zondag 30 augustus 2020

Recensie: Dominion Menagerie

Dominion is misschien wel het spel met de hoogste herspeelbaarheid. Doordat je met tien koninkrijkskaarten speelt en er inmiddels honderden kaarten beschikbaar zijn, is het aantal verschillende combinaties dat je kan maken zo groot dat, zelfs als ik de rest van mijn leven alleen nog Dominion speel, ik nooit dezelfde set op tafel hoef te leggen. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de bedenker van Dominion zijn tijd besteedt aan het bedenken van nieuwe spellen in plaats van nieuwe uitbreidingen van Dominion. Maar het bloed kruipt soms waar het niet gaan kan. Volgens de Secret History van de dertiende Dominion uitbreiding wilde hij op een dag een spel doen met ene Kevin. En tsja, wat is nou een leuk tweepersoonsspel…. En zo kwam Dominion weer eens op tafel. Een paar weken later gebeurde hetzelfde. En toen kon Donald het toch weer niet laten….

In de dertiende uitbreiding staan dieren centraal en hij heet Menagerie. Natuurlijk is het niet alleen meer van hetzelfde met schattige dierenplaatjes (niet dat ik daar over geklaagd zou hebben), maar heeft Donald drie nieuwe ideeën gebruikt voor deze set.

Het belangrijkste nieuwe idee is dat je kaarten kan gaan verbannen, bijvoorbeeld door het spelen van een bepaalde koninkrijkskaart. Je legt de verbannen kaarten op een apart spelersbordje. Deze kaarten zijn uit je trekstapel, maar tellen aan het eind van het spel wel gewoon weer mee als je je punten gaat tellen. Het is dus aantrekkelijk om landgoederen, hertogdommen en provincies te verbannen. Maar soms moet je ook fijne kaarten (zoals een goud) verbannen. Gelukkig is er een mogelijkheid om verbannen kaarten terug te krijgen. Op het moment dat je een kaart pakt (bijvoorbeeld door hem te kopen) dan mag je alle kaarten van deze soort van je verbanningsbordje pakken en op je aflegstapel leggen.

Het tweede idee waar in deze set mee wordt gewerkt, zijn de paarden. Dit zijn kaarten die je niet kan kopen (maar die je via andere kaarten moet krijgen) die je +2 kaarten +1 actie geven én die nadat je ze gespeeld hebt, weer terug naar hun trekstapel gaan. Het is altijd lekker om een paardje te trekken omdat hij zichzelf vervangt (+1 kaart + 1actie) en dan nog een extra kaart oplevert (de tweede kaart die je mag trekken). Je hebt er alleen maar één keer plezier van en dan zijn ze weer weg.

Het derde nieuwe element is dat er een nieuwe kaartsoort wordt geïntroduceerd, namelijk de spoorkaarten. Aangeraden wordt om in elk potje maximaal één spoorkaart te gebruiken. Spoorkaarten geven een alternatieve manier om acties te gebruiken. In plaats van een actie gebruiken om een koninkrijkskaart te spelen, mag je namelijk de actie uitvoeren die op de spoorkaart staan. En daar zitten leuke kaarten tussen, zoals dat je je hand mag aanvullen tot zes kaarten.

…en de waardering

And he did dit again! Ondanks het ongeluksnummer is deze dertiende uitbreiding weer een prima uitbreiding. Er zitten lekker veel nieuwe koninkrijkskaarten (30 nieuwe kaarten) in deze uitbreiding en daarnaast nog 30 paarden, 20 spoorkaarten en 10 gebeurteniskaarten (die we kennen uit de Avonturen-uitbreiding).

Het verbannen en weer terug halen van kaarten is een erg leuk mechanisme. Dit wordt in veel kaarten van de nieuwe set gebruikt en levert interessante kaarten op. Een paardenkaart zit nooit in de weg en dus is het altijd fijn om er één te krijgen. Het is dus best lekker om wat kaarten te hebben die je paarden opleveren. De paarden zelf doen natuurlijk niets wat we niet al eerder gezien hebben, maar niemand spuugt op een kaart die zichzelf vervangt en dan nog wat extra’s geeft. De spoorkaarten leveren interessante mogelijkheden op om ongebruikte acties toch nog nuttig te gebruiken. Soms zijn ze zelfs zo handig dat je liever de spoortkaart uitvoert dan de (zwakke) koninkrijkskaart uit je hand.

 

Auteur: Donald X. Vaccarino
Uitgever: 999 games, 2020
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: circa 45 euro

Recensie: Dominion Renaissance

Het is jammer dat de uitbreiding Renaissance van het populaire kaartspel Dominion niet direct na de uitbreiding De Donkere Middeleeuwen is gepubliceerd, maar dat er nog een aantal andere uitbreidingen tussen zaten. Maar desondanks kan deze uitbreiding toch gezien worden als  een wedergeboorte in de Dominion-wereld en is de naam dus toch gepast. Met deze uitbreiding wilde Donald namelijk terugkeren naar de eenvoud van de eerste spellen uit de Dominion-serie.

Dat de kaarten relatief eenvoudig zijn, wil natuurlijk niet zeggen dat er geen nieuwe elementen worden geïntroduceerd. De belangrijkste noviteit is dat  alle spelers een spelersbordje krijgen waarop ze geldkisten en dorpsbewoners kunnen verzamelen. Deze kan je vervolgens gebruiken als een extra geld (de geldkisten) of een extra actie (de dorpsbewoners). Door af en toe wat geldkisten en/of dorpsbewoners te verzamelen, heb je minder last van handen met veel actiekaarten (die kan je dan gewoon spelen) of die momenten waarop je net één geld te kort komt om die ene lekkere kaart te kopen. 

In deze set worden verder zogenaamde artefacten geïntroduceerd. Dit zijn kaarten die je iets leuks opleveren maar die je niet gewoon kan kopen, maar die je moet veroveren door het spelen van bepaalde koninkrijkskaarten. Van elk artefact is er maar één en de spelers moeten deze kaarten dus van elkaar afpakken.  Zo kan je via de ijzervreter bijvoorbeeld aan het artefact de schatkist komen. Deze schatkist levert je een constante stroom goud op. Reken maar dat daar om gevochten gaat worden!

De laatste noviteit in Renaissance zijn de projecten. In de doos zitten twintig verschillende projecten en elk spel kan je er één of twee gebruiken. In je koop-fase kan je een openliggend project kopen door het geldbedrag dat er op staat te betalen. Vervolgens leg je een blokje in je spelerskleur op de projectkaart en de rest van het spel mag je de actie uitvoeren die op deze kaart staat aangegeven.

…en de waardering

Ik juich het toe dat Donald met Renaissance weer terug is gekeerd naar de eenvoud van de eerdere sets. Het is fijn als je in een oogopslag kan zien wat een kaart doet. De geldkisten en dorpsbewoners zorgen voor wat extra flexibiliteit en dat is altijd lekker. Al moet ik daarbij natuurlijk wel toegeven dat de geldkisten oude wijn in nieuwe zakken zijn, want in Hijs de Zeilen zat ook al de mogelijkheid om muntjes te sparen. Maar het is een leuk onderdeel van dit spel, dus je zult me er niet over horen klagen dat dit element is wedergeboren.

Ik ben minder dol op de project-kaarten. Ik heb er persoonlijk genoeg aan als ik uit tien koninkrijkskaarten kan kiezen en hoef er dan niet nog een paar extra mogelijkheden bij om geld aan uit te geven. Veel van de kaarten zijn ook nog behoorlijk duur en daar krijg je dan een minder sterke actie voor terug dan als je hetzelfde geld  uit had gegeven aan een koninkrijkskaarten. Dat is logisch want je mag hem veel vaker spelen, maar toch vind ik ze vaak niet zo aantrekkelijk en koop ik ze daarom niet en vergeet ik ze ook vaak op tafel te leggen. Voor mij zit het plezier van deze set daarom in de 25 nieuwe koninkrijkskaarten en die zijn top.


Auteur: Donald X. Vaccarino
Uitgever: 999 games, 2020
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: circa 45 euro


zondag 23 augustus 2020

Recensie: Marco Polo

In 2012 brak het Italiaanse auteursduo Luciani & Tascini door met de hersenkraker Tzolk’in. Dat spel is onder liefhebbers nog steeds erg populair, wat voor beide heren zeker zal hebben bijgedragen aan het bedenken van nog meer spellen in het zwaardere genre. In de voetsporen van Marco Polo (kortweg Marco Polo) is met Tzolk’in waarschijnlijk hun populairste spel.

Zoals de naam van het spel al doet vermoeden ga je vanuit Venetië op reis naar verre oorden in het zuiden en oosten van Azië. Onderweg sticht je handelsposten in verschillende steden, die je verschillende bonussen opleveren. Sommige zijn eenmalig, andere krijg je iedere ronde opnieuw. Voor het uitvoeren van je acties moet je dobbelstenen inzetten, waarvan je iedere ronde vijf gooit. De dobbelstenen zijn een soort werkers, zoals die in werkverschaffingsspellen als Caylus, Agricola en Tzolk’in. Belangrijke acties zijn reizen, het verkrijgen van handelswaren en het nemen van handelscontracten, waarmee je de handelswaren omzet in punten.

Sommige acties kosten meerdere dobbelstenen en hoe hoger de waarde van de dobbelstenen, des te meer je ervoor krijgt. Daar staat tegenover dat die hoge dobbelstenen ook meer geld kosten als je een actie kiest die al door een ander uitgevoerd is. Omdat geld schaars is, is een lage worp soms ook best fijn.

De meeste punten scoor je doorgaans met de contracten, maar aan het einde van het spel kun je nog aardig wat bonuspunten verdienen met een uitgebreid handelsnetwerk. Die eindafrekening volgt na vijf rondes en uiteraard wint de speler met de hoogste score.

...en de waardering

Een van de leukste aspecten van Marco Polo zijn de karakters. Iedereen kiest er aan het begin een uit en allemaal geven ze een leuk voordeel. De grap is dat de karakters van de andere spelers altijd net wat beter lijken, totdat jij eens met dat ene goede karakter speelt. Dan blijkt die uit je vorige pot toch niet eens zo slecht.

Met welk karakter je ook speelt, uiteindelijk draait alles om schaarste. Geld, handelswaren, kamelen, dobbelstenen: je hebt nooit genoeg. Door die schaarste zit je elkaar erg in de weg. Heb je net genoeg geld om te reizen, is iemand anders je voor en moet je extra betalen! Maar ja, het was toch wel fijn om eerst die zijde goedkoop in te kunnen slaan. Dat voortdurende gemanoeuvreer kan soms frustrerend zijn als je net een leuke strategie had bedacht. Je moet altijd een plan B (en C en D) achter de hand hebben voor het geval de anderen je in de weg zitten. En geloof me, dat doen ze.

Ik ken genoeg mensen die daar van smullen, voor mij is die onvoorspelbaarheid net te veel. Ik speel Marco Polo zeker niet zonder plezier, maar tot mijn favorieten zal ik het niet snel rekenen.




Auteurs: Simone Luciani en Daniele Tascini
Uitgever: 999 Games (2015)
Aantal spelers: 2-4, vanaf 12 jaar
Speelduur: 60-120 minuten
Prijs: ca 45 euro

donderdag 20 augustus 2020

Recensie: Stay Cool

Een van de boeiendste boeken die ik ooit las is Ons feilbare denken van psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Daarin verdeelt hij het menselijk denken in twee systemen. Met het dominante Systeem 1, waarmee je snel, instinctief en automatisch handelt zonder er veel bij na te hoeven denken. Het luie Systeem 2 gebruik je als je je goed moet concentreren en weloverwogen een beslissing moet nemen. Je kunt best verschillende dingen doen (‘multitasken’), zo lang je maar bij maximaal één handeling een beroep doet op Systeem 2. Als je alle aandacht moet houden bij druk verkeer is het oplossen van een rekensom als 2+2 niet zo ingewikkeld, maar het is vragen om problemen om in zo’n situatie 13*47 proberen uit te rekenen.

Aan die theorie moest ik denken bij het spelen van Stay Cool. Het uitgangspunt is eenvoudig: geef in twee minuten het goede antwoord op zoveel mogelijk vragen. Die vragen zijn meestal ook nog eens heel simpel, zoals “Wat is de kleur van een eierdooier? ” en “Hoeveel is 23-5?”. De grap is alleen dat de beide spelers naast je allebei vragen gaan stellen. De vragen van de speler links van je moet je gewoon beantwoorden, de antwoorden op die van de speler rechts moet je spellen met letters op verschillende dobbelstenen. Dus terwijl je koortsachtig op zoek bent naar de letter G mag je vertellen hoeveel klinkers er in “ordinair” zitten, of drie voertuigen noemen anders dan auto of vrachtwagen.

In de eerste ronde mag je opwarmen en houdt een andere speler de tijd bij. De twee minuten worden bijgehouden met een zandloper van dertig seconden, die drie keer omgedraaid moet worden. In de tweede ronde moet je zelf de opdracht geven de zandloper om te draaien. In de derde ronde ook, maar dan mag je de zandloper niet zien. Ben je te laat, dan is je beurt direct voorbij. Probeer dan maar eens de G te vinden en ook nog ‘fiets, trein’ te zeggen.

Na drie ronden van stress en leedvermaak wint de speler met de meeste punten.

...en de waardering

Triviaspellen heb je in alle soorten en maten, van het saaie Triviant tot het hilarische Time’s Up! Stay Cool doet in dit genre zijn eer aan, want alles draait er in dit spel om om je hoofd er bij te houden. Met alle relatief eenvoudige taakjes die je simultaan moet doen is dat nog knap lastig. Ik zal niet de laatste speler zijn die dacht lekker bezig te zijn, maar vergat op de tijd te letten. Stress voor de speler die aan de beurt is, is al snel leedvermaak voor de anderen.

Zelf beschik ik over enige aanleg voor dit soort spellen, maar sommige spelers kunnen de stress van het multitasken niet goed aan en klappen door de druk helemaal dicht. Dat is een keertje best lollig, maar drie ronden lang vooral een recept voor frustratie. Voor wie er mee om kan gaan is Stay Cool een grappig spel, maar kies je medespelers met zorg.







Auteur: Julien Lentis
Uitgever: 999 Games (2020)
Aantal spelers: 3-7, vanaf 12 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: ca 25 euro

zondag 16 augustus 2020

Nieuwe Tiny Tins!

Ik ben vast niet de enige die een zwak heeft voor mini-versies van spellen. Het heeft iets schattigs, een spel in een mini-versie. Maar hoe schattig een mini-spel ook is, het moet natuurlijk nog wel te spelen zijn, anders heb je er niets aan. Deze zomer bracht 999 games drie nieuwe mini-versies van hun spellen uit in de zogenaamde Tiny Tin serie, namelijk Pechvogel, Vlotte Geesten en Konijnen Hokken. Daarnaast verscheen ook de mini-versie van het populaire dobbelspelletje Regenwormen opnieuw. Deze vier spellen zien er allemaal even schattig uit met hun popperige dobbelsteentjes, fiches, kaarten en speelstukken. Maar de vraag is of ze ook lekker spelen….

Over de Regenwormen versie ga ik kort zijn: dat spel is niet voor niets voor de derde keer opnieuw uitgebracht. Het is echt een briljant reisspelletje. Het spelmateriaal is klein, maar het werkt prima. Zie voor meer informatie, het blogje dat ik over de vorige serie Tiny Tins schreef.

Pechvogel is een dobbelspel waarin je vooral veel lol mag hebben over alle pech van de andere spelers (lees hier de recensie als je het spel niet kent). In het blikje zitten (naast de spelregels) zeven kleine dobbelstenen en een groot aantal kleine zwarte fiches. Het enige minpuntje in de uitvoering van dit spel zijn die fiches. Een deel ervan is eenzijdig bedrukt en een ander deel is aan beide kanten leeg. Het was fijner geweest als de bedrukte fiches dubbelzijdig bedrukt waren of als de lege fiches toch een klein symbool hadden gekregen. Je bent nu bij het klaarleggen wat extra tijd kwijt om te checken of de fiches die met een onbedrukte kant naar boven liggen, niet iets op de achterkant hebben staan. Maar, dit is klein leed. Verder speelt het spel prima weg. Ik vind het spel zelf alleen wat minder leuk doordat de geluksfactor erg hoog is en het speelplezier vooral lijkt te moeten komen uit de pech van de andere spelers. Maar dat is een kwestie van smaak waar je over kan twisten. Er valt niet over te twisten dat dit een prima reis-editie is van Pechvogel.

In het blikje van Konijnen Hokken zitten zo mogelijk nog schattiger dobbelstenen als in Pechvogel. Konijnen Hokken is een push your luck dobbelspelletje (lees hier de recensie als je het spel niet kent). Naast de zeven dobbelstenen, zit er spelregels en een scoretableau met twee kleine knijpertjes in het blikje. Het enige minpuntje in deze mini-uitvoering is dat voor grote, volwassen, lompe vingers het wat uitdagender is om de kleine knijpertjes op de gewenste plekken van het scoretableau te zetten.  Maar verder speelt het spel echt lekker weg. En ik vind dit ook echt een leuk spel om te doen. Ik denk dat dit net zo’n klassieker gaat worden in onze reis-uitrusting als de reisedities van Regenwormen en Scrabble.

Vlotte Geesten is een reactiespelletje (lees hier de recensie als je het spel niet kent). Dit is het best gevulde blikje van de serie. Naast de spelregels zit er een dikke stapel ronde kaartjes in en vijf kleine houten speelfiguren. Vooral het spook en de muis zijn heel schattig omdat daar gezichtjes op gedrukt zijn. Met twee spelers speelt dit spel prima weg. In plaats van het juiste speelfiguur grijpen leg je je vinger er op en trek je het naar je toe. Ik voorzie wel problemen als je dit spel met grote groepen wil gaan spelen. Op het blikje staat dat het spel zelfs met acht spelers gedaan kan worden, maar het lijkt me erg lastig om de stukken zo neer te leggen dat iedereen er even makkelijk bij kan. Maar met vier of misschien zelfs vijf spelers moet het nog wel te doen zijn. Ik vind Vlotte Geesten ook echt een leuk spelletje. Van mij mag ook deze dus mee op vakantie.

Bij deze spellen leidt het speelplezier niet onder het formaat (afgezien van de hogere spelersaantallen bij Vlotte Geesten, maar dit jaar mogen we toch niet met zulke grote groepen afspreken, dus who cares), maar levert het wel veel oh’s en ah’s op voor hoe schattig de spellen er uit zien. Conclusie de Tiny Tins leveren ingeblikte betaalbare, speelbare, schattigheid. Het is dat ik niet op vakantie ga dit jaar, want anders gingen ze mee.

woensdag 12 augustus 2020

Recensie: Parijs, de lichtstad

In 1889 werd de wereldtentoonstelling in Parijs gehouden. De Parijzenaars hadden grootste plannen om hun gasten te imponeren met….straatlantaarns! Wij vinden het tegenwoordig heel normaal dat ’s avonds overal de lantaarns aangaan als het donker wordt, maar aan het eind van de 19e eeuw was dan nog niet zo vanzelfsprekend. Als er al straatlantaarns waren, dan werkten die op gas en moesten ze handmatig worden aangestoken. Ik kan me zo voorstellen dat de eerste lantaarn al weer uit was (opgebrand of uitgewaaid) tegen de tijd dat de laatste was aangestoken. Hoe indrukwekkend moet het wel niet geweest zijn voor de bezoekers van de wereldtentoonstelling dat in Parijs de straatlantaarns met een druk op de knop aangingen met dank aan elektriciteit! In Parijs, de lichtstad, het nieuwste tweepersoonsspel van 999 games, wordt deze uitvinding in de spotlight gezet.

Het spel bestaat uit twee fasen. In de eerste fasen bouwen de spelers samen het stratenplan van Parijs op en claimen ze gebouwen. In de tweede fase worden de gebouwen in de stad gezet en speciale acties uitgevoerd. Doel van dit alles is om de meeste punten te scoren doordat jouw gebouwen ’s nachts goed uitgelicht worden door strategisch geplaatste straatlantaarns.

Beide spelers krijgen aan het begin van het spel een stapel tegels. Iedere tegel bestaat uit vier vakken in de kleuren rood (daar mag de rode spelers bouwen), blauw (daar mag de blauwe speler bouwen), paars (daar mogen beide spelers bouwen) en grijs (daar staat een straatlantaarn waar natuurlijk niet overheen gebouwd mag worden). Verder liggen er op tafel tetris-vormige gebouw tegels. Als je aan de beurt bent dan mag je óf een tegel aanleggen aan de stadsplattegrond die in de doos afgebeeld staat (en dus vierkant wordt) óf een gebouw claimen dat je de volgende fase wil gaan bouwen. Je kan alleen bouwen op je eigen kleur en op de paarse vakken. Het liefst wil je dus eerst de plattegrond zo maken dat het gebouw dat jij pakt er op gaat passen. Maar als je te voorzichtig bent heb je kans dat alle wat makkelijker modelletjes al door de andere speler zijn geclaimd en je zelf met de onmogelijke vormen blijft zitten.


In de tweede fase mogen de spelers om de beurt een gebouw gaan bouwen. Je moet daarbij goed opletten dat de paarse velden door beide spellers gebruikt mogen worden, maar natuurlijk maar één keer bebouwd mogen worden. Het komt dan ook regelmatig voor dat een speler een geclaimd gebouw niet meer kan bouwen doordat de andere een cruciaal paars vakje in gebruik heeft genomen.

Naast het bouwen van gebouwen, mogen de spelers in plaats daarvan ook één van de acht speciale acties claimen. De speciale acties staan afgebeeld achterop postkaarten zie rechtstreeks uit het Parijs van de 19e eeuw afkomstig lijken te zijn. Er zijn speciale acties waarmee extra punten kan scoren of regels even mag breken. Elke speciale actie mag maar één keer gebruikt worden en beide spelers mogen maximaal 4 van deze acties uitvoeren. Ook voor deze acties loop je dus het risico dat de ander ze net voor je neus wegkaapt. En als je dat combineert moet je dus continue afwegen welke zet je nu echt moet doen en welke nog wel even kan wachten omdat je inschat dat de ander je daar niet in de weg gaat zitten.


Als beide spelers klaar zijn met de tweede fase, worden de punten geteld. Je waardeert allereest elk gebouw gebaseerd op hoeveel lantaarns er direct aan het gebouw grenzen (hoe meer, hoe beter). Daarna scoor je nog voor de grootste oppervlak van aan elkaar grenzende gebouwen. Vervolgens scoor je nog punten gebaseerd op de door jou geclaimde actiekaarten. En daarna krijg je nog aftrek voor gebouwen die je wel geclaimd hebt, maar niet gebouwd. Wie de meeste punten heeft, wint het spel en de harten van de Parijzenaars.

….en de waardering

Parijs, de lichtstad is een verrassend spelletje dat er bovendien heel sfeervol uitziet. Het lijkt op het eerste gezicht vrij licht en luchtig, maar zit toch vol interessante keuzes en verrassende wendingen waar je slim op in moet spelen.

Ik vind het vooral heel leuk bedacht dat je in de eerste fase de stadplattegrond moet leggen en de juiste gebouwen moet claimen en dat je die dan in de tweede fase gaat bouwen. Alleen al dit idee is genoeg om een interessant spel te maken, al had ik dan graag een nog wat groter speelvlak en nog meer gebouwen gehad.

De acties die er in de tweede fase bij komen zijn misschien net wat te veel van het goede, vooral omdat je elk potje acht verschillende gebruikt waarvan je dan moet overzien wat ze allemaal doen en hoe je ze handig inzet. Voor zo’n kort en vlot spelletje als Parijs is, is dat wat veel.

In de tweede fase verandert het spel vervolgens een beetje in een spannende race om de beste plekjes en acties te claimen. Je staat daarbij voor lastige keuzes waarbij je goed in de gaten moet houden wat de andere speler kan en wil doen. Het komt regelmatig vol dat al je mooie plannen in de prullenbak kunnen doordat de andere speler net op dat ene plekje gaat staan of net die ene cruciale actie pakt. Het is dus goed om een plan B, C en zelfs soms nog D te hebben.





Auteur: José Antonio Abascal
Uitgever: 999 games, 2020
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 15-30 minuten
Prijs: circa 15 euro


zondag 9 augustus 2020

Recensie: Ticket to Ride: Amsterdam

Ticket to Ride Amsterdam is het derde spel dat in de steden-serie van het bekende treinenspel uitkomt. Ik had voor een Amsterdam-editie voor waterfietsen of rondvaartboten gekozen, maar Alan R. Moon heeft een andere keus gemaakt. Ticket to Ride Amsterdam speelt zich namelijk niet in de huidige tijd af, maar vier honderd jaar geleden in de Gouden Eeuw. Fietsen en rondvaartboten zag je toen in Amsterdam nog niet, maar handkarren des te meer.

Zoals elke goede Ticket to Ride variant betaamt, draait het in dit spel om de twist. De regels zijn namelijk voor 90% identiek aan alle andere Ticket to Rides. Dat betekent dat je in je beurt mag kiezen uit de bekende acties: transportkaarten (“trein”) trekken, routes claimen door transportkaarten te spelen of nieuwe contract (“route”) kaarten trekken.

De twist is dit keer dat op sommige routes een handkar staat afgebeeld. Als je zo’n route claimt dan trek je een kaart van de contractkaarten-stapel. Aan het eind van het spel zijn bonuspunten te verdienen voor de spelers op basis van wie de meeste van deze kaarten heeft.

En natuurlijk wint op het eind de speler die de meeste punten weet te scoren.




… en de waardering

Ook deze steden-versie is weer een super snelle Ticket to Ride variant die je in een vloek en een zucht gespeeld hebt. Het is echt een super geconcentreerde versie, die in een minimum aan tijd je toch echt even het Ticket to Ride gevoel geeft. Aan het bekende recept is een meerderheids-element toegevoegd doordat je door de routes aan de rand van het bord te claimen contractkaarten krijgt. Deze verandering heeft niet heel veel effect op het spelplezier, maar hij zit ook niet in de weg. Ik vind als ik eerlijk ben twists uit New York  en Londen net iets interessanter. Maar dat neemt niet weg dat ik hoop dat de souvenirwinkels en museum-shops uit Amsterdam opletten en dit spel in hun schap gaan leggen. Er zijn heel veel slechtere souvenirs die je mee kan nemen van een bezoekje aan onze hoofdstad.

Auteur: Alan R. Moon
Uitgever: Days of Wonder, 2020
Aantal spelers: 2-4
leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 10-15 minuten
Prijs: circa 20 euro

zaterdag 8 augustus 2020

Recensie: Welcome to...Kwak Kwak

In de lente van 2020 sloeg het Corona-virus toe en moesten in steeds meer landen mensen van de ene op de andere dag zo veel mogelijk thuis blijven. Het waren hele spannende maanden waarin niets hetzelfde leek. Maar dat was natuurlijk niet waar. De natuur trok zich niets aan van Corona. De bomen liepen uit, de bloemen begonnen te bloeien en de eerste eendjes kwamen uit hun ei. Meerdere uitgevers hebben dit voorjaar gratis spellen of uitbreidingen uitgebracht om mensen die netjes thuis bleven wat te doen te geven. Zo ook de uitgever van het populaire draw & write spelletje Welcome to…. Er werd een print & play uitbreiding uitgebracht waarin de lente werd gevierd met de komst van twee nestjes met eenden-kuikens die vrolijk door het nieuwbouwwijkje heen liepen. 

Het materiaal dat je voor deze uitbreiding nodig hebt (naast natuurlijk een exemplaar van Welcome to…), is gratis down te loaden op de website van de uitgever. Het materiaal bestaat uit scoreblaadjes (print er zo veel als je nodig hebt), spelregels en een aantal nieuwe bonuskaartjes. Als je een lamineer-apparaat hebt, dan kan je de onderdelen na het printen nog netjes lamineren. 

Op de scorebriefjes staan twee moedereenden afgebeeld waarachter een sliert aan schattige kuikens aanloopt. Alle regels van het basis-spel gelden, er komt alleen een extra scoremogelijkheid bij. Het is de bedoeling om zo snel mogelijk alle eendjes te vinden door de huizen waar ze tussen afgebeeld staan te nummeren. Als je dat doet dan mag je het gevonden eendje omcirkelen en is het gered. 

De geredde kuikens leveren op twee manieren punten op. Allereest leveren de eendjes punten op, op het moment dat één speler alle eendjes van een kleur heeft gered. Op dat moment tellen alle spelers hoeveel geredde eendjes verbonden zijn met hun moeder en zo veel punten scoor je. Op deze manier worden beide kleuren eendjes (gele en bruine) gewaardeerd en daarnaast worden ze ook nog gewaardeerd als één speler alle eendjes van beide nesten heeft gered. De tweede manier waarop je punten kan scoren is doordat in elk spel er ook één bonuskaartje wordt gebruikt met een kuiken-gerelateerd doel er op, zoals het vinden van vijf eendjes van een kleur.

...en de waardering

Welcome to…Kwak Kwak is een leuke variant op Welcome to…. Het spel blijft eigenlijk hetzelfde, maar er wordt een race-element aan toegevoegd doordat je zo snel mogelijk de eendjes wil redden. Dit is bovendien een thema waar ik blij van word, wie houdt er immers nou niet van die schattige kleine pluizige bolletjes die in de lente in onze sloten verschijnen. Dit stukje schattigheid konden we in de lente van 2020 goed gebruiken. Ik vind het super sympathiek van de uitgever dat ze deze leuke uitbreiding gratis beschikbaar hebben gesteld. Iedere liefhebber van Welcome to… kan ik dus van harte aanraden om even de moeite te nemen om hem te downloaden en printen. 

Auteur: Benoit Turpin en Alexis Allard 
Uitgever: Jumping Turtle Games, 2020
Aantal spelers: 1-100
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 25 minuten
Prijs: GRATIS!

zaterdag 1 augustus 2020

Maandoverzicht: juli 2020 (Dagmar)

De afgelopen maand kwam 59 keer een spel op tafel. Je kan dus wel zeggen dat het een prima spellenmaand was. Het hielp dat ik de maand begon met een vakantieweekje. Eigenlijk zouden Niek en ik in die week een paar dagen naar Italië gaan voor een bruiloft, maar die ging niet door. Gelukkig was de reden van het afzegging Corona en niet een gebrek aan liefde en dus is het slechts uitstel en geen afstel. En gelukkig was het virus deze maand redelijk onder controle waardoor Niek en ik er in onze week vakantie ook op uit konden trekken, zoals naar heerlijk rustige musea. Ik moest er echt een beetje aan wennen om buiten huis te zijn, na al die maanden waarin ik ons dorp niet uit ben geweest. En natuurlijk speelden we in onze vakantie nog net wat vaker een spelletje dan we normaal al doen. Verder kwam deze maand mijn  vriendin B op bezoek. Zij houdt ook erg van spelletjes. Het was prachtig weer en dus hebben we een middag heerlijk (op gepaste afstand) in de tuin spellen zitten doen. Het was echt fijn om haar weer eens in het echt te zien en heel fijn om lekker veel spellen achter elkaar te doen.

Ik speelde deze maand 8 spellen voor het eerst. Over Herrlofen de Ticket to ride Blijf thuis uitbreiding heb ik al recensies geschreven, dus die sla ik in dit alfabetische maandoverzicht over.

Ik ben echt dol op Dominion, maar doordat ik alle uitbreidingen heb is het inmiddels een behoorlijk zwaar spel geworden. Zowel letterlijk (één kaart weegt niet zo veel, maar alle kaarten bij elkaar telt toch op een gegeven moment wel op) als figuurlijk (ik moet regelmatig opzoeken hoe een bepaalde kaart ook al weer precies werkt, zeker in combinatie met andere kaarten uit andere sets). De laatste uitbreiding voor Dominion is gelukkig een relatief eenvoudige. Er zitten drie nieuwigheden in. Allereerst kan je kaarten gaan verbannen. Als je dat doet dan leg je de betreffende kaart op een speciaal spelersbordje aan de kant. Als je dan later dezelfde kaart weer koopt dan mag je alle kaarten van die soort die verbannen zijn weer terugpakken. Verder zijn er kaarten met paarden die je niet kan kopen, maar die je door sommige kaarten krijgt.  Elk paard levert je +2 kaarten en +1 actie op, maar na gebruik moet je het paard weer inleveren. En dan zijn er nog een soort nieuwe gebeurtenis-kaarten die je de mogelijkheid bieden om acties als iets anders in te zetten (bijvoorbeeld +1 kaart). Dat is reuze fijn als er veel kaarten in het spel zijn waarmee je extra acties krijgt. Mijn eerste indruk van deze nieuwe uitbreiding is positief. De nieuwe kaarten zijn niet al te complex en zijn dus redelijk makkelijk toe te voegen aan de kaarten die er al zijn. Ze zien er bovendien erg mooi uit. Er zijn al zo veel Dominion-kaarten dat nog een uitbreiding eigenlijk nergens voor nodig is. Maar de kwaliteit van Dominion is ook zo hoog dat overdaad nog steeds niet schaadt. Ik ben dus blij dat er nog plaats was voor deze uitbreiding in mijn opbergsysteem.

Op mijn shelf of shame (de plank met wel gekochte maar nog niet gespeelde spellen) stond Papillon al een paar maanden te wachten. Dit is een kickstarter aankoop van vorig jaar waar ik een beetje zuur van was geworden doordat dit spel al op Spiel te koop was, weken voordat ik het spel bezorgd kreeg en daar ook nog minder kostte. Ik vind het echt niet netjes als een spel eerder in de winkel ligt dan dat de mensen die het spel hebben helpen financieren het hebben ontvangen (m.u.v. natuurlijk de winkels die het ook via Kickstarter het spel hebben gekocht), zeker als het dan ook nog eens goedkoper is. Deze uitgever heeft voor Kickstarter-projecten nu dus een grote min achter zijn naam staan.  Ik had het spel al wel een keer in elkaar gezet. Dat was nog een hele klus. In het spel staan er namelijk een aantal 3D bloemen op tafel. Om die er goed uit te laten zien, heb je echt lijm nodig want het past net niet lekker anders. En dan zitten er ook nog vlindertjes in het spel die op kleine knijpers gelijmd zijn, maar waarvan er toen ik de doos open maakte al een flink aantal los waren geraakt. Ook die moest ik dus eerst lijmen voor ik het spel kon spelen. Tijdens het spelen van het eerste potje raakte er ook weer één los, dus dit is een spel waar je de lijmpot misschien maar beter in de buurt kan houden.

Ik begon dus een beetje met lange tanden aan de spelregels. Maar al snel werd ik enthousiaster en kreeg ik zin om het spel te spelen. In Papillon bouwen de spelers in  acht rondes een tuintje vol met bloemen en vlinders. Ik heb het spel tot nu toe alleen met twee spelers gedaan. Met drie of vier spelers wordt er een soort veiling-mechanisme aan het begin van iedere ronde toegevoegd om te bepalen wie de startspeler is, maar met twee spelers wordt de startspeler op een andere manier bepaald. Aan het begin van elke ronde worden er een aantal tuintegels en een tuinkabouter-fiche op een speciaal bordje gelegd. Op sommige tegels staan rupsen die extra punten opleveren aan het eind van het spel (en die met drie en vier spelers gebruikt worden om mee te bieden). De startspeler mag dan als eerste een rijtje van deze tegels pakken om hier zijn tuin mee te gaan bouwen. Een rijtje kan twee (met een tuinkabouter) of drie tegels lang zijn voor de eerste speler. En daarna kan het zijn dat een rijtje zelfs nog maar één tegel groot is. Met deze tegels puzzel je bloemperkjes en weides met vlinders bij elkaar. Als je een bloemperk af hebt, dan leg je er een vlindertje op in dezelfde kleur, die aan het eind van de ronde naar de bijbehorende 3D bloem vliegt om daar met het knijpertje aan vastgemaakt te worden. Het ziet er echt beeldig uit. Aan het eind van het spel krijgen de spelers punten voor wie (per bloem) de meeste vlinders op de bloem heeft, voor alle vlinders in afgebouwde weides, voor kabouters en rupsen die je verzameld hebt en voor je twee grootste bloemperkjes. Het spel duurt maar acht rondes en is dus afgelopen voor je het door hebt. Het is leuk om een tuintje bij elkaar te puzzelen, al komt het regelmatig voor dat net dat ene stukje dat jij nodig hebt niet voorbij komt. Je moet dus een beetje flexibel zijn. Doordat het spel zo kort duurt, heb je altijd het gevoel dat je tuintje nog niet af was. Wellicht vinden sommige mensen dat frustrerend, maar ik wil er vooral telkens het spel nog een keer door doen in de hoop dat ik dan een beter afgeronde tuin kan maken (ik houd er van als zaken zijn afgerond). Na het zuur van de Kickstarter-ervaring en het in elkaar zetten van het spel, volgde er dus gelukkig zoet in de vorm van aangenaam speelplezier.

Deze maand is een nieuwe steden-editie van Ticket to Ride verschenen. De naam (Ticket to Ride Amsterdam) verklapt al dat dat het spel dit keer zich afspeelt in onze hoofdstad en wel in de 17e eeuw. Ook dit keer is een hele kleine twist toegevoegd, namelijk dat op sommige routes op het bord een kar staat afgebeeld. Als je deze routes bouwt, dan mag je de bijbehorende contractkaart pakken. Aan het eind van het spel krijgen de spelers extra punten op basis van wie de meeste van deze kaarten verzameld heeft.  Ook deze editie speel je weer in een vloek en een zucht uit en is daardoor perfect voor als je heel snel een spelletje wilt doen. Natuurlijk lever je wel wat aan spanning in ten opzichte van het complete spel, maar toch heb je wel echt een Ticket to Ride gevoel. De twist is klein, maar leuk. Ik hoop dan ook dat deze variant heel snel in alle souvenir-winkels van Amsterdam zal komen te liggen.

Ik was deze maand voor het eerst sinds 12 maart weer eens een dagje op  (een uitgestorven) kantoor. In mijn pauze heb ik natuurlijk een rondje door Den Haag centrum gelopen. Het was echt veel rustiger dan normaal op straat, maar tot mijn opluchting zag ik nog geen winkels of restaurantjes die failliet waren gegaan.  Ik heb tijdens mijn rondje natuurlijk de spellenwinkel  (Tabletop Kingdom, in een zijstraat bij Het Plein) niet overgeslagen. Ik heb daar één van de toen nog twee uitbreidingen die ik nog niet had voor Ticket to Ride gekocht, namelijkTicket to Ride: Heart of Africa. Dit is een enkelzijdige uitbreiding met de kaart van het zuidelijk deel van het continent Afrika. De twist in deze variant is dat er speciale kaartjes in het spel zitten waarop drie kleuren spoor zijn aangegeven. Als je treinkaarten trekt, mag je in plaats van een treinkaart ook zo’n kaart trekken. Die leg je dan open voor je neer. Als er niemand is die meer kaarten van een soort heeft dan jij, dan mag je de punten die je scoort voor het bouwen van een stuk spoor verdubbelen. Je moet dan wel één (voor stukken spoor van maximaal lengte 3) of 2 (voor stukken spoor vanaf lengte 4) van deze kaarten weer inleveren. Ook deze uitbreiding valt weer niet tegen. Hij voegt twee extra keuzes toe doordat je moet beslissen wanneer je deze nieuwe kaarten trekt en vervolgens op welk moment je ze wilt inzetten. Je wilt ze natuurlijk het liefst inzetten bij lange stukken spoor, maar dan moet je wel zeker weten dat je die nog gaat bouwen. En als jij de kaarten inzet dan verlaag je de drempel voor andere spelers en je moet je ook afvragen of je dat ze gunt. Ik denk wel dat deze uitbreiding nog leuker is met meer dan twee spelers omdat het dan lastiger is om genoeg van de bonuskaarten te verzamelen.

Ik miste nog één uitbreiding van Ticket to Ride., namelijk Ticket to Ride India en Zwitserland. Ik had deze uitbreiding altijd genegeerd omdat ik het stom vond dat ze voor deze dubbelzijdige uitbreiding de Zwitserland uitbreiding die ooit los was uitgegeven hadden hergebruikt. Ik had Zwitserland al in de kast staan en vond het dus een beetje zonde om het volle pond te betalen voor een uitbreiding waar ik de helft al van had. Ik heb dit probleem opgelost door mijn Zwitserland uitbreiding uit te lenen aan iemand die erg slecht is in het teruggeven van geleende goederen. De Zwitserland-kant van het bord hebben we nog niet gespeeld, maar de India kant wel. In deze variant kan je extra punten scoren als je de steden op een ticket twee keer met elkaar verbind zodat er een soort cirkels ontstaan. Hoe vaker je dit doet, hoe meer punten je krijgt. Ik was voor een paar grote opdrachten gegaan en het lukte me niet om zo’n cirkel te maken. Ik heb het één keer geprobeerd, maar toen blokkeerde Niek me. Niek slaagde er wel in om twee cirkels te maken en scoorde daar 10 bonuspunten mee. Ik vond dit een erg leuke uitbreiding om te doen. Het is ook echt grappig (of beschamend) hoe weinig van de plaatsen op de kaart ik ken. India is een enorm land en die steden moeten gigantisch zijn, maar van de meeste had ik nog nooit gehoord. In die zin blijft Ticket to Ride ook een leerzaam spelletje.

Het laatste nieuwe spel dat ik deed was een gratis print and play uitbreiding voor het leuke roll & write spel Welcome to… your perfect home. In Welcome to…:Quack wordt de wijk in de lente gebouwd en lopen er allemaal kleine eendjes over de bouwplaats. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Je moet in dit spel deze eendjes vangen door de twee huizen waar ze tussen staan van een nummer te voorzien. Vervolgens worden er punten vergeven als iemand alle gele en/of bruine eendjes heeft gevangen (dan krijgt iedereen net zo veel punten als hij eendjes van die kleur naar hun mama heeft gebracht). Verder gebruik je elke ronde ook één bonus-kaart die iets met die eendjes doet. De toevoeging van eendjes is maar een kleine twist, maar wel een leuke. De eendjes zien er schattig uit en ze voegen een race-element toe doordat je ze als eerste wilt redden. Ik vind het super sympathiek dat de uitgever deze uitbreiding gratis beschikbaar heeft gemaakt als geste aan de mensen die nu vanwege Corona thuis moeten blijven.  Ik heb de blaadjes geprint en geplastificeerd en met een klein beetje moeite heb ik nu een leuke uitbreiding in de kast staan.