dinsdag 19 maart 2013

Verantwoorde statistiek

Er zijn veel manieren om vast te stellen of je echt een spellengek bent, maar je bent er zeker een als je bijhoudt wanneer je bepaalde spellen speelt. Daarvoor kiest iedereen zijn eigen manier, dus je kunt er als geek ook nog eens lekker over discussiëren. Overigens log ik alleen spellen die ik speel met fysiek aanwezig medespelers, ongeacht het medium, maar dit terzijde.

Waarom doen we dit in vredesnaam? Vooral omdat we het leuk vinden, maar de laatste tijd gebruik ik het steeds meer als manier om mijn spellenverzameling te beheren. Die is met ruim 250 spellen namelijk zo groot dat het aanschaffen van nieuwe spellen automatisch betekent dat ik oudere spellen nog minder vaak ga doen. En veel daarvan heb ik al nauwelijks gespeeld.

Dus, in plaats van nog meer nieuwe spellen te kopen heb ik besloten de weinig en lang geleden voor het laatst gespeelde spellen vaker te gaan doen. Blijken ze bij nader inzien toch niet meer zo spannend dan mogen ze voor een zacht prijsje weg.

Ook hier geldt natuurlijk het cliché van meten is weten en daar komen mijn speelstatistieken goed van pas: ik weet van ieder spel precies hoe vaak en wanneer ik het gespeeld heb en dus ook welke spellen voorrang verdienen op de speeltafel. Er zijn natuurlijk allerlei leuke maatstaven bedacht om te meten of je je verzameling een beetje evenwichtig gespeeld hebt. Ik meet mijn voortgang aan de hand van de drie volgende:

1. De 'Friendless metric'. Die bepaal je door eerst te kijken hoeveel spellen in je collectie je minstens 10 keer gespeeld hebt, noem dat f. Vervolgens begin je te tellen bij je minst gespeelde spel totdat je het f-de spel tegenkomt. Je Friendless metric is het aantal keren dat je dat spel gespeeld heb. De mijne is 6: ik heb 107 spellen in mijn collectie minstens 10 keer gespeeld en 107 andere spellen heb ik hooguit 6 keer gedaan. Mijn streven is om dit jaar op 7 uit te komen; uiteindelijk wil ik hem boven de 10 krijgen.

2. Het percentage spellen dat ik minstens 5 keer heb gedaan. Nu zit dat op 69,8 procent, aan het eind van het jaar wil ik boven de 75 procent zitten. Ik begin wel aan de onderkant: dus eerst zorgen dat ik alle spellen minstens 1 keer gedaan heb, daarna 2 keer, enzovoort. Aan het eind van het jaar wil ik alle spellen minstens 2 keer gespeeld hebben (nu is dat 94,6 procent).

3. Het jaar waarin ik spellen voor het laatst gespeeld heb. Aan het eind van dit jaar mag het van geen enkel spellen langer geleden zijn dan 2009 dat ik het voor het laatst deed. Nu geldt dat nog voor 34 spellen, dus ik heb nog wat kastdochters te gaan.

Gelukkig is er veel overlap tussen de criteria, zodat ik met het spelen van sommige spellen twee vliegen in een klap sla. We zullen zien hoe het gaat. De eerste drie maanden van dit jaar ben ik goed op weg, dus wie weet sta ik mezelf tijdens Spiel wel een paar aankopen toe.

donderdag 14 maart 2013

Het kolonisten kaartspel vs De vorsten van Catan

Tien jaar geleden was het kolonisten kaartspel nog helemaal hip, maar inmiddels is het spel links en rechts ingehaald door betere tweepersoonsspellen. De verkopen van het kaartspel zakten dan ook langzaam aan steeds verder weg terwijl het bordspel nog steeds flink verkocht werd. Klaus Teuber zag de bui daarom al hangen: vroeger of later zou het kolonisten kaartspel uit de schappen gehaald worden.

In zijn blog kan je lezen wat er volgens hem de problemen met het oude kaartspel waren. Het duurde te lang voor beginners. Het was complex door het grote aantal verschillende kaarten. De stadsuitbreidingen halen aan het begin van het spel het tempo te ver naar beneden(ze vervuilen je hand want je kan ze nog niet kopen). Mensen raken geïrriteerd door de “destructieve” kaarten (de zwarte ridder en burgeroorlog bijvoorbeeld). En er zaten tenslotte te veel niet intuïtieve regels in het spel. Klaus besloot daarom om een vernieuwde versie van het kaartspel te maken.

Het vernieuwde kaartspel is dit jaar ook in Nederland uitgebracht. Het vernieuwde kaartspel heet De vorsten van Catan en zit, net als het oude kaartspel in een vierkant rood doosje. In dit blog wil ik aandacht besteden aan wat verschillen zijn in de vormgeving tussen het oude en nieuwe kaartspel. Daarom heb ik foto’s gemaakt van vergelijkbare kaarten uit het oude (de bovenste foto’s) en het nieuwe (de onderste foto’s) kaartspel.

Je speelt nog steeds met rood tegen blauw, de achterkant van de kaarten ziet er alleen wel een stuk mooier uit. Niet dat je dat merkt tijdens het spelen, maar het is toch leuk om te merken dat ook aan dit soort details aandacht is besteed.

Ook de achterkant van de straten, dorpen en steden ziet er gelikter uit. Deze liggen tijdens het spelen op tafel en verhogen dus de speelvreugde.

Niet alleen de achterkanten van de kaarten zijn opnieuw onder handen genomen door een ontwerper, ook aan de voorkant is opnieuw aandacht besteed. En als ik de kaarten zo bekijk denk ik dat er voor deze vernieuwde versie van het kaartspel meer tijd en aandacht aan de vormgeving is gegeven dan bij het originele ontwerp. Op het reeds genoemde blog kan je lezen dat het ontwerpen van één kaart tussen de drie en zes uur heeft gekost.

De landschappen zijn natuurlijk ook opnieuw ontworpen. Net als alle kaarten in het spel, zijn ze gedetailleerder geworden en zien ze er daardoor luxer uit.

De dorpen kunnen in zowel het oude als in het nieuwe kaartspel uitgebreid worden Veel kaarten zijn hetzelfde gebleven, maar er zijn ook verschillen. Het grootste verschil is misschien wel dat de ridders verdwenen zijn. In plaats van de riders zijn gewone mannen en vrouwen (!!!) terug gekomen.

Een hele goede nieuwe dorpskaart is de markt. Door de markt te bouwen kan je meeliften op de opbrengsten van je tegenstander als die een groter koninkrijk heeft als jij hebt. Als de andere speler meer landschappen heeft met het gegooide getal, dan mag jij één grondstof van één van deze soorten ook pakken. Deze kaart maakt het minder makkelijk om uit te lopen door een groter dorp te hebben.

De stadsuitbreidingen hebben ook een make over gekregen. Een opvallende verandering is dat het raadshuis uit het oude spel (nog maar één grondstof betalen om in een stapel te zoeken) is omgezet in een dorpsgebouw, zodat je hem eerder in het spel kan bouwen.

Catan zou Catan niet zijn als er niet gehandeld en verdubbeld kon worden. De verdubbelaars zijn dus gewoon teruggekomen. Ruilen doe je niet meer met havens, maar met schepen. In het nieuwe kaartspel is de regel dat je met je tegenstander mag ruilen overigens helemaal afgeschaft omdat bijna niemand daar gebruik van maakte. Je kan nog wel met de bank ruilen (drie staat tot één).

Ook de actiekaarten zijn teruggekomen. Als je het oude kaartspel kent, dan zal je veel bekende kaarten terug zien. Al zijn er ook een aantal verdwenen en nieuwe bijgekomen. Vooral de destructieve kaarten hebben er aan moeten geloven en zijn verdwenen. Mij hoor je daar niet over klagen, Niek en ik negeerden die kaarten toch al grotendeels omdat het echt niet leuk is om dingen te verliezen en het dus ook niet leuk is om dat de ander aan te doen.

Ook de gebeurtenissenkaarten hebben een grote renovatie ondergaan en zijn gebalanceerder geworden. In plaats van de jaarwisselingskaart door de stapel te schudden, moet je het dorpsfeest (de nieuwe naam voor de schudkaart) op de derde kaart van onderen in de gebeurtenissenstapel leggen. Hierdoor komen (bijna) alle gebeurtenissen in de stapel aan de beurt en dit maakt het spel eerlijker en dus leuker.

Het enige wat in het spel niet is veranderd is de getallendobbelsteen. Die is precies hetzelfde gebleven. De actiedobbelsteen is wel veranderd. Sommige plaatjes zijn veranderd (de molen is een weegschaal geworden, de riddervuist is een harp geworden) en andere zijn opnieuw ontworpen. De houten speelfiguren rider en handel zijn vervangen door houten schijven. Dit is het enige punt waarop ik het oude kaartspel mooier vind dan het nieuwe. Die kleine houten schijfjes halen het toch niet bij die mooie grote blokken. Maar dat is dan ook het enige punt waarop ik vind dat het kaartspel er op achteruit is gegaan. Per saldo vind ik de make-over dan ook zeer geslaagd.

Een spel wil je natuurlijk niet alleen bekijken, maar vooral spelen. En ook op dat punt verslaat het nieuwe kaartspel zijn voorganger met gemak. Maar daarover een andere keer meer, anders wordt dit blog wel heel erg lang!

dinsdag 12 maart 2013

Gespeeld in februari

Februari was met 38 gespeelde potjes maar een matige maand; dat was sinds 2006 niet zo laag. Drie nieuwe  spellen kwamen er op tafel, waarvan er niet een van mezelf was. Van die drie heb ik het meeste plezier beleefd aan Love Letter.

Dit was een van de hits van Spiel in het luchtige genre. Het spel bestaat uit slechts 16 kaarten. Iedereen begint met één kaart, vervolgens trek je in je beurt een kaart en speelt er een. Moet je je enige kaart afleggen door het effect van een gespeelde kaart, dan lig je eruit. Wie het laatst overblijft wint de ronde; het spel eindigt als een speler een bepaald aantal rondes heeft gewonnen. Een flinterdun spel met aardig wat geluk, maar net ook genoeg psychologie om het leuk te houden. Noem het Machiavelli in 5 minuten.



Andere nieuwe spellen:

Vanuatu:
weer een werkverschaffer, nu met een wat gemene twist. Spelers kunnen op dezelfde actie inzetten en daarmee voorkomen dat iemand anders de actie uitvoert. Het spreiden van je actiestenen kan veel acties opleveren, maar kan er ook voor zorgen dat je bijna niets kunt omdat anderen meer 'bieden' op de acties waar jij inzet. Het aparte thema en de dynamiek tussen de spelers en de acties en de allesbepalende rol van de juiste volgorde daarin geven het spel veel charme. Wel wel denk ik dat dit het best tot zijn recht kom met drie of maximaal vier spelers. Met vijf kan ik me voorstellen dat de chaos en naaifactor zo groot worden dat van zinnig plannen geen sprake meer kan zijn.

Airlines Europe: alweer een herontworpen variant van Airlines/Union Pacific, nu op een kaart van Europa. Een typisch Moon-familiespel. Het was best aardig om te doen, maar mogelijk net iets te vriendelijk. Iedereen scoort met elke maatschappij, het gaat vooral om het hebben van de meeste aandelen in de juiste maatschappij. En omdat ook de kleintjes hier erg groot kunnen worden lijkt dat soms allemaal maar weinig uit te maken. Best OK, maar doe mij maar Union Pacific, waar alleen de twee eerste plaatsen geld krijgen en de keuze van de maatschappijen er toch wat meer toe doet.

Verder moesten er ook in februari natuurlijk weer wat kastdochters afgewerkt worden. Het werden er in totaal vijf:

Monopoly (20+ jaar geleden voor het laatst): dit was zo lang geleden dat ik me afvraag of ik mijn eigen exemplaar al eens gespeeld had. De briefjes zagen er nog akelig netjes uit. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat dit een nieuw spel was: voor het eerst deed ik het met de correcte regels, dus met (eventueel) veilen en zonder geld op Vrij Parkeren. De ervaringen van Dagmar waren vrij negatief, maar zij speelde het dan ook met twee. Monopoly is een onderhandelingsspel en dat werkt natuurlijk niet met twee spelers. Ik speelde met vier en dat viel lang niet tegen. Sterker nog, ik heb me best vermaakt. Het zal vast geholpen hebben dat ik Groningen in mijn bezit had. Door vier huizen op de Heerestraat was ik verantwoordelijk voor het eerste bankroet bij een medespeler, genoeg om de winst te claimen. Ik wil dit best nog eens doen, maar dan het liefst weer met vier. Maar waar vind ik drie vrijwilligers?

Beestenveiling (2005): nog steeds een leuk biedspelletje van Knizia. Ik moet mijn hebzucht altijd goed in de gaten houden, want ik wil hier nog wel eens laatste worden...

Terra Nova (2006): het type positiespel waar ik niet zo goed in ben, maar toch best leuk vind. Het heeft ergens wel wat elementen van go. Extra medespelers zorgen voor meer chaos, maar die mindere controle maakt nog niet dat ik kans maak.

Bruggen van Shangrila (2006): hier was het toch wel onterecht dat ik dit zo lang niet gespeeld heb. Ik geloof dat ik nu begrijp wat "torque the incentive grid" betekent. Alles wat je in dit spel beïnvloedt weer de keuzes van anderen en het is het doel andermans beurt zo op te zetten dat ze wel iets moeten doen wat in jouw voordeel is. Het is bijna een miniatuur-Diplomacy.

Elasund (2007): Nog steeds een aardige maar niet zo vriendelijke Catanvariant. Benieuwd hoe dit met twee werkt.

zaterdag 2 maart 2013

Tellen en zelfbedrog

Ik heb een account op BoardGameGeek en ik maak dankbaar gebruik van de mogelijkheid om daar bij te houden welke spellen ik heb gespeeld. Op dit moment staat de teller op 3.222 potjes sinds februari 2002. In werkelijkheid zijn het meer potjes geweest, want van de eerste paar jaar heb ik alleen met terugwerkende kracht de spellen die ik bij Spel aan de Maas heb gespeeld gelogd (dankzij de spelverslagen kon ik opzoeken welke spellen ik heb gespeeld). Maar aangezien ik ook toen regelmatig een spelletje met Niek of andere vrienden speelde, is de “boekhouding” van mijn vroege jaren niet compleet.

Op het moment dat mijn geliefde iPhone in mijn leven kwam, kwam ook de vraag op “hoe te tellen”. Mag je spellen op je iPhone wel of niet meetellen in de boekhouding. Nou zijn er (gelukkig) geen formele boekhoudregels voor BoardGameGeek, dus je mag het zelf weten. In eerste instantie hanteerde ik de regel dat ik alleen spellen meetelde die ik op mijn iPhone of iPad speelde tegen iemand die in dezelfde kamer was. Zo telden alle potjes Wordfeud tegen Niek mee als Scrabble.

Niek en ik legden echter ook wel eens een woordje op het moment dat we niet bij elkaar waren. Die potjes telde ik echter gewoon mee en daarmee "overtrad" ik mijn eigen boekhoudkundige regels. Ik begon me af te vragen of het niet logischer/consequenter zou zijn om ook alle potjes tegen andere vrienden mee te tellen. Waarom zou ik meer waarde hechten aan spelen tegen Niek dan aan spelen met Peter Hein, Daniëlle, Anton, Jasper, Jacqueline, Eugène, Karin of Marlène. Ik kon geen bevredigend antwoord vinden en daarom heb ik met ingang van dit jaar besloten om alle spellen die ik digitaal tegen een mens van vlees en bloed speel ook me te tellen. Dit geldt niet alleen voor Wordfeud, maar ook voor de andere spellen die ik speel zoals Stone Age en Ascension.

Door deze beslissing, is het aantal spellen dat ik heb gespeeld stevig toegenomen. Het is alleen geen echte groei, maar groei doordat ik mijn eigen regels heb aangepast (oftewel een trendbreuk). En dat voelt dan toch weer een beetje nep.

De vraag die ik mezelf moet stellen is misschien wel waarom ik de moeite neem om bij te houden welke spellen ik heb gespeeld. Ik heb per slot van rekening ook geen administratie waarin staat vastgelegd welke boeken ik lees, naar welke musea ik ben gegaan of welke films ik heb gezien (in de bioscoop of thuis). Ik denk dat het antwoord tweeledig is. Allereerst vind ik het leuk om te zien wat ik gespeeld heb, omdat ik op basis van de combinatie van spellen die ik op een dag speelde me vaak herinner met wie ik die spellen speelde en waar dat was. Aangezien ik spellen doen leuk vind, zijn dat vaak prettige herinneringen die de moeite van het ophalen waard zijn. Ten tweede kan ik op die manier bijhouden hoe vaak ik spellen die ik heb gekocht, ook daadwerkelijk heb gespeeld (het antwoord is meestal: veel te weinig). Deze kennis helpt me een beetje als ik weer eens te enthousiast nieuwe spellen wil kopen.

De vraag is dus of ik straks me nog kan herinneren dat ik heel veel Stone Age met Peter Hein en Niek heb gespeeld. Ik denk het wel omdat ik verwacht dat mijn digitale spelkeuze door de tijd heen zal veranderen. Nu speel ik veel Stone Age, Ascension en Wordfeud, maar over een jaar of twee jaar zijn dat vast andere spellen. En misschien helpen de digitale potjes ook wel met het in bedwang houden van mijn kooplust. Wellicht dat ik van sommige spellen ook genoegen neem met het digitale (vaak goedkopere) exemplaar in plaats van een regulier spel als ik zie hoeveel en met hoeveel plezier ik online heb gespeeld.

Ik ben benieuwd, wat zijn jullie “boekhoudregels” om spellen te loggen op BoardGameGeek. Ben ik de enige die zich zelf op deze manier een beetje voor de gek houdt?