zaterdag 29 september 2018

Recensie: Brass

Martin Wallace staat bekend als auteur van stevige spellen die niet terugdeinst voor een regeltje meer. Zijn magnum opus is zonder twijfel Age of Steam, een pittig economisch spel met inmiddels talloze uitbreidingen en afgeleide spellen zoals Stoom. Een spel dat in aanmerking komt voor de tweede plaats van populairste spellen van zijn hand is Brass, inmiddels opnieuw uitgegeven als Brass: Lancashire. Zonder dubbele punt in de titel tel je tegenwoordig niet meer mee.

Ook Brass is een stevig economisch spel dat zich afspeelt tijdens de industriële revolutie. Het bord stelt Noordoost-Engeland aan het eind van de 18e eeuw voor. De eerste katoenfabrieken verschijnen in het landschap. Aan de spelers de taak om niet alleen die fabrieken te bouwen, maar ze ook te voorzien van grondstoffen en het vinden van afzetmarkten.

het oude versus het nieuwe bord

Het spel speelt in twee fases: de kanalenfase en de spoorfase. In beide fases bouwen de spelers door het spelen van kaarten katoenfabrieken, havens, kolenmijnen, ijzersmelterijen en scheepswerven in de verschillende steden. Dat kost veel geld, maar de gebouwen leveren ook inkomsten op. De kost gaat duidelijk voor de baat uit. Regelmatig moet je je in de schulden steken en vaak duurt het wel even voor je investeringen inkomsten en punten opleveren. Tussendoor moet je ook zorgen voor verbindingen tussen de steden (met kanalen dan wel sporen) en je industrieën ontwikkelen om de minder efficiënte tussenstappen over te slaan.

Aan het einde van beide fases krijg je punten voor operationele gebouwen en de verbindingen tussen de steden. Wie na de spoorfase de meeste punten heeft wint het spel.

...en de waardering

Brass is een lange zit en de regels zijn complex, met soms irritante en onbegrijpelijke uitzonderingen. Ook de uitleg duurt dus wel even. Normaal haak ik dan snel af, maar Brass blijft me toch intrigeren. Het is duidelijk een strategisch spel waar je altijd de lange termijn voor ogen moet houden. Dat geldt ook voor je medespelers: doe niet hetzelfde als zij en probeer zoveel mogelijk te profiteren van hun acties. Tussen beide fases is een breuk, want na de kanalenfase verdwijnt er veel weer van het bord en kun je opnieuw beginnen. Tenzij je dankzij een goede voorbereiding weer snel uit de startblokken schiet.

Beginnersfouten maken is eenvoudig, maar ook als je die hebt afgeleerd leer je ieder spel weer bij. Strategieën die eerst kansloos of onoverwinnelijk leken blijken later precies het tegenovergestelde, afhankelijk van wat er gebeurt. De planbare onvoorspelbaarheid maakt Brass een intrigerend spel vol interactie. De lange duur en scherpe randjes neem ik in dit geval voor lief.







Brass

Auteur: Martin Wallace
Uitgever: White Goblin Games, Roxley
Aantal spelers: 3 tot 4, vanaf 14 jaar
Speelduur: 90-150 minuten
Prijs: ca 50 euro

4 opmerkingen:

Rutger Schonis zei

Brass is een absolute topper en een van mijn favoriete spellen aller tijden. De uitzonderingen (er zijn overigens maar drie, een kaart uitspelen in de eerste beurt, maximaal een gebouw per stad in fase 1 en niet meer lenen als de trekstapel leeg is in fase 2) vallen erg mee en zijn snel uitgelegd. Kleur die laatste pion ook maar in zou ik zeggen 😉

Peter Hein zei

IJzer vs steenkool vind ik ook wel een aparte regel, of industriekaarten vs stadskaarten. En dan heb ik het nog niet eens over Birkenhead...

Michiel zei

Ah joh, eens met Rutger: kleuren die laatste pion! :-)

Herman Roozen zei

:-) Vijf! Vijf! Vijf! Vijf! Vijf!