woensdag 28 maart 2018

Het zoeken naar informatie over spellen door de jaren heen


 In 2000 was ik bezig met het afronden van mijn scriptie en had ik regelmatig last van studie ontwijkend gedrag. Eén van de zaken waarmee ik mijn studie ontweek was het ontdekken van het internet. We hadden toen toegang tot het internet via de telefoonkabel en dus moest je altijd even wachten tot een pagina geladen was. Ik had in die tijd net van mijn beste vriendin het kolonisten kaartspel gekregen en op een dag besloot ik om eens te kijken of ik daar ook iets over kon vinden op het net. Van Google had ik toen nog niet gehoord, maar als ik het me goed herinner gebruikte ik toen de Nederlandse zoekmachine Ilse. En tot mijn grote verbazing vond ik op het internet websites over bordspellen, zoals Spellengek (Peter Hein en Wendy moeten hier toen net mee begonnen zijn), Bordspel.com en Spelmagazijn. En via deze websites ontdekte ik dat de spellenwereld een stuk groter was dan de spellenafdeling van de V&D (nog zo’n naam uit de oude doos).

Ik kan alleen maar raden naar hoe spellengekken voor de opkomst van het internet aan hun informatie over nieuwe spellen kwamen. Ik heb een boekje uit 1985 met daarin een verzameling van recensies uit de krant. Wellicht waren er in die tijd ook al tijdschriften/nieuwsbrieven over spellen (Ducosim bestaat al sinds de jaren ’70, dus die zullen vast iets gepubliceerd hebben). En verder was je waarschijnlijk overgeleverd aan van mond tot mond reclame en informatie van je lokale speelgoed- of spellenwinkel.

In de beginjaren van het internet waren de meeste gebruikers aangesloten via een dun telefoondraadje. Het downloaden van plaatjes kostte daardoor veel tijd en dus ook geld. Bovendien zal toen de serverruimte bij providers ook kostbaarder zijn geweest dan nu. De recensies van spellen op de eerste websites bestonden dan ook vooral uit tekst, met een enkel plaatje. Dit zie je nog steeds op Spellengek. We hechten er aan dat de recensies een beetje uniform zijn en daarom bestaan de recensies op Spellengek nog steeds vooral uit tekst met alleen een klein plaatje van de doos van een spel. Er is een korte tijd geweest dat we nog een tweede plaatje van het spelmateriaal bij de recensie zetten, maar dat was het dan ook wel.

Gelukkig stond de techniek niet stil en nam de snelheid waarmee we data over het net konden verzenden steeds verder toe. Ik weet niet meer precies wanneer het was, maar op een gegeven moment stapten Niek en ik ook over op een ISDN-modem. Het downloaden van plaatjes ging in eens een stuk sneller. Toen deze techniek wat breder verspreid begon te worden, werden websites ook mooier en kwamen er meer plaatjes op te staan.

En na ISDN, kwam natuurlijk de kabel die het nog makkelijker maakte om informatie over het internet te versturen (en daarna komt natuurlijk de glasvezelkabel, maar zo ver zijn we in Voorhout nog niet). En met de opkomst van snel internet, kwamen ook de filmpjes op. Een van de pioniers op dit gebied was Scott Nicholson van Boardgames with Scott (veel van zijn filmpjes zijn nog steeds het kijken waard). Ik denk dat heel veel mensen inmiddels eerder video’s opzoeken (bijvoorbeeld op youtube of via boardgamegeek) als ze informatie zoeken over een nieuw spel, dan dat ze op zoek gaan naar uitgeschreven recensies. Sommige spellen-recensenten zijn via dit kanaal echte beroemdheden geworden in ons kleine wereldje (de mannen van The Dice Tower of Rahdo van Rahdo runs through bijvoorbeeld). De absolute topper in dit segment is zonder twijfel Tabletop van Wil Wheaton (al is het de vraag of er ooit nog een volgend seizoen gaat komen).

Naast filmpjes kan je op internet tegenwoordig ook podcasts vinden. Dit zijn geluidsopnamen van mensen die (bijvoorbeeld) over spellen praten. Ik luister zelf eigenlijk nooit naar een podcast, dus op dit verschijnsel ga ik hier verder niet in.

Als je vandaag de dag naar informatie over spellen zoekt, dan kan je dus kiezen uit een groot aantal bronnen en vormen die naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen. Zelf houd ik nog steeds het meest van geschreven informatie. Die kan ik rustig lezen en als een alinea me niet boeit, dan is het makkelijk om die over te slaan en iets verder op verder te lezen. Het oog wil ook wat, dus als een tekst ondersteund wordt door plaatjes, dan vind ik dat zeker een plus. Op deze manier kan ik snel veel informatie verwerken en bepalen in welke spellen ik geïnteresseerd ben. Pas als ik echt warm loop voor een spel, ga ik soms filmpjes kijken. Als ik bijvoorbeeld niet door de spelregels heen kom, dan is het erg fijn om een filmpje te kijken over hoe een spel gespeeld wordt. Maar tegelijkertijd erger ik me soms ook erg aan filmpjes omdat ze soms veel te langdradig zijn of als ze knullig gemaakt zijn (schuddende beelden, niet scherp, slecht geluid).

Voor Spellengek volg ik tegenwoordig een tweesporenbeleid. Ik wil onze oorspronkelijke website niet meer helemaal verbouwen en aanpassen en dus plaats ik daar bij de tekst van een recensie alleen maar een klein plaatje van de doos. Op de website staan inmiddels meer dan 900 recensies. Ik hoop dat het me lukt om aan het eind van het jaar de 1000e recensie te gaan plaatsen. Er zijn op dit moment nog 27 recensies nodig om deze mijlpaal te behalen.  

Naast de website hebben we sinds 2008 ook het blog. Sinds 2015 plaatsen we recensies niet meer alleen op de website, maar ook op het blog. Bij de recensies op het blog zetten we naast de tekst veel meer plaatjes. Ik vind dat dit meerwaarde heeft omdat een foto vaak meer zegt dan 1000 woorden. Ik denk er dan ook over om zodra er 1000 recensies op Spellengek staan, de website te bevriezen. De site blijft dan wel bestaan, maar nieuwe content komt alleen nog op het blog. Maar zo ver is het niet, eerst moeten die 27 recensies nog geschreven worden en dat is nog best een flinke klus.

Ik zie mezelf niet de overstap maken naar filmpjes of podcasts. Door de opkomst van smartphones is het nu makkelijker dan ooit om zelf filmpjes te maken en te editen, maar het is niet mijn ding (al is het maar omdat mijn stem altijd zo raar klinkt op opnames).  Maar aan de bezoekersaantallen van de website en het blog te zien, is er nog genoeg interesse voor de schrijfsels die we wél produceren en die we dus tegenwoordig opleuken met foto’s. Ik denk dat we nog wel even mee kunnen, al lopen we dan niet meer voorop met alle interessante technische ontwikkelingen.

NB: als je het leuk vindt om eens te kijken hoe het internet er vroeger uit zag, neem dan eens een kijkje op de wayback machine

2 opmerkingen:

Axel zei

Ik hoop toch dat jullie de spellengek site blijven updaten, al is het maar voor het opzoeken van een eerdere geplaatste recensie, dat lukt niet echt met een blog.

Kos zei

Site: Gewoon bij het oude laten. Nieuwer is vaak slechter, je raakt allerlei functies kwijt, en sites gaan verspringen.

Over het onderwerp: leuk dat je meer informatie hebt en denkt dat het nu beter is, maar meer informatie is niet altijd betere informatie. Ik krijg sterk de indruk dat je niet begrijpt dat er ook misinformatie en desinformatie bestaat, of dat je het niet herkent.

Verder zijn veel reviews betaald door de publisher, die gewoon producten op de markt wil dumpen, en reviewers die een spel krijgen opgestuurd zullen uit onbewust schuldgevoel niet makkelijk iets slechts zeggen over een spel waar het op video wordt opgenomen en uitgezonden.

Daarnaast dient vermeld te worden dat TDT en RRT zwaar Amerikaans zijn, en die cultuur vindt alles positief, groter is beter, meer is fijner en pvc is geen probleem. Kijk maar eens naar de vele vermeldingen over neoprene playmats. Neopreen heet in Nederlands dood-vlees, niet zonder reden (daarnaast glijdt alles eraf dus het speelt ook voor geen meter). Niet voor niets is Legacy een US uitvinding (Z-man), waar je borden en spullen verscheurt en na gebruik op de afvalberg dumpt.

Ze zijn continu super stoked, dus je dient dat naar de Europese cultuur terug te vertalen wil je geen verwrongen beeld krijgen. "Neat little game, really fun" betekent in het nederlands "dit spel is ruk". "Excellent! Into my collection!" betekent leuk voor een keertje daarna naar zolder.

BGG moet je ook met scheppen zout nemen: de meeste spellen die nog niet eens zijn gemaakt worden met een 9 of 10 gewaardeerd, dat kan helemaal niet. Het zit vol met Amerikanen en die hebben een voorliefde voor spellen met miniaturen, superhelden en combat, dus zijn oververtegenwoordigd en voor Europeanen overgewaardeerd. Amerikanen waarderen slechts zelden subtielere spellen, en als ze het niet snappen wordt het bestempeld tot een "euro".

Het gaat misschien wat te ver maar het geheugenloze van een dobbelsteen is wellicht wat Amerikanen zo aantrekt bij dobbelspellen.

Nox spellenzolder is ook geen informatie: die vindt alles leuk, en zeer goede spellen krijgen een zesje, er is geen peil te trekken op diens waardering.

Ik kijk tegenwoordig liever naar TDG, Tom teaches, Slickerdips, Rhino, en No Pun Intended, soms Ant Lab, die sluiten meer aan bij de Europese cultuur en zijn wat genuanceerder.

Tenslotte, niemand heeft het over long term interest. Verwar "modular setup", en "asymetric player powers" -> replayability niet met "leuk voor vaker".