zondag 5 januari 2014

Gespeeld in oktober, november en december

Vandaag begin ik direct maar een een goed voornemen: vaker bloggen, al is het maar kort. Dit wordt waarschijnlijk niet zo'n korte, want ik heb nog drie maanden liggen waar ik nog geen overzicht en impressie van nieuw gespeelde spellen heb gegeven. Die combineer ik maar direct in één post. Er kwamen dankzij Spiel aardig wat nieuwe spellen op tafel. Het leukste nieuwe spel dat ik speelde in 2013 kwam toen uit, dus kan het niet verrassen dat dat spel ook hier bovenaan staat als leukste nieuwe spel.

Russian Railroads
Ik heb weinig toe te voegen aan wat ik gisteren schreef: een puike werkverschaffer, die misschien niet zo verrassend en veelzijdig is als eerdere titels in dit genre, maar wel bol staat van strategische keuzes. Een elegant systeem met een bovengemiddeld goede spelregelboek.




Andere nieuwe spellen, van leuk naar minder leuk:

Kashgar: een fijn en soepel combokaartspel. Ik zie ernaar uit om dit spel het komend jaar heel vaak te gaan spelen.

Koryŏ: hiermee maakte ik kennis op Spiel, waar het toen helaas al uitverkocht was. Zoals verwacht een lekker snel, eenvoudig en toch listig kaartspel, waar je voortdurend moet kiezen tussen het halen van profijtelijke meerderheden (voor de punten aan het eind van het spel) of voor speciale voordelen (waar je hier en nu wat aan hebt). Dit staat hoog op mijn aanschaflijst.

Yunnan: niet zelf gekocht, maar een van mijn medebeursgangers wel, waardoor ik het in korte tijd drie keer speelde. Een heel solide bordspel, dat meerderheden en werkverschaffing leuk combineert. Enig rekenwerk is noodzakelijk, maar niet zoveel dat het afleidt van het spelplezier. Ik vrees na drie potjes wel wat voor de wederspeelbaarheid, want bepaalde patronen lijken ieder spel weer terug te komen. Maar uitgekeken ben ik zeker niet.

Prosperity: de nieuwe Knizia bleek helaas niet van een grote genialiteit, maar leuk was het wel. Dit is tenminste een spel waar je eens niet lekker rustig aan je motortje kunt bouwen, want alles blijft het hele spel schaars. Verschillende paden leiden naar de winst, maar ook hier kan wederspeelbaarheid een probleem worden: de gebouwen die je verschillende mogelijkheden bieden komen altijd in min of meer dezelfde volgorde langs, waardoor potjes na verloop van tijd wel erg op elkaar kunnen gaan lijken. Maar voorlopig is het nog nieuw en leuk genoeg.

Neue Heimat: een al wat ouder biedspel dat een van mijn reguliere medespelers had bemachtigd in de math trade. Dit is een wel heel smerig biedspel, waarbij je elkaar voortdurend een hak kunt zetten door bepaalde zaken juist wel of niet aan te bieden in de veiling. Ons potje duurde een stuk langer dan de geadverteerde lengte van een halfuur. Daarom kwam er nu geen vervolg, maar ik zou het graag nog eens spelen.

Il Vecchio: hier had ik vorig jaar een half potje van gespeeld, maar vervolgens laten liggen. Daarna heb ik er nog regelmatig aan gedacht en besloot ik het nu toch maar mee te nemen. Il Vecchio is een ouderwetse Dorn, met supersnelle beurten en veel zaken waar je op moet letten. Van alles levert punten op, maar de keuzes zijn een stuk scherper waardoor en niet zo'n sprake is van een amorfe puntenbrij. Mag vaker op tafel.

Nieuw Amsterdam: een ontwikkelspel waarbij de veilingfase het hart van het spel is. Er zijn telkens zoveel kavels als het aantal spelers, maar niet iedere kavel is voor iedereen even interessant. Je mag maar een keer bieden, dus wat bied je op een kavel die je echt moet hebben, maar wanneer cash schaars is? Te weinig en je kunt niet wat je wilt, teveel en je boekt een pyrrusoverwinning. De rest van het spel is veel administratie en bekend werk, maar de veiling maakt het spel de moeite waard.

American Rails: ik ben erg enthousiast over Chicago Express en was daarom benieuwd naar het spel dat dat overbodig zou maken (voor sommigen). Mijn eerste potje verliep vrij mat, waardoor ik moeilijk een eerste indruk kan geven. Ik vond de keuze voor de acties leuker dan in CE en het vrij plaatsen van de maatschappijen geeft zeker meer mogelijkheden. Aan de andere kant werden de maatschappijen zo een stuk meer over het bord verspreid, waardoor de concurrentie tussen de spelers maar heel beperkt was en er ook weinig strijd was om de aandelen. Uiteindelijk zat bijna iedereen in elke maatschappij en won simpelweg de speler met de meeste aandelen in totaal. Waarschijnlijk onze eigen schuld en moeten we de volgende keer de competitie meer actief zoeken.

Glück Auf: een solide werkverschaffer van Kramer en Kiesling. De oplopende kosten voor het uitvoeren van acties zijn interessant, want ze geven wat meer druk op het juist timen van je acties. Daarnaast was het allemaal vrij standaard en is dit een degelijk spel met eenvoudige regels, een beetje vergelijkbaar met Stenen Tijdperk en Lords of Waterdeep, maar zonder dat beetje extra.

De vergeten stad: het derde coöperatieve spel van Matt Leacock biedt vooral meer van hetzelfde. een beetje rondlopen op zoek naar schatten en aanwijzingen en tussendoor zorgen dat je niet overspoeld wordt door virussen/water/zand. Qua uitvoering de mooiste van de drie, maar met Pandemie en Het verboden eiland al in mijn bezit hoef ik deze niet direct te hebben.

Trains: Dominion met een bord, zo luidt de korte samenvatting. De kaarten en het spelverloop doen inderdaad wel heel erg aan Dominion denken (zelfs zo erg dat het grote verontwaardiging bij een van mijn medespelers opriep), maar dat bord hangt er maar een beetje bij. De meeste punten zijn inderdaad daar te halen, maar zelfs met vier spelers is het bord groot genoeg dat je elkaar nauwelijks in de weg hoeft te zitten. Best leuk om eens gedaan te hebben, maar ik zie niet waarom ik dit zou spelen in plaats van Dominion, zeker nu ik alle uitbreidingen heb.

Tutankhamen: een vroege Knizia en duidelijk herkenbaar: simpele regels, vrij van geluk en een korte speelduur (de voorbereiding duurt bijna net zo lang). Het is een knap gevonden en elegant spelsysteem, maar roept na twee keer spelen niet direct warme gevoelens op. Ik vind het spel minder leuk dan ik zou willen, en geef het graag nog een paar kansen. Ik ben benieuwd of het met twee een beetje leuk is.

Citrus: dit zou een simpel legspel zijn geschikt voor families, maar ik kreeg er een beetje hoofdpijn van. Doel is om de meeste tegels rondom een boerderij te hebben als die volledig omsingeld is, maar de dynamiek op het bord zorgt ervoor dat die situatie constant veranderd en dus erg grillig en onvoorspelbaar is. Ik vond het vaak ondoenlijk om de impact van mijn acties te overzien, laat staan die van anderen. De rest had daar geen last van, dus het ligt ongetwijfeld aan mij. Soms heb je dat.

Sanssouci: voorafgaand aan Spiel was ik hier wel in geïnteresseerd, maar toen ik het daar speelde vond ik er niet bijster veel aan. De regels voor het leggen van de tegels zijn even wennen, tot je inziet dat iedere tegel die je neemt slechts op één plek kan komen (met allerlei uitzonderingen). In combinatie met het verschijnen van de juiste fiches op het juiste moment was het een wat opportunistisch pakken wat je pakken kunt. Normaal ben ik daar niet vies van, nu vond ik het wat te chaotisch om echt plezier aan te beleven. Maar ik zal het waarschijnlijk niet afslaan als iemand het voorstelt.

Rokoko: bijna had ik deze nog gekocht, maar in de gecombineerde aankoop wees het lot mij Glück auf toe. Na beide spellen een keer gespeeld te hebben ben ik daar blij om. Dit was voor mij teveel een rekenpuzzel annex puntenbrij, waarbij het nut van sommige acties me volledig ontging (behalve dan dat ze punten opleverden). Het subsysteem van het deckbouwen dat er in zat vond ik wel leuk gevonden, maar daar is vast een leuker spel omheen te bedenken. Deze hoeft van mij niet weer. Jammer, want ik had er goede verwachtingen van.

Bruxelles 1893: dit spel bewijst voor mij dat als je spelideeën die in andere spellen goed werken op een hoop gooit en er een spel van maakt, dit niet in een goed spel hoeft te resulteren. Als iemand me vraagt wat het centrale spelidee hier is moet ik een antwoord schuldig blijven. Je doet wat van dit en van dat en soms heeft het bij toeval ook nog wat met elkaar te maken. Het archetype van een spel dat ontworpen is door een enthousiaste hobbyist, maar waar vervolgens geen enkele professionele ontwikkeling overheen is gegaan. Ik zie mijn vooroordelen tegen kleine vs. grote uitgevers weer eens bevestigd. Die laatste weten tenminste wat dat is, serieuze spelontwikkeling (al mag Stefan Brück zijn affaire met Stefan Feld nu wel eens stopzetten).

Geen opmerkingen: