maandag 4 november 2019

De toegift: eerste indrukken spellen Spiel 2019 (deel 5/4)


Sinds ik de vorige vier blogjes schreef over mijn eerste indrukken van de spellen die ik op of rond Spiel heb gespeeld, heb ik nog een aantal van de Spiel-releases gespeeld (mede door een Spellenpret-spellenmiddag). Dit blogje is dus een toegift met nog een paar extra eerste indrukken van het lekkers dat op Spiel werd gepresenteerd, wederom in alfabetische volgorde.

Op de eerste dag van Spiel was de Engels editie van Cartographers al uitverkocht. Op de tweede dag heb ik dus meteen ’s ochtends een Duits exemplaar in mijn trolley gestopt (nadat ik hem natuurlijk keurig had betaald) om te voorkomen dat ik helemaal achter het net zou vissen. Cartographers is een flip and write spel waarin je een stuk land moet gaan bebouwen met bossen, graanvelden, waterpartijen en lieflijke dorpjes. Aan het begin van het spel worden vier opdracht-kaarten opengedraaid die aangeven waarmee in dit spel punten verdiend worden (bijvoorbeeld dorpjes van minimaal 6 vlakken groot of bosvlakken die helemaal omsingeld zijn door andere bebouwing). Het spel duurt vier ronden (de seizoenen) en ieder seizoen worden twee van de opdrachtkaarten gewaardeerd (elke kaart komt dus twee keer aan de beurt). Iedere ronde worden er één voor één kaarten opengedraaid waarop staat wat je moet bouwen (welk landschap en welke vorm). Dit levert dus een leuk gepuzzel op om de landschappen zo te leggen dat je maximaal punten scoort. Helaas zitten er ook monsterkaarten in het deck. Als zo’n kaart voorbij komt, dan tekent één van je buren deze monsters op je blaadje (doorgaans op de meest irritante manier mogelijk). Lege vakjes naast monsters leveren bij elke telling minpunten op. Na vier seizoenen is het spel afgelopen en wie de meeste punten heeft, wint het spel. Ik heb dit spel nu twee keer gedaan en beide potjes vond ik heel leuk.

In Chocolate Factory ben je de directeur van een chocoladefabriek. Je maakt verschillende lekkernijen van dit goedje die je zo duur mogelijk probeert te verkopen. Aan het begin van het spel staan in je fabriek een paar ouderwetse (lees: inefficiënte) machines. Het spel duurt een vast aantal rondes en in iedere ronde krijg je er een nieuwe machine bij en mag je één werknemer van het uitzendbureau inhuren die je een speciaal voorrecht geeft. Iedere ronde krijg je ook een stapel steenkool die je nodig hebt om de stoom op te wekken die de machines laat draaien. De machines in je fabriekshal staan naast een lopende band. Iedere dag draait de band drie stapjes en kan elke machine (mits voorzien van steenkool) de grondstoffen op het stukje band voor hem bewerken. Het grappige van de uitvoering van dit spel is dat de lopende band letterlijk is uitgevoerd. Hij bestaat uit losse tegels die je achter elkaar legt en door een sleuf drukt met aan weerskanten de machines. Chocolate factory is dus een echte engine-builder waar je probeert een zo logisch mogelijke serie van machines te verkrijgen om zo efficiënt mogelijk de meest waardevolle chocolade-producten te maken. Ik vond het best een grappig spel, maar ik vond de interactie wat beperkt. De interactie zit in het kiezen van de machines en werknemers, maar de productiefase doet iedereen voor zich en tegelijkertijd. Een groot deel van het spel ben je daardoor solistisch op je bordje aan het pielen. Dat is heel efficiënt, maar niet zo gezellig. Dingen (cacao-bonen) omzetten in andere dingen(cacaomassa) om er daarna nog andere dingen (chocoladerepen) van te maken voor je punten krijgt, zit bovendien in meer spellen en dit spel voegt er niet echt wat aan toe. Ondanks de prachtige uitvoering, viel dit spel bij mij dus niet heel erg in de smaak.

In Little Town zetten de spelers hun legertje arbeiders in om grondstoffen te verzamelen en daar gebouwen mee te bouwen. Dit spel heb ik blind op Spiel gekocht omdat Niek en ik beide van werkverschaffingsspellen houden en dit spel de perfecte speelduur heeft van driekwartier (of te wel: nog op te brengen na een dag werken). In dit spel begin je met een bord waarop bergen, bossen en meren staan. Door hier mannetjes naast te zetten kom je aan je eerste grondstoffen waarmee je tegels met graanvelden of gebouwen kan kopen. Elke tegel die je bouwt levert meteen wat punten op. Als je dan later in je spel een poppetje naast zo’n nieuwe tegel zet, dan mag je ook de actie uitvoeren die op die tegel staat. Er zijn tegels waarmee je aan extra grondstoffen kan komen, tegels waarmee je grondstoffen kan omzetten in andere grondstoffen of zelfs punten en tegels die gewoon lekker veel punten waard zijn. Als jouw poppetje naast een tegel van een andere speler staat, mag je ook deze tegel activeren, maar dan moet je daar wel een geld voor betalen. Het spel bestaat uit vier rondes en aan het eind van iedere ronde moeten die arbeiders gevoed worden met graan of vis (en als dat niet lukt dan krijg je strafpunten). Ook Little Town is geen vernieuwend spel, maar het speelt lekker vlot weg. Ondanks de lichtheid van het spel, zit er genoeg pit in omdat je vooruit kan plannen door te bedenken welke gebouwen je waar wilt bouwen zodat je de ander hindert en zelf met één poppetje later in een keer heel veel lekkere gebouwen kan activeren die idealiter elkaar nog versterken ook. Prima after dinner game dus!

De vormgeving van Medium vind ik echt heerlijk retro. Van die rare blauwe gloed op het medium tot die knalroze letters, dit spel trekt onmiddellijk je aandacht als je het in een spellenkast zet. In dit spel wordt getest hoe goed jouw paranormale gaven zijn. Alle spelers krijgen een stapel kaarten met woorden er op. Een speler draait een kaart open en één van de buren kiest een kaart met een woord dat past bij het woord op de kaart van de startspeler. Vervolgens kijken de spelers elkaar eens diep in de ogen, stemmen ze hun chakra’s op elkaar af en zeggen vervolgens precies gelijktijdig een woord dat beide kaartjes verbind. Ten minste, dat is de bedoeling. In de praktijk liep het allemaal niet zo soepel en lukte het bijna nooit om hetzelfde woord te zeggen. Als het de eerste keer niet lukt, dan krijg je nog twee herkansingen waarbij je een woord moet zeggen dat de twee “foute” woorden die waren gezegd verbindt. Laten we het er op houden dat dit spel vast heel leuk is met mensen die beter op elkaar ingespeeld zijn, dan dat ik was met mijn medespelers. Bij ons kwam het spel niet echt van de grond, maar ik kan me voorstellen dat in andere groepen dit spel prima kan werken en een vermakelijk half uurtje op kan leveren.

In de spellenwereld wordt het woord puntensalade gebruikt voor spellen waar je op heel veel verschillende manieren punten kan scoren. Het kaartspel Point Salad is ook echt “Puntensalade – het kaartspel” want er zijn 108 manieren in dit spel om punten te scoren. Dit klinkt als een gimmick, maar dat is het verrassend genoeg niet. Het spel bestaat uit 108 dubbelzijdige kaarten. Op de ene kant van de kaart staat een groente afgebeeld (kool, ui, paprika, wortel, tomaat en sla). Op de andere kant van de kaart staat hoe je punten kan scoren (bijvoorbeeld 2 punten voor iedere wortel die je hebt of 10 punten als je de meeste uien hebt). In het midden van de tafel liggen negen kaarten open: drie liggen op de puntenkant en 6 op de groenten-kant. Als je aan de beurt bent mag je kiezen: 1 puntenkaart pakken of 2 groenten-kaarten. Op deze manier probeer je een zo goed mogelijke mix van groenten- en punten-kaarten te verzamelen om optimaal te scoren. Dit spel is echt een perfect tussendoortje: de regels zijn in een minuut uitgelegd, het spel speelt heerlijk snel weg en toch zijn de keuzes die je moet maken interessant. Pak je bijvoorbeeld eerst eens flink wat groenten en hoop je er later passende punten-kaarten bij te pakken of pak je eerst puntenkaarten om daarna de juiste groenten te gaan verzamelen. En wat doe je als er een punten-kaart ligt die je veel punten oplevert, maar er ook precies die groenten liggen die je nog nodig hebt. Wat is dit een ontzettend leuk kaartspelletje! Ik snap waarom dit spel op Spiel uitverkocht is geraakt.

Geen opmerkingen: