woensdag 25 maart 2015

Zuiderspel 2015: verslag van Dagmar

Afgelopen zondag werd Zuiderspel weer georganiseerd. Vorig jaar ben ik niet geweest, maar dit jaar besloten Niek en ik weer af te reizen naar het Zuiden des Lands voor een middagje spellenpret. De laatste keer dat ik naar Zuiderspel ging werd het nog in een oude Philipsfabriek georganiseerd. Deze locatie had voordelen (bijzondere plek, direct daglicht), maar ook nadelen (erg warm, te druk, te veel geluid). Omdat de beurs nogal uit zijn jasje groeide is de organisatie uitgeweken naar een nieuwe locatie, namelijk een hotel dat gevestigd is in een oud klooster in Veldhoven. Dit klinkt romantischer dan het is, de beurs zelf werd namelijk in een grote, moderne, donkere (zwartgeverfd plafond) beurshal aan de achterzijde van het hotel gehouden.

In eerste instantie was ik dan ook een beetje teleurgesteld. Ik vond het echt meerwaarde hebben dat de beurs eerst op zo’n bijzondere locatie werd gehouden. En ik had gehoopt dat het klooster dus ook weer zo’n juweeltje zou zijn met een bijzondere sfeer. Maar helaas, het was gewoon een grote hal.

We gingen eerst maar eens een rondje over de beurs lopen om te kijken wat er te doen was en of we Peter Hein ook konden vinden. De beurs bleek zeer ruim opgezet te zijn, met brede gangpaden en ruime stands. Het was gezellig druk en overal zaten mensen met plezier te spelen. Er waren ook nog op veel plekken lege tafels dus je kon als je dat wilde op verschillende plaatsen aanschuiven. In het midden van de zaal was een horeca-hoek gemaakt waar je eten en drinken kon halen en dit rustig aan een tafel kon opeten. Ook was centraal in de hal een plek gemaakt met leuke dingen voor kinderen, zodat de kleintjes zich ook prima konden vermaken.  Tijdens het rondje lopen zagen we al wat bekenden zitten spelen en aan het eind vonden we ook Peter Hein die samen met Rogier en nog twee mensen een spel zat te doen. Na even gedag te hebben gezegd, gingen Niek en ik op zoek naar een plek om ook iets te proberen.

Ik had heel graag Patchwork van 999 games willen spelen, dus we gingen eerst maar eens bij de 999 games stand kijken. Tot mijn verbazing had de grootste uitgever van Nederland maar een heel klein standje op de beurs. In deze stand waren alle tafels vol en het zag er uit alsof het potje Patchwork dat aan de gang was nog wel even zou duren en dus besloten we om maar even door te lopen.

We kwamen uit bij de stand van Amsterdice waar ik een vrije tafel zag met Carcassonne Gold Rush. Omdat de Carcassonne versie van de Stille Zuidzee me zo goed was bevallen, wilde ik deze variant ook graag proberen. Wie weet zou het weer zo’n onverwachte topper blijken te zijn! Er kwam al snel iemand om het spel uit te leggen. Het verschil met het gewone Carcassonne zat hem vooral in de manier waarop je punten kon scoren voor de steden. De steden waren vervangen door bergen waar je goud kon proberen te delven. Zodra een bergtegel werd neergelegd, moest je daar ronde fiches op leggen. Als je in je beurt geen poppen plaatste, dan mocht je in plaats daarvan zo’n fiche pakken van een berg waar je aan het graven was met je mannetje of met je tent (een tent mag je altijd in het gebied van en ander zetten). Bij het afbouwen van een berg krijgt de speler vervolgens nog alle resterende fiches en bovendien net zo veel punten als er fiches op de stad hadden gelegen (aangegeven met goudklompjes). Op de fiches staan ook punten (variërend van 0 tot 5 als ik het me goed herinner).Ik vond deze variant niet echt veel speelplezier toevoegen aan het basisconcept. Fijn dus om het spel gespeeld te hebben, nu weet ik dat ik deze variant rustig aan mijn neus voorbij kan laten gaan. 

Toen we klaar waren konden we in de Amsterdice-stand een tafeltje opschuiven naar een tafel waar Camel Up klaar lag. Ik heb al veel over deze winnaar van de Spiel des Jahres gehoord (zowel positief als minder positief) en greep dus graag de kans aan om zelf te bepalen wat ik van dit spel vond. In Camel Up racen een paar kamelen rond een parkoers en moeten de spelers geld verdienen door te bieden op de volgorde waarin de kamelen over de finish komen. Hoe eerder je inzet, hoe hoger het risico dat je het mis hebt, maar hoe groter het bedrag dat je wint is als je het goed hebt. We hebben één potje gespeeld en dat smaakte naar meer. Ik snap de kritiek dat het spel misschien iets te licht is voor de prestigieuze Spiel des Jahres, maar tegelijkertijd heb ik me prima vermaakt en denk ik dat het een heel goed familiespel is. Het speelt vlot door, is snel uit te leggen en ziet er aantrekkelijk uit. Niek vond dit zelfs het leukste spel dat hij op de beurs had gedaan. 

Terwijl we Camel Up aan het spelen waren kregen we van verschillende enthousiaste leden van Amsterdice uitleg over hun spellenclub. Ze organiseren elke maand een spellenavond (op een vrijdag) een spellenmiddag (op een zondag) in Amsterdam. Op deze middagen en avonden komen 50 a 60 mensen af en ze nodigen ook speciale gasten uit (een uitgever die een nieuw spel komt demonstreren bijvooorbeeld). Voor meer informatie verwezen ze ons naar de website (www.amsterdice.nl) of hun facebookpagina. Ik heb me inmiddels aangemeld voor de facebookpagina en werd daar heel vriendelijk welkom geheten. Het klinkt erg leuk zo’n spellendag, dus als het een keer in mijn agenda past, zal ik zeker gaan.

Na Camel Up zijn we doorgelopen naar de stand van The Gamemaster. Gamemaster Hans had zijn stand mooi aangekleed met hooibalen en cowboyhoeden om zijn nieuwste spellen (El Gaucho en Stier zoekt boer) in de schijnwerper te zetten. Na een praatje met Hans gemaakt te hebben, schoven Niek en ik aan voor een potje Out of Mine. Dit is een tetris-achtig puzzelspelletje. Je krijgt een bordje met een gangenstelsel voor je te liggen. Vervolgens krijg je een kaartje met daarop aangegeven hoeveel puzzelstukken je van welke kleur (edelstenen) moet gebruiken om alle vakjes op het bordje te bedekken. Vervolgens begint een race tegen de klok om als eerste je puzzel op te lossen. Vervolgens zijn er nog pluspunten te winnen voor goud- en zilverstukken die op de kaarten verstopt staan en minpunten voor ratten of wormen. Niek en ik hebben met plezier een paar rondjes gespeeld. Het is een leuk, kort spelletje dat snel uit te leggen is en er bovendien erg mooi uit ziet.

Nadat we weer een rondje door de zaal hadden gelopen en ik mijn eerste aankoop had gedaan (Krakow 1325 AD), belandden we weer in de stand van Amsterdice. Ik had daar een vrije tafel met Splendor gespot. Ik heb dat spel inmiddels twee keer met veel plezier gespeeld en wilde het graag laten proberen door Niek. Splendor is een abstract spel waar je eerst fiches moet verzamelen in verschillende kleuren, die lever je vervolgens  in om kaarten te verzamelen. Deze kaarten leveren korting op, op volgende aankopen en soms punten. Wie als eerste 15 punten heeft wint. Het spel is net zo leuk, als deze beschrijving suf is. Juist doordat het zo simpel is, speelt het heel lekker weg. Je probeert slimme combinaties te maken zodat je snel dure kaarten kan scoren, maar de andere spelers proberen dat ook. Hierdoor word het een beetje een race tegen elkaar. Erg verslavend!

De middag begon inmiddels al redelijk aan zijn eind te komen en dus besloten we nog wat te gaan winkelen. Ik had mijn zinnen op Patchwork gezet, maar dat was inmiddels overal uitverkocht. Jammer maar helaas. Ik heb uiteindelijk Spyrium (spijtoptant-aankoop, heb ik na lang twijfelen niet op Spiel gekocht, maar bleef toch knagen) en Splendor gekocht.

Terwijl we richting de uitgang liepen kwamen we Peter Hein nog even tegen. We stonden ter hoogte van de 999 stand en daar was een plekje vrij bij Star Realms (Patchwork was wederom gewoon bezet). Peter Hein raadde ons aan om dit spel te proberen. Hij was er zelf heel enthousiast over (soort light versie van Ascension). Hij legde het ons ook nog even uit. In het spel moet je proberen de gevechtskracht van de andere speler kapot te schieten met ruimteschepen. Het spel is een deckbuilder. Je begint met zwakke schepen en soms wat geld en van dit geld kan je betere schepen of betere verdediging kopen en hopelijk schiet je dan vaker en harder raak dan de andere speler. Het spel kon mij niet helemaal bekoren. Ons eerste potje duurde best lang (we hebben het ook niet uitgespeeld) en de geluksfactor leek best hoog. Zo aan het eind van een spellenmiddag ben je ook niet meer op zijn scherpst, dus wellicht dat als ik het nog een keer zou spelen dat ik het dan leuker zou vinden. Maar misschien ook niet.

Het was inmiddels half 6 en de zaal begon al redelijk leeg te raken. Ook wij vonden het tijd om naar huis af te gaan reizen. Ik heb me een middag heel goed vermaakt. Ik vind het jammer dat de locatie wat minder spectaculair is dan de oude Philips-fabriek, maar de extra speelruimte en goede akoestiek en klimaatbeheersing maken veel goed. Volgend jaar wordt de beurs op 20 maart georganiseerd. Als ik kan, ben ik er zeker weer bij.

donderdag 19 maart 2015

Gespeeld in oktober tot december

Spiel ligt alweer een tijdje achter ons en dan wordt het wel zo'n beetje tijd voor een evaluatie. Dan komt het goed uit dat ik ook nog een paar maandoverzichten achterloop, dus dat combineert mooi.

Aan de beurs Spiel bewaar ik goede herinneringen. Ik heb me twee dagen bijzonder goed vermaakt met plezierig gezelschap en bij vlagen best leuke spellen. Veel echt goede spellen zaten daar niet bij, dus wat dat betreft was Spiel een lichte teleurstelling. Maar ik ga natuurlijk niet alleen om allemaal fantastische nieuwe spellen te ontdekken. Maar bij de beste spellen van de laatste maanden van 2014 zat toch een spel dat tijdens Spiel uitkwam.

De leukste spellen per maand:

Oktober: Chosôn
Na Spiel 2013 was Koryô me al erg goed bevallen, de aanschaf van dit zusje lag dus voor de hand. Hoewel ik het nog niet zo vaak heb gespeeld als Koryô heb ik hier nog geen moment spijt van gehad. Sterker nog: Chosôn vind ik mogelijk nog leuker dan Koryô, Met de gebeurteniskaarten, die speciale eigenschappen van de kaarten kunnen activeren, heb je ineens een stuk meer keuze in het spel. Dat maakt het ook wat complexer, maar daar merk je aan het eind van het eerste potje al niks meer van. Aanbevolen voor liefhebbers van aparte kaartspellen met pit.


November: Machi Koro
Ook voor de november gaat de eer naar een kaartspelletje uit het Verre Oosten. Machi Koro is een eenvoudig kaartspelletje dat kenmerken heeft van Dominion en het Kolonisten kaartspel. Om je inkomsten (en daarmee winstkansen) te vergroten is slim combineren en risicomanagement van groot belang. Ik zou alleen wel de variant uit de uitbreiding gebruiken, waarbij de kaarten willekeurig het spel in komen en niet alles al vanaf het begin te koop is. Daar wordt het wat te eentonig van. De uitbreiding heb ik nog niet gespeeld, maar dat gaat snel genoeg komen.


December: Ascension: Realms Unraveled
Tja, alweer een Ascensionset. Maar deze is zo goed, waarschijnlijk de beste tot nu toe, dat ik toch weer voor de bijl ga. Het transformeren van kaarten krijgt een nieuwe en hele goede impuls in deze set. Ook krijgen de verschillende facties meer betekenis, zodat het strategisch interessanter wordt om je te concentreren op bepaalde facties en niet simpelweg kopen wat er beschikbaar komt. Daarbij is deze set al verantwoordelijk geweest voor enkele legendarische beurten met bijbehorende monsterscores. Het moet een opgave zijn om dan de administratie bij te houden zonder AI.

Andere nieuwe spellen die ik in de laatste maanden van het afgelopen jaar voor het eerst speelde, van leuk naar minder leuk:

Diamonds: een interessant slagenspel waarin er niet zoiets lijkt te bestaan als een slechte hand. Slecht spel wel: je moet goed uitkienen wanneer je een slag moet laten lopen en waar je mee uit wilt komen. Omdat er vrijwel altijd wat te halen komt het spel ook een stuk vriendelijke over dan, zeg, Wizard en Sticheln en consorten.

Orongo: leuk verbindingsspel van Knizia met een ingenieus biedspel dat zelfs gekenmerkt wordt door deflatie! Het is dus nog eens bij de tijd ook.

Cherry Picking: een leuk Take 5-achtig spelletje van een Nederlandse auteur. Zo'n zeldzaam spel waarbij je soms liever slechte dan goede kaarten hebt, omdat je dan met een beetje geluk mooi de hoge kaarten die anderen speelden in kunt pikken,.,

Royals: een klassieke euro met meerderheden, snel punten scoren of mikken op de lange termijn. Het heeft vooral veel raakvlakken met Kardinaal en Koning/China en Thurn und Taxis. Leuke spellen, die ik beide in mijn bezit hebben. Vandaar dat ik Royals graag speel maar niet per se hoef te hebben.

Sun Tzu: speelde ik bij Ducosim, zonder al te veel verwachtingen: de tafel was vrij en het was een spel voor twee personen, terwijl ik net met Roger een vrij tafeltje zocht. Na wat aftasten bleek ik hier te maken met een knap interessant touwtrekspel. Hier krijg ik thuis de handen niet voor op elkaar, anders had ik een aanschaf zeker overwogen.

Ciúb: dit was het laatste spel dat ik tijdens Spiel speelde, dus helemaal scherp was ik niet. Het kwam over als een interessant dobbelspel, maar ook eentje dat misschien teveel probeerde in één spel. Een aanschaf was niet mogelijk (vanwege op), waardoor een extra kennismaking op korte termijn er niet inzat. Voor nu ben ik vooral gegrepen door Roll for the Galaxy van dezelfde auteur. Als ik toe ben aan wat meer variatie in het genre van complexe dobbelspellen geef ik Ciúb wellicht weer een kans.

Greed: ik vind doorgeefspellen als Notre Dame, Fairy Tale en 7 Wonders erg leuk en verwachtte dus veel van Greed. Dat maakte het spel niet helemaal waar. Ik krijg te weinig grip op het spel en vind het lastig om strategisch te draften. Misschien kun je ook teveel verschillende kaarten hebben in zo'n soort spel. Het wordt dan lastiger om kaarten zo door te geven dat je met leuke combi's eindigt. Geen onaardig spel, maar er zijn leukere in het genre.

Five Tribes: een van de meest zichtbare spellen deze editie van Spiel, niet in het minst doordat het van Days of Wonder is. Five Tribes heeft leuke ideeën, maar heeft ook alles in zich om een erg traaaaag spel te worden. Optimaliseerders zullen graag iedere mogelijke route op het bord eerst na willen rekenen voor een keuze te maken. En dan hebben we het nog maar over een deel van het spel, want je moet ook nog al die kleurtjes van de mannetjes in de gaten houden en de kaarten en de djinns en en... Je zou er moe van worden.

Concept: een spel met een erg interessant, ehm, concept. Het idee, blokjes op plaatjes neerleggen als hints voor de spelers die het moeten raden, is erg leuk. Mijn briljante hints voor Calvin & Hobbes werden alleen niet opgepikt omdat niemand C&H kende (blijkbaar zat ik precies met die drie Nederlanders aan tafel die wel konden afleiden dat ik op zoek was naar twee stripfiguren, zijnde een tijger en een jongetje, maar dan daar geen naam bij wisten). Probleem is alleen dat het me vooral voorkwam als bezigheidstherapie, zonder goed scoringsmechanisme. Dixit zonder punten, zeg maar. Leuk, maar ook vrij doelloos.

Tiny Epic Kingdoms: lollig landjepik met allemaal verschillende eigenschappen. Een potje oogde best leuk, maar met meer spelers is dit waarschijnlijk leuker. En chaotischer, helaas.

7 Kingdoms: kaartspel waarbij het spelplezier wat in de weg gezeten werd door een abominabele uitleg. Halverwege viel bij ons zo'n beetje het kwartje, maar dat was niet genoeg om een echt bijzondere indruk achter te laten.

Madame Ching: een aardig familiespel met een vrij duidelijk spelverloop. Probeer zo lang mogelijk opeenvolgende kaarten te spelen om zo ver mogelijk door te blijven varen. Dan pik je de duurste boten in voor veel punten. Anders timen wanneer je beter genoegen kunt nemen met een kleiner schip en kunt proberen de volgende ronde meer te scoren. En iets met symbolen, wat in mijn ene potje weinig impact had.

Turmbauer: driedimensionaal bouwspel waarbij je zo hoog mogelijk moet zien te komen met je poppetje. Instortgevaar is aanzienlijk en de dobbelsteen kan zorgen voor frustratie. Doe mij toch maar Pueblo, waar frustratie vooral voortkomt uit een gebrek aan ruimtelijk inzicht en samenspannende medespelers...

Lectio: Tai Pan met gave kunststof tegels, maar zonder speciale tegels of partnerspel. Tai Pan zonder de leukste aspecten ervan, dus. Alleen voor als je niet met vier spelers bent, denk ik.

Ancient Terrible Things: oogt als een coöperatief spel met horrorthema, maar je moet gewoon individueel proberen zoveel mogelijk monsters te meppen en daar leuke setjes mee te maken. Het thema zal veel euroliefhebbers tegenstaan, het spelprincipe de horrorfans. Smalle marges, kortom.

Burgenland: een bouwspel dat duidelijk mikt op de familiemarkt, maar ik was niet overtuigd. Teveel slimmigheidjes voor een familiespel, maar wat te gewoontjes voor de liefhebber. Tussen tafellaken en servet, dit spel.

Bus: een oudje, van Splotter nog wel. Niet mijn favoriete uitgever, om het eens zacht te zeggen (ik kan nog wel eens wakker liggen van die uren die ik nooit meer terugkrijg dankzij Road & Boats), maar dit was niet eens zo slecht. Een werkverschaffer uit de tijd toen dat nog niet hip was. In zekere zin zijn tijd vooruit, maar inmiddels links en rechts ingehaald door meer gestroomlijnde spellen. Net als veel andere Splotterspellen probeert dit net wat te slim te zijn.

Bloqs: nog een verre verwant van Pueblo, waar iedereen voor zich probeert een zo mooi mogelijke kubus te maken. Dat gaat lastig, omdat dobbelstenen grotendeels bepalen welke stukken je op je bouwplaats mag plaatsen. Goed voor het ontwikkelen van ruimtelijk inzicht denk ik, want als spel faalt het een beetje.

Spike: mijn grootste miskoop tijdens de afgelopen editie van Spiel. Ik verwachtte een Ticket to Ride-achtig spel met een leuk bezorgelement (een beetje zoals Age of Steam), maar dat viel vies tegen. Je bent vooral bezig met het verzamelen van de juiste kaarten om verbindingen te maken op het moment dat die veel punten opleveren. Tegen de tijd dat je netwerk wat begint op te leveren is het spel alweer afgelopen. Jammer, het idee leek zo leuk.

Luchador! Mexican Wrestling Game: tja. Ik had de indruk dat dit het vorige jaar een van de hits was, maar ik zag niet in waarom. Als teamspel valt er nog wel iets te kiezen (vecht jij of vecht ik?), daarbuiten gaat het alleen om de resultaten van je dobbelstenen. Geen klap aan.

Sushi Dice: maar nog minder leuk was Sushi Dice: net zolang dobbelstenen gooien tot je de combinatie hebt van een van de beschikbare kaarten. Fysiek snel dobbelen hebt. Valsspelen mag, tot je betrapt wordt. Echt, wie verveelt zich hierbij al niet in de eerste ronde?

zondag 15 maart 2015

The monopolists

Voor wie vreest dat dit een blogje wordt over een boek over industriele organisatie (de tak van de economische wetenschap die zich onder andere bezig houdt met het strategische gedrag van ondernemingen), heeft het mis. Dit is een review van het door Mary Pilon geschreven boek The Monopolists waarin de geschiedenis van Monopoly uit de doeken wordt gedaan. En die geschiedenis blijkt vol te zitten met strategisch gedrag, list, bedrog en juridische gevechten! John Grisham zou er geen beter verhaal van hebben kunnen maken. Als het onderwerp je interesseert, dan kan ik je dit boek dan ook van harte aanbevelen.


Het boek begint met het standaardverhaal over de bedenker van Monopoly. Tijdens de donkere dagen van de depressie in de jaren ’30 van de vorige eeuw bedacht een werkloos geraakte verkoper (Charles Darrow) een spel over de aankoop van vastgoed in Atlanta (op het bord van de Amerikaanse versie van Monopoly staan straten uit verschillende wijken in Atlanta). Het spel moest de spelers hun ellende even laten vergeten door de rijkdom die ze in het spel konden vergaren. Hij speelde het spel met zijn familie en het werd een hit. Hij probeerde het spel te verkopen aan de grote speluitgevers van die tijd, maar die wezen het af. Daarom bracht hij het zelf uit en door mond tot mond reclame begon het spel steeds beter te verkopen. Eén van de uitgevers (Parker Brothers) bedacht zich en kocht toch de licentie van het spel. En de rest is geschiedenis….

Of toch niet. Dit verhaal is namelijk niet waar, de geschiedenis van Monopoly is dertig jaar ouder. Wat werkelijk gebeurt is, is dat Charles Darrow bij vrienden een heel leuk spel had gespeeld op een zelfgemaakt bord met zelfgemaakte speelstukken, etc.. Het spel dat hij speelde was één van de zelfgemaakte versies van het spel dat ooit het daglicht zag als The Landlord Game (zie voor meer informatie dit blogje). Hij besloot dit spel zelf uit te gaan brengen. Voor hij dat deed vroeg hij een vriend om hem nog een handje met het ontwerp te helpen (zoals de gevangenis afbeelding). Vervolgens bracht hij het spel uit onder zijn eigen naam en vroeg er later zelfs een patent op aan (wat wonderbaarlijk genoeg ook werd toegekend, aangezien voor The Landlord Game ook al twee patenten waren verstrekt aan de bedenkster Elizabeth Magie).

De uitgever, Parker Brothers, was er erg gebrand op dat ze over het enige echte patent beschikten. In het verleden hadden ze twee keer gedacht de kip met gouden eieren te hebben (voor het vlooienspel en voor pingpong) om later terug gevloten te worden waardoor iedereen deze spellen kon uitbrengen. Parker Brothers vroeg daarom aan Darrow om te vertellen hoe hij Monopoly had bedacht (een handgeschreven verklaring zou het patent een stuk harder maken). Darrow bevestigde het verhaal dat hij het spel zelf bedacht had. Ondertussen was Parker Brothers ook niet helemaal op zijn achterhoofd gevallen en kocht snel de patenten van Magie op (voor een appel en een ei) en kochten ze ook nog de patenten van een andere spin-off. Daarmee was het verhaal over de patenten nog niet afgelopen, er zou namelijk een hele juridische strijd volgen over wie de echte bedenker was van Monopoly  en of het patent aan Darrow wel terecht verstrekt was.

Wat was er namelijk gebeurd? Een professor in de economie (Ralph Anspach) vond dat Monopoly bijdroeg aan een onterecht positief beeld van echte monopolies (bedrijfstakken waar maar één bedrijf actief is, waardoor dat bedrijf te hoge prijzen kan vragen of slechte service kan leveren). Het spel Monopoly vinden mensen leuk en daarom krijgen ze een goed gevoel als ze het woord monopoly horen. Dit patroon wilde Ralph Anpach verbreken door zelf een spel te ontwikkelen. Dit spel werd het Anti-monopoly spel, een spel waarin je juist aan de slag moet om monopolies op te breken. Hij had nog bij twee advocaten gevraagd of hij niet in de problemen kon komen door het gebruik van deze naam, maar die advocaten dachten dat Anti wel goed genoeg aangaf dat het om een ander spel ging dan Monopoly en dat er dus geen sprake kon zijn van verwarring bij de potentiële kopers. Parker Brothers dacht hier echter heel anders over en stuurde Ralph Anspach een brief op hoge poten waarin ze eisten dat hij onmiddellijk moest stoppen met het gebruik van de naam Anti-Monopolie omdat dat een inbreuk was op de rechten van Parker Brothers.

Ralph Anspach besloot het juridische gevecht met Parker Brothers aan te gaan. Dit gevecht zou tien jaar duren en wordt uitgebreid beschreven in het boek The Monopolists. Voor dit gevecht moest de echte geschiedenis in kaart gebracht worden en dit is een flinke uitdaging geweest. Ik vond dit het boeiendste deel van het boek, het leest als een rechtgeaarde rechtbankthriller waar een underdog het opneemt tegen een machtige tegenstander. Ik wil in dit blogje dan ook niet verklappen hoe deze strijd eindigt, als je dat wil weten dan raad ik je aan het boek te lezen.

Ik wil dit blog eindigen met de persoon waar het allemaal mee is begonnen: Elisabeth Magie, of te wel Lizzie. In het boek wordt ook zij uitgebreid voor het voetlicht gebracht. Lizzie was een pittige tante (in de positieve zin van het woord) en haar tijd ver vooruit. Zo heeft ze niet alleen Monopoly bedacht, maar heeft ze ook een gadget bedacht waardoor papier makkelijker door typemachines liep en waardoor je meer tekst op een pagina kon typen. Dit deed zij in 1893, een tijd waarin vrouwen nog achter het aanrecht hoorden. Zij maakte zich er ook boos over dat vrouwen minder verdienden dan mannen waardoor je als vrouw alleen maar net rond kon komen, maar geen geld over had voor de extra’s die getrouwde vrouwen zich wel konden veroorloven (betaald uit het salaris van hun echtgenoten). Om dit onrecht aan de kaak te stellen heeft ze zelfs een keer advertentieruimte in een krant gekocht waarin ze zich zelf (a young woman American slave) te koop bood aan de hoogste bieder. Hoe vervelend het moet zijn geweest om als ambitieuze, jonge, slimme vrouw in haar tijd te leven, blijkt wel uit haar uitspraak: “To know that you can do some things better than other people and never have an opportunity to prove it” en “It is hell to have a superior education and have to work for and obey the command of ignorence”. Maar mijn favoriete uitspraak van haar is “I’m thankful that I was taught how to think and not what to think.” Ze heeft helaas niet de plek in de geschiedenisboeken gekregen die ze had verdiend, maar gelukkig is ze ook niet helemaal in de vergetelheid geraakt. Bij mij staat ze door The Monopolist in ieder geval weer even goed op het netvlies.


Naam boek: The Monopolists
Auteur: Mary Pilon
UItgever: Bloomsbury
Aantal bladzijden: 314
Taal: Engels
Prijs: 26 euro (papieren editie) of 13 euro (e-book)

woensdag 11 maart 2015

Crowdfunding, een paar gedachten

In de spellenwereld (en daarbuiten) neemt crowdfunding een steeds belangrijkere plaats in. Crowdfunden is een manier om een nieuw project (bijvoorbeeld een nieuw spel) te financieren. Vroeger moest je naar de bank of naar je rijke suikeroom als je een geniaal plan had voor een nieuw product en dat zelf wilde gaan produceren en verkopen, nu kan je je aanmelden op een crowdfund-website (zoals Kickstarter of IndieGoGo). Daar presenteer je je plan en vraag je mensen (de crowd) om je te steunen, bijvoorbeeld door een kleine bijdrage te doen of door toe te zeggen dat je dat je het product zal kopen als het echt gemaakt wordt (een pledge).

Ik heb zelf aan drie crowdfunding-projecten meegedaan. Als eerste maak ik al een aantal jaar ieder jaar een bedragje over aan Boardgamegeek en draag zo mijn steentje bij aan hun voortbestaan. Verder heb ik vorig jaar meegedaan aan het financieren van het derde seizoen van Tabletop. In ruil voor mijn financiële bijdrage kreeg ik zelfs nog een sticker, button en een paar kaarten voor een spel dat ik niet heb (cards against humanity) én kan ik natuurlijk nu naar Tabletop kijken. En vorige maand heb ik me ingeschreven voor het Thunderbirds spel met alle uitbreidingen.

Ik vind crowdfunden een machtig interessant fenomeen (zal wel een economen-kwaaltje zijn) en wil in dit blog graag een paar van mijn overpeinzingen met jullie delen.

Allereerst is crowdfunden niet geheel nieuw. Boardgamegeek en vele andere goede doelen vragen al eeuwen aan het volk om een kleine bijdrage zodat zij hun goede werken kunnen blijven doen. De term liefdadigheid is voor deze groep projecten wellicht passender dan crowdfunden, maar eigenlijk komt het op hetzelfde neer. Doordat heel veel mensen een beetje geld geven, is er toch een berg geld waardoor een groot doel kan worden bereikt. Dit soort projecten kenmerkt zich door het gebrek aan wederkerigheid: je betaalt wel maar krijgt er zelf niets voor terug.

Wat wel nieuw is (voor zo ver ik weet) is dat via crowdfunding ook nieuwe producten worden gefinancieerd. Als je nu een goed idee hebt, dan kan je proberen dat idee rechtstreeks bij de toekomstige kopers van jouw product onder de aandacht brengen. Op die manier kan je wachten met het daadwerkelijk gaan produceren van jouw product tot genoeg mensen hebben beloofd om het product te gaan kopen om er voor te zorgen dat je uit de kosten bent.

Ik vind het interessant om te kijken welke tactieken crowdfund-projecten toepassen om mensen over de streep te trekken om geld te geven.  Ik zal er hieronder een paar bespreken, er zijn er vast nog meer, dus vul vooral aan als je er nog een weet.

Allereerst wordt gebruik gemaakt van schaarste. Je kan je maar een bepaalde periode inschrijven voor het project en daarna is het te laat. Mensen houden niet van schaarste en zijn bang om achter het net te vissen. Daarom zullen ze net wat sneller toehappen als ze maar tijdelijk kunnen deelnemen. Een andere vorm van schaarste is dat sommige projecten gebruik maken van Early Bird Pledges. Deze mensen betalen bijvoorbeeld minder of krijgen iets extra’s dat latere inschrijvers niet krijgen. Hier is vaak het aantal plaatsen schaars en worden mensen dus aangemoedigd om niet te lang na te denken.

Crowdfund-projecten werken ook heel direct in op de hebzucht van mensen. Veel projecten maken gebruik van zogenaamde stretch-goals. Bij verschillende omzetdrempels (of aantallen deelnemers) wordt er iets extra’s aan het project toegevoegd. Het idee hierachter is dat als het budget toeneemt er door de schaalvoordelen meer geld is voor de ontwikkeling van het product (nieuwe kleuren, extra uitbreidingen, mooiere vormgeving). Het fijne voor het project is dat hoe meer stretchgoals gehaald worden hoe meer mensen het gevoel krijgen dat ze iets mislopen als ze niet meedoen (want straks in de winkel krijg je dan een minder mooi product). Als ik een crowdfund zou doen, zou ik dan ook proberen om veel makkelijk te bereiken stretchgoals in te bouwen zodat de lijst met goals de gehaald is snel groeit waardoor het project nog aantrekkelijker wordt (schaarste doordat deze steeds aantrekkelijkere aanbieding maar beperkt geldig is).

Een ander mooi effect van deze stretchgoals is dat je er zichtbaar mee maakt dat al heel veel andere mensen mee doen. En laten mensen nou gevoelig zijn voor wat andere mensen doen. Onbewust willen we graag bij de groep horen. En als een spel zo aanslaat, dan moet het wel goed zijn en wil je niet die loser worden die achter het net viste. Hoe succesvoller een project is, hoe meer mensen het zal aantrekken. Omgekeerd zullen projecten die niet snel van de grond komen het door dit effect heel moeilijk krijgen (als niemand er wat in ziet, dan zal het ook wel niets zijn).

Een andere interessante optie die crowdfund-projecten aanbieden is om een hele kleine pledge te doen (1 euro/pond/dollar). Op deze manier kunnen mensen laten zien dat ze het een sympathiek project vinden. Een euro/pond/dollar mis je niet en een klik is snel gedaan en dan steun je toch maar mooi dat goede idee. Het interessante is dat uit de gedragswetenschap bekend is dat mensen graag consequent willen zijn. Als je dus al een euro/pond/dollar hebt gegeven heb je al toegegeven dat je het product wel zou willen hebben. Het is dan eigenlijk raar als je niet “all the way”. Ik gok dus dat de kans groot is dat mensen die een pledge hebben gedaan voor een symbool-bedrag, later alsnog over gaan tot de aanschaf van het hele product. Bovendien ben je dan je euro/pond/dollar kwijt zonder er iets voor terug te krijgen (mensen houden niet van verliezen).

Een andere manier waarop crowdfunders gebruik maken van onze neiging tot consequent willen zijn is door add ons aan te bieden. Je hebt het hoofdproduct al gekocht en dus wil je vast ook nog wel het bijbehorende …… (vul maar in). Voor Thunderbirds proberen de makers bijvoorbeeld nu extra geld binnen te harken door dat je een roleplaying-add-on kan kopen (je kan het spelmateriaal van het bordspel gebruiken om er een roleplaying game mee te spelen. Ik heb niets met roleplaying, maar ik betrapte mezelf er op dat ik serieus aan het overwegen was om deze add on ook maar te nemen.

Ook worden door crowdfunding-projecten gebruik gemaakt van mensen met autoriteit. Als een bekende blogger of recensent zegt dat een spel goed is, dan geloven mensen dat eerder dan als Tante Annie uit Moddergat een spel aanprijst. Slimme crowdfunders proberen dus op hun pagina linkjes te plaatsen naar toonaangevende mensen die hun product aanprijzen.

Het laatste trucje dat crowdfunders gebruiken om je over de streep te trekken is volgens mij dat ze gebruik maken van onze natuurlijke neiging tot “voor wat hoort wat”. Mensen staan niet graag bij iemand anders in het krijt en als iemand je dus zo maar iets geeft, dan ga je onbewust op zoek naar een manier om iets terug te doen. Goede doelen maken gebruik van dit principe door in de bedel-enveloppen om een pen te stoppen. Crowdfunders maken hier gebruik van door updates te sturen. Voor mijn Thunderbirds-plegde heb ik gisteren de 16e mail met update gestuurd. Ik vind het heel aardig dat de makers zo goed hun best doen om mij op de hoogte van de voortgang van het project te houden (ze schrijven bijvoorbeeld dat het ze gelukt is om de verzendkosten te verlagen en dat de mallen bijna klaar zijn). Omdat zij moeite voor mij doen, wil ik moeite voor hen doen, bijvoorbeeld door het project bij mijn vrienden onder de aandacht te brengen (met als bijkomend voordeel dat ik dan ook weer meer krijg als we daardoor stretchgoals halen).


Er zijn dus veel manieren waarop Crowdfunders proberen je over de streep te trekken. Is dit erg? Ik vind van niet, uiteindelijk beslis je nog altijd zelf. Ik denk wel dat het goed is om even na te denken waarom je overweegt om mee te doen en of je het product echt wilt hebben (als je nooit roleplaying games speelt, dan moet je er misschien niet een gaan kopen, alleen maar omdat Wil Wheaton heeft gezegd dat het een goed spel is en je er een gratis flesje nagellak bij krijgt). Maar eigenlijk geldt dat net zo goed in de winkel. Ook daar proberen slimme verkopers je over te halen om producten aan te schaffen die je eigenlijk niet wilde. 

woensdag 4 maart 2015

Recensie: Lords of Waterdeep: Scoundrels of Skullport

Scoundrels of Skullport is een uitbreiding op het razend succesvolle Lords of Waterdeep. Lords of Waterdeep is een werkverschaffingsspel dat zich afspeelt in het Dungeons and Dragons universum, in de stad Waterdeep. In Scoundrels of Skullport blijkt de stad nog wat groter te zijn, of moet ik zeggen dieper. Onder de stad blijkt namelijk meer te liggen dan alleen modder….

 De uitbreiding bestaat uit twee losse modules die je zowel los als gecombineerd kan spelen. De eerste module heet Undermountain en de tweede module Skullport. Beide modules bestaan uit een extra speelbord, extra Lords of Waterdeep en extra Intrigue en Quest kaarten.

Undermountain is de eenvoudigste module. Op het speelbordje staan drie nieuwe locaties waar je extra grondstoffen en intrigue en quest kaarten kan krijgen door er je mannetjes te plaatsen. De extra quest en intrigue kaarten schud je door de kaarten van Lords of Waterdeep en dat is het. Verder verandert er niets aan het spel.

Skullport is een uitgebreidere module. Behalve een speelbordje met drie extra locties waar je je mannetjes kan zetten komt er ook een extra bordje op tafel waarop mysterieuze blauwe schedeltjes in groepjes liggen. Deze schedels kan je in de loop van het spel krijgen en zijn geen goed nieuws aangezien ze aan het eind van het spel strafpunten opleveren. Per schedeltje krijg je net zo veel strafpunten als er groepjes schedels van het bordje zijn gepakt. De schedels krijg je bijvoorbeeld als je gebruik maakt van de nieuwe locaties op het extra bordje. Op deze locaties krijg je namelijk heel veel grondstoffen (bijvoorbeeld twee oranje en twee paarse blokjes), maar betaal je er wel de prijs voor doordat er een schedeltje bij komt. Ook bij sommige intrigue of quest kaarten kan je schedels “op de koop toe krijgen”. Gelukkig kan je door sommige gebouwen, quest of intrigue-kaarten de schedels ook weer kwijt raken.

In de doos zit verder nog materiaal voor een zesde speler en extra grondstoffenfiches.

En de waardering…

Lords of Waterdeep vind ik een leuk spel. De belangrijkste toevoeging door de uitbreiding is extra speelduur en dat vind ik dan weer niet zo positief. De Skullport uitbreiding voegt nog de meeste nieuwigheid toe met de schedels. In de potjes die ik speelde was het alleen zo makkelijk om die ook weer kwijt te raken, dat het risico om een aantrekkelijke actie waar je een schedel op de koop toe moest nemen, niet zo risicovol was. Dat maakt de keuze minder interessant. Alle extra keuzes maken dat de vaart iets uit het spel raakt waardoor je per saldo langer bezig bent. Scoundrels of Skullport is dus geen slechte uitbreiding (het spel wordt er niet slechter van), maar voegt mij te weinig nieuws toe om het een goede uitbreiding te vinden.






Auteur: Chris Dupuis, Peter Lee, Rodney Thompson
Uitgever: Wizards of the Coast (2013)
Aantal spelers: 2-6
Speelduur: circa 90 minuten
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Prijs: circa 40 euro.

zondag 1 maart 2015

Maandoverzicht: februari 2015 (Dagmar)


Februari was geen slechte spellenmaand voor mij. Elf keer (dubbele cijfers!) kwam er een spel op tafel, waarvan twee keer een nieuw spel.

De twee nieuwe spellen die ik deed waren beide aardig maar niet geweldig. Het eerste nieuwe spel was Kittens in a blender. De reden dat dit spel in mijn spellenkast belande was een moment van zwakte in mijn lunchpauze in de American Bookstore. Ze hebben hier een heel klein hoekje met (Engelstalige) spellen staan. Op de doos van het spel staat niet alleen de blender maar ook een kitten dat je met grote ogen aankijkt. En dat kon ik niet weerstaan. Zoals de titel al doet vermoeden is het een spel dat draait om de grap (…) dat je iets vreselijks doet als schattige kittens in een blender stoppen en dan de blender aan zet. Gelukkig kan je ook kittens redden van dit verschrikkelijke lot. Doel van het spel is om zo veel mogelijk van jouw kittens te redden en die van de andere spelers te blenderen. Het spel speel je met kaarten waarop zowel de (hele schattige) kittens staan als acties (als zet de blender aan of verplaats kittens van de blender naar de veilige doos). De geluksfactor is dus flink hoog. Ik had vrouwe Fortuna dit keer aan mijn kant en heb me dus nog best aardig vermaakt. Het spel was dus niet zo slecht als ik had gevreesd, maar een hoogvlieger is het ook zeker niet. Ik denk dat de grap snel oud wordt.

Het andere nieuwe spel dat ik deze maand voor het eerst speelde was Jäger und Späher. Dit is een tweepersoonsspel uit de Kosmos serie dat ik afgelopen jaar op Spiel heb gekocht. Het spel speelt zich af in het stenentijdperk en het doel is om punten te scoren door voorwerpen te maken. Voor het maken van voorwerpen heb je grondstoffen nodig en die kan je krijgen door op jacht te gaan of te gaan zoeken in je leefomgeving. In je beurt mag je of een actiekaart uit voeren of je stamleden naar huis halen met de buit die ze gescoord hebben. De actiekaarten zorgen er voor dat er nieuwe locaties beschikbaar komen om te jagen of verzamelen en geven je het recht om stamleden te plaatsen op die locaties. Als je je stamleden terughaalt dan mogen ze een grondstof die op de kaart waarop ze staan mee terug nemen (en deze grondstof wordt daarna afgedekt met een fiche om aan te geven dat hij op is). De grondstoffen die je meeneemt moet je vervolgens direct omzetten in een voorwerp (aan hamsteren doen ze niet in dit spel). Ik vond het best een leuk spel maar had wel het knagende gevoel dat het spel wel heel erg gebalanceerd was waardoor het erg lastig is om een voorsprong op te bouwen. Als je beide geen al te domme dingen doet, dan lijkt het (op basis van dit eerste potje) erg moeilijk om een voorsprong op te bouwen. Maar misschien zit er meer in het spel dan ik in dit eerste potje heb ontdekt………

Verder speelde ik nog wat recentere en wat oudere spellen. Zo kwam Dominion weer eens op tafel. We speelden met uitsluitend kaarten uit de Hinterlands-uitbreiding. Deze uitbreiding ken ik minder goed dan de eerste uitbreidingen en het was leuk om te zoeken naar slimme combo’s. We speelden twee potjes en die wist ik beide (net) te winnen. Niek had er ook plezier in om Dominion weer eens te spelen dus ik vermoed dat die binnenkort nog wel een keer op tafel komt.

Verder heb ik deze maand voor het eerst me ingeschreven om een spel te kickstarten. Ik kwam op Bordspelmania een linkje tegen naar de kickstarter van een nieuw coöperatief spel van Matt “Pandemie” Leacock dat zich afspeelt in het Thunderbirds universum. Ik heb nooit echt naar de Thunderbirds gekeken, maar de looks van de serie ken ik wel en spreken me erg aan (scify sixties). Bovendien houd ik wel van coöperatieve spellen en weet je dat Matt Leacock in dat genre zijn sporen wel verdiend heeft. Ik besloot de gok dus te wagen en heb het project gesteund. En ik ben duidelijk niet de enige want de ene stretchgoal na de andere wordt gehaald dus de vooruitzichten dat ik waar voor mijn geld ga krijgen zien er goed uit. Nu alleen nog flink wat maanden geduld hebben. De verwachting is dat het spel met alle extra’s ergens in december op mijn deurmat ploft.