnlijk de 10e eeuw (en is daarmee het oudste bekende voorbeeld van dit genre). Ten tweede moet je in beide spellen handkaarten afleggen waarbij je vaak onder onzekerheid moet beslissen of je kaarten wil afleggen in de hoop een bepaald doel te halen of dat je je verlies neemt maar dan wel je kaarten houdt. Het grote verschil is natuurlijk dat In de ban van de Ring coöperatief is en Beowulf competitief. In Beowulf zijn de spelers volgelingen van de gelijknamige held en volgen ze hem in zijn voetsporen langs alle avonturen die hij in het gedicht beleefd. Bij ieder stapje in het avontuur gebeurt er iets. Op veel momenten in het spel moet je tegen elkaar op bieden. Soms doe je dat door in één keer je bod neer te leggen en andere keren door om de beurt je bod te verhogen net zo lang tot iemand past. De speler die het langst doorspeelt, mag dan telkens als eerste iets uitkiezen (variërend van leuke dingen als punten, handkaarten en goud tot narigheid zoals punten verliezen of wonden oplopen). Op andere momenten in het spel mag je iets uitzoeken (die plekken op het bord corresponderen met de momenten in het verhaal dat Beowulf beloond wordt voor zijn heldendaden). In het spel heb je op verschillende momenten de mogelijkheid om een risico te nemen: dan draai je twee kaarten open en als je daar de juiste symbolen op staan dan mag je ze pakken, maar als de symbolen niet matchen dan krijg je een schram (en drie schrammen is een wond en wonden leveren minpunten op aan het eind van het spel). Ik houd van dit soort push your luck elementen in een spel. Ik vond dit spel met twee speler wel beduidend minder leuk om te doen dan met meer dan twee. Met drie of meer spelers kan je van die heerlijke momenten hebben dat je zelf vroeg uit een veiling bent gestapt (je verlies nemen maar kaarten houden) en je de andere spelers heerlijk tegen elkaar op ziet bieden en daar mee al hun handkaarten wegspelen. Bij de voorbereiding van dit spel heb ik het verhaal van Beowulf weer even opgehaald. Ik vond het leuk om te zien dat de velden op het bord op een abstracte manier het verhaal volgen. Je hoeft dit niet te weten als je het spel speelt, maar het maakt het spel wel net een beetje leuker. Het leukste detail uit verhaal wil ik jullie niet onthouden. Aan het begin van het gedicht verslaat Beowulf het vreselijke monster Grendel. De moeder van Grendel vindt dat echter niet zo leuk en komt wraak nemen. Zoals een goed held betaamd, verslaat Beowulf natuurlijk ook de moeder. Maar dat neemt niet weg dat dit het enige voorbeeld is dat ik ken van een monster dat gewroken wordt door zijn moeder. Hilarisch!  

Blue Moon City is een bordspel waarin de tekeningen van het tweepersoons kaartspelletje Blue Moon zijn hergebruikt. Het tweepersoonsspelletje kon mij niet zo bekoren en heb ik jaren geleden al weggedaan (en hoefde voor deze Challenge dus niet meer gespeeld te worden), hoe mooi ik het er ook uit vond zien. Gelukkig komen de spelelementen uit het kaartspel niet terug. In Blue Moon City gaan de spelers aan de slag om een prachtige stad te bouwen. De architecten hebben alles al ontworpen, het is alleen een kwestie van uitvoeren. De stad bestaat uit een raster met vierkante tegels waarop de gebouwen staan. Op elke tegel staat wat er nodig is om het betreffende gebouw te bouwen (handkaarten in bepaalde kleuren van een bepaalde waarde). Tijdens je beurt mag je met je pion twee stappen lopen en daarna zo veel handkaarten spelen als je wilt. Met de handkaarten betaal je de bouwkosten, maar je kan er ook heel veel andere dingen mee doen. Denk bijvoorbeeld aan extra stappen lopen of kaarten van kleur laten veranderen. Ook zijn er speciale kaarten waarmee je de drie draken die in deze stad wonen, kan bewegen. Als je namelijk bouwt op een tegel waar ook een draak staat, dan krijg je van hem een schubje als dank (daarover zo meer). Als je een gebouw afmaakt dan krijgen alle spelers die meegebouwd hebben een beloning die bestaat uit drakenschubben, handkaarten en/of kristallen (de speler die het meest heeft bijgedragen krijgt daarvoor nog een bonus). Daarnaast krijg je nog bonussen door te bouwen naast gebouwen die al zijn afgrond. Zodra de drakenschubben voorraad is uitgeput, wordt gekeken wie er de meeste heeft en die speler krijgt extra kristallen. En die kristallen heb je nodig om te bouwen aan het belangrijkste gebouw in de stad: een grote kristallen toren. En uiteindelijk is het daar allemaal om te doen, want de speler die als eerste een zesde keer bouwt aan de kristallen toren wint het spel. Ik heb Blue Moon City met veel plezier gespeeld. Het was wel even een worsteling om door de (Duitse) regels heen te komen omdat het even duurde voor ik door had dat alles in dienst staat van het verzamelen van de kristallen en dat het bouwen van de gebouwen alleen een middel is om kristallen te krijgen (al dan niet via de drakenschubben), maar geen doel op zich. Ons potje was echt spannend tot op het eind. Ik denk wel dat ook dit weer een voorbeeld van een spel is dat prima te spelen is met zijn tweeën, maar dat eigenlijk leuker is met drie spelers omdat er dan meer concurrentie is.

Cthulhu Rising is missschien wel de grootste mismatch tussen spel en thema in mijn spellenkast. Cthulhu is een monster dat in veel Ameritrash-spellen  probeert de macht te krijgen over onze wereld. Dit zijn vaak verhalende spellen met veel miniaturen en prachtige illustraties. Maar wie met deze verwachtingen Cthulhu Rising heeft gekocht, kwam bedrogen uit. In de doos zit namelijk een abstract spelletje dat bestaat uit een speelbord met twee rasters, een standaard pion en genummerde fiches in twee kleuren. Als Cthulhu-liefhebber voel je je dan terecht behoorlijk bekocht. En dat is jammer, want het spel zelf is echt heel leuk. Cthulhu Rising is een tweepersoonsspelletje waarin de speler om de beurt een fiche van hun kleur trekken en op één van de rasters neerleggen. Zodra een rij of kolom vol is, wordt deze gewaardeerd. De speler die de meeste fiches in zo’n kolom heeft scoort (min)punten gebaseerd op de setjes die in die rij liggen (twee/drie/vier/vijf keer hetzelfde getal). En dit levert een super spannende strijd op waarbij je regelmatig lastige keuzes moet maken over waar je een fiche zo neer legt dat hij jou punten op gaat leveren of de ander punten kost. Dit spel had eigenlijk een wat publieksvriendelijker thema als Cthulhu verdiend zodat het bij een breder publiek onder de aandacht was gekomen.

Het laatste spel dat we in deze Challenge speelden was Durch die Wüste (ooit in het Nederlands uitgegeven met de titel Heersers der Woestijn). Dit spel is misschien wel het spel met de meeste table presence (om eens een mooi Nederlands woord te gebruiken) van alle Knizia-spellen. In dit spel bouwen de spelen namelijk met pastelkleurige mini kameeltjes (die verwarrend veel doen denken aan snoep-schuimpjes) het zandkleurige bord vol. Aan het begin van het spel zetten de spelers om en om van iedere kleur een kameel op het bord met daarop een bedoeïen in hun spelerskleur. In je beurt plaats je vervolgens twee kamelen op het bord waarbij je ze netjes naast een andere kameel in dezelfde kleur van jouw karavaan in die kleur moet zetten. Op deze manier bouw je naar waterpoeltjes toe (die leveren punten op als je er over heen bouwt) en naar oases (die leveren punten op als je aangrenzend aan bouwt). Op deze manier hark je tijdens het spel al flink wat punten bij elkaar. Dit deel van het spel zou op zich zelf al een leuk spel hebben opgeleverd. Maar er is meer! Want je kan met een karavaan ook proberen een stuk bord te omsingelen (eventueel met behulp van de rand van het bord). Alle fiches die hier liggen mag je dan claimen en bovendien levert elk leeg vakje een extra puntje op bij de slottelling. Maar wacht,  er is nog meer! Aan het eind van het spel wordt per kleur kamelen ook nog gekeken wie de grootste karavaan heeft en die krijgt nog eens een dik pak bonuspunten. Durch die Wüste is echt een spel van overdaad. Er zijn zo veel manieren om punten te scoren dat je soms van hebberigheid niet weet waar je moet beginnen. Het is heel verleidelijk om je vooral op het oprapen van water-fiches en het aansluiten op oases te richten, maar als je dat te fanatiek doet dan mis je ongetwijfeld kansen om stukken van het bord te omsingelen en heb je niet de grootste karavanen. Maar als je focust op het omsingelen van het bord en het hebben van de grootste karavanen dan maak je het de ander wel weer heel makkelijk om overal de punten van de waterpoeltjes te pakken. Je moet dus een beetje voor alles gaan en daarbij goed opletten wat de ander doet om die op belangrijke momenten even dwars te bomen. Dit spel is echt spannend vanaf de eerste zet en blijft dat tot de laatste punt verdeeld is. Misschien vond ik dit wel het beste spel van alle Kniziaas die we gespeeld hebben in het kader van deze Challenge.

Genius heet in het Duits Einfach Genial. Dat is toch niet bepaald een bescheiden naam voor een spel. Ik neem ten minste aan dat de naam een  kwalificatie is van wat de auteur en uitgever van dit spel vonden. Geniaal gaat misschien wel heel ver, maar ik geef zonder moeite toe dat ik dit één van de leukste Kniziaatjes vind. Genius is een abstract spel waar je speelstukken op een bord met zeshoekige velden legt. Elk speelstuk bedekt twee velden. Je krijgt net zo veel punten als  rijen van velden in dezelfde kleuren grenzen aan de geplaatste stukken. En daardoor kan het hard gaan. Pakt de eerste speler die een tegel neerlegt naast één van de startvelden daar nog maar één lullig puntje voor. De volgende speler krijgt er al twee, daarna drie, etc. Bovendien mag je naar alle kanten van de tegel kijken en soms ontstaan er clusters waar je door één tegel te plaatsen ontzettend veel punten kan pakken. Dat is fijn, maar je gunt het de andere speler niet dus tijdens het bouwen probeer je je tegel ook zo neer te leggen dat de ander minder makkelijk mee kan liften. De eindtelling is er één volgens het maxi-min-principe waar Knizia zo van houdt: je scoort net zo veel punten als de kleur waar je het slechtst in bent. Als je dus maar zorgt dat een andere speler het op één kleur slechter doet dan jij, dan maakt het niet meer uit dat hij of zij op alle andere punten beter is. Dit maakt het tijdig blokken nog belangrijker en leuker.

Ik heb in 2012 ooit bij een bezoekje aan Duitsland de dobbelversie van Einfach Genial gekocht (Einfach Genial Das Würfelspiel). Dit spel was toen net uit en ik heb het puur gekocht op basis van mijn goede ervaringen met het bordspel. Ik heb het toen welgeteld één keer gedaan en daarna gedesillusioneerd in de kast gezet en er nooit meer uit gehaald. Maar een Challenge is natuurlijk pas een Challenge als het niet alleen maar leuk is, dus ook dit spel hebben we gespeeld. Met twee spelers heb je ieder vier dobbelstenen waarop alle zijden de bekende gekleurde symbolen uit het bordspel staan. Als je aan de beurt bent dan gooi je je dobbelstenen en krijg je punten gebaseerd op wat de andere speler heeft liggen. Dus als jij één rode ster gooit en de andere speler heeft twee rode sterren liggen, dan scoor je twee punten op rood. Als je twee, drie of vier keer hetzelfde symbool hebt gegooid dan mag je die dobbelstenen ook gebruiken om één, twee of drie willekeurige vakjes af te strepen (maar dan mag je ze niet gebruiken om de kleuren van de andere speler te scoren). Als je worp je niet bevalt, dan mag je één keer alle dobbelstenen over gooien, maar daarna moet je het doen met wat je hebt liggen. Het doel is als eerste je briefje vol te spelen en wie dat lukt heeft gewonnen. Deze dobbelversie is beduidend minder geniaal dan het bordspel doordat de geluksfactor van het dobbelen heel dominant aanwezig is. De belangrijkste beslissing die je maakt is of je wel of niet opnieuw gooit en daarbij kan je niet alleen meewegen wat de kans is om beter te werpen voor jezelf, maar ook welke kansen je huidige worp voor de ander oplevert (bijvoorbeeld als die nog veel blauw nodig heeft dan wil je misschien wel opnieuw werpen als je zelf blauw gooit om het de ander lastiger te maken in die kleur te scoren). Einfach Genial Das Würfelspiel is een razendsnel dobbelspelletje en daardoor heb ik me er nog best mee vermaakt. Maar dat neemt niet weg dat dit wel echt een voorbeeld is van een slecht spel dat de vormgeving van een populair spelt misbruikt om beter voor de dag te komen.

woensdag 20 mei 2020

Hartverzakking voor de postbode


Tijdens deze Corona-tijden zit een bezoekje aan de spellenwinkel er even niet in voor mij. Daarom bestel ik af en toe wat leuks bij een brick & mortar spellenwinkel die nu tijdelijk een webshop heeft opgezet. De eerste keer dat ik dat deed werden de spellen in de doos op de foto bezorgd. Het is maar goed dat onze postbode  geen complot-denker is want anders had hij de doos met "Pandemic" en "Made in China" vast niet in zijn bus mee willen nemen.

dinsdag 19 mei 2020

Recensie: Azul Expansie Kristal Mozaïek


Azul is een van de meest populaire spellen van de afgelopen jaren door de winnende combinatie van prachtig spelmateriaal en een vlot spelverloop met voldoende interessante keuzes. Het is ook een spel waarvan ik me niet kon voorstellen dat het een uitbreiding nodig had omdat er niets aan dit spel te verbeteren valt. Maar voor een uitgever is het natuurlijk een gemiste kans om voor zo’n populair spel geen uitbreiding uit te brengen en dus lag er in 2020 toch ineens een uitbreiding in de schappen van de spellenwinkels.

In de uitbreiding zitten nieuwe dubbelzijdig bedrukte spelersbordjes (daarover zo meer) én plastic trays die je over de spelersborden heen kan leggen. De trays passen zowel over de borden uit het basisspel als over die van de uitbreiding. Het idee van zo’n tray is dat de blokjes beter blijven liggen en je niet meer door even tegen de tafel te stoten bijvoorbeeld je scoreblokje per ongeluk verschuift.

De spelersbordjes vervangen de spelersbordjes uit het basisspel. De regels van het spel blijven verder helemaal hetzelfde. Bij beide varianten zijn wel de strafpuntenrij aangepast.

Op de ene kant van het spelersbordje staat een variant van de achterkant van het bordje van het gewone Azul (de grijze kant). Op deze kant staan vijf vakjes voorbedrukt met welke kleur blokje er geplaatst moet worden. Voor de rest ben je vrij om zelf te kiezen waar je welke kleur legt, zolang je de regel dat bij het plaatsen van blokjes op de borden je er op moet letten dat in iedere rij en iedere kolom elke kleur maar één keer voor mag komen. Bij deze variant krijg je ook meer punten dan in standaard Azul aan het eind van het spel voor afgemaakte rijen, kolom en complete sets van alle kleuren.

Op de andere kant van het bordje staat een variant waar op iedere rij al één blokje voor-ingevuld is. Op dit voor-ingevulde vakje staat x2 om aan te geven dat als je hier in je beurt een blokje plaatst je score wordt verdubbeld. Je wilt deze vakjes graag dus een beetje aan het eind van het spel vullen omdat je dan waarschijnlijk de meeste punten pakt. Maar als iedereen tot het laatste moment wacht met het vullen van die vakjes, dan kan je er donder op zeggen dat er niet genoeg tegels in die kleuren beschikbaar zijn.

…en de waadering

Ik blijf bij mijn standpunt dat Azul geen nieuwe uitbreiding nodig had. Het spel is werkelijk perfect. Maar ik moet ook toegeven dat het best leuk is om een keer voor de variatie met de nieuwe borden te spelen. Deze veranderen niets aan het spel zelf, maar je moet wel weer even wat harder nadenken over hoe je bord opbouwt en in variant twee op welk moment je de bonusvelden gaat bedekken.  Deze borden dwingen je om van de automatische piloot te komen als je het spel (net als ik) tientallen keren hebt gespeeld.

Over de plastic trays ben ik minder te spreken. Ze doen me denken aan het plastic doorzichtig tafelkleed dat sommige mensen over hun tafelkleed leggen om het te beschermen. Je weet wel, zo’n plastic tafelkleed dat altijd een beetje plakkerig wordt. In Amerikaanse series zie je zelfs dat er hoezen worden gemaakt van dit materiaal om over banken en stoelen te leggen (dat lijkt me heel naar zitten, zeker met blote benen). Ik vind dat de spelersbordjes van Azul eigenlijk geen extra bescherming nodig hebben. Het is een rustig spelletje en zolang je geen eten of drinken morst, zal het bordje niet snel slijten of vies worden. Daarvoor heb je dus geen beschermende tray nodig. Het is inderdaad wel zo dat de scoreblokjes wel eens per ongeluk verschuiven tijdens het spelen en daar zou een tray voor kunnen helpen. Maar dan moet hij wel perfect passen en dat doet hij niet. Mijn scoreblokje is eigenlijk net te groot voor de vakjes waar hij in moet liggen. Bovendien heeft niet ieder vakje een eigen “kuiltje” in de tray, maar hebben iedere twee vakjes een eigen “kuiltje”. Combineer dat met een net niet lekker passend blokje en je bent terug bij af: regelmatig vraag je je af waar het blokje nou lag. Ik heb de eerste editie van Azul, misschien dat blokjes van latere edities beter passen, dat weet ik niet.

Het extra dubbelzijdige spelersbordje van deze uitbreiding vind ik nog wel drie pionnen waard, de tray blijft bij mij steken op een één. Voor de eindscore zou ik kunnen middelen, maar omdat je prima zonder de tray kan spelen, laat ik het speelplezier van de bordjes de doorslag geven.







Auteur: Michael Kiesling
Uitgever: Next Move, 2020
Aantal spelers; 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: circa 15 euro

woensdag 13 mei 2020

Top-100 2020: de restjes

Hoewel de gewone wereld verre van business as usual is, was er dit jaar gewoon weer de jaarlijkse top 100 met de favoriete spellen van Nederland en Vlaanderen. En een bijzondere lijst was het. Niet alleen door de nieuwe nummer één, ook doordat ik niet eerder zoveel stemmen ontving. Ik hoop dat die trend volgend jaar doorzet.

Behalve dat de nummer één nieuw was, was het ook een nieuw spel. Wingspan verscheen pas vorig jaar, dat verder een allesbehalve indrukwekkend spellenjaar was. Van de nieuwe binnenkomers kwamen er slechts twee uit 2019 en die stonden ook nog eens in de onderste helft. We zullen zien wat 2020 oplevert. Wie weet stuwt het gedwongen thuisblijven de creativiteit van de spelauteurs wel naar ongekende hoogten.

Nieuwe spellen in de lijst betekent zoals altijd dat er ook weer spellen zijn verdwenen. Zestien in totaal, waarvan er een vanaf het begin bij was. Dit zijn ze, met de positie die ze vorig jaar hadden en tussen haakjes het aantal jaren dat ze er in totaal ingestaan hebben.

60. Pandemic Legacy: Seizoen 2 (2)
63. Brass (11)
64. Gugong (1)
73. Keyflower (6)
75. Sint Petersburg (12)
78. Puerto Rico kaartspel (11)
79. Altiplano (1)
80. Im Jahr des Drachen (11)
82. Wizard (8)
87. Legendary: A Marvel Deck building Game (4)
90. Azul: De ramen van Sintra (1)
92. Santa Maria (2)
93. Exit (2)
96. Hanzesteden (9)
97. Maharadja (10)
98. Food Chain Magnate (1)

Sommige van deze spellen kwamen net een stem tekort voor de lijst en zouden volgend jaar zomaar terug kunnen komen. Bij anderen gaat dat lastig worden. Zo kwam Gugong vorig jaar nog best hoog binnen, nu hadden maar twee mensen het op hun lijst staan. Is Gugong soms Chinees voor eendagsvlieg?

Net als vorig jaar heeft Niels weer een mooie overzichtslijst gemaakt, met alle spellen netjes op een rij. Zo kun je in een oogopslag de ranglijst nog eens langslopen op onontdekte parels. Van de hele lijst heb ik er zestien nog niet gespeeld. Sommige daarvan zou ik graag eens spelen, anderen laat ik voor wat ze zijn. Van die onbekende spellen zou ik Brass: Birmingham het liefst eens proberen.

Ik hoop dat jullie het weer net zo leuk vonden om te lezen als ik om te maken. Over een jaar kom ik wel weer om je stem vragen. In de tussentijd: blijf thuis en doe een spelletje.

dinsdag 12 mei 2020

Top-100 2020: 1-10





Nu zijn we dan eindelijk toe aan de ontknoping. Hoe ziet het erepodium eruit? Heeft Azul de koppositie behouden, stelt Puerto Rico orde op zaken of vliegt een ander spel er met de winst vandoor? Sowieso was de race aan de top dit jaar ongekend spannend. Pas met de laatste stemmen viel de beslissing. Met een paar stemmen meer of minder had de volgorde binnen de top-3 iedere andere kunnen zijn. Ik ben nu al benieuwd naar volgend jaar.

10. Stenen Tijdperk (Michael Tummelhofer, 2008)
Positie vorig jaar: 12
Verschil: +2
Het spel met de liefdeshut is terug in de top-10. Verrassend, hoe dit spel met zoveel concurrentie nog steeds het meest geliefde toegankelijke werkverschaffingsspel is. Wat mij betreft overigens terecht.
"Ieder spel is weer een genot om te spelen. Relatief eenvoudige spelregels en schaalt goed met twee, drie en vier spelers. Bovendien een prima gateway worker placement, maar toch uitdagend genoeg voor ervaren spelers." (Marc)
"Niet de allereerste maar misschien wel de bekendste worker-placement. Licht genoeg als instapspel en uitdagend genoeg om ook de veelspeler op z'n tijd te bekoren." (Bruno)

9. El Grande (Wolfgang Kramer en Richard Ulrich, 1995)
Positie vorig jaar: 11
Verschil: 9
Ook het klassieke meerderhedenspel herovert een plekje aan de top. Echte concurrentie in het genre heeft het nooit gehad, daarin blijft het De Grote.
"*Kloink, kloink* Hoeveel blokjes gooide je nou in het kasteel?" (Florian)
"Een ouwetje die ik het afgelopen jaar voor het eerst heb mogen spelen en die me meteen van zijn kwaliteiten heeft weten te overtuigen." (Herman)

8. Dominion (Donald Vaccarino, 2008)
Positie vorig jaar: 7
Verschil: -1
Bij verschillende spelideeën zie je dat de aanstichter overvleugeld werd door betere opvolgers. Denk aan Caylus. Bij deckbouwers is nog steeds de eerste de beste.
"Elk potje weer de uitdaging om de ideale strategie te identificeren en vervolgens fijn te slijpen tijdens het verloop van het potje. En na afloop wil je meteen nog een keer." (Jeroen)
"Ieder spel is anders en zelfs als je met dezelfde kaarten een tweede keer speelt, kan het zomaar heel anders verlopen. Dit zorgt voor mega veel variatie en dat is top!" (Carline)

7. Terra Mystica (Jens Drögemüller en Helge Ostertag, 2012)
Positie vorig jaar: 5
Verschil: -2
Het eerste Terra-spel in de top-10 kom we 'al' op de zevende stek tegen. Aan de achterban ligt het niet, die neemt dit erg serieus.
"Mijn favoriet op dit moment. De verschillende volken zorgen ervoor dat het spel iedere keer weer een andere uitdaging geeft." (Steven)
"Dit spel speelde ik de eerste keer en was gelijk verkocht. speelt makkelijk weg als je de regels kent maar de keuzes zijn elke keer weer anders en de verschillende rassen maken het uitdagend." (Jeroen)

6. Orléans (Reiner Stockhausen, 2014)
Positie vorig jaar: 8
Verschil: +2
De zakbouwer is de deckbouwer inmiddels voorbijgestreefd. Ook in dit genre staan de opvolgers klaar. Altiplano heeft de lijst niet gehaald, maar de Kwakzalvers zijn aan een opmars bezig.
"Elke ronde de frustratie dat je te weinig fiches hebt of niet de juiste, en toch steeds een positief gevoel omdat het thema goed (lees: niet gewelddadig) is en er altijd weer mogelijkheden zijn waar je niet aan gedacht had." (Irwin)
"De absolute favoriet van mijn vrouw. Het vergt wel wat tijd om het spel helemaal op te zetten, maar het is het waard." (Jacob)

5. Burgen von Burgund (Stefan Feld, 2011)
Positie vorig jaar: 4
Verschil: -1
Een tijdje leek het alsof alles wat Stefan Feld aanraakte in goud veranderde, maar inmiddels is toch wel duidelijk dat een spel feller glinstert dan al zijn andere, en dat vinden we hier terug.
"Het spel ziet er dan niet mooi uit, en sommige onder ons zullen erop neerkijken vanwege de grote puntenbrij, maar het blijft een leuke puzzel." (Ilona)
"Briljant spel, waarbij ik nog elk spel nieuwe mogelijkheden ontdek. Voor mij de leukste Feld en ook erg goed speelbaar met twee personen." (Dierik)

4. Terraforming Mars (Jacob Fryxelius, 2016)
Positie vorig jaar: 3
Verschil: -1
Terraforming Mars is als een eiland in de ranglijst. Het staat op aanzienlijke afstand van de bovenste drie, maar het verschil met de rest is nog groter. Afgezien van de nummer één stond geen enkel spel zo vaak bovenaan een lijstje.
"Sommige spellen wil je alleen spelen als je in een bepaalde bui bent. Soms wat kleine/korte spelletjes, soms juist meeslepend en lang. Maar in Terraforming Mars heb ik altijd zijn." (Suzanne)
"Wat een lekker spel is dit. Door het kaartgedreven karakter en het thema voelt dit als een soort epische variant op Race for the Galaxy; echt een avontuur." (Jeroen)

3. Azul (Michael Kiesling, 2017)
Positie vorig jaar: 1
Verschil: -2
Helaas voor Azul heeft het de verrassende eerste plaats van vorig jaar niet weten te handhaven. Maar het verschil met de andere twee was miniem. Daarbij kwam dit spel op de meeste verschillende lijstjes voor. De populariteit is dus breed gedeeld.
"Het meest populaire spel tegenwoordig: ziet er mooi uit, eenvoudige spelregels, veel strategie en genoeg interactie, zeker met twee spelers." (Amaury)
"Voor mij liefst geen abstracte spellen. Maar Azul is hierop een verrassende uitzondering. Azul oogt zeer mooi, heeft vrij eenvoudige regels en is iedere keer een plezante uitdaging." (Bart)

2. Puerto Rico (Andreas Seyfarth, 2002)
Positie vorig jaar: 2
Verschil: 0
Dit is niet de eerste keer dat Puerto Rico op zijn plek blijft staan, maar wel dat dat niet de koppositie betreft. Hoe was dat mogelijk?
"De onbetwiste nummer één. Prachtig spel. Mijn absolute favoriet." (Patrick)
"Het enige spel in mijn collectie dat ieder jaar weer op tafel komt, altijd blijft boeien en net zo goed met twee, drie, vier, of vijf spelers speelt. Daarom mijn absolute #1." (Rutger)

1. WINGSPAN (Elizabeth Hargrave, 2019)
Positie vorig jaar: 9
Verschil: +8
Ja hoor, het is dan toch gebeurd. Een spel dat vorig jaar binnenkwam in de top-10 terwijl het nog maar net in de winkels lag? Dan weet je dat je met een geheide topper te maken hebt. De meeste punten, het vaakst bovenaan een lijstje: dit is geen eendagskuiken.
"Oh wat gaat die dit jaar hoog eindigen…" (Karel)
"Tegen de tijd dat deze top 100 wordt gepubliceerd heb ik mijn 150e potje wel gespeeld. Dat zegt denk ik genoeg." (Dagmar)
"Een nieuwe nummer 1! Op het eerste gezicht misschien niet revolutionair, maar het speelt zo lekker weg en blijft zo afwisselend, zeker met de Europa uitbreiding is hier de glans voorlopig nog lang niet vanaf. Absolute hoogvlieger!" (Sander)
"Het eerste bordspel dat ik speelde na een inactiviteit van meerdere jaren. Hoewel het niet mijn thema is, toch mijn favoriet om het terug aanwakkeren van de boardgamevlam." (Tom)

Met deze -toch wel een beetje- verrassende ontknoping sluiten we de lijst af. Ook voor mij staan hier met El Grande, Puerto Rico, Dominion en Terraforming Mars een paar persoonlijke favorieten bij. Dat zal voor de meeste mensen wel gelden.

maandag 11 mei 2020

Top 100 2020: 11-20






Hier in de subtop begint het spannend te worden. Welk spel is uit de top-10 gezakt? Welke spellen zouden de andere weg hebben afgelegd? Zeven van deze spellen hebben minimaal een jaar bij de bovenste tien gestaan, voor de andere drie is de huidige positie de hoogste die ze ooit bereikt hebben.

20. Hoogspanning (Friedemann Friese, 2004)
Positie vorig jaar: 17
Verschil: -3
Hoogspanning is een van die voormalige topspellen, maar staat nu (alweer) op de laagste plaats ooit.
"Deze topper van Friedemann Friesse is na meer dan tien jaren nog steeds mijn persoonlijke topper. En het ziet er niet naar uit dat dit snel zal veranderen." (Bart)
"Een evergreen, die vers blijft door de talloze uitbreidingen." (Jeroen)

19. Great Western Trail (Alexander Pfister, 2016)
Positie vorig jaar: 6
Verschil: -13
Dit schoot met een enorme snelheid omhoog in top-100, maar maakt nu even pas op de plaats. Het lijkt desondanks zijn plekje tussen de populairste middelzware bordspellen wel veroverd te hebben.
"Een pletora aan spelmechaniekjes die gezamenlijk allemaal goed met elkaar combineren." (Gertjan)
"Deckbuilding met koeien, gecombineerd met rondel-movement en andere complexe elementen, maken dit een heerlijk spel om te spelen." (Steven)

18. Tzolk'in (Simone Luciani en Daniele Tascini, 2012)
Positie vorig jaar: 10
Verschil: -8
Het tweede spel vandaag dat zijn plek in de top-10 niet kon consolideren. Daar weten de fans vast wel een draai aan te geven.
"Elegant en fascinerend spel. De tandwielen die het bord veranderen introduceren een timing element dat zowel strategisch als tactisch behoorlijk uitdaagt." (Sander)
"Topspel dat je naar het puntje van je stoel doet kruipen: heerlijk vooruit plannen, voldoende diepgang en spanning." (Jan)

17. Pandemie (Matt Leacock, 2008)
Positie vorig jaar: 19
Verschil: +2
In zekere zin is dit het spel van het jaar. Maar dit is niet de top-2000, waar de actualiteit een titel ineens naar de eerste plaats kan promoveren. Bordspelliefhebbers laten zich niet gek maken.
"Dit spel heeft me besmet met het bordspellenvirus. Komt nog zeer geregeld op tafel en is steeds spannend." (Gert)
"Bij mij staat deze klassieker al jaren vast in mijn lijstje! Daarvoor hoeft er geen echte uitbraak zoals corona voor te zijn." (Wiljan)

16. Catan (Klaus Teuber, 1995)
Positie vorig jaar: 21
Verschil: +5
Na twee jaar buiten de bovenste twintig is Catan weer terug. Het blijft toch het populairste spel van de Grote Drie. Het W.F. Hermans onder de bordspellen?
"Dit spel is natuurlijk een klassieker, maar blijft een grote aantrekkingskracht houden." (Maikel)
"Ik blijf fan van deze klassieker, in ongeveer elke vorm waarin hij is uitgekomen (met op dit moment een speciale shout out voor de Kosmonauten-versie)." (Dagmar)

15. 7 Wonders Duel (Antoine Bauza en Bruno Cathala, 2015)
Positie vorig jaar: 20
Verschil: +5
In de meeste gevallen wordt een opvolger van een populair spel nooit zo geliefd als het origineel, maar wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dit blijft het populairste zuivere tweepersoonsspel in de lijst.
"Dé standaard voor tweespelerspellen. Drie winstcondities die je altijd in de gaten moet houden." (Amaury)
"De grote broer redt het niet bij deze parel voor twee spelers." (Xander)

14. Pandemic Legacy: Seizoen 1 (Matt Leacock en Rob Daviau, 2015)
Positie vorig jaar: 15
Verschil: +1
Seizoen 2 verdween uit de lijst, maar het eerste seizoen steeg nog een plekje. Onder de vroege inzenders scoorde dit hoog, waardoor het heel even aan kop ging. Een plaats in de top-10 zat er niet in, wel is dit de hoogste positie ooit.
"Blijft écht het leukste en spannendste spel dat ik ooit gespeeld heb, ook van alle Legacy-spellen wint deze met afstand." (Judith)
"De belevenis die ik daarbij gehad heb staat nog steeds zo in mijn geheugen gegrift." (Hilbert)

13. Splendor (Mark André, 2014)
Positie vorig jaar: 13
Verschil: 0
De top-3 zie ik Splendor niet zo snel opnieuw halen, maar het blijft hoog staan. Dit is het tweede spel dat op dezelfde plaats staat als vorig jaar. Morgen komen we het derde tegen.
"Ook dit blijft overeind naarmate de tijd verstrijkt. Simpele regels, maar verrassend veel speelplezier en diepgang." (Sander)
"Het spel dat het eerst wordt ingepakt als we op vakantie gaan. Dit spel spelen we erg graag met ons gezin en hebben we inmiddels ook met veel succes bij andere niet-spelers geïntroduceerd." (Marc)

12. Concordia (Mac Gerdts, 2013)
Positie vorig jaar: 14
Verschil: +2
Heel stilletjes, tussen alle nieuwe lievelingen door, kruipt Concordia langzaam richting top-10. Het scheelde maar een paar stemmen.
"Ik vond dit een verschrikkelijk lelijk spel en had er totaal geen interesse in, tot het toch maar bleef voorkomen in de spellengek top 100. Toen heb ik het toch maar een kans gegeven, en wat ben ik blij dat ik dat gedaan heb, topspel!" (Ilona)
"Concordia spelen betekent een uurtje racen naar de meeste huizen en goden. Je zit eigenlijk continu op het puntje van je stoel." (PV)

11. Agricola (Uwe Rosenberg, 2007)
Positie vorig jaar: 16
Verschil: +5
Nadat het vijf jaar op rij wegzakte stijgt Agricola weer een paar plekjes in de lijst en haalt het op een varkenshaarlengte na de top-10.
"Die schaarste, die keuzes, dat dwarszitten; het is en blijft zwoegen, die boerenstiel, maar het blijft een fijn spel en een hele uitdaging om op alles te letten." (Bart)
"Dit spel is één langdurig gevecht tegen schaarste. Aan het einde van elk spel is het weer evalueren hoe het anders had gekund en welke mogelijkheden onbenut zijn gebleven." (Maikel)

Een lijst met stuk voor stuk krakers van spellen, wat je in deze regionen ook wel verwacht. Pas het tweede rijtje waarbij ik alle spellen gespeeld heb. Great Western Trail overtuigde na een potje niet, het hoofdstuk Agricola heb ik met goede herinneringen afgesloten en tussen Hoogspanning en mij wordt het nooit wat. De rest vind ik allemaal erg leuk en daarvan is Catan, net als Hermans, gewoon de beste.

Top-100 2020: 21-30





Gisteren was het door onvoorziene omstandigheden niet gelukt om een update van de lijst te plaatsen, daarom zijn er vandaag twee. Zo hebben we in de lunchpauze ook iets te doen. Nu we zo hoog zijn gekomen komen we de echte publiekslievelingen tegen, variërend van echte evergreens tot recentere toppers. De meeste van deze spellen zullen we nog wel jaren blijven spelen.

30. Istanbul (Rüdiger Dorn, 2014)
Positie vorig jaar: 28
Verschil: -2
Het ultieme bezorgspel is hard op weg een klassieker te worden. Een leuk familiespel met pit, dat met de uitbreidingen ook de verwende veelspeler een mooie uitdaging biedt.
"Lage instap, maar met een leercurve. Duurt niet te lang en ziet er ook mooi uit. Populair bij mensen die weinig aan spelletjes doen." (Robert)
"Door het variabele spelbord en het originele gebruik van je handelaren en hun assistenten heeft dit topspel een hoge herspeelbaarheid." (Dierik)

29. Flamme Rouge (Asger Harding Granerud, 2016)
Positie vorig jaar: 34
Verschil: +5
Ook als je, zoals ik, helemaal niks met wielrennen of andere racesporten hebt, is het niet zo moeilijk om bewondering te hebben voor hoe elegant dit spel dat weet te simuleren.
"Ik heb niets, maar dan ook echt helemaal niets met wielrennen. Door dit spel ben ik wielrennen gaan begrijpen. De functie van een runner. Waarom in een treintje te rijden etc." (Jeroen)
"Eindelijk een wielerspel die je echt de koers doet voelen. Het nemen van vermoeidheidskaarten en het stayeren zijn schitterend gevonden." (Kelly)

28. Raja's van de Ganges (Inka en Markus Brand, 2017)
Positie vorig jaar: 48
Verschil: +20
Waar de andere spellen in dit lijstje allemaal minder dan tien plekken stegen of daalden, is Raja's de onbetwiste superstip. Met de kleurrijke vormgeving en het innovatieve werkverschaffersysteem is dat ook wel te begrijpen.
"Dobbelen, maar dan anders, en punten scoren, maar dan anders. Twee
overwinningsroutes die elkaar kruisen. Dat daar nou nog nooit eerder iemand op gekomen is." (Herman)
"Wat een heerlijke puzzel is dit spel en speelt zeer leuk met twee." (Jan)

27. Clever (Wolfgang Warsch, 2018)
Positie vorig jaar: 23
Verschil: -4
Kwam vorig jaar stormachtig binnen en weet die positie keurig te handhaven. Dit dobbelspel zet toch wel de standaard in het afvinkgenre.
"Mijn favoriete roll-and-write in dit inmiddels razendpopulaire genre." (Jan)
"Typisch zo'n spel waarbij je op alle vakken goed wil scoren, maar waar dit simpelweg niet mogelijk is. Je eindigt dan ook regelmatig met het gevoel 'dat kan beter!' Nog een potje?!" (Frank)

26. Carcassonne (Klaus-Jürgen Wrede, 2000)
Positie vorig jaar: 30
Verschil: +4
Carcassonne lijkt zijn plekje in de lijst een beetje gevonden te hebben; dit is nu al het derde achtereenvolgende jaar dat het in dit overzicht staat.
"Al sinds jaar en dag mijn nummer één. Vooral met twee spelers wordt er met het mes op tafel gespeeld, want “All is fair in love, war and Carcassonne"" (Rober)
"Deze klassieker waarmee voor mij de spellenhobby begon komt elk jaar nog regelmatig op tafel. Het best met de Uitbreiding en Kooplieden & Bouwmeesters." (Wiljan)

25. Marco Polo (Simone Luciani en Daniele Tascini, 2015)
Positie vorig jaar: 22
Verschil: -3
Jarenlang waren dobbelstenen taboe in ieder zichzelf serieusnemend bordspel, maar die tijd is voorbij. Marco Polo is een goed voorbeeld waarom.
"Zoveel random factoren en zoveel balans. Geniaal." (Daniël)
"Ik heb dit jaar het genoegen gehad om Marco Polo 2 ook te spelen, geeft mij maar #1. Reizen is moeilijker, geld is minder beschikbaar, alles is gewoon net wat lastiger, en dat maakt het een topper." (Roel)

24. Scythe (Jamey Stegmaier, 2016)
Positie vorig jaar: 18
Verschil: -6
Tapestry was dan misschien de hype van afgelopen jaar, Scythe is nog steeds met afstand het populairste spel van Jamey Stegmaier. Ameritrashers kwam voor de miniaturen, en bleven voor het eurospel.
"De hype was terecht, want Jamey Stegmeier heeft hiermee een uitstekend spel afgeleverd dat er zeer intrigerend uitziet en bovendien ontzetting lekker speelt." (Marc)
"Heerlijke uitdaging die een stuk vlotter speelt dan de doos en reviews doen vermoeden." (Wim)

23. Ticket to Ride Europe (Alan Moon, 2005)
Positie vorig jaar: 26
Verschil: +3
Over stabiliteit gesproken: de Europese Ticket to Ride staat nu al vijf jaar op rij in dit overzicht. En waarom ook niet?
"Nog altijd de gouden standaard onder de familiespellen. De stations en de ferry's in deze variant maken het net wat vergevingsgezinder dan het origineel." (Jan)
"Het perfecte familiespel, valt altijd in de smaak." (Jacob)

22. Ticket to Ride (Alan Moon, 2004)
Positie vorig jaar: 31
Verschil: +9
De twee oerversies van het legendarische treinenspel staan voor de tweede keer gebroederlijk na elkaar. Net als in 2016 staat de Amerikaanse versie net een plekje hoger, zoals het bijna altijd hoger in de lijst staat.
"Betere gateway is er niet, iedereen vindt dit leuk." (Erik)
"Het zal de coronacrisis zijn, maar ik word wat nostalgisch. Ticket to Ride is thuis het spel dat de hele familie leuk vindt, en komt dus zelfs in familiekring van "niet spel-fanaten" op tafel." (Rolf)

21. Patchwork (Uwe Rosenberg, 2014)
Positie vorig jaar: 29
Verschil: +8
Met zoveel spellen die jaarlijks uitkomen wemelt het van de minitrends: een spel past het als eerste toe, en inspireert vervolgens veel andere. Lekker puzzelen met tetrisstukjes zagen we al eerder, maar Patchwork was de echte katalysator.
"Elke keer als ik dit spel speel, denk ik: het lijkt zo simpel, maar wat een ontzettend knap bedacht spel van zo'n suf thema." (Richard)
"Mooi artwork gecombineerd met leuk puzzelen wat perfect werkt voor twee spelers, een pareltje." (Wieke)

Met de uitzondering van Marco Polo en Scythe zijn dit allemaal vlotte en toegankelijke spellen die je met veel verschillende mensen kunt spelen. Na drie potjes ben ik nog steeds niet overtuigd van Marco Polo en op Scythe zit ik niet echt te wachten na het dramatische Tapestry. De rest vind ik allemaal wel leuk.