woensdag 2 augustus 2017

Eerste indruk: This war of mine

This war of mine is een bordspel dat geïnspireerd is op een computerspelletje met dezelfde naam (nou lieg ik een beetje, bij het bordspel had ik eigenlijk nog the boardgame in de titel moeten zetten, maar een kniesoor die daar op let). In deze spellen moet je proberen een groepje gewone mensen in leven zien te houden in een belegerde stad. De subtitel van dit spel is niet voor niets “In war not everyone is a soldier”. Dit ongebruikelijke thema trok mijn aandacht (per slot van rekening draaien de meeste wargames wel om soldaten en zelden om gewone burgers) en dus heb ik dit spel vorig jaar via Kickstarter gesteund.

This war of mine is een coöperatieve workerplacer die je ook heel goed solo kan spelen. Al zijn er ook mensen die vinden dat dit primair een solospel is dat je als je echt heel graag wilt ook met meer mensen kan spelen.  Deze rare discussie wordt veroorzaakt doordat je in dit spel niet je eigen speelfiguur hebt. Alle spelers spelen samen met dezelfde speelfiguren en je beslist om de beurt wat deze karakters doen. Tijdens het spel speel je meerdere dagen die allemaal in dezelfde stappen zijn verdeeld. In elke stap voer je bepaalde acties uit. Als je met meer mensen speelt dan geef je na elke stap de beurt door aan de volgende speler.

Aan het begin van het spel kies je uit met welke karakters je speelt. Voor elk karakter krijg je een mooie miniatuur speelfiguur en een kaartje waarop de naam van het karakter staat samen met zijn of haar beroep, een lef- (prowess) en empathie niveau en hoe sterk het karakter is. Op het kaartje staan ook nog letters met daarachter bepaalde acties die op een bepaald moment van de dag kunnen optreden. Deze acties geven extra kleuring aan de karakters. Zo wordt Anton, de wiskundeprofessor verdrietig als hij geen boek heeft om te lezen en wordt hij snel ziek als hij honger heeft. Katia, een verslaggeefster, heeft echt een bakkie koffie nodig op zijn tijd en kan met haar gitaarspel andere karakters de ellende van de oorlog een beetje laten vergeten.

Deze mensen (zie je hoe snel je van speelfiguur, naar karakters naar mensen gaat?) wonen in een verwoest huis in een belegerde stad. Het huis tocht, er ligt heel veel puin en er zijn geen meubels meer. Overdag gaan de bewoners aan het werk om het huis langzaamaan steeds comfortabeler te maken. Zo kan je puin ruimen, in sommige ruimtes op zoek gaan naar grondstoffen zoals hout, onderdelen, technische componenten, mechanische componenten en misschien vind je zelfs wel wat te eten of medicijnen. Met de grondstoffen kan je dingen maken, zoals een bed of een groentetuintje. Maar hoe hard je je best ook doet, er is gewoon niet genoeg tijd om het huis echt bewoonbaar te maken.

Overdag zijn de bewoners redelijk veilig, maar ’s nachts loert het gevaar. Maar hoe graag je ook zou willen, je kan niet binnen blijven zitten want je moet op zoek naar drinken, eten, grondstoffen en andere nuttige zaken. Tegelijkertijd kan je het huis niet onbewaakt achterlaten want dan zou het zo maar kunnen zijn dat iemand anders het inpikt. Een deel van de bewoners zal dus het huis moeten bewaken, terwijl anderen hun leven wagen op een gevaarlijke strooptocht. En dat terwijl de bewoners al zo moe zijn. Het liefst zouden ze in bed duiken, maar meestal kan je dat niet veroorloven (dan maar een tukkie op het bed overdag).

Iedere nacht zijn er drie locaties waar je uit kan kiezen om op strooptocht te gaan. Op verschillende locaties zijn natuurlijk verschillende dingen te vinden. In het ziekenhuis liggen bijvoorbeeld meestal wel wat achtergebleven medicijnen en in een militair kamp vind je misschien wel een wapen. Maar waar je ook bent er zijn altijd kastjes en kamers om te doorzoeken. Afhankelijk van de gekozen locatie trekken de spelers een aantal kaarten van de exploration stapel. Deze kaarten draai je vervolgens één voor één om en voer je uit. Je hoopt snel kaarten te trekken waarop staat dat je mag zoeken (dan pak je een findings kaart en zie je wat je gevonden hebt).

Maar in de stapel zitten ook heel veel kaarten waar je net niets vind omdat je voor een gesloten deur staat en je net geen lockpick hebt meegenomen. Of je vind wel iets maar dan moet je eerst ergens naar boven klimmen. En dat maakt lawaai (stapjes omhoog op het Noise-spoor) en dan moet je hopen (gooi niet te hoog met de dobbelsteen) dat niemand je hoort want anders zouden er wel eens wat nare types kunnen komen kijken wat je aan het doen bent. En als ik nare types zeg, dan bedoel ik ook echt nare types. Denk bijvoorbeeld aan soldaten die alles wat je gevonden hebt van je jatten, tenzij je met ze wilt vechten. Wat je liever niet wilt want zij hebben vuurwapens en jullie hebben niets of misschien net een mes. Dus misschien klim je dan maar niet naar boven, ook al betekent dat dat je een kans laat liggen om eten te vinden. 

De bewoner(s) die het huis bewaken vergaat het ondertussen al niet veel beter. Ook deze personen lopen de kans om oog in oog te komen te staan met boeven, soldaten of andere creeps met slechte bedoelingen. Of gewoon door andere wanhopige oorlogslachtoffers die alleen aan eten kunnen komen door te stelen. Het komt dan ook regelmatig voor dat de bewoners die op strooptocht zijn gegaan de bewaker(s) aantreffen met wat verse wonden. En kijk niet vreemd op als jullie voorraden dan ook nog zijn geplunderd.

Naast deze belangrijke grote stappen in de dag zijn er ook nog een aantal kleine (kortere) stappen waarin je bijvoorbeeld je bewoners te eten en drinken moet geven (anders krijgen ze honger en gaan ze uiteindelijk dood). Ook moet je verschillende momenten kaarten omdraaien waarop een stukje tekst staat en waarin je vaak doorverwezen wordt naar een boek met daarin een kleine 2000 korte verhaaltjes die extra kleuring geven aan het spel (je kan in plaats van dit boekje ook de gratis app gebruiken als je dat makkelijker vindt). Soms is het niet meer dan een stukje tekst, maar regelmatig wordt je voor een keus gesteld (vechten of vluchten, helpen of de andere kant op kijken). De makers willen de spelers van dit spel met deze stukjes tekst echt met hun neus op de verschrikkelijke feiten drukken: in een oorlog gebeuren de meest vreselijke dingen en moet je de meest verschrikkelijke dingen doen om te overleven. In de scenario’s zijn moord, marteling, verkrachting, diefstal aan de orde van de dag. Zo zouden je bewoners ooggetuige kunnen zijn van een executie of kunnen horen hoe iemand  gemarteld of verkracht wordt. Maar de bewoners zijn niet alleen maar toeschouwer bij deze vreselijke gebeurtenissen, het kan ook zijn dat ze zelf niet aan dit soort gevaarlijke situaties kunnen ontsnappen (met blote handen begin je niets tegen een groep gewapende soldaten). Deze scenario’s zijn ook de reden dat dit spel voor 18 jaar of ouder is.

Het is van te voren niet precies duidelijk hoeveel dagen oorlog de bewoners nog moeten doorstaan. Het zijn er minimaal 8, maar er kunnen nog een paar dagen bijkomen (dit hangt af van hoe de laatste kaarten van een stapel gebeurtenis-kaarten geschud zijn). Als nog ten minste één van de oorspronkelijke bewoners in leven is op het moment dat de oorlog is afgelopen, dan win je het spel.
This war of mine is een spel met een boodschap. Maar tegelijkertijd blijft het wel een spel. Het grootste deel van de tijd ben je bezig met bedenken hoe je je schaarse acties zo goed mogelijk kan verdelen en welke risico’s je wel en welke je niet wil nemen. Maar regelmatig wordt je door een stukje tekst weer even gewezen op het feit dat er ook echte oorlogen zijn waarin echte mensen moeten zien te overleven onder verschrikkelijke omstandigheden.

Op Boardgamegeek staat een review van dit spel dat geschreven is door iemand (Jasenco Pasic) die als kind in het belegerde Sarajevo woonde (ik raad je van harte aan deze review te lezen). Jasenco schrijft in deze review dat mensen hem af en toe vragen hoe het was om in een belegerde stad te wonen. Dit is niet uit te leggen, maar Jasenco vindt dat This war een heel goed hulpmiddel is om mensen uit te leggen hoe zwaar het leven in een belegerde stad was. This war of mine heeft mij in ieder geval aan het denken gezet. Zo heb ik informatie opgezocht over de oorlogen in voormalig Joegoslavië (waarom vochten die mensen toen ook al weer, ik was het vergeten).

Maar terug naar het spel. Is This war of mine vooral een boodschap verpakt in een spel of is het ook een goed speelbaar spel. Deze vraag kan ik niet eenduidige beantwoorden. Het is echt een beetje van beiden.



This war of mine zit namelijk heel dicht tegen een simulatie aan. Ik vind het belangrijk dat je veel invloed hebt op of je een spel wint of verliest. Dit heb je tot op zekere hoogte wel in This war of mine, maar er zit een stevige geluksfactor in This war of mine. Als je net de verkeerde kaart trekt (je ontmoet tot de tand bewapende, super agressieve boeven) dan ben je kansloos. In het spel spelen dobbelstenen bovendien een belangrijke rol (gooien of je niet te veel herrie maakt, gooien tijdens gevechten, gooien of het lukt om een door te openen met de lockpick, gooien hoeveel groenten je tuintje hebben opgeleverd). Hoe goed je het ook doet, het kan zo maar zijn dat het spel in eens afgelopen is omdat je gewoon pech had (je was op de verkeerde plek op de verkeerde tijd).

En dan heb ik het nog niet gehad over de speelduur. Op de doos staat 45 tot 120 minuten, maar daar klopt niets van. In minder dan 2 uur kan je het spel echt niet uitspelen (tenzij je verliest doordat alle bewoners dood zijn). Reken maar rustig op minimaal 6 uur en daar kunnen nog een paar uur bij komen als je speelt met mensen die alle mogelijkheden uitgebreid willen bespreken voor ze iets doen of de vrede lang op zich laat wachten. Eigenlijk vind ik dit veel te lang voor een spel.

Maar ondanks deze forse nadelen, vind ik This war of mine gewoon heel leuk om te spelen. Wat me in dit spel aanspreekt is dat het een spel is waarin je samen een verhaal bouwt. De speelfiguren worden mensen en je wil echt dat ze het eind van het spel halen en je doet je best om ze zo gelukkig mogelijk te houden. Ik zou het verschrikkelijk vinden als ik kon winnen door een van de bewoners op te offeren ten gunste van de groep. Je leeft echt een beetje met ze mee. En ik vind het bijzonder dat het een spel is dat je echt even aan het denken zet over oorlogen in het algemeen en die in voormalig Joegoslavië in het bijzonder.

Ik heb het spel een keer alleen gedaan en een keer met zijn vieren. Ik snap dat er mensen zijn die vinden dat je dit spel het best in je eentje kan spelen. Je hoeft dan niet te overleggen over de keuzes en daardoor kan je misschien een paar uur van de speeltijd afhalen. Maar zelf vond ik het spel het best tot zijn recht komen toen ik het met een groep speelde. Het is leuk om samen de keuzes af te wegen. We speelden wel allemaal met alle bewoners, maar we hadden wel allemaal een eigen bewoner waar je dan zelf de verschillende acties (die misschien iemand anders koos) mee uitvoerde. Dat had eigenlijk niet gemogen, maar dat ontdekten we pas achteraf. Dit werkte heel goed en maakte het spel voor mij extra leuk. Normaal speel je maar met drie bewoners en de extra bewoner maakte het spel wel een beetje makkelijker. Het is misschien daardoor ons wel gelukt om het spel uit te spelen. In totaal hebben we zes uur gespeeld, maar het voelde veel korter.

Het thema van het spel komt ook terug in de manier waarop je de spelregels moet leren. Een normaal spelregel boek ontbreekt namelijk in het spel. In het spel zit een journaal waar je stap voor stap door het spel wordt geloodst. De makers moedigen je aan om gewoon met spelen te beginnen. Tijdens de eerste dag weet je daardoor nog niet zo goed wat je aan het doen bent, maar bij dag 2 (als je dat haalt tenminste) begint alles op zijn plek te vallen. Dit is dus net als dat in een oorlog gewone burgers ook maar door te proberen moeten ontdekken wat slim is en wat niet.

Het journaal dient ook meteen om aan te geven wie de actieve speler is (degene die het journaal vasthoudt). In het journaal staat aangegeven op welk moment je het journaal door moet geven aan de volgende speler. Deze speler mag dan de volgende beslissing nemen en is degene die kaarten omdraait en dobbelstenen gooit. In de praktijk zal je als groep overleggen wat je wilt doen en met mijn groep hebben we het nooit nodig gehad dat een actieve speler de knoop door moest hakken omdat we er samen niet uitkwamen. Ik moest even wennen aan deze manier van spelen, maar het werkt op zich wel. Ik had alleen nog wel graag een normaal spelregelboekje gehad waar alle regels in staan zodat het makkelijker zou zijn geweest om kleine dingetjes nog even na te zoeken. Zo moesten wij op een gegeven moment een actie uitvoeren op de “first floor”, maar wisten we niet hoe we moesten bepalen wat nou precies de “first floor” van ons huis was (begane grond, eerste verdieping en zaten er nou één of twee lagen kelders onder het huis).

Ik vind zelf het doorgeven van een boekje niet zo prettig. Allereerst wordt je boekje er snel smoezelig van, maar het leek me ook niet prettig werken. Soms ben je halverwege een bladzijde als je door moet geven en dan moet je telkens aanwijzen waar je gebleven bent. Ik heb daarom het boekje overgetypt op kaartjes en deze geprint, geplastificeerd en met een ring aan elkaar gemaakt. Iedere beurt  is nu een bladzijde (soms twee). Aan het eind van de beurt sla je de bladzijde om en geef je het boekje door aan de volgende. Dit werkte heel goed (en ik had geen grote fouten gemaakt bij het overtypen). Ik heb het bestand op Boardgamegeek gezet (zie hier), dus print het gerust als je wilt.

This war is mine is geen spel dat iedereen leuk zal vinden. Daarvoor is het thema te duister en confronterend, de geluksfactor te hoog en duurt het spel (veel!) te lang. Maar als je de tijd hebt om dit spel te spelen en je er van houdt, dan is dit een heerlijke manier om je al spelenderwijs onder te dompelen in een verhaal over gewone mensen in uitzonderlijke omstandigheden. Het kost je dan wel flink wat uren, maar die uren vliegen gegarandeerd voorbij. En dat is dan weer een heel goed teken. 

Geen opmerkingen: