donderdag 24 januari 2013

Monopoly: the world’s most famous game

Een tijdje terug vond ik bij de Slegte een boek over de geschiedenis van Monopoly. Nou vind ik Monopoly een verschrikkelijk slecht spel (daarover in een volgend blog meer), maar ik vond het fascinerend dat je over een spel een heel boek vol kan schrijven. Ik heb het boek meegenomen en toen ik er in begon te lezen, heb ik het boek in één ruk uitgelezen. Ik had nooit verwacht dat je zo’n leuk boek over dat suffe spel kon schrijven.

De geschiedenis van Monopoly gaat inmiddels al meer dan een eeuw (!!!) terug. In 1903 zag het spel The Landlord’s Game het levenslicht. Dit spel is bedacht door Elizabeth Magie Phillips. Zij had dit spel uitgevonden omdat ze mensen op speelse wijze wilde overtuigen van haar (vaders) politieke ideeën over een eerlijke manier van belastingheffing (single tax systeem waarbij alleen belasting wordt geheven over grondbezit) en de schadelijkheid van sectoren die gemonopoliseerd waren. In het boek wordt de ontwikkeling van het spel, de mensen die daarbij een rol speelden en de betrokken uitgevers heel mooi in het tijdbeeld geplaatst waardoor je niet alleen wat opsteekt over de ontstaansgeschiedenis van Monopoly, maar meteen wat oppikt over de geschiedenis van mededingingswetgeving (beginnend met de Sherman Antitrust Act uit 1890).

In het boek staat ook het patent afgedrukt wat Elizabeth Magie Philips heeft aangevraagd voor haar spel. Als je dit leest, zie je meteen de overeenkomsten met Monopoly. De vorm van het bord, het doel van het spel, het gebruik van dobbelstenen. Zelfs de vakjes “Jail”, “Free Parking” en “Go to Jail” zaten al in haar spel. Het meest innovatieve idee van haar was dat je in het spel meerdere keren het bord rond moest racen in plaats van dat je een begin en eindpunt had. Het lukte Elizabeth Magie Philips echter niet om de grote uitgevers geïnteresseerd te krijgen in haar spel. Ze vonden het te complex, te lang duren en te veel concepten gebruiken die de mensen uit die tijd niet kenden. De uitgevers bedankten dus vriendelijk voor de eer.

Dit wil echter niet zeggen dat het spel niet gespeeld werd. Het spel werd namelijk wel door een paar kleine uitgevers uitgebracht en vooral door mensen zelf (na)gemaakt. Het spel belande ook op universiteiten waar studenten het namaakten en vervolgens, na afstuderen, weer mee naar huis terug namen. Verschillende mensen voegden elementen toe om het spel aantrekkelijker te maken, zoals bijvoorbeeld het gebruik van bekende straatnamen en de vormgeving (bijvoorbeeld dat de vakjes op het bord vierkant zijn en er aan de bovenkant een gekleurde rand zit).

Langzaamaan raakte de bedenkster van het spel in de vergetelheid waardoor Charles Darrow in 1933 zijn eigen Monopoly op de markt kon brengen (en claimde de auteur te zijn) en het ging verkopen. Dit spel werd opgepikt door een aantal winkels en de verkopen van Monopoly namen toe. De Parker Brothers (een grote uitgever van spellen die het spel al een paar keer hadden afgewezen) kregen ook lucht van het succes van Monopoly en besloten de rechten te kopen (1935). Vanaf dit moment zou het sneeuwbaleffect alleen maar versnellen.

In het boek wordt prachtig beschreven hoe de verkopen van Monopoly meebewogen met het ritme van de economie. De Amerikaanse soldaten speelden bijvoorbeeld Monopoly tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Na afloop van de oorlog wilden zij massaal het spel waar zij zo veel plezier aan hadden beleefd zelf hebben. Toen de kinderen van deze soldaten oud genoeg waren om op zichzelf te gaan wonen, kochten zij op hun beurt weer het spel dat zij thuis met zo veel plezier hadden gespeeld. Monopoly was het soort spel dat mensen die het bij een ander gespeeld hadden, zelf ook wilden hebben.

Het boek staat bol van de interessante weetjes en annekdotes, zoals de rechtszaken tussen de maker van Monopoly en het Anti-Monopoly spel over inbreuken op intellectuele eigendomsrechten, het tentoonstellen van een Monopoly-spel in Moskou ten tijde van de Koude Oorlog en de spanning die dat opleverde, James Bond waardige Monopoly spellen uit de Tweede Wereld Oorlog die krijgsgevangenen moesten helpen ontsnappen en de herkomst van de tinnen miniatuurtjes. Ik ga die prachtige verhalen natuurlijk niet allemaal herhalen, maar kan iedere spellenliefhebber aanraden om dit boek te lezen. Dank zij dit boek kijk ik in ieder geval met iets meer respect naar die welbekende langerekte witte doos met rode band in mijn spellenkast.

Geen opmerkingen: