woensdag 22 februari 2017

Recensie: Karuba

Als je de doos van Karuba ziet, dan kan je niet anders dan meteen aan Indiana Jones denken. Op de doos staat namelijk een jonge look-a-like van Indiana  bij een Inca-tempel in een oerwoud trots een blinkend gouden beeld omhoog te houden. In dit spel mogen de spelers dan ook, net als Indiana Jones, op zoek naar kostbare schatten op een tropisch eiland.

Aan het begin van het spel krijgt elke speler een eigen bord van het eiland voor zich te liggen. Op het bord worden vier avonturiers op de aan het rand van het bord afgebeelde strand gezet. Aan de andere kant van het bord staat het oerwoud afgebeeld en hier worden vier schatten verstopt. De avonturiers willen zo snel mogelijk naar de schatten toe, maar daarvoor zullen eerst nog wegen moeten worden gebaand.

Elke speler heeft namelijk verder een set met vierkante tegels gekregen met daarop de wegen door het oerwoud. Op sommige plekken is zelfs nog een extra schat verstopt. Een speler schud de tegels en legt ze dicht. Deze speler trekt iedere ronde een tegel en vertelt de andere speler welke hij heeft getrokken (ze zijn genummerd). De andere spelers zoeken dan deze tegel op en gebruiken hem.

Je kan tegels op twee manieren gebruiken. Allereerst mag je de tegel op het bord leggen om daarmee wegen te creëren van de avonturiers naar de schatten. Je mag de tegels overal neerleggen en het hoeft niet eens passend. Je mag de tegels alleen niet draaien. Als er een schat op de tegel staat dan moet je die op de tegel leggen. Door het neerleggen ontstaan er gedurende het spel paadjes op de spelersborden.

De tweede manier waarop je de tegels kan gebruiken is door ze af te leggen om bewegingspunten voor je avonturiers te krijgen. De avonturiers mogen namelijk niet zo maar over het bord gaan lopen, daarvoor moet je tegels afleggen. Je mag maximaal net zo veel stappen doen als er paadjes een tegel aflopen. Of te wel met als er één weggetje op een tegel staat dan heb je twee uitgangen en mag je twee stapjes zetten en bij een tegel met een kruising zijn er vier uitgangen en mag je dus vier stapjes zetten. Je moet de stapjes met dezelfde avonturier zetten. Als je je beurt eindigt naast een schat dan mag je die oppakken. Het doel is om je avonturiers zo snel mogelijk naar de schatten aan de rand van het bord te sturen, want deze schatten leveren de meeste punten op. Hoe eerder je bij een bepaalde schat bent, hoe meer punten het namelijk oplevert.

Het spel is afgelopen als de laatste tegel is omgedraaid. Het komt regelmatig voor dat er dan nog avonturiers midden op het eiland staan. Dat is dan een gevalletje jammer maar helaas, zelfs als er al een goed pad naar hun schat leidt, dan nog mag je de schat niet even ophalen. Aan het eind van het spel tellen de spelers de punten op van de door hun avonturiers verzamelde schatten. Wie de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

...en de waardering

Karuba is een spel naar mijn hart. Het is zo uitgelegd, duurt niet te lang, heeft een aansprekend thema, speelt lekker weg en ziet er fantastisch uit (laat dat maar aan Haba over). En wat ook fijn is aan dit spel is dat iedereen altijd aan de beurt is. Iedereen heeft iedere beurt dezelfde tegel om iets mee te doen. Je hoeft dus nooit lang op je beurt te wachten ongeacht of je met hoeveel spelers je speelt. Doordat je de avonturiers en schatten iedere keer op een ander plekje op de rand van het bord kan zetten en de tegels iedere keer in een andere volgorde worden getrokken, is het spel bovendien iedere keer net even anders. Karuba is echt een perfect familiespel dat net zo goed in de smaak zal vallen bij mensen die af en toe eens een spelletje doen als bij verwende veelspelers.







Auteur: Rüdiger Dorn
Uitgever: Haba, 2015
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30-45 minuten
Prijs: circa 35 euro

zaterdag 18 februari 2017

Recensie: Trambahn

Een tijdje terug kwam ik op Boardgamegeek een lijstje tegen met de spellen die stelletjes hadden gespeeld. In dit lijstje schreef iemand een stukje over Trambahn dat mijn interesse wekte. Trambahn zou namelijk een beetje lijken op het geslaagde tweepersoonsspel Lost Cities. Trambahn stond al sinds Spiel 2015 ongespeeld in de kast te wachten om op tafel te komen. Het stukje op Boardgamegeek was hét zetje dat ik nodig had om eindelijk de regels van dit spe te gaan lezen.

Trambahn speelt zich af in het München van het eind van de 19e eeuw. De tram is een groot succes in de stad en snel worden nieuwe routes aangelegd. De wetenschap staat ondertussen niet stil en er komen steeds betere trams op de markt. De spelers zijn het hoofd van een tram-maatschappij en proberen elkaar af te troeven door te investeren in mooie routes en moderne trams.

Het spel bestaat uit een enorme stapel kaarten in vier kleuren met waardes 1 tot en met 10. De kaarten kunnen op verschillende manieren gebruikt worden. Zo kunnen ze gebruikt worden als geld dat gebruikt wordt om nieuwe trams te kopen. Maar je kan ze ook gebruiken om routes mee te bouwen of als passagier om tellingen mee te veroorzaken.

Iedere beurt begin je met 6 kaarten op handen. Je moet altijd  1 of 2 kaarten afleggen als passagier. Zodra de vierde passagier van een kleur is neergelegd volgt meteen een waardering van de route in de bijbehorende kleur. Die routes bouw je in je beurt door uit je hand kaarten aan rijtjes aan te leggen. De rijtjes moeten op oplopende volgorde worden gebouwd (daar hebben we de link naar Lost Cities). De hogere kaarten zijn meer punten waard dan de lagere.  Je mag trouwens meerdere rijtjes van dezelfde kleur maken, zolang elk rijtje maar netjes oplopend is. Het laatste wat je kan doen is kaarten afleggen als geld. Met dit geld kan je een nieuwe tram kopen en die heb je nodig om een nieuw rijtje te starten. De trams die in het spel komen worden steeds beter, maar helaas ook steeds duurder. Aan het eind van een beurt vul je je hand weer aan tot 6 kaarten.

Het loont overigens om lange rijtjes te maken, als een rijtje 8 kaarten lang is, dan volgt meteen een extra waardering van dit rijtje. Om deze reden is het slim om ook te investeren in rijtje die beginnen met lage getallen ook al zijn die weinig punten per kaart waard.

Als  een reguliere waardering wordt getriggerd, dan tel je de punten van je routekaarten bij elkaar op en vermenigvuldig je deze met de waarde van je tram (of te wel met 2, 3 of 4 afhankelijk van hoe goed de tram is). Na 10 waarderingen is het spel afgelopen en wie dan de meeste punten heeft verzameld wint het spel.

Ik moet trouwens wel bekennen dat Niek en ik ons niet helemaal aan de regels van dit spel houden. Er zijn twee regels waar we het nut niet van inzien en die we dus negeren. Allereerst krijgt de startspeler net wat minder geld dan de nummer twee. Ik zie niet echt wat het startspelervoordeel is en dus hoeft dat ook niet gecompenseerd te worden (door het extra geld wil je eigenlijk liever de tweede speler zijn). De tweede regel is dat je eigenlijk de helft van je geld af moet leggen op het moment dat de trekstapel leeg is en geschud moet worden. Deze regel stimuleert dat je niet hamstert, maar soms kan je er niets aan doen dat je nog net niet genoeg kaarten hebt voor een nieuwe tram en dan is de straf wel heel hoog.

...en de waardering

Ik vind Trambahn een erg leuk tweepersoonsspelletje. Niek is het gelukkig met me eens. Het spel stond in een week tijd dan ook zes keer op tafel en dat wil wat zeggen. We moesten echt even op zoek naar de flow van dit spel. Ik houd er van om te hamsteren en had dus de neiging om kaarten te bewaren voor rijtjes die ik later ging bouwen. Dit schoot echter niet op omdat je je hand altijd aanvult tot 6 kaarten. Als je dus veel kaarten bewaart, dan krijg je minder nieuwe en duurt het dus langer voor je de gewenste kaarten hebt. Ook wil je graag kaarten gebruiken om rijtjes uit te bouwen, maar rijtjes worden pas gewaardeerd als er vier kaarten als passagier zijn afgelegd. Op een gegeven moment moet je dus juist kaarten gaan gebruiken als passagier en niet meer investeren in rijtjes. En alsof het niet lastig genoeg is om te beslissen of je kaarten als routekaart voor rijtjes of als passagier voor de waardering gebruikt, moet je ook nog zorgen dat je genoeg kaarten aflegt als geld om nieuwe trams te kunnen kopen omdat je anders geen nieuwe rijtjes mag starten. Je moet dus de balans zoeken tussen de verschillende mogelijkheden en dat valt niet mee, maar maakt het spel wel heel leuk.






Auteur: Helmut Ohley
Uitgever: Mayfair Games, 2015
Aantal spelers: 2
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: 30 minuten
Prijs: circa 20 euro

woensdag 1 februari 2017

Maandoverzicht: januari 2017 (Dagmar)


Als een goed begin het halve werk is, dan komt het met 2017 wel goed. In de eerste maand van dit nieuwe jaar had ik namelijk al een Spiel-Natuurvriendenhuis-reünie-spellendag, een Spellenpret-middag, een spellenmiddag-speelafspraak en een paar spellenavonden op kantoor. En daarnaast speelde ik ook nog af en toe met Niek een spelletje. In januari kwam daardoor 32 keer een spel op tafel, waaronder 7 spellen die ik voor het eerst deed. Ik speelde naast deze nieuwe spellen ook een aantal golden oldies.

Het leukste spel dat ik deze maand voor het eerst deed was Terraforming Mars (met lichtjaren voorsprong op de andere spellen). In dit spel ga je samen met de andere spelers aan de slag om het leefbaar te maken op mars. Zo moet je watervlaktes aanleggen, het zuurstofniveau verhogen en zorgen dat de temperatuur op de planeet flink omhoog gaat. Als je deze omschrijving leest, dan lijkt het net of dit een coöperatief spel is, maar dat is niet zo. Je werkt dan wel samen aan een doel, maar je scoort punten voor jouw bijdragen aan dit doel en wie de meeste punten heeft wint. Het is een spel met een stevige speelduur, maar de tijd vloog voorbij. Terraforming Mars is verder een goed gestroomlijnd spel waarbij je iedere ronde uit een aantal acties kan kiezen waardoor je het verblijf op Mars steeds aangenamer maakt. Er zijn een aantal acties die je altijd uit kan voeren en voor de andere acties ben je afhankelijk van de kaarten die je trekt. Zo kan je investeren in het bouwen van fabrieken waardoor je iedere volgende ronde extra grondstoffen krijgt die je weer kan verkopen of gebruiken. Zo bouw je langzaam aan je eigen economie op waardoor je met steeds grotere stappen de planeet leefbaar maakt. Thematisch zit het spel ook goed in elkaar en ik heb gehoord dat zelfs de wetenschap achter de mogelijke acties op de kaarten klopt (ik ben maar een simpele econoom en dit element gaat mij dus boven mijn pet). Er zitten echt heel veel kaarten in het spel dus je kan altijd wel iets leuks en het spel zal iedere keer anders verlopen. Omdat ik denk dat zelfs Niek (die het toch niet zo heeft op lange spellen) gaat overtuigen, verwacht ik dit spel wel in mijn spellenkast te gaan verwelkomen. Maar daarvoor moet ik wel even geduld hebben want op dit moment is het uitverkocht en wacht de spellenwereld met ingehouden adem op de tweede druk in het Engels (februari) of de eerste druk in het Nederlands (tweede kwartaal).

Tot mijn grote genoegen lukte het verder om deze maand mijn impuls aankoop van Spiel op tafel te krijgen. Op Spiel kocht ik het bizarre Japanse spel Who soiled the toilet. In dit spel strijden de Nette Mensen tegen de Viespeuken op het toilet. Het is een spel met geheime (WC-)rollen dat in twee fases wordt gespeeld. In de eerste fase bepaalt de startspeler welke spelers en in welke volgorde van het toilet gebruik gemaakt mag worden (het spel bepaalt hoeveel mensen mogen gaan). De andere spelers mogen vervolgens hun veto inzetten om de volgorde te veranderen (iedereen heeft maar 1 veto dus je moet hem slim gebruiken). Vervolgens gaan de uitverkoren naar het toilet. De Nette Mensen laten het toilet achter zoals ze het aantroffen (netjes dan wal vies) terwijl de Viespeuken de keus hebben om een net toilet te bevuilen (door de wc-kaart op de vieze kant te draaien). In het spel zijn ook nog behendigheidsrondes waarin je moet proberen van een gepaste afstand een pokerfiche op de speldoos (in de vorm van een toilet) te gooien. Toen ik dit spel kocht waren mijn verwachtingen laag omdat spellen met een bizar thema vaak tegenvallen (het spel verkoopt op het thema maar niet op de spel zelf). Nou wil ik niet meteen zeggen dat Who soiled the toilet een fantastisch spel is, maar er zat meer spel in dan ik had verwacht. In het potje wat ik speelde was het vooral heel jammer dat de Nette Mensen niet zo handig waren in de behendigheidsronde zodat de Viespeuken we heel makkelijk de winst binnen wisten te slepen. Ik hoop dat ik nog eens een groep mensen zo ver krijg dat ze dit met me willen spelen want ik vond het best leuk en denk dat het leuker wordt als je het vaker speelt. Maar ja, dat thema, dat schrikt toch best veel mensen af zo heb ik ontdekt.

Tragedy Looper speelde ik zelfs twee keer. Tragedy Looper is een deductiespel waarin de spelers proberen bepaalde gebeurtenissen te voorkomen. Dit lukt zelden in een keer dus je kan een paar keer terug in de tijd waarna je de kennis uit eerdere rondes gebruikt om de gebeurtenis te voorkomen. Ik houd niet zo van deductiespellen omdat ze me al snel te complex worden en dat was ook bij dit spel het geval. Het eerste scenario vond ik nog leuk, maar het tweede werd me al te ingewikkeld. En dan te bedenken dat dat ook nog steeds maar een instapscenario was en de echt moeilijke nog moesten komen. Ik kan me goed voorstellen dat mensen die van het ontrafelen van puzzels en raadsels houden dit een geweldig leuk spel vinden. Mijn ding was het alleen niet.

Verder speelde ik deze maand nog de volgende spellen voor het eerst. Oceanos, een alleraardigst familiespelletje dat op valt door zijn prachtige uitvoering. Not Alone, ook een prachtig spel waarin een speler een buitenaards wezen speelt die onaangekondigd bezoek krijgt van een stel ruimtereizigers en deze probeert te verjagen terwijl de ruimtereizigers proberen te overleven. Dit spel kwam niet helemaal uit de verf omdat de regels ons niet helemaal duidelijk waren. Ik speel het graag nog eens want het heeft wel potentie om leuk te zijn (en dan vooral met meer dan 2 spelers denk ik). Jórvik is een geupgrade remake van Die Speicherstad maar dan met Vikingen in plaats van Hamburgers. Het is een interessant biedspel waarin je altijd geld te kort hebt. En ook Fuji Flush speelde ik voor het eerst. Dat dat spel me niet zo goed beviel hebben jullie in mijn recensie al kunnen lezen.

Deze maand kwamen er ook nog een paar spellen onder het stof vandaan. Zo speelde ik met Niek twee keer Lost Cities. Dit oudje van Knizia hoeft wat mij betreft nog lang niet met pensioen. Dit is een spel waarin je oplopende rijtjes van kaarten moet maken 2-10). Je begint met acht kaarten op handen en moet elke ronde een kaart afleggen. Deze kaart mag je aan een van je eigen rijtjes leggen of afleggen in het midden. Daarna trek je een kaart van de trekstapel of van een van de stapels met eerder afgelegde kaarten. Doordat je gedwongen wordt een kaart af te leggen moet je continue lastige keuzes maken doordat rijtjes oplopend moeten zijn en je een overgeslagen nummer dus later niet alsnog kan aanleggen. Je wilt niet weten hoe zuur het is om een 8 neer te leggen en dan de 7 zeven in dezelfde kleur te trekken. En je wilt al helemaal niet weten hoe vaak me dit overkomt. Maar daar staat het genoegen tegenover dat je niet de zeven maar de negen trekt en je de beurt daarna even niet hoeft te twijfelen over welke kaart je speelt. Wat mij betreft verdwijnt dit spel niet weer onder het stof maar ligt het snel weer op tafel.


Een ander spel dat te lang in de kast had gestaan was That’s life. Ook dit spel stond zelfs twee keer op tafel. Het is net als Lost Cities een spel waar je tegen wat frustratie en tegenslag moet kunnen. In dit spel wordt een spoor gemaakt van kartonnen tegels met pluspunten, minpunten en klavertjes vier (die je een minpunten kaart laten veranderen in een pluspunten kaart). Omstebeurt gooi je met een dobbelsteen en zet je een van je pionnen het gegooide aantal stapjes vooruit. Als je als laatste van een tegel vertrekt dan moet je die tegel pakken. Als het pluspunten zijn dan is dat natuurlijk geen bezwaar maar een tegel met minpunten laat je natuurlijk graag aan je neus voorbij gaan. In dit spel wil je vaak eigenlijk helemaal niet bewegen want je wilt dat de anderen eerst weg gaan van jouw pluspunten tegel. Of je wilt pas weg als er een andere stakker is om achter te laten op de minpunten tegel. Maar je moet wat doen en dat zorgt voor veel leedvermaak waarbij iedereen wel een keer moet incasseren. Ik vind dit echt een heerlijk spel omdat de regels zo lekker simpel zijn, maar de keuzes waar je voor gezet wordt dat niet zijn. En dan zijn de afbeeldingen op de tegels ook nog eens heel grappig.