zondag 15 maart 2015

The monopolists

Voor wie vreest dat dit een blogje wordt over een boek over industriele organisatie (de tak van de economische wetenschap die zich onder andere bezig houdt met het strategische gedrag van ondernemingen), heeft het mis. Dit is een review van het door Mary Pilon geschreven boek The Monopolists waarin de geschiedenis van Monopoly uit de doeken wordt gedaan. En die geschiedenis blijkt vol te zitten met strategisch gedrag, list, bedrog en juridische gevechten! John Grisham zou er geen beter verhaal van hebben kunnen maken. Als het onderwerp je interesseert, dan kan ik je dit boek dan ook van harte aanbevelen.


Het boek begint met het standaardverhaal over de bedenker van Monopoly. Tijdens de donkere dagen van de depressie in de jaren ’30 van de vorige eeuw bedacht een werkloos geraakte verkoper (Charles Darrow) een spel over de aankoop van vastgoed in Atlanta (op het bord van de Amerikaanse versie van Monopoly staan straten uit verschillende wijken in Atlanta). Het spel moest de spelers hun ellende even laten vergeten door de rijkdom die ze in het spel konden vergaren. Hij speelde het spel met zijn familie en het werd een hit. Hij probeerde het spel te verkopen aan de grote speluitgevers van die tijd, maar die wezen het af. Daarom bracht hij het zelf uit en door mond tot mond reclame begon het spel steeds beter te verkopen. Eén van de uitgevers (Parker Brothers) bedacht zich en kocht toch de licentie van het spel. En de rest is geschiedenis….

Of toch niet. Dit verhaal is namelijk niet waar, de geschiedenis van Monopoly is dertig jaar ouder. Wat werkelijk gebeurt is, is dat Charles Darrow bij vrienden een heel leuk spel had gespeeld op een zelfgemaakt bord met zelfgemaakte speelstukken, etc.. Het spel dat hij speelde was één van de zelfgemaakte versies van het spel dat ooit het daglicht zag als The Landlord Game (zie voor meer informatie dit blogje). Hij besloot dit spel zelf uit te gaan brengen. Voor hij dat deed vroeg hij een vriend om hem nog een handje met het ontwerp te helpen (zoals de gevangenis afbeelding). Vervolgens bracht hij het spel uit onder zijn eigen naam en vroeg er later zelfs een patent op aan (wat wonderbaarlijk genoeg ook werd toegekend, aangezien voor The Landlord Game ook al twee patenten waren verstrekt aan de bedenkster Elizabeth Magie).

De uitgever, Parker Brothers, was er erg gebrand op dat ze over het enige echte patent beschikten. In het verleden hadden ze twee keer gedacht de kip met gouden eieren te hebben (voor het vlooienspel en voor pingpong) om later terug gevloten te worden waardoor iedereen deze spellen kon uitbrengen. Parker Brothers vroeg daarom aan Darrow om te vertellen hoe hij Monopoly had bedacht (een handgeschreven verklaring zou het patent een stuk harder maken). Darrow bevestigde het verhaal dat hij het spel zelf bedacht had. Ondertussen was Parker Brothers ook niet helemaal op zijn achterhoofd gevallen en kocht snel de patenten van Magie op (voor een appel en een ei) en kochten ze ook nog de patenten van een andere spin-off. Daarmee was het verhaal over de patenten nog niet afgelopen, er zou namelijk een hele juridische strijd volgen over wie de echte bedenker was van Monopoly  en of het patent aan Darrow wel terecht verstrekt was.

Wat was er namelijk gebeurd? Een professor in de economie (Ralph Anspach) vond dat Monopoly bijdroeg aan een onterecht positief beeld van echte monopolies (bedrijfstakken waar maar één bedrijf actief is, waardoor dat bedrijf te hoge prijzen kan vragen of slechte service kan leveren). Het spel Monopoly vinden mensen leuk en daarom krijgen ze een goed gevoel als ze het woord monopoly horen. Dit patroon wilde Ralph Anpach verbreken door zelf een spel te ontwikkelen. Dit spel werd het Anti-monopoly spel, een spel waarin je juist aan de slag moet om monopolies op te breken. Hij had nog bij twee advocaten gevraagd of hij niet in de problemen kon komen door het gebruik van deze naam, maar die advocaten dachten dat Anti wel goed genoeg aangaf dat het om een ander spel ging dan Monopoly en dat er dus geen sprake kon zijn van verwarring bij de potentiële kopers. Parker Brothers dacht hier echter heel anders over en stuurde Ralph Anspach een brief op hoge poten waarin ze eisten dat hij onmiddellijk moest stoppen met het gebruik van de naam Anti-Monopolie omdat dat een inbreuk was op de rechten van Parker Brothers.

Ralph Anspach besloot het juridische gevecht met Parker Brothers aan te gaan. Dit gevecht zou tien jaar duren en wordt uitgebreid beschreven in het boek The Monopolists. Voor dit gevecht moest de echte geschiedenis in kaart gebracht worden en dit is een flinke uitdaging geweest. Ik vond dit het boeiendste deel van het boek, het leest als een rechtgeaarde rechtbankthriller waar een underdog het opneemt tegen een machtige tegenstander. Ik wil in dit blogje dan ook niet verklappen hoe deze strijd eindigt, als je dat wil weten dan raad ik je aan het boek te lezen.

Ik wil dit blog eindigen met de persoon waar het allemaal mee is begonnen: Elisabeth Magie, of te wel Lizzie. In het boek wordt ook zij uitgebreid voor het voetlicht gebracht. Lizzie was een pittige tante (in de positieve zin van het woord) en haar tijd ver vooruit. Zo heeft ze niet alleen Monopoly bedacht, maar heeft ze ook een gadget bedacht waardoor papier makkelijker door typemachines liep en waardoor je meer tekst op een pagina kon typen. Dit deed zij in 1893, een tijd waarin vrouwen nog achter het aanrecht hoorden. Zij maakte zich er ook boos over dat vrouwen minder verdienden dan mannen waardoor je als vrouw alleen maar net rond kon komen, maar geen geld over had voor de extra’s die getrouwde vrouwen zich wel konden veroorloven (betaald uit het salaris van hun echtgenoten). Om dit onrecht aan de kaak te stellen heeft ze zelfs een keer advertentieruimte in een krant gekocht waarin ze zich zelf (a young woman American slave) te koop bood aan de hoogste bieder. Hoe vervelend het moet zijn geweest om als ambitieuze, jonge, slimme vrouw in haar tijd te leven, blijkt wel uit haar uitspraak: “To know that you can do some things better than other people and never have an opportunity to prove it” en “It is hell to have a superior education and have to work for and obey the command of ignorence”. Maar mijn favoriete uitspraak van haar is “I’m thankful that I was taught how to think and not what to think.” Ze heeft helaas niet de plek in de geschiedenisboeken gekregen die ze had verdiend, maar gelukkig is ze ook niet helemaal in de vergetelheid geraakt. Bij mij staat ze door The Monopolist in ieder geval weer even goed op het netvlies.


Naam boek: The Monopolists
Auteur: Mary Pilon
UItgever: Bloomsbury
Aantal bladzijden: 314
Taal: Engels
Prijs: 26 euro (papieren editie) of 13 euro (e-book)

Geen opmerkingen: