maandag 16 mei 2016

Maandoverzicht: april (Dagmar)


April was een extreem goede spellenmaand, 49 keer kwam er een spel op tafel. Hier zaten wel veel wat kortere spellen tussen, maar toch. Dit hoge aantal werd mede veroorzaakt door een bezoekje aan mijn spellustige vriendin B, een spellenavond op kantoor en een spellendag bij Spellenpret in Sassenheim.

Zes spellen speelde ik voor het eerst. Allereerst 1 nacht weerwolven en waaghalzen. Ik smokkel hierbij wel een beetje. Dit spel heb ik vorig jaar al een keer gespeeld bij de Stuttgartse spellenclub. Toen snapte ik er alleen geen bal van (iets met laat op de avond en taalbarrière). Een collega van mij had dit spel meegenomen naar de spellenavond en we hebben het vijf keer achter elkaar met een grote groep gespeeld. Ik vind het een bijzonder spelletje en ben er nog niet over uit of het nou leuk is of niet. Iedere speler krijgt een rol (bijvoorbeeld dorpeling slapeloze, ziener, jager of natuurlijk een weerwolf). Vervolgens wordt het nacht en mogen de spelers die een speciale rol hebben hun actie uitvoeren (kaarten bekijken, kaarten verwisselen, etc.). En daarna wordt het dag en moet je proberen te achterhalen wie de weerwolven zijn (als burger) of proberen niet ontdekt te worden (als je een weerwolf bent). Het ene potje liep wat lekkerder dan het andere. Het is een spel dat in een kwartiertje gespeeld wordt en dat er om vraagt om meerdere keren achter elkaar te spelen. Ik zou het graag nog eens spelen.

Een ander raar spel dat ik voor het eerst deed was het spel Fünf Gurken (inderdaad vijf augurken). Dit spel is uitgegeven door 2F-spiele van Friedemann Friese en dat gebaseerd is op een Scandinavisch slagenspelletje. Het spel wordt over verschillende rondes gespeeld en je wilt niet de laatste slag halen. Dat levert namelijk strafpunten op in de vorm van schattige houten augurkjes en wie meer dan vijf augurken heeft ligt uit het spel. Het is verder een redelijk recht toe recht aan slagenspel, met een twist. De twist is namelijk dat je in je beurt óf een gelijke of hogere kaart moet uitspelen óf je laagste kaart. Dit is naar omdat je je laagste natuurlijk graag wilt houden om de laatste slag te ontwijken. Niek en ik hadden dit spel eerst eens met zijn tweeën gespeeld en dat was niet echt leuk. Maar op Spellenpret  hebben we het met vier spelers gespeeld en toen was het wel een grappig spelletje. Ik denk dat dit spel leuk is als je het met vier of meer spelers speelt (het kan maximaal met 6 personen gespeeld worden), met twee of drie is het vrij suffig.

Met vriendin B speelde ik Mini Fits. Ik heb haar dit ooit cadeau gedaan omdat ze Fits (Tetris-het bordspel) leuk vond en ik dacht dat het een mini-uitvoering van Fits zou zijn (zeg maar een reiseditie). Dit bleek niet helemaal te kloppen. In het gewone Fits heb je namelijk vier rondes op vier verschillende borden en in Mini-Fits speel je maar 2 rondes op 2 borden. Maar verder is het spel hetzelfde en dus net zo leuk. Als je de mini-versie ziet liggen en je nog op zoek bent naar een reisspelletje, dan kan ik je deze van harte aanbevelen.

Afgelopen maand zijn we een avondje bij Wendy op bezoek geweest en die zette Colt Express op tafel. Dit spel heeft afgelopen jaar flink wat prestigieuze prijzen gewonnen, waaronder de Spiel des Jahres. Het spel ziet er prachtig uit, je speelt namelijk op een 3D-trein waarin verschillende boeven proberen de trein te beroven. Hierbij vliegen de kogels je regelmatig om de oren. Ik houd niet zo van Western-thema spellen en had daarom dit spel tot nu toe genegeerd. Het viel me echter alles mee. Het is echt een goed familie-spel dat als tussendoortje ook bij spellenliefhebbers wel in de smaak zal vallen.

Verder speelde ik Dobbel-Dino’s voor het eerst. Dit was één van mijn Koningsdag-rommelmarkt aankopen (daarnaast vond ik nog Het Stenen Tijdperk, DVONN, Zértz en een mooie puzzel voor mijn zus). Dobbel-Dino’s is een Haba-spelletje waarin Dino’s tegen elkaar racen. In het spel zitten heel veel dobbelstenen met daarop Dino’s, eieren en botten. Als je aan de beurt bent gooi je met de dobbelstenen en leg je de dino’s voor je neer, elk ei geeft je het recht om een dino van een andere speler af te pakken en elk bot is niets waard. De dobbelstenen met eieren en botten worden doorgegeven naar de volgende speler die ze opnieuw gooit. Dit gaat net zo lang door tot iemand alleen botten en eieren gooit, deze speler is af en de anderen mogen dan net zo veel stappen lopen als er dino-dobbelstenen voor hen liggen. Als je af bent krijg je een steen en die kan je later in het spel inzetten om te mogen passen (als je nog maar weinig dobbelstenen hebt om mee te gooien wordt de kans groot dat je geen dino’s gooit). Het is dus een push-your-luck-spelletje. Ik denk dat het voor kinderen best ingewikkeld is om het helemaal volgens de regels te spelen. Maar het mooie van Haba-spellen is, dat het materiaal zo mooi is dat kinderen zelf wel een spel bedenken. We hebben het spel inmiddels doorgegeven aan vrienden met kinderen. Hun oudste van 2,5 jaar oud vond het spel reuze interessant en begon er onmiddellijk mee te spelen met zijn eigen regels.

Het laatste nieuwe spel van deze maand was Mundus Novus. Dit spel ziet er vreselijk serieus uit door zijn titel in het latijn en het scheepvaartthema en dat schrok me eigenlijk af. Maar dat bleek niet terecht. Het is een redelijk luchtig kaartspelletje waarin je iedere ronde met een slim mechanisme kaarten ruilt met elkaar om zo te proberen een mooie combinatie te maken die punten waard is. Iedere ronde krijg je namelijk een hand met kaarten en van deze kaarten mag je er een aantal houden en de rest leg je voor je neer. Vervolgens begint het ruilen waar iemand een kaart van een ander pakt en vervolgens mag die speler weer een kaart bij een ander pakken, etc. Als je setjes van dezelfde kaarten maakt dan mag je daarmee mooie actiekaarten kopen die je elke ronde een voordeel opleveren. En setjes van verschillende soorten kaarten kan je om zetten in punten (hoe meer verschillende kaarten, hoe meer punten).  Dit was het leukste nieuwe spel dat ik deze maand heb gespeeld. Dit spel kan je net als het augurken spel ook met zijn tweeën spelen, maar ik schat zo in dat dat geen leuk spel oplevert. Hoe meer mensen mee doen, hoe leuker dit spel wordt.

Tussen de spellen die ik deze maand speelde zaten verder een aantal spellen die ik (te) lang niet meer gespeeld had. Zo speelde ik eindelijk weer eens Machiavelli (wat een geweldig goed spel is dat toch), Tichu (dit spel komt echt te weinig op tafel, maar ja, vindt maar eens drie andere mensen die het kennen), DVONN (mooi abstract spel, maar pffff, wat is het moeilijk), Zèrtz (nog zo’n abstracte topper uit de Gipf-serie, ik denk dat ik dit het leukste spel uit de serie vindt) en Thebes (beste archeologie-spel dat er is).

Maar het meest gedenkwaardig op spellengebied was natuurlijk dat ik met mijn collega’s Pandemic Legacy heb uitgespeeld . Wat een geweldige ervaring was dat zeg! Het is echt heel dubbel om dit spel uit te spelen. Aan de ene kant wil je weten hoe het afloopt en aan de andere kant betekent het ontdekken van hoe het afloopt ook dat het spel écht is afgelopen. En dat is dan wel weer even flink balen want het spel smaakt naar meer. Helaas zit er niets anders op dan duimen en hopen dat er een seizoen twee komt.




Geen opmerkingen: