maandag 31 december 2018

Recensie: Kwakzalvers van Kakelenburg


2018 was het jaar van Wolfgang Warsch. Deze tot voor kort onbekende spelauteur sleepte dit jaar met maar liefst drie verschillende spellen een nominatie binnen voor de prestigieuze Spiel des Jahres en won met de Kwakzalvers van Kakelenburg de prijs voor het beste spel voor ‘experts’. Dat doet vermoeden dat Kwakzalvers een pittig spel is met een stevig regelboek en dito speelduur, maar niets is minder waar.

Kwakzalvers gebruikt het idee van wat onder liefhebbers wel ‘bag building’ genoemd wordt, als variant op het ‘deck building’ in bijvoorbeeld Dominion. Iedere ronde trek je fiches uit je eigen zak, die ingrediënten voor een toverdrank vormen. Je wilt daarmee zo ver mogelijk komen, maar het is wel opletten geblazen. Bij de startingrediënten zitten namelijk knalerwten: als je daar te veel van trekt ontploft je ketel en loop je punten mis of mag je geen nieuwe ingrediënten kopen.
Door meer ingrediënten aan te schaffen verklein je de kans om knalerwten te trekken en maak je betere toverdranken, waardoor je meer punten krijgt en nog betere ingrediënten kunt kopen.

Wie na negen rondes van mixen en brouwen van tovercocktails de meeste heeft verdiend wint het spel.










…en de waardering

Kwakzalvers zit in een merkwaardig schemergebied: de geluksfactor van het trekken van de fiches is veel liefhebbers te hoog, voor gelegenheidsspelers is de variatie aan mogelijke combinaties van ingrediënten misschien net iets te veel. Deze veelspeler is niet vies van een beetje geluk, en ik houd juist erg van veel variatie in een spel. Daar zorgt Kwakzalvers zeker voor, want je kunt op vele verschillende manieren proberen er een mooi brouwsel van te maken. Geen spel is hetzelfde. Als je dus niet vies bent van een beetje gokwerk met kans op foute afloop kan ik Kwakzalvers van Kakelenburg van harte aanbevelen.







De Kwakzalvers van Kakelenburg

Auteur: Wolfgang Warsch
Uitgever: 999 Games, 2018
Aantal spelers: 2 tot 4, vanaf 10 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: ca. 40 euro

zaterdag 29 december 2018

Recensie: Walking in Burano

Burano is een kleurrijke wijk in Venetië. Langs de smalle kanaaltjes schakelen de gekleurde huizen zich als een prachtige ketting aan elkaar. De bewoners van de wijk fleuren hun huizen op met planten, bloemen en vrolijk gestreepte zonneschermen. Overal kom je leuke winkels of restaurantjes tegen.  Katten liggen zonnebadend her en der op straat en in de huizen. Maar de rust wordt al snel verstoord door de eerste toeristen (met en zonder rolkoffers) die selfies komen maken met de prachtige huizen als achtergrond.

Walking in Burano is een kaartspelletje waarin elke speler zijn eigen huizenblok in Burano bouwt in de hoop dat de bewoners en toeristen zich er thuis gaan voelen.

Elk huis bestaat uit drie lagen (begane grond, eerste verdieping en het dak). In het midden van de tafel ligt een “bouwmarkt” met daarin drie prefab begane gronden, drie eerste verdiepingen en drie daken. Aan het begin van een beurt mag een speler hier maximaal 3 onderdelen pakken. Voor elk onderdeel dat je niet pakt, krijg je één geldstuk. Je moet je daarbij wel aan een paar regels houden, namelijk dat je maar uit één rijtje mag pakken en dat je in dat rijtje aan de buitenkant moet beginnen (dus wel een dak en een eerste verdieping, maar niet een dak en begane grond).

Vervolgens mag je de prefab onderdelen gaan bouwen. Daar moet je weer voor betalen (de bouwkosten voor respectievelijk 1/2/3 onderdelen zijn 1/3/5 geld). Je moet je bij het bouwen ook weer aan een paar simpele regels houden. Zo moet je een huis netjes van beneden naar boven bouwen, al kan je stijgers (iedere speler heeft daar twee van) gebruiken om toch vast een hoger niveau te bouwen voor de lagere verdieping(en) klaar zijn. Verder moeten alle verdiepingen van een huis dezelfde kleur hebben en moeten huizen een andere kleur hebben dan het huis van de buren. Deze laatste twee regels mag je tijdens het spel 4 keer breken, maar dit kost je wel punten.

Zodra je een huis afgebouwd hebt, mag je een bewoner of toerist kiezen die voor het huis komt te staan. Elke bewoner of toerist levert op een andere manier punten op. Zo zijn er toeristen die punten opleveren voor elke kat die in het betreffende huis woont of die juist punten opleveren voor elke bloempot die geplaatst is. Bewoners leveren vaak punten op voor de hele straat, bijvoorbeeld voor het aantal verschillende winkels of het aantal schoorstenen.

Het spel is afgelopen in de ronde waarin één speler zijn of haar vijfde huis afbouwt. Vervolgens wordt elke toerist en bewoner gewaardeerd. Daarna krijg je nog bonuspunten voor sommige kaarten (die leveren standaard een bepaald aantal punten op) en voor ongebruikte overtredingsfiches. Ten slotte krijgt de speler die de meeste dichtgetimmerde ramen heeft nog één strafpunt per dichtgetimmerd raam. De speler die daarna de meeste punten heeft wint het spel.

…en de waardering

In Walking in Burano moet je proberen om huizen te bouwen die veel punten opleveren bij een bepaalde inwoner of toerist, maar je moet daarbij flexibel zijn. Het komt namelijk regelmatig voor dat het dak wat je wilt (een roze dak met veel katten) niet voorbij komt en dan is de vraag of je nog even wacht of dat je dan maar een ander roze dak kiest en misschien ook een andere bewoner of toerist. Ieder bewoner en toerist zit maar een beperkt aantal keer in het spel en dus moet je ook een beetje opletten wat de andere doen. Je kan nog zo’n mooi huis voor de poezenminnende toerist hebben gebouwd, maar als een andere speler deze toerist al heeft geclaimd, dan moet je een andere bewoner of toerist kiezen die op andere aspecten let en je huis waarschijnlijk minder waardeert.  

Als ik eerlijk ben, heb ik dit spel vooral gekocht vanwege de looks en vanwege het startspeler-fiche. Het startspeler-fiche is namelijk een zwart witte kat, die sprekend lijkt op onze Rotterdamse kater Sjonnie (die inmiddels in de kattenhemel met zijn vriendje Sjaak speelt). Walking in Burano krijgt daardoor voor mij wat extra glans, maar niet genoeg om een aardig, vlot spelletje naar een hoger niveau te tillen.







Auteur: Wei-Min Ling
Uitgever: Emperor S4, 2018  
Aantal spelers: 1-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 20-40 minuten
Prijs: circa 25 eur

woensdag 19 december 2018

Recensie: Speed Colors


Een van de eerste spellen die de meeste mensen hebben gespeeld is Memory. Jonge kinderen zijn een kei in het onthouden van waar wat ligt en kunnen dit spel dus snel doen. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat veel kinderspellen gebruik maken van dit mechanisme. Een nieuwe loot aan de Memory-boom is Speed Colors.

In Speed Colors hoeven er geen plaatjes bij elkaar gezocht te worden, maar moet je onthouden hoe een plaatje er uit ziet om dat plaatje daarna na te maken. Aan het begin van een ronde krijgen alle spelers een kaartje voor zich liggen met een soort kleurplaat er op. Eén van de spelers telt vervolgens af en alle spelers draaien dan hun kaart om.

Op de achterkant van de kaart staat hetzelfde plaatje, maar dan ingekleurd. Je mag zo veel tijd nemen als je wilt om te onthouden hoe de plaat is ingekleurd en zodra je denkt dat het plaatje goed in je hoofd hebt geprent, draai je de kaart weer om.

Vervolgens kleur je de plaat met speciale stiften netjes in. Hopelijk heb je goed onthouden waar elke kleur zat zodat je het plaatje precies namaakt. Tijdens het kleuren moet je je aan een paar regels houden, zoals dat je maar één stift tegelijkertijd mag pakken en dat je gebruikte stiften netjes met de dop er weer op terug moet leggen. Ook mag je een vak dat je al ingekleurd had, niet uitwissen omdat je je bedacht dat het toch een andere kleur had moeten zijn.

Zodra één speler klaar is, roept hij stopt. De andere spelers mogen het vak dat ze aan het inkleuren waren nog afmaken, maar mogen geen nieuwe stiften meer pakken om ook andere vakken in te kleuren. Daarna wordt er gecontroleerd hoe goed iedereen het gedaan heeft. Je krijgt punten voor vakken die netjes én in de juiste kleur zijn ingekleurd. Als je buiten de lijntjes kleurt of een vak niet helemaal netjes hebt volgekleurd, dan krijg je geen punten.

De punten worden netjes bijgehouden door vakjes in te kleuren op een slang. De winnaar van een ronde mag vervolgens de doppen van twee stiften verwisselen zodat je de volgende ronde moet onthouden welke dop op welke kleur zit. Aan het eind van de ronde wist iedereen met een sponsje dat achterop elke stift zit zijn tekening weer netjes uit. Ieder spel duurt vier rondes en wie dan de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

Speed Colors zit in een grappig etui, waardoor het spel makkelijk mee te nemen is.

…en de waardering

Ik heb Speed Colors met het vijfjarige zoontje van mijn beste vriendin gespeeld. Hij is nog te klein voor alle regels en dus spelen we met hem alleen dat we moeten onthouden hoe de plaatjes zijn ingekleurd en dat we dit moeten namaken. We hebben ons hiermee kostelijk vermaakt. En nog veel belangrijker: het zoontje van mijn beste vriendin ook! Hij vindt dit spel super leuk en speelt het soms ook in zijn eentje. Zijn kleine broertje (ruim 2,5) is natuurlijk te klein om echt mee te spelen, maar vindt het al leuk om ook een plaatje in te kleuren. Kortom, dit is een fantastisch spel om met hele jonge kinderen te spelen. Als ze groter worden, kan je stukje bij beetje de andere regels toevoegen waardoor het spel nog wat moeilijker wordt omdat je dan onder tijdsdruk nog steeds netjes moet werken.






Auteur: Robin Rossigneux
Uitgever: 999 games, 2017
Aantal spelers: 2-5
Leeftijd: vanaf 4jaar
Speelduur: 15-20 minuten
Prijs: circa 15 euro

woensdag 12 december 2018

Recensie: Railroad Ink


Eén van de roll and write spellen die dit jaar hoge ogen gooit in spellenland is Railroad Ink. In dit spel leggen de spelers hele transportnetwerken aan, inclusief stations waar je van de trein over kan stappen op de auto. Maar soms werkt het lot niet mee en eindigen wegen of spoorwegen zo maar midden in het weiland. Dat kan toch niet de bedoeling zijn!

Railroad Ink is een spel dat zeven beurten lang duurt. Iedere beurt gooit iemand met de vier dobbelstenen waarop wegen, spoorwegen en stations staan afgebeeld. De spelers tekenen vervolgens op een eigen (uitwisbaar) bordje de vier dobbelstenen na en creëren daarmee hun eigen transportnetwerk. Drie keer in het spel mogen de spelers ook nog één van de vier speciale kruispunten gebruiken die boven aan hun bordje staan afgebeeld.

Aan het eind van het spel krijgen de spelers punten voor het aantal verbindingen dat ze met de rand van het bord tot stand hebben gebracht, voor hun langste spoorweg, hun langste autoweg en voor het aantal middelste vakken van het bord dat ze hebben gebruikt. Van deze punten worden vervolgens nog punten afgetrokken voor de wegen en spoorwegen die zo maar ergens ophouden. Wie daarna de meeste punten heeft wint het spel.

Van Railroad Ink bestaan twee edities, een blauwe en een rode. In iedere editie zitten nog 4 speciale dobbelstenen waarmee wat extra uitdaging en variatie aan het spel kan worden toegevoegd. In de rode editie kun je vulkanen of meteoren toevoegen die voor extra chaos zorgen. In de blauwe editie worden rivieren en meren toegevoegd.

…en de waardering

Ik vind Railroad Ink een erg leuk puzzelspelletje. Je bent lekker bezig om een mooi netwerk te maken. Maar omdat je het moet doen met de uitkomst van de dobbelstenen, moet je regelmatig je plannen aanpassen. Gelukkig kan je drie keer in het spel terugvallen op de bijzondere kruispunten waarmee je onmogelijke situaties soms toch nog tot een goed einde kan brengen.

Er is geen enkele interactie met de andere spelers, maar daardoor speelt het spel wel lekker snel door. Iedereen is solitair aan het puzzelen en de vraag is wie dat het beste doet. Ondanks het feit dat iedereen met dezelfde dobbelstenen werkt, zijn de netwerken die ontstaan vaak compleet verschillend.

De zeven rondes zijn altijd in een vloek en een zucht voorbij. Aan het eind van het spel zal je vaak verzuchten dat het spel nog één ronde langer had moeten duren omdat je dan nog een kans had gehad om die twee lijnen op elkaar te kunnen laten aansluiten. Je ziet het perfecte netwerk al voor je, maar het blijft altijd net buiten je bereik. En daardoor blijf je dit spel keer op keer op tafel zetten in de (vergeefse) hoop dat het nu wel gaat lukken.

Ik vind het reguliere spel al zo leuk dat ik nog maar één keer met de uitbreidingsdobbelstenen heb gespeeld. Ik heb de lava-variant gespeeld en ook dat leverde een aangenaam spelletje op, maar zonder deze extra dobbelstenen vind ik het spel zeker net zo leuk.







Auteur: Hjalmar Hach en Lorenzo Silva
Uitgever: Horrible Games, 2018
Aantal spelers: 1-6
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: circa 20 euro

Recensie: Pocket Escape Room


In een escaperoom spel moet je een serie raadsels oplossen. Het zijn daardoor spellen die je eigenlijk maar één keer kan spelen. Sommige series van escaperoom spellen zijn bovendien destructief: tijdens het spelen moet je op het materiaal schrijven of het in stukken knippen om de raadsels op te lossen (bijvoorbeeld de Exit-serie of Escaperoom the Game). Er zijn spellenliefhebbers die hier principiële bezwaren tegen hebben omdat ze het een verspilling van grondstoffen vinden. Gelukkig zijn er ook escaperoom spellen die niet vernietigd worden tijdens het spelen, zoals de Pocket Escape Room spellen van 999 games. Je kan deze zelf nog steeds maar één keer spelen (want daarna weet je de oplossingen), maar het spel zelf kan daarna nog prima door andere groepen gespeeld worden.

Er bestaan op dit moment vier varianten van de Pocket Escape Room serie. In elk doosje tref je een stapel gesealde kaarten. Op de bovenste kaart staat een waarschuwing die je vertelt dat je de kaarten niet mag bekijken en schudden.  Het spel begint zodra je deze bovenste kaart omdraait.

Vanaf dat moment bekijk je telkens de bovenste kaart van de stapel en volg je de aanwijzingen die op deze kaart staan op. Op veel kaarten staat een raadsel dat je moet oplossen. Als je er niet uit komt, dan kan je nog op een speciale kaart (die je ergens aan het begin van het spel krijgt) een hint vinden. Zodra je het raadsel hebt opgelost, draai je de betreffende kaart om te controleren of jouw oplossing de juiste was. Op deze manier werk je je kaart voor kaart door de stapel heen in de hoop het avontuur tot een goed einde te brengen.

…en de waardering

Ik heb samen met een vriendin twee van de varianten van de Pocket Escape Room met veel plezier gespeeld. In De tijd vliegt werden we onderworpen aan een soort van vaardigheidstest in een laboratorium, in het andere spel waren we inbrekers die een casino moesten gaan beroven. De raadsels in de spellen zijn ook thematisch ingebed in deze verhaallijnen. De meeste raadsels waren met een beetje denkwerk prima op te lossen, maar er zaten er ook een paar bij waar we niet uit kwamen of waarbij we fouten hadden gemaakt. De leukste fouten zijn die waar je na het bekijken van het antwoord meteen denkt “oh, dat had ik moeten snappen, stom van me!”.  In het spel kwamen verschillende soorten raadsels voor, bijvoorbeeld raadsels waar je patronen moest herkennen, logisch moest redeneren of (een beetje) moest rekenen. Op de doos staat dat je dit spel ook met 6 spelers kan doen, maar dat lijkt me persoonlijk een beetje veel. De kans is dan groot dat iemand een raadsel al heeft opgelost voordat iedereen een blik op de betreffende kaart heeft geworpen. Ik denk dat je beter met maximaal 4 mensen kan spelen.







Auteur: Martino Chiacchiera en Silvano Sorrentino
Uitgever: 999 games, 2018
Aantal spelers: 1-6
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Speelduur: 60-90 minuten
Prijs: circa 10 euro

zondag 2 december 2018

Maandoverzicht: november 2018 (Dagmar)


Met 33 gespeelde spellen mag ik natuurlijk niet echt klagen over de afgelopen maand. Maar een beetje teleurgesteld ben ik wel. De afgelopen maand had ik het erg druk op mijn werk en hadden Niek en ik in de weekenden en avonden veel afspraken. Daardoor heb ik veel minder gespeeld dan ik had gewild. Ik heb super benieuwd naar een aantal nieuwe spellen die in mijn kast staan te lonken (mijn Spiel-oogst aangevuld met nog wat cadeaus voor mijn verjaardag en een Kickstarter-bezorging), maar  ik kwam tijd te kort. Het is dit jaar verder ook weer niet gelukt om naar het Spellenspektakel te gaan doordat we dat weekend een uitje hadden van Nieks werk. Ook dat vind ik erg jammer.

Maar het is niet alleen kommer en kwel deze maand. Ondanks alle drukte lukte het me toch om een aantal recensies te schrijven, waaronder mijn 378e (Chronicles of Crime). Dat is niet echt een bijzondere mijlpaal, maar deze 378e recensie was de 1000e recensie die op Spellengek is geplaatst en dat vind ik wel heel bijzonder. Deze mijlpaal is voor ons reden geweest om de introducties en aanbevolen pagina's op Spellengek weer eens up te daten (we zijn daar nog niet helemaal klaar mee). Die waren ongemerkt inmiddels wel heel erg verouderd geworden. Peter Hein had deze maand verder de 999e recensie geschreven over een door 999 games uitgegeven spel (Love Letter), dat vond ik dan ook wel weer heel toepasselijk en grappig. 

Ik speelde deze maand 7 spellen voor het eerst. Over Welcome to… en Chronicles of Crime heb ik al een recensie geschreven dus daarvan weten jullie al dat ze me beide erg goed bevielen. Verder speelde ik nog Banagrams, Railroad Ink, Gingerbread House, Potion Explosion the sixth student en Saboteur de verloren mijnen voor het eerst.

Banagrams is een soort solistische speed scrabble variant. In dit spel krijgen alle spelers aan het begin van het spel een aantal letters waarvan ze zo snel mogelijk een soort kruiswoordpuzzel moeten maken. Zodra één speler al zijn letters heeft gebruikt, roept hij Pellen. Alle spelers trekken dan één extra letter die ze ook in hun woordenbrij moeten verwerken. Als je vast loopt dan mag je dumpen roepen en dan mag je één letter terug leggen in de voorraad, maar moet je er drie letters voor terug pakken. De speler die op het moment dat de algemene voorraad leeg is als eerste al zijn letters in elkaar gepuzzeld heeft, wint het spel (al wordt er natuurlijk nog wel even gecheckt of er alleen bestaande woorden liggen). Ik speelde dit spel met Niek, Peter Hein en Helen. Niek en Helen hadden bij de uitleg even gemist dat ze de woorden als een kruiswoordpuzzel moesten leggen en waren in plaats daarvan losse woorden aan het maken. Peter Hein en ik waren wel de woorden in een kruiswoordpuzzel vorm aan het leggen. Dat is veel makkelijker omdat je makkelijke letters meerdere keren kan gebruiken. Tijdens het spelen was iedereen zo druk voor zichzelf aan het puzzelen dat niemand door had dat Helen en Niek het spel anders speelden dan Peter Hein en ik. Toen het spel afgelopen was, zorgde dit voor veel hilariteit. Het zegt wel iets over hoe gefocust en solistisch we bezig waren. Ik vond het wel grappig om te spelen, maar het haalt het niet bij good old Scrabble.

Railroad Ink is een prachtig uitgevoerd roll and write spel waarin je in een raster spoorwegen en autowegen moet gaan tekenen. Iedere speler krijgt aan het begin van het spel een (afwisbaar) bordje met daarop het raster waar je op moet tekenen. Vervolgens gooit één speler de vier dobbelstenen met daarop stukken spoor, autoweg en stations. Alle spelers tekenen vervolgens op hun bordje alle vier de dobbelstenen na om hiermee hun netwerk te vormen. Drie keer in het spel mag je bovendien een kruispunt tekenen (deze staan ook op het bordje en je kruist af wat je gebruikt) waarmee je lastige situaties kan oplossen. Na zeven rondes is het spel afgelopen en scoor je punten voor je langste spoorbaan, je langste autoweg, het aantal verbindingen dat je hebt gemaakt en het aantal keer dat je de middelste vakjes van het bord hebt gebruikt. Je krijgt vervolgens nog strafpunten voor alle  losse eindjes in je netwerk en wie dan de meeste punten heeft, heeft gewonnen. Ik vind dit echt een heel leuk spelletje. Je kan twee versies van dit spel kopen: een blauwe en een rode. In iedere variant zitten nog vier speciale dobbelstenen waarmee je twee varianten kan spelen. Met de rode doos (die heb ik) kan je nog meteoren of vulkanen toevoegen voor extra uitdagingen. In de blauwe zitten meren en rivieren. Niek en ik hebben één keer de vulkaan-variant gespeeld en die beviel me heel goed. Ik vind dit spel een echte aanrader!

Gingerbread House had ik op  Spiel gekocht vanwege het thema. Ik heb een zwak voor koekenmannetjes omdat dat me aan mijn zus doet denken. Toen wij klein waren hadden we een gouden boekje over het koekenmannetje waar we dol op waren en dat ons eindeloos voorgelezen is (mijn moeder kan het nu waarschijnlijk nog gedeeltelijk opdreunen). In dit spel moet je een snoephuisje bouwen door domino-tegels te stapelen waar verschillende soorten gingerbread-koekjes op staan. Je krijgt vervolgens de koekjes waar je over heen bouwt en die kan je gebruiken om opdrachten uit te voeren. Achteraf ontdekte ik dat ik een belangrijke regel over het hoofd heb gezien en dus onthoud ik me nog even van een voorlopig oordeel.

Potion Explosion the Sixth Student heb ik op Spiel gekocht omdat in deze uitbreiding een nieuwe “knikkerbak” zit. In de eerste versie van Potion Explosion moet je zelf van kartonnen onderdelen dit onderdeel in elkaar knutselen. Tot mijn aangename verrassing bleef die best lang stevig in elkaar zitten. Maar op een gegeven moment begon hij toch uit elkaar te vallen. Ik heb die van mij daarom met flink wat lijm verstevigd en was wel tevreden met het resultaat. Maar in de doos van Potion Explosion the Sixth Student zit een plastic exemplaar en dat is natuurlijk nog beter. De uitgever van de internationale editie  van Potion Explosion (Horrible Games) heeft overigens in de tweede editie van dit spel de kartonnen knikkerbak al vervangen door dit plastic exemplaar. In de uitbreiding zit verder nog een nieuw ingrediënt (Mandragora bladeren). Dit ingrediënt kan je als joker gebruiken, maar alleen als je alle ingrediënten van een kleur vervangt door deze (dus niet 1 gele knikker met 2 mandragora-knikkers maar of 3 geel of 3 mandragora). En natuurlijk krijg je een paar nieuwe drankjes (maar die vond ik zelf niet zo leuk en heb ik dus nog niet gebruikt). De nieuwe knikkerbak speelt heel fijn en de Mandragora-jokers gaven het spel een leuke nieuwe dynamiek.

Saboteur de Verloren Mijnen is een bordspel versie van het Saboteur kaartspel. In dit spel bouw je op een bord dat aangeeft hoe de kaarten moeten komen te liggen een gangenstelsel om bij bepaalde mijnen te komen. Vervolgens loop je met je dwerg door de gangen naar deze mijnen om er de kostbaarheden te delven. Je kan daarbij hindernissen voor andere spelers opwerpen. In dit spel speel je in twee teams tegen elkaar. Elk team kan alleen een verrader bevatten en als je die niet op tijd ontmaskerd dan kan het zijn dat je denkt dat je jouw teamlid helpt om een waardevolle schat te pakken om er aan het eind van het spel achter te komen dat deze speler in het andere team zat. Ik vond het wel aardig, maar was er niet kapot van. Dat ligt waarschijnlijk niet aan het spel, maar aan mij.  Saboteur de Verloren Mijnen is  voor mij te weinig een liefhebbersspel en te veel een familiespel dat vooral leuk is met kinderen.