woensdag 28 september 2016

Recensie: Imhotep

Het is eigenlijk verbazingwekkend dat er niet eerder een bouwspel met Egyptisch thema is gemaakt dat de naam draagt van de beroemdste Egyptische architect. Maar het is er nu dan toch eindelijk van gekomen. Imhotep leefde vier en half duizend jaar geleden en was de architect van de beroemde Djoser-pyramide. En nu is er dan eindelijk een spel dat hem eer aan doet.

In Imhotep proberen de spelers in de voetsporen te treden van deze beroemde bewoner van het oude Egypte. Je gaat namelijk proberen om mee te bouwen aan verschillende Egyptische monumenten (een piramide, een tombe , een tempel en een obelisk). Helaas zijn er kapers op de kust dus je moet wel een beetje je best doen om te zorgen dat jouw werk opvalt.

Het spel wordt gespeeld over zeven rondes. In iedere ronde bepaald een kaart welke vier boten van welke groottes (1-4) naar één van de vijf verschillende bouwplaatsen. Inderdaad, er is een boot minder dan dat er bouwplaatsen zijn dus iedere ronde valt er een bouwplaats buiten de boot. De spelers mogen omstebeurt één van de vier mogelijke acties uitvoeren. De eerste actie is dat je je voorraad bouwstenen aanvult (wat je niet hebt, kan je per slot van rekening ook niet bouwen). De tweede actie is dat je een van je bouwstenen op een klaar liggende boot neerlegt. De derde actie is dat je een boot (die voldoende gevuld is) naar een bouwlocatie stuurt. De laatste actie is dat je een speciale actiekaart uitspeelt die je tijdens het spel kan krijgen op de markt (een van de bouwlocaties).

Het venijn van dit spel zit hem met name in de spanning tussen het vullen van de boten en het laten varen van de boten (al moet je daarbij dus wel goed opletten dat je je voorraad stenen niet uitgeput raakt). Je wilt graag veel stenen in de boten hebben die naar de juiste locaties gaan, maar als je alleen maar bezig bent met het vullen van de boten dan bepalen de andere spelers wel waar ze naar toe gaan. En dan hoeft die andere speler niet eens een steen in de betreffende boot te hebben liggen, zolang de boot vol genoeg is (er mag één leeg plekje over zijn in de boot), mag hij door alle spelers verplaatst worden . En dan kan het zo maar gebeuren dat de boot daar gaat waar jij hem niet had willen hebben. 

Iedere locatie levert namelijk op een andere manier punten op. Zo levert de piramide direct punten op, maar verschilt het aantal punten dat je kan krijgen van 1 tot en met 4. Je wilt dus graag net het juiste steentje bijdragen. De stenen worden op de volgorde waarin ze liggen uit de boten gehaald en aangelegd dus je kan proberen te timen dat je steen goed terecht komt. Maar dan zal je net zien dat die boot niet naar de piramide gaat maar naar obelisk. Die wordt pas aan het eind geteld en daar wordt beloond dat je de meeste stenen hebt bijgedragen. Die ene steen die je hoopte te plaatsen op het vier punten plekje van de piramide kan dus zo maar niets opleveren als hij er niet voor zorgt dat jouw obelisk groter wordt dan die van andere spelers.

...en de waardering


Imhotep is mij heel goed bevallen. Het is een lekker vlot, mooi uitgevoerd spel vol met wat de Duitsers zo mooi Schadenfreude noemen (plezier hebben om het ongeluk van een ander). In het spel ben je constant op zoek naar de balans tussen andere mensen pesten (door het varen met boten naar plekken waar ze niet willen zijn) en het helpen van jezelf (stenen plaatsen in een boot of een boot verplaatsen naar waar jij hem heel graag wilt hebben). Het spel komt het best uit de verf met drie of vier spelers omdat er dan wat meer te pesten valt. Gemeen zijn was nog nooit zo leuk.








Auteur: Phil Walker-Harding
Uitgever: White Goblin Games, 2016
Aantal spelers: 2-4
Leeftijd: vanaf 10 jaar
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: 40 euro

woensdag 21 september 2016

Spiel 2016: mijn wensenlijstje (Dagmar)

Nog 3 weken en 1 dag en dan is het ein-de-lijk weer zo ver: de deuren van de Messe in Essen gaan open en vier dagen lang zullen spellenliefhebbers uit alle landen zich te buiten gaan aan spelplezier. De lijst met nieuwe spellen die gepresenteerd gaan worden is weer enorm (al zullen er vast weer een paar slachtoffers vallen doordat er last minute iets mis gaat in de productie of bij het transport). Het ene spel nog mooier dan het andere. Zie door deze bomen het bos maar eens te zien! Ik beloof je: dat lukt je niet. Maar dat wil niet zeggen dat het niet de moeite loont om je een beetje te verdiepen in het aanbod omdat er altijd een paar spellen tussen zitten waarvan je meteen weet dat je ze wil hebben en er andere spellen zijn die je interessant vindt en die je dus in de gaten wil houden in de berichten rondom de beurs (“the buzz”) of als je gelukt hebt, die je gaat testen (“try before you buy”).

In dit blog zal ik uit de doeken doen op welke spellen mijn hebberige ogen zijn gevallen. Er zijn een aantal factoren die voor mij belangrijk zijn, zowel in positieve als negatieve zin. Allereerst zijn er een aantal uitgevers die er bovengemiddeld goed in slagen om leuke spellen uit te geven, denk aan Hans im Glück, Kosmos en Z-man Games. De kans dat een spel mijn aandacht trekt wordt verder verhoogd door de naam van de auteur, sommige auteurs zijn meer in mijn straatje dan andere (de spellen van Friedemann Friese vind ik bijvoorbeeld gemiddeld leuker dan die van Stefan Feld). Ik ben verder heel gevoelig voor uitvoering en thema (dus wel sprookjesachtig en mysterieus, maar zeker geen cowboys of handelen rondom de middellandse zee). Verder is het voor mij heel belangrijk dat een spel met twee mensen gespeeld kan worden aangezien ik het vaakst spellen doen met alleen Niek. Spellen die pas leuk worden als je 3 of veel meer mensen hebt, sla ik daarom eerder over want de kans dat ik die kan spelen is klein. Omdat Niek mijn vaste spellenpartner is, houd ik natuurlijk ook een beetje rekening met zijn smaak (wat helaas betekent dat ik een beetje terughoudend ben met het kopen van coöperatieve spellen omdat hij daar echt niet van houdt, hoe hard ik het ook probeer). Hoe leuk lange, pittige spellen ook kunnen zijn, ze komen bij mij gewoon niet vaak genoeg op tafel om de aanschaf te verantwoorden. Ook die sla ik dus in principe over. Ik heb een voorkeur voor spellen die in een uurtje te spelen zijn. Als spellen 2 uur of langer duren dan is dat een hele serieuze rode vlag.

Met deze voorkeuren in  mijn achterhoofd heb ik de lijst op Boardgamegeek doorgekeken. De lijst wordt nog steeds iedere dag aangevuld, maar dit zijn, in volstrekt willekeurige volgorde, de spellen die nu op mijn radar staan. 

Vorig jaar is Haba begonnen met spellen voor volwassenen uit te geven. Haba is van oudsher een merk dat goede kinderspellen uitbrengt in een fantastische uitvoering (mooi dik karton, grote houten speelstukken, mooie vormgeving). Dit jaar brengen ze weer drie spellen voor volwassenen uit en één daarvan trekt mijn aandacht, namelijk Meduris. Het spel ziet er lekker sprookjesachtig uit en de omschrijving van het spel doet met aan de Kolonisten van Catan denken.  Je moet namelijk grondstoffen verzamelen in grondstofgebieden waarmee je hutten gaat bouwen. Het spel duurt net wat langer dan een uur, is met twee spelers speelbaar en voldoet dus helemaal aan mijn wensenlijstje.

Zoals gezegd ben ik heel gevoelig voor de uitvoering van een spel en ik begon dan ook meteen te kwijlen toen ik het spelmateriaal van Cat Town zag. In dit spel zitten de meest schattige kat-speelfiguren aller tijden. Ik ben dol op katten. Ik zou dit spel daarom graag willen proberen, het ziet er zo goed uit dat het bijna alleen maar tegen kan vallen.

Het volgende spel op mijn radar is Mystic Vale. Ook dit spel trok mijn aandacht door het thema en de vormgeving. Het is echt zo’n lekkere sprookjesachtige fantasy doos. Het lijkt een deckbuilder achtig spel te zijn. Het risico met dit soort spellen is alleen dat er te veel verschillende kaarten zijn waardoor je eindeloos blijft lezen en de vaart uit een spel verdwijnt. Ik zou het spel daarom wel eens goed willen bekijken en nog liever ook spelen.

Vorig jaar had het Österreichische Spiele Museum een hit met het kleine kaartspelletje OMG (later omgedoopt naar Oh My Goods). Het was in no time uitverkocht en dat verhoogde alleen maar de aantrekkingskracht. Dit jaar brengen ze weer een klein kaartspelletje uit voor een klein prijsje, namelijk Potions Brew. Er is nog weinig over dit spel bekend, maar het thema en de looks spreken me in ieder geval zeer aan, dus wie weet dat ik daar wel een blind gokje op ga wagen. Gelet op de hype van vorig jaar verwacht ik dat de voorraad weer snel op zal zijn.

Ik ben  niet vies van wat science fiction op zijn tijd op mijn beeldbuis. Spellen met een science fiction thema trekken dan ook mijn aandacht. De doos van Not Alone vind ik schitterend. De manier waarop de titel op de doos staat doet me aan Star Wars denken, de geheimzinnige nevel aan Star Trek en de boosaardige ogen aan X-files. De omschrijving van het spel schrikt me dan weer een beetje af. Het is namelijk een asymetrisch spel waar één speler het monster speelt waaraan de anderen proberen te ontsnappen. Ik ben niet zo’n fan van asymetrische spellen, maar mijn interesse is gewekt omdat dit spel verder wel aan al mijn eisen voldoet (2 persoons, niet te lang, prachtig uitgevoerd). Ik houd het dus nog maar even in de gaten.

Een spel dat ik blind durf te kopen is Cottage Garden. Dit is een nieuw spel van Uwe Rosenberg waarin hij verder borduurt op de principes uit het populaire Patchwork. Dit keer ga je je alleen niet bezig houden met het maken van suffe kleedjes, maar met het creëren van een mooie tuin vol vrolijke bloemen. Er zitten ook nog fiches in met schattige slapende katten (bonuspunten voor de uitvoering dus). Wat ik er ook nog leuk aan vind is dat het spel wordt uitgegeven door de Spielwiese. Dat is een sympathiek spellencafé in Berlijn waar ik een paar jaar geleden een keer geweest ben en een leuke avond heb doorgebracht.

Het volgende spel dat mijn aandacht trok is Fields of Green. Het combineert het draften uit Among the Stars met een Agricola thema. Het spel duurt maar een half uurtje en kan met zijn tweeën gespeeld worden. Ik vind de kaarten uit het spel zelf er alleen niet zo heel erg mooi uitzien, maar daar kan ik wel over heen stappen als het spel leuk genoeg is.

Fields of Green is niet het enige landbouw spel waar ik door aangetrokken wordt, ook het tweepersoons Boonanza (Bohnanza Das Duel) vind ik best interessant, zeker omdat het maar een tientje kost en voor zo’n prijs kan je je er geen buil aan vallen. Ruilen is vaak in een tweepersoonsspel niet zo’n gelukkig mechanisme doordat je door een goede ruil er beide op voor uit gaat en het daardoor lastig is om een deal te maken waar je echt veel voordeel bij hebt en die je tegenstander je gunt (je wilt per slot van rekening winnen). Ik ben wel benieuwd hoe dit spel dat dilemma oplost.

Inmiddels zijn er al flink wat uitbreidingen en spin-offs verschenen van Pandemic en dit jaar komen daar weer een paar bij. Pandemic Reign of Cthulu heb ik inmiddels al aangeschaft en staat om die reden niet op dit lijstje. Pandemic Iberia is echter nog niet te koop en die ga ik dus op Spiel zeker kopen. Dit spel wordt in een limited edition aangeboden (en dat maakt me natuurlijk alleen nog maar hebberiger). Je moet dit keer vier enge ziektes op het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) gaan genezen en ondertussen moet je ook nog sporen voor de trein aanleggen. Ik ben benieuwd!

Wat me dit jaar opviel was dat er tussen de vele nieuwe spellen er drie een religieus thema hebben. Het is dit bijna 500 jaar nadat Martin Luther de Reformatie startte en dat heeft verschillende auteurs geïnspireerd. Ik verbaas me daarover want het is niet echt een aansprekend thema. Tussen deze spellen zit ook een heus tweepersoonsspel, namelijk Sola Fide. Ik vind dit thema zo bizar dat ik heel benieuwd ben hoe dat uitpakt in een spel. Dus misschien dat ik daarom dit spel wel mee naar huis neem.

Een ander spel dat mijn aandacht trok door het bizarre thema is Who soiled the toilet? Dit is een weerwolven-achtig spel waarbij je een geheime rol krijgt (een viespeuk die zijn sporen op het toilet achterlaat of een fris type dat pas vertrekt nadat alle sporen zijn uitgewist). Je moet met poep-fiches gaan gooien en de viespeuken winnen als het een bende is en de frisse typjes juist als het allemaal prober is. Wat een bizar thema. Het is van een Japanse uitgever dus waarschijnlijk is het spel al uitverkocht voor de beurs een kwartier oud is, dus ik hoef er niet serieus over na te denken of ik dit spel wil.

Friedemann Friese is dit jaar lekker bezig geweest. Er komen op Spiel drie nieuwe spellen van zijn hand uit en ik vind ze alle drie interessant. De eerste is Fabled Fruit, een spel waarin je fruit moet gaan verzamelen. Het bijzondere aan dit spel is dat het spel schijnt te veranderen als je het vaker doet. Dit doet me denken aan Pandemic Legacy. Maar het Fabled spelsysteem verschilt van het Legacy systeem doordat je het spelmateriaal niet verandert en het dus geen eenrichtingverkeer is. Fascinerend. Daarnaast komt nog een kort kaartspelletje uit (Fuji Flush) en een kaartspel van Hoogspanning. Vaak heeft 2F wel combi-aanbiedingen, dus de kans ik groot dat deze drie spellen mee naar huis gaan.

What’s up trok mijn aandacht met de claim dat het een klein spelletje is (formaat) dat je in een minuut kan uitleggen met een grote herspeelbaarheid. Dat zijn forse claims. Het doosje ziet er leuk uit, het spel kan met zijn tweeën gespeeld worden en duurt maar een kwartiertje. Klinkt bijna te mooi om waar te zijn, dus ik zou het graag eens willen proberen.

Ik heb een zwak voor schattig en het spel Hop! doet het op dat gebied helemaal goed. Ik krijg er spontaan zin van om My Little Pony’s te gaan kammen (en dat wil wat zeggen want ik heb nooit My Little Pony’s gehad als kind). In het spel moet je proberen omhoog te gaan in de wolken of zo iets, ik vind het een beetje vaag. Er is eigenlijk nog niets bekend over dit spel en als je zo mooi bent als dit spel dan zou dat best eens een goede strategie kunnen zijn. Ik zou dit spel graag spelen op Spiel.

Ten slotte zijn er nog een aantal uitbreidingen waar ik zeer geïnteresseerd in ben. De uitbreiding voor het Pandemic Dobbelspel (Pandemic the Cure Experimental Meds) gaat zeker mee naar huis omdat ik zo dol ben op het dobbelspel en dus ook benieuwd ben naar wat de uitbreiding daar nog aan toe gaat voegen (onder andere een extra ziekte en nieuwe rollen). Over de uitbreiding van 7 Wonders duel twijfel ik nog een beetje. Ik vond 7 wonders duel best leuk, maar ik was er niet kapot van. Aan de andere kant voegt deze uitbreiding Egyptische Goden toe en dat doet het hier thuis dan altijd wel weer goed. Twijfelgeval dus. Er komt ook weer een nieuwe uitbreiding voor Dixit uit en deze keer hebben de kaarten een Art Deco uitstraling, daar ben ik wel benieuwd naar. Voor Steam Park komen meerdere uitbreidingen uit (Robots en Play Dirty). Ik vind Steam Park een van de mooiste spellen die ik heb, maar heel leuk is het ook weer niet. Twijfelgevalletje dus. Wat geen twijfelgeval is, is de uitbreiding voor Potion Explotion (the Fifth Ingredient), die gaat mee. Ik vind Potion Explotion een van de verrassingen van dit jaar en ik kan me voorstellen dat een uitbreiding meer variatie aan het spel toevoegt.

De meest verbazingwekkende uitbreiding is voor mij die voor Tichu (Tichu Booster). Dit spel is perfect zoals het is en ik kan me niet voorstellen wat je daar aan toe zou willen voegen. Maar toch komt er een uitbreiding uit ter gelegenheid van het 25 jarig jubileum van dit spel. Dat het spel 25 jaar zonder uitbreidingen heeft gekund, is misschien wel de belangrijkste indicator om deze uitbreiding links te laten liggen. Maar Tichu is ook weer een van mijn favoriete spellen en dat maakt dat ik toch nieuwsgierig wordt. In het spel worden een soort actiekaarten toegevoegd die in het spel komen als iemand Tichu roept. Degene die Tichu roept heeft eerste keus en kan dus de lekkerste kaart kiezen. De uitbreiding lijkt maar een paar euro te gaan kosten dus dat maakt het makkelijker om aan mijn nieuwsgierigheid toe te geven.

vrijdag 9 september 2016

Recensie: Regenwormen uitbreiding

Regenwormen is inmiddels al weer meer dan 10 jaar oud, maar onverminderd succesvol. En dat zegt veel over dit spel want in de huidige spellenmarkt is het al knap als spellen een jaar in de schappen blijven staan zonder verdrongen te worden door de nieuwkomers. Dit jaar is een uitbreiding uitgebracht om het speelplezier van Regenwormen naar nog grotere hoogte te stuwen.

De uitbreiding voegt wat elementen aan het spel toe, maar verandert het spel niet wezenlijk. Of te wel: er liggen nog steeds tegels met oplopende getallen op de tafel en de spelers zijn omstebeurt aan zet om deze te veroveren door het getal te gooien. Dit doe je door de dobbelstenen te gooien en daar alle dobbelstenen met eenzelfde getal van apart te leggen. Vervolgens gooi je (als je dat wilt) nog een keer met de dobbelstenen en moet je alle dobbelstenen met een ander getal wegleggen. Dit doe je net zo lang tot het risico je te groot wordt (push your luck!). Je moet er alleen voor zorgen dat je bij het wegleggen in ieder geval één keer er voor gekozen hebt om dobbelstenen met een worm (waarde 5) weg te leggen. Je mag vervolgens de tegel met het gegooide getal pakken (of als die er niet meer is de eerstvolgende tegel met een lagere waarde). Als je te lang door gaat (je blijft dobbelen en je gooit alleen getallen die je al hebt weggelegd) dan ben je af en krijgt je niets, maar moet je juist een tegel inleveren. Ook kan je een tegel van een ander afpakken als je exact het juiste getal hebt gegooid.  Wie de meeste punten heeft wint.


De uitbreiding voegt 3 elementen toe. De uitbreiding voegt allereerst twee tegels toe (met waarde 11 en 13). Deze tegels mag je alleen pakken als je exact die getallen hebt gegooid. Het voordeel van deze tegels is dat ze niet door andere spelers afgepakt kunnen worden (al kan je ze wel kwijtraken door een mislukte worp). De tweede toevoeging zijn ronde punten-fiches die je krijgt als je in je beurt minimaal 2 dobbelstenen met een 1 weglegt. Normaal doe je dit niet zo snel, maar door het extra punten-fiche dat je dan krijgt wordt het toch aantrekkelijk.


De derde, en meest rigoureuze toevoeging is dat er vijf houten
figuurtjes bijkomen. Deze figuurtjes worden aan het begin van het spel op bepaalde tegels gezet en als je de tegel wint dan krijg je het figuurtje er bij. Elk figuurtje geeft een leuk voordeeltje. Zo kan je een gele dobbelsteen krijgen met 3 zijden met een worm en 3 zijden met een 1. Deze dobbelsteen mag je vervolgens in je eigen beurt meegooien. Een ander figuurtje is de kloek die de tegels die je al gewonnen hebt bewaakt. Als je een tegel zou moeten inleveren, dan lever je in plaats daarvan de kloek in. De wezel geeft je het recht om één keer per beurt een worp over te doen. De raaf geeft je éénmalig een rond puntenfiche en vliegt vervolgens naar een lege tegel.  Het laatste figuurtje is de ingeblikte worm. Ik vind deze naam een beetje raar, maar het figuurtje is wel heel fijn om te hebben. Hij geldt namelijk als een gegooide worm zolang je geen wormen hebt gegooid en beschermd je dus voor mislukte worpen als gevolg van het niet gooien van wormen. De figuurtjes kan je overigens ook weer kwijtraken, namelijk als je een mislukte worp hebt. Bovendien mag je maar één figuurtje hebben dus als je een tweede krijgt moet je kiezen welk van de twee je het liefste wil hebben.



...en de waardering



Ik heb mixed feelings over deze uitbreiding. Met twee spelers vind ik vooral de toevoeging van de puntenfiches die je krijgt als je tenminste twee 1-en weg legt leuk, maar de rest van de uitbreiding vind ik dan alles bij elkaar ene beetje veel van het goede. Maar als je met meer dan twee spelers bent dan komen alle extra figuurtjes en tegels op zich wel tot hun recht. Regenwormen kan alleen ook heel goed zonder deze toevoeging omdat het spel misschien juist wel zo leuk is doordat het simpel gehouden is. De uitbreiding maakt het spel dus niet leuker, maar eerder anders. Het is iets pompeuzer allemaal. Ik vind het best leuk voor een keer, maar zonder de uitbreiding heb ik eigenlijk net zo veel speelplezier. 









Auteur: Reiner Knizia
Uitgever: 999 games, 2016
Aantal spelers: 2-7
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: circa 30 minuten
Prijs: circa 15 euro

woensdag 7 september 2016

Coöperatief valsspelen

Ik speel regelmatig met veel plezier coöperatieve spellen en de laatste tijd begon me een patroon op te vallen. Ik heb de indruk dat in coöperatieve spellen veel vaker wordt vals gespeeld dan in competitieve spellen.  En dat vind ik een interessante gedachte.

Met vals spelen bedoel ik in dit blog dat je niet volgens de officiële regels speelt. Dit kan zijn omdat je de regels verkeerd begrepen of onthouden hebt, maar ook omdat je expres iets doet wat eigenlijk niet mag.

Natuurlijk wordt er in competitieve spellen ook vals gespeeld, al is het maar omdat iedereen wel eens een foutje maakt. Niek zou hierover tegen mij zeggen: maar het is wel opvallend dat de foutjes altijd in je eigen voordeel zijn. En ik ben bang dat dat klopt. Ik doe het niet expres, maar ik ben schijnbaar toch echt creatiever met de regels als het positief voor mij uitpakt dan als dat voor de ander zo is. Maar toch vind ik deze vorm van vals spelen minder erg dan bewust vals spelen. Ik ken mensen die er lol in hebben om er mee weg te komen dat ze hebben vals gespeeld en daar later smakelijk over kunnen vertellen. Ik vind dat echt niet grappig en ik heb de indruk dat dit type valsspeler niet of weinig voorkomt onder hardcore gamers. Dat is ook best wel logisch want de kans dat mensen het nog leuk vinden om een spelletje met je te doen, neemt volgens mij sterk af als mensen weten dat je een expres probeert vals te spelen.

Met coöperatieve spellen wordt er natuurlijk allereerst ook per ongeluk vals gespeeld, bijvoorbeeld omdat iemand een regel verkeerd begrepen heeft. Maar ik heb de indruk dat in coöperatieve spellen vaker expres wordt vals gespeeld. Ik denk dat dit komt doordat je samen in hetzelfde team zit en je er dus allemaal belang bij hebt om af ten toe een oogje dicht te knijpen. Bij een competitief spel hebben de andere spelers er belang bij om jou op het rechte pad te houden (jouw voordeel is hun nadeel) en dit ligt toch echt anders in coöperatieve spellen.

Ik zal een voorbeeld geven. In het spel Burgle Bros moeten de spelers samen een kraak zetten. Aan het begin van het spel liggen alle locatiekaarten dicht. Je kan kiezen of je eerst even “peeked” gluurt) wat voor kaart ergens ligt (kost één actie) om vervolgens als de locatie je bevalt er naar toe te gaan (kost nog een actie) óf je kan gewoon op goed geluk een locatie meteen betreden en hopen dat er geen alarm of andere narigheid is (kost één actie). Op het moment dat je “peeked” en je ziet dat het veilig is, is het heel verleidelijk om te zeggen dat je eigenlijk de intentie had om meteen naar de locatie toe te gaan. In een competitief spel zullen de andere spelers dan onmiddellijk protesteren, maar in een coöperatief spel hebben de andere spelers een prikkel om met je leugentje voor jullie eigen bestwil mee te gaan.

Een ander voorbeeld is bijvoorbeeld Pandemic the Cure (het pandemie dobbelspel). Her is de verleiding groot om bij een extreem ongunstige worp met elkaar te beslissen dat de worp niet geldt met als motivatie dat het niet eerlijk is dat je zo veel pech met de dobbelstenen hebt en het “dus” ok is om even vals te spelen om de kansen weer "eerlijk" te krijgen. In een competitief spel zouden de andere spelers waarschijnlijk best willen toegeven dat je heel veel pech hebt, maar zou het niet in ze opkomen om je daarom opnieuw te laten gooien. Jouw pech is per slot van rekening hun geluk en dat geef je niet uit handen.


In een cursus over gedragswetenschappen heb ik geleerd dat mensen grosso modo wel redelijk eerlijk zijn (zich aan de regels houden), maar dat tegelijkertijd de meeste mensen er geen moeite mee hebben om een beetje te liegen als hen dat voordeel oplevert en ze mee weg komen. Ik denk dat dat precies is wat gebeurt in coöperatieve spellen. Mensen spelen niet extreem vals (alle kaarten van Burgle Bros open leggen), maar zijn best bereid om een beetje creatief met de regels om te gaan (je liep meteen in plaats dat je "peekde". In een competitief spel kom je daar niet mee weg (andere spelers zullen je op je misstappen aanspreken), maar in coöperatieve spellen kom je er wel mee weg omdat iedereen dezelfde prikkel heeft om even een oogje toe te knijpen en speel je dus eerder vals. 

donderdag 1 september 2016

Maandoverzicht: augustus 2016 (Dagmar)


In augustus kwam er 32 keer een spel op tafel. Scrabble was mijn meest gespeelde spel en wie dit blog vaker leest weet dan genoeg: Niek en ik hadden vakantie en scrabbelen dan heel wat af op terrasjes in de zon. Het was heerlijk weer en dus zijn we lekker thuis gebleven en deden we vanuit ons huis leuke dingen (zoals scrabbelen aan het strand).  Mijn op één na meest gespeelde spel was Dominion. Naar aanleiding van de aanschaf van de nieuwe uitbreiding (Empires, zie hier mijn eerste indruk) kwam die weer een paar keer op tafel.

Maar het was niet de hele maand vakantie, ik heb de eerste weken van augustus gewoon moeten werken. Gelukkig heb ik een paar spellustige collega’s waar ik af en toe na kantoor mee afspreek om een spelletje te doen. Ik heb twee avonden met hen gespeeld. Op de eerste avond speelden we T.I.M.E Stories uit. Zoals jullie in mijn recensie kunnen lezen was dat een beetje teleurstellende ontknoping.

Op de tweede avond hebben we Burgle Bros op tafel gezet. Dit spel had eigenlijk “Oceans Eleven, the boardgame” moeten heten. Het is namelijk een coöperatief spel waar de spelers samen ergens twee kluizen proberen te kraken om hun inhoud te jatten. Het bord bestaat uit twee rasters met vierkante kaartjes die de ruimtes in het gebouw waar je de kraak zet voorstellen. De kaartjes liggen dicht en pas als je naar een nieuwe ruimte gaat wordt een kaartje opengedraaid. Soms trigger je daarbij een alarm waardoor de bewaker naar je toe komt. Gelukkig zit er ook een hacker in het team en lukt het soms om alarmen uit te schakelen. En soms is het juist slim om ergens expres het alarm af te laten gaan zodat je de bewaker weg lokt uit een ruimte waar je langs wilt lopen. Ergens in de ruimte zit een kluis en als je die gevonden hebt dan moet je nog de code kraken (op elke kaart staat een nummer en vervolgens moet je de nummers van de kaarten die in de horizontale of verticale lijn naast de kluis gooien met dobbelstenen). Burgle Bros beviel ons heel goed. Het was een leuk coöperatief puzzelspel waarbij je slim samen moet werken om de buit binnen te halen. Het is niet makkelijk om te winnen, maar ook weer niet zo moeilijk dat het nagenoeg onmogelijk is. We hebben het eerste scenario (inbreken in een kantoor) twee keer gespeeld, de eerste keer verloren we en de tweede keer wisten we nipt te winnen. Er zijn nog twee andere scenario’s (een bank en Fort Knox) en die gaan we binnenkort ook proberen.

Naast Dominion Empires en Burgle Bros, speelde ik verder maar één nieuw spel deze maand, namelijk Roar! Vang het monster. Dit spel trok mijn aandacht omdat je een smart-device nodig hebt om het te kunnen spelen. Het spel doet denken aan Scottland Yard, waarbij mister X vervangen is door een monster. Het monster loopt door een stad en een drietal wetenschappers proberen het monster te vangen.  Je kan dit spel prima met zijn tweeën spelen waarbij de ene speler het monster speelt en de ander de wetenschappers. Als je met meer spelers bent dan is nog steeds één speler het monster en de andere spelers zijn dan samen de wetenschappers (verdelen de poppetjes of beslissen alles samen). Het bijzondere is dat de wetenschappers over het bord heenlopen, maar dat het monster alleen in virtual reality bestaat. Het monster moet namelijk telkens het bord met zijn smart-device (ik gebruikte mijn iphone) scannen met de bijbehorende app zodat de app weet waar de wetenschappers staan. Het monster wordt vervolgens ook op het bord getoond (maar dus alleen op de telefoon dus de wetenschappers zien hem niet) en de speler die het monster speelt die geeft aan waar het monster naar toe moet lopen. Op het bord staan verschillende soorten locaties (de dierentuin, politie-auto’s, bomen, kermis, etc.). Nadat het monster heeft gelopen laat de app de geluiden horen van de locatie waar het monster staat (altijd vier geluiden). De wetenschappers moeten dus goed luisteren (dit is niet heel moeilijk) en op het bord de bijbehorende locatie vinden en vervolgens proberen daar het monster te vangen.

Ik was wel even aan het klooien voor ik de bediening van de app door had, maar daarna speelt het spel best redelijk door. Ik vind het een grappig concept, maar het spel zelf was te makkelijk doordat je door middel van de vier geluiden precies kan achterhalen waar het monster is en het dan alleen nog zaak is om met de drie wetenschappers het beest in te sluiten. Het is dus vooral een kinderspel in combinatie met een gimmick. In de app zit trouwens ook een functie dat je het monster op de foto kan zetten in je eigen omgeving. Ik vind dit erg grappig.

In het kader van golden oldies kwam Agricola het bordspel weer eens op tafel. Sinds ik het tweepersoons Agricola spel heb, komt het bordspel eigenlijk niet meer op tafel. Het tweepersoonsspel is zeker net zo leuk en een stuk sneller klaar te zetten en trek ik daarom sneller uit de kast. Maar deze maand viel de keus dus weer eens op het bordspel. Ik speel altijd de familie-versie (zonder de kleine investeringen en beroepen). Ik heb me weer prima vermaakt met het grote Agricola. Niek was er iets minder over te spreken omdat hij vindt dat startspeler een te groot voordeel heeft doordat hij het hout kan pakken (en dat ook altijd zal doen). De eerste keer trok ik het spel voor good old times sake uit de kast en de tweede keer kwam het op tafel nadat we geïnspireerd waren geraakt door een bezoekje aan boerderij Geertje in Zoeterwoude (boerderij met restaurant en winkeltje op het erf en waar je lekker mag rondkijken). Ik blijf het leuk vinden dat er op je speelbordje een miniatuurboerderij ontstaat.

Het laatste spel dat ik in dit blog even in de schijnwerper wil zetten is Loopin’Chewy. Tijdens onze vakantie hebben Niek en ik alle zeven Star Wars films gekeken, beginnend met de laatste die we nog niet gezien hebben en daarna in de volgorde waarin ze zijn uitgekomen ( of te wel: 7-4-5-6-1-2-3). Ik was hele delen van de films inmiddels vergeten (deel 4-6 heb ik ergens in de eerste helft van de jaren 90 op tv gezien en de deel 1-3 hebben we in de bioscoop gezien toen ze net uitwaren). Ik wist bijvoorbeeld echt niet meer dat Chewy een echte rol speelde en niet een fluffy extra was die alleen af en toe vanaf dez zijlijn even kenmerkend brult. Ik vond het echt leuk om de films te zien en vond vooral deel 2 en 3 heel sterk, maar ik blijf toch echt een Trekkie en vind Star Trek de leukere van deze twee Science Fiction klassiekers. Maar anyway, ik vond het niet meer dan gepast om Loopin’ Chewy weer eens uit de kast te halen. Ik moest nog eerst even de batterijen vervangen (één was gaan lekken, jakkes), maar daarna konden we los. Ik heb me weer kostelijk vermaakt. Meestal zijn merchandise spellen bagger,maar dit spel is echt de uitzondering op de regel.