zondag 31 maart 2019

Recensie: Saboteur: De verloren mijnen

Samen met Weerwolven van Wakkerdam is Saboteur ongetwijfeld een van de populairste spellen voor grotere groepen. Een ander kenmerk dat de spellen delen is dat van willekeur. Vaak heb je maar weinig invloed op het spelverloop en draait het vooral om de groepsdynamiek. Voor sommigen is dat een afknapper, voor anderen een aanbeveling.

De uitbreiding bedacht hiervoor een oplossing door de spelers in twee teams te laten spelen, met daarin verborgen saboteurs. Die aanpak zien we ook terug in de bordspelversie, waarin twee teams zich een pad door het bos proberen te banen naar drie mijnen vol schatten. In beide teams kunnen saboteurs zitten, die voor zichzelf werken, maar ook mollen van het andere team die. Niemand weet van elkaar wie hij of zij is. Het enige dat je weet is dat je teamgenoten zeer waarschijnlijk niet te vertrouwen zijn.

Het spelverloop is zoals we gewend zijn. In je beurt speel je een kaart waarmee je dichterbij de mijnen kunt komen, of waar je de andere spelers mee hindert. Met sommige kaarten kun je informatie inwinnen over je medespelers, het aantal schatten of welke mijn het aantrekkelijkst is. Eén mijn wordt namelijk bewoond door een draak; daar kom je liever niet. Na het spelen van een kaart mag je met je dwerg over de gespeelde kaarten lopen; als het kan richting een mijn met schatten.

Een ronde eindigt als alle schatten gevonden zijn. Iedereen maakt nu bekend bij welk team zij of hij echt hoort. De saboteurs houden hun eigen schatten, de andere spelers verdelen alles binnen het team. Zo krijgen ook de spelers die niet bij een mijn konden komen, maar toch bij hebben gedragen, alsnog wat punten. Na een aantal rondes eindigt het spel en wint de speler met de grootste buit.


…en de waardering

Persoonlijk vind ik het bordspel een geslaagde verbetering van het kaartspel. Je hebt meer invloed op je eigen lot, kunt elkaar nog steeds lekker stangen en de paranoia door de verschillende rollen is er niet minder om. Het voelt soms een beetje als Wie is de Mol: iedereen probeert zogenaamd geld in de pot te brengen, maar gaat toch voor eigen gewin. En tja, soms moet je dan toch vooral anderen dwars zitten.

Helaas heeft het spel ook een belangrijk nadeel in vergelijking met het kaartspel: beurten duren duidelijk langer. Als je met een grote groep bent duurt het spel makkelijk langer dan een uur. Voor een lollig groepsspel is dat nog net wat te lang. Ik vind de voordelen daar duidelijk tegenop wegen, maar in mijn ervaring denkt niet iedereen daar zo over. Als je een compact en vlot spel wilt voor een grote groep kun je beter het kaartspel nemen. Wil je toch net wat meer tactiek en invloed dan is het bordspel de beste keuze.







Saboteur: De verloren mijnen

Auteur: Fréderic Moyersoen
Uitgever: 999 Games, 2018
Aantal spelers: 3 tot 9, vanaf 10 jaar
Speelduur: 45 minuten
Prijs: ca 25 euro

Recensie: The Climbers

Een van de opvallendste verschillen tussen spellen van nu en die van twintig jaar geleden is de vormgeving. Zelfs het eerste spel van kleine, onafhankelijke uitgevers van nu ziet er beter uit dat een kaskraker van een van de grote Duitse uitgevers in de jaren negentig. Grafisch ontwerp wordt ook in bordspellen bloedserieus genomen, en dat zie je aan alles: de doos, het regelboek, kaarten, het bord en natuurlijk de houten en plastic onderdelen.

Maar soms gaat er niks boven een sobere en degelijke vormgeving, in de vorm van houten blokken. In The Climbers krijg je er een zware doos vol mee, en eenmaal opgezet ziet het spel er indrukwekkend uit.

The Climbers is een positiespel waarbij de spelers hun klimmer zo hoog mogelijk op de blokkentoren moeten krijgen. Iedere beurt mag je een van de blokken verplaatsen en/of draaien en het met je klimmer hogerop zoeken. Maar pas op: je klimmer mag alleen blokken betreden waarvan jouw kleur of de neutrale kleur bovenop ligt. Bovendien mag je maar één verdieping per stap stijgen. Slechts twee keer in het spel kun je een ladder gebruiken om sneller te stijgen, daar wil je dus zuinig mee zijn.

Om het je medespelers moeilijker te maken mag je aan het eind van je beurt een blokkeersteen plaatsen: het blok waar die steen op staat mogen ze niet verplaatsen of draaien.

Naarmate het spel vordert wordt de toren steeds hoger en smaller. Dan komt vanzelf een keer het moment dat niemand nog hoger kan komen. De speler die dan het verst is geklommen is de winnaar.


…en de waardering

The Climbers is een visueel zeer aantrekkelijk spel, dat snel de aandacht van omstanders trekt. Het is bovendien zo uitgelegd, waardoor iedereen snel mee kan spelen. Het is in de eerste plaats een abstract spel, en zeker met meer spelers is het vooral tactisch, op het opportunistische af. Je moet je kansen grijpen waar je ze krijgt, met als enige doel zo snel mogelijk hogerop komen. Met alle blokkeerstenen van je tegenstanders is dat soms knap ingewikkeld. Soms moet je gewoon geluk hebben dat ergens jouw kleur zomaar bovenop ligt, waardoor je sneller kunt stijgen dan de rest.



Door een beetje geluk op het juiste moment kun je soms op een onoverbrugbare voorsprong komen, waardoor het spel snel zinloos aan kan voelen. Maar ook zonder die geluksfactor kan het voorkomen dat een speler die eenmaal op kop ligt, niet meer in te halen is. Dat doet toch een beetje afbreuk aan een verder fraai en leuk spel.







The Climbers

Auteur: Holger Lanz
Uitgever: 999 Games, 2018
Aantal spelers: 2 tot 5, vanaf 10 jaar
Speelduur: 45 minuten
Prijs: ca 40 euro

woensdag 27 maart 2019

Recensie:Wingspan


Wingspan houdt de spellenwereld op dit moment (voorjaar 2019) flink bezig. Het is het spel dat iedereen wil spelen en waar de hele spellenwereld het over heeft. Dit komt allereerst doordat veel mensen het een heel leuk spel vinden, maar daarnaast ziet het spel er prachtig uit, heeft het een opvallend lieflijk thema (vogels) én is het op dit moment ontzettend moeilijk te vinden. Er zijn weinig dingen die de kooplust zo opjagen als een spel willen hebben en het niet kunnen kopen. In Amerika schijnen sommige mensen al meer dan 1000 dollar voor dit spel over te hebben. Zo gek doen wij in Nederland natuurlijk niet, maar ook hier is het spel een doorslaand succes. De eerste editie van 999 games vliegt de winkel uit en is op veel plekken al uitverkocht (de volgende druk ligt naar verwachting in augustus in de winkel).

Wingspan is een spel waarin je je eigen (enorme) volière vult met vogels. De 170 vogels staan afgebeeld op kaarten en behalve de informatie die relevant is voor het spel (zoals hoeveel punten de vogel oplevert of hoeveel eieren zij kan leggen), staat op iedere kaart ook een leuk weetje over de vogels.  In je volière (een eigen spelersbordje) zijn drie soorten landschappen waar de vogels kunnen wonen, namelijk moeras-, weide- en boslandschappen.

Het spel bestaat uit 4 rondes waarin je een aantal acties mag uitvoeren. De eerste actie die je kan doen is het neerleggen van een vogel uit je hand. Je moet dan de juiste voedselfiches afleggen (ongewervelden, zaden, vis, fruit of knaagdieren) en soms eieren. De tweede actie die je kan kiezen is voedsel verzamelen. Hoeveel voedsel je mag pakken hangt af van hoeveel vogels er in je bosgebied leven. Hoe meer vogels daar zitten, hoe meer voedsel je krijgt. De derde actie is eieren leggen en hoeveel eieren je legt hangt af van hoeveel vogels er in je weidelandschap wonen. De laatste actie die je kan uitvoeren is het trekken van extra vogelkaarten (en dat hangt dan weer af van hoeveel vogels er in je moeraslandschap wonen). De acties hangen dus met elkaar samen: om een vogelkaart te spelen moet je hem eerst wel hebben en heb je eieren en/of voedsel nodig, om eieren te leggen moeten er wel vogels zijn die die eieren kunnen leggen, etc.

Op het moment dat je een actie kiest, leg je een actieblokje aan het eind van de rij in het juiste landschap neer en voer je de actie uit die daar staat afgebeeld. Vervolgens loop je het blokje terug via alle vogels die in die rij liggen. Op veel vogels staat namelijk een actie die je mag uitvoeren als je die vogel “activeert”. Soms krijg je op die manier extra voedsel, eieren of handkaarten. Maar sommige vogels gaan ook op jacht, bijvoorbeeld door dobbelstenen te gooien en vervolgens te kijken of je de prooi van deze vogel hebt gegooid. Als dit lukt dan leg je het bijbehorende fiche op je vogelkaart en dit levert aan het eind van het spel punten op. Een andere jachtmethode is dat je de bovenste gesloten kaart van de vogelkaarten opendraait in de hoop dat je zo een klein vogeltje (onder een bepaalde spanwijdte) opendraait. Als het vogeltje klein genoeg is, dan slaagt de jachtpoging en leg je die kaart onder de vogel en ook dit levert punten op.

Aan het begin van het spel worden vier fiches opengedraaid waarop staat waar aan het eind van een ronde extra punten mee te verdienen zijn. Denk bijvoorbeeld aan wie de meeste bosvogels heeft of wie de meeste eieren heeft liggen in het moerasgebied. Aan het begin van het spel krijgen alle spelers ook een bonuskaart waarmee ze aan het eind van het spel nog extra punten kunnen scoren als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals het hebben van een bepaald aantal roofvogels of een bepaald aantal vogels met een kleur in hun naam (bijvoorbeeld de Geelkoptroepiaal of de Witkruingors).

Aan het eind van het spel bepalen de spelers hun score door bij de puntenwaarde van hun vogels, de punten van hun bonuskaart(en), de einde ronde doelen punten, één punt per ei op hun spelersbordje en punten voor het voedsel op de vogels en kaarten onder de vogels. Wie dan de meeste punten heeft wint het spel.

…en de waardering

Ik snap de hype voor dit spel wel. Wingspan is namelijk een  uitdagend spel met eenvoudige regels. Iedere ronde leg je een blokje neer en voer je vervolgens de actie uit en voer je daarna de acties uit van de vogelkaarten in de betreffende rij. Zowel op het bordje als op de vogelkaarten staat duidelijk aangegeven welke actie je moet uitvoeren en dat maakt dat het spel heel toegankelijk is.

Het is vervolgens de kunst om de juiste vogels te kiezen om mooie actie-reeksen te creëren (engine-building in bordspellenjargon). Doordat iedere keer andere zaken punten opleveren (einde ronde doelen en bonuskaarten) en doordat er heel veel verschillende vogels zijn, is elk spel anders. Maar daarnaast zijn er ook nog heel veel verschillende manieren waarmee je in elk potje punten kan scoren. Zo kan je proberen heel veel eieren te leggen of juist proberen veel kaarten te trekken zodat je daar de vogels uit kan pikken die je makkelijk kan bouwen en die veel punten opleveren. Hierdoor zijn er heel veel verschillende strategieën mogelijk. Natuurlijk speelt geluk in dit spel een rol, want je bent gedeeltelijk afhankelijk van de kaarten die je trekt. Maar het is veel belangrijker wat je vervolgens met de kaarten die je trekt doet en dat maakt dat de geluksfactor mij niet stoort.

En dan ziet dit spel er ten slotte echt super mooi uit en zit het vol met leuke kleine thematische details. Ik vind het echt grappig dat sommige vogels jagen op andere vogels door de bovenste kaart open te draaien. Ik zie het helemaal voor me dat een kleine roofvogel een poging doet om een grote reiger te vangen en dat dit niet lukt. Of dat diezelfde reiger probeert vissen te vangen (dobbelen) maar met een lege bek boven water komt. In de natuur slaagt ook niet elke jachtpoging per slot van rekening.

Ik heb dit spel inmiddels meerdere keer gespeeld en na ieder potje wil ik alleen maar zo snel mogelijk het spel nog een keer spelen. Ik kan dan ook niet anders dan dit spel de maximale score geven.







Auteur: Elisabeth Hargrave
Uitgever: 999 games, 2019
Aantal spelers: 1-5
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 45 – 90 minuten
Prijs: circa 45 euro

zaterdag 23 maart 2019

Recensie: Flamme Rouge


Wielrennen is een van de populairste sporten in ons landje. Hele volksstammen plakken in de zomer vast aan hun tv voor de Tour de France en andere wielrenfestijnen. Ik snap daar weinig van. Fietsen is voor mij vooral een handige manier om van A naar B te komen als de afstand niet te groot is, maar fietsende mensen bekijken vind ik echt heel saai en veel van die ritten duren ook nog eens uren. Ik liep dan ook niet echt warm voor een spel over wielrennen. Tot Shut up and sit down aandacht besteedde aan Flamme Rouge en zo mijn interesse wekte. En zo kon het gebeuren dat er op mijn tafel toch een spel over wielrennen kwam te staan.
   
Flamme Rouge is een spel waarin spelers een team van twee wielrenners aansturen in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Het doel is natuurlijk om één van jouw renners als eerste over de finish te krijgen. Je ene renner is een Rouleur, of te wel een wielrenner die de hele tijd in een flink tempo door kan trappen, maar die echte topsnelheid mist. De andere wielrenner is een Sprinteur, die het grootste deel van de rit het net wat rustiger aan doet om af en toe met een stevige krachtexplosie een flinke sprint naar voren te nemen.

In het midden van de tafel wordt met losse stukken een parcours neergelegd. Je kan een van de standaard opstellingen uit het spel gebruiken, maar je mag ook je fantasie de vrije loop laten. Iedere speler krijgt vervolgens twee wielrenners en voor iedere wielrenner een deck met kaarten waarop staat hoe hard ze gaan (de Sprinteur gaat 2-9 vakken per keer en de Rouleur 3 tot 7). De wielrenners worden aan de start gezet en daarna kan het spel beginnen!

Iedere beurt trekt iedere speler voor iedere wielrenner vier kaarten van het deck en kiest daar één van uit om aan te geven hoe hard de wielrenner gaat. Je mag zelf kiezen in welke volgorde je de kaarten kiest voor de Rouleur en Sprinteur, maar je mag pas kijken welke kaarten je trekt voor de tweede nadat je de keus voor de eerste wielrenner hebt gemaakt.

Daarna worden de wielrenners op het bord net zo veel stapjes vooruit gezet als de kaarten die voor hen zijn gespeeld. De voorste wielrenner gaat altijd als eerste en zo wordt het hele peloton wielrenner na wielrenner bewogen. Als je met je wielrenner zou eindigen op een plek waar al een ander staat, dan blijf je helaas achter deze wielrenner hangen. De kaarten die gebruikt zijn, worden nu afgelegd (zijn uit het spel). Iedere keer als je trekstapel leeg is, schud je je aflegstapel om zo een nieuwe stapel te maken om van te trekken.

Nadat alle spelers hebben bewogen, wordt er van achter naar voren in het peloton gekeken of er wielrenners zijn die gebruik kunnen maken van de slipstream. Als er maar één leeg vakje tussen een (groepje) wielrenner(s) en de voorganger(s) is, dan mag je de achterste groep dat ene vakje naar voren schuiven. En als je een beetje geluk hebt, zijn ze dan onderdeel van een groep die ook weer maar één vakje achter hun voorganger fietsen en kunnen ze nog een keer slipstreamen.

Vervolgens ga je kijken welke wielrenners aan kop fietsen en de wind vol van voren krijgen. Elke wielrenner die een leeg vakje voor zich heeft staan, trapt zich het apelazerus en wordt moe. Deze wielrenner krijgt een vermoeidheidskaart die hij aan zijn deck moet toevoegen (snelheid van 2). Als je te vaak op kop fietst vervuilt dus je deck en voor je het weet trek je een hand met alleen maar 2-en en kom je dus niet meer vooruit.

Er wordt net zo lang gespeeld tot tenminste één wielrenner over de finish komt. De wielrenner die als eerste over de finish fietst (of het verste als er meerdere wielrenners finishen in dezelfde ronde), wint het spel.

Het spel adviseert om met een vlakke etappe te beginnen om de basisregels te leren. Daarna kan je bergen toevoegen met speciale regels. Zo kan je berg-op geen gebruik maken van de slipstream en ga je niet harder dan maximaal 5, terwijl je berg-af weer wel mag slipstreamen en juist minimaal 5 snel gaat (dit is dus het moment om vermoeidheidskaarten te dumpen). En als je nog meer variatie wilt, dan kan je nog de Peleton-uitbreiding kopen voor nog meer verschillende soorten wegen (waaronder de gevreesde kasseien) en de mogelijkheid om het spel ook met vijf of zes spelers te spelen.

…en de waardering

Flamme Rouge is een ontzettend leuk racespel. Het lijkt zo simpel, maar in de praktijk is het een leuke en lastige uitdaging om te bepalen welke kaarten je wanneer speelt. Het lijkt ideaal om aan het begin van de race splipstreamend mee te liften op de hogere kaarten van de andere spelers maar voor je het weet trekken zij een sprint naar voren waardoor er een te groot gat valt en je vol in de wind  fietst waardoor de ene vermoeidheidskaart na de andere je deck insluipt waardoor je wielrenners niet meer vooruit te branden zijn.

Het spel is prima speelbaar met twee spelers, maar het spel is leuker met drie of vier spelers. De regels van Flamme Rouge zijn lekker simpel, maar dit gaat niet ten koste van het speelplezier. Hierdoor is Flamme Rouge een spel dat geschikt is voor zowel verwende veelspelers als voor families.  Het spel is erg thematisch en daardoor zullen spelers al snel wielrenjargon uitslaan over pap in de benen, over hoe ver Parijs nog is en het hard maken van de koers. Dit komt het speelplezier zeer ten goede. Misschien is het spel zelfs wel zo leuk dat het lukt om verstokte wielrenfanaten in de zomer achter de tv vandaan te trekken omdat zelf meedoen leuker is dan kijken!







Auteur: Asger Harding Granerud
Uitgever: Lautapelit, 2016
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: circa 40 euro

woensdag 13 maart 2019

Recensie: Dobbel zo Clever


Het dobbelspelletje Clever was vorig jaar een grote hit onder spellenliefhebbers. Het spel greep helaas net naast de Spiel des Jahres. Al zal de auteur van Clever hier niet lang om gerouwd hebben omdat het spel dat wél won ook door hem ontworpen was (Kwakzalvers van Kakelenburg).  Na zo veel succes kan een vervolg niet lang op zich laten wachten. Ik had verwacht dat het een uitbreiding zou worden, maar het werd een zelfstandig speelbaar spel met de grappige naam Dobbel zo Clever.

Dobbel zo Clever werkt precies hetzelfde als Clever: je gooit met zes dobbelstenen, kiest er één van uit, kruist die af op een scoreblok, je legt alle dobbelstenen met een lagere waarde aan de kant en gooit de resterende dobbelstenen nog een keer waarna de cyclus zich nog twee keer herhaalt. Nadat je drie dobbelstenen hebt gebruikt, mogen de andere spelers uit de opzij gelegde dobbelstenen een dobbelsteen uitkiezen en afstrepen op hun blaadje. In Dobbel zo Clever heb je alleen andere kleuren dobbelstenen en werk je met een nieuw scorebriefje met andere vereisten en scoremogelijkheden.

Als je een zilveren dobbelsteen kiest, dan mag je het betreffende getal afkruisen. En daarna kruis je ook nog alle getallen af van de dobbelstenen die je aflegt. Aan het eind van het spel scoor je punten per rij (hoe meer afgekruist, hoe meer punten). Omdat je in dit blok ook de afgelegde dobbelstenen mag afkruisen, is dit blok een echte puntenpakker.

In het gele blok kost het juist meer moeite om een getal afgekruist te krijgen. De eerste keer dat je een getal kiest moet je er namelijk een cirkel om heen tekenen en pas als je hetzelfde getal nog een keer kiest mag je het echt afkruisen. Hoe meer getallen je via deze tweestapsmethode hebt afgekruist, hoe meer punten het oplevert.

In de blauwe rij vul je de waarde van de witte en blauwe dobbelsteen samen in. Iedere keer dat je een getal in vult moet dat gelijk of lager zijn dan het vorige getal. Je kan de rij dus maar beter niet met een laag getal beginnen. Hoe meer getallen je aan het eind van het spel hebt ingevuld, hoe meer punten je krijgt.

In de groene rij moet je sommetjes maken om punten te scoren. Je mag elk getal invullen en  de waardes worden vaak vermenigvuldigd. Je trekt alleen het tweede getal van het eerste af en het verschil is het aantal punten dat je scoort. Dit doe je ook weer bij het derde en vierde getal, etc.  Je wilt dus eigenlijk afwisselend hoog en laag scoren om het verschil zo groot mogelijk te maken.
In de laatste rij (de roze) mag je alles invullen wat je wilt en krijg je aan het eind van het spel de som van de gegooide getallen.

En natuurlijk krijg je net als bij Clever, bonussen als je sommige vakjes aankruist of bepaalde doelen bereikt. Als bonus mag je bijvoorbeeld een extra vakje van een bepaalde kleur wegkruisen. Als je dit een beetje handig doet kan je soms met dat extra vakje weer een bonus activeren waardoor je nog een vakje mag wegkruisen, etc. Behalve de bekende bonussen (opnieuw gooien, extra dobbelsteen en de vosjes) is er in deze versie ook een bonus waardoor je dobbelstenen die je hebt afgelegd weer terug mag nemen. Dit combineert vooral heel lekker met de zilveren dobbelsteen.

Aan het eind van het spel tel je al je scores op. Als je via bonussen vosjes hebt verdiend, dan krijg je per vos vervolgens nog het aantal punten van je slechtst scorende kleur extra. Wie daarna de meeste punten heeft wint het spel.
… en de waardering

Dobbel zo Clever is een hele goede naam voor dit spel. Het spel is namelijk echt een Clever 2.0: heel herkenbaar, maar toch compleet anders. En dat is positief voor mensen die (net als ik) Clever zo’n beetje grijs gespeeld hebben en toe zijn aan meer uitdaging. Maar de keerzijde daarvan is dat het spel een stuk complexer is en dus lastiger te leren is voor nieuwe spelers. Zelfs als je Clever al kent, is het eerste potje Dobbel zo Clever flink wennen. Het is veel lastiger om hoge scores te bereiken en het kost ook meer moeite om bonussen te activeren. De geluksfactor is in Dobbel zo Clever ook iets hoger dan in Clever geworden doordat lage worpen aan het begin van het spel vaak echt vervelend zijn terwijl je daar in Clever nog best wat aan hebt. Als je de beide spellen niet kent, dan raad ik daarom aan om met Clever te beginnen. Pas als je die kan dromen is het tijd om met veel plezier de zwaardere uitdaging uit te gaan van Dobbel zo Clever.






Auteur: Wolfgang Warsch
Uitgever: 999 games, 2019
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 15 euro

zondag 3 maart 2019

Maandoverzicht: februari 2019 (Dagmar)


Februari was een prima maand op spellengebied. Ik speelde 34 keer een spel en daarvan waren 4 spellen nieuw.

Het eerste nieuwe spel was Dobbel zo Clever. Ik speelde de Duitse versie, maar binnenkort komt bij 999 ook een Nederlandse editie uit. Dit is de opvolger van het super populaire dobbelspelletje Clever (lees hier de recensie als je het spel niet kent). In Dobbel zo Clever speel je met gedeeltelijk andere kleuren dobbelstenen op een nieuw scorebriefje. De regels van het spel zijn hetzelfde gebleven, maar doordat je een nieuw scorebriefje hebt waar de verschillende categorieën op een andere manier werken, is het toch een heel ander spel. In Clever kies je vaak laag-laag-hoog in je beurt, maar dat werkt  in Dobbel zo Clever niet. Je moet dus echt weer goed nadenken over welke dobbelstenen je kiest. Dit komt voornamelijk door het zilveren blok. Als je de zilveren dobbelsteen kiest, dan kruis je het bijbehorende getal zoals gebruikelijk in het zilveren blok af. Maar daarnaast kruis je ook alle lagere dobbelstenen af die je aflegt af. Het is daardoor in eens interessant geworden om ook aan het begin van een ronde al een hoge zilveren (of witte) dobbelsteen te kiezen, zelfs als je daarna geen dobbelsteen meer over hebt. In het spel kan je namelijk bonussen krijgen waarmee je eerder afgelegde dobbelstenen weer terug mag pakken. Dit geeft het spel een hele eigen dynamiek. Dit is een aanrader voor de liefhebbers van Clever, zeker als je dat spel (net als ik) zo vaak gespeeld hebt dat je er een beetje zat van was. Dobbel zo Clever is meer van hetzelfde, maar dan uitdagender. Dat was precies waar ik aan toe was.

Het tweede spel dat ik speelde was Exploding Kittens. Dit is één van de meest succesvolle kickstarter-spellen ooit  (ruim tweehonderd duizend mensen backten dit spel). Exploding Kittens is een soort Russische Roulette kaartspel. In het spel moet je kaarten omdraaien van een stapel. Sommige kaarten geven je het recht om een actie uit te voeren (daar ben je blij mee), maar in de stapel zitten ook kaarten met exploderende kittens. Als je zo’n kaart trekt en niet de juiste kaart hebt om de explosie ongedaan te maken, dan heb je verloren. Je speelt net zo lang totdat er nog maar één speler over is en die wint het spel. In het spel zit een beetje tactiek, een beetje bluf en vooral heel veel geluk. Ik loop niet warm voor die combinatie, maar er zijn hele volksstammen die dit spel echt heel leuk vinden, dus misschien begrijp ik iets niet (het duurde ook even voor ik Fluxx begreep).

Het derde spel dat ik speelde was Flamme Rouge. Ik heb dit spel onmiddellijk gekocht nadat ik de hilarische review van Shut up and Sit down van dit spel had bekeken (klik hier voor de link). In Flamme Rouge staat een wielerklassieker centraal. Iedere speler komt met twee wielrenners aan de start en hoopt dat één van hen de race gaat winnen. Je ene renner is een betrouwbare kracht die het hele spel op redelijk hoog tempo kan doortrappen en de ander is een sprinter die het meestal rustig aan doet maar een paar keer per spel even een flinke sprint trekt. Iedere ronde trek je vier kaarten van de stapel van iedere speler en kies je één daarvan uit die aangeeft hoe hard hij die ronde fietst. Vervolgens worden de fietsers verplaatst (de koploper als eerste). En daarna hoop je dat jouw wielrenners gebruik kunnen maken van wat slipstream doordat ze precies één vakje achter een andere wielrenner fietsen. Als dit lukt dan schuif je je wielrenner dat vakje vooruit. En als laatste kijk je welke wielrenners daarna vol in de wind rijden (een leeg vak voor zich hebben). Deze wielrenners raken vermoeid en krijgen een extra kaart met lage waarde in hun deck. Het is dus de kunst om in te schatten wat de andere spelers doen en zo veel mogelijk in hun slipstream mee te fietsen zodat zij moe worden en jij je goede kaarten spaart om, zodra de finish in zicht is, een stevige sprint te trekken en als winnaar over de streep te gaan. In de praktijk is dat alleen nog best lastig en dat maakt het spel zo leuk. Behalve vlakke etappes kan je ook nog bergetappes spelen waarbij berg op en berg af speciale regels tellen om het spel nog leuker te maken (bijvoorbeeld geen slipstream berg op). Ik heb inmiddels ook al een uitbreiding gekocht waar je over kinderkopjes moet gaan racen voor nog meer variatie. Flamme Rouge vind ik een thematisch topspel. De regels zijn simpel waardoor alle aandacht gaat naar het spel zelf. Ik heb niets met wielrennen. Ik vind  het namelijk reuze saai om naar fietsende mensen te kijken. Als Niek naar de Tour de France of een andere eindeloze wielrenwedstrijd wil kijken vertel ik hem dan ook altijd dat hij, als hij naar fietsers wil kijken, maar lekker langs het fietspad moet gaan zitten in plaats van voor de tv, met als voordeel dat dat het dan nog live is ook (wees gerust, hij hoort me niet eens meer als ik dat zeg en blijft lekker voor de tv zitten). Ondanks mijn aversie tegen deze sport, vind ik Flamme Rouge een heerlijk spannend spel en begin ik zelfs trashtalk over pap in de benen en uit de wind houden uit te kramen. Ik kan dit spel dan ook niet hard genoeg aanbevelen.

Het laatste nieuwe spel dat ik speelde was Muse: Awakenings. Al is nieuw daar een beetje een overdreven woord, want dit spel is een variant van Muse en dat spel speelde ik al vaak eerder (lees hier de recensie als je het spel niet kent). Het verschil met Muse is dat er nu punten op de opdrachtkaartjes vermeld zijn en er gespeeld wordt tot een team over een bepaald aantal punten heen is gegaan. Hoe lastiger de opdracht is, hoe meer punten hij oplevert. Ik vind Muse een erg leuk spel en Muse: Awakenings dus ook.