zaterdag 2 februari 2019

Maandoverzicht: januari 2019 (Dagmar)



Zo, de eerste maand van het jaar zit er weer op! Het begint al weer langzaam een beetje langer licht te zijn en daar ben ik heel blij mee. De eerste week van dit jaar begon goed met nog twee spellendagen in de kerstvakantie (spellenpret en een dagje met Peter Hein en Anton). Na de kerstvakantie zakte helaas de speelfrequentie flink terug, onder andere doordat ik een week lang aan de buis gekluisterd zat voor de finale van de Slimste Mens op een tijdstip dat ik normaal nog wel eens een spelletje deed (Peter Hein deed mee én won). Uiteindelijk stond er 37 keer een spel op tafel, waarvan 6 nieuw waren.

Het eerste spel (alfabetisch) dat ik voor het eerst speelde was  Architects of the West Kingdom. Dit is een werkverschaffingsspel waar je iedere ronde een meeple op een actielocatie zet. Hoe meer meeples van een speler op een locatie staan, hoe groter de opbrengst is die je krijgt als je er nog een meeple bijzet. Het enige risico is dat als er veel meeples van jou op een plek staan, het heel aantrekkelijk wordt voor andere spelers om deze groep gevangen te nemen en vervolgens af te leveren bij de gevangenis. En dan moet jij vervolgens acties besteden aan het weer vrijkopen van de gevangenen. Ik vond dit een interessant mechanisme. Wij waren tijdens het spel denk ik alleen iets te veel bezig met elkaar gevangen nemen en lieten ons daardoor een beetje afleiden van de belangrijkste manieren om punten te scoren. Architects is een puntensalade waar je op verschillende manieren kan scoren en het is de eerste keer best lastig om dat goed te overzien. Het spel duurde daardoor een tikje lang. Maar desalniettemin heb ik me er prima mee vermaakt en zou ik het spel graag nog eens doen.

Het tweede spel dat ik voor het eerst speelde was Betrayal at House on the Hill. Deze klassieker stond al heel lang op mijn wensenlijstje en ik was blij dat ik eindelijk de kans had om het spel te spelen. Betrayal is een soort dungeon crawler waarin je een spookhuis verkend. Het spel bestaat uit twee fasen. In de eerste fase lopen de spelers rond en ontdekken ze het huis. Telkens als je door een deur stapt leg je een nieuwe tegel aan die je blind van een stapel trekt. Soms gebeurt er dan niets, maar op veel tegels staat een symbool dat verwijst naar één van de stapels met kaarten waar je dan een kaart van trekt met een gebeurtenis of voorwerp. Bij gebeurtenissen moet je vaak dobbelen om te kijken hoe de gebeurtenis uitpakt (bijvoorbeeld: je wordt aangevallen door een geest en je moet dobbelen om te kijken of je ongeschonden de aanval weet te doorstaan). In deze fase proberen de spelers handige voorwerpen te verzamelen en hun karakters een beetje aan te sterken (ieder karakter heeft verschillende eigenschappen zoals bijvoorbeeld kracht en snelheid die bepalen hoe goed ze in bepaalde tests zijn). Op een gegeven moment (wederom aangestuurd door de dobbelstenen) begint het echt te spoken in het huis. Afhankelijk van waar en met welk voorwerp het spookuurtje werd getriggerd, zoek je in een boekje het bijbehorende scenario op. In het scenario wordt uitgelegd wat er is gebeurd en wat je moet doen om het spel te winnen. In veel gevallen blijkt één van de spelers een verrader te zijn. Deze speler krijgt zijn eigen boekje met uitleg en instructie over het scenario. Vervolgens proberen de spelers zo snel mogelijk de overwinningsconditie voor hun kant te bereiken.

In ons scenario hoefden we gelukkig niet tegen elkaar te vechten, maar moesten we uit het huis zien te ontsnappen door een bepaald voorwerp te vinden (ik houd het expres vaag omdat ik geen spoilers wil geven voor mensen die het spel ook spelen). We vonden het voorwerp, maar daarna ontstond er wel een vechtpartij tussen de karakters waarbij we het telkens van elkaar afpakten en het spel daardoor een beetje langdradig begon te worden. Uiteindelijk besloten we dus maar met elkaar te vechten (tot de dood er op volgt) en was het een gevalletje: waar twee vechten om een been, gaat de derde er mee heen. Het idee van Betrayal vond ik wel erg leuk, maar het werd wel erg een dobbelfestijn op een gegeven moment en daar houd ik dan weer wat minder van.  

Het derde spel dat ik voor het eerst speelde was een nieuwe Carcassonne variant, namelijk Carcassonne Safari. Carcassonne zag in 2000 het levenslicht en sloeg toen in als een bom. Er zijn inmiddels al meer dan 10 uitbreidingen voor Carcassonne verschenen en ook meer dan 10 zelfstandig speelbare varianten. Ik denk dat dat veel zegt over de populariteit van het centrale spelmechanisme van Carcassonne. Het blijft gewoon leuk om samen een landkaart op te bouwen uit de vierkante tegeltjes. In Carcassonne Safari bouw je een landkaart van een Afrikaans safanne-landschap met veel gras en her en der een groepje bomen. In dit landschap leven verschillende dieren (apen, olifanten, giraffes, etc.). In deze variant moet je vooral proberen om zo veel mogelijk verschillende dieren in de door jouw geclaimde bosjes en wegen te krijgen. Je kan daarnaast een apenbroodboom claimen (“het klooster”) en zowel als je die begint te bouwen als op het moment dat je die afgebouwd hebt, krijg je een fiche met daarop ook een dier. Met deze fiches kan je waterpoeltjes bouwen, waarmee je ook weer punten kan scoren. Of je kan ze inzetten om het aantal verschillende dieren in jouw bosjes en wegen op te hogen. Verder rijden er nog twee jeeps door de savanne en kan je extra punten scoren als je bouwt op de plek van een jeep. Je mag daarna de jeep ook verplaatsen en dan kan je hem natuurlijk op een plek zetten waar je zelf graag wilt dat er gebouwd wordt (bijvoorbeeld om een apenbroodboom af te maken). Op deze manier geef je de andere spelers een kleine incentive om je te helpen. Het Carcassonne-mechanisme blijkt ook prima te werken in de safari en heeft weer een degelijk Carcassonne-spel opgeleverd. Het enige minpuntje vond ik dat het spel net wat te lang duurt (in ieder geval met twee spelers).

Carpe Diem was het vierde nieuwe spel voor mij deze maand. Dit is een nieuw spel van Stefan Feld dat uitgegeven wordt door Alea. In dit spel bouw je gebouwen in een Romeinse wijk. Het spel bestaat uit verschillende rondes. Aan het begin van iedere ronde worden op een speciaal bordje gebouwtegels in groepjes neergelegd. De spelers pakken vervolgens om de beurt een gebouw uit zo’n groepje. Maar je mag niet zo maar overal pakken, je zet een pion neer op de plek waar je pakt en in de volgende ronde moet die pion naar één van de twee andere locaties lopen waarmee de locatie waar je staat verbonden is om daar een volgende tegel te pakken. Je moet dus niet alleen rekening houden met wat de andere spelers willen en dus voor je neus weg pakken, maar ook met de route die je kiest. De tegels die je pakt leg je op een eigen spelersbordje. Aan het eind van elke ronde krijg je punten. Aan het begin van het spel wordt een speciaal bordje neergelegd met daarop kaarten waarop staat waar je punten voor krijgt (bijvoorbeeld voor het aantal bakkers dat je hebt of het aantal afgebouwde gebouwen). Om de beurt leggen de spelers een fiche neer tussen twee kaarten en scoren ze punten volgens deze twee kaarten. Op elke plek mag maar één fiche komen te liggen en neemt het aantal scoremogelijkheden tijdens het spel steeds verder af. Je moet je dus soms ook afvragen of je iets nu wil scoren of dat je er op gokt dat het er de volgende ronde ook nog wel is en dat je dan nog meer punten kan scoren. Ik vond Carpe Diem een erg leuk spel en zou het onmiddellijk gekocht hebben als de uitvoering niet zo beroerd was. De kleuren die gebruikt zijn heel somber en soms niet goed uit elkaar te houden (terwijl dit wel belangrijk is). Alea heeft al aangekondigd dat ze de kleuren in de tweede editie gaat aanpassen, dus ik heb goede hoop dat dit spel uiteindelijk wel in mijn spellenkast zal gaan belanden.

Ik heb vorig jaar Fireball Island gebacked op Kickstarter en dat spel werd afgelopen maand afgeleverd. Fireball Island is een spel van Restoration Games. Dit is een Amerikaanse uitgever die als motto heeft dat elk spel een nieuwe ronde verdient (“every game deserves another turn”). Ze kopen de rechten van populaire spellen uit de tweede helft van de vorige eeuw op, geven deze spellen een flinke opknapbeurt en brengen ze dan opnieuw uit. Fireball Island is een plastic fantastic kinderspel dat in de jaren ’80 in Amerika ontzettend populair was. Als je een tweedehands versie van het spel wil kopen, moet je dan ook flink in de buidel tasten (zeg 100 tot 300 dollar). In Fireball Island zijn de spelers ontdekkingsreizigers op een tropisch eiland waarop een grote vulkaan staat. Bij de vulkaan ligt een schat voor het oprapen en het doel van het spel is om met deze schat het eiland te verlaten. De vulkaan is natuurlijk niet echt te spreken over de diefstal en bestrijdt de dieven met lava-ballen (knikkers die in de vulkaan gegooid worden en vervolgens over het eiland rollen en daarbij de pionnen van de spelers omgooien). Restoration Games heeft dit spel flink onder handen genomen door onder andere een nieuw bord te ontwerpen en het spelmechanisme aan te passen.  In de nieuwe versie draait het niet alleen meer om het hart van de vulkaan, maar moet je punten verdienen door als toerist over het eiland te racen en daar verschillende kleine en grote schatten op te rapen (het hart van de vulkaan is een grote schat) en door selfies te maken. De vulkaan spuugt nog steeds lavaballen uit om de indringers te bestrijden. In de kickstarter-campagne werden ook meteen drie uitbreidingen aangeboden, waarvan ik er twee heb gekocht. Met deze uitbreidingen heeft het eiland nog veel meer manieren om de ongewenste gasten het leven zuur te maken, bijvoorbeeld door aanvallen met slangen en bijen (groene en gele knikkers), een grote rots (groot schuimrubberen balletje) een tijger (plastic speelstuk dat je moet schieten). Fireball Island is een echt familiespel waarin geluk een flinke rol speelt (als je pech hebt rollen alle lava-ballen, bijen en slangen altijd jouw kant op). Niek en ik hebben het spel nu twee keer gedaan en ik had er wel plezier in. Het blijft gewoon leuk om knikkers in een vulkaan te gooien en te hopen dat ze de andere speler omgooien. De eerste keer deed ik alle uitbreidingen in het spel en dat was wat te veel van het goede voor ons. Het is beter om met één of maximaal twee elementen te spelen omdat anders de stapel kaarten die bepaalt welk element je mag gebruiken wel heel erg verwaterd en sommige dingen niet meer voorbij komen. Ik heb het originele spel nooit gespeeld, maar ik denk dat Restoration Games goed werk heeft afgeleverd. De enige uitglijer die ze gemaakt hebben is de materiaal keuze van de doos. De doos is gemaakt van flinterdun karton. Het karton is zo dun dat de doos niet eens netjes rechtop blijft staan als hij open is. Hij begint dan over zijn vouwen in elkaar te zakken.

Het laatste nieuwe spel dat ik deze maand speelde was Ilôs. In dit spel ben je een ontdekkingsreiziger die een tropisch eilandenrijk aan het ontdekken is. In dit rijk bouw je nederzettingen en stuur je pioniers op pad om grondstoffen te verzamelen. De grondstoffen die je verzameld zijn aan het eind van het spel punten waard. Maar hoeveel punten ze waard zijn staat van te voren niet vast. Je kan grondstoffen opgeven om de waarde van een goed te verhogen. Maar dat doe je niet alleen voor jezelf, maar voor alle spelers. Je moet dit dus met beleid doen: als je de waarde verhoogd dan heb je zelf minder van de goederen maar de andere profiteren volledig mee en zullen dan vast harder hun best doen om deze grondstoffen ook te gaan verzamelen. Ik vond Ilôs best aardig, maar had nog niet echt grip op het spelverloop en vind het dus ook moeilijk om al echt een oordeel te geven.

Geen opmerkingen: