zaterdag 1 april 2017

Maandoverzicht maart 2017 (Dagmar)


Over maart kan ik op spellengebied zeker niet klagen. Dankzij een bezoekje aan Zuiderspel, Spellenpret en een spellendag met Peter Hein en Anton speelde ik 23 verschillende spellen en stond er in totaal  34 keer een spel op tafel. Zeven van deze spellen speelde ik voor het eerst, waaronder Qango, Twenty One, Dreamhome en Kingdomino die ik voor het eerst speelde op Zuiderspel. Mijn eerste indrukken kan je in het verslag van deze beurs terug lezen (zie hier).

Op Spellenpret speelde ik ook een aantal spellen voor het eerst, namelijk Fuse, Kingsburg en Tac. Van deze drie spellen vond ik Kingsburg het leukste. Op basis van de looks van de doos had ik verwacht dat het een pittig spel was, maar dat bleek reuze mee te vallen. Het is een spel waar je grondstoffen moet verzamelen waar je vervolgens gebouwen met verschillende eigenschappen mee bouwt. Deze gebouwen leveren bijvoorbeeld overwinningspunten op maar soms ook handige voordeeltjes voor tijdens het spel, zoals extra verdediging voor de periodiek binnenvallende barbaren die je gebouwen willen slopen. Iedere ronde gooit iedereen met zijn drie eigen dobbelstenen. Omstebeurt mag je vervolgens je dobbelsteen bij personages leggen die je de grondstoffen geven. Hoe beter het personage, hoe hoger de benodigde worp is. Je mag je dobbelstenen ook verdelen over meerdere personages, maar bij elk personage mag maar één iemand zijn dobbelstenen leggen. Dit zorgt voor een leuke dynamiek waar je niet alleen moet kijken wat je wilt, maar ook wat de anderen waarschijnlijk willen omdat voor je het weet het door jouw begeerde plekje weg is.

Tac vond ik vooral een vreemd spel. Het is een soort combinatie tussen het traditionele kaartspel Pesten en Mens-erger-je-niet maar dan met de twist dat je in teams speelt à la klaverjassen. Het bord deed denken aan mens-erger-je-niet: je hebt vier speelstukken (knikkers in dit geval) die je het bord rond moet laten racen en die dan precies weer thuis moeten komen. Hoeveel je mag bewegen wordt alleen niet bepaald door dobbelstenen maar door kaarten. Op de meeste kaarten staan gewoon getallen die aangeven hoeveel stapjes je mag zetten, maar op sommige kaarten staan ook speciale acties die mij aan Pesten deden denken (bijvoorbeeld een speler een beurt laten overslaan). Aan het begin van een ronde krijgt iedereen een aantal kaarten en hiervan geef je er een aan je maatje. Ik deed het spel voor het eerst en had dus nog niet veel gevoel bij wat ik weg moest geven of wat de geheime boodschap was achter de kaart die ik kreeg, maar van de ervaren rotten begreep ik dat er hele strategieën zitten achter het doorgeven van de kaarten. Voor een eerste potje vond ik het een best aardig tussendoortje, maar ik liep niet over van enthousiasme. Ik kan me voorstellen dat dit spel steeds leuker wordt als je het vaker doet omdat het partnerspel dan steeds belangrijker wordt.

Het laatste nieuwe spel dat ik op Spellenpret speelde was Fuse. Dit is een coöperatief real-time dobbelspel waarin de spelers bommen moet ontmantelen. De bommen in dit spel zijn kaartjes met daarop bepaalde combinaties van dobbelstenen. Dit kunnen gewoon getallen zijn, maar ook voorwaarden (drie keer hetzelfde getal, of juist dobbelstenen van een bepaalde kleur). Omstebeurt gooien de spelers met een set dobbelstenen die ze vervolgens verdelen. Je moet daarbij razendsnel kijken op welke manier je de dobbelstenen zo kan inzetten dat zo veel mogelijk mensen verder een stap verder komen met hun bommen-kaartjes. Ik vond het idee van dit spel best aardig, maar in de praktijk was het me wat te chaotisch en onoverzichtelijk. Wellicht dat het spel een tweede keer beter uit de verf zou komen.

Tussen de vele spellen die ik deze maand verder nog speelde sprong Space Alert er voor mij het meeste uit. Ik speelde dit spel opnieuw met mijn collega’s. Ik vond het leuk om te merken dat ons dit keer veel beter af ging dan de eerste keer. We hadden wel een lift-incidentje waardoor we in ons eerste potje de mist ingingen (er is maar plaats voor één persoon in de lift, de ander moet lopen waardoor die een beurt vertraging oploopt). Maar daarna ging het steeds beter, al blijft het lastig om goed te blijven communiceren in alle chaos van het spel. Waarschijnlijk gaan we deze nog wel een keer doen.

Verder was ik heel blij dat ik mijn op Zuiderspel gekochte exemplaar van Terraforming Mars al heb kunnen spelen. Het was het eerste spel dat op tafel kwam op de spellendag met Peter Hein en Anton. We hadden het allemaal wel eens eerder gedaan (Peter Hein zelfs al drie keer) en konden daardoor redelijk vlot gaan spelen. Ik had wat moeite om op gang te komen doordat ik uit mijn beginhand een strategie had gekozen om punten te gaan scoren met micro-organismen, maar het duurde vervolgens heel lang voor ik daar wat mee kon en eigenlijk kwam die puntenmachine helemaal niet op gang. Ik bleef er alleen te lang mijn hoop op vestigen waardoor ik me op andere gebieden niet goed ontwikkelde en langzaamaan toch wel wat achterop raakte. Anton ging ondertussen als een rakket en Peter Hein trok de ene lekkere kaart na de andere. Hij trok er alleen zo veel dat hij tijd en geld tekort kwam om ze te spelen waardoor hij dus eigenlijk heel veel punten heeft weggegooid. In het spel zijn er zo veel manieren om je te ontwikkelen (al ben je daarvoor wel een beetje afhankelijk van de kaarten die je trekt) dat je nieuwe dingen blijft ontdekken. En dat maakt het spel nou zou leuk. Ik hoop het snel weer op tafel te zetten.

Met Peter Hein en Anton speelde ik ook nog een paar wat oudere spellen. Zo stond El Caballero op tafel. Dit spel is wat betreft vormgeving een spin-off van El Grande, maar wat betreft spelsysteem is het hele andere koek. Het is een soort super ingewikkelde variant van Carcassonne waarbij je echt heel goed moet nadenken over je zetten. Dit is echt een spel dat je eigenlijk meerdere keren vlak na elkaar moet doen om het goed in de vingers te krijgen. Maar ja, daar is het natuurlijk niet van gekomen omdat we gewoon heel veel andere spellen hadden staan om te doen.

We hebben ook China gespeeld. Dit is eigenlijk gewoon Kardinaal en Koning maar dan in een ander jasje. Het is een heerlijk vlot meerderhedenspel waarin je op drie verschillende manieren punten kan pakken. In het spel zet je huisjes op een bord waarop wegen en verschillende regio’s afgebeeld zijn. Er zijn punten te verdienen voor routes van 4 of meer huisjes. Maar er zijn ook punten te verdelen voor de meerderheden in de regio’s. En dan mag je ook nog af en toe gezanten op het bord zetten. Het aantal gezanten dat in een regio mag staan hangt echter af van het aantal huisjes dat de speler die in die regio de meeste huisjes heeft staan. Dit zorgt voor interessante keuzes omdat je, zoals het in een goed spel hoort, hier altijd meer wil dan je kan. Dit is een terechte klassieker. Als je hem ergens op de kop kan tikken, dan moet je dat vooral doen. En dan maakt het niet uit of de China variant of de Kardinaal en Koning variant voor je hebt. 

Geen opmerkingen: