zondag 11 oktober 2015

Spiel 2015: vrijdag (Dagmar)


De deuren op de beurs gaan pas om kwart voor 10 open (ik ben een ochtendmens), dus we konden vrijdagochtend heerlijk uitslapen (alles  na half 7 noem ik uitslapen). Omdat we niet weer op P10 terecht wilden komen, vertrokken we extra vroeg naar de beurs. Ons plan werkte en we konden in de parkeergarage naast het beursgebouw parkeren. Bij het beursgebouw aangekomen, bleken we niet de enige “vroege” vogels te zijn, het was al flink druk voor de deuren. We moesten nog een klein kwartiertje wachten, voor de deuren opengingen en dat gaf ons tijd om te bedenken waar we als eerste naar toe wilden. We besloten als eerste naar Blue Orange Games te gaan voor een potje New York 1901.

Zo gezegd, zo gedaan. Toen de deuren open gingen, liepen we in een rechte lijn naar Blue Orange games waar we aanschoven voor New York 901. Redelijk snel kwam een jongen ons helpen met de uitleg. Het Spel bleek een redelijk simpel familiespel te zijn waar je eerst percelen moet claimen om daar vervolgens wolkenkrabbers op te bouwen. Hoe groter je wolkenkrabber is, hoe meer punten je er voor krijgt. Maar voor een grote wolkenkrabber moet je wel meerdere percelen die naast elkaar liggen zien te bemachtigen. Dat is makkelijker dan het klinkt, want de percelen zijn niet genummerd, maar alleen gekleurd. Er zijn verschillende kleuren en het komt niet vaak voor dat een kleur niet voorhanden is. De meeste percelen zijn twee vakjes groot, een aantal zijn drie vakjes groot. Je moet wel een beetje geluk hebben dat die net voor je neus wordt opengedraaid, want die blijven nooit lang liggen (ik geloof dat in ons spel er maar één keer niet meteen een groot perceel werd gepakt toen het voorbij kwam). Ik vond het spel niet echt geweldig. Je moet een beetje geluk hebben met de percelen van drie stukjes en verder kan je eigenlijk altijd wel wat. Anton had het kunstje als eerste door, dat je door telkens over bestaande gebouwen heen te bouwen (je mag je eigen gebouwen slopen en vervangen door een groter gebouw) snel veel punten kan scoren. Ik denk dat zodra iedereen dit trucje door heeft, het spel snel saai wordt omdat het telkens een beetje van hetzelfde is.

Na New York 1901 was de hoogste tijd voor een sanitaire tussenstop. De toiletten lagen tegenover de Kosmos stand en toen ik stond te wachten tot we weer compleet waren, kwam daar een tafeltje vrij. Ik werd er bijna emotioneel van, dat ik dat toch nog mag meemaken. De Kosmos stand is namelijk van oudsher een stand waar de mensen extra vroeg voor op staan om voor aan de deur te staan als die open gaan, vervolgens een sprint trekken naar de Kosmos stand, daar een tafel veroveren en die de hele dag bezet houden. Bij Kosmos liggen de spellen namelijk niet vast op tafels, maar mag je bij een uitleenbalie een spel en uitlegger ophalen en kan je dus meerdere spellen achter elkaar doen. En aangezien Kosmos de grootste uitgever van Duitsland is, is het een populair plekje om de dag door te brengen. Het komt dan ook regelmatig voor dat er zelfs mensen op de grond zitten te spelen in de Kosmos stand.

Zo’n kans lieten we niet  aan ons voorbij gaan. Snel gingen we zitten, deden een high five en stuurden Peter Hein op pad om een spel en uitlegger te scoren. Hij koos voor Steam Time. Het spel werd uitgelegd door een Turkse Duitser die begon met zich te verontschuldigen voor zijn sterke Beierse accent. Dat excuus was nergens voor nodig, want hij was de beste uitlegger die we op de beurs hebben getroffen en dat terwijl Steam Time toch wel het complexste spel is dat we hebben gedaan. Steam Time is een workerplacer waar de spelers met zappelins door de tijd reizen en daarbij punten moeten verzamelen. De uitdaging van het tijdreizen is dat de achteruit knop nog niet gevonden is, dus als je besloot om de eerste tijdperken over te slaan, dan kon je later niet terug om daar alsnog een actie uit te voeren. In ieder tijdperk kan je verschillende acties uitvoeren (verzamelen edelstenen, inschakelen van geleerden, opdrachten vervullen met edelstenen, je zappelin upgradenetc.). Iedere actie kan maar door één persoon gekozen worden. Steam Time vonden we alle vier erg leuk en het is dan ook door zowel mij als door Anton aangeschaft. Het is een goed gestroomlijnde workerplacer waar je continue voor uitdagende keuzes wordt gezet. Doordat elke actie maar één keer gekozen kan worden, vraag je je regelmatig af of je het je nog kan veroorloven een nice-to-do actie kan uitvoeren voor jouw need-to-do actie of dat het risico dan te groot is dat iemand anders de actie voor je neus weg kaapt.

Het was inmiddels al twee uur geworden en dus de hoogste tijd voor een lunch. We besloten naar de Galeria te lopen om daar ergens iets te eten te scoren (de keus viel uiteindelijk op turkse pizza’s en dönner). Nadat we de pizza’s op hadden en er nog wat geshopt was, gingen we bij de Amigo stand kijken of er een plekje rij vrij was bij Römisch Pokeren (een wens van Peter Hein). De stand was bomvol, maar uiteindelijk wist Peter Hein een lege tafel te spotten. Ik sloot me bij hem aan, maar Coen en Anton waren net even afgeleid en verloren ons uit het oog. De lege tafel bleek echter ook door een Duits gezin (moeder met een puber zoon en puber dochter) gespot te zijn, maar gelukkig wilden ze ook Römisch Pokeren en dus konden we samen spelen.

Römisch Pokeren is een dobbelspelletje waar je aan de slag gaat met dobbelstenen met Romeinse cijfers er op (de I,V en X, of te wel 1, 5 en 10). Je gooit de dobbelstenen één voor één en mag stoppen wanneer je wilt. Op iedere dobbelsteen staan 3 I’s, 2 V’s en 1 X. Vervolgens maak je een getal van de dobbelstenen en dit getal zet je op een briefje met zeven plekken. Je mag zelf kiezen op welke plek het getal komt te staan. Dit is belangrijk want de getallen moeten oplopend worden genoteerd. Je hebt ook nog een aantal actiekaarten waarmee je dobbelstenen over kan gooien en andere acties kan uitvoeren. Aan het eind van de zeven rondes worden de getallen opgeteld en wie de meeste punten heeft wint. Ik vond dit spel niet echt leuk doordat het mij te vaak voorkwam dat er een combinatie werd gegooid waar je niets aan had (vier keer een I of  twee keer een V). De herspeelbaarheid van dit spel leek me klein, doordat de geluksfactor echt te dominant aanwezig is. Maar misschien ben ik gewoon een slechte verliezer, het Duitse gezin vond het spel wel leuk. Peter Hein heeft nog wel even getwijfeld of hij het spel mee zou nemen, maar het uiteindelijk ook niet gekocht.

Peter Hein en ik probeerden Anton en Coen te bereiken, maar die namen hun telefoon even niet op (ze waren zo bleek later een beetje aan het rondlopen). Wij besloten naar Celestia te gaan in de hoop daar een potje te kunnen spelen. En zo waar was er een tafeltje vrij zodat we aan konden schuiven. Anton en Coen belden net op dat moment en kwamen snel onze kant op om mee te spelen. Het eerste wat opvalt aan Celestia is de schitterende vormgeving. Het doet een beetje aan Dixit denken. Het is een simpel push-your-luck spelletje. De spelers zitten met zijn allen in een vliegende badkuip en zijn omstebeurt de kapitein. De kapitein gooit met een aantal dobbelstenen (in het begin met twee, maar het worden er steeds meer). Op de dobbelstenen staan symbolen en de kapitein moet die symbolen afleggen om naar de volgende locatie te vliegen. Na elke worp mag iedere speler bepalen of hij mee wil (en er dus op gokt dat de kapitein de juiste kaarten heeft) of uitstapt. Als je uitstapt krijg je een schatkaart van de locatie waar je bent. Als de kapitein de juiste kaarten heeft, dan vliegt hij het schip naar de volgende locatie (hoe verder je vliegt, hoe waardevoller de schatten worden). Maar als de kapitein niet de juiste kaarten heeft, dan crasht het schip en krijgt niemand een schat. Zodra iemand een bepaald aantal punten heeft gehaald, is het spel afgelopen. Ik vond Celestia een erg leuk, klein spelletje. Het lijkt me heel geschikt als familiespel of als opwarmertje of afsluiter van een spellenavond. Maar omdat dit soort spellen met twee niet zo goed werkt, heb ik het niet meegenomen. Peter Hein heeft het spel wel aangeschaft.


Het was inmiddels half zes en Anton stelde voor om weer naar de Galeria te gaan om daar wat eten zodat we op de terugweg niet meer zouden hoeven stoppen. Dat vonden we allemaal een prima plan. Er was zelfs nog een tafeltje vrij zodat we rustig konden eten en bespreken welke spellen we in het laatste uurtje op de beurs nog wilden oppikken. In dat laatste uurtje zijn Peter Hein en ik samen op pad gegaan en Coen en Anton ook. Het lukte ons net om alle onze wensen nog te vervullen voor we de zaal uit werden gestuurd omdat de beursdag er op zag. En daarmee ook ons bezoek aan Spiel 2015. We waren het er alle drie over eens dat we ons prima vermaakt hadden en dat twee dagen eigenlijk te kort is. We hadden namelijk nog graag ook gewoon nog wat willen rondslenteren over de beurs en wat meer rond kijken. Maar dat lukte nu niet omdat er telkens de kans was om een spel te proberen en dat dan toch net nog wat harder lonkt. Misschien gaan we volgend jaar dus wel drie dagen……

3 opmerkingen:

Dierik zei

Leuk verslag weer Dagmar, ik heb jullie wel gemist in de Quined stand. ;)

Dagmar zei

Die hebben we inderdaad gemist. We kwamen echt tijd te kort om alles te zien en bekijken. Vandaar het plan om te proberen volgend jaar drie dagen te gaan.

Maar volgende maand is het spellenspektakel, misschien lukt het wel om daar jullie stand te bezoeken.

Michiel zei

Tss, niet twijfelen. Gewoon vier dagen gaan. En trouwens jullie met je blog kunnen ook al op de persdag gaan denk ik, 5 dagen dus! Het zijn de beste dagen van het jaar. Ik doe het nu voor de 11e keer achter elkaar fulltime en zou echt nooit minder willen.