zondag 19 januari 2014

Spelregels

De grootste drempel om een nieuw spel te gaan spelen is voor de meeste mensen dat dan wel eerst de regels moeten worden geleerd. Vaak komt dit neer op het doorploegen van de spelregelboekjes. Dit is op zijn best een noodzakelijk kwaad en op zijn slechtst een frustrerende exercitie (spelregels schrijven is een kunst die helaas niet elke uitgever verstaat). Gelukkig zijn er steeds meer initiatieven om het leren van de spelregels makkelijker (of in ieder geval minder vervelend te maken). In dit blog zal ik er een paar de revue laten passeren.

Allereerst zijn er uitgevers die proberen de spelregels leuker te maken door veel “flavour text” toe te voegen. Flavour text zijn stukjes tekst over het thema van het spel, bijvoorbeeld quotes van de karakters die in een spel voorkomen. De auteur die hier het verst in gaat is Vlaada Chvátil. Zijn spelregels zijn bijna romans met her en der een stukje uitleg. Hij probeert je de regels vanuit het thema uit te leggen en gebruikt daarbij veel humor. Op deze manier is het geen straf om de spelregels te lezen, maar wel veel werk. Het later terugzoeken van een bepaalde regel, is dan ook best een uitdaging.

Uitgevers proberen ook regelmatig het regelboek wat minder intimiderend te maken door het in meerdere onderdelen te splitsen. Je krijgt dan bijvoorbeeld een apart papiertje waarop staat hoe je het spel moet klaarzetten, een apart boekje met de hoofdregels en een almanak waar je alle overige details in kan opzoeken (bijvoorbeeld een beschrijving van alle actiekaarten of iets dergelijks). Ik ben hier zelf niet zo dol op, omdat als je dan later iets wilt nakijken, je soms meerdere regelboekjes door moet zoeken omdat niet meteen duidelijk is in welk deel van de regels de gezochte informatie staat.

Voor lange spelregels is het overigens vaak de moeite om even op Boardgamegeek te kijken of iemand een spelsamenvatting heeft gemaakt. Let er alleen wel op dat deze samenvattingen door vrijwilligers zijn gemaakt die soms ook fouten maken. Leg de samenvatting dus vooral naast de regels en check of je het met de samenvatting eens bent (mist er niets, klopt alles wat er staat en snap je het ook).

Queen Games heeft voor Escape een andere manier bedacht om spelers met regel-vrees aan het spelen te krijgen. In plaats van de regels te lezen (wat ook kan, want er zit natuurlijk gewoon een regelboekje in de doos), kan je naar de regels luisteren. Op het cd’tje dat bij het spel zit, staan verschillende tracks in verschillende talen waar de regels kort worden verteld. Dit werkt redelijk goed. Al denk ik dat het geen overbodige luxe is als tenminste één iemand de regels van te voren toch leest zodat deze persoon tijdens de uitleg-soundtrack de spelonderdelen die worden benoemd kan aanwijzen.

De Legenden van Andor gooit het weer over een andere boeg. Dit spel pretendeert dat je in no time kan gaan spelen. De spelers moeten een kort regelboekje doorlezen en kunnen daarna met spelen beginnen. Dit spelen gebeurt aan de hand van kaarten waarop staat wat het doel van het spel is én waarop nieuwe regels worden geïntroduceerd. Op deze manier leren (ontdekken) de spelers tijdens het spel samen de regels. Het werkt op zich, maar ik vond het niet heel relaxt. Tijdens je eerste potje, wordt het spelen telkens onderbroken doordat flinke lappen tekst moeten worden voorgelezen en doorgrond. Dit haalt een beetje de vaart uit het (uitstekende) spel. Een ander nadeel hiervan vind ik dat het wederom lastig is om terug te vinden waar een bepaalde regel is uitgelegd. Je kan terugvallen op het regelboek, maar dat is dan weer zoeken geblazen in onbekende tekst.

Internet is tegenwoordig ook een goede bron om spellen te leren spelen. Van veel spellen zijn er filmpjes (bijvoorbeeld op youtube of boardgamegeek) te vinden waarin een spellenliefhebber met veel passie een spel uitlegt. Deze filmpjes zijn niet altijd even professioneel in elkaar gezet (slechte belichting, schuddende camera’s, zware accenten),  maar ze kunnen zeker helpen om een spel te leren spelen. Het grote voordeel van film om een spel uit te leggen is dat je zowel beeld als geluid hebt waardoor de uitlegger tegelijkertijd kan laten zien wat hij verteld, bijvoorbeeld door een stukje van een spel voor te spelen. Ook uitgevers hebben deze methode ontdekt. Zo heeft 999 games haar eigen youtube-kanaal waar zij filmpjes post met de uitleg van haar spellen.

Binnen de video-uitleg verdient wat mij betreft Tabletop een speciale plek. Tabletop is een online serie waarin Wil Wheaton spellen uitlegt en vervolgens met drie vrienden speelt. Tussen deze vrienden zitten vaak acteurs, die met veel plezier en humor in een spel duiken waardoor het echt leuk is om te kijken hoe zij een spel spelen. De spellen worden bovendien uitzonderlijk goed uitgelegd. De serie wordt gemaakt door vakmensen waardoor het er super professioneel uitziet. Ik vrees dat geen zender er brood in zal zien om deze serie op TV uit te zenden (te nerdy, te klein publiek), maar het zou prima kunnen.

Ik denk dat het goed is dat uitgevers zoeken naar manieren om het leren van de regels te vergemakkelijken. Ik denk dat filmpjes de beste oplossing zijn. De gelegenheidsspeler moet alleen nog even ontdekken dat deze filmpjes er zijn, maar dit zal steeds vaker gaan (je kan over ongeveer elk onderwerp tegenwoordig filmpjes op youtube vinden, dus het wordt steeds logischer dat mensen daar óók voor speluitleg gaan kijken). Door de populariteit van tablets en de mogelijkheid om op tv’s te internetten, is het ook steeds minder raar om een filmpje op te starten voor de speluitleg en dat samen te kijken.

Tegelijkertijd denk ik dat een goed regelboek onmisbaar blijft voor een spel. Als ik een nieuw spel ga uitleggen, dan doe ik dit toch het liefst aan de hand van een regelboek. Al kijk ik zeker bij ingewikkelder spellen wel even op Boardgamegeek of er een goed instructiefilmpje staat zodat ik al een globaal idee heb over het spel voor ik ga lezen. Tijdens het spelen is het ook prettiger om iets wat onduidelijk is in een regelboek op te zoeken, dan om in een video te gaan scrollen naar het juiste stukje film. Bovendien zijn regels niet altijd even duidelijk geschreven en kan degene die een spel uitlegt ook iets niet goed begrepen hebben. Dit zou in principe ook bij een filmpje van een uitgever het geval kunnen zijn, al lijkt de kans me daar wel kleiner (al ben ik vaak genoeg vertaalfouten in spelregelboeken tegengekomen, maar dat is een onderwerp voor een andere keer).

Voor mij is zijn de uitgeschreven spelregels dus nog steeds de belangrijkste bron om een nieuw spel te leren (als ik de sjaak ben die het spel mag gaan uitleggen). Filmpjes, flavour text, spelsamenvattingen en audiobestanden kunnen daarbij helpen, maar vervangen de regels nooit.



zondag 12 januari 2014

Bordspellen uit het land van de rijzende zon

U vraagt, wij draaien (soms), dus bij deze zal ik proberen om een stukje te schrijven over “minimal boardgames” op verzoek van Jan (zie zijn reactie op mijn jaaroverzicht van 2013). Minimal games is een term die wordt gebruikt voor spelletjes die met weinig spelmateriaal en eenvoudige regels toch een echt spel weten te creëren. Veel van deze spellen komen uit Japan en andere Aziatische landen, dus wie weet hebben we binnenkort naast Eurogames, Ameritrash nog een derde categorie spellen: de Aziaten.

Deze nieuwe groep spellen heeft via Spiel voet aan de grond gekregen in de spellenwereld. Volgens mij heeft Japon Brand (een Japanse uitgever) al een flink aantal jaren een stand op Spiel. Jarenlang was het een soort curiositeit met exotisch uitziende spellen, maar sloegen de spellen niet genoeg aan om op hitlijstjes voor te komen. Dit veranderde in  (volgens mij) 2011 toen op Spiel String Railway uitkwam. Ik heb dit spel nooit gespeeld maar het is een spel waarin gekleurde veters worden gebruikt om een "bord" te maken en waarin de veters vervolgens worden gebruikt als treinspoor waarmee je verschillende punten moet verbinden. Dit spel wist wel de aandacht van de spellenwereld te trekken en was in no time uitverkocht. Na String Railway werd Japon Brand een uitgever om in de gaten te houden.

In 2012 kwam Japon Brand met Love Letter uit. Dit was de inside hit van deze editie van Spiel. Het spel was in no time uitverkocht (niet alleen de editie van Japon Brand, maar ook de editie van AEG). Dit spel bestaat uit slechts 16 kaarten met verschillende personages erop die elkaar op verschillende manieren beïnvloeden. Spelers beginnen hun beurt met één kaart, trekken vervolgens een kaart bij en spelen één van de twee van hun kaarten uit. Je voert vervolgens de actie die op de kaart staat uit en hoopt dat je daardoor andere spelers dwingt om hun enige kaart uit te spelen waardoor ze af zijn. Het spel duurt ongeveer een kwartiertje. Dit spel heb ik één keer gespeeld en het kon mij niet echt boeien. Misschien dat het kwartje zou vallen als ik het vaker zou spelen, maar de eerste keer smaakte niet echt naar meer.

In aanloop naar 2013 werden de spellen die Japon Brand mee zou nemen naar Spiel uitgebreid bestudeerd door de spellenwereld. Het spel dat er dit jaar uitsprong was Machi Koro. In dit spel moet je een stad bouwen en gebruik je dobbelstenen. Dit spel was wederom in no time uitverkocht en veel spellenliefhebbers willen sindsdien het spel graag hebben. Ik heb dit spel niet gespeeld,  en heb dus ook geen idee of de hype terecht is. Als de hype maar groot genoeg is, dan wordt het spel meestal na een tijdje wel opgepikt door andere uitgevers, dus wie weet belandt het spel nog wel een keer op mijn spellentafel.



Ik heb in 2013 wel twee andere spellen van Japon Brand gekocht op Spiel, namelijk Eat me if you can (vanwege de looks) en Witch's Coming! (omdat het een tweepersoonsspelletje is). Ik heb mijn beide aankopen inmiddels gespeeld en vind de spellen niet echt geweldig. Ze zijn niet slecht, maar ik vind in beide gevallen de looks beter dan het spel. Beide spellen draaien op het principe dat je moet inschatten wat de andere speler(s) gaan doen (denk jij wat ik denk dat jij denkt). Best aardig voor een keertje, maar geen hoogvliegers.

Tot nu toe ben ik dus nog niet gegrepen door de nieuwe spellen die uit het verre Oosten komen. Ik vind de vormgeving van deze spellen verfrissend, maar de spellen die ik heb gespeeld waren geen toppers.
Ik geloof dat de minimalistische spellen echter niet echt iets nieuws onder de zon zijn. Er worden al jaren spellen uitgegeven die met weinig regels en een beperkte hoeveelheid materiaal toch samen een geweldig spel opleveren. Denk aan kaartspellen als Take 5!, Coloretto, Gesjaakt en Machiavelli of aan bordspellen als Cartagena, Blokus, Cities en Gepakt & Gezakt. Dit soort spellen zijn ook altijd populair geweest. Per slot van rekening is het heel prettig als je een spel snel speelklaar op tafel hebt liggen en de uitleg van de regels in een paar minuten gepiept is. Dit geldt zeker met gelegeheidsspelers (“kunnen we niet gewoon beginnen, dan leer ik de regels wel terwijl we spelen”, doorgaans tijdens het spelen gevolgd door "maar dat had je niet uitgelegd"), maar ook de doorgewinterde veelspeler is er niet vies van om tussen de hersenkrakers door iets lichts, luchtigs maar toch lekkers te spelen.

Ik vind het altijd heel knap als een auteur een dergelijk spel weet te bedenken. Het lijkt me ontzettend moeilijk om iets nieuws te verzinnen dat én nog niet bestaat én eenvoudig is én leuk is. Je moet dan echt iets nieuws verzinnen in plaats van allemaal bestaande mechanismen op een hoop gooien en op een nieuwe manier aan elkaar knopen (wat bij sommige complexe spellen gebeurt).

Kortom, ben ik van mening dat er sprake is van iets nieuws onder de (rijzende) zon? Nee, dat denk ik niet. Er is misschien wel meer aandacht voor de kracht van eenvoud. En wellicht dat spelauteurs daardoor geprikkeld worden om meer aandacht te besteden aan het ontwikkelen van “minimal” games waardoor we binnenkort misschien wel meer van dit soort spellen in de spellenwinkel tegen gaan komen. De grootste vernieuwing die de Japanse (en andere Aziatische) uitgevers de spellenwereld opleveren zit denk ik in de vormgeving van hun spellen en misschien in de thema’s die ze op hun spellen plakken. Dit is een impuls die de spellenwereld zeker geen kwaad zal doen. Ik verwacht dat mensen met een andere culturele achtergrond (dan Amerikaans en/of West-Europees) de spellenwereld interessante spelervaringen op gaan leveren. Dit geldt echter niet alleen voor auteurs uit het verre oosten, maar ook voor auteurs uit het voormalige Oostblok en in de toekomst hopelijk voor auteurs uit Afrika of Zuid- en Midden-Amerika. Per slot van rekening heb ik wel genoeg Middeleeuwse Steden ontwikkeld, landen veroverd en draken verslagen. Het is tijd voor nieuwe avonturen op de spellentafel en daar kunnen auteurs uit verre landen zeker een bijdrage aanleveren.


zondag 5 januari 2014

Gespeeld in oktober, november en december

Vandaag begin ik direct maar een een goed voornemen: vaker bloggen, al is het maar kort. Dit wordt waarschijnlijk niet zo'n korte, want ik heb nog drie maanden liggen waar ik nog geen overzicht en impressie van nieuw gespeelde spellen heb gegeven. Die combineer ik maar direct in één post. Er kwamen dankzij Spiel aardig wat nieuwe spellen op tafel. Het leukste nieuwe spel dat ik speelde in 2013 kwam toen uit, dus kan het niet verrassen dat dat spel ook hier bovenaan staat als leukste nieuwe spel.

Russian Railroads
Ik heb weinig toe te voegen aan wat ik gisteren schreef: een puike werkverschaffer, die misschien niet zo verrassend en veelzijdig is als eerdere titels in dit genre, maar wel bol staat van strategische keuzes. Een elegant systeem met een bovengemiddeld goede spelregelboek.




Andere nieuwe spellen, van leuk naar minder leuk:

Kashgar: een fijn en soepel combokaartspel. Ik zie ernaar uit om dit spel het komend jaar heel vaak te gaan spelen.

Koryŏ: hiermee maakte ik kennis op Spiel, waar het toen helaas al uitverkocht was. Zoals verwacht een lekker snel, eenvoudig en toch listig kaartspel, waar je voortdurend moet kiezen tussen het halen van profijtelijke meerderheden (voor de punten aan het eind van het spel) of voor speciale voordelen (waar je hier en nu wat aan hebt). Dit staat hoog op mijn aanschaflijst.

Yunnan: niet zelf gekocht, maar een van mijn medebeursgangers wel, waardoor ik het in korte tijd drie keer speelde. Een heel solide bordspel, dat meerderheden en werkverschaffing leuk combineert. Enig rekenwerk is noodzakelijk, maar niet zoveel dat het afleidt van het spelplezier. Ik vrees na drie potjes wel wat voor de wederspeelbaarheid, want bepaalde patronen lijken ieder spel weer terug te komen. Maar uitgekeken ben ik zeker niet.

Prosperity: de nieuwe Knizia bleek helaas niet van een grote genialiteit, maar leuk was het wel. Dit is tenminste een spel waar je eens niet lekker rustig aan je motortje kunt bouwen, want alles blijft het hele spel schaars. Verschillende paden leiden naar de winst, maar ook hier kan wederspeelbaarheid een probleem worden: de gebouwen die je verschillende mogelijkheden bieden komen altijd in min of meer dezelfde volgorde langs, waardoor potjes na verloop van tijd wel erg op elkaar kunnen gaan lijken. Maar voorlopig is het nog nieuw en leuk genoeg.

Neue Heimat: een al wat ouder biedspel dat een van mijn reguliere medespelers had bemachtigd in de math trade. Dit is een wel heel smerig biedspel, waarbij je elkaar voortdurend een hak kunt zetten door bepaalde zaken juist wel of niet aan te bieden in de veiling. Ons potje duurde een stuk langer dan de geadverteerde lengte van een halfuur. Daarom kwam er nu geen vervolg, maar ik zou het graag nog eens spelen.

Il Vecchio: hier had ik vorig jaar een half potje van gespeeld, maar vervolgens laten liggen. Daarna heb ik er nog regelmatig aan gedacht en besloot ik het nu toch maar mee te nemen. Il Vecchio is een ouderwetse Dorn, met supersnelle beurten en veel zaken waar je op moet letten. Van alles levert punten op, maar de keuzes zijn een stuk scherper waardoor en niet zo'n sprake is van een amorfe puntenbrij. Mag vaker op tafel.

Nieuw Amsterdam: een ontwikkelspel waarbij de veilingfase het hart van het spel is. Er zijn telkens zoveel kavels als het aantal spelers, maar niet iedere kavel is voor iedereen even interessant. Je mag maar een keer bieden, dus wat bied je op een kavel die je echt moet hebben, maar wanneer cash schaars is? Te weinig en je kunt niet wat je wilt, teveel en je boekt een pyrrusoverwinning. De rest van het spel is veel administratie en bekend werk, maar de veiling maakt het spel de moeite waard.

American Rails: ik ben erg enthousiast over Chicago Express en was daarom benieuwd naar het spel dat dat overbodig zou maken (voor sommigen). Mijn eerste potje verliep vrij mat, waardoor ik moeilijk een eerste indruk kan geven. Ik vond de keuze voor de acties leuker dan in CE en het vrij plaatsen van de maatschappijen geeft zeker meer mogelijkheden. Aan de andere kant werden de maatschappijen zo een stuk meer over het bord verspreid, waardoor de concurrentie tussen de spelers maar heel beperkt was en er ook weinig strijd was om de aandelen. Uiteindelijk zat bijna iedereen in elke maatschappij en won simpelweg de speler met de meeste aandelen in totaal. Waarschijnlijk onze eigen schuld en moeten we de volgende keer de competitie meer actief zoeken.

Glück Auf: een solide werkverschaffer van Kramer en Kiesling. De oplopende kosten voor het uitvoeren van acties zijn interessant, want ze geven wat meer druk op het juist timen van je acties. Daarnaast was het allemaal vrij standaard en is dit een degelijk spel met eenvoudige regels, een beetje vergelijkbaar met Stenen Tijdperk en Lords of Waterdeep, maar zonder dat beetje extra.

De vergeten stad: het derde coöperatieve spel van Matt Leacock biedt vooral meer van hetzelfde. een beetje rondlopen op zoek naar schatten en aanwijzingen en tussendoor zorgen dat je niet overspoeld wordt door virussen/water/zand. Qua uitvoering de mooiste van de drie, maar met Pandemie en Het verboden eiland al in mijn bezit hoef ik deze niet direct te hebben.

Trains: Dominion met een bord, zo luidt de korte samenvatting. De kaarten en het spelverloop doen inderdaad wel heel erg aan Dominion denken (zelfs zo erg dat het grote verontwaardiging bij een van mijn medespelers opriep), maar dat bord hangt er maar een beetje bij. De meeste punten zijn inderdaad daar te halen, maar zelfs met vier spelers is het bord groot genoeg dat je elkaar nauwelijks in de weg hoeft te zitten. Best leuk om eens gedaan te hebben, maar ik zie niet waarom ik dit zou spelen in plaats van Dominion, zeker nu ik alle uitbreidingen heb.

Tutankhamen: een vroege Knizia en duidelijk herkenbaar: simpele regels, vrij van geluk en een korte speelduur (de voorbereiding duurt bijna net zo lang). Het is een knap gevonden en elegant spelsysteem, maar roept na twee keer spelen niet direct warme gevoelens op. Ik vind het spel minder leuk dan ik zou willen, en geef het graag nog een paar kansen. Ik ben benieuwd of het met twee een beetje leuk is.

Citrus: dit zou een simpel legspel zijn geschikt voor families, maar ik kreeg er een beetje hoofdpijn van. Doel is om de meeste tegels rondom een boerderij te hebben als die volledig omsingeld is, maar de dynamiek op het bord zorgt ervoor dat die situatie constant veranderd en dus erg grillig en onvoorspelbaar is. Ik vond het vaak ondoenlijk om de impact van mijn acties te overzien, laat staan die van anderen. De rest had daar geen last van, dus het ligt ongetwijfeld aan mij. Soms heb je dat.

Sanssouci: voorafgaand aan Spiel was ik hier wel in geïnteresseerd, maar toen ik het daar speelde vond ik er niet bijster veel aan. De regels voor het leggen van de tegels zijn even wennen, tot je inziet dat iedere tegel die je neemt slechts op één plek kan komen (met allerlei uitzonderingen). In combinatie met het verschijnen van de juiste fiches op het juiste moment was het een wat opportunistisch pakken wat je pakken kunt. Normaal ben ik daar niet vies van, nu vond ik het wat te chaotisch om echt plezier aan te beleven. Maar ik zal het waarschijnlijk niet afslaan als iemand het voorstelt.

Rokoko: bijna had ik deze nog gekocht, maar in de gecombineerde aankoop wees het lot mij Glück auf toe. Na beide spellen een keer gespeeld te hebben ben ik daar blij om. Dit was voor mij teveel een rekenpuzzel annex puntenbrij, waarbij het nut van sommige acties me volledig ontging (behalve dan dat ze punten opleverden). Het subsysteem van het deckbouwen dat er in zat vond ik wel leuk gevonden, maar daar is vast een leuker spel omheen te bedenken. Deze hoeft van mij niet weer. Jammer, want ik had er goede verwachtingen van.

Bruxelles 1893: dit spel bewijst voor mij dat als je spelideeën die in andere spellen goed werken op een hoop gooit en er een spel van maakt, dit niet in een goed spel hoeft te resulteren. Als iemand me vraagt wat het centrale spelidee hier is moet ik een antwoord schuldig blijven. Je doet wat van dit en van dat en soms heeft het bij toeval ook nog wat met elkaar te maken. Het archetype van een spel dat ontworpen is door een enthousiaste hobbyist, maar waar vervolgens geen enkele professionele ontwikkeling overheen is gegaan. Ik zie mijn vooroordelen tegen kleine vs. grote uitgevers weer eens bevestigd. Die laatste weten tenminste wat dat is, serieuze spelontwikkeling (al mag Stefan Brück zijn affaire met Stefan Feld nu wel eens stopzetten).

zaterdag 4 januari 2014

2013: jaaroverzicht

2013 was voor mij een afwijkend spellenjaar, maar dat was geheel volgens planning. Ik had me voorgenomen drastisch wat aan mijn collectie te doen: minder nieuwe spellen kopen, minder leuke spellen wegdoen en vaker spellen op tafel leggen die ik nog maar weinig of lang geleden voor het laatst heb gespeeld.

Dat is allemaal aardig gelukt, met het resultaat dat ik veel verschillende spelen deed, maar slechts weinig nieuwe. In totaal speelde ik 205 verschillende spellen, waarvan 39 voor het eerst. Ter vergelijking: vorig jaar waren dat 207 respectievelijk 61. Een ander verschil betrof het aantal gespeelde potjes: 637 tegenover ruim tweehonderd meer in 2012. Die daling kwam vooral doordat ik Dominion zo'n 140 keer minder vaak speelde. Dat was jammer, maar al met al kijk ik erg tevreden terug. Voor dit jaar geldt dus hetzelfde voornemen: vaker kastdochters op tafel leggen en de groei van de verzameling beperken.

Maar het leukst aan de terugblik zijn natuurlijk niet de droge cijfers (hoewel...), maar het lijstje met de leukste nieuwe spellen. Die waren er zeker, al merk ik dat de trends in spellenland van de laatste jaren niet zo goed aansluiten bij mijn persoonlijke smaak. Daarom ook wat aandacht voor de tegenvallers.

In aflopende volgorde waren dit mijn vijf favoriete spellen van het afgelopen jaar.

1. Russian Railroads
Ik dacht dat ik alle leuke werkverschaffers wel zo'n beetje gezien had, maar daar heeft 2013 me aangenaam verrast. Er komen maar liefst drie voor in dit lijstje, waarvan RRR het leukst is. Het aangename is dat je nu eens geen grondstoffen verzamelt, gebouwen maakt of aan een steeds efficiëntere economische motor werkt. Hier gaat het alleen om het ontwikkelen van 'puntenmachines', zonder dat we met de zoveelste puntenbrij te maken hebben. Zes keer kwam het op tafel in twee maanden tijd en ik zie het dit jaar wel tien potjes halen.

2. Kashgar: Händler der Seidenstrasse
Normaal gesproken zou dit niet in aanmerking mogen komen, want ik heb het pas één keer gespeeld. Maar dat smaakte wel naar meer, nog meer dan ieder ander spel na de eerste keer. Deckbuilding leed dit jaar wat aan overkill (ik ben nog nog steeds geen leukere dan Dominion tegengekomen), maar Kashgar doet het op een verfrissende manier. Je moet je verschillende karavanen goed op elkaar afstemmen, de juiste kaarten op het juiste moment spelen en meer aspecten waar ik als combokaartspelliefhebber heel warm van word.

3. Lords of Waterdeep
Alweer een 'oud' spel uit 2012. Ik speelde het toen voor het eerst, maar dit jaar vaak genoeg om echt een oordeel te vellen. Dat is ronduit positief. Lords of Waterdeep voegt weinig nieuws toe aan het genre, maar wat het doet, doet het zo goed en elegant dat ik niets dan bewondering voor het spel kan hebben. Eenvoudig genoeg dat je het makkelijk aan iedereen met enige spelervaring kunt voorleggen en variatie genoeg om ook doorgewinterde liefhebbers nog te kunnen plezieren. Wie weet koop ik ooit die uitbreiding nog wel eens.

4. Targi
Ook dit speelde ik vorig jaar al, maar pas een keer. Het thema en ook het spel zijn vrij droog, maar Targi voegt iets leuks aan het genre: je kiest drie acties, die samen nog eens indirect twee extra acties opleveren. De ene keer speel je op de directe acties, de andere keer vooral op de indirecte en zijn de directe acties niet zo relevant. Het feit dat het exclusief voor twee is geeft het nog meer een touwtrekelement dan andere spellen in dit genre.


5. Qin
Alweer een spel van 2012 en een heel ander dan de rest. Dit is een rasecht familiespel, met eenvoudige regels, korte speelduur en een stevige dosis geluk. Een genre waarin Reiner Knizia een onbetwiste meester is en dat laat hij met Qin opnieuw zien. Het spel heeft een hoog 'nog een keer'-gehalte, wat in de praktijk ook al een paar keer is gebeurd. Van de extra borden heb ik dus geen spijt.



Teleurstellingen waren er natuurlijk genoeg. De oplettende lezer zal gezien hebben dat drie van de bovenstaande vijf al voor 2013 zijn verschenen. Van de spellen die in 2013 echt nieuw waren en die ik heb gespeeld waren de meeste wel aardig of gewoon niet leuk. Ik heb een steeds grotere weerzin gekregen tegen de zogenaamde 'puntenbrij'-spellen: spellen waar iedereen meestal lekker met zichzelf bezig is om overal puntjes bij elkaar te harken, zonder dat er sprake is van een samenhangend spelidee. Eurospellen worden nogal eens bekritiseerd vanwege hun gebrek aan een goed thema, maar de afgelopen jaren is dat vrees ik steeds terechter: niet alleen is het thema nietszeggend, behalve dat thema is er weinig te bespeuren dat de onderliggende spelideeën met elkaar verbindt. Stefan Feld is daar goed in, met voor mij tegenvallende titels als Burgen von Burgund en Trajan. Maar spellen als Terra Mystica, Rokoko en Bruxelles 1893 gaven me toch vooral het idee dat ik links en rechts puntjes aan het verdienen was zonder dat er echt sprake was van een bepaald doel waar je naartoe werkt. Gelukkig word ik steeds beter in het herkennen spellen die waarschijnlijk niks voor mij zijn.

En dan nog iets: ik wil in 2014 weer wat actiever zijn in het schrijven van stukjes voor dit blog en van recensies voor Spellengek. Daar ben ik veel te laks in geweest, dat mag in 2014 anders.

Als laatste wens ik iedereen weer veel lees- maar vooral veel speelplezier in 2014!

woensdag 1 januari 2014

2013: een terugblik

In 2013 heb ik 545 spellen gespeeld (inclusief spellen op mijn iPhone/iPad). Zeker de helft daarvan waren digitale potjes. Ik speelde vooral veel Wordfeud, Ascension, Agricola, Stone Age en Ticket to Ride online. Ik schat dat ik een kleine 200 keer aanschoof aan een echte tafel voor een echt spel. Mijn meest gespeelde “echte” spellen waren King of Tokyo, Dominion en de Vorsten van Catan.

Ik vond 2013 speltechnisch een goed jaar. Ik heb veel leuke spellen gedaan, ik heb mijn koopwoede weten te beteugelen (weinig gekocht dat nog niet gespeeld is) en ik heb een flink aantal spellen die bij mij niet of weinig gespeeld werden weggegeven aan Speelgoedbank Amsterdam. Speelgoedbank Amsterdam is een initiatief dat speelgoed inzamelt om dit te geven aan kinderen in en rond Amsterdam van wie de ouders of verzorgers geen financiële middelen hebben om speelgoed te kopen (zie voor meer info: http://www.speelgoedbankamsterdam.nl).

De leukste nieuwe spellen van dit jaar zijn voor mij:
• Vorsten van Catan: ouderwets Catannen, maar dan gestroomlijnder en met een mooier spel.
• De Legenden van Andor: coöperatief de held uithangen in een sprookjeswereld.
• Lords of Waterdeep: goede workerplacer met Dungeons & Dragons look.


Op IOS gebied springt Agricola er met kop en schouders boven uit: wat een prachtige bewerking van het bordspel is deze app geworden. Het spel is hetzelfde gebleven, maar het bord is vervangen door een soort dorpje. De Lords of Waterdeep app bevalt me ook erg goed, maar daar is de vormgeving nauwelijks anders dan het bord (je speelt echt een bordspel), waardoor het niet de klasse heeft van Agricola.

De spellenwereld is steeds sneller aan het worden: het ene spel is nog niet gehyped of de opvolger staat al weer op de stoep. Er komen ook zo ontzettend veel spellen uit. Halverwege de jaren negentig lukte het nog wel om bijna alle spellen die in Nederland uitkwamen te spelen, nu denk ik dat ik niet eens alle spellen ken die in Nederland uit komen. Ik ben daardoor kritischer geworden in wat ik koop en speel. Ik weet inmiddels dat de kans dat een familiespel met een speelduur van maximaal anderhalf uur op tafel komt, vele malen groter is dan de kans dat een pittig spel voor de liefhebber van twee uur of langer gespeeld gaat worden. Spellen als Terra Mystica en Tzolk’in heb ik dan ook niet gespeeld of aangeschaft. Ik ben er best benieuwd naar, maar acht de kans dat ik het ga spelen niet zo groot.


Ik ben dit jaar naar verschillende spellen-events geweest: Zuiderspel, Spiel, Spellenpret, spellenweekend in Putten en Ducosim. Spiel is vanzelfsprekend het hoogtepunt. Ik heb daar twee heerlijke dagen gehad waar ik veel heb gekeken, een beetje gespeeld en matig gekocht. Ik ging dit jaar voor het eerst naar Spellenpret en ook dat is me goed bevallen. Voor wie het niet kent: spellenpret is een spellendag die een aantal keer per jaar wordt georganiseerd in een schooltje in Sassenheim (het buurdorp van Voorhout!) door Lody en Caroline. Ik ben twee keer geweest en heb me uitstekend vermaakt. Ik ben dit jaar voor de vierde keer naar het spellenweekend geweest en ook dat was weer een succes. Heerlijk om een weekend lang (in mijn geval van vrijdagavond tot zondagochtend vroeg) spellen te doen met andere spellenliefhebbers. In dit rijtje ontbreekt het Spellenspektakel doordat het Spellenspektakel werd georganiseerd in het weekend dat ik mijn verjaardag vierde.

Ik heb dit jaar slechts 11 recensies geschreven. Dat zijn er niet zo veel als ik zou willen. Gelukkig heb ik nog wel 19 blogjes uit mijn pen weten te persen. Ik ben benieuwd hoe het Spellengek dit jaar zal vergaan. Ik vind het vaak best lastig om een onderwerp te vinden om een blogje over te schrijven, maar als ik een onderwerp heb, doe ik het nog wel met plezier. Ik heb vooral veel plezier beleefd aan het schrijven van de blogjes over Monopoly. De bottleneck voor het schrijven van de recensies is voor mij dat ik weinig nieuwe spellen speel. En daardoor gaat de routine er een beetje uit, waardoor er steeds meer tijd tussen de recensies zit. Ik hoop dit jaar goed te beginnen met een paar verse recensies, maar ik geef geen garanties af voor de rest van het jaar.

In 2014 hoop ik weer veel te spelen en weinig te kopen. En per saldo dus ook weer meer te spelen van wat ik al heb, want er zijn super gave spellen die al veel te lang niet meer uit de kast zijn gekomen. Ik hoop desondanks ook nog af en toe een recensie voor spellengek te schrijven en regelmatig een blogje voor het spellengek-blog. Ik ga ook vast naar Spiel, Spellenpret en wellicht naar Zuiderspel en een spellenweekend. Ik vrees dat ik ook dit jaar het Spellenspektakel weer ga missen, het valt dit keer zelfs op mijn verjaardag. Verder ga ik dit jaar mijn BGG-tel-systeem weer aanpassen. Afgelopen jaar heb ik al mijn gespeelde spellen geteld, ongeacht of ze live of online werden gespeeld. Dit voelt toch niet goed en dus ga ik weer ouderwets alleen “on-table” potjes tellen.

Er rest mij nu niets anders meer dan jullie allemaal het beste toe te wensen voor 2014: heel veel geluk, gezondheid, plezier en voorspoed. En vooral: heel veel speelplezier met alle spellen die we al kennen én alle nieuwe spellen die het komende jaar gaan verschijnen.